een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 247 van 302

5 maart: Schilderen zonder penselen

Ada bezig met 'de Onlanden, 07.15 uur'

Ada bezig met ‘de Onlanden, 07.15 uur’

Met Harriët, Carlijn en haar vriendin Irene deed ik gistermiddag mee aan een workshop, een activiteit die werd aangeboden door de Taakgroep Vorming en Toerusting van onze PKN-gemeente. De workshop heette: schilderen zonder penselen. We trokken ‘oude verfkleren’ aan en meldden ons bij Judith (Oosterhuis, de workshopleider).

Harriët met papa’s oranje overhemd: opperste concentratie!

Het was de bedoeling dat we ons lieten inspireren door de natuur; eerst kozen we uit een aantal afbeeldingen van landschappen de foto die we het mooist vonden en die we het best bij onszelf vonden passen. Daarna probeerden we in gedachten ons landschap te visualiseren en daarna mochten we aan de gang. Met acrylverf. Maar niet met penselen dus. Met houten bestek, paletmesjes, bankpasjes, karton, stof, allerlei materialen waarmee je de verf op een maagdelijk wit papier kon aanbrengen.
Het was best moeilijk om te beginnen. We moesten zelf de kleuren mengen en we hadden maar één papier…..je kon het dus niet overdoen. Niet alleen het papier werd mooi beschilderd, ook onze handen en ons gezicht (bij sommigen ook het haar, de broek en de schoenen) werden van mooie kleuren voorzien.

Irene’s landschap verbeeldde ‘het meertje bij de Buitenkunst-camping’ (Westerbork)

Sommigen waren zo druk met hun werkstuk bezig, dat Judith echt even streng moest zijn: “Dames: nu echt even pauze nemen! Kijk maar even bij de buren wat die zoal doen. Vind je iets een leuk idee? Bedenk dan maar: goed gejat is beter dan slecht bedacht.”
Dus loerden wij op alle tafels om te bekijken wat de anderen hadden gemaakt en om nieuwe (gejatte) ideeën op te doen.

Het was weer erg verrassend om te zien wat er allemaal tot stand kwam. Er werd geconcentreerd gewerkt en voor onze ogen ontstonden zeer diverse landschappen.
Naderhand werden alle werkstukken even bekeken en vertelde de maakster hoe ze het had gemaakt.
Rondom deze tekst staan foto’s van de schilderijen en hun maaksters.

Carlijn: mooie kleurencombinatie

Volgende week zondag, 12 maart, zullen deze schilderijen tentoon worden gesteld in een zaal van Op de Helte: kom daar vooral even een kijkje nemen, volgens Judith hebben wij vanmiddag op hoog niveau gepresteerd!

N.B. Op dit blog staan alleen mijn gezinsleden.
Op de website van de PKN-gemeente Roden-Roderwolde >>> heb ik een verslag gezet met foto’s van de andere deelnemers.
Het verslag is wel hetzelfde, maar de foto’s zijn anders!

Reageren

4 meert: Rinus hef ’t verbruid.

Veurige weke veul het eerste exemplaar van Zinnig op de matte achter de veurdeure. Een Drents tiedschrift veur iederien die wat met Drenthe , Drenten en de streektaol hef.  Op 9 november (zie >>>) schreef ik over het proefnummer; ik nam geliek een abonnement .
Grappige columns, korte verhalen, gedichten en interviews. Het was weer slim aangenaam um d’r in te lezen.

Twee dingen wil ik in dit blog eem benuumen.
Dr stiet een groot interview in met Herbert Dijkstra. Scheuvel- en wielercommentator en verslaggever. Bekende Nederlander en nuchtere Drent. Hij slöt het zeer interessante gesprek of met dizze woorden: “Ik ken veul collega’s die zegt dat ze een hiel mooi warkleven had hebt. Maor zegt: “Nou as ik kleinkinder heb besef ik pas wat ik thuus heb laoten liggen.” Dat zal mij niet overkommen. Daorum blief ik ok het liefst under de radar. Ik huuf niet links en rechts nog ies in beeld. Gien interviews en dat soort dingen. As mien wark oflopen is, dan is het veur mij ok oflopen. Dan wil ik thuus belangriek wezen en niet in de spotlights staon.

In dizze wereld van ‘zien & gezien worden’ vin ik zu’n uutspraak een veraodeming.

Maor d’r was ok een uutspraak van iene waor ik mij an argerde. Argernissen laot ik op dizze website niet vake heuren, maor nou kan ik mij toch eem niet stille holden. An het woord was Rinus Bouwmeester, journalist en taolschulte.
Hij vindt dat het tied is veur een goeie regiosoap, zoiets as van jonge leu en oale grond uut Twente. En daornao zeg e: “Verder heb wij in Drenthe verlet van goeie veurbeelden, zoals Herman Finkers dat in Twente is.”

…….

Leeft Rinus under een stien of zo?
Hoe ku’j aans Daniel Lohues over de kop kieken!

Rinus hef ’t verbruid bij mij.

Reageren

3 maart: Wandelstok kwijt.

Gisteren had ik mijn moeder uitgenodigd om een dagje bij mij in Roden te komen. Vorig jaar moest ze om de klip-klap naar het ziekenhuis, nu het op dat gebied wat rustiger is komt ‘zomaar een dagje Roden’ weer in het vizier. De taxi haalde haar van huis en om half elf zaten we aan de koffie. Gezien haar leeftijd (85) gaat op zo’n dag alles in een wat lagere versnelling. We bereidden samen het eten voor (wortelstamppot, daar houdt ze van) en toen dat op het gas stond was er nog even tijd voor een aperitiefje; daar kunnen we samen dan zo van genieten!

Na het eten wandelden we Roden in. Ma liep altijd als een kievit, maar de laatste jaren wordt ze toch wat minder stabiel, vandaar dat ze altijd een wandelstok meeneemt. Ik fungeer als wandelende kapstok: ik draag de tas en de paraplu. We deden de gebruikelijke boodschappen; even naar Hans Anders,  de Wibra, de Kruidvat en de Jumbo. Toen we alle boodschappen bij de Jumbo hadden ingepakt riep Ma ineens in paniek: “Waor is mien wandelstok!?!?” Ik installeerde haar naast een vriendelijke meneer op een bankje voor in de supermarkt en liep eerst door alle gangpaden van de Jumbo. Geen wandelstok.
Vervolgens naar Kruidvat. Nee, geen wandelstok gezien.

Onderweg naar de Wibra liep ik tegen twee hele mooie jongens aan die me iets wilden vragen over een goed doel. “Nee heren, jammer, geen tijd! Ik ben voor mijn hulpeloze moeder op zoek naar haar wandelstok!” Een andere mevrouw die aan de andere kant van de jongens langs liep riep”Bij de Blokker hebt ze opvouwbare wandelstokken.”
Dat weet je dan maar weer. Bij de Wibra vroeg ik bij de kassa of ze een wandelstok hadden gevonden. Een vrouw in de rij bij de kassa riep: “Bij de Jumbo! Daor leup iene in ’t pad te vraogen wie zien wandelstok kwiet was….” Dat zijn de zegeningen van een dorp.

Terug naar de Jumbo. De meisjes bij de kassa wisten nergens van. Misschien bij de info-balie? Jaaaaah. Daar stond ie. Wat kun je dan blij zijn met een wandelstok.
Bepakt en bezakt liepen we naar huis.
Toen ik haar naar huis bracht genoot ze van het autorijden. “Wat bent de landerijen ja nat, de boeren kunt d’r nog lange niet op.” In Hoogersmilde wilde ze nog even naar de slager voor een verse worst. Die had ze in Roden ook wel kunnen kopen dacht ik, maar volgens mijn moeder kon die nooit zo lekker zijn als die van de slager in Hoogersmilde. Ze kocht de verse worst en ook een droge, die kreeg ik mee.
“Veur in ’t weekend bij de borrel.”
Gisteravond namen we alvast een stukje.
En of die worst nou uit Hoogersmilde komt of uit Roden, het maakt ons niet uit.
Het is Drentse droge worst!

Reageren

28 februari: Aandacht maakt alles mooier.

Gistermiddag zocht ik mijn ex-buurvrouw Zwanny op. Ze woont op een gesloten afdeling van Vredewold in Leek. De vorige keer >>> had ik beloofd dat ik een volgende keer m’n gitaar zou meenemen. De medewerkers van Vredewold vonden dat een goed idee. Nu de ouderen steeds langer thuis blijven wonen is hun toestand als zij worden opgenomen slechter dan een paar jaar geleden.

Als je iets wilt doen met de bewoners is eigenlijk bij alles  één op één aandacht nodig, behalve als je gaat zingen. In een kringetje zaten ze met z’n achten om mij heen. Twee van hen zongen bijna alle liedjes mee. Soerabaja. Middellandse zee. In ’t groene dal. De meneer die naast mij zat wiebelde genoeglijk mee op de maat van de liedjes; bij ‘het paardehoofdstel aan de muur’ veerde hij op en zong een paar regels mee.

Een klein uurtje heb ik gezongen. Vol aandacht bleven de bewoners in het kringetje zitten, wiegend, hummend en soms alleen maar luisterend. Helemaal op het laatst zong ik een lied dat ik van mijn opa Vrieswijk heb geleerd.
Voor de oorlog was hij schipper en hij kende uit die tijd de Knoalster Lorelei.
“Ik wait nait wat zel het beduuden dat ik zo miesderig bin…” Een echte Drent in onvervalst Gronings.  (voor tekst & meer informatie klik hier >>>)
Tot mijn stomme verbazing was er een mevrouw die dat lied kende.
Opgetogen zong ze het gedeeltelijk met me mee.

Toen ik afscheid nam vertrouwde een medewerkster me toe dat ik wat haar betreft wel iedere week mocht komen. Dat weet ik ook nog wel uit de tijd dat mijn schoonmoeder in
’t Beurtschip zat: als wij met de bewoners gingen zingen, konden zij even rustig hun administratie bijwerken en alvast wat voorbereiden voor de rest van de dag.
In dit soort tehuizen zit men te springen om vrijwilligers.
Als we allemaal een stukje oppakken (fietsen op een duo-fiets, een spelletje doen, helpen met knutselen etc) dan snijdt het mes aan twee kanten: de bewoners krijgen meer persoonlijke aandacht en het personeel krijgt hulp bij het organiseren van ‘extra dingen’.
Heb je soms wel een uurtje over? Ga eens vragen bij een zorg-instelling in je buurt of je iets kunt doen.
Je wordt met open armen ontvangen!

Reageren

27 februari: Alles giet d’r boeten stil um deur

Vandage is het negen jaor leden dat mien Va zomaor uut de tied kwam.
Veurig jaor schreef ik in dat kader over The second walz van André Rieu en over wat die muziek met mij deu.
Vandage zet ik weer een muziekstuk op dit blog, maor dizze keer wat hiel aans. Het is een lied van Roelof en Harm en het het “Alles giet d’r boeten stil um deur.”

Het lied beschref wat d’r gebeurt as d’r iene plotseling komt te overlieden.
Je eigen wereld stiet op de kop, ie wordt overweldigd deur het verdriet dat je overkomt en ie constateert tot je verbaozing dat de wereld veur de aandere meisn gewoon deurgiet.
In Hoogersmilde veul dat in de rouwperiode nog wel met: iederiene wus dat Vrieswijk overleden was, dus as ik bij supermarkt Meintjes was weur ik vriendelijk anspreuken en condoleerd. “Wat is d’r toch gebeurd en wat ja arg veur je moe”. Zukswat.

Moar twee dagen later  leup ik in Roden bij de Super de Boer en daor wus eigenlijk gieniene dat mien va drie dagen leden overleden was. Mien olders woonden ja niet in Roden. Ik leup daor met mien karregie tussen de aandere meinsn en vuulde mij zo unheimisch en verleuren. Alles gung maor gewoon deur, terwijl ik an niks aans denken kun as dat mien va d’r niet meer was.

Roelof en Harm zingt: Het was as of op dat moment de wereld stil bleef staon en alles gung d’r boeten stil um deur…..

De eerste keer dat ik het liedtie heurde zat ik bij Roelof en Harm bij een veurstelling en was ik slim emotioneel. Ik zag mijzölf met het boodschappenkarregie bij Super de Boer lopen en veulde weer het ongeleuf en het verdriet over het overlieden.
Maor het lied gaf ok troost. Toch giet het leem d’r stillegies um deur.
Het verdriet kreeg de tied um te slieten en deur de jaoren hen gaot de scharpe raandties d’r wel of. Het leem giet deur. In 2008 zee d’r iene tegen mij: ie moet zu’n overlieden zien as het omvallen van een hiele dikke boom in een bos. In het begun staot alle bomen die d’r umtoe stunnen in het volle licht en hebt ze d’r slim veul last van dat die dikke ‘naoste’ boom d’r niet meer is. Bij het omvallen bent d’r wat takken die verstrengeld waren met ropt, dus het döt zeer en het locht is veuls te fel. Een lillijke, lege plek in het bos. Maor allengs gruit de aandere bomen naor mekaar toe en vult ze zo samen de lege plek op.
Op de plek van oale boom komt weer jonge boompies en nao een jaor of tien zie j’ d’r niet zoveul meer van.

Een mooi beeld vun ik. En zo is ’t ok gaon. ’t Is goed zo.
Maor bij dit liedtie >>> van Roelof en Harm prikt het nog wel altied eem.

Meer blogs over dizze dag: 2016 >>>  en 2015>>>

Reageren

26 februari: Bijna lente in Drenthe.

Gistermorgen stapte ik rond 09.00 uur in de auto; op het programma stond een dagje Emmen met tante Trijn. Dan wordt ik ’s morgens al wakker met een ‘schoolreisjes-gevoel’: een hele dag beppen, kleppen en shoppen met z’n tweeën.

Op de reis van Roden naar Emmen rijd je dwars door de provincie Drenthe.
Het had de laatste dagen flink geregend en het Lieverse Diepje en de Drentse Aa waren uitgegroeid tot flinke beken, boordevol, met hier en daar een uitwaaier op een ondergelopen weiland.
In Bunne liepen alweer twee ooievaars parmantig in een weiland te stappen.
Bij Vries vloog een kraai over de weg met een flinke tak in de bek: nest in aanbouw!
Richting Borger ontwaarde ik twee reeën bij een bosrand en bij Odoorn zat een dikke buizerd te loeren op een paaltje langs de weg.

Om deze tijd van het jaar liggen de meeste akkers er al weer strak en zwart bij, behalve vlak voor Borger. Daar liggen ‘de voetbalvelden met graszoden’, keurig gemaaid en groen.
Je ziet dorpen een stukje van de weg afliggen, hier en daar een kerktoren, een fietspad op zaterdagmorgen met een groep uitgelaten mannen die zich niks van het slechte weer aantrekken én…….. heel veel bos en bomen.

Wat mooi. Bijna lente in Drenthe
“Zie je dat allemaal als je achter het stuur zit?!?” vroeg Gerard gisteravond. “Let je wel een beetje op de weg?”
Ja hoor, ja.
Ik rijd gewoon niet zo hard…..

Ons dagje Emmen ging veel te snel voorbij.
We hebben elkaar altijd zoveel te vertellen.
Lief en leed passeert de revue.
We luisteren naar elkaar en steken elkaar een hart onder de riem.
Twee Vrieswijken die al jaren anders heten, maar o zo diep met elkaar verbonden.

Bij Meneer Jamin kocht ik een grote zak paaseitjes.
Die haalt Pasen niet.

Reageren

24 februari: Wadapartja.

Het is deze week voorjaarsvakantie. Nu de kinderen niet meer thuis wonen krijgen Gerard en ik daar weinig van mee. Maar Carlijn en Harriët hebben wel vakantie en bedachten ‘dat we dan samen wel wat leuks konden doen’. Wat een goed idee! Maandag was mijn vrije dag en om 12.30 uur spraken we af in de binnenstad. We zouden eerst gaan lunchen.
Gerard werkt ook in de binnenstad en haakte gezellig aan: rond 12.45 uur zaten we met z’n vieren bij ‘Wadapartja’ aan het Gedempte Zuiderdiep. En inderdaad: heel apart.
Dit staat op hun website >>>:

Wadapartja is’n nij concept in Grunn; mid’n in staad aan’t Gedempte Zuuderdaip, gevestigd in een schier monumentaal pand, verzain van een terras met ook in de winter een zonnetje.

Je kunt bij ons gezellig winkel’n, eet’n en drink’n gedurende de hele dag en avond. Er is ontbijtje, lunch en een lekkere vullende hap bie borrel, zodat je niet van sfeer hoeft te wissel’n door in ‘uit eet’n modus’ te goan of ergens anders heen te moet’n.

Nij in Grunn is dat alles woarst du gebruuk van moakst te koop is: van toavels en laampen tou aan servies, van koffieboon’n en dipstip tot sapjes.

Centraal stoat de hoeslijke gezelligheid. Deze is ook terug te vind’n in de sfeervolle inrichtings, de winkel en op de menukaart.

Wij bogen ons over die menukaart en verbaasden ons over de bijzondere dingen die je kon bestellen; ‘gebakk’n aaaaiern’ , ’tsjieskeek’, ‘sjembektoast’ ‘bultje met eerdappels’.
We bestelden allemaal een lekker broodje en genoten van dit kadootje op een voor ons doordeweekse maandag. Ik bestelde een broodje ‘geflankeerde kip’.
Na al dat lekkers moest Gerard weer aan het werk en ging ik met de dames ouderwets Grunn’n in. Gezellig!

Reageren

23 februari: Catharinakerk ‘revisited’.

Op 20 februari schreef ik al over de heropening van de Catharinakerk.
Inmiddels zijn er foto’s, hierbij een link naar de website van PKN-Roden >>>.
Op dat bewuste blog had ik al van alles gedeeld, maar er was nog meer te vertellen, vandaar dat ik vandaag nog een kleine aanvulling geef.

Eén regel in Psalm 84 is “De mus, de zwaluw vindt een woning”. Bij die regel had de werkgroep ‘Liturgische bloemschikking’ een werkelijk prachtig bloemstuk gemaakt.
Het verbeeldt een levensgroot nest, waaruit een veelkleurig boeket ontspringt. (foto Han Post). Het nest staat symbool voor het huis van God, waarin ‘de mus en de zwaluw een woning vinden’ en de bloemen staan voor onze veelkleurige gemeente die uit heel veel verschillende bloemen/leden bestaat.

De nieuwe doopschaal (foto Fokke de Jong) staat op een lichte, houten stander en is voorzien van de kleuren van de regenboog. Op deze manier zijn onze drie kerken door die kleuren met elkaar verbonden: in de Jacobskerk in Roderwolde door de veelkleurige raamdecoratie, in Op de Helte door het regenboog-ornament en in de Catharinakerk dus door de doopschaal.

Als laatste wil ik de aandacht nog vestigen op een lied dat wij met de Catharina-cantorij zongen:  ‘Een vrouw die naar de hemel heet’. Het is een lied over Catharina van Alexandrië en de tekst en de muziek zijn van Sytze de Vries. “Voor een Catharina-kerk” staat er boven dat lied. Het refrein werd steeds door de gemeente meegezongen en het paste heel erg goed bij deze viering:
Haar naam verleent ons onderdak. Haar leven dat van liefde sprak,
het torent hier in weer en wind: Catharina, koningskind.

Deze Catharina-kerk is een monument dat al meer dan 9 eeuwen onderdak verleent aan gelovigen uit Roden en omstreken; we kunnen vooreerst weer jaren vooruit!
A.s. zaterdag 25 februari is de kerk vanaf 14.00 uur open voor bezichtiging. Ben je in de buurt, kom dan vooral een kijkje nemen. Ter gelegenheid van de heropening biedt de Protestante Gemeente Roden-Roderwolde de bevolking van Roden een optreden van Ellen ten Damme aan. Dat begint om 16.00 uur en de entree is gratis: komt dat zien!

Reageren

21 februari: Manic monday

Maandagmorgen. Op de radio is het liedje ‘Manic monday’ van The Bangles.
In de volksmond heeft maandag geen beste naam; ik moet eerlijk toegeven: vroeger (toen de weekenden heftiger waren) had ik daar meer last van dan nu.
Maar ik moet altijd wel een beetje op gang komen.

Rond een uur of tien fiets ik in een druilerige motregen met wat lege flessen richting het centrum van het dorp. In de Jumbo zit een klein jongetje van een maand of 10 in het karretje van zijn moeder. We kijken elkaar aan en ik glimlach naar hem. Een stralende tandeloze glimlach krijg ik terug. Sjans op de vroege morgen.
Bij de kassa zegt de juffrouw: “U mag een gratis bosje bloemen meenemen, mevrouw!”
Zomaar. Tulpen kies ik uit. Eenmaal thuis zie ik zelf ook wel waarom ze gratis zijn.
De onderste puntjes van de stelen zijn al bruin. Sommigen zijn al een beetje open, anderen een beetje kromgegroeid en één tulpenkopje valt zomaar van zijn steeltje…..
Anders hadden ze ze weggegooid denk ik.

Kan me niks schelen. Ik schik ze in een vaas en zet ze op mijn aanrecht.
Gratis bloemen op maandagmorgen.
Op de radio klinkt inmiddels Boudewijn de Groot met ‘Beneden alle peil’. Prachtig.
Nu koffie. Prima begin van de week.

Reageren

20 februari: Opening van de Catharinakerk

Naar 19 februari keek ik al een tijdje uit. Op die dag zouden we eindelijk zien hoe de Catharinakerk er uit ziet na de ingrijpende verbouwing. Zes maanden was de kerk dicht; af en toe werd er een tipje van de sluier opgelicht.

Er waren geruchten. Is kerk gebouwd op een prehistorisch hunebed? Worden de grafzerken tentoongesteld? Zijn er botfragmenten gevonden in de aarde rondom de kerk bij het graven van de riolering?
Voor de antwoorden op deze vragen verwijs ik naar onze PKN-website >>>.  Het is natuurlijk prachtig, zo’n eeuwenoud gebouw, maar niet praktisch, dus wil je hier vieringen in blijven houden, dan moet het worden aangepast aan de eisen van de moderne tijd. Een kerk is per slot van rekening geen museum.

Gistermorgen om 08.30 uur stonden we als Catharinacantorij wat onwennig op een lichte tegelvloer.
Nieuwe stoelen, nieuwe opstelling, zelfde cantrix, zelfde zangers. Achter het orgel zat Erwin Wiersinga. Hij was aan het morrelen met zijn spiegel om de cantrix te kunnen zien, waarop één van de bassen het lied ‘Spiegelbeeld’ inzette; bas werd vervolgens bestraffend toegesist door een tenor: “Hou op man, straks moeten we nog nablijven..!”

In de viering kwam de naamgeefster van de kerk, Catharina van Alexandrië, hoogstpersoonlijk langs om ons iets te vertellen over haar leven. Ook benieuwd? zie >>> Psalm 84 stond centraal. “Hoe lieflijk, hoe goed is mij Heer, het huis waar Gij uw naam en eer hebt laten wonen bij de mensen.”
In de overdenking nam de voorganger ons mee naar de verschillende vormen van het huis van God door de eeuwen heen: een tent in de woestijn, een tempel in Jeruzalem, een kerk in Roden. “Maar God woont niet in de kerk” zei de predikant “Hij is daar waar wij mensen zijn, Hij woont in ons”.

Natuurlijk kun je van alles vinden van de verbouwing. Ik vind het geslaagd. Vooral het

Voorproefje: zijbeuk met stiltehoek; in de vloer 3 oude grafstenen.

portaal waar je binnenkomt is erg mooi geworden en we kunnen nu ook inpandig naar de wc: een grote vooruitgang.
Wel miste ik gelijk het zandstenen doopvont.
Het liturgisch centrum is helemaal vernieuwd en er was een nieuwe glazen doopschaal.
Oeh. Dat vond ik wel jammer. Het doopvont was verbannen naar een plekje achterin de kerk. Ik weet nog dat we met ons gezin bij dat doopvont stonden toen Carlijn werd gedoopt; op dat moment was ik heel erg doordrongen van het feit dat we deel uit maakten van een eeuwenoude christelijke traditie.
Maar Gerard heeft veel minder last van dergelijke historische gevoeligheden.
“Dat doopvont stond hier nog maar een jaar of 25 hoor…. daarvoor was het overtollig geworden bij het Drents Museum en dáár weer voor werd het gebruikt als drinkbak voor paarden in een weiland in Drenthe.”

O. Dus. Ik zette mijn historische gevoeligheden voor de rest van de dag in de koelkast en genoot van deze feestelijke dag; we kunnen de Catharinakerk weer gebruiken en het is er voor de moderne kerkmens een stuk aangenamer op geworden.
Anne Jongsma en alle andere harde werkers: chapeau!

Inmiddels staat er een mooi verslag (gemaakt door Zwanny Kamp)  van de feestelijkheden van deze dag op de PKN-website. Zie >>> Daarop staan ook twee links naar de fotoreportage’s van Han Post en Fokke de Jong.
Luisteren:  ’s Middags genoten we van een prachtig mini-concert van Erwin Wiersinga op het Hinsz-orgel. Je kunt het beluisteren op Kerkomroep >>> (Plaatsnaam Roden, Catharinakerk, 14.42 uur, tijd doorspoelen naar 46:45)

Reageren

Pagina 247 van 302

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén