een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Muziek Pagina 1 van 39

28 maart: C’est la vie.

Dinsdagmiddag moesten we naar het UMCG voor Gerard’s wekelijkse injectie.
We zaten tussen 17.30 en 18.15 uur in de auto en luisterden naar ‘Bert op 5’.
Bert Kranenbarg besteedt in zijn programma altijd aandacht aan Franse muziek; die dinsdag draaide hij op verzoek van ene Trudy een chanson van Gilbert Becaud.
De titel was ‘Il s’en va, mon garçon’.
Kranenbarg vertelde: “Het gaat over een vader die zijn zoon uitzwaait die het huis uit gaat; als een vogel op zijn eerste vlucht. Ze hebben samen zijn koffer ingepakt, twee zakdoeken en drie overhemden en daar gaat hij, op zoek naar het geluk.”
Hij zei er nog bij: “Mooie tekst, goed verstaanbaar.”
‘Als je Frans spreekt…’ dacht ik er achter aan, want als je die taal niet spreekt snap je er de ballen van.

Het was een prachtig liedje.
Mooi onderwerp ook.
Herkenbaar als je ooit kinderen hebt uitgezwaaid.

Hierbij een link naar het lied op YouTube.
Als je daarna klikt op dit PDF: 2026.03.28 Il s’en va, mon garcon dan kun je de Franse tekst meelezen, daarnaast staat de vertaling in het Nederlands.

Een leeg nest.
Er is zelfs een syndroom naar genoemd.
Het lied beschrijft de gevoelens van de vader die we als ouders allemaal herkennen.
Dat het twintig mooie jaren waren en dat we er van hebben genoten.
Maar dat we onze kinderen ook niet goed kenden, dat er muren tussen ons in stonden.
Het kind vertrekt om zijn eigen lied te zingen; in de laatste alinea herkent de vader het moment waarop hij zelf zijn ouderlijk huis verliet.

C’est la vie.

Reageren

11 maart: Muziek op zondagmorgen.

Vaste lezers weten het: zondagmorgen om 09.00 uur begint mijn dag met Jacques Klöters van het programma ‘De sandwich’ op Radio 5.
‘Goedemorgen. Heb je goed geslapen?’
Jacques begint met een gedicht en daarna draait hij een mooi, oud nummer; afgelopen zondag was dat Bing Crosby met ‘Little man’.
Ondertussen kleed ik me aan, ontbijt ik, maak een puzzel, zoek mijn liedboek op en bereiden we ons voor om naar de kerk te gaan.

Afgelopen zondag begon er een liedje dat ik eerst niet herkende. Een gitaar en een mannenstem. Mooi ja.
Maar het kwam me wel heel bekend voor…. ‘Where are those happy days, they seem so hard to find. I try to reach for you, but you have closed your mind….’
Luister maar eens: klik hier. Herken jij het?
Klöters zei er over: ‘Deze zanger maakt dat het nummer minder doordendert, hij zingt het wat melancholieker.

Even daarvoor had ik een bijzonder Groningse lied voorbij horen komen.
‘In dit hoes’ van Arnold Veeman.
Nooit van gehoord. Wat een mooi liedje!
De volgende morgen zocht ik het weer terug en luisterde nogmaals naar het liedje, nu niet als geluidsbehang op de achtergrond maar met aandacht.
‘In dit hoes bin ik geboren, oet dit hoes kom ik oet tied’.
Even later hoorde ik de zanger zingen ‘As mien hoed mien taol nait waormokt….’
Huh?
Als mijn huid mijn taal niet waar maakt?
Hoezo?

Daar wilde ik meer van weten.
Een paar klikken op het world wide web en ik wist wat er aan de hand was.
Arnold heeft een Surinaamse vader en een Nederlandse moeder en  heeft een deel van zijn leven op het Groningse platteland gewoond.
Maar hij heeft een donkere huidskleur en als hij in het Gronings zingt, dan vinden mensen daar wat van.
“Hoe kan dat? Zo’n gekleurde jongen die zingt in onze taal?”
“Hoezo onze taal. Het is ook mijn taal” zegt Arnold daar zelf over in een interview dat ik vond.
Arnold praat eind januari met Gerja Wolf van het programma ‘De Avond van vijf’ over dit lied, zijn nieuwe single en over zijn Gronings zijn.
Wil je het ook beluisteren? Hierbij een link naar de website van dat programma, onderaan kun je het fragment met het gesprek met Arnold aanklikken.
Aan het eind van het programma wordt het lied gedraaid.
Het staat ook op Spotify, daar kun je het ook beluisteren.

Reageren

17 december: Proosten op heur.

Der was een kaorte veur mij dankzij Hans en Bea. Die hadden zien dat op 16 december de veurstelling ‘Advent’ was in de Stadsschouwburg in Grunnen: Daniël Lohues met Holland Baroque.
We zaten met ’n dreien in de loge op de eerste rij.
Het was weer ‘fabelhaft’.

Lohues zat midveur op de bühne met een kistorgel veur zöch met het orkest um hum hen.
’t Is een wonderlijke combi van muziek op zu’n aomnd, dit was de daarde veurstelling die ik zag in dizze samenstelling.
De eerste was in oktober 2019 en de tweede veurig jaar, beide in de Neie Kolk in Assen.

Der was wel wat overlap met die veurgaonde edities, maor dat mak mij hielemaol niks uut: ok nou zat ik weer te genieten van het ontroerende ‘Tik, tak, daor giet de tied’ en de weergaloze uutvoering van ‘Holt veur op het vuur’. En ok al he ‘k die liedties al best vaak heurd: met dit orkest der bij klinkt het hiel aans.
Maor ie heurt niet allent liedties van Lohues, heur, der wordt ok prachtige klassieke stukken speuld: uut het Weihnachtsoratorium bijveurbeeld.
En uut de cantate ‘Wachet auf, ruft uns die Stimme’ het wondermooie ‘Zion hört die Wachter singen’.
Lohues speult bij die stukken zölf met op het orgel. Ie ziet de concentraotie op zien gezicht, maor het plezier in wat e an het doen is spat der van of.

Het verdriet van de afgelopen weke zit nog behoorlijk an de oppervlakte.
Lohues vertelde over dizze donkere dagen veur kerst en dat de sterren dan zo mooi te zien bint.
En dat de mensen die oons ontvallen bint ok as sterren an de hemel staot en dat wij die zo mist; ik was al in traonen veurdat e begunt was met zingen.
Hij zung het lied ‘Wij proosten op heur’ met zinnen as ‘Sinds zij der niet meer is….’ en ‘hoe wij an heur denken hier.’

Der was ok een lied dat nog niet zo lang op het programma stun: twee weken veur de uutvoering haar Daniël van iene een mooi keersie kregen en over het locht van dat keersie haar e een nei liedtie maakt.
Het kleine lochie haar hum der an herinnerd dat het locht altied starker is as het duuster ( stiet argens in de biebel of zo….).
‘Het kan nooit zo duuster worden dat dat iene kleine lochie niet meer zichtbaar is’ en daorna volgde een ontroerend lied over ‘Het duuster veurbij’.

Der was ok nog een mooi verhaol over Bach die bij de destieds beroemde organist Reincken komt kieken in Hamburg.
Daorover vun ik vandage op de website van de Bachvereniging dizze column van Lohues waor hij dat hiele verhaol uut de doeken döt.
Wij hebt gusteraomnd dat Nedersaksische liedtie heurd waor as hij in dizze column over schref; over een liedeman die een plekkie zöch in een herberg um te speulen.
En daorna speulden ze het stuk Fantasia & Fuga in g klein, BWV 542.

’t Programma was mij weer te kört, ik haar nog wel een ure willen zitten.
En weer kön ik gien CD kopen van dizze mooie combinatie van muziekstijlen….. jammer heur.
Dus: a’j t zien en heuren wilt moe’j der volgend jaor toch echt zölf hen!

Reageren

30 november: 1e Advent – Hoop.

Vanmorgen rond 09.30 hoorde ik op de de radio het liedje ‘De tijd stond even stil’ van Ramses Shaffy en Liesbeth List.
Mooi liedje. Kende ik niet.
Presentator Jacques Klöters vertelde daarbij iets over het stilstaan van de tijd. Dat er in het Grieks twee woorden waren voor tijd, die allebei iets anders betekenden: Chronos,  dat staat voor kloktijd, meetbare tijd  en Kairos, daarbij gaat het om de innerlijke tijdsbeleving.
Meer weten? Op de website ‘Grit in education’ vond ik een mooi artikel over dit onderwerp: Chronos en Kairos – twee gezichten van de tijd

Hoe wonderlijk is het dan dat in de PKN-viering van vanmorgen dominee Sybrand van Dijk ons bij de liturgische bloemschikking vertelde over die twee soorten tijd.
Dat iets soms al twee jaar geleden is, terwijl je denkt; “Twee jaar alweer! Voor mij is het als de dag van gisteren…..”
De tekst bij het bloemstuk was: schijnbaar dode takken met dikke knoppen als teken dat er weer nieuwe toekomst is.
Bijzonder was dat Sybrand al weer voorging in deze dienst, nadat we deze week afscheid hebben genomen van zijn Henk.
Hij zei daar zelf over: ‘Je moet de dingen gewoon weer doen. Elkaar ontmoeten, elkaar begroeten, het leven van alledag leiden in al zijn facetten, daarin ontmoet je de ander en dat is helend voor jou en en je verdriet. Dat heb ik de afgelopen jaren bij velen van u gezien. Hoe groot de ontreddering ook is en hoe groot het gemis: het helpt als je weer gewoon je dingen oppakt die je anders ook deed.’ De herkenning én de ontroering was voelbaar en zichtbaar vanmorgen.

In de overdenking lag de nadruk op de hoop en waar ik anders nog wel eens terugluister via kerkomroep of YouTube was dat vanmorgen niet mogelijk: de viering is niet opgenomen. Maar strekking van het verhaal wordt samengevat in onderstaande tekst van Vaclav Havel.

Inspiratietekst ‘Hoop’

Diep in onszelf dragen wij hoop.
Als dat niet het geval is, is er geen hoop.
Hoop is een kwaliteit van de ziel en hangt niet af van wat er in de wereld gebeurt.

Hoop is niet voorspellen of vooruitzien.
Het is een gerichtheid van de geest, een gerichtheid van het hart, verankerd voorbij de horizon.
Hoop in deze diepe en krachtige betekenis is niet hetzelfde als vreugde omdat alles goed gaat, of bereidheid je in te zetten voor wat succes heeft.
Hoop is ergens voor werken omdat het goed is, niet omdat het kans van slagen heeft.
Hoop is niet hetzelfde als optimisme; evenmin de overtuiging dat iets goed zal aflopen.
Het is de zekerheid dat iets zinvol is onafhankelijk van de afloop, onafhankelijk van het resultaat.

Vandaag is het de eerste zondag van Advent; vanmorgen staken we in de kerk de eerste kaars aan.
Voor op de salontafel maakte ik zaterdag een adventsbloemstuk.
Dat doe ik ieder jaar, maar ook ieder jaar weer anders.
Benieuwd? Klik hier naar het blog daarover van vorig jaar, onderaan vind je een overzicht van de voorgaande jaren.

Nog even terug naar dat liedje van Ramses en Liesbeth.
Mooi liedje; ik zocht het op: De tijd stond even stil 

Reageren

25 november: ….. möcht ich im Stehen sterben.

Twee weken geleden hoorde ik op een morgen bij de Arbeidsvitaminen een lied van Reinhard Mey.
Eerst was het ‘geluidsbehang’ want ik was iets anders aan het doen, maar ik werd geraakt door de de woorden ‘….möcht ich im Stehen sterben.’
Een voor mij volslagen onbekend lied, uitgebracht in 1974.
Mey werd beroemd in Nederland met het lied ‘Als de dag van toen’ uit 1975; dit zat er net voor aan en heeft in ons land geen aandacht gekregen.
Het lied heet eigenlijk ‘Wie ein Baum, den mann fällt’.
Zoals een boom die men velt, zoals een aar op het veld, ‘möcht ich im Stehen sterben’.
Mey zingt zinnen als: ‘wenn sich meine Blätter herbstlich färben’ en ‘Wenn ich Freund Hein wie einen eis’gen Luftzug um mich wehen spür’.
Duitse dichtkunst.

‘Im Stehen sterben’ betekent  letterlijk ‘sterven terwijl je staat’ , maar het wordt figuurlijk gebruikt om aan te geven dat iemand sterft tijdens het volbrengen van een taak en dat hij of zij niet opgeeft voordat de taak voltooid is. Het impliceert dat iemand tot het uiterste gaat en tot het einde toe vasthoudt aan een principe of strijd.
In onze taal hebben wij daar ook een uitdrukking voor: ‘In het harnas sterven’.
Wij gebruiken die uitdrukking vooral om aan te geven dat iemand overlijdt tijdens het uitoefenen van zijn beroep terwijl hij nog zeer actief is.
De uitdrukking is een metafoor (afkomstig uit de middeleeuwen) en verwijst naar het sterven in het harnas als een “ridderlijke” en eervolle manier om te overlijden.

Vorige week had ik een vriendin aan de lijn; we hadden het over ouder worden en over hoe onze ouders waren overleden. Haar vader had een lang ziekbed gehad en zij vertelde: “Dat is toch wel mijn schrikbeeld voor de toekomst: dat je in bed komt te liggen of in een rolstoel belandt en dat je dan je afhankelijk wordt van mantelzorg.”
Ik vertelde haar over bovengenoemd lied van Mey en later op de avond stuurde ik het haar toe.
Een tekst om over na te denken.
Met een melodie die in je hoofd blijft zitten en muziek die doet denken aan ‘Als de dag van toen’.
Voor dit blog maakte ik een PDF met de Duitse tekst, met daarnaast een vertaling: Wie ein Baum den mann fällt
Verder geef ik je hierbij een link naar het nummer op You Tube: Wie ein Baum.
Een pareltje.
Geniet er van.

Reageren

19 november: Een horloge & een parelketting.

Jacques Klöters begint zijn radioprogramma op zondagmorgen altijd met een gedicht.
Een aantal weken geleden was dat een oud gedicht; het was in 1870 geschreven door Rosalie Loveling en de titel was ‘Het geschenk’.

I

Hij trok het schuifken open,
Het knaapje stond aan zijn zij
En zag het uurwerk liggen:
‘Och, grootvader, geef het mij?’

– Ik zal ’t u wel eens geven,
Toekomende jaar misschien,
Als gij wel leert en braaf zijt,
Zeî de oude, wij zullen zien.

‘Toekomend jaar!’ sprak het knaapje,
‘O, grootvader, maar dan zoudt
Ge lang reeds kunnen dood zijn;
Ge zijt zoo ziek en zoo oud!’

En de oude man stond te peinzen,
En hij dacht: het is wel waar,
En zijn lange vingren streelden
Des knaapjes krullend haar.

Hij nam het zilvren uurwerk,
En de zware keten er bij,
En leî ze in de gretige handjes,
‘’t Komt nog van uw vader,’ sprak hij.

II.

Daar was een grafje gedolven;
De scholieren stonden er rond,
En een oude man boog met moeite
Nog eene knie naar den grond.

Het koele morgenwindje
Speelde om zijne haren zacht;
Het gele kistje zonk neder;
Arm knaapje, wie had dat gedacht!

Hij keerde terug naar zijn woning,
De oude vader, en weende zoo zeer
En lei het zilvren uurwerk
In ’t oude schuifken weêr.

Aandachtig had ik geluisterd en ik, emotionele dweil, was in tranen.
Het gedicht deed me denken aan de smartlap die vroeger in mijn liedjesmap stond.
Het was een lied van de Zangeres zonder Naam en het heette ‘Het parelsnoer ‘.
De eerste regel was ‘Klein Greetje kwam dikwijls bij grootmoe, wel 6,7 keer op een dag, ze vindt het bij grootmoe zo heerlijk, omdat ze daar alles van mag.’
Het gegeven waar het verhaal om draait is hetzelfde, maar bij dit lied gaat het niet om een grootvader met een zilveren horloge, maar een grootmoeder met een parelketting.

Wát een ontzettende smartlap!
Voor mijn moeder heb ik het nog wel eens gezongen, maar het staat al jaren niet meer in mijn zangmap: ik krijg het er niet meer uit.
Wil jij het lied nog eens horen, gezongen door Mery Servaes?
Hierbij een link naar een uitvoering op YouTube. 

Reageren

29 oktober: Niet zwanger.

“Als je geen activiteit hier in je onderbuik voelt….” zei cantor Karel op de cantorijrepetitie over wat we moesten voelen tijdens de buikademhaling als je goed zingt “….dan ben je niet zwanger!” vulde alt naast mij fluisterend aan. Gedeeld stil plezier op de achterste rij. Niemand hoort dat verder, want we

….buikademhaling….

mogen eigenlijk niet beppen tijdens de repetitie. Karel had ons voor het inzingen al streng toegesproken: “Zondag werken we mee aan één van de belangrijkste vieringen in het kerkelijk jaar (de gedachtenisdienst waarin de gemeenteleden worden herdacht die zijn overleden het afgelopen jaar) en we hebben een vol programma. Ik vraag vanavond van jullie opperste concentratie en geen geroezemoes tussendoor.”

Maar dat lukt natuurlijk nooit, temeer omdat Karel zelf soms hele rare dingen zegt waar je wel op móet reageren.
“Mannen: dit moet gezongen worden als boter! En dan niet van die harde, nee, boterzacht. Denk aan van die 100% pindakaas die je op je boterham smeert: zo moet je zingen.”
De mannen zingen vervolgens als 100% pindakaas en wij staan met een uitgestreken gezicht achter hen ons lachen in te houden.
De tenoren zingen niet alleen boterzacht, ze zijn ook wel een beetje hardleers.
“Tenoren. Jullie hoeven écht niet bang te zijn dat de mensen jullie niet horen, het moet zachter”. Dit thema komt iedere repetitie minstens één keer aan de orde. Ook de alten moeten regelmatig dimmen en de sopranen moeten zich vooral laten hóren: vlammen! Toe maar!

De hele repetitie was een feest gisteravond, want Rieke (vriendin van Karel en mezzo-sopraan) zong bij een lied een mooie solo, Arjan was er de hele avond bij om ons te begeleiden op de piano en Monique speelde mee op haar dwarsfluit. Karel had daardoor alle tijd en ruimte voor het dirigeren en coachen van de cantorij.
Maar door de aanwezigheid van deze musici worden er soms ondoorgrondelijke aanwijzingen gegeven. “We doen dit in As groot!” roept Karel.
Wij kijken elkaar aan op de achterste rij en denken ‘Wij ook?’
Vervolgens klinkt er een mooie uitvoering van het lied en hebben wij ‘het’ zonder het te weten tóch in As groot gedaan.

Het feest werd compleet aan het eind van de repetitie, toen we het lied ‘Zou ik niet van harte zingen’ (lied 903) gingen repeteren. Karel heeft van dit lied een geheel nieuwe bewerking gemaakt: vierstemmig met piano, dwarsfluit én orgel. Daar hebben we de laatste weken hard aan gewerkt en ook thuis geoefend. We moeten bij dit lied zelf meetellen, want er zitten instrumentale stukjes tussen en het is belangrijk dat we als koor weer op tijd ademhalen en zelfverzekerd inzetten. Voortdurend opletten dus. Het veroorzaakt bij mij kippenvel als het dan goed gaat.

“Zondagmorgen wil ik om 08.40 uur graag inzingen: zorg dan dat je er bent en niet 10 minuten te laat!”
Karel maakt geen grapje.
Hoef je geen wekker meer te zetten voor je werk, zit de cantor je op zondagmorgen op je nek!

Reageren

20 oktober: Geen wedstrijd.

Begin oktober overleed de zanger van Kayak, Edward Reekers.
Hij was niet eens zo veel ouder dan ik: 68 is hij geworden.
In een ochtendprogramma van Radio 5 luisterde ik naar een telefoongesprek dat naar aanleiding van dat overlijden werd gevoerd met Harry Sacksioni. Hij kende Reekers persoonlijk, had veel met hem samengewerkt en was verdrietig om zijn heengaan.
Edward Reekers volgde binnen Kayak Max Werner op als zanger, die wilde liever drummen.

Reekers had een bijzondere stem die hij, totdat hij ziek werd, op vele manieren heeft ingezet.
Sacksioni had hem geadviseerd om een mee te doen aan zo’n programma als ‘Beste zangers’ maar dat wilde hij absoluut niet.
“Hij was daarover kort” zei Saksioni daarover “Muziek is geen wedstrijd’.

Mooie uitspraak.
Zegt Daniël Lohues ook altijd.
Op internet vond ik een quote van Pat Martino, een Italiaans/Amerikaans jazzgitarist.
Die omschreef het treffend:
True music, like all true art, is an experience to be shared, not judged, for praise cannot make it better, as blame cannot make it worse.* 

De stem van Edward Reekers nog even horen?
Hierbij een link naar Ruthless queen: een opname uit het legendarische muziekprogramma Toppop.
Het nummer gaat over een scheiding, waarbij de man hopeloos en vernederd achterblijft. (I can’t accept our love has been).
Het is het bekendste nummer van Kayak met Reekers als zanger.
De plaat is daarnaast ook bekend door de verkeerde klemtoon (ruth-LESS) van de titel.
Veel Engelstalige luisteraars keken daar vreemd van op. Hierbij een link naar een artikel daarover op de website van Ton Scherpenzeel, waarin hij uitlegt waarom de klemtoon op ‘less’ ligt.

*Echte muziek is, net als alle echte kunst, een ervaring die gedeeld moet worden, niet beoordeeld, want lof kan het niet beter maken, net zoals kritiek het niet slechter kan maken

Reageren

19 augustus: Het kon ECHT niet!

Bij één nummer van The George Baker Selection zit ik aan het begin, als de blokfluiten beginnen te spelen, in gedachten weer op de fiets op de terugweg van de MAVO naar huis.
Ik zit dan nog in de 1e klas, maar het is al zomer (juni 1974) en ik fiets samen met Marjan, die door moet naar Diever.
We hebben het over muziek en ik vertel haar wat ik heb ontdekt over het liedje ‘Fly away little paraquayo’: dat dat over slavernij gaat.
Ik had namelijk al één jaar Engels gehad en had met mijn fonetisch opgeschreven woorden geprobeerd om het lied te vertalen.
“Dat is toch helemaal geen goeie muziek!” riep Marjan.
“Waarom niet?”
“Nederlanders die Engels zingen, dat klinkt toch nergens naar?”

In mijn herinnering hoorde ik het aan en wist ik niet wat ik moest zeggen.
Wat ik wel begreep was dat Marjan twee oudere broers had die heel veel wisten van muziek in het algemeen en popmuziek in het bijzonder en dat die hun kleine zusje duidelijk hadden gemaakt dat dat liedje van de George Baker Selection ‘ECHT NIET KON!’

Tijdens het vervolg van de fietstocht bleek dat er heel veel muziek was in die tijd die je niet goed hoorde te vinden.
Silvio – ‘Marian, come back home’  had ik ook helemaal vertaald, dat was een regelrechte smartlap:  “Daar luister je toch niet naar, Ada, dat is echt slecht” (geen idee? Luister hier.)
Vicky Leandros – Ich hab die Liebe gesehen en Du – Peter Maffay, bij ons thuis regelmatig te horen: “Toch geen Dúitse muziek!”
Maar die liedjes stonden allemaal wel in mijn map met teksten voorzien van gitaarakkoorden.
Ik speelde sinds de zesde klas van de Lagere school gitaar en ik was in mijn vrije tijd druk met het zingen van muziek die ik mooi vond.
In die tijd was ik lid van de Mandoline-club van Marinus Boer in Dwingeloo en daar zongen we liederen als Whispering Hope, Muss-i-denn en ‘Meisjes met rode haren.’
Genoot ik van.

Toen ik thuiskwam na het fiets-gesprek met Marjan was ik een beetje boos.
Hoezo geen goeie muziek? Ik vond het prachtig!
En ik bleef het prachtig vinden, ondanks dat dat van Marjan niet mocht.
En van mijn broer dus ook niet…. (zie zijn reactie onder dit blog 😉 )
Marjan ging na één jaar MAVO naar een andere school in Diever en ik heb haar daarna nooit meer gezien.
Als de blokfluiten van George Baker spelen aan het begin van Fly away little paraquayo flitst mij altijd bovenstaand gesprekje op de fiets door het hoofd.

Wat je mooi vindt vind jij mooi; daar doet wat een ander ervan vindt niks aan af.
Daarom luister ik nog steeds graag naar de kleine paraquayo.
En naar Heintje met zijn ‘Ich bau dir ein Schloss’, naar een klassiek stuk als de Theresiënmesse van Haydn, naar BZN, Queen en Daniël Lohues.
Mijn vader zei vroeger: ‘Smaak is geen kwestie van meerderheid’.
Geniet zonder schuldgevoel van muziek die jíj mooi vindt.
Geef je er maar eens lekker aan over: hierbij een link naar de paraquayo.

Reageren

31 juli: Stabat Mater – meer dan dat éne bekende stuk.

Giovanni Battista Pergolesi (afbeelding: Wikipedia)

Zo van een muziekstuk genieten dat er tranen van ontroering ontstaan: af en toe overkomt me dat.
Dat is vaak bij stukken die ik al ken, maar deze week overkwam het me bij het beluisteren van een muziekstuk dat ik voor het eerst hoorde: het was het twaalfde en laatste nummer van het werk ‘Stabat Mater’ van Pergolesi.
Als je een beetje van klassieke muziek weet, dan ken je het vast het eerste stuk, want dat is overbekend: een sopraan en een alt die ‘Stabat Mater Dolorosa’ zingen.

Het hele stuk Stabat Mater bestaat uit 12 delen.
Het is gebaseerd op een gedicht uit de 13e eeuw, waarvan de eerste strofe luidt: ‘Huilend stond de moeder aan de voet van het kruis, waaraan haar zoon te sterven hing.’
Het gedicht is geschreven ter ere van de Heilige Maria, staande onder het kruis van Jezus.

Giovanni Pergolesi was een Italiaan en hij leefde maar heel kort: hij is maar 26 geworden (1710-1736).
Hij heeft zijn korte leven hoofdzakelijk in Napels doorgebracht, waar hij op zijn twaalfde naar toe werd gestuurd om muziek te studeren.
Hij schreef o.a. komische opera’s.
Maar hij had een zwakke gezondheid, hij leed aan tuberculose.
Toen hij zijn einde voelde naderen, zocht hij onderdak in een klooster. Daar voltooide hij  zijn beroemde Stabat Mater (Latijn voor ‘De moeder stond’).

Het wordt beschouwd als één van de mooiste, meest indringende stukken muziek uit de religieuze klassieke muziek en lange tijd gold het als het schoolvoorbeeld van eenvoudige en ontroerende kerkmuziek.  Pergolesi schreef het werk voor twee solostemmen, alt en sopraan (destijds hoge mannenstemmen), strijkers en orgel; pas later is er een koor en een orkest aan toegevoegd.

Na Pergolesi hebben veel componisten ook een Stabat Mater geschreven.
Ook is bekend dat Mozart (1756-1791) en Bach (1685-1750) zijn muziek hebben gebruikt (of er ieder geval goed naar hebben geluisterd) bij het schrijven van hun eigen muziek.

Hierbij een link naar uitvoering op YouTube van dit stuk dat ik beluister op Spotify: Orchestra Mozart Claudio Abbado uit 2009.
Je kunt via deze link het hele Stabat Mater van Pergolesi beluisteren; het laatste stuk waar ik over schrijf begint bij 38.07.
Dat 12e stuk heet Quando Corpus Morietur; het eindigt heel verrassend met een vrolijk en opgewekt ‘Amen’.
Heb je Spotify? Dan kun je dit album ook beluisteren via deze link.

Neem eens de tijd om het hele stuk in alle rust te beluisteren.
Duurt ongeveer drie kwartier.
Oortjes in, oogjes dicht, snaveltje toe.
Kom je even écht tot rust. 

Reageren

Pagina 1 van 39

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén