een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Handwerken Pagina 8 van 23

5 juli: Oude motieven bij het klaverjassen (1)

Over borduren blog ik niet zo vaak.  Het onderwerp  heeft wel een aparte tab in het menu onder Handwerken, maar de borduurwerkjes die ik maak zijn lange termijn projecten. Daar komt bij dat ik wel haak en brei in de auto en in gezelschap,  maar borduren doe ik altijd in mijn eentje,  dus dat schiet nooit zo op.  Na het liedboekomslag en de tweelingonderzetters ben ik vorig jaar in september begonnen aan een nieuw project: een opberghoesje voor onze klaverjasbenodigdheden: scorebloc,  spel kaarten, pen en stand van de familiescores. Deze dingen liggen nu allemaal los in de kast,  vallen soms ergens achter of schuiven tussen andere spellen. Het wordt een hoes die in drieën wordt gevouwen; aan de binnenkant komt een soort voering waar ik vakjes in kan naaien om de losse dingen in op te bergen.

Zelf bedacht,  zelf ontworpen, maar niet volgens een vastomlijnd plan.  Borduren is voor mij een soort ‘kleuren voor volwassenen’: welke vormen ga ik gebruiken, welke kleuren en hoe ga ik het verdelen. De lap verdeelde ik in drieën en besloot eerst het middelste vlak te vullen. Op internet zocht ik naar voorbeelden van schoppen,  klaver,  harten en ruiten en begon vanuit het midden met een vierkant met die vier symbolen.

Naast internet maak ik ook gebruik van borduurboeken die ik zelf heb.  In 2014 schreef ik al eens over ‘Randen borduren in kruissteek’; twee jaar geleden verraste Harriët me met een boek dat ze had gevonden in een kringloopwinkel : merklapmotieven. Dat zijn geen leesboeken maar snuffelboeken. Teltekeningen, voorbeelden, motiefjes op onderwerp gesorteerd: heerlijk om in te duiken voor ideeën voor zo’n klaverjasomslag.

Vorige week zocht ik nog iets om de rechthoeken naast het middelste vierkant mee te vullen.  in het boek vond ik wijnranken; die vond ik wel bij klaverjassen passen ;).
Alleen het onderste stukje gebruikte ik; voor die hele druivenstruik was geen plaats meer.

Dit is een eerste blog over dit project; wordt vervolgd dus.

Reageren

4 mei: Ruinen 9 – De gehaakte lampionnetjes van Ina.

Gisteren begon ik met een nieuwe blogserie over Enkhuizen & omstreken, vandaag sluit ik de reeks blogs over Ruinen af met een verhaal over de lampionnetjes van Ina.

De eerste middag van ons verblijf in Bed&Breakfast ‘de Beddestee’ had ik op mijn telefoon al een haakvoorbeeld gekregen voor een lampionnetje.

Eigenares Ina had overal rondom het huis gehaakte lampionnetjes hangen waar waxinelichtjes in konden.
Daarvoor gebruikte ze jampotjes, pindakaaspotjes, appelmoespotjes: ze hingen er in allerlei soorten en maten
Die hangt Ina  er in het voorjaar in, doet er regelmatig nieuwe kaarsjes in en laat ze in weer en wind hangen.
Na één jaar zijn ze dan lelijk en uitgelubberd. Dan haalt ze ze uit de boom, knipt het gehaakte hoesje er vanaf, doet de potjes in de vaatwasser en haakt er vervolgens een nieuw hoesje omheen.
We waren daar in februari, dus we hebben niet gezien hoe het er uitziet als overal kaarsjes in branden, maar ik vond het een leuk idee.

“Heb je daar ook een patroon van?” vroeg ik.
“Nee. Ik doe eigenlijk maar wat. Eerst een cirkeltje haken en als dat zo groot is als de bodem van het glazen potje dan stop je met meerderen. Je haakt zo hoog als het potje moet worden.”
Op de afbeelding links zie je hoe ze te werk gaat.
“Dan hecht je af, rijgt er een koordje door en trekt het strak. Vervolgens haak je er nog een ‘ophanglus’ aan. Ik stuur je wel even een foto.”
Voordat we de tassen hadden uitgepakt had ik de foto al binnengekregen op mijn telefoon.

Leuk. Maar ‘ik doe eigenlijk maar wat’ is wel wat vaag, dus ik zocht op internet naar beschrijvingen voor het haken van zo’n lampionnetje.
Daarbij kwam ik op een soort verzamelpagina met links naar werkbeschrijvingen van het omhaken van potjes voor waxinelichtjes, lantaarntjes en windlichtjes.
Hierbij een link naar die pagina: Freppi.

Ina had thuis ook een aantal luxe windlichten staan die ze zelf omhaakt had, versierd met zijden lintjes en een ophanglus van touw.
Ook mooi.
Als ik klaar ben met de twee haakklussen die nog op het programma staan  (een zomer-buitendeken en een kussenovertrek voor onze buitenstoelen) ga ik ook zo’n glazen potje ‘omhaken’.
Waar ik dan natuurlijk ‘kond van doe’ in dit digitale magazine!

Benieuwd naar de andere delen uit de ‘Ruinen-blogreeks’?
1. Van schaatsijs naar softijs.  
2. B&B ‘de Beddestee’
3. Wel honderd lammetjes! 
4. Fietstocht Dwingelderveld
5. Allemaal familie
6. Ommetje met Bram de Ram
7. Coucangé 
8. Van landgoed naar plaggenhut. 
9. De gehaakte lampionnetjes van Ina.

Reageren

1 mei: Sokken breien, altijd garen over. (3)

Onder deze titel, Sokken breien, altijd garen over, schreef ik al eerder twee blogs:
deel 1   over een been/voetenwarmer van restjes sokkenwol met een beschrijving van een ‘meerderen in het midden-steek’ en deel 2  over een kussenovertrek van kleine, gebreide vierkantjes van restjes sokkenwol. Vandaag het laatste deel in deze handwerkblogserie.

In deel 2 schreef ik dat ik met een tweede kussenovertrek was begonnen, maar na 7 vierkantjes bleken de kleuren in mijn optiek bij elkaar te vloeken.
Die 7 heb heb ik van de pennen afgehaald en weggegooid. Het waren immers maar restjes.
Toen ik weer met een nieuw vierkantje begon heb ik bolletjes beter op kleur bij elkaar gezocht en de tweede poging lukte wel goed.

Na het wegwerken van alle losse draadjes legde ik het werk tussen twee natte handdoeken even een dag of twee weg om te drogen en te ‘egaliseren’: de vierkantjes bolden namelijk nogal op.
Toen pakte ik twee oude, slappe kussen, legde die op elkaar en drapeerde de twee kussenovertrekjes er om heen: paste precies.
Inmiddels is het kussen klaar en gaat het deze zomer buiten gebruikt worden.
(klik op de afbeeldingen voor een vergroting)
Het is een echt retro jaren ’70 kussen geworden.
Ook nu kun je je afvragen of deze kleuren goed bij elkaar passen, maar in de jaren ’70 kon veel…..

Reageren

26 maart: Sokken breien-altijd garen over(2).

Eigenlijk zou ik al weer naar het handwerkwinkeltje in Leek moeten om nieuw garen te kopen, want ik heb alle projecten die ik onder handen had wel af, maar het winkeltje is dicht.
Niet afhalen, niet bestellen, geen afspraken maken
Eigenlijk zou ik ook via internet garen kunnen bestellen of een andere handwerkwinkel bezoeken.
Maar eigenlijk heb ik nog geen zin in ‘afspraakgedoe’ en eigenlijk wil ik garen dat ik ga kopen gewoon zien en voelen.
Eigenlijk heb ik ook nog resten genoeg; tijd voor een nieuw experiment.

Drie weken geleden plaatste ik een blog over een voeten/beenwarmer die ik had gemaakt van resten sokkenwol.
(zie: Sokkenbreien: altijd garen over.)
Toen schreef ik dat je er ook vierkantjes van kunt breien voor een kussenovertrek; op internet ging ik op zoek naar een voorbeeld.
Zo kwam ik terecht op de website van ‘De Breiclub – Haken & Breien’, waar ik een uitgebreide beschrijving vond van het breien van vierkantjes.
Dat ging ik ook uitproberen met sokkenwol.
Bij deze techniek brei je de vierkantjes gelijk aan elkaar vast, door steeds langs de zijkant weer nieuwe steken op te nemen voor het volgende vierkantje.
Daarbij moet je soms ook breiend steken opzetten. Hoe je dat doet zie je in deze video. 

De eerste uitvoering deed ik zoals beschreven door Babette van de Breiclub (klik op deze link voor de beschrijving) met alleen toeren recht breien.
Maar dat komt het effect van de sokkenwol beslist niet ten goede (vind ik), dus na drie vierkantjes alleen maar rechte steken breide ik de volgende serie met de tricotsteek: 1 toer recht en 1 toer averecht. Het nadeel daarvan is dat het aan de randen ontzettend omkrult, (vandaar de spelden), maar als je het als kussenovertrek gebruikt trekt dat wel bij.
Links vind je een foto van ‘alleen toeren recht’, rechts een foto van de tricotsteek. (klik op de foto’s voor een vergroting)
Nu heb ik niet genoeg resten wol met hetzelfde dessin voor een heel kussenovertrek, dus ik wisselde de banen vierkantjes af met kleuren die enigszins bij elkaar passen.
Hiernaast vind je een foto van hoe het is geworden.
Hiervoor gebruikte ik drie ‘restanten’: de bovenste en de onderste baan komen van hezelfde bolletje en baan 2 en 4 ook.
Voor de middelste gebruikte ik een derde restantje.

Net als bij de voeten/beenwarmer kun je twisten over de vraag of het mooi is; het doet me een beetje aan de jaren ’70 denken.
Maar het kussen waar dit overtrekje overheen gaat ziet er ook al niet meer uit; een soort lood om oud ijzer zeg maar.
Ook hier hoef ik niet mee over straat…..sterker nog: zo’n brei-experiment houdt me van de straat!
Inmiddels ben ik bezig met nog zo’n vierkant, maar dat gaat er hééél anders uitzien.
Zie foto links. (klik op de foto’s voor een vergroting.)
Wordt vervolgd dus……

Reageren

3 maart: Sokken breien – altijd garen over (1).

Als je wel eens sokken breit ken je het wel : bij het breien van sokken hou je altijd garen over.
Vooral van die mooie in elkaar overlopende garens; je hebt twee bollen nodig, maar je verbreit niet alles.
Nou brei ik niet zoveel sokken, dus mijn sokkenwolrestjes zijn op één hand te tellen, maar vorig jaar kreeg ik ineens een heeeeleboel van die restjes: de schoonmoeder van mijn boekenvriendin overleed en ik ‘erfde’ haar handwerkmand. Daarover schreef ik destijds al een blog onder de titel: ‘Van Griet’.

De helft van de handwerkspulletjes van Griet bestond uit bovenbeschreven sokkenwolresten.
“Daar hebben wij allemaal sokken van” vertelde mijn vriendin er bij.
Wat doe je er mee?
Op internet las ik ergens dat iemand er vierkantjes van breide voor een kussenovertrek.
Je kunt er ook een ‘sokkenwoldeken’ van breien, een voorbeeld daarvan vind je hier: sokkenwoldeken.
Begin dit jaar pakte ik een Griet-restje sokkenwol om een nieuwe steek uit te proberen: je begint met drie steken en in iedere heengaande toer brei je voor en na het midden een omslag.
Dan gaat je breiwerk als het ware ‘de hoek om’. *
Het proeflapje lukte prima; ik knoopte er nog een Griet-restje aan en bedacht tijdens het breien dat ik deze ‘lap met een punt’ wel kon gebruiken als voeten/benenwarmer als ik ’s avonds op de bank zit. De punt vouw ik dan om mijn voeten en de zijkanten vouw ik om mijn onderbenen.

Nu is het experiment klaar en zijn er een aantal restjes opgebreid.
De voeten/benenwarmer verdient geen schoonheidsprijs, maar ik hoef er ook niet mee de straat op.
Het leuke van het opbreien van die restjes is dat je steeds andere kleuren/andere patroontjes in je breiwerk krijgt.
Ander voordeel: ik kan die steek nu dromen.
Nog een voordeel: het breiwerk wordt steeds een beetje groter en met eindeloze pennen recht & averecht kun je ondertussen heerlijk naar een detective kijken. In deel 2 van dit blog schrijf ik over het maken van een kussenovertrek. ( zie kussenovertrek)

Benieuwd hoe je begint aan zo’n ‘lap met een punt’?
– Zet drie steken op.
– Brei drie steken recht.
– Brei 1 steek recht, omslag, 1 steek recht, omslag, 1 steek recht.
– Brei 2 steken recht, 1 steek averecht, 2 steken recht.
– Brei 2 steken recht, omslag, 1 steek recht, omslag, 2 steken recht,
– Brei 3 steken recht, 1 steek averecht, 3 steken recht.
– Brei 3 steken recht, 1 omslag, 1 steek recht, 1 omslag, 3 steken recht.

Vanaf hier begin en eindig je iedere toer met 3 steken recht.
Zo ontstaat er aan de zijkant een ribbelrandje van 3 steken.
Wil je dit randje wat breder, dan hou je 4 of 5 steken aan.

– Brei 3 steken recht, 3 steken averecht, 3 steken recht.
– Brei 4 steken recht, 1 omslag, 1 steek recht, 1 omslag, 4 steken recht.
– Brei 3 steken recht, 5 steken averecht, 3 steken recht.
– Brei 5 steken recht, 1 omslag, 1 steek recht, 1 omslag, 5 steken recht
– Brei 3 steken recht 7 steken averecht, 3 steken recht.
Zo brei je door tot alle restjes op zijn 😉

In het midden van je breiwerk heb je 1 steek met aan weerskanten steeds een gaatje; omdat je om de twee pennen twee steken meerdert, gaat je breiwerk als het ware ‘de hoek om’.

Reageren

17 februari: Twee! En uiteindelijk drie.

Een stel van onze oude vriendengroep vanuit Hoogersmilde werd grootouders van een tweeling; wat bijzonder, twee kleine baby-jongetjes tegelijk.
Dat het een tweeling werd was geen verrassing, dus ik breide twee vestjes bij het prentenboek dat we gaven als kraamcadeau.
Dat vestje heb ik al in heel veel verschillende uitvoeringen gebreid; deze keer breide ik twee lichtgrijze exemplaren van zachte wol met een beetje acryl.
Ze lijken precies hetzelfde, maar ze zijn een beetje verschillend.
Als je goed kijkt op de detailfoto’s van de vestjes zie je dat op de knoopjes op het ene vestje hertjes staan, op het andere vosjes.
Ook de steken die ik heb gebruikt zijn iets anders: het ene vestje is gebreid met hele kleine blokjes ( twee recht, twee averecht, na twee pennen omwisselen). het andere met schuine strepen (twee recht, twee averecht, steeds eentje opschuiven).
Klik op de foto’s voor een vergroting, dan zie je het verschil beter.
Het breipatroon heb ik in 2014  al eens gedeeld op deze website onder de titel ‘Babyvestje overdwars gebreid’.  Je breit het overdwars; de steekjes staan dus niet rechtop maar liggen horizontaal.

Een derde vestje breide ik voor het dochtertje van een nichtje in Assen.
Zelfde patroon, maar weer andere knoopjes, deze keer met pastelkleurige koalabeertjes. Die knoopjes (ook die vosjes en hertjes) heb ik gekocht bij Sikkes in Groningen. Bij dit laatste vestje heb ik nog een andere variatie op bovenstaande steken gebruikt: blokjes van 3 recht bij 3 averecht.
Ook leuk……..

Reageren

3 februari: Geef mij je hand (2)

Begin december schreef ik over een hand die ik ging haken voor vriendin Sinet die in de zorg werkt; het blog droeg de titel Geef mij je hand.
Op oudejaarsdag legde ik de laatste hand en twee weken geleden bracht ik de hand naar Assen.
Gisteren kreeg ik een berichtje van Sinet; ze had een berichtje geschreven voor het intranet van de zorginstelling waar ze voor werkt.
Hierbij de tekst van haar hand:

Geef mij je hand

Een hand geven, momenteel even niet meer van deze tijd vanwege het coronavirus.
In de zorg is een hand heel betekenisvol: het geeft rust, stelt gerust, bemoedigd en helpt.
Wat een geweldige idee van Marijke Kruunenberg dat er handen gehaakt konden worden (kunnen natuurlijk niet alles vervangen).
Op het moment dat het in de publiciteit kwam, hadden wij op afd. Plataan (De Wijde Blik) een bewoonster die geregeld onrustig was.
Rustig werd ze van Andre Rieu en de muziek van Sarah, de robot.
Omdat ik zelf niet zo creatief ben heb ik vriendin Ada gevraagd om een hand voor ons te haken.
Het is haar gelukt en is super geworden (zie de foto).
De hand heeft zelfs haar blog gehaald.
Dat het een hele toer was vertelde ze toen ze hem kwam brengen.
Helaas heeft de bewuste bewoonster de hand niet meer mogen vasthouden, zij is inmiddels overleden.
De hand zal zeer zeker weer ingezet worden.
Bedankt Ada!  Janet Visscher

Dat het een hele toer was is zwak uitgedrukt.
Ik mag mezelf een ervaren handwerkster noemen, maar deze hand was het moeilijkste dat ik ooit gemaakt heb.
Alle vingers werden apart gehaakt en moesten met een speciale techniek een beetje ‘gekromd’ worden.
Bij dit haakwerkje kon ik geen televisie kijken; ik zat om de klip-klap op het patroon te loeren.
Hoeveel vasten in één vaste? Hoeveel vasten samen? Iedere toer was weer anders.
Geen handwerkje om even te ontspannen dus.
Maar ik heb wel die speciale ‘kromming-techniek’ geleerd! Die schijn je te gebruiken bij het haken van knuffels; wie weet wat ik nog eens ga doen.

Jammer dat die bewuste mevrouw al is overleden, de hand wordt nu eerst niet gebruikt.
Maar je kunt er nog wel van alles mee doen, hoor.
Je kunt de hand aan de ploeg slaan, in je eigen of andermans boezem steken, je kunt de hand op de knip houden, met de hand over het hart strijken, en …. deze hand kun je ook risicoloos ergens voor in het vuur steken.
Voor dit projectje heb ik mijn handen uit de mouwen gestoken en met de hand op mijn hart kan ik zeggen; “Graag gedaan!”.

Vorige week werd er een pakketje bezorgd.
Een bedankkaartje van een tehuis in Assen met een grote bos tulpen en een vaas.
Welk huis? Dat ligt toch voor de hand……

Reageren

13 januari: Aanvullingen bij sokken en onderzetters.

Soms krijg ik op deze website reacties.
Meestal zijn dat reacties op recente blogs, maar soms reageert iemand op een blog dat al jaren op de site staat.
Vandaag combineer ik een reactie met een kleine aanvullingen op twee blogs.

In het blog ‘Even afbrillen’ van 9 maart 2018 schreef ik over het breien van sokken op een rondbreinaald.
Op 6 januari j.l. reageerde ‘MT’ daarop met de opmerking dat je ook twee sokken tegelijk kunt breien op twee rondbreinaalden.
O?
Hoe dan?
Ik zag het nog niet voor me; ik mailde haar terug dat ik het niet helemaal begreep, toen stuurde ze me een aantal foto’s.
Eén daarvan zie je hier links, deze en de andere foto’s heb ik in één PDF gezet, hierbij een link: twee sokken tegelijk rondbreinaald
Ze schreef erbij: als je er bij zet dat je het van MT hebt mag je het gebruiken.
Bij deze!

De tweede aanvulling is niet naar aanleiding van een reactie, maar een opmerking van mezelf.
Op het blog ‘Van onderzetters naar rommelmarkt’ uit 2015 link ik naar de website Handwerkles’; daarop staat een leuk haakpatroon van een onderzetter.
Die onderzetters wilde ik weer gaan haken, maar ik vond ze eigenlijk wel wat groot, het waren meer kleine kleedjes dan onderzetters.
Het patroon heb ik een toer ingekort en iets aangepast, zodat het kleedje een onderzetter wordt.
– Haak 5 lossen en sluit deze met een halve vaste tot een ring.
– Toer 1: 1 losse. Daarna in de ring 16 vasten haken en sluiten met een halve vaste. (Elke toer wordt trouwens gesloten met een halve vaste).
– Toer 2: Haak 3 lossen (dat is nu en in de volgende toeren steeds het eerste stokje), 1 stokje in de volgende steek (hierbij steeds alleen door de achterste lus haken), 1 losse. Dan steeds 2 keer 1 stokje door de achterste lus, 1 losse. Je hebt nu 8 groepjes van 2 stokjes met één losse er tussen.
– Toer 3: Vanaf nu weer door beide lussen haken. 2 stokjes op het eerste stokje, 2 stokjes op het tweede stokje, 1 losse. Dit steeds herhalen; je hebt nu 8 groepjes van 4 stokjes met 1 losse er tussen.
– Toer 4: Haak 1  stokje op het eerste stokje, 2 stokjes op het tweede stokje,  1 losse,  2 stokjes op het derde stokje en 1 stokje op het vierde stokje, 1 losse. Dit steeds herhalen. Je hebt nu 8 groepjes van 6 stokjes met tussen het 3e en 4e stokje 1 losse én tussen de afzonderlijke groepjes ook 1 losse.
– Toer 5: Om het boogje van 1 losse  7 stokjes met 1 losse er tussen haken. Om het boogje van 1 losse 1 vaste haken. Voor en na de vaste geen losse haken. Dit steeds herhalen. Je hebt nu 8 waaiertjes van 7 stokjes met tussen ieder stokje 1 losse.
– Toer 6: Tussen alle stokjes 1 vaste haken met daar tussen een boogje van 3 lossen. Sla de ruimte voor en na de vaste tussen de bloemblaadjes over.

Op foto 1 zie je de onderzetter van de website ‘Handwerkles’ met daarnaast mijn eigen, kleinere versie.
Op foto 2 en 3 zie je wat ik er mee doe: ik haak zes onderzetters in drie verschillende kleuren. Daarna haak ik een koordje dat ik om de onderzetters strik: een persoonlijk afscheidscadeautje als een collega weggaat of als bedankje voor iemand die iets voor me heeft gedaan.
Rondom Pasen geef ik ‘Loensende-kippen-onderzetters‘ en in de decembermaand ‘Engeltjes-onderzetters’. 

Reageren

16 december: Niet naar de kapper……

We zitten in een kerst-lockdown ten gevolge van het coronavirus.
We hadden al kerstkalkoen, kerstboom en honderdduizend andere kerstvariaties van dingen, de kerstlockdown beleeft zijn primeur in 2020.
Ik ben maandag niet meer naar de winkel gegaan om nog snel kerstinkopen te doen; we kunnen gewoon naar de supermarkt en we doen het met wat we hebben.
En we hebben zat.

Ten opzichte van de lockdown in maart ben ik er een stuk laconieker onder.
We zijn al gewend aan het dragen van mondkapjes, we ontsmetten handen en winkelwagentjes en we zoenen en/of knuffelen niemand.
We zien onze kinderen in tweetallen (zolang dat nog mag) en prijzen ons gelukkig dat we in Nederland wonen en met z’n tweeën zijn.
Op 9 januari heb ik een afspraak staan bij de kapper.
“Daar zie ik wel een aap van fietsen” placht mijn vader in dit soort gevallen te zeggen.
Wij begrepen dan precies wat hij bedoelde, maar het is geen bestaand spreekwoord.
Ik heb het opgezocht, maar het is niet te vinden.
Mijn vader bedoelde: ik denk dat het uit de hand loopt of dat het niet door gaat.
Ik zie die aap nu ook fietsen; geen kapper op 9 januari.

“We komen er uit te zien als wilden” schreef Herman Sandman destijds in april in zijn column over onze haardracht in het dagblad, maar dat viel uiteindelijk erg mee.
En wordt het echt te lang, dan kan het altijd nog in een staartje.
Van Alie Drenth kreeg ik een leuke tip: om een eenvoudig haarelastiekje kun je een mooie scrunchie haken.
Er zullen lezers zijn die niet weten wat dat is: een scrunchie is een met stof beklede elastische haarband die wordt gebruikt om middellange tot lange haartypes vast te maken. Grote, uitgebreide stijlen en kleine, bescheiden vormen zijn verkrijgbaar in veel verschillende kleuren, stoffen en dessins.
Van Alie kreeg ik er zelfs één die ze zelf gemaakt had, mét het haakpatroontje erbij.
Daar maakte ik voor dit blog een PDF van: klik hier scrunchie haken  om het te downloaden.
Op de afbeeldingen zie je links de scrunchie die Alie voor mij heeft gehaakt, rechts de scrunchie om een melkbeker heen gespannen; dan kun je iets beter zien hoe het qua haken in elkaar zit.

Reageren

21 oktober: Wasknijpermandje.

‘Knippers’ noemde mijn moeder vroeger de wasknijpers.
Ze had dus ook een ‘knipperbakkie’; een bakje met een hengsel waar de wasknijpers in zaten. Van mijn moeder mocht ik de wasknijpers niet aan de waslijn laten zitten, wat in mijn ogen veel praktischer was: dan hoefde je ze immers niet steeds weer uit dat bakje te halen. De reden daarvan was dat wij destijds houten wasknijpers hadden; als die worden blootgesteld aan weer en wind worden ze groen/zwart en gaan ze afgeven.
Vieze afdrukken op je schone was.
Een gruwel in mijn moeders ogen.

Waarom vertel ik dit?
Net als mijn moeder had ik ook een emmertje waar mijn wasknijpers inzaten, want ik gebruik nog steeds houten wasknijpers omdat er al genoeg plastic in de wereld is.
Dat emmertje was ter ziele gegaan, maar ik wilde niet weer zo’n plastic ding, omdat er al genoeg plastic in de wereld is.
Op internet vond ik een mandje dat je kon haken; dat leek mij wel wat.
Hierbij een link naar die website .
Eerst maakte ik een klein mandje van een restje katoen.
Even uitproberen: welke steken worden gebruikt? Hoe groot wordt het dan?
Het kleine mandje was al snel klaar.
Ik kocht een bol donkergroen Canada-garen; 60% acryl en 40% wol.
Sterk garen dat tegen een stootje kan.
Je moest er mee haken op naald 6 of 7, maar ik haakte het mandje op naald 5, zodat je een stug en stevig weefsel krijgt.

Inmiddels is het klaar en zitten mijn wasknijpers er in.
Ook ik laat ze namelijk niet op de waslijn zitten.
Overigens: op mijn binnenwaslijn op de overloop laat ik ze wel gewoon zitten.
“Krigst d’r wel aal stof op” kon mijn moeder dan onderwijzend opmerken.
Ja.
Dat blaas ik er dan wel af.

Wat was er dan gebeurd met dat plastic emmertje?
Zie instagram.

Reageren

Pagina 8 van 23

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén