een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Handwerken Pagina 2 van 24

16 oktober: Een knoopje!!!!!

In een handwerkwinkel in Klazienaveen kocht ik vorig jaar een aantal bolletjes haakkatoen voor een stapeltje Aaltjes.
Er stond ook een mand met aanbiedingen, o.a. bollen sokkenwol.
Daar ben je eigenlijk nooit aan bekocht, dus ik kocht twee bollen verlopend garen in kleuren die mij wel aanspraken.
Na de zomer, toen ik wel een beetje klaar was met Aaltjes en lampionnetjes haken zette ik 60 steken op van de wol uit Klazienaveen voor een paar sokken voor mezelf.

Toen ik er één af had was wel duidelijk dat ik van het restant van dat eerste bolletje niet nóg een sok kon breien, dus ik pakte de tweede bol.
Het leek mij wel leuk om de twee sokken ‘gelijk’ van kleurverloop te krijgen, dus ik zocht in de tweede bol het punt op waarmee ik met de eerste sok was begonnen.
Na een centimeter of 6 boord kwam er opeens een knoopje voorbij en werd het gemeleerd groen ineens rood.
Nou ja zeg!
Als je dan doorbreit weet je zeker dat de sokken niet gelijk worden.
“Kijk nou!” riep ik tegen Frea en Jon, die bij ons waren te koffiedrinken die ochtend.
Die snapten precies wat ik bedoelde. “Wat een armoede….”
Precies.

Maar ik ben niet voor één gat te vangen.
Ik rolde de bol garen precies zover af tot ik weer op hetzelfde punt was in het gemeleerde groen, draaide de uiteinden om elkaar heen en breide weer verder.
De sokken zijn prima gelukt: ik heb ze ’s avonds al aan en heb warme voeten.

Armoede is precies de goede term voor zo’n knoopje in een bol garen.
En dan had ik nu nog goedkoop garen uit een aanbiedingenmand, maar soms heb je écht duur garen en dan ontdek je ook wel eens een knoopje.
Nog geen man overboord als het egaal garen is, maar bij verloopgaren is het echt vervelend omdat dan het patroon onderbroken wordt.
“Wat is dat dan voor garen?” vroeg ik me af “Waar komt het vandaan?”
Carlijn dacht uit Scandinavië.
“Strømpegarn. Dat doet me aan Pippi Langkous denken. Pippi Langstrump is het in het Zweeds…”
We keerden het etiketje om.
LAMMY Yarns.
Holland.
Zit in Hilvarenbeek.
Maar er staat verder geen woord Nederlands meer op het wikkeltje, alleen dan het woord ‘sokkengaren’.
Verder is het virgin wool/laine vierge/schurwolle….

Eigenlijk zou er nog bij op moeten staan: with knots in the yarn/avec des nœuds dans le fil/mit Knoten im Garn.
In duidelijk Drents: met knuppen in ’t gaoren!
Om met de vader van Bartje te spreken: “Een schaande is’t.”

Reageren

31 augustus: Lampionnetjes in de pergola.

In 2021 schreef ik een blog over de gehaakte lampionnetjes van Ina.
Wij waren toen te gast geweest in het B&B De Beddestee in Ruinen en gastvrouw Ina had overal in haar tuin van die lampionnetjes opgehangen.
Naderhand heb ik met het idee van Ina al verscheidene glazen potjes omgehaakt en tot ‘avondkaarsje’ omgetoverd (zie september 2021, augustus 2024 en januari 2025 ), maar hangende lampionnetjes waren dat niet.
Tijdens de eerste hittegolf van dit jaar bedacht ik dat het leuk zou zijn om bij Casa Grada wat van die lampionnetjes in de boom te hangen en toen dat goed gelukt was wilde ik onder pergola op Waninge Plaza ook een aantal van die lampionnetjes hangen.

Dit wordt dus een blog met weinig tekst en veel foto’s: voor een beschrijving van het omhaken van een glazen potje verwijs ik naar deze website: Haken is hip!

De eerste foto is gemaakt in week 32: overdag boven de 30 graden, ’s avonds lekker buiten zitten.
Het zijn 5 verschillende lampionnetjes; andere haakmotieven en verschillende potjes qua grootte en vorm.

Je ziet achtereenvolgens een mosterdpotje, een jampotje, een potje waar spaghettisaus in zat, een augurkenpot én een pindakaaspotje.
De ophanglussen zijn gehaakt met 150 lossen; de ketting maak je aan de overkant vast.
Dan haak je met halve vasten naar het punt precies tussen de vorige ophanglussen en dan haak je nog eens 150 lossen.
Op de helft haal je de ketting mét het bolletje katoen even om de vorige ophanglus heen en vervolgens haak je de lus met een hele vaste precies tegenover waar je deze lus begon.
Klinkt ingewikkeld, is het niet: gewoon doen, dan zie je het vanzelf.

Wat mij betreft krijgen we nog een aantal zwoele dagen: kunnen wij nog even genieten van de lampionnetjes!

Reageren

23 april: Gastblog Carlijn – Fiepen.

Vandaag een gastblog van dochter Carlijn:

Als een echte ADHD’er heb ik elke maand een nieuwe hobby. Sommige mensen noemen dat hobbyhoppen, wij noemen het hier thuis Fiepen.
Vilten, naaien, haken, breien, kaarsen maken, macramé, borduren, kaarten maken, sieraden maken, kleien, hout bewerken, papier maken, schilderen, etsen, ik ben er allemaal wel eens ingedoken. Ik kan me dan helemaal verliezen in zo’n hobby, maar na een tijdje is het ook klaar. Tijd voor een nieuwe Fiep.
Vroeger vond ik dat vervelend, ik dacht “ik kan ook nooit wat afmaken” en “ik heb niet het geduld om ergens écht goed in te worden”. Ook vond ik het zonde als ik materiaal had gekocht wat na een tijdje niet meer werd gebruikt.

Inmiddels omarm ik mijn Fiep-drang. Ik geniet ontzettend van het ontdekken van een nieuw materiaal en om er alles over op te zoeken online en ik weet inmiddels ook dat ik het moet loslaten als ik interesse verlies. Het moet leuk blijven, en als ik me ergens doorheen worstel omdat ik het persé af moet maken, weet ik dat de kans steeds kleiner wordt dat ik het weer met plezier oppak. Het omarmen van mijn gefiep heeft geleid tot een berg meer creativiteit en een hoop lol in wat ik kan en wat ik doe.

Sommige hobby’s blijven hangen, zoals het naaien bijvoorbeeld, en een paar hobby’s komen in vlagen weer terug. Ook vind ik het ontzettend leuk om te merken dat de vaardigheden die ik de afgelopen jaren heb geleerd prima te combineren zijn. Zo viltte ik laatst een bij, borduurde ik de vleugels en pootjes, en naaide ik van die stof een hoesje voor een opschrijfboekje. Ook vind ik het leuk om materiaal uit te kunnen lenen of weg te geven aan mede-Fiepers, of om te merken dat materiaal voor de ene hobby prima werkt voor de volgende hobby. Met breiwol kan ik prima vilten en die ets-mesjes werken geweldig voor fimoklei.

Mijn huidige Fiep is borduren, dat is zo één die eerder voorbij is gekomen en weer naar boven kwam drijven. Dat kwam door de website van DMC, dat borduurgarenmerk. Die hebben op hun site een goudmijn aan borduurpatronen die gratis te downloaden zijn. Klik hier voor een link naar die website.
Natuurlijk kan je het pakketje garen er dan ook bij kopen, maar van de vorige borduurfiep had ik nog genoeg garen. Een uitvinding waar ik nog niet van op de hoogte was: wateroplosbaar borduurpapier. Hierbij een link naar de website Iris borduurt, daar vind je meer informatie. Heel handig, vooral als je geen kruissteek doet en/of borduurt op niet witte stof waar je niet op kan tekenen. Je print het borduurpatroon op dat papier en plak je dan op je stof (beetje vastnaaien helpt), daar kan je dan overheen borduren. Als je op de afbeeldingen klikt krijg je een vergroting.
Als je klaar bent, leg je je borduurwerk in water en lost het patroonpapier op. Wát een fantastisch spul.

Next up: een hangende fruitmand macrameeën voor in de keuken. Want waarom een mandje kopen als ik het voor veel meer geld zelf kan maken?

Reageren

26 maart: Jij bedenkt vast iets leuks

Een collega had bedacht dat ze een truitje ging breien voor ‘de-baby-op-komst’ van een andere collega.
Dat was een goed idee, maar het kwam er niet van.
Het baby’tje (een zoon) is al lang geboren, maar het garen zat nog in de plastic verpakking voor tien bollen.
Op een morgen lag het op mijn bureau.
“Voor jou. Ik weet niet wat ik er nu mee moet doen, jij bedenkt vast iets leuks.”

10 bollen Scheepjes-garen van 50 gram.
56% katoen, 44% acryl.
Grijs gemeleerd.
Op de werkvloer was het even onderwerp van gesprek.
Andere secretaresses vonden grijs niet echt een kleur voor een babyvestje, maar ik dacht: “Bij zo’n mini-spijkerbroekje en een wit shirtje? Best leuk.”

Maar ik had andere plannen.
Ooit had ik van restjes sokkenwol een soort omslagdoek gebreid, waarbij je begint met het opzetten van drie steken en het breiwerk iedere heengaande toer met twee steken uitbreidt door te meerderen. Daarbij verschijnen dan in het midden twee gaatjes (zie afbeelding links) en krijgt je breiwerk de vorm van een vlieger. Hoe je dan moet breien lees je hier.
Toen had ik bedacht dat dat ook een mooie basis zou zijn voor een grotere omslagdoek, maar ik moest nog bedenken hoe ik van de vlieger-vorm een driehoek-vorm kon maken.
Het experiment is geslaagd: het resultaat zie je op de afbeelding hiernaast.

Voor het patroon gebruikte ik verschillende ajoursteken.
Als je op de afbeelding klikt komt hij groter in beeld, dat zie je de details.
Na 4 banen met steeds die meerdersteek in het midden hield ik op met meerderen.
Op de afbeelding links zie je een deel dat  met rode lijnen is afgebakend; bij dat deel breide ik de pen aan de voorkant uit, aan de achterkant stopte ik twee steken voor het midden. Toen keerde ik het werk en ging ik aan de voorkant weer verder.
Die pen breide ik weer uit, aan de achterkant stopte ik weer twee steken eerder en keerde het breiwerk weer. Als je dit maar blijft doen brei je steeds minder steken aan die kant. Als je bijna geen steken meer over hebt (alleen de zes ribbelsteken aan de zijkant brei je helemaal terug naar het midden. Dan heb je aan één kant die driehoek tussen de rode lijnen gebreid, de andere kant is nog de bovenkant van de vlieger. Dan brei je helemaal naar het einde van je werk en pas je de ’twee steken minder breien per toer’ ook aan de andere kant toe.
Toen andere kant ook helemaal klaar was, had ik dus een driehoek, maar de omslagdoek was nog iets te klein.
Ik breide er nog 15 centimeter bij aan, maar nu meerderde ik steeds aan de uiteinden aan weerzijden een steek.
Er komt van deze omslagdoek geen uitgebreide breibeschrijving; als je een ervaren breister bent kom je er met mijn beknopte beschrijving wel uit.

4½ bol gebruikte ik voor deze omslagdoek; hij is nu in het bezit van de collega die mij het garen gaf.
Toen hoorde ik dat er weer een collega zwanger was en breide ik een baby-vestje.
Met de valse kabelsteek en houten beertjes-knoopjes.

Reageren

20 maart: Van waarde.

De derde dinsdag van de maand in de derde maand van het jaar: de derde bijeenkomst van Holy Stitch in 2025.
Je denkt dat je als ervaren handwerkster nu alle textieltechnieken wel zo’n beetje hebt gezien, maar dinsdagmiddag liet Rika ons kennismaken met iets nieuws: kumihimo.
Dat is een Japanse vlechtkunst waarmee je gevlochten koordjes maakt.
“Het is heel simpel, leuk om te doen en niet duur: ik kocht dit pakketje bij de Action voor € 1,99” vertelde Rika.
Meer weten? Hierbij een link naar een artikel over kumihimo op de website Wolplein.nl.

Geke had een leuk ideetje met kiezelsteentjes meegenomen: daar kon je schaapjes van maken.
Om het steentje brei je dan een klein jasje van schapenkleur-garen en met een klein schapenkopje van vilt heb je zo een kleine kudde op een schoteltje staan.
Zwanny verraste ons in deze veertig-dagen-tijd met een combinatie van een pocket-kruisje en een gebedsquilt: voor iedereen had ze een zelfgemaakt exemplaar meegenomen.

Na vier jaar Holy Stitch weten anderen ons ook te vinden.
Akke, PKN-gemeentelid, was haar huis aan het opruimen en vond haar verzameling Ariadne’s vanaf 1964 terug: wie dat wil mag bij haar thuis langs komen om te kijken of er iets van haar gading tussen zit. Als tip-voor-Pasen had Akke een gebreide eierwarmer: een kuikentje uit een Ariadne van 1972.
Voor de liefhebbers: een foto van de breibeschrijving.
Back to the seventies: leef je uit!

Ook Enny, geen lid van onze club, kwam langs met iets.
Zij had een groot borduurwerk gekocht.
“Het stond al even bij Het Goed,  maar niemand kocht het. Vond ik zó jammer. Welke familie doet zoiets nou weg?!”
Als handwerkster kun je je dat niet voorstellen, maar ik wil ook niet weten hoe onze dochters na mijn overlijden met mijn zelfgemaakte spullen omgaan.
Wat voor de één van grote waarde is kan voor iemand anders waardeloos zijn: als je er niks mee hebt, waarom zou je het dan bewaren?
Er kwamen verschillende ideeën voorbij wat je er mee kunt doen, maar Enny gaat eerst contact zoeken met iemand van het borduurmuseum.
Is dat er dan?!
Jah: in Barneveld.
Hierbij een link naar hun website. 

Twee uur zitten we zo’n middag bij elkaar; na een half uur ligt de grote tafel waar we om heen geschaard zitten al vol met van alles en nog wat.
Iemand had een tas vol spullen gebracht die je kunt gebruiken voor kaarten maken, er lagen patronen en breibeschrijvingen van poppenkleertjes, dingen die zijn meegenomen om te laten zien, kortom: zooi. “Wat een chaos is het al weer op tafel” merkte iemand op. Inderdaad. En dan liggen de Ariadnes van Akke er nog niet eens bij…..

Maar wat was het meest waardevolle deze middag?
Iemand vertelde dat ze na het overlijden van haar man in een enorme dip zat.
Dat ze het zo moeilijk vond, het gemis en het alleen zijn.
Geen energie, geen zin in wat dan ook.
Maar ze was er en het was goed.

Reageren

19 februari: Steek? Of draadje?

Voor de Holy Stitch-bijeenkomst van gistermiddag waren er op voorhand al zeven afmeldingen. Het was immers voorjaarsvakantie, sommigen hadden kleinkinderen te logeren of hadden andere verplichtingen, maar desondanks zaten we met z’n vijftienen om de tafel.
De ‘popjes van Sjoukje kwamen vanmiddag even terug; Stieneke had twee exemplaren gebreid, ‘popjes van Stieneke’ dus.
Niet naar het voorbeeld van het blog van vorige maand, maar ze had op internet gezocht en een patroon gevonden via ‘Pocket Buddies‘.
Ze had er twee gemaakt, ook ééntje met zo’n leuk kabeltje op de buik.
En een colletje op de truitjes. Zo goed gelukt!

Zwanny was bezig met iets wat velen ons nog nooit gezien hadden.
Ze maakte een placemat.
“Het is een soort patchwork” vertelde ze er zelf over.
“Ik heb van die witte ruitjes van papier en daar plak ik dunne stof overheen. Daarna naai ik ze met heel kleine stiksteekjes aan elkaar en als alle stof vast zit frunnik ik die papiertjes allemaal weer uit.
Voor de achterkant gebruik ik een stuk stof in een contrasterende kleur en voor de stevigheid aan de binnenkant gebruik ik een stuk oude molton. En daarna komt er nog een rand omheen.”
Wij staarden naar de priegelsteekjes, de vele papiertjes en de ruiten en zagen de binnenkant en de rand (laat staan het eindresultaat) eigenlijk nog niet voor ons.
“Volgende keer in maart heb ik er wel eentje klaar, die neem ik dan mee.”
Wordt vervolgd dus!

Cathy vertelde een verhaal over een workshop die ze had gedaan met haar (schoon)(klein)dochters.
Het heette ’tuften’. Dat is met een soort pistool een tapijt of wandkleed creëren; je trekt lusjes garen/wol/acryl door een doek.
Ze had dat gedaan bij een mevrouw in Assen; die had met een kunstwerk (gemaakt met die techniek) meegedaan aan het programma ‘De Gezonken Meesters’.
Je lees er alles over op haar website, hierbij een link naar Art Studio Vinea.

Hennie had haar borduurwerk mee.
“Ach het schiet niet erg op; ik doe eigenlijk maar wat…..”
Corry merkte op: “Geeft toch niet. Mijn oma zei vroeger altijd ‘Elke dag een draadje is een hemdsmouw in een jaar’.”
Iemand anders dacht dat het niet een draadje, maar een steekje iedere dag was.
Op internet vonden we het antwoord: het was toch echt een draadje.
De betekenis stond er ook bij: gestaag elke dag een klein beetje voortgang boeken levert uiteindelijk toch een significant resultaat op.
Naderhand ontdekte ik dat ik over ‘handwerkspreekwoorden’ al eens had geblogd.
Over de hemdsmouw, maar ook over de luie naaister en haar lange draden.
Hierbij een link naar dat verhaal uit 2020.

Reageren

12 februari: Opdracht.

Af en toe krijg ik een ‘handwerk-opdracht’; meestal is dan de vraag of ik een paar sokken wil breien.
Begin januari kreeg ik een appje van Carlijn.
“Ik maakte een kabouterstelletje van klei en ik heb een vraag. Hij heeft een pijp vast en ik heb haar zo gemaakt dat ze piepkleine breinaaldjes vast kan houden. Hoe klein kan jij breien?”
Wist ik niet. “Dat zou ik moeten proberen” reageerde ik terug. “Met borduurgaren en spelden?”

Zo bedacht, zo gedaan.
Carlijn kwam een morgen bij ons koffiedrinken en nam de kleine kaboutertjes mee.
Uit mijn voorraad borduurgaren zocht ik een restje rood en begon met naainaalden van 5 cm te breien.
Wát een gepriegel!
Toen ik een steek liet vallen kon ik die niet meer terughalen….. het gaatje dat daardoor ontstond heb ik met het afhechten van het onderste draadje weer dichtgenaaid.
Na 1½ centimeter vond ik het wel klaar.
We vervingen de naai-naalden door knopspelden en tadaaaaah: een kabouterbreiwerkje.

Nu is het klaar!
Vorige week kreeg ik bijgaande foto.
Voor geïnteresseerden: de kabouters zijn gemaakt van luchtdrogende hobbyklei en veel geduld.
Daarna zijn ze met acrylverf geschilderd.

Op internet vond ik nog een leuke quote:
Tieners geloven niet meer in Sinterklaas, maar wel in kaboutertjes die de troep achter hun kont opruimen.
En niet alleen tieners…..

Reageren

22 januari: De dérde dinsdag….

Rond een uur of twee zaten we gistermiddag met 16 steeksters in de hal van Op de Helte, voor het eerst niet op de eerste maar op de dérde dinsdag van de maand.
Met mijn stem is het nog steeds niet in orde, dus om stilte te genereren trok even aan de bel die naast de bar hangt.
De dames hadden weer van alles onderhanden, een paar dingen haal ik even naar voren.

Corry was aan het borduren.
Ze borduurde op op maat geknipt goud- en zilverkleurig stramien en vervolgens plakte ze dat op een kartonnen kaart om te versturen.
Dat stramien had ik nog nooit gezien: ze had het gekocht bij de Handwerkboetiek in Roden.
Ze had zelf ooit zo’n kaart gekregen van Ilse en was er nu zelf druk mee aan het experimenteren.
Ik zou op internet even een website met informatie opzoeken, maar dat is me nog niet gelukt. Iemand een idee waar ik moet zoeken?

Alice was ‘even op straat gaan liggen’ en had daarbij haar pols bezeerd. Daar zat nu een brace om en ze constateerde ‘dat je zonder één hand gewoon NIKS KUNT’.
Maar ze kon nog wel een eenvoudig breiwerkje doen.
Ze had bedsokken die niet zo mooi meer waren, daar ging ze voor zichzelf een nieuw paar van breien.
“Het is heel simpel: een groot vierkant en twee kleine vierkantjes, die moet je tegen elkaar aan leggen.”
De foto’s van de oude bedsok gaan als voorbeeld bij deze mail…… de volgende maand gaan we zien/horen hoe het is geworden.

Halverwege de middag kwam organist Arjan Schippers langs. Hij moest even bij het orgel zijn: wat boeken halen en iets oefenen.
Hij wilde eigenlijk wel even aanschuiven en dat mocht. Maar hij deed het vervolgens niet. Zo’n dappere man. Nergens bang voor maar toch niet in een kring met handwerkende vrouwen durven te zitten…..
Toen hij terugkwam riep hij bij het naar buiten lopen dat hij maat 42 had.
Ja hoor, ja.

Ilse was aan het foefelen.
Dat woord kende ik niet, heb ik even opgezocht.
1. stiekem verbergen, iets ergens instoppen, moffelen
2. niet netjes werken, knoeien
3. bedriegen, foppen, wroeten.
Die Ilse.
Het bleek achteraf erg onschuldig. Ze had vierkantjes gebreid voor een troostdekentje, maar die waren niet allemaal gelijk van afmeting. Bij de kleinere vierkantjes haakte ze er een randje omheen, zodat ze allemaal even groot werden.

Op verzoek van Sijcolien scande ik een beschrijving die iemand mee had genomen voor het maken van een pannenlap in de vorm van een kip. Het komt uit het tijdschrift Landleven, nr. 1 van 2011.
Leuk voor Pasen straks.
Toen het patroon van hand tot hand ging waren er gelijk ook al weer op- en aanmerkingen.
“Zo’n pannenlap kun je beter dubbel haken, als een soort handschoen.”
Goed idee. Maar het hoeft natuurlijk niet. Kiek zölf maor eem.
Voor alle ‘heilige steeksters’ én alle lezers van deze website als PDF bij dit blog: de werkbeschrijving van de Kip-pannenlap.
Veel plezier!

Reageren

13 januari: Op maat.

Tijdens de kerstvakantie genoot ik van mijn vrije tijd tijdens ons weekje Casa Grada.
Breiwerk en borduurwerk mee, een tasje met haakspullen, een boek en wat tijdschriften.
Na vier dagen had ik vier glazen potjes die ik niet weggooide, maar waar ik een hoesje omheen haakte.
Dat had ik ooit geleerd bij Ina in haar B&B ‘de Beddestee’ in Ruinen: in augustus van vorig jaar blogde ik daarover onder de titel: ‘Gehaakte lampionnetjes á la Ina‘.

Dit waren de potjes:

en zo zijn ze geworden:
 
* Het potje van de doppers en wortels van Hak kreeg een jasje met drie sterren naast elkaar die precies naast elkaar pasten.
Daar moet je natuurlijk even wat voor uitproberen: de eerste keer moest ik het tot aan de bodem weer aftrekken, maar de tweede keer kwam het precies uit.
* Het potje van de mosterd-dille dipper is zeskantig; om de ronde bodem zeskantig te krijgen haakte ik de laatste bodemtoer van vasten, waar bij ik op 6 plaatsen een half stokje, een heel stokje en een half stokje haakte, zodat het een zeskant werd.  Daarna haakte ik op die zes punten 3 stokjes naast elkaar en voor de rest gaatjes: zo lopen de drie stokjes boven elkaar gelijk met de ‘ribben’ van het potje.
* Het potje van de Limburgse mosterd heeft de vorm van een klein kruikje: dat kreeg een netwerkje om zich heen van boogjes van 4 lossen dat bovenaan een beetje naar elkaar wordt toegetrokken met een toer van lossenboogjes van 3 lossen.
* Het potje rode bieten is kleiner dan dat van de doppers en wortels. Daar wilde ik iets omheen haken in de vorm van deze gehaakte lampion.
Ingewikkeld! Ik begon net als bij de anderen met het haken van een cirkeltje zo groot als de bodem van het potje en stopte toen met meerderen. Daarna haakte ik 1 toer stokjes en 1 toer vasten.
(ik had 36) Toen haakte 6 reepjes (11 toeren van 4 vasten) en toen het eruitzag zoals hiernaast pakte ik de reepjes gedraaid weer op en haakte ze zo aan elkaar met telkens 2 lossen ertussen. Toen nog een toer vasten, vervolgens een toer 2 halve stokjes met 1 losse ertussen (voor de gaatjes voor het koordje) en ik eindigde met een toer 3 vasten in ieder gaatje.
Toen vond ik het niet mooi: de ruimte tussen de gedraaide reepjes was veel te groot, je zag het waxinelichtje gewoon staan.
Ik nam tussen de reepjes steeds vier vasten op in een contrasterende kleur en haakte weer 6 reepjes van 11 toeren.
Die draaide ik ook weer een slag en zette ze met stiksteekjes vast tussen de eerste serie reepjes.
Snap je er niks van?
Snap ik.
Gewoon uitproberen.
Als je op de afbeeldingen klikt, komen we ze wat groter in beeld, dan zie je de stekenstructuur wat beter.
Het duurt eem maor dan he’j ok wat.

Heerlijk: een paar uren prutsen met stokjes, vasten en lossen, uithalen, tellen, opnieuw haken, weer tellen, toch even weer uithalen……dat is voor mij vakantie!

Reageren

19 december: Pannenlap Brunella.

Ons tweede agritourismo-onderkomen in Italië werd bestierd door Antonio en Brunella en ook in hun keuken hing een gehaakte onderzetter.
Maar waar ik bij de pannenlap Virgilio nieuwsgierig was naar welke steek was gebruikt, vroeg ik me bij het handwerkje van Brunella af hoe ze het überhaupt had gemaakt.
Welke steek was gebruikt was niet zo moeilijk; een beetje haakster haalt de stokjes, de lossen en de vasten er wel uit.
Maar Brunella had twee delen op elkaar gezet die niet gelijk waren, kijk maar eens naar de afbeeldingen links en rechts van deze tekst. De ene kant (met geel erbij) heeft 6 punten en de andere kant (licht en donker rose) heeft er 5.
Je ziet onder de gele rand de rose rand daaronder uitsteken.

Dat kon ik natuurlijk niet aanzien.
Gelukkig had ik een voorraadje haakgaren in verschillende kleuren mee (ik wilde setjes onderzetters haken om weg te geven), dus ik begon met de ‘pannenlap Brunella’.
Een korte beschrijving van hoe ik het deed:

– 5 lossen sluiten tot een ring
– In de ring 18 vasten haken.
– Op de 18 vasten van de vorige toer 6 groepjes van 3 stokjes haken met een losse er tussen.
Haak die stokjes in de bovenste lus van de vaste, dan krijg je een mooi randje in het midden.
– In de volgende toer het groepje van 3 stokjes uitbreiden naar 5, door in de buitenste stokjes 2 stokjes te haken
– In de volgende toeren op die manier doorgaan met meerderen tot je 6 groepjes van 19 stokjes hebt. Voordat je laatste toer sluit haak je 16 lossen voor het ophanghaakje, daarna sluit je de toer. Vervolgens haak je nog precies zo’n exemplaar, maar dan zonder lus.
De twee delen leg je met de gaatjes op elkaar en dan haak je ze aan elkaar met vasten in de buitenste lussen van de laatste toer. Daarbij haak je ook gewoon om de lus heen, zodat die mooi integreert met de twee delen.  Let op dat je de ‘verkeerde’ kanten tegen elkaar aan legt.
Iemand die niet haakt snapt niet wat ik hiermee bedoel, maar een ervaren haakster ziet zo of ze naar de voor- of de achterkant van een haakwerkje kijkt.

Twee exemplaren in contrasterende kleuren haakte ik voor Brunella en voordat we weggingen gaf ik ze als cadeautje aan haar. Ze vond het prachtig, reageerde erg enthousiast.
Ze riep een waterval van Italiaanse zinnen, maar dat verstond ik helaas niet.
Maar ik begreep wel wat ze bedoelde, want ze riep o.a. “E bello!”
Die boodschap komt wel over, daar hoef je geen Italiaans voor te spreken.

Reageren

Pagina 2 van 24

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén