De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

1 april: Gast aan tafel

Gisteren zat er een gast bij ons aan tafel; gezellig!
Deze gast eet geen vlees , dus daar had ik rekening mee gehouden.
Dan zit ik een dag van te voren te bedenken: “Wat gaan we dan eten?”
Als wij een vegetarische dag hebben eten we vaak iets met een eitje.
Of lasagne met 4 soorten kaas.
Of een soepie zonder balletjes.
Maar toen wij bij onze gast te gast waren werden wij verwend met een vier-gangen-menu met alles er op en er aan, dus ik wilde iets bijzonders maken.
En het moest ook lekker zijn.

Met wat zoektermen zoals oven en  witlof kwam ik op een recept voor plaattaart met witlof, brie, walnoot en honing. Het was helemaal niet moeilijk om te maken en voordat de bakplaat de oven in ging zag het er bij ons zo uit: zie afbeelding links.
Wil je dit ook maken? Hierbij een link naar de website Eef kookt zo.
En het was heerlijk!
Als voorgerecht serveerde ik uiensoep (lukt altijd) en als bijgerecht bij de plaattaart maakte ik (ook op advies van Eef)  een gemengde salade met ‘semi zongedroogde tomaatjes’. Die maak je  eenvoudig door cherrytomaten of snoeptomaatjes te halveren en in een ovenschaaltje te doen. Meng er een beetje olijfolie door, een klein teentje knoflook (ontveld en in stukjes), een beetje tijm, wat peper en zout. Zet dit dan in de oven voor ongeveer 30 minuten op 130 graden.
Daarna laat je het afkoelen; daarna meng je er ijsbergsla of veldsla doorheen.
Een ander bijgerechtje was ‘zoetzure komkommer à la Ma Vrieswijk’: azijn, suiker, basilicum en met de kaasschaaf gesneden komkommer.

Het recept voor deze plaattaart zit inmiddels uitgeprint in mijn map met recepten; die ga ik nog wel eens maken!

 

Reageren

31 maart: En tenslotte…. het vierde zakje.

Wat zat er nou in het vierde zakje van het handwerkpakket/afscheidscadeau van Lentis?
In het blog over de moeilijke sokken uit het derde zakje schreef ik op 10 maart: ‘…. maar ik vond het garen dat daarin zat echt niet mooi.
Hoe het afliep….? Wordt vervolgd.’
Er zaten twee bollen goudkleurig garen in het zakje; het heette ‘dark gold’.
Daarvan ging je een sjaal breien met weer een moeilijk patroon.
Daarbij zat een strengetje lichtblauw borduurgaren, daarmee moest je sterretjes borduren op de sjaal als die af was.

De kleur van het garen vond ik niet mooi en ik had helemaal geen zin meer in nog een moeilijk patroon.
Wat te doen?
Ik stuurde een app naar teamleider Sylvia, want die had in december voor zichzelf én haar vriendin ook zo’n zelfde pakket gekocht.
“Het garen in het vierde zakje vind ik echt niet mooi. Kan ik jou daar een plezier mee doen? Dan heb je vier bollen!”
Sylvia vond het een prima idee en zij kreeg mijn twee ‘donker gouden’ bollen, van haar kreeg ik een zakje met garen dat zij nog had liggen en waar ze niks meer mee deed.
Er was één bol gemeleerd garen bij waarvan ik een driehoekige sjaal heb gebreid; niet met een lastig patroon, maar zo simpel mogelijk, namelijk alleen maar naalden recht. Aan het einde van iedere tweede toer breide ik een gaatje en daarna meerderde ik 1 steek.
Het was een bol van 1oo gram, dus ik woog 50 gram af, daarvan breide ik de helft waarin ik steeds meerderde, van de andere 50 gram breide ik de andere helft waarbij ik na het gaatje aan het eind van iedere tweede toer 1 steek minderde.
Toen was de sjaal eigenlijk net niet groot genoeg, daarom kocht ik een bolletje fel rood-oranje garen (die kleur zat ook in de sjaal) en haakte daarmee een randje met waaiers van stokjes.


Van Sinterklaas (lees Frea) had ik een haakpakket gekregen met twee bollen verlopend garen en een bijbehorend patroon van Hobbii.
Dezelfde firma als het Lentis-Adventskalender-project; ‘Hobbii’ is voor mij inmiddels een synoniem voor ‘moeilijk’, maar het viel heel erg mee!
Het patroon verspringt om de vier toeren en als je het kunstje eenmaal kent kun je zonder patroon/beschrijving verder haken.
Het gaat om de Virus sjaal Sultan Deluxe: hierbij een een link naar het gratis patroon op de website van Hobbii. 
 
En nu is het wel klaar met moeilijke handwerkdingen buiten mijn comfortzone.
Het was een geweldig afscheidscadeau van Lentis, ik heb er veel van geleerd, maar nu wil ik weer even breien en/of haken zonder tellen, afvinken, nadenken, uithalen en irritatie om drie bollen garen die in elkaar gedraaid zijn.
Nu even weer iets simpels: beenwarmers voor Carlijn.
Wordt (wederom) vervolgd!

Benieuwd naar de vorige drie zakjes?
Zakje 1 Moeilijke wanten. – Ver buiten mijn comfortzone
Zakje 2 Moeilijke muts – ‘Het stomste….??!
Zakje 3 Moeilijke sokken – Niet meer over de hiel heen

Reageren

30 maart: Pikachu.

Gistermiddag vierden we de verjaardag van dochter Carlijn met ‘de familie’: die van haar en van Wim.
Altijd gezellig!
De zus van Wim heeft twee jonge kinderen en het oudste meisje had een paar weken geleden schuchter aan tante Carlijn gevraagd of ze voor haar een Pikachu-knuffel kon maken.
Tante kan namelijk hele mooie dingen maken.
“Best nog moeilijk…” zei Carlijn daarover.
Ik weet eigenlijk niet eens goed wie of wat Pikachu is; iets met Pokemon?
Weet jij het ook niet? Hierbij een link naar Wikipedia met alles over dit figuurtje dat zich laat omschrijven als een gele muis met konijnenoren met een staartje als een bliksemschicht.

Gistermiddag zat het meisje wat verlegen bij mama op schoot toen Carlijn zei: “Ik heb iets voor jou….”
Het was kostelijk om te zien hoe ze op slag veranderde in het kind dat ze is als er geen ‘vreemde’ mensen bij zijn.
“O KIJK! PIKACHU!’
Mama, opa, papa, iedereen kreeg de nieuwe knuffel te zien. Toen rende ze door de kamer naar haar broertje “KIJK! PIKACHU! En hij heeft ook een staartje!”
Zelfs Siepie de kat moest de knuffel bewonderen, inclusief bliksemschichtstaartje.

Gisteravond kregen we een app van Carlijn.
Ze had een berichtje gekregen van Wim’s zus “Ze ligt te slapen met haar gezicht in Picachu begraven…”
Je zal zo’n tante hebben….

Oom en tante hadden zelf het gebak op de verjaardag verzorgd: Wim had een appeltaart gebakken en Carlijn had de befaamde Tante-Lammie-kwarktaart-met-mandarijntjes gemaakt.
Welk gebak wilde ik bij de koffie?
Ik kon niet kiezen, dus ik zei ‘allebei’.
Wel wat brutaal natuurlijk, maar ik heb ik de loop van de jaren al zoveel appel- en kwarktaart aan deze gasten verstrekt: het werd niet eens een discussie, ik kreeg ze allebei.
Wim dacht trouwens dat hij met het bakken van de appeltaart al toe mocht treden tot ‘Het bakkersgilde’ (een appgroep van de bakgrage Gerard, Carlijn en Frea), maar dat ging niet zonder slag of stoot: wij moesten eerst proeven.
‘Teleurgesteld’ drukt de gevoelens van Wim niet goed uit.
“Ik dacht dat ik na mijn brood en koekjes al lid was, maar de sollicitatieprocedure is BRUTAL!”
Wat mij betreft heeft hij de proeve van bekwaamheid glansrijk doorstaan.
Maar ik zit niet in dat gilde…….

Reageren

29 maart: Een goed begin.

Vandaag, 29 maart, is het Palmzondag.
Dat is de eerste dag van ‘de goede week’, ook wel ‘stille week’ genoemd. Het is de week voor Pasen waarin christenen over de hele wereld het lijden, sterven en de opstanding van Jezus herdenken.
Die week begint met Palmzondag: dan wordt het verhaal gelezen van Jezus’ intocht in Jeruzalem.

Gistermiddag vierden we uitbundig de 6oe verjaardag van Gerards jongste broer.
Daar schemerde het paasverhaal ook al door de gesprekken heen: de familie van schoonzus Ali komt namelijk uit Dwingeloo en menigeen was al heel druk met ‘The Passion, de muzikale paasvertelling van KRO-NCRV die op donderdag 2 april om 20.30 uur is te zien op NPO 1.
We hoorden ook al verscheidene mensen uit Roden die het plan hebben opgevat om daar naar toe te gaan.
Wij niet.
A.s. donderdag werken we met de cantorij mee aan de viering, waarin het laatste avondmaal dat Jezus met zijn leerlingen hield wordt herdacht.
We kijken The Passion wel terug op de televisie; dat gingen veel ‘Dwingelers’ trouwens ook doen: “Wij kunt het op de tillevisie beter zien as bij oons op de Brink….”

De Palmzondagviering in onze kerk is altijd gericht op de kinderen; zij liepen vanmorgen met hun versierde palmpasenstokken in optocht door de kerk en we zongen beslist andere liederen dan anders!
Dominee Sybrand van Dijk kroop vanmorgen in de huid van een Joodse kleermaker, die ooit voor Maria van Nazareth een gewaad uit één stuk had gemaakt.
Wij kennen dat gewaad omdat het in de bijbel wordt genoemd in het evangelie van Johannes. Toen Jezus werd gekruisigd begonnen de Romeinse soldaten alvast de kleding van Jezus onder elkaar te verdelen, maar zijn onderkleed was van bovenaf in één stuk geweven en had geen naden. Om het kledingstuk niet te beschadigen scheurden de soldaten het niet in stukken, maar ze dobbelden er om. In het verhaal van Sybrand kwam het onderkleed weer bij de kleermaker terug, omdat de soldaat die het had gekregen het aan hem gaf.
Een waardevol verhaal met een mooie verbinding naar alle bijzondere dagen die we in de komende week gaan beleven.
Arjan Schippers verzorgde vanmorgen het pianospel en maakte mij blij met zijn uitvoering van van Hosanna uit de musical Jesus Christ Superstar.
Dan heb ik de beelden uit 1973 al weer op mijn netvlies:  ’the rocks and stones themselves would start to sing…… Hosanna!’
Ook even weer terug in de tijd? Hierbij een link naar de beelden van de intocht in Jeruzalem uit die musical.

…..strippenkaart….

Na de viering was er koffie/thee, maar als je er iets bij wilde was dat deze zondag niet gratis: je kon een strippenkaart kopen voor € 5,- en daarop 2 kruisjes van € 0,50 cent zetten voor een plak cake, kruidkoek of iets anders lekkers dat gemeenteleden hadden gebakken. Verder was er een Rad van Avontuur en een ’talentenmarkt’, dit alles om geld in te zamelen de financiële ondersteuning van het werk van father Petru in Ulmu, Moldavië’.
Een mooi begin van een bijzondere week.

Reageren

28 maart: C’est la vie.

Dinsdagmiddag moesten we naar het UMCG voor Gerard’s wekelijkse injectie.
We zaten tussen 17.30 en 18.15 uur in de auto en luisterden naar ‘Bert op 5’.
Bert Kranenbarg besteedt in zijn programma altijd aandacht aan Franse muziek; die dinsdag draaide hij op verzoek van ene Trudy een chanson van Gilbert Becaud.
De titel was ‘Il s’en va, mon garçon’.
Kranenbarg vertelde: “Het gaat over een vader die zijn zoon uitzwaait die het huis uit gaat; als een vogel op zijn eerste vlucht. Ze hebben samen zijn koffer ingepakt, twee zakdoeken en drie overhemden en daar gaat hij, op zoek naar het geluk.”
Hij zei er nog bij: “Mooie tekst, goed verstaanbaar.”
‘Als je Frans spreekt…’ dacht ik er achter aan, want als je die taal niet spreekt snap je er de ballen van.

Het was een prachtig liedje.
Mooi onderwerp ook.
Herkenbaar als je ooit kinderen hebt uitgezwaaid.

Hierbij een link naar het lied op YouTube.
Als je daarna klikt op dit PDF: 2026.03.28 Il s’en va, mon garcon dan kun je de Franse tekst meelezen, daarnaast staat de vertaling in het Nederlands.

Een leeg nest.
Er is zelfs een syndroom naar genoemd.
Het lied beschrijft de gevoelens van de vader die we als ouders allemaal herkennen.
Dat het twintig mooie jaren waren en dat we er van hebben genoten.
Maar dat we onze kinderen ook niet goed kenden, dat er muren tussen ons in stonden.
Het kind vertrekt om zijn eigen lied te zingen; in de laatste alinea herkent de vader het moment waarop hij zelf zijn ouderlijk huis verliet.

C’est la vie.

Reageren

27 maart: Koningin Elizabeth.

Van Dea kreeg ik het boek ‘Een langzaam stervende zaak’ van Elizabeth George, het nieuwste deel in de Inspecteur Lynley-mysteries.
Hou ik van. Vooral omdat ik in loop van de jaren Lynley en Havers goed heb leren kennen en daarmee de mensen die hun wereld bevolken; een deel daarvan kom je een nieuw boek weer tegen.

Het boek neemt je mee naar Cornwall, naar een klein tinlegeringsbedrijf.  Eén van de eigenaren, Michael Lobbs, wordt in zijn werkplaats in een plas bloed gevonden.
Het lichaam wordt ontdekt door Geoffry, een vertegenwoordiger van Eco Mining, dat het bedrijf van Lobbs, de mijn en de grond van hem wil kopen.

Naarmate je verder komt in het boek kom je meer te weten.
Dat Michael zijn gezin een aantal jaren geleden lelijk aan de kant heeft gezet om te kunnen trouwen met de Zuid Afrikaanse Kayla die qua leeftijd zijn dochter had kunnen zijn.
Dat hij aartsconservatief is en dat hij niks wil: niet verhuizen, niet iets anders met het bedrijf en al helemaal niet het bedrijf verkopen.
Mede-eigenaar en broer Sebastian wil het wel graag van de hand doen en ook de kinderen van Michael zien niets in de tinwinning waar hun vader zich mee bezig houdt.

Wie had er belang bij de dood van Michael?
Het is lang onduidelijk wie de erfgenamen zijn.
De kinderen, Merith en Gloriana, zouden niets liever willen dan het bedrijf verkopen, zodat ze van dat geld hun eigen dromen kunnen bekostigen.
Weduwe Kayla is het bedrijf ook liever kwijt dan rijk: zij wil zo snel mogelijk weer terug naar Zuid Afrika.

Elizabeth George schrijft fantastisch en ik heb dan ook van dit boek genoten.
Maar je moet geen haast hebben: ze schrijft erg gedetailleerd.
Ze heeft bijvoorbeeld een heel hoofdstuk (!) nodig om twee mensen te beschrijven die een bewijsstuk vinden; dat kan mijns inziens ook in één alina.
Heel langzaam ontvouwt zich het verhaal, je komt van alles te weten over de familieverhoudingen en ondertussen lees je stukken uit het dagboek van Michael, geschreven in de jaren voor zijn dood.

Je leest over liefde die geen liefde is.
Over eigenbelang, grenzeloos egoisme en hebzucht.
Hoe mensen worden gemanipuleerd en bedrogen.
Wat mensen andere mensen aandoen: geliefden, ouders en kinderen, grootouders en kleinkinderen. De schrijfster schetst geen rooskleurig beeld van de mensheid.

Vermakelijk vond ik de verhaallijn die zich afspeelt op het landgoed van Lynley.
De aristocratische familie moet iets met het dak van hun eeuwenoude, adellijke huis: het moet gerepareerd en dat kost klauwen met geld. Moet het huis nu worden opengesteld voor publiek zodat er inkomsten kunnen worden gegenereerd? Dat was altijd een gruwel in de ogen van Lynleys deftige moeder.

Elizaeth George wordt ‘de koningin van de misdaadliteratuur’ genoemd; dat staat ook op de kaft van het boek. Maar net als haar naamgenoot die ook koningin was: ze wordt ouder en wordt aan alle kanten ingehaald door jongere, minder breedsprakige schrijvers die aan de poten van haar troon zagen…..
Maar daar niet van, ik kijk al uit naar het volgende deel in deze serie.

Vorige blogs over de boeken van Elizabeth George:
De straf die ze verdient februari 2019
Iets te verbergen november 2022
Inspector Lynley over de TV-serie die over deze boeken is gemaakt en de casting die niet klopt.

Reageren

26 maart: Raaf.

Ik heb een raaf gezien.
Twee zelfs, tijdens een wandeling die ik maakte bij de Börkerstroom in de omgeving van Casa Grada.
Tijdens die wandeling had ik mijn vogel-app Merlin Bird aangezet om te kijken of er nog bijzondere vogels te horen waren.
De app detecteerde een kraai en een raaf; toen ik langs een stuk stoppelig land liep waar mais had gestaan waren er twee groepjes zwarte vogels.
Toen er van het ene groepje twee exemplaren wegvlogen krasten ze en lichtte het plaatje van de raaf op de app op. Wat bijzonder! En ze maken echt een ander geluid dan de kraaien.

Een raaf! Daar kan ik nou helemaal blij van worden.
Toen ik kind was, waren er geen raven meer in Nederland; dat vertelde mijn vader  bij de eerste aflevering van ‘De Fabeltjeskrant’, dat was in september 1968, in dat jaar zou ik in oktober 8 worden.
In die eerste aflevering zat Meneer de Raaf in een boom met een dik stuk kaas in zijn snavel.
Onder de boom stond Lowieke de Vos, die wel zin had aan dat stuk kaas.
Het verhaal was gebaseerd op één van de fabels van Jean de la Fontaine; op internet vond ik een mooie prentenboek-uitvoering van dat verhaal: hierbij een link naar het YouTube-filmpje 
Het eind van het liedje was dat Lowieke er met het stuk kaas vandoor ging: “Hatsjikidee….smikkelen en smullen!”
Maar de raven zijn dus niet meer uitgestorven: in Westerbork zitten er een paar!
Op de website van Vogelbescherming Nederland vond ik en mooi artikel, waarin je alles leest over de raaf.
Wil jij juist meer weten over de Fabeltjeskrant? Klik dan hier voor een artikel daarover op Historiek.

Maar er was meer te zien in Westerbork.
Het was lenteachtig zacht de afgelopen dagen en op mijn wandeling zag (en hoorde) ik niet alleen vogels, maar ook bomen en struiken die heel voorzichtig hun blaadjes ontvouwden.
Op onderstaande afbeelding zie je een braamstruik waar nog een paar oude blaadjes aanzitten, maar de nieuwe lichting staat al weer in de startblokken! Op de achtergrond zie je (vaag) de Börkerstroom.

Een dag of 5 brachten we door in Casa Grada, er moesten nog wat klusjes gedaan worden.
Aan de voorkant van het huis zit een heel lang en smal raam, waar een heel lang en smal gordijn voor hing. Dat vond ik al niet mooi toen we het huis kochten in 2021, maar het hing en we wisten niet zo goed wat we dan wel wilden. Maar inmiddels zijn we er uit: wij zochten decoratie-folie met een mooi motiefje en dat heeft Gerard er deze week opgeplakt.
Best een lastig klusje, want achter dat raam zit een trap en hoe kom je dan bovenin bij dat raam?
Maar, zoals onze dochters al jaren zeggen: ‘Papa kan alles’: Gerard pakte de klus op zijn manier aan en het is prachtig geworden!
Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.

Reageren

25 maart: Naomi (2)

Vandaag het verhaal dat Frea schreef dat hoort bij het blog van gisteren.

De thee is eigenlijk nog te heet. Naomi blaast nog maar eens en probeert het nog een keer. Nee, heet. Ze houdt het glas met beide handen vast en ergens in haar achterhoofd vraagt ze zich af of het zo hoort te voelen, dit.

De man tegenover haar- nee, haar vader, kijkt uit het raam naar voorbijlopende dagjesmensen, terwijl hij een suikerzakje vakkundig om zeep helpt. Precies zoals haar broer dat doet als hij nerveus is. 

Ze roert haar thee nog een keer en zakt wat meer weg in de grote leren fauteuil.  Het lepeltje maakt echt onnodig veel herrie in het café, bijna alsof ze een ongemakkelijke speech gaat maken.

Dat is het, denkt ze, ongemakkelijk. Theedrinken met je eigen vader en dan is het ongemakkelijk. Niet wat ze verwacht had. Misschien had ze op minder moeten rekenen, dat gaat haar normaal gesproken prima af.

Het suikerzakje, inmiddels in snippers, wordt op de grond geveegd. “Dus,” haar vader schraapt zijn keel en glimlacht nerveus, zijn ogen net niet helemaal op die van haar gericht, “hoe is het?”. 

Naomi glimlacht terug, ze doet haar mond open en dan komen haar hersenen piepend en krakend tot stilstand. Wat vertelt ze dan nu. Dat ze met Joris naar de dierenarts moest vanochtend en dat hij de hele wachtkamer om z’n pootje wond? Hij heeft nog nooit een foto van die hele Joris gezien! 

“Ehm,” ze blaast op haar thee. Nee. Nog steeds te heet. 

Vertelt ze dat ze wacht op het telefoontje over een nieuwe studio? Hij heeft helemaal de context niet, van de zoektocht, het jongleren van werk en privé en de reeks klussen die hebben gezorgd dat ze een vaste plek kan huren voor haar shoots. God, hij weet niet eens dat ze fotografeert! 

“Ja,” knikt ze, “goed.”

Haar vader knikt enthousiast, een nieuw suikerzakje tussen zijn vingers, “Mooi! Mooi, goed.” Zijn glimlach wordt breder. “Okay, hoe eh, wat is er allemaal,” hij gebaart vaagjes naar Naomi, “heb je eh, kinderen?” Zijn hoopvolle blik is bijna aandoenlijk. 

Ze weet niet waarom ze dat niet had verwacht als vraag. Ze had gehoopt op iets anders, maar misschien had ze minder moeten hopen. Wat gaat ze nu zeggen dan, dat ze het niet kon? Dat het idee alleen al haar buikpijn bezorgd? Dat ze weet dat ’t haar aan zou vliegen en dat ze er een zootje van zou maken? In plaats daarvan schudt ze alleen haar hoofd, “Nee.” 

“Oh,” haar vader knikt, wenkbrauwen omhoog en het is alsof ze in een spiegel kijkt zoveel lijkt ze op hem, “en….wel een partner?”. 

Fantastisch. Geweldig. De vraag die elke single vrouw van 35 wil horen. Naomi staart haar vader ongelovig aan. Wat gaat ze zeggen dan! Dat ze het heeft geprobeerd? Dat het met iedereen stuk liep vlak voor het samenwonen? Dat ze jong genoeg heeft geleerd dat mensen weggaan en dat ze vooral niet teveel moet verwachten? In plaats daarvan zet ze haar tanden op elkaar en ademt ze rustig door haar neus in “Nee.” 

Haar vader knikt nog steeds, maar er speelt nu een frons rond zijn wenkbrauwen, “Oh, oké,”

“Ik woon met vrienden,” gooit ze er uit, terwijl ze zich afvraagt waarom ze zich wil verdedigen, “in een woongroep, in de Kolenkitbuurt.” Haar vader blijft stil. “We denken er over om met z’n vieren te kopen in de toekomst.”

Haar vader glimlacht weer, maar is gelukkig gestopt met knikken, “Dat- dat klinkt goed! En wat doe je? Je was altijd zo goed in leren, ben je ook arts geworden zoals je wilde?” 

Naomi vraagt zich af of hij bewust heeft gekozen voor de Greatest Hits Voor Het Teleurstellen Van Je Ouders, en neemt een slok thee. Perfecte temperatuur. 

Ze gaat hem niet vertellen over de lage cijfers, over de mentor gesprekken, de ‘heeft zoveel potentie’ en ‘problemen met autoriteit’ en ‘storende factor’. 

“Nee,” zegt ze, “ik ben fotograaf.”

Haar vader knikt en kijkt naar de tafel. “Wauw, dat is- dat is bijzonder!” 

Ze is halverwege een tweede slok thee als hij eraan toevoegt “en kun je daar je geld mee verdienen?” 

Oké. 

Ze zet het theekopje neer en legt het theelepeltje er met een luide rinkel naast. Ze weet niet wat ze zou moeten zeggen, dus ze zegt niets. Ze leunt naar voren in de stoel, ellebogen op haar bovenbenen en kijkt haar vader aan, wenkbrauwen omhoog. 

Het duurt een paar seconden en dan ziet ze het kwartje vallen. “Oh”, zegt haar vader. De glimlach glijdt van zijn gezicht, het suikerzakje valt stil, “Oh dat was – ik –”. Hij was al ongemakkelijk, maar het is goed om te weten dat het erger kan. Zijn nek kleurt rood en zijn been wiebelt tegen de tafel. “Sorry, dat was niet- oh man” Hij haalt zijn hand door zijn haar en kijkt haar eindelijk aan. 

“Dat was een slecht begin zeker?”

Naomi knikt “Heel.”

Haar vader reikt naar een derde suikerzakje, maar bedenkt zich. “Kunnen- kan dit opnieuw?” Zijn stem schiet een stukje uit. 

Naomi knikt en leunt weer achterover in de zachte bruine stoel. Waarom niet. Erger kan het niet worden, en ze heeft jong genoeg geleerd niet te veel te verwachten. Ze neemt nog een slok thee. Lauw. 

Haar vader haalt zichtbaar opgelucht adem. Hij wijst naar haar mok: “Nog een doen?” 

Ze trekt haar wenkbrauwen omhoog, “Als ik nu zeg dat er met fotografie niets te verdienen is, betaal jij dan straks?” 

Haar vader lacht. Hardop, een echte lach. Ze kan zich niet herinneren dat ze die ooit eerder gehoord heeft. Hij hijst zich uit zijn stoel en loopt richting de toonbank.

“Met een citroen muffin!” roept ze hem achterna.

Naschrift Ada:
Wát een andere invalshoek en wat een andere invulling dan de vorige drie verhalen!
Teleurstelling, verwachting, verdriet en pijn uit het verleden samengevat in een tenenkrommend gesprek.
En een mooie opening voor de toekomst.
Frea: bedankt voor jouw bijdrage!

Heb jij nou ineens ook inspiratie voor een verhaal?
Wat zou er gebeurd kunnen zijn volgens jou?
Je hoeft daarbij helemaal geen rekening te houden met wat er al is geschreven over de andere hoofdpersonen: voel je vrij om een heel nieuw verhaal te schrijven.

Reageren

24 maart: Naomi (1)

Frea heeft de handschoen opgepakt.
Na 9 jaar.
Ze heeft een verhaal geschreven bij het personage ‘Naomi’.
Waarschijnlijk kun je hier als lezer geen chocola van maken, daarom leg ik het even uit.

Het begon allemaal met mijn fascinatie voor het lied ‘De Noorderzon scheen’ van Conny Vandenbos.  Vanaf het begin, het lied kwam uit in 1976, heeft die tekst mij geïntrigeerd:
een man die zomaar uit z’n gezinsleven stapt om elders een heel nieuw leven te beginnen.
Ik zag die vrouw dan in de keuken staan bij die snelkookpan en heb me altijd afgevraagd: hoe ging het verder?
Wat zou er gebeurd kunnen zijn?

In 2017 schreef ik één van de eerste blogseries voor deze website. In zes delen publiceerde ik destijds drie verhalen met een mogelijke afloop.
De verhalen staan los van elkaar; de hoofdrolspelers en omstandigheden worden steeds heel anders ingevuld, uitgangspunt is steeds de tekst van het lied van Connie Vandenbos.
Op dit samenvattende blog uit 2020 dat ik drie jaar later schreef vind je links naar het liedje van Conny en naar de verhalen van Peter (de vader die zijn gezin verliet), Anja (de moeder) en Dennis (de zoon).
In deze drie verhalen komt er na twintig jaar weer contact tussen Peter en zijn gezin, maar er is ook een scenario denkbaar waarbij Peter nooit terugkomt.
Verder is er is nog één personage uit dit verhaal niet aan het woord geweest en dat is dochter Naomi.
Toen vroeg ik aan mijn lezers: “Mocht er iemand onder mijn lezers zijn die een verhaal wil schrijven over wat er volgens hem/haar is gebeurd of over hoe Naomi dat heeft beleefd, dan zou ik dat erg leuk vinden.”

Deze week kreeg ik een app van Frea: ‘Noorderzonverhaal zit in je inbox’.
ECHT WAAR!?!
Ja.
Frea is in de huid van Naomi gekropen en schrijft hoe dat voelde.
Dat je de man die je vader is na jaren voor het eerst weer ziet.
In de begeleidende mail die ik kreeg bij de tekst van het verhaal schreef ze: “Hey, wil je een super ongemakkelijk gesprek lezen tussen een vader en dochter die tegelijkertijd zo herkenbaar voor elkaar en ook volslagen vreemden zijn?”

Het verhaal van Frea telt meer dan 700 woorden, dus in overleg met mijn raadgever (lees Gerard) verdeel ik dit onderwerp over twee blogs.
Vandaag dus een ‘hoe zat dat ook maar weer’-blog over de blogserie ‘Noorderzon’, morgen het verhaal van Naomi.

Reageren

23 maart: Wat neem je mee?

Vorige week kwam Frea koffiedrinken; fijn als je kinderen zo dichtbij wonen dat dat kan.
We kregen het over een ‘vijf-broden-en-twee vissen’-picknick. Dat doe je als je afspreekt met een groep en dat iedereen dan iets meeneemt om te eten en te drinken, dat je alles uitstalt op het picknick-kleed en in gezamenlijkheid alles opeet.
“En dan is er altijd genoeg” merkte Frea op “meestal heb je nog over”.
De uitdrukking is gebaseerd op het het bijbelverhaal dat bekend is onder de titel: de wonderbaarlijke spijziging.
Het staat in Marcus 6; hierbij een link naar het verhaal op de website ‘Basisbijbel Online.’

Vervolgens vertelde Frea dat ze bij dat verhaal altijd aan ‘die dienst met de pepermuntjes’ moest denken. Het zei mij niets, maar Frea wist het nog goed.
“Aan het begin van de preek ging er vroeger een rol pepermuntjes door de rij. De dominee vroeg in die dienst aan het begin van de preek ‘Wie heeft er zin in een pepermuntje maar heeft zelf niet bij zich?’
Er gingen heel wat vingers de lucht in.
Toen werd er gevraagd of iedereen die wél pepermuntjes bij zich had die in de collecteschaal wilden doen. Toen werd de inhoud van de schaal met de hele gemeente gedeeld en kreeg iedereen een pepermuntje; er was zelfs nog over!”
Aanschouwelijk onderwijs: een mooie levensles die nooit weer wordt vergeten!

Afgelopen zondag waren we niet in Roden: we luisterden aan de koffie naar de viering vanuit de Catharinakerk in Roden.
Het was het vervolg op het hoofdartikel van Kerknieuws over de steen* die voor het graf van Lazarus zat. Het ging over de verwijten die een nabestaande zichzelf altijd maakt na een overlijden; dit naar aanleiding van wat Martha tegen Jezus zegt: “Als U hier geweest was, dan was mijn broer niet gestorven”.
Had ik maar…..
Was ik maar….
Als ik nou niet…..

Je moet verder en het zelfverwijt leidt tot niets.
Zit je in zo’n lastig rouwproces na de dood van een geliefde, luister dan naar de overdenking van Sybrand: je hebt er echt iets aan.
Dat kan via Kerkomroep of het t YouTube-kanaal van onze kerk. De preek begint op 51.30 min.

Wat neem je mee uit een viering?
Dat kan van alles zijn: een woord, een lied, de stilte, de zegen….. het ene onderdeel van een viering spreekt je meer aan dan het andere.
Het verhaal van het pepermuntje bleef bij Frea hangen, bij het verhaal van Lazarus zal de overdenking van Sybrand mij bij blijven.

* Over dat hoofdartikel schreef ik het blog ‘Dat moet jij doen

Reageren

Pagina 2 van 407

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén