een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 124 van 301

23 oktober: Bollerootje.

Deze week staat voor mij in het teken van de herinnering aan mijn moeder.
Op 23 oktober 1931 is ze geboren, 16 oktober 2017 is haar sterfdag.
Vier jaar geleden al weer; ze zou anders vandaag de leeftijd van 90 jaar hebben bereikt.

Mijn ouders worden steeds meer onderdeel van de geschiedenis.
Ze leven nog door in onze verhalen en herinneringen, maar er zijn al weer heel wat feesten en familiebijeenkomsten geweest waar zij niet meer bij waren.
Soms denk ik: “Kon ik dit nog maar even met ze delen” maar even zo vaak ben ik blij dat ze dingen niet meer mee hoeven maken.
Corona bijvoorbeeld; daar zou mijn moeder veel last van gehad hebben.
Mijn broer en ik constateerden tijdens ons dagje uit naar Zutphen dat haar die pandemie gelukkig bespaard is gebleven.

Vandaag een mooie foto van mijn moeder (met de geblokte jurk) samen met haar schoonzusje.
(klik op de foto voor een vergroting).
Mijn moeder hield van mooie kleren; ze staat op deze foto te stralen op splinternieuwe, witte pumps en in een nieuwe jurk met een bolero-jasje erop.
Hartstikke hip begin jaren ’60.
Mijn moeder en haar zussen noemden zo’n jasje een bollerootje, met de klemtoon op roo.
Het duurde jaren voordat ik ontdekte dat die twee begrippen voor hetzelfde jasje stonden.

Vanavond gaan we uit eten met mijn broer en schoonzus; dan denken we nog even terug aan de vele verjaardagen die we nog wél met mijn moeder hebben mogen vieren.

Reageren

22 oktober: Geloven van wieg tot graf (2)

In februari schreef ik een blog over het boek ‘Geloven van wieg tot graf‘ van Cor Keers.
Gisteravond was er van onze kerk een gespreksavond waarop Cor’s boek centraal stond; net als bij het boek was de subtitel ‘een studie over zingeving’.
Aan het begin van de avond werd Cor geïnterviewd door Sijbrand van Dijk.
“Hoe kom je op het idee om een boek te schrijven?”
Het was begonnen met het boekje ‘Opa, vertel eens’ dat Cor had gekregen van een schoonzoon.
Wat hij allemaal te vertellen had paste lang niet in het format van het boekje, dus Cor had de antwoorden op aparte vellen teruggegeven; dat was al een mooi pak papier geworden.
Zo ontstond het idee om een boek te schrijven.

In het vorige blog over ‘Geloven van wieg tot graf’ schreef ik al dat een boek van zo’n omvang zich niet laat vangen in een blog van 500 woorden; dat geldt ook voor de gesprekken erover gisteravond.
Vooropgesteld: wat een waardevolle avond. Er was een vertrouwelijke sfeer, waarin ook lastige vragen en gevoelens van emotie voorbij kwamen.
Als een rode draad liep Cor’s vrouw Elly door de avond. Zijn rots in de branding, zijn maatje en de liefde van zijn leven.
Ze kon er vanwege haar lichamelijke beperking niet bij zijn, maar voor Cor was ze er wel: “De meest aanwezige afwezige.”
Wat heb ik  geleerd?

  • Plak niet te snel een etiket. Sijbrand had het op een gegeven moment over ‘normale kerkgangers en gestoorde schizofrenen’.
    Cor reageerde daarop: “Dat loopt door elkaar heen. Je kunt ook spreken van gewone schizofrenen en gestoorde kerkgangers.”
    (zo was het niet helemaal….zie de opmerking van Sijbrand hierover bij Reacties’)
  • De bijbel is volgens Cor het beste psychologieboek. Alle facetten van het leven komen aan bod in de verhalen.
    De bijbel houdt je een spiegel voor en is een bron van inspiratie.
  • Wat als de omstandigheden in je leven zo beroerd zijn dat zingeving niet meer lukt?
    Cor vertelde over de zelfmoord van een lotgenoot van hem. Op de beamer verscheen de tekening die zoon Joost bij dat hoofdstuk had gemaakt: een strop met een vlinder. We denken allemaal na over de dood. Hoe lang hebben we nog? Wanneer komt mijn levenseinde?
    Het beeld dat ons vroeger is voorgehouden van een hemel bevolkt met overledenen is bij velen al niet meer  aanwezig.
    Maar wat dan wel? “Dood is dood” schrijft Cor in zijn boek. Daar bracht hij gisteravond wel een kleine nuance in aan en ook anderen lieten zich daarover uit.
    Eén aanwezige zei: “Wat weet de rups van de vlinder? Wat weet de vlinder van de rups?”
  • Het leven is niet altijd vrolijk. Lijden hoort ook bij het leven; laat het toe, accepteer het en heb geduld. Het kan ook weer keren.
  • Geniet van de dingen die er voor iedereen zijn: een mooie zonsopgang, een heldere volle maan. Op het moment dat dat gezegd werd regende het pijpenstelen.
    Iemand merkte daarover op: “Blijf nu in gedachten niet hangen bij die regen, maar weet dat achter die wolken die volle maan nog staat te stralen. Richt je op het positieve.”

De avond werd afgesloten met het indringende ‘Wenn ich einmal soll scheiden‘ en de belofte dat er volgend jaar een vervolggespreksavond komt.

Toen ik naar huis liep regende het niet meer.
De volle maan verlichtte mijn pad.

Reageren

19 oktober: In de geest van Taizé.

Zondagavond had ik amper tijd voor een broodje; om 17.30 uur waren Piety (gitaar), Monique (dwarsfluit), Gerard (handige man) en ik in de Catharinakerk om alvast de geluidsbox en standers op te zetten, want: Taizé-vesper!
Wat mij betreft één van de mooiste diensten van het jaar.
We stemden onze instrumenten, speelden nog even wat door en toen druppelden de cantorij-leden ook al binnen.

Inzingen, liederen en muziek doornemen en voor je het weet is het dan al 18.50 uur en zijn de eerste gemeenteleden er al.
O ja, we moeten ook nog een broodje. Monique en ik werkten al staande achter een pilaar een boterham naar binnen, maar dat kost bij mij tegenwoordig iets meer moeite.
Beugel uit, eten, mond spoelen, beugel omspoelen en weer terugplaatsen. Maar achter de pilaar zit geen kraantje, dus gauw nog even naar de wc…… net te laat.
Met kloppend hart schoof ik op mijn plaatsje op de achterste rij naast de bassen. Pffff. Het is de bedoeling dat je rustig wordt van Taizémuziek…..

Tijdens de viering bleef het een beetje heen en weer lopen van de gitaar naar de achterste rij.
Natuurlijk kan ik er voor kiezen om alleen gitaar te spelen en niet mee te zingen, maar we spelen niet bij alle liederen mee en dan wil zelf ook graag zingen.
Taizémuziek is zo heerlijk om te zingen, daar kan ik helemaal in op gaan; die beleving is het fijnst als ik in het koor sta op mijn eigen plekje in de altenrij.

Het ging niet allemaal vanzelf gisteravond.
Voor de dienst knapte Piety’s klem stuk: die zet je op de hals van de gitaar, zodat het akkoord dat je aanslaat hoger wordt.
Gelukkig heeft Piety ook een handige man, dus Jan bracht nog snel de reserveklem, zodat we bij het eerste lied met een ‘niks aan de hand’-blik stonden te begeleiden.
Diezelfde ‘niks-aan-de-hand’-blik stond op de gezichten van de cantorijleden bij het zingen van Donna la pace.
Dat stond wel op de orde van dienst, maar dat hadden we van te voren niet door gekregen, dus niet ingestudeerd.
Wat fijn dat je dan een groep doorgewinterde zangers hebt die dat lied nog kent van vroeger en het feilloos vierstemmig zingt.

Na afloop waren we tevreden; wat een fijne vesper.
Een bas vertrouwde me toe dat hij het ‘kicken!’ had gevonden; ik ben dus beslist niet de enige die het zo beleeft.

Het is een vesper ‘in de geest van Taizé’.
Mensen die in Taizé geweest zijn vinden eigenlijk allemaal dat het voor de Taizé-beleving té georganiseerd is.
Dat is vast zo.
Maar dit is in een viering in Roden op Taizé-gebied het hoogst haalbare.
We moeten het ook een beetje praktische bekijken: cantor Karel wil weten hoe vaak we het Kyrië zingen tijdens het gebed, we spreken af wanneer iets hard of zacht wordt gezongen en zo eindeloos herhalen als in Taizé gebeurt past niet in een vesper van drie kwartier.

We gingen naar huis met het lied ‘Frieden’ nog in ons hoofd:
Frieden, Frieden hinterlasse ich euch.
Meinen Frieden gebe ich euch.
Euer Herz verzage nicht.
Even luisteren of meezingen? Hierbij een link naar een video op YouTube.

Reageren

18 oktober: Proza in Dwingel.

Umdat der wel ies een tekst van mij publiceerd wordt in de Zinnig kreeg ik in de zommer een uutneudiging van ‘Het Huus van de Taol’ um met an te doen met ‘Taal an Taofel’ op zundag 17 oktober.
As lid van Huus van de Taol mus ik mij haost een beetie schamen, want ik wus niet wat dat was.
Het is een bijienkomst op  een zundag tussen 11..00 en 14.00 uur. Ie kunt dan luusteren naor schrievers en muzikanten in de streektaal.  In de pauze kriej een lekkere warme maaltied.

Gistermörgen in hotel Grand Café de Brink in Dwingel können ie  luustern naor Henny Bouwman (gedichten) en Okke Panneman (meziek).
Mien naam stun bij proza; een gewichtig woord veur mien stukkies in de streektaol, maor ik vuulde mij vereerd dat ik vraogd was.
Ie muchten je eigen boeken  en CD’s  metnemen um te verkopen.
Heb ik niet; hooguut een digitaal boek dat op mien webstee stiet (zie 1960-2020).

Het was fijn um allent maor Drents um je hen te heuren.
Wij preuten  niet allemaole  geliek , maor wij können mekaar goed verstaon.

Dichteres Henny Bouwman uut  Nörg begunde met poëzie. Ze las gedichten veur die ze zölf schreven haar;  ze ontroerde met mooie poëzie in heur eigen  prachtige Nörgs en schilderde op de achtergrond van heur gedichten met woorden heur kindertied en heur leven  in dit Noorddrentse dörp.
Daorna was ik an de beurt. Van te veuren haar ik mij het heufd breuken over wat ik dan veur zul lezen.
Wat wordt d’r verwacht? Serieus? Of een lach en en traon?
Under an dit blog kuj linken naor de blogs/verhalen die ik gustermörgen veurlezen heb.

Daor stun ik dan.
Al bijna dartig jaor bin ik wend an een microfoon veur de neuze, maor dan heb ik bijna altied mien gitaar um de nek; dan stiet mien naam niet bij proza maor bij meziek.
Twee keer een kwartier much ik an ’t woord.
Thuus haar ik oefend; daor kwam uut dat ik veural langzamer mus veurlezen.
Aj’ weet hoe snel en veul ik aans praot, dan weej ok hoeveul muite mij dat kost.
Schrieven en publiceren is hiel wat aans as praoten veur een zaal: ie kriegt direct reacties trugge en dat was letterlijk een lach en traon.

Okke Panneman zöng veur oons.
Dat deu e niet allent in de streektaol, maor ok in het Duuts,  Fraans, Engels en Nederlands. Maor Jannes, Ede Staal en Normaal kwamen ok nog veurbij.
Rond 12.00 uur  was der eem pauze en kregen wij lekkere stamppot boerenkool, in mien geval met een speklappe.
Daorna was der nog een ronde poezië, proza en meziek.

Taal an  taofel. Het is beslist hiel aans as een karkdienst op zundagmörgen, maor ok  hier hebt wij slim van geneuten.
Net as dat zingen met de gitaar hiel wat aans is as het veurlezen van Drentse verhaolen: allebei leuk um te doen.

Dit heb ik veurlezen:
– Op zaal met 3 mannen in ’t Martiniziekenhuus – Herkenbaar
– Verslag van de oogstdag in Dwingel in 1985  – Melk karnen
– Oonze illustere buurvrouw van de Vaortweg in Smilde – Trijn
– Zingen in het Beurtschip – Meelij, Jet
– Een Drents karstverhaal, opdragen aan alle mantelzörgers van mensen met dementie – Karsttraditie.

Reageren

17 oktober: Maud & Babs.

Afgelopen week had ik het met mijn collega’s over de serie Maud en Babs.
Rifka Lodeizen en Loes Luca spelen een dochter en een moeder die dementeert.
Het is een serie die de tongen los maakt.
Twee weken geleden had ik het er over met vrienden. “We vinden het confronterend en kijken niet meer. Mijn schoonmoeder dementeerde ook; het is moeilijk om naar te kijken. ”

Ook ik vind het herkenbaar.
Moeder Waninge heeft  een hele lange weg afgelegd  in  haar dementie en die weg zijn we nog niet vergeten.
Net als de gebeurtenissen rond ome Wim en onze buurvrouw Zwanny.
Je ziet het allemaal weer voorbijkomen.

De ontkenning.
De ontreddering.
Het ophouden van de schijn.
Anderen de schuld geven.
Wegsturen  van hulpverleners.
Mantelzorgers die met hun eigen werk en hun eigen gezin in de knoei komen.
Familieleden die het niet eens zijn over de behandeling.
De ruzies….

Wat ontzettend goed dat dit onderwerp aandacht krijgt.
Het helpt namelijk al zo veel als je als mantelzorger weet wat het ziektebeeld is.
Dat het ontkennen van de ziekte onderdeel is van de ziekte.
Dat er hulpverlenende instanties zijn, maar dat de patiënt dat helemaal niet ziet zitten.
De patiënt weet zeker: “Ik ben niet gek. En ik ga hier niet weg.”

Een klein stukje uit de MAX-gids over deze serie:
In Nederland verlenen zo’n 5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder mantelzorg aan ouders, een familielid of iemand in hun naaste omgeving.
Deze mantelzorgers vervullen hun taak met liefde.
Toch valt het beslist niet altijd mee om alle ballen in de lucht te houden als je mantelzorger bent – en al helemaal niet als je daarnaast een baan en een gezinsleven hebt
.

In de serie zie je hoe Maud gemangeld wordt: ze heeft haar werk als verloskundige, is moeder in een gezin met pubers en ondertussen neemt ze de zorg voor haar moeder op zich.
In onze maatschappij worstelen duizenden mensen in soortgelijke situaties zich door een onafzienbare rij van moeilijkheden heen.
Wat leren we hiervan?

Praat er over.
Zoek hulp.
Blijf niet alleen maar wat aanklooien want dat schiet niet op.
Laat deskundigen de situatie beoordelen en stem de zorg af op wat de patiënt op dat moment nodig heeft.
Soms is een luisterend oor in eerste instantie al voldoende.
De eerste stap die je kunt zetten is een afspraak maken met de praktijkondersteuner van de huisarts van de patiënt: die kan je van advies voorzien en je doorverwijzen naar de goede instanties.

En onthoud: een mens is niet dement, een mens heeft dementie.

Reageren

16 oktober: De dag van het schaapje.

Gistermorgen zat ik  op mijn vrije dag om 08.30 uur al in de auto.
Ik ging naar Klazienaveen voor de jaarlijkse ontmoeting met tante Trijn en nicht Anja.
Een Vrieswijk-onderonsje.
Eén dag per jaar is eigenlijk te weinig; andere jaren hebben we ook altijd met de rest van de club een Vrieswijk Familiedag, maar dat is er al twee jaar niet meer van gekomen. Corona enzo.

De dag verloopt volgens een vast stramien: koffie met een taartje, borrel, lekker lunchen, kopje thee.
We bekijken elkaars fotoboeken, vertellen elkaar verhalen over de (klein)kinderen, halen familieherinneringen op en genieten zo’n dag van elkaars aanwezigheid.
De waarde van de dag was natuurlijk de ontmoeting met de beide dames, maar gisteren was er weer zo’n klein pareltje in onze gesprekken dat ik er even uit wil lichten.

Schaapje Ruinen

Schaapje van Anja.

Anja bekeek mijn fotoboek en ontwaarde daar de foto van het schaapje van de eierwarmer in B&B ‘de Beddestee’ in Ruinerwold.
“O, dat is precies mijn schaapje” zei ze.
Ze vertelde dat er zo’n klein schaapje op haar slaapkamer stond.
Het stond voor een kinderherinnering van haar.
“Als ik jarig was, dan maakte mij moeder me wakker en zei: “Gefeliciteerd lieverd met je verjaardag. Ik wens  dat je nog maar lang een schaapje van de Heer mag zijn!” en pas daarna kreeg ik m’n cadeautje. Dat eerste hoorde ik niet eens bewust; ik zat te wachten op m’n cadeau. Jaren later weet ik echt niet meer wat ik voor m’n 6e, 8e of 11e verjaardag heb gekregen, maar ik herinner me wel die jaarlijkse wens van mijn moeder en besef dat dat eigenlijk het  mooiste cadeau is geweest.”

Wie onze familie een beetje kent weet dat we toen al weer op zoek moesten naar de tissue’s.
Wat een mooie herinnering om met ons te delen.
En dat door de foto van een eierwarmer.
Later tijdens de lunch vertelde ze nog over een eenvoudig gedichtje dat haar moeder haar had gegeven in het jaar nadat haar oudste dochtertje was geboren.

Wanneer je eens in later jaren
zult strelen jouw kindje’s haren
dan pas zul je voelen lieve schat
hoe lief je moeder je heeft gehad.

Onze moeders zijn er niet meer, maar gelukkig hebben we tante Trijn voor zulke dagen; samen met haar delen we familieherinneringen, met een lach én een traan.
Hierbij een link naar het blog ‘Three of a kind’ over de ’tante&nichten-dag’ in 2022.

Reageren

15 oktober: 80!

Woensdagmorgen hoorde ik tijdens de dagelijkse ochtendoefeningen Bert Haandrikman vertellen dat Paul Simon 80 jaar werd op 13 oktober.
Hij vond dat bijzonder.
Mensen mochten hun favoriete liedje van Paul Simon insturen; dat resulteerde in een top 3 van de meest bekende nummers.
Bij zo’n vraag bedenk ik ook altijd wat ik zelf het mooiste nummer van hem vind; dat is ‘Still crazy after all these years’ .

Tien minuten later dacht ik aan een ander nummer van hem dat ook prachtig is:  ‘American Tune’.
Hierbij een link naar een YouTube-video waar hij het nummer live zingt.
Bekijk die video eens.
Eén gitaar en één stem: prachtig vind ik het.
Het is een opname uit 1975, toen was de man 34 jaar.

Mocht je nou denken: wat komt mij die melodie bekend voor?
Dat kan kloppen. Het komt van ‘O Haupt voll Blut und Wunden’, een oud Duits gezang, dat J.S. Bach gebruikte bij zijn Matthäus Passion.

Reageren

14 oktober: Gotland 12 – Verhalen van Gotland.

Mensen die op Gotland en in Visby geweest zijn zeggen allemaal: “Visby is de rozenstad! Overal stokrozen en gewone rozen, let er maar eens op.”
In het blog over de stadswandeling met Aidan beloofde ik al dat er misschien nog verhaal van hem voorbij zou komen, die belofte los ik vandaag in.
Hij vertelde hoe het kwam dat Visby de rozenstad werd.
Hij nam ons mee naar een buurtje met smalle straatjes en vertelde dat daar in de middeleeuwen de vissers woonden.
Daar werd de vis ook bewerkt, dus vertelde Aidan: “In deze vissersbuurt stonk het vroeger verschrikkelijk, dat kun je je natuurlijk wel voorstellen. De vissers plantten toen rozen in hun straatjes, die een lieflijke geur verspreidden en daarmee de geur van vis maskeerde. Dat zag er heel mooi uit en dat bracht hun stadsgenoten uit andere delen van de stad er toe om dat ook te doen. Zo veranderde de stad langzaam in ‘de rozenstad’ die het nu is.

Verder nam onze gids ons mee naar de sint Clemens-kerk.
‘Weet je waaraan je een kerk die naar de heilige Clemens is genoemd altijd kunt herkennen?
De kerk staat altijd in de buurt van water en hij heeft een hoge toren.
Sint Clemens is namelijk patroonheilige van visser en zeelieden, vandaar het water. De hoge toren werd vroeger gebruikt om de zeilen te drogen.”

Het laatste verhaal over Gotland las ik pas later op internet, toen ik nog wat informatie zocht over het grafveld Trullhalsar.
Het grafveld heeft in de tijd dat het in gebruik werd genomen aan zee gelegen.
Ook Aidan vertelde een soortgelijk verhaal over de visserspoort in de muur in Visby: deze poort lag vroeger pal aan de zee, maar lag nu tientallen meters van de zee af.
De reden daarvan vind ik één van de meest bijzondere verhalen van Gotland.
We gaan miljoenen jaren terug.
In een trog in de oceaan waar nu de Oostzee ligt verzamelt zich een opeenhoping van schelpen en zeediertjes, dat op den duur verandert in fossiel gesteente.
Met het schuiven van de continenten is dat grote stuk fossielgesteente omhoog gedrukt en het bovenste deel steekt als een punt uit de Oostzee: dat vormt het eiland Gotland.
Maar de krachten die de continenten aan het schuiven brachten werken nog steeds en het eiland wordt nog steeds een beetje omhooggedrukt.
Ik val werkelijk bijna van mijn stoel van zo’n verhaal.
Hoe is het mogelijk!
Omhooggedrukt!
Terwijl de inwoners van veel landen in de wereld zich zorgen maken om overstromingen en te lage dijken…….

Wij namen nog wat mooie stenen uit Gotland mee: je ziet de schelpen en zeediertjes soms nog gewoon zitten! (klik op de foto’s voor een vergroting)

Benieuwd naar al onze belevenissen op Gotland?
Klik dan hier naar deel 1, daar vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen: Afstudeervakantie van onze jongste

Reageren

12 oktober: De Nedersaksen.

Eind september kreeg ik een app van mien breur.
“Ik stuur dizze link deur van een podcast die ik van Henk Lucas kreeg.  Het giet over het Nedersaksisch en het wordt presenteerd deur o.a. Hendrik Jan Bökkers van de Sallandse streektaalband Bökkers.”
Bökkers.
Haar ik nog nooit van heurd.
D’r was een tied dat ik alles volgde wat uutkwam op meziekgebied, maor die periode was kört en overzichtelijk: jaoren ’70.
Meer dan virtig jaor leden.
Maor gelukkig heb ik femilie en vrienden die mij op dat gebied nog wat opvoedt.
Mien breur zette mij destieds ok op het spoor van Daniël Lohues, ku’j naogaon.

Over die link van die podcast huufde ik niet lange nao te denken; ik gao blind op het advies van beide heren.
Een uur duurde de eerste aflevering en ik heb geboeid luusterd.
Wat herkenbaor allemaole.
Over het praoten in de streektaol en hoe fout dat was in de jaoren ’70.
Over heimwee naor je eigen dörp a’j in een aander diel van het land woont.
Over de eerste streektaol-boerenrock van Normaal, de eerste streektaol-popmeziek van Skik…..
In de podcast maakte ik ok kennis met Bökkers uut Salland.
Mooi man.

Enthousiast zat ik an taovel te vertellen hoe onderholdend die podcast was en hoe ik d’r van geneuten haar.
Toen Gerard op zundagmiddag eem rustig zat vreug e waor of die podcast stun. Hij kreeg de link ok en vun het net zo mooi as ik.
Dan ku’j ’t d’r samen ok even over hebben.

Wat hum bijbleven was dat het slim belangriek is da’j op de Nederlandse tillevisie/radio te zien en te heuren bint met je streektaolmeziek.
Dat het hiel lang duurt veurdat de meziekindustrie je in ’t vizier kreg.
Da’j ‘vriendjes’ hebben moet in die wereld (dreit deur..) en ok nog een beetie mazzel.

Hoe ’t ok is: ik bin slim bliede met dizze ontwikkeling en met de herneide aandacht veur oonze streektaol, het Nedersaksisch.
As bonus bij mien blog vandage een link naor de website van ‘de Nedersaksen‘ én een link naor het lied ‘Naobers’ van de Bökkers.
Veul luusterplezier!

Wie bint allemoal noabеrs
Met hetzelfdе verhaal
En dezelfde historie
En dezelfde taal
In het westen de Randstad
En in het oosten de Pruus
An disse kant van de Iessel
Doar steet mien huus.

Nog eem wat aans:
Aanstaande zundag, 17 oktober, hebt ze mij uutneudigd um as schriever in de streektaol an te schoeven bij ‘Taol an Taofel’ in Dwingel, organiseerd deur Het Huus van de Taol. Ie kunt  luustern naor Henny Bouwman (gedichten) en Okke Panneman (meziek).
Mien naam stiet bij ‘proza’; ik heb d’r al wat kriebels van in de boek, want zingen veur publiek, daor drei ik mien haand niet veur umme, maor veurlezen…..
Liekt het je de muite weerd um daor bij te wezen? D’r is nog plek in de harbarg.
Hierbij een link naor de agenda van het Huus van de Taol, daor vin ie meer informatie.

Reageren

11 oktober: Waar doe je het voor?

Het is zondagmorgen en ik zit op de tweede rij in Op de Helte naast nicht Lianne en haar twee zoontjes van 5 en 6.
Voor de preek komt voorganger Sijbrand  van Dijk bij ons zitten en vertelt dat het vanmorgen in de kerk gaat over Jezus die tegen een rijke jonge man zegt dat hij alles weg zou moeten geven. Sijbrand vroeg aan de kinderen: “Zouden jullie wel heel rijk willen zijn?” 5-jarige zat al driftig te knikken; rijk zijn, dat leek hem wel wat!
6-jarige reageerde iets bedachtzamer.  “Nee,  want dan hebben anderen niet genoeg.”
Toen de dominee vervolgens vroeg of hij dan alles wat hij had wel wilde weggeven,  zei hij: “Nee,  want dan word ik zelf arm!”
Conclusie : we moeten eerlijk delen.
Na de viering hoorde ik Sijbrand zeggen dat het kind het  beste aandeel van de overdenking had geleverd.

Voor mij was het beste deel een confronterende vergelijking.
Wanneer leg je al je spullen weg?  Voor de paspoortcontrole op het vliegveld. Of als je in het ziekenhuis een operatie moet ondergaan.  Schoenen en kleren in de kast,  sieraden met familie mee,  telefoon etc. in het nachtkastje.  In je blootje met alleen het ziekenhuishemd aan geef je je over aan de artsen. Je vertrouwt jezelf aan hen toe en je weet dat het voor een goede zaak is, namelijk je gezondheid.
Het moment waarop dit mij overkwam staat in mijn geheugen gegrift: mijn hartoperatie in maart 2018.*
Het beeld dat Sijbrand opriep veroorzaakte emotie, maar ook inzicht in het ingewikkelde verhaal van de rijke jongeling.
Op het vliegveld en in het ziekenhuis weet je waar je het voor doet.

Als je weet waar je het voor doet ben je eerder geneigd afstand te doen van geld en goed.
En dan komen we weer bij het begin van dit blog: eerlijk delen.
Minder voor jezelf is meer voor de ander.

* Lees je nog niet zolang mijn blog en weet je niks van die operatie?
Lees dan het blog ‘Martien en vele anderen‘ over de eerste dag na de ingreep.

Reageren

Pagina 124 van 301

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén