een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 246 van 309

7 juli: Canada 12 – My way

Het laatste deel van onze Canada reis brachten we door in de buurt van Ottawa. We waren uitgenodigd om te logeren bij nicht Judy en haar man Dennis.
Toen we aankwamen werden we dol-enthousiast begroet door Bentley, hun golden retriever.

De hond was zo mak als een lammetje. Hij vond de visite erg gezellig en was blij met schoonzus Lammie, die regelmatig met hem uit wandelen ging.
De volgende dag bracht dat de buurt behoorlijk in verwarring. De één herkende wel de hond, maar niet de baas, andere buurtgenoten waren verbaasd dat hun hond zo enthousiast reageerde op een ‘vreemde’ hond of groetten Lammie en dachten “Wat ziet Judy er anders uit….!”

Op de eerste dag namen ze ons mee naar Ottawa, daarover zal ik morgen een blog schrijven. Vandaag een verslag van de tweede dag van ons verblijf daar; toen namen Judy en Dennis ons mee in hun speedboot.
Maar dat was leuk!
We voeren op de Rideau-river, die bij Ottawa in de Ottawa – river stroomt. Wat een brede rivieren daar in Canada!

Met wapperende haren zaten we als ‘jet-setters’ in de speedboot. Langs de rivier wonen de bemiddelde Canadezen met hun achtertuin grenzend aan het water; allemaal een eigen aanlegsteiger, allemaal een eigen boot. Met prachtig onderhouden tuinen, mooie veranda’s en grote huizen. Dennis vertelde ons dat daar rijke zakenlui woonden en beroemde ijshockey’ers en golfers.
We keken ons de ogen uit, je waant je even in een andere wereld. We meerden aan bij een terrasje aan het water en boden onze familie een warme maaltijd aan.
We hieven het glas op de aangehaalde familiebanden en genoten van het eten en van elkaars gezelschap in de avondzon.

Toen we terugkwamen moest de boot weer in de stalling en Judy deed het dekkleed er overheen. Dat had ze niet helemaal goed gedaan, want de laatste knoopjes lukten niet dicht. Dennis, eigenlijk koude kant van de familie, zei toen iets waardoor hij wel een broer van Gerard en Jan kon zijn:
“Jude, you didn’t do it good.
There are two ways to do this: my way or the wrong way…..!”

Reageren

5 juli: Canada 11 – Niet met de bus!

We waren van te voren talloze malen gewaarschuwd: in Quebec moet je in het Frans converseren, de mensen daar willen absoluut geen Engels praten. In de praktijk bleek dat reuze mee te vallen. Aan de balie van ons hotel in de binnenstad van Quebec deed ik in mijn beste Frans het woord, maar toen de receptioniste door kreeg dat mijn mede-reizigers dat niet begrepen zei ze: “Shall I try it in English?”

Het was vermakelijk hoe ze probeerde Geert Waninge uit te spreken. Kejt Vennige…. maar we kwamen er prima uit samen. Toen we de volgende morgen vroegen hoe we de bus moesten nemen om in het centrum van de stad te komen riep ze: “No bus! Il faut marcher! You should walk, it’s beautiful!” En of ze gelijk had. We kregen een plattegrondje mee en verkenden de stad te voet; het was prima te doen.
Na Toronto en Kingston was dit de derde Canadese stad die we bezochten. Quebec is beslist een heel ander verhaal; het heeft nagenoeg geen hoogbouw en doet denken aan Parijs. Het is de enige stad in Canada met een stadsmuur en poorten en de geschiedenis gaat terug tot begin 1600.

Schoonzus Lammie en ik trakteerden onszelf op een stadswandeling door het oude stadsdeel. Onze gids sprak vloeiend Engels en was opgegroeid in Quebec. Trots vertelde ze over de oude kerken en de eeuwenoude geschiedenis van de stad. Als Nederlandse luister je dan met ‘gekleurde oren’: we vertelden haar maar niet dat de kerk in Roden uit de 13e eeuw stamt.

Op het hoogste punt van Quebec: uitzicht over St. Lawrence river

We waren drie kwartier later terug dan we met de mannen hadden afgesproken. De gids maakte zich daarover geen zorgen. Ze was nog niet klaar met haar verhaal. “They probably buy themselves a beer…..”
Mannen zijn kennelijk overal in de wereld hetzelfde.

We genoten van de stad. Terrasjes, mensen kijken, echte Franse uiensoep, boemelen met andere toeristen langs kleine winkeltjes en schilders en de mooie uitzichten over St. Lawrence river.
Verrassend was onze ontmoeting met Aldo, de ezel. Die stond in de achtertuin van de bisschop samen met Holly de geit; dat verwacht je niet in het centrum van een wereldstad achter de wereldberoemde Notre Dame kathedraal. Op internet vond ik een artikel over Aldo en Holly: ze gaan in juli verhuizen naar groenere weiden, dus wij horen bij de gelukkige toeristen die het illustere tweetal nog in de binnenstad hebben gezien. ( info: zie >>>)
Aldo hoort eigenlijk thuis in het vorige Canadablog, maar hij verdient een hoofdrol en een foto op deze website!

Reageren

4 juli: Canada 9 – Dieren in Canada

Op onze reis door Canada beleefden we van alles en tijdens onze avonturen kwamen we ook allerlei dieren tegen.
Heel veel van die dieren hebben we in Nederland ook, maar sommigen waren toch ook weer anders.
In de tuin van nicht Margaret zagen we vogels ter grootte van een merel met een rode voorkant. “Hoe heet die vogel?” “Roodborstje” was het antwoord. Huh? Net als de koelkasten en koffiebekers zijn de vogels kennelijk ook groter in Canada.
Op een wandeling door Gananoque ontdekten we een schildpad die net een ei had gelegd in een gat in de grond; hij was bezig om het weer met aarde toe te dekken. (klik op de foto voor een vergroting).
Dieren passen zich overigens moeiteloos aan aan het gedrag van mensen.
Rondom de ’thousand Islands boat’ vlogen onophoudelijk meeuwen die stukjes brood (en loempia) probeerden op te vangen die toeristen naar ze toe gooiden vanaf de boot en in de haven van Kingston

….. familie Gans met puberkuikens….

scharrelde de familie gans met puber-kuikens langs de boulevard, al schooiend om stukjes van je ijs-koekje.

Overal in Canada zie je zwart-grijze eekhoorns, veel minder schuw dan in Nederland. Maar tijdens een wandeling in een nationaal park zagen we een nest kleine ‘chipmunks’: van die Knabbel & Babbel eekhoorntjes uit de Donald Duck met streepjes op de rug

Boven de bossen in Canada zweven heel vaak grote roofvogels. Toen we in de kayak zaten vloog er vlak voor ons één uit het struikgewas met een muis in zijn klauwen. Even verderop zagen we een enorm nest van zo’n vogel in een dennenboom.

Rond en op het water vind je reigers, eenden, aalscholvers, fuuten en ganzen.
Het spectaculairste beest zagen we tijdens het zwemmen in een meertje; het was een zwarte waterslang. Met heilig ontzag bleven we ver uit zijn buurt. De schrik zat er even goed in, toen we een dag later in de kayak zaten voeren we met een grote boog om een kabbelend boomtakje heen….

Niet alle dieren waren even leuk. Een grote zwarte libelle is op zich niet gevaarlijk maar als ze in groepjes van 10  langs je hoofd scheren is dat niet prettig. Ook zwermen kleine steekvliegjes maakten ons het leven zuur; op foto’s van een boswandeling staan wij steeds met onze armen in een heel vreemde houding omdat we voortdurend moesten wapperen om ons de vliegjes van het lijf te houden.
En in de vijver  achter ons hotel zat een kikker iedere avond onophoudelijk  zo hard te kwaken, dat schoonzus Lammie tijdens het klaverjassen overwoog om naar buiten te gaan  ‘om de batterijen er uit te halen’……
In Kingston zagen we een rat. Of een konijn? Of een wasbeer? Het beestje verstopte zich achter een graspol en bespiedde ons. En wij hem.
Later in het hotel zochten we op wat voor dier het was: een groundhog. In goed Nederlands een bosmarmot. De foto hebben we niet zelf gemaakt, die haalde ik van een Canadese site waarop je kunt lezen hoe je het snelst van die beesten af komt. Je kunt er dus ook last van hebben.

In Canada zijn ook heel veel bevers. Die hebben we niet gezien, maar het beest kwam wel voorbij in een gesprekje met Cheryl, een aardige medewerkster van het hotel waar logeerden. Cheryl liep ’s morgens opgewekt als een vrolijke ‘Mien Dobbelsteen’ in de keuken te redderen en te zorgen dat de voorraden op peil bleven. Ze maakte graag even een praatje. “I’m as busy as a beaver!” riep ze op een ochtend. Wij vertelden haar dat we haar in Nederland een bezige bij zouden noemen.

Reageren

3 juli: Canada 7 – Rabarber-muffins van Lynn.

Gerard en ik logeerden de eerste dagen in Canada bij Gerard’s neef Henry en zijn vrouw Lynn. We kenden de familie in Canada van te voren niet heel erg goed. Dan is het best wel spannend als je te gast bent in hun huis. Als we ons daar al zorgen over hadden gemaakt, dan vielen ze weg op het moment dat we kennis maakten. Wat een hartelijke mensen.
Na een paar dagen en vele, soms emotionele gesprekken voelde het al net zo vertrouwd als ‘gewone’ familie. Hun moeder en Gerards vader waren zus en broer. Maar omdat hun moeder al vrij vroeg overleed (in 1975, de jongste dochter Judy was toen nog maar 13) was er met de familie Waninge minder contact dan met de familie van vader, de Wichers-kant. We haalden herinneringen op aan de ouders en probeerden een stukje familiegeschiedenis te achterhalen.

De eerste zondag zaten we met z’n allen in tuin van Fred en Nikki. Iedereen had wat lekkers meegenomen voor een buffet en warempel: het leek wel een familie-Waninge bijeenkomst. Er werd druk gepraat en gelachen, we hieven het glas op de familie, iedereen genoot van het meegebrachte eten en de mannen gingen een spelletje Jeu de boules doen. Niks anders dan wat wij doen op een familiedag (zie verslag van gisteren)

Even terug naar gastgezin Henry & Lynn. We werden erg gastvrij onthaald, het voelde een beetje als een luxe ‘Bed&Breakfast’. Iedere morgen stond er een heerlijk ontbijt voor ons klaar:  yoghurt met vruchten, geroosterd brood, thee, vruchtensap en door gastvrouw Lynn zelfgebakken rabarber-muffins. ‘Rabarber’ heet daar ‘rhubarb’; het Nederlandse woord is door een Canadees niet uit te spreken. Die muffins waren heel erg lekker; Lynn heeft me het recept van de rabarber-muffins via de mail toegestuurd.
Ook eens proberen?
Klik hier rabarbermuffins voor een PDF met het recept.
Het recept kreeg ik natuurlijk in het Engels. Met behulp van google-translate heb ik geprobeerd een vertaling te maken. Op het PDF vind je eerst Lynn’s versie en daarna de vertaling.
Het was nog een heel gedoe om het recept om te zetten. Van de ‘cups and teaspoons’ van Lynn heb ik grammen en milliliters gemaakt met behulp van een website waarop dat haarfijn wordt uitgelegd. Hierbij een link>>> naar die pagina.
Verder was het voor mij wat ongewoon dat Lynn gebruik maakt van baking-soda en baking-powder. Op internet vond ik een pagina waarop het verschil wordt uitgelegd.
Als je iets zuurs in je baksel verwerkt (in dit geval dus karnemelk) wordt baking-soda aangeraden, doe je dat niet dan moet je meer bakpoeder gebruiken.
Hierbij een link >>> naar die pagina. Advies: lees even door en bekijk zelf wat voor jou het beste is. Met andere woorden ‘kiek moar eem.’
Op de foto’s links en rechts van deze tekst het resultaat van mijn bakkunsten, ik heb exact het recept van Lynn gevolgd.

Reageren

2 juli: Familiedag Waninge 2017

Gisteren was de 29e editie van de jaarlijkse Waninge familiedag. We kwamen bij elkaar in Bovensmilde, daar woont  jongste zoon Sander van Gerards oudste broer. Wat een feest was het weer.

In de ochtend deed het weer deed ontzettend z’n best om de dag te verpesten; maar dat lukte niet omdat de organiserende familie het prima voor elkaar had. Een grote overkapping, partytenten en een grote, open schuifpui naar een ruim huis dat helemaal was opengesteld voor de familie. Ruimte genoeg voor alle stoelen en tassen met koffie, brood en drinken.
Geen één steek heb ik gebreid gisteren. Dat zegt iets. Na de koffie en de broodjes werd het programma bekend gemaakt: er waren heel veel spellen gehuurd, het was de bedoeling dat we gezellig spelletjes gingen doen en verder vooral veel kleppen en teuten. Er waren ook kaarten en een klaverjas-scorebloc. Met schoonzusjes Hennie en Ali en dochter Harriet claimden wij een hoek van de grote picknicktafel, schonken zoete wijn in een koffiekopje (glazen doen we niet aan op zo’n dag, te veel gedoe) en gooiden de kaarten rond voor ons eerste potje klaverjassen. Naast ons formeerde zich nog zo’n groep; die gebruikten twee koelboxen als tafeltje.

Op de andere hoek van de picknicktafel deed men bingo. Deelnemers met een rose briefje met nummers zaten verspreid over het leefgebied. Dat ontaardde in een enorm geroep van nummers.
“Watte? Viemdattig of viemzestig? Hè? HONDERDENDRIE!”
Tussendoor liepen tientallen kinderen van alle leeftijden hun eigen ding te doen.

Na twee kopjes wijn gingen we een potje tafelvoetballen en daarna gingen we met een groepje Uno doen. Vervolgens vonden Ali en ik een derde en een vierde man voor nòg een boom klaverjassen. Vandaar: niet één steek.

Zomaar wat familiedag-waarnemingen:

In één pot had de tegenpartij 220 roem. Het hokje op het scorebloc was te klein voor zo’n groot getal.
Schoonzus Hennie: “Net als die mop over dat vragenformulier over wat je tegen elkaar zei in je eerste huwelijksnacht. Dat is bij het invullen dan zo’n klein hokje dat iedereen daar zegt: “Past d’r niet in!” Grote hilariteit. Waninge-humor.

“Je zoontje huilt in z’n bedje. O…..dat weet je wel.”.

Een hoogzwanger nichtje is nog net zo luidruchtig en doet nog net zo raar als voordat ze zwanger was. Een andere nicht draait aan het bingoballetjes apparaat en zucht quasi-zorgelijk: “’t Komt niet goed dat die een baby krijgt…..”

Achterneefje Jesse zit op drumles. Hij zit genoeglijk met Carlijn, Wim en Harriët op de trampoline. Hij legt uit hoe hij verschillende ritmes leert. Peer 1. Appel 2. Sinaasappel 4. Ondertussen vraagt hij of Wim en Carlijn getrouwd zijn, of ze kinderen hebben, waarom niet en of Carlijn en Harriët tweelingen zijn.

Tijdens het ook altijd aanwezige volleybalspel schreeuwt iemand: “Jacob! Onderhands!” waarop Jacob roept “Waar is Hans?!”
Even later. “LOS!” “……o nee, toch niet….” Punt voor de tegenpartij.
Wie viel had pech. Want modder en nat gras.

Tijdens onze laatste boom klaverjassen werd het ineens verdacht stil. Dat betekent bij de familie Waninge maar één ding.
Eten. Naast het woonhuis stond inmiddels een ‘snackwagen’, waarvoor een groot deel van de familie zich verzameld had. Onbeperkt patat, kroketten frikadellen, hamburgers, braadworsten en kaassoufflé s eten.
“Heb je de cateraar wel verteld dat de familie Waninge over het algemeen heeeeel veel eet? ” vroeg iemand aan Sander.
‘Nee, natuurlijk niet. Dan wordt het nog duurder.’

Maar uiteindelijk had iedereen genoeg gehad.
De jongste zoon van Sander begon alvast met opruimen…….

Benieuwd naar alle edities van onze familiedagen tot nu toe?
Klik dan hier voor het verslag uit 2014, daar onder vind je een overzicht van alle jaren.

Reageren

1 juli: Canada 6 – In de boot

Op 28 juni schreef ik dat we heel eigenwijs op St Lawrence river bij Gananoque hadden gekanood.
Maar zo eenvoudig als het er staat was het nou ook weer niet. Ik moet echt ‘iets’ overwinnen voor ik quasi nonchalant in zo’n boot zit te peddelen .

Voor we de boot meekregen moesten we allemaal een formulier invullen en ondertekenen.
Dat we altijd ons zwemvest aan zouden doen.
Dat de verhuurder niet aansprakelijk is voor schade of verlies.
Dat we ons er van bewust waren dat de kano kon omslaan, dat we gewond konden raken en/of konden verdrinken.
Zo’n formulier helpt niet echt als je toch al niet zo’n durveres bent.

Eerst gingen we op het droge oefenen. Mijn lange benen kreeg ik amper in de boot en eruit klimmen was ook een gedoe: ik kan mijn eigen gewicht niet met mijn armen omhoog drukken. Zie er dan maar eens uit te komen; het lukte wel maar charmant is anders.
Verder kregen we een klein pompje mee om het water uit de boot te pompen als dat er in kwam en we moesten het fluitje opzoeken dat in ons zwemvest zat: daar moesten we in geval van nood drie keer op blazen.

Twee keer bekroop me tijdens bovenstaand verhaal het gevoel “dit moet ik niet doen”. Maar de anderen namen me op sleeptouw en o wat was ik blij dat ze dat gedaan hebben. Het was betoverend; ruim 4 uur duurde onze kayaktocht langs de 1000 Islands in St. Lawrence river.
We maakten een stop op één van de eilandjes. Er was een overdekte picknickplaats. We aten ons broodje en verkenden het kleine eilandje; wat een bijzondere belevenis om nu zelf op één van de 1000 (eigenlijk 1784) eilandjes in de grote rivier rond te lopen!

Als je kayakt zit je heel dicht op het water. Je kunt dicht bij de eilandjes langsvaren. Eén van de mooiste dingen was ‘de Halve maan baai’. Daar peddelden we in tot we niet meer verder konden. De wind viel weg, het water was spiegelglad en werd omsloten door bomen en struiken. We hoorden alleen wat vogels en het kabbelen van het water tegen de boot.

Paradijselijk, zo hebben wij deze boottocht ervaren.
De foto’s op dit blog geven niet weer hoe prachtig het was, maar je hebt even een idee.
Gelukkig zijn er geen foto’s van de aanloopproblemen.
Al zegt mijn lichaamstaal op de eerste foto eigenlijk al genoeg.

Reageren

30 juni: Canada 10 – Nederland in Canada.

Op reis door het immense Canada in juni leek Nederland heel ver weg. Maar door onze uitspraak van het Engels of het onderlinge Drents hadden de Canadezen al gauw door dat we ergens anders vandaan kwamen.
“Where are you from?” werd ons regelmatig gevraagd.
‘The Netherlands’ is kennelijk een bijster interessant onderwerp.

Goedha cheese, the Koikenhoof, Emsterdem, het kwam in vele gesprekken voorbij. Of ze hadden Nederlandse roots, of ze waren voor hun werk of met vakantie al eens in Nederland geweest; we hadden vele ontmoetingen en voerden evenzoveel leuke gesprekken.
Op zondag na een kerkdienst kwam ik in gesprek met de vrouw van meneer Wiersema, een Canadees met Friese roots. Zij had haar man opgegeven voor het koninklijke diner met Willem Alexander, omdat hij ook 50 werd op 27 april. Tot haar stomme verbazing werd hij uitgenodigd; apetrots waren ze!

In Toronto zaten we aan het ontbijt met een studente uit Colombia die Frans studeerde en vond dat de Canadezen lelijk Frans spraken. We hebben het maar niet doorverteld……
Een dag later ontmoetten we in het hotel een grote donkere mevrouw uit Jamaica die het mooi vond dat wij alle vier net zo lang waren als zij.
Wij vielen inderdaad wel op door onze lengte. Alles is groter in Canada, behalve de mensen!
Verder troffen we een hele vriendelijke ober in een pizzeria die ons enthousiast iets vertelde over Toronto en ons haarfijn uit de doeken deed waar we een flesje port konden kopen. Schoonzus en ik konden de man wel zoenen! In tegenstellling tot Nederland verkopen de supermarkten in Canada namelijk geen wijn enzo, daarvoor moet je naar speciale liquor-shops.

Nederland was ook niet ver weg door het alom aanwezige wifi. We hadden veelvuldig WhatsApp contact met kinderen, familie en vrienden en we hielden Nu.nl en Buienrader ook een beetje in het oog.
Na een week Canada constateerde Gerard blij dat het goed weer was op zijn bonen.
En toen wij op vrijdag 9 juni incheckten in een hotel in Gananoque riep hij opgelucht  nadat wifi was geïnstalleerd: “Ze staan met 2-0 voor!”
Het Nederlands elftal  speelde een kwalificatie wedstrijd tegen Luxemburg……..

Reageren

29 juni: “Wattig” op de bank met Sonneveld.

We zijn nu bijna een week thuis. We dachten met één goed geslapen nacht al van onze jetlag af te zijn, maar het blijkt nogal even door te werken. Wat ook niet echt hielp om weer in balans te komen was Gerard’s verjaardag afgelopen zondag: kinderen, aanhang, moeder en alle familie kwam hem feliciteren, taart eten en een borrel drinken. Gezellig!
Gerard en ik constateerden gisteravond allebei dat we deze week wat ‘wattig’ functioneren; ’s avonds zijn we moe en duf en zitten het liefst op de bank. Gisteravond kwam dat goed uit want er was een fantastisch nieuw televisieprogramma over Wim Sonneveld.

Sonneveld overleed in maart 1974.
Dertien was ik toen; het werk van Sonneveld kende ik omdat mijn vader quote’s van hem gebruikte.
“Ik heb als kind al so geleeë…..”
“Niet op reagere, Lena!”
“Een opvoeder is een stakker die in het duister tast.”
“En allemaal mee ete!” (lees hierbij het blog ‘Schone zonen’>>> van 28 maart 2016)
Complete liedjes zing ik mee en hele stukken uit zijn conferences ken ik uit mijn hoofd omdat mijn vader die opnam op zijn onvolprezen bandrecorder.

Deze week is op Nederland 2 de serie ‘100 jaar Sonneveld’ begonnen; gisteravond werd deel 1 uitgezonden en ik zat aan de buis gekluisterd.
Het overtrof mijn verwachtingen. Ik heb hem alleen maar als artiest gezien en gehoord, maar in deze serie komt hij zelf aan het woord. We zagen stukjes uit interviews met hem en horen meer over zijn leven en zijn achtergrond.
Maar ook frater Venantius kwam voorbij en het zielige liedje over kleine Dirkie en zijn hondje Hekkie.
Geen idee wat ik bedoel? Hierbij een link >>> naar een YouTube video van ‘de zingende frater’.

Richard Groenendijk presenteert het programma. Hij is minstens tien jaar jonger dan ik en kent Sonneveld ook alleen maar van het beeld/geluidsmateriaal en de verhalen. De komende drie weken zit ik op woensdagavond om 20.35 uur voor de televisie. In ieder geval neem ik alle afleveringen op.

De quote’s van mijn vader nam ik in de loop van de jaren over.
Onze dochters kenden dus wel bepaalde zinnetjes, maar niet de achtergrond. Toen oudste dochter Frea verkering kreeg met een jongen uit Alkmaar vertrouwde ze me toe dat hij leuke ouders had.
“En heel gek! Die vader zegt soms dezelfde teksten die jij ook altijd roept!”
“….ijzere-heinig-typ……”  

Reageren

28 juni: Canada 5 – Geen stadsmensen.

Toen we plannen maakten voor onze reis naar Canada hadden we bedacht dat we vijf grote steden gingen bezoeken: Toronto, Kingston, Montreal, Quebec en Ottawa. Maar na twee dagen Toronto dachten we daar inmiddels heel anders over. Als je de rust en de ruimte van het Drentse platteland gewend bent en je vindt Groningen een grote stad, dan moet je niet je hele vakantie in grote Canadese steden doorbrengen.

Thousand Islands in de St. Lawrence-river

We streepten Montreal alvast door.
Max Verstappen, the Grand Prix en heel veel drukte en lawaai gemist…… vonden we niet erg.
Kingston bleef op ons lijstje staan, maar we kozen niet voor de stad, maar boekten een hotel in Gananoque, een dorp 20 kilometer van Kingston verwijderd.
Vijf dagen waren we daar; het was er heerlijk.

Fort Henry

We verkenden de omgeving op ons dooie akkertje, maakten een boottocht op St. Lawrence river rondom the Thousand Islands en deden één dagje Kingston.
Daar kon ik een klein stukje geschiedenis meepikken: ik bezocht het museum Fort Henry >>>.

Charlestonlake Park

Verder bezochten we Charleston Lake Park, één van die prachtige parken die Canada rijk is; daar maakten we een wandeling door de bossen en langs meren en genoten aan een klein strandje van het water en het mooie weer.
Als klap op vuurpijl huurden we op de laatste dag twee tweepersoons kayak – kano’s en voeren heel eigenwijs op St. Lawrence river in de buurt van Gananoque. Dat was zo enerverend, daarover vertel ik meer in een volgend blog. Mét foto’s.

Toen we op een avond zaten te eten in een restaurant ontmoetten we een echtpaar uit de buurt. Ze vroegen zich af waar wij vandaan kwamen. “Your language is so simular to German. …”
Zij legden ons uit dat de naam Gananoque stamt van het native indiaans; het betekent “waar twee rivieren samen komen”. Je spreekt het uit als Kennonokwee.
Moeilijk heee.

Met ons hoofd nog in de wolken van alles wat we beleefden, spraken we de volgende morgen aan het ontbijt een zelfingenomen Amerikaan uit New York.
Hij vond Canada helemaal niks.
Hij stond te blazen dat alles in Amerika beter en groter en mooier was.
“Canada has no culture and no history, nothing interesting at all, just nature.”
Hij verbeeldde zich heel wat.

Wij lieten hem in de waan.
Onze ervaringen zijn heel anders.
De Canadezen zijn ongelooflijk gastvrij en in ieder geval al veel vriendelijker dan deze Amerikaan die ondanks zijn snoevende woorden geen goede reclame was voor zijn eigen land……

Reageren

27 juni: Canada 4 – Vier Drenten in wereldstad Toronto.

Na het verblijf bij onze Canadese familie in Elora/Fergus gingen we na zes dagen ‘op eigen benen’ op reis. Ons eerste reisdoel was Toronto. In onze gehuurde SUV met de geleende Tom Tom  (van Luuk) zochten we het hotel op dat we hadden geboekt en daarna reisden we met de bus naar het centrum van de stad.
We kochten een ticket voor de ‘hop-on-hop-off’ tourbus; je bent toerist of je bent het niet.
De gids wees ons trots op een appartement boven in een wolkenkrabber dat 28 miljoen dollar had gekost. Zwager Jan was niet onder de indruk.
“Nou, dan zit ie daor bovenin. Ie kunt d’r niet iens een pony holden…”
Vier Drenten in een wereldstad.

Hop-on-hop-of in Toronto

Twee dagen waren die tickets geldig en twee dagen maakten we Toronto onveilig. Natuurlijk bezochten we de CN-tower, we maakten een boottocht over the inner harbour van het lake Ontario, de overdekte St. Lawrence market en nog een aantal highlights. Maar ik geniet net zo erg van ‘de kleine dingen in een grote stad’. Op een muurtje bij de haven zitten en grote groepen mensen aan je voorbij zien trekken. Toeristen met allemaal dezelfde gele fluorescerende key-coard om die braaf achter hun gids aansjokken. Ganzen, meeuwen en eenden in de haven die precies weten wanneer de volgende boot weer aanmeert. Haastige inwoners van Toronto (fietsend, hardlopend) die met oortjes in slalommend om de toeristen heen bewegen.
Mensen in alle soorten, maten en kleuren, al dan niet zelf aangebracht in de vorm van soms lichaamsbedekkende tattoos. Soms met kapsels waarover mijn schoonzus opmerkte: “Als ik zulk haar had ging ik er naast lopen!”

Er is echt sprake van een toeristen-industrie. Bij het havencentrum was the Amsterdam Brewhouse (Toronto  en Amsterdam hebben een stedenband) met een replica van de Magere Brug. Daar lieten mensen zich op een wachtlijst zetten om op dat terras te mogen zitten; daarvoor sta je dan eerst in de brandende zon te wachten.
Daar zijn wij dan echt te nuchter voor. “Bi’j nou wiezer….”
Er was trouwens niet veel voor publiek toegankelijk strand langs de kust van Lake Ontario in de stad: we wilden een kop koffie drinken aan het water, maar we stuitten steeds op exclusieve Beach Clubs waar je lid van moest zijn.

Van ons hotel naar de binnenstad reisden we met de stadsbus. Meestal propvol, we waren blij als we konden zitten.
Naast mij zat op een avond een Chinese mevrouw. Dat kon ik zien, want ze las een Chinese krant. “Niet meelezen hė” riep mijn schoonzus vanaf de andere kant van het gangpad.
“What is that language you guys are talking?” vroeg de mevrouw aan mij.
Het bleek een tolk te zijn. Ze kwam uit Shanghai en ze sprak Engels, Duits, Frans en drie soorten Chinees. We kregen het over Germaanse talen (Engels, Duits, Nederland) en het verschil met Romaanse talen (Frans bijvoorbeeld).
Achteraf vind ik het bijna niet te geloven dat ik zo’n gesprek heb gevoerd.
Bere-interessant. Vond zij ook.
Zij had nog nooit mensen Drents horen praten en hoorde soms iets bekends in onze gesprekken.
“How do you say good morning in Dutch? Goede morgen? And in German? Guten Morgen?”

Jammer dat we al zo snel bij ons hotel waren…

Reageren

Pagina 246 van 309

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén