een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Muziek Pagina 1 van 38

18 februari: Een gelukkig mens.

Zondagmiddag kwam er een app van de voorzitter in onze Cantorij-appgroep:
“Helaas heeft Karel zich afgemeld voor vanavond; hij is ziek.”
Die avond zou de cantorij meewerken aan de vesper met het thema ‘Betrouwbare liefde’ en daar hadden we ons terdege op voorbereid.
Ik schreef al over een lied waar we bij moesten tellen in het blog ‘Op je tellen passen’.
Gezwoegd hebben we: met files gemaakt door Jelle hadden we thuis geoefend en bij de repetities met Karel hadden we het oeverloos gerepeteerd.
1,2,3, 1,2, 1,2,3 GELUKKIG IS DE MENS 1, 2, 3, 1, 2, 1,2,3 GELUKKIG IS DE MENS!
Omdat Karel er niet was werd het lied niet gezongen, maar voorgelezen door de voorganger.

Ik zal maar eerlijk zijn: deze mens was gelukkig dat we het niet hoefden te zingen.
Dit soort liederen uit het liedboek is gewoon niet mijn soort muziek, ik kan er wel zonder.
Maar als je bij een cantorij zingt staan er soms ook liederen op het repertoire die je niet leuk vindt, dat hoort er nou eenmaal bij.
“Je doet je best maar, ook dit is kerkmuziek” is dan altijd mijn motto.

Onze cantor was er  dus niet, maar de vesper ging wel gewoon door.
Een beetje ongemakkelijk stonden we om 18.00 uur in te zingen onder de bezielende leiding van voorzitter Wieger.
Karel werd node gemist, meer hoef ik daar vast niet over uit te leggen.
Toen Erwin Wiersinga kwam en plaats nam achter de piano gingen de dingen al een stuk soepeler al was het hier en daar nog wel wat zoeken.
Vooral de bassen hadden nog wat extra aandacht nodig bij lied 329, maar na een paar keer extra doorzingen ging het goed.

Wat ik wel een beetje jammer vond: wij hebben drie weken gerepeteerd en een aantal liederen hadden we vierstemmig ingestudeerd.
Maar alle liederen werden ook door de gemeente meegezongen.
“Jullie meerstemmigheid was niet te horen” merkte Gerard daarover op “waarom zongen jullie niet een paar coupletten alleen met de cantorij?”
Een vraag waar ik het antwoord niet op wist; daarover krijgen we misschien vanavond op de repetitie bij de evaluatie van de vesper meer te horen.
Hopen dat Karel er weer is!
Op 9 maart werken we al weer mee aan de ochtendkerkdienst; een bijzondere viering die wordt voorbereid door de taakgroep Groene Kerk.
Dat is dan ook de eerste zondag van de Veertig-dagen-tijd.
De tijd vliegt; voor mijn gevoel is kerst nog maar een paar weken geleden…..

Reageren

5 februari: Blogbouwstenen (14) – Een rijtuigie.

Vorige maand week kwam in de Arbeidsvitaminen het lied ‘In een rijtuigie’  voorbij.
Dit lied komt uit de tv-serie “Ja zuster, nee zuster” met teksten van Annie M.G. Schmidt en het kwam op single uit in maart 1968.
Uit mijn jeugd.
Ik was 7 jaar toen het uitkwam, maar toen hoorde ik het nog niet.
Het viel me pas op toen Wim Sonneveld overleed in 1974 en het liedje regelmatig voorbijkwam.
13 was ik toen. “En maar schommelen en maar kijken naar de KONT van het paard….’
Oooo…. hij zei ‘Kont’!
Als jonge puber kun je ontzettend lachen om zo’n tekst.

Toen dacht ik dat een rijtuig iets uit de vorige eeuw was.
Toen ik het deze week weer hoorde drong ineens tot mij door dat rijtuigen en koetsen in het begin van de 20e eeuw nog heel gewoon waren.
Die twee opa’s beschreven in dat liedje iets wat in hun jeugd nog heel gewoon was ‘je ging scheef bij ieder bochie, o wat een lekker tochie!’
De eerste auto was een koets met een motor.
Toen ik aan Gerard vertelde van mijn gedachten bij dat liedje zei hij: “Ja, weet je nog wel dat tante Riek vertelde dat ze vroeger bij haar thuis op de boerderij een koets hadden? “Wij gingen nooit lopend ter kerke, wij hadden een eigen koets.”
O jah!
Tante Riek, zo noemden wij mevrouw Deknatel, die naast ons aan de Boskamp woonde toen wij in 1989 in Roden kwamen wonen.
Een in onze ogen stokoude vrouw die toen nog maar 77 was.
Ze was een beetje wereldvreemd.
Zij vertelde over die koets om aan te geven dat haar familie rijker was dan gewoonlijk in Warffum; ze hadden een herenboerderij.

Wij kregen bij ons thuis een auto aan het eind van de jaren 60.
Daarvóór maakten mijn ouders gebruik van de fiets, de bus en de trein.
Onze familie was niet rijk, dus wij hadden geen eigen rijtuigen en koetsen.
Kinderen die nu opgroeien kijken net zo naar de jaren ’60 als ik in mijn jeugd naar het begin van de 20e eeuw keek.
Andere tijden.
Niet meer voor te stellen.

De ontwikkelingen zijn de laatste 50 jaar op alle gebieden heel snel gegaan.
Van ‘rijtuigie’ naar elektrische auto.
Van gewoon schrijven, via een typemachine naar een tekstverwerker/computer.
Van een zwarte, bakelieten telefoon aan de muur naar een persoonlijke, mobiele telefoon waarmee je de hele wereld binnen handbereik hebt.
Van een kruidenier, een bakker, een slager en een melkboer naar één supermarkt.
Daar mijmer ik na zo’n gesprekje dan nog even over door.
Hoe zal de wereld er over 10 jaar uit zien?

Wat zo’n rijtuigie op een doordeweekse dinsdag in mijn hoofd teweeg brengt!
Ook even luisteren/mijmeren?
Hierbij een link naar een video op You Tube.

 

Reageren

27 januari: Die Zeit deckt den Mantel darüber.

Franz Eugen Helmuth Manfred Nidl, heet hij.
Je weet vast niet wie dat is, maar wel als je weet wat zijn artiestennaam is: Freddy Quinn.
Deze Oostenrijker is geboren in 1931 en is van de leeftijd van mijn ouders; hij wordt dit jaar in september 94 jaar.
Deze zanger en met name het lied ‘Junge, komm bald wieder’ is voor mij voor eeuwig verbonden met de herinneringen aan mijn vader.
Vakanties met mijn ouders in de jaren zestig.
In de kantine van de camping of in een Duits café  met een flesje Sprudel en Freddy Quinn of Heino uit de juke-box.
Zijn mooie, diepe stem veroorzaakt bij mij altijd een heimwee-achtige, melancholieke stemming met liedjes als Die Gitarre und das Meer (1959) en Heimatlos (1957).

Freddy komt regelmatig voorbij  via mijn afspeellijsten op Spotify: op de lijst met favoriete Duitse muziek, bij de Smartlappen en op ‘In de loop van de jaren….’
Spotify geeft na het afspelen van zo’n lijst altijd wat ‘aanbevelingen gebaseerd op de inhoud van je playlists’.
Eind vorig jaar kwam op die manier ‘Vergangen, vergessen, vorüber’ uit 1964 voorbij.
Het bracht me in tranen.
Die stem.
Die woorden.

Vergangen, vergessen, vorüber  (afgelopen, vergeten, over)Vergangen, vergessen, vorbeiDie Zeit deckt den Mantel darüberVergangen, vergessen, vorbei

Het lied gaat over schippers en zeelieden, maar voor mij zit er een diepere laag onder.
Mijn ouders zijn er al een tijdje niet meer.
Pa overleed in 2008, ma in 2017.
Die Zeit deckt den Mantel darüber.
Afgelopen en voorbij.
Maar niet vergeten.
De Nederlandse schrijver Rudy Kousbroek heeft het ooit mooi verwoord: ‘Heimwee is de weg weten in een huis dat niet meer bestaat’.

Hierbij een link naar het lied  en geniet ook vooral van dat heerlijke mannen-achtergrondkoortje: oeh oeh oeh…..
Met recht een échte smartlap!

Reageren

23 december: Moi!

Daniël Lohues was begun december te gast bij Bar Laat.
Dat was veur de promotie van zien neie tour met Holland Baroque onder de titel ‘Advent’. En wij hadden al kaorten!
Dat kwam van mien breur die nao de zommer al appte “Wo’j hier ok weer hen?”
Jazeker! In 2019 was ik naomelijk ok al bij een soortgelieke veurstelling west met Henk en Henk Lucas (een kammeraod) en mien schoonzussie Ali. Daarover schreef ik destieds het blog ‘De Drent Lohues en Holland Baroque‘.

Gusteraomnd zaten wij weer met ’n vieren in de Neie Kolk in Assen, maor dizze keer was Gerard met, Ali was helaas verhinderd.

Foto: website Daniel Lohues

Bij de ingang stun een meneer die oons ‘Goedenavond en een fijne voorstelling’ wenste.
Die begroette ik met ‘Moi!”
“Hé, dat is weer eens wat anders”.
In de heufdstad van Drenthe. Daor heurt ‘moi’ toch gewoon te weden?
Dat weur maor weer ies bevestigd deur de maestro zölf die achter het kistorgel gung zitten en zee ‘ Moi!”

Het was met recht een ‘Advents’-veurstelling’.
An ’t begun heurden wij een Prelude van Bach, bewarkt deur de zussen Steenbrink waor allemaol bekende kerstmelodigies in deurklunken.
Toen ze daorna het eerste lied ‘Tik Tak’ uutvoerden besleug mij de brille al van de emoties en dat gebeurde  gusteraomnd nog een paar keer.
Mooi was hoe de klassieke muziek soms overgung in een nummer van Lohues: het orkest begunde bijveurbeeld met de melodie van lied “Ik ben een engel van de Heer’ (Vom Himmel hoch), dat naadloos overgung in ‘Van lege naor hoge’.

En net as in een ‘gewone’ show geneuten wij nou ok weer van de prachtige verhaolen van Lohues bij de liederen. Hij vertelde over het eerste stuk van het Weihnachtsoratorium van Bach. “Jauchzet, Frohlocket! Auf, preiset die Tage!  Typisch Drents is dat wij nao ‘Prijs de dag’ altied geliek ‘niet’ zegt.  ‘Pries de dag niet veur het oamnd is.’
Volgens Lohues was het maor goed dat Jezus niet in de velden van Klazienaveen geboren is. Drentse herder waren vast niet gaon kieken in een stal in het Bargerveen. ‘Eerst maor ies eem anzien….”
De Nedersaksische legerleider Widukind kwam nog veurbij en wij heurden een spiksplinternei ‘gloria-kerstlied’.

Dit blog schöt tekört as het giet um de beschrieving van hoe mooi het was.
Het was ontroerend, een streling veur het oor en balsem veur de ziel.
Wát een mooi begun van de kerstweek.

Naoschrift: noa de veurstelling vreug ik de mannen die met waren wat ze der van vunnen.
Unaniem vunnen ze het een geweldige veurstelling.
Henk Lucas, die ok hen alle andere veurstellings van Lohues west is benaodrukte hoe aans de meziek van Lohues klinkt met dit orkest.
Veur breur Henk voegde de uutvoering van ‘Op fietse’ niet veul toe: “Dat nummer heb ik nou vake genog veurbij heuren kommen.”
Gerard was raakt deur het verhaal over de herinnerings van Lohues an kerstaomnd in zien jeugd.

Helaas: ok van dizze toer gien CD. Um een idee te kriegen van wat wij gusteraomnd zagen hierbij een link naor de uutvoering van ‘As de liefde maor blef winnen. 

Reageren

16 juli: Zomer in zeegeluiden.

Binnenkort gaan Gerard en ik een weekendje naar de Noordzee: mijn verjaardagscadeautje voor hem.
Het mooie is dat ik zelf ook mee mag.
Vandaag kom ik al een beetje in de stemming met een heel kort, Frans liedje.
Het is geschreven en gezongen door Yves Duteil en ook de zee doet letterlijk een duit in het zakje.

Die Fransen kunnen de dingen zo mooi zeggen; alles klinkt in het Frans zachter en poëtischer dan in het Nederlands.
‘Coucher de soleil’ is de Franse uitdrukking voor ons begrip zonsondergang.
Letterlijk vertaald betekent het: het slapen gaan van de zon.
Hierbij een link naar het lied Coucher de soleil.

Je kunt meeluisteren met de tekst hieronder.
Ben het Frans helemaal niet machtig, dan vind je daaronder de vertaling.

Dans les eaux de la mer, on voit des reflets d’orQuand le soleil s’endort dans les bras de la mer.Et le ciel se repose, la mer est un miroirOù son bleu devient noir et ses nuages roses.Quand le soleil s’éteint, les étoiles de la merFont un ciel à l’envers où dorment les dauphins.Dans les eaux de la mer, on voit des reflets d’orQuand le soleil s’endort dans les bras de la mer.

In het water van de zee zien we weerspiegelingen van goud
Wanneer de zon in slaap valt in de armen van de zee.
En de hemel rust, de zee is een spiegel
Waar het blauw zwart wordt en de wolken roze.
Als de zon ondergaat, maken de sterren van de zee
Een omgekeerde hemel waar dolfijnen slapen.
In het water van de zee zien we weerspiegelingen van goud
Wanneer de zon in slaap valt in de armen van de zee.

Mooie herinneringen: coucher de soleil in Gotland.

Zomer in zeegeluiden.
De beelden mag je er zelf bij bedenken.
De temperaturen ook…..

Reageren

11 juli: Veur oons.

Al ies eerder schreef ik over de podcast ‘De Nedersaksen’.
He’j dat toen niet metkregen? Hierbij een link naor dat blog uut 2021.
Het mooie van een podcast is, da’j trugge kunt luustern; ik haar naomelijk hielemaol niet metkregen dat der al weer wat neie ofleverings waren die ik nog niet beluusterd had.
Vandage, op fietse hen Grunn’n, luusterde ik naor oflevering 25 uut november 2023.
Die oflevering was live opnummen in Raolte in de Plaskerk ter gelegenheid van het 900-jarig bestaon van Raolte.
Te gast waren een amateur archeoloog en een echte archeoloog en het was warkelijk een ontzettend interessant gesprek over de geschiedenis van dat gedielte van Nederland.

Gerard Oosterlaar was ok te gast; dat zeg joe misschien zo niks, maor dat is ien van de leden van Höllenboer, de band die ooit ‘Busje komt zo’ zung. Ken ie vast wal.
Dat die band niet allennig van die onzinmuziek uutbrengt bleek uut het liedtie dat op verzuuk van Gerard draaid weur.

Het was een vassie over vrijwilligers, over hoe dat giet op een dörp a’j allemaole de scholders der under zet as der wat gebeuren möt.
Clubgebouw bouwen bijveurbeeld veur de voetbalclub.
Het lied het ‘Veur oons’ met as subtitel: Niet veur mij, niet veur oe, maor veur oons.’
Luuster maor ies; veur oons.
A’j uut een klein dörp komt, komp het je vast bekend veur: de trommel vol stoete, een liedtie van Skik op Radio Oost en Annie en Mans die gebak komt brengen.
De wonderlijke mengeling van harde warkers:  schoelmister, huisarts, Anton en Riek, zomaor vrijwillig, iederiene is geliek en natuurlijk: de slager die halverwege de middag warme gehaktballegies komt brengen.

Niet veur mij, niet veur oe, maor veur oons: het plattelandsbegrip ‘naoberschap’ hiel mooi weergeven in een lied.

Beneid naor de podcast?
As bonus bij mien blog vandage een link naor de website van ‘de Nedersaksen‘.

Reageren

13 juni: Dat du mien Leevsten büst…..

Op een zundagmiddag zat ik te kaorten maoken an de keukentaovel; via Spotify luusterde ik naor mien ofspeulliest ‘Auf Deutsch, bitte’, een liest met 23 duutse vassies waor as ik bliede van word. Het ofspeulen van die liest duurt ongeveer 75 minuten.
Toen het leste liedtie west was bedacht Spotify op basis van mien luustergedrag/het algoritme wat ik nog meer mooi zul vinnen.
Nao twee liedties dacht ik : ”Nee meneer Spotify, dit dus niet”  en leup naor de computer um wat aans op te zuuken.
En toen begunde der net een hiel mooi liedtie; niet in gewoon duuts, maor in het platduuts, een vorm van het Nedersaksisch wat wij ok praot, maor dan uut Noord Duutslaand.
Lale Andersen zung het: ”’Dat du mien Leevsten büst…’ uut 1961.

Mooi ja.
En a’j Drents of Grunnings praot ku’j ’t ok gewoon volgen.
Ok eem luusteren?
Hierbij een link naor een versie op YouTube.
Dit zingt ze:

1. Dat du min Leevsten büst, dat du woll weeßt.
Kumm bi de Nacht, kumm bi de Nacht, segg wo du heeßt;
kumm bi de Nacht, kumm bi de Nacht, segg wo du heeßt.

2. Kumm du üm Middernacht, kumm du Klock een!
Vader slöpt, Moder slöpt, ick slap aleen;
Vader slöpt, Moder slöpt, ick slap aleen.

3. Klopp an de Kammerdör, druk an de Klink!
Vader slöpt, Moder meent, dat deit de Wind;
Vader slöpt, Moder meent, dat deit de Wind.

Dan vraog ik mij geliek of: waor komp zu’n liedtie dan vot?
Dit vun ik der over op internet:

‘Dat du mien Leevsten büst’ is een plattdüütsch Volkslied, dat binnen en buten  Niedersachsen aordig bekend is.
Het vassie vertelt het verhaal van een wicht, dat de nacht in heur kamer met een jongkerel deurbrengt, zunder dat heur va en moe daor wat van wit.
De melodie komp al uut 1778 uut; in het liedboek ”Dor bin ick to Hus kompt het veur het eerst veur.
De oorsprong van het lied lig in de tweede helft van de 18e eeuw, waor het zungen weur as ‘Daß du mein Schätzgen bist“.
Het is veur het eerst publiceerd deur Karl Müllenhoff; hij nam het in  1845 op in zien bundel ‘Sagen, Märchen und Lieder der Herzogthümer Schleswig, Holstein und Lauenburg’, maor het is waorschienlijk dat de tekst nog older is. Wie het schreven hef is onbekend.

De mieste versies hebt maor drie coupletten, dat bint de strofen die hier boven staot.
Wat in de nacht gebeurt wordt an het veurstellingvermogen overlaoten.
In het boekie Hamburger Jugendlieder uut 1925 deuken nog twee coupletten op; die zollen schreven wezen deur de Holsteiner schriever Iven Kruse.
In die coupletten giet het al over de aandere mörgen: .

4. Kummt denn de Morgenstund, kreiht de ol Hahn.
Leevster min Leevster min, denn mößt du gahn!
Leevster min Leevster min, denn mößt du gahn!

5. Sachen den Gang henlank, lies mit de Klink!
Vader meent, Moder meent, dat deit de Wind;
Vader meent, Moder meent, dat deit de Wind

Dit blog draog ik op an ‘mien Leevsten”.

Reageren

11 juni: Zingen en bidden

Zondagavond zat ik op het rode pluche (balkon 2, rij 2, plek 26) in de Stadsschouwburg in Groningen.
Samen met Gerard en vrienden Hans en Bea. 
Op het podium stond een vleugel, een traporgel/harmonium en wat gitaren; om twintig over acht stapte Daniël Lohues het podium op.

Hij begon met het lied ‘Een prachtig mooie dag’.
We kennen hem allemaal van zijn bijzondere liedjes, maar de verhalen die hij op het podium vertelt zijn minstens zo bijzonder. 
Als je zoals wij naar al zijn voorstellingen bent geweest, heb je hem in de loop van jaren steeds beter leren kennen, want hij vertelt veel over zichzelf, over zijn jeugd en over zijn belevenissen in Drenthe en daarbuiten.

Ook nu kwam zijn moeder even weer voorbij. Ze is vijf jaar geleden overleden en hij vertelde hoeveel moeite hij daarmee had gehad.
Vier jaar had hij om haar gerouwd “en het is niet over, maor daor kwam een gevuul in de plek dat ik nog niet kende” zei hij daarover. 
Als je zelf iemand hebt verloren die je niet kon missen weet je wat hij bedoelt: heimwee, liefde zonder adres.
Hij speelde speciaal voor zijn moeder ‘As de liefde maor blef winnen’ en hoe vaak ik dat nummer ook al heb gehoord, het blijft prachtig om het hem zelf te horen zingen. Je kon een speld horen vallen in de schouwburg.

Hij vertelde zondagavond over pater Paul, die hem getroost had toen hij heel verdrietig was geweest na een moeilijke rouwdienst waar hij misdienaar was geweest. Die had gezegd: “Zingen is twee keer bidden, jongen, als je naar huis fietst, zing dan maar zo hard je kan”.
En bijzonder voor Lohues: hij zingt het in het Nederlands. 
Hierbij een link naar dat nummer op YouTube. 

Verder vertelde hij over zijn avonturen op het gebied van de liefde. 
Dat hij een keer relatie had met een vrouw waar hij heel verliefd op was.
“Die loekies waoras aans rooie vlaggies uutkomt bleven dichte”.
Hij zag geen rode vlaggetjes totdat hem de schellen van ogen vielen.
“Toen gungen ineens al die loekies lös: het waren allemaol rooie vlaggies!

Had ik nog een zakdoek nodig? 
Ja. En dat was op een moment dat ik het eigenlijk niet verwachtte.
Hij zong het lied ‘Beste Koningin dat hij vroeger schreef voor Beatrix.
Hij pleit in dat liedje voor één provincie in Nederland ‘die plat blieven mag’ en zingt: “Laot het dan Drenthe wezen, oons mooie Drenthe wezen…”
Op de CD Allennig begeleidt hij zichzelf op de piano, maar zondagavond stapte hij achter het traporgel en bij het ‘Laot het dan Drenthe wezen..’ speelde hij een langzame driekwartmaat. De ontroering overviel me. Het is een combinatie van daar in die zaal zitten, het aparte geluid van zo’n antiek orgeltje en de liefde voor Drenthe. 

Deze ‘onderDaniël’ van koning Willem Alexander (die natuurlijk ook nog even aangehaald werd) is de beste ambassadeur die onze provincie zich wensen kan. 
Wij hebben al weer kaarten voor volgend jaar. 
Dan zitten we op rij 2 in de zaal. 

Eerdere voorstellingen die we hebben bezocht: 

2023: Puntje van je stoel verhalen
2019: De Drent Lohues & Holland Baroque

2018: Ik kiek overal, maor ik heur hier
2017: Maak joe waor.
2016: Aosem. Awesome!

Reageren

4 juni: Rijkdom

In 1966 werd ik 6 jaar en zat ik op de kleuterschool bij juf Idzerda.
Dit even als kader bij het liedje waar ik vandaag op deze website aandacht voor vraag in de rubriek ‘Muziek’.
Het kwam in januari een keer voorbij bij de Arbeidsvitaminen; ik zat met een kop thee voor me een sudoku te maken en hoorde de tekst:

“Ik glinster als een kerstboom want elke diamant is bedoeld als geldbelegging en ik ben je onderpand.
Dit paleis met gouden muren wordt toch nooit mijn huis? Koningin voor alle buren, maar de koning is nooit thuis.”

 

Deze woorden komen uit het lied ‘Paleis met gouden muren’ en gaat over rijkdom.
Maar tegelijkertijd gaat het over armoede, want dat was wat ik dacht toen ik de tekst goed beluisterde: “Wat een armoede.”
Opgesloten in een huwelijk waarin alles draait om de buitenkant.
Een vrouw die zichzelf wegzet als ‘uithangbord, etalage, kerstboom en onderpand’.
Een lied dat bijna 60 jaar geleden is geschreven, maar in deze tijd nog niets aan zeggingskracht heeft ingeboet.

In 1966 werkte mijn vader bij Steenfabriek Roelfsema in Hoogersmilde en wij woonden in een huurwoning in Hoogersmilde.
Uit de fotoalbums en super 8-films die mijn ouders van die tijd maakten komt een beeld naar voren van een gewoon gezin, ouders die van elkaar houden en die het in de loop van jaren steeds beter kregen. Er kwam bijvoorbeeld een auto, een telefoon en een televisie.
We hadden het goed, maar we waren niet rijk.
Mijn moeder woonde niet in een paleis met gouden muren, maar haar koning was, als hij niet aan het werk was, bijna altijd thuis.
Echte rijkdom kun je met geld niet kopen.

Hierbij een link naar het lied ‘Paleis met gouden muren‘.
….ik ben je geldbelegging en ik ben je uithangbord, een deel van je reclame waar ik misselijk van word….

Reageren

12 mei Dit ken ik toch…..

Op een woensdagmiddag om 16.00 uur sloot ik op het werk mijn computer af. Daarmee sloot ik ook Radio 5 af, waar collega en ik met plezier naar hadden geluisterd. Collega werkte die dag tot 17.00 uur en zei: “Ik zet de radio nog wel even aan” en even later hoorde ik Bert Kranenbarg iets aankondigen. Ik pakte mijn jas en stond vervolgens  aan de grond genageld: er werd een nummer gedraaid waarvan ik binnenin mij voelde dat ik het heel erg mooi vond; het had iets heel bekends en toch kon ik het niet thuisbrengen.  Dit ken ik toch… wie is dit ook maar weer….

Eenmaal thuis zocht ik de playlist van Knooppunt Kranenbarg op en vond het eerste liedje na 16.00 uur: de zanger was Albert West en hij zong Memory of life.

Dat lied kende ik in de jaren 70 heel goed: zelf opgenomen op oude bandrecorder van pa.  En helemaal vergeten!
Het was een hitje in 1976, het jaar waarin ik 16 was.
Ik zat in MAVO 4  en in 1977 deed ik examen.
Albertje Oosting zat bij mij in de klas en zij was groot fan van Albert West.
Ik niet, maar dit liedje vond ik toen mooi.
Het deed me qua tekst een beetje denken aan ‘Green green gras of home’: iemand ervaart dat hij weer in zijn dorpje van vroeger is en in het laatste couplet blijkt het een droom te zijn: hij bevindt zich in een oorlogssituatie.

Het nummer brengt me terug naar die MAVO-tijd .
Als je goed luistert hoor je in de muziek de invloed van de schrijver van het lied Hans Vermeulen; de dames van Rainbow Train (waarin o.a. Anita Meijer zong) doen mee in het achtergrond koor.
De ontroering die ik voelde met mijn jas aan rond 16.00 uur kwam puur door de muziek die, zonder dat ik het liedje had onthouden, mijn geest meer dan 40 jaar terugbrengt.
Net zoals de geur van Eau de Cologne mij bij de handtas van Oma Vrieswijk brengt en ik haar aanwezigheid haast kan voelen…

Sweet memories.

Reageren

Pagina 1 van 38

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén