De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

16 januari: Geen groene vingers.

Vorig jaar hadden we de scheurkalender van ‘Onze Taal’.
Iedere dag een weetje over taal; vond ik leuk.
Zo leuk, dat ik er dit jaar nog wat blogs over kan schrijven.
Voor 2026 zorgde Gerard voor een scheurkalender en hij kocht ‘De groene tuinkalender’.
Vond ik prima. Hij houdt van tuinieren, heeft een moestuin en doet eigenlijk alles op tuingebied rondom ons huis én rondom Casa Grada.

Dit staat er over op de website van de verkoper: “Een full colour tuinkalender die het ‘anders aanpakt’; aandacht voor tuinen en terrassen, maar ook voor kleine balkonnetjes of zelfs vensterbanken. Wat kun je in de tuin laten groeien en ook nog eens eten? Hoe werken kleuren in de tuin? Hoe zorg je dat bijen en vlinders terugkomen?
365 vrolijke pagina’s met tekeningetjes, illustraties, icoontjes en eindeloos veel originele, praktische en zowel zinvolle als zinloze mooie tips om alles wat groen is nog groener te maken. Meer weten en/of ook bestellen? Hierbij een link naar de website van Edicola.

Na een week dacht ik “leuk voor Gerard, maar ik wil wat anders.”
Groene vingers heb ik niet en tuinieren doe ik nooit.
Zou er ook een handwerkscheurkalender zijn? Met iedere dag een klein projectje op het gebied van haken, breien en borduren?
Een zoektocht op internet leverde wat Engelse titels op. ‘365 days of stitches’ of ‘365 days of Do It Yourself – home, crafting, cooking & building’, maar geen Nederlands uitgaves.
Gat in de markt dus. Misschien dat iemand uit de wereld van de uitgeverij dit leest en een ‘Handwerkscheurkalender’ wil uitgeven voor 2027: ik wil wel meedenken, ideeën genoeg!

Maar gelukkig: bij Bruna hadden ze nog wat scheurkalenders liggen die niet waren verkocht en daar lag nog één uitgave van het Historisch Nieuwsblad: de Historische scheurkalender 2026.
Kijk.
Dat vind ik nou leuk.
Toen ik die kocht was het al 13 januari, dus ik mocht gelijk 13 blaadjes achter elkaar lezen!
Over hooligans die in 532 tijdens het wagenrennen in het Hippodroom (een arena in Constantinopel) de halve stad verwoestten.
En over het jaar 793 waarin de Vikingen toesloegen en klooster van Lindisfarne innamen en plunderden; het begin van de Vikingterreur uit de vroege middeleeuwen.
En ook over Willem Drees die in 1957 de AOW invoerde.

Met één van de 13 blaadjes besluit ik dit blog van vandaag; daarop werd de vraag gesteld ‘waar komt de indeling van ons toetsenbord vandaan’?
In 1868 ontwierp de Amerikaan Sholes de typemachine zoals we die nu kennen. Hij bedacht ook de QWERTY-indeling, om te voorkomen dat de hamertjes bij het gebruik van veel voorkomende letters tegen elkaar aanbotsten. Hoewel er nu geen hamertjes meer aan te pas komen, gebruiken wij de indeling in Nederland nog altijd op ons computertoetsenbord.
Bij zo’n kalenderblaadje realiseer ik me dat ik nog weet wat er met ‘hamertjes’ bedoeld wordt, maar daarmee ben ik één van de laatsten der Mohikanen.
Eeeehm….. waar komt dat spreekwoord eigenlijk vandaan?
Daarvoor moeten we even weer naar ‘Onze Taal‘!

Reageren

15 januari: Van Roden naar Groningen. En terug.

Deze week rijd ik iedere dag naar Groningen voor een bezoek aan Gerard aan het UMCG.
Op de verpleegafdeling waar hij is opgenomen is een streng protocol als het gaat om bezoek: er is één hoofdcontactpersoon en één andere contactpersoon die de patiënt mogen bezoeken, maar niet tegelijk en ook niet op dezelfde dag.
Bezoek moet altijd een mondkapje dragen en de handen moeten worden gedesinfecteerd bij binnenkomst.
Als ik binnenkom op de afdeling en het mondkapje op heb beslaat mij eerst altijd de bril; ik heb dan net 2 trappen gehad……

Voor Gerard werd opgenomen hadden we nog even doorgenomen hoe onze auto moet worden opgeladen.
We hebben immers een elektrische auto, maar dat gesjor met die stekkers enzo doet Gerard altijd.
Ik maakte een briefje met stappen die ik moet volgen; wel goed dat ik dat nu ook kan.
Als hij weer thuis is moet hij mij ook uitleggen hoe het zit met die thermostaat in de douche……. iets met een app?
Iedere dag moet ik ook rijden in de stad en parkeren in de parkeergarage; helemaal niet mijn ding.
Maar het moet. Soms hoor ik verhalen van vrouwen die niet meer autorijden omdat ze het niet meer durven.
Dat snap ik heel goed; ik vind het ook spannend,  maar ik doe het wel, want anders moet ik met de bus of word ik afhankelijk van anderen die kunnen rijden en dat is het laatste dat ik wil.
En wat heerlijk dat ik nu niet meer naar het werk hoef!
Deze week heb ik de meeste dingen in mijn agenda geschrapt, mijn tijdsindeling staat helemaal in het teken van de bezoekuren in het UMCG: van 15.00 – 20.00 uur mag ik daar zijn.

En hoe gaat het nu met Gerard?
De eerste injectie en de 48-uurs observatie daarna heeft hij goed doorstaan. Geen hoge koorts, geen verwardheid en geen andere rare bijwerkingen.
Vandaag (donderdag) krijgt hij de tweede injectie, waarna weer een observatie van 48 uur volgt.
Maar we weten nog niet of deze behandeling aanslaat, dus het blijft nog wel spannend.
In tegenstelling tot de vorige behandelingen in 2015 en 2019 voelt hij zich goed, het eten smaakt hem lekker en hij komt de dag prima door, hij is ‘lopend patiënt’.
We brengen veel tijd door met het doen van spelletjes.
Jokeren, Triominos, Qwixx en Catan: we genieten er van.
Wij spelen thuis al jaren Catan met de uitbreiding ‘Steden & Ridders’, maar in het UMCG ligt in de recreatiezaal alleen het basisspel. Een splinternieuwe uitvoering.
Dan weet je pas hoe beduimeld de kaartjes van je basisspel thuis zijn…..
We moesten de spelregels er weer op na lezen hoe het ook maar weer in zijn werk ging.
Geen metropolen, geen stadsuitbreidingen en geen ridders met helmen.
En je hoeft maar 10 punten te hebben om te winnen.
Zit je zo maar op een doordeweekse dag genoeglijk een spelletje te doen en vergeet je even de sores van de dag.

Reageren

14 januari: Vader, moeder, 13 kinderen.

Als het gaat over mijn broer en mij dan constateren de mensen om ons heen vaak dat we zo van elkaar verschillen.
En dat is niet alleen zo bij ons, maar ook in de kring van de broers en zussen van Gerard zijn er grote verschillen.
Je bent als kind een product van vier families: die van je vier grootouders, in mijn geval Vrieswijk, Pasveer, Boelen en Alting.
Je draagt als broer en zus stukjes in je van die 4 families en de mix daarvan levert kennelijk van elkaar verschillende personen op.

Dit gegeven kwam bij mij op bij het lezen van het boek ‘Het zwijgen van Maria Zachea’.
Daar had ik al vaak iets over gehoord en toen ik de titel zag in één van de stellingen van de Roder Boekenmarkt nam ik het mee.
In drie dagen had ik het uit.
Wat is het eigenlijk voor boek?
Het is geschreven door de journaliste Judith Koelemeijer.
Toen haar oma werd getroffen door een hersenbloeding was zij eenentwintig; ze had niet een heel goede band met haar oma.
‘Oma had dertien kinderen grootgebracht, dat vond ze meer dan genoeg.’
Oma werd door haar dertien kinderen na haar hersenbloeding acht jaar lang thuis verzorgd.
Het bijzondere was dat oma op en duur geen woord meer zei, maar ook over het verzorgen van hun moeder werd door haar ooms en tantes niet gepraat.
Eigenlijk werd er in de familie Koelemeijer überhaupt niet met elkaar gepraat.
Judith schrijft een boek over dit gegeven door met alle kinderen van oma in gesprek te gaan.

Gefascineerd had ik aan het begin bij de inhoudsopgave van het boek het lijstje met namen en jaartallen bestudeerd.
De oudste geboren in 1934, de jongste in 1953.
Wat je leest is de geschiedenis van Nederland voor en na de Tweede Wereldoorlog.
De kinderen worden amper aangehaald en/of geknuffeld: “Niet zitten janken, ga maar wat doen.”
Meisjes moeten meehelpen in de huishouding, alleen hele slimme kinderen mogen doorleren.
Seksuele voorlichting krijgen de kinderen niet, ze leren hooguit wat van elkaar.
Als de oudste broer Jos op 19-jarige leeftijd overlijdt wordt daar niet over gepraat.
De maatschappij verandert in rap tempo, de jongere kinderen zetten zich af tegen het Katholieke geloof  en in het gezin is er een groot verschil tussen ‘de werkers’ en ‘de intellectuelen’.
De jongste kinderen groeien op in economisch betere tijden, dus ze mogen veel meer dan hun oudere broers en zussen omdat ze nu eenmaal in een andere tijd zijn opgevoed.

Mijn moeder kwam uit een Hervormd gezin met 10 kinderen, mijn vader uit een Gereformeerd gezin met 5 kinderen.
Ook daar waren de verschillen tussen de broers en zussen enorm en werd ook niet gepraat.
Tijdens het lezen van dit boek werd ik getroffen door de herkenbaarheid van de verhalen van de afzonderlijke broers en zussen.
Het boek is voor veel families de aanzet geweest om het gezamenlijke gezinsverleden bespreekbaar te maken; wat fantastisch dat je dat met het schrijven van een boek kunt bereiken.
We mogen de familie Koelemeijer wel bedanken voor hun openhartigheid!

Reageren

13 januari: Welke goden?

Als het gaat over de waarde van mijn dagen, dan wordt die in deze week voornamelijk bepaald door de ziekenhuisopname van Gerard.
Gistermorgen reden er geen bussen en het KNMI had code oranje afgegeven; wij moesten om 09.00 uur bij het UMCG zijn.
Gelukkig viel het erg mee op de weg en ook in het ziekenhuis verliep alles soepeltjes: voor de middag was er al een bed beschikbaar en in de loop van de middag gaf de hematoloog groen licht: de behandeling kon beginnen.

Tot nu toe (dinsdagavond) gaat het goed.
Verder kan er nog niet heel veel over gezegd worden; het medisch personeel houdt Gerard goed in de gaten met regelmatige controles en testjes en we hopen vurig dat deze behandeling aanslaat.
In dit verband gebruiken we wel eens de woorden ‘we zijn aan de goden overgeleverd’; een uitdrukking die niet heel veel goeds betekent en goed aangeeft hoe het leven kan voelen.
Wie zijn dan die goden?
De hematoloog die deze kuur inzet in de strijd tegen Kahler?
De politici die de regelgeving omtrent vergoedingen van medicijnen aansturen?
De verzekeraars die bepalen of een medicijn al dan niet wordt vergoed?
De farmaceutische industrie die graag betere medicatie wil ontwikkelen, maar die tegen grote financiële en logistieke uitdagingen aan loopt?
Met andere woorden ‘Wie gaat dat betalen, zoete, lieve Gerritje?’
Of God, het hoogste Adres?
We weten ons gedragen door het warme medeleven en de voorbeden van de mensen die deel uitmaken van de maatschappelijke kringen waarin wij ons bewegen: gezin, familie, vrienden, kerk en buurt.

In dit verband kregen we van Dick een mooi lied toegestuurd.
Het wordt uitgevoerd door Cor Bakker en Thomas Oliemans, hierbij een link naar de uitvoering op You Tube van Podium Klassiek van de NTR.
De muziek is van Louis van Dijk, de tekst is geschreven door Ivo de Wijs.

Ik
Ik heb als kind geleerd
Wat goed was en verkeerd
En ook van de drie-eenheid: hoop, geloof en liefde, maar -|
helaas

Helaas
Verloor ik ’t idee
Dat al ons wel en wee
Bestuurd wordt en gestuurd wordt door een Iets of door een
Grote Baas

En ik
Ik had de liefde lief
Misschien wat te naïef
Want ach, wie ik beminde was ik na een tijd
En tot mijn spijt
Weer kwijt.

En tja
Zo werd ik blind en doof
Geen liefde, geen geloof
Maar wat ik van m’n leven niet verliezen kan, is hoop – is hoop

De hoop
Op straks en op daarna
De hoop van: ja, hoera
De hoop die zachtjes zegt: Schep moed
Al wat je doet
Komt goed, gaat goed

De hoop
Van eeuwen aan ’n stuk
Van wereldwijd geluk
De hoop die zegt: Het komt terecht – dus zit niet bij de pakken neer
De hoop
Die zegt: Ik ben er morgen weer

Reageren

12 januari: Vér buiten mijn comfortzone.

Een paar weken voor ik afscheid nam van Lentis vroeg de teamleider: “Wat wil je als afscheidscadeau?”
We spraken af dat ik er over na zou denken.
De volgende dag zei ze: “Je hoeft niet meer na te denken over het cadeau, we hebben al iets gekocht!”
Het was een grote doos, die ik kreeg op het afscheidsfeestje en ik kreeg er ook een boodschap bij: ‘Je mag het pas uitpakken op de 1e zondag van advent’. Dat was zondag 30 november.

Razend nieuwsgierig was ik: nog bijna zes weken moest ik wachten, maar op de eerste adventszondag mocht ik het uitpakken.
Er zaten vier genummerde stoffen zakjes in en een kaart met een QR-code en inloggegevens.

Het was een Advents Handwerk Project; de digitale informatie kwam pas beschikbaar op de adventszondag die bij het zakje hoorde.
De patronen en beschrijvingen zal ik dus niet delen op deze website, maar ik kan wel linken naar het project: Hobbii’s 2025 Adventskalender

In het eerste zakje zaten een groen en en wit bolletje garen waar je wanten van kon breien; als bonuscadeau zat er een thermosflesje in. Je zou denken dat ik op die zondag gelijk al begon met breien, maar ik had nog wat op de pennen staan: een paar sokken dat ik breide van garen dat ik kreeg bij het afscheid van Lentis, gekregen van de teamleider!

Op 5 december begon ik met de wanten.
MOEILIJK!
Breibeschrijving in het Engels.
Vér buiten mijn comfortzone!
Maar gelukkig: teamleider Sylvia had voor zichzelf én haar vriendin ook zo’n zelfde pakket gekocht.
Zij stuurden me de vertaling en stuurden me tips&trucs die me hielpen.
Als ik met deze wanten aan het breien was, kon ik niet tegelijkertijd televisie kijken.
Het breipatroon lag op de tafel voor mij en na iedere toer streepte ik af wat ik gedaan had.

Bovenkant…..

Het duurde even.
De duim was een heel gedoe. Die moest je op een gegeven moment door steken te meerderen inbreien, daar was ook weer een apart telpatroon van.  Halverwege moest je de duimsteken op een hulpnaaldje zetten en ‘laten hangen’. Toen de want af was moest de duim in het rond worden afgebreid.

….binnenkant….

Pfffff. Het inbreien van de witte patroontjes in de duim heb ik niet meer gedaan, die heb ik er later opgemaasd.
Ze zijn mooi geworden!
En ik er ben onmeunig trots op.
Dat ik zoiets moeilijks kan had ik op voorhand niet gedacht.
Het heeft bijna 6 weken geduurd voor ik ze klaar had, maar dat komt ook omdat ik niet aan deze wanten kon breien in gezelschap en ook niet tijdens het televisie kijken.

Gerard vond ze ook heel mooi.

…..en detail van de zijkant.

Of ik voor hem ook zo’n paar wilde breien, maar dan een maatje groter.
Nee.
😉

Wat zat er in het tweede zakje op 7 december?
Wordt vervolgd.

Reageren

11 januari: Vogel-villa

vogel-villa

Afgelopen donderdag vertrokken we voor een paar dagen naar Casa Grada in Westerbork.
Een soort ‘stilte-voor-de-storm’-vakantie: morgen gaat Gerard met de behandeling beginnen in het UMCG.
We namen wat vogelvoer mee, want het zou een bar weekend worden met sneeuw en vorst.
Gerard maakte op de tafel die voor het huis staat een vogel-villa met een ‘barretje’ voor de vogels van een  grote schaal, twee bakstenen en de deksel van de barbecue die in de schuur staat.

Vrijdag was de hele villa ondergesneeuwd. Toen het die middag weer droog was haalden we de sneeuw weer weg en wachtten op de vogels. Die eerst niet kwamen.
Waar we in de zomer soms 30 verschillende vogelsoorten onderscheiden op de vogelapp, nu was er geen vogel te zien.
In het meer hadden de eenden even verderop bij het bruggetje een wak open gehouden, daar groepten de watervogels bij elkaar.
Dat waren de enige vogels die we hoorden.
Aan de rand van het meer stapte een witte zilverreiger heel voorzichtig op het dunne ijs, maar verder …. geen vogel te zien.

Zaterdag was het nog wel heel koud, maar er viel geen neerslag meer.
En warempel: zaterdagmorgen kwam er één nieuwsgierig maar erg schichtig koolmeesje een kijkje nemen bij Gerards bouwwerk.
Al snel daarna kwamen er meer koolmeesjes.
Die zich allemaal gedroegen als Trump als het om Groenland gaat: VAN MIJ!
Maar er kwamen ook vinken.
En musjes.
En een roodborstje en een dikke merel.
We zaten binnen voor het raam, benoemden de vogels en genoten ondertussen van het prachtige uitzicht op het meer.
We zochten nog wat informatie op over vogels; toen ik de beestjes gadesloeg vroeg ik me af: ‘Wat doen vogeltjes eigenlijk bij vorst, kou en sneeuw?’
Daarover vond ik interessante informatie op de website van Vogelbescherming Nederland: hierbij een link naar dat artikel.

Zondag hadden de vogels hun villa helemaal ontdekt; het was een drukte van belang onder het barbecuedeksel!
We hebben de omgeving van Westerbork nog niet vaak met sneeuw gezien, maar dat hebben we de afgelopen dagen ruimschoots goedgemaakt.
Veel sneeuw viel er en we maakten een paar prachtige wandelingen.
We zijn voor het eerst sinds de bijna vijf jaar dat we dit huis hebben niet op het terras bij het meer geweest, omdat alles was bedekt met een dikke laag sneeuw, die zondag na een nacht met 10 graden vorst veranderd was in een ijslaag: het was glad en koud.
We staken binnen de kaarsjes aan en genoten van de rust.
En de vogeltjes dus.

Hieronder een paar afbeeldingen die een impressie geven van de omgeving van Vakantiepark Het Timmerholt in de winter.

Reageren

10 januari: Twee vriendinnetjes.

Als het gaat over mijn jeugd in Hoogersmilde ben ik vrijwel altijd positief; dat ligt ook aan mijn eigen kijk op de dingen. Mijn broer bijvoorbeeld heeft helemaal niks met het dorp uit onze jeugd.
Vandaag een verhaal over hoe verzuild het dorpje in de jaren ’60 was.

Het verhaal begint met de twee vriendinnetjes Alny en Ada. De beide meisjes waren in 1963 in de nieuwbouwhuizen aan de Servatiusstraat komen wonen, zij op nummer 9 en ik op nummer 13. Van dezelfde leeftijd (1960) en al gauw onafscheidelijk. We speelden samen bij haar thuis, bij mij thuis en heel veel buiten met de andere kinderen. Onze vaders werkten allebei op de steenfabriek van Roelfsema, maar de gezinnen trokken samen niet heel veel op: wij waren protestant, zij niet. Dat betekende in de volwassenenwereld dat je in een andere ‘zuil’ zat, maar daar hadden wij als kinderen geen weet van. Als ik op zondag met Alny speelde dan ging ik wel eens mee naar een voetbalwedstrijd van SVH. Mijn ouders deden daar niet moeilijk over, maar raar was het wel, dat voelde ik als kind al aan. Kreeg ik een patatje van haar vader, vroeg een dorpsgenoot aan mij “Mag jij dat wel?”

Alny en ik bezochten samen de kleuterschool; op de groepsfoto hiernaast staat ze op de achterste rij, ze is het derde kind van rechts; ik ben het blonde meisje schuin voor haar. 
We waren altijd samen.
Maar.
Toen we in 1967 naar de lagere school moesten ging zij naar de Openbare school tegenover ons en ik moest anderhalve kilometer fietsen naar de Christelijke Nationale School aan de Rijksweg. Maar dat maakte voor ons niet uit: wij bleven vriendinnetjes, al werd dat wel wat lastiger, want er vormden zich groepjes. Je hoorde bij de openbaren of bij de christelijken en zij en ik hoorden allebei bij een andere groep.

Na een jaar ging Alny verhuizen: haar ouders kochten een huis aan de Rijksweg tegenover de steenfabriek. In het begin zochten we elkaar nog op, maar dat werd ons niet gemakkelijk gemaakt: als we bij elkaar waren werden we er door onze eigen groep onophoudelijk op gewezen dat we niet met elkaar mochten spelen. Wij  waren overlopers! Onze ouders, alle vier import-Hoogersmildigers vonden het verschrikkelijk, maar zij konden er niet veel aan doen, zo was het nu eenmaal in het dorp.
Het is ons dan ook niet gelukt om onze vriendschap te behouden.

Toen ik in de zesde klas van de lagere school zat mocht ik op gitaarles en tot ons onuitsprekelijk geluk hadden onze vaders beslist dat Alny en ik samen muzieklessen zouden gaan volgen bij Marinus Boer in Dwingeloo. Zij woonden inmiddels in Geeuwenbrug en iedere zaterdag reden de vaders ons om en om naar muziekles. Op woensdagavond gingen we naar  de Mandolineclub: samen zingen en musiceren!

afbeelding: geschiedenis-oefenen.nl

Alny en ik zijn in de loop van de jaren uit elkaar gegroeid, niet door het idiote zuilengedoe, maar omdat we inmiddels in verschillende delen van Drenthe woonden.
Het verhaal van de ‘openbaren’ en de ‘christelijken’: soms vertel ik er wel eens over, maar als je het zelf niet hebt meegemaakt, kun je je er helemaal niets bij voorstellen.

 

Reageren

9 januari: Bewegen met aandacht.

“En nu?”
Dat vroeg ik me eind november af toen Trijntje aankondigde dat ze ging stoppen met de FysiYoLates-lessen.
Hierbij een link naar het volledige blog dat ik daar toen over schreef.
Begin december hadden we onze laatste les, we namen hartroerend afscheid van elkaar en toen wist ik nog niet of ik in het nieuwe jaar weer zou gaan sporten.

Maar gelukkig: eind december kreeg ik een mail van Dorien Salverda*.
Zij gaf aan dat zij wel een poging wilde doen om de lessen van Trijntje over te nemen en wilde inventariseren wie er allemaal mee gingen doen. Per kerende post reageerde ik: JA! Op donderdagmorgen om 09.00 uur werd ik verwacht in het RAS-huis in Roderesch.
Hoe zou het zijn, bewegen met Dorien? Afgelopen woensdag had ik al even contact met vriendin Bea, die had op dinsdag al een les van haar gehad; ze was enthousiast. “Leuke vrouw, geen rondjes rennen.” Want daar houden wij niet van.

Op de 8e januari zaten we wat onwennig in de kring op de matjes.
Dorien stelde zich aan ons voor en deed eerst een inventarisatie-rondje. Ze wilde graag weten wat wij zo bijzonder vonden aan de lessen van Trijntje en wat wij van haar verwachtten.
Wij wilden eigenlijk vooral ons ouder wordende lijf een beetje soepel houden en hoopten dat er rekening zou worden gehouden met onze specifieke problemen zoals daar zijn knieën, ruggen en schouders.

We begonnen met rondlopen in een kringetje, waarbij we ons helemaal uit moesten rekken om denkbeeldige appels te plukken, hele grote passen moesten maken en proberen als een boom (op één been) te staan.
In tegenstelling tot de bomen zwaaiden onze takken (armen) om overeind te blijven.
Daarna deden we een bijzondere oefening. “Komt uit China” zei Dorien daarover “en het is een heel goede oefening om je hele lichaam ’s morgen actief te maken. Het is soms wel een beetje raar….”
Nou, inderdaad.
Vooral het begin.
We moesten de schouders laten hangen, de armen laten bungelen en een beetje hangzakkerig op en neer bewegen met ons lichaam. Dan sta je in de kring allemaal wat giebelig met je lichaam op en neer te schudden…..
Het laatste deel van de oefening bestond uit het bekloppen van ons hele lichaam, van je hoofd tot je voeten. Tap-massage heet het.
“Hoe voelt dit nu?” vroeg Dorien. Mijn hele lichaam tintelde een beetje en het voelde heel lekker.
Meer weten? Hierbij een link naar de website Flow 60 waar het hele verhaal wordt uitgelegd.

We deden nog wat oefeningen met hoepels, wat rek en strek op de matjes en daarna was er, net als bij Trijntje, een heerlijke ontspanning van een minuut of vijf.
En tot mijn grote genoegen was er ook thee! Nog even bijpraten en ervaringen uitwisselen.
Wij waren het wel eens: tot volgende week!

* Dorien is bewegingswetenschapper; haar bedrijf heet Lionheart Coaching.
De lessen die ze aan ons geeft vind je op haar website  onder de tab ‘Individueel’. Even naar beneden scrollen: ‘Fit & Vitaal – bewegen met aandacht’.

Reageren

8 januari: Het wordt weer spannend.

Het is al even geleden; vandaag een gastblog van Gerard met een vervelend bericht.

Wie Ada en mij een tijd lang kent weet dat ik in 2015 heb leren omgaan met een niet te genezen ziekte, namelijk Multiple Myeloom, ook wel de ziekte van Kahler genaamd.
Het was in voorjaar 2015 dat de ziekte werd vastgesteld en ik met chemokuren werd behandeld en tenslotte in november 2015 de eerste stamceltransplantatie heb ondergaan.
In 2019 werd in februari duidelijk dat de ziekte weer de kop op stak en onderging ik eenzelfde soort traject met in augustus van dat jaar een tweede stamceltransplantatie.
Daarna bleef het, met ondersteuning van een zogenaamde ‘onderhoudsmedicatie’ goed gaan tot de zomer van 2024: toen gingen de bloedwaarden weer heel langzaam de verkeerde kant op, maar ‘nog geen reden om in te grijpen’ zo vond de hematoloog.
Tót september vorig jaar toen de bloedwaarden de toelaatbare grens hadden bereikt. De hematoloog vond het toen verstandig om met een andere kuur te beginnen. We startten daarmee eind oktober en al voor het einde van het jaar bleek dat deze behandeling helaas niet aansloeg. De waarden stegen nog steeds en de bijkomende botpijn is het gevolg van actieve Kahler haarden.

Een dag vóór de kerstdagen werd ik al bijgepraat  door een assistent-arts en de hematoloog over de mogelijke vervolgbehandeling. Gelukkig was er nu een nieuwe aanpak mogelijk, de zogenaamde Bi-specifieke Antistoffen behandeling. Hiermee zijn al goede resultaten behaald tijdens landelijke studies en ze verwachten dat dit voor mij dan ook een effectieve aanpak kan worden.
Afgelopen dinsdag hoorden wij wat de aanpak inhoudt en hoe het verloop zal zijn. Naar verwachting start ik hier de komende week mee met een opname van zes dagen in het UMCG.
De eerste dagen kunnen best pittig zijn voor de patiënt zo werd mij verteld, maar daarna ben je toch al weer vrij snel op de been. Ik moet rekening houden met een verdere verzwakking van mijn immuunsysteem. ‘Mijd zoveel mogelijk grote groepen én mensen met verkoudheid’ is het dringende advies. Het zal na de behandeling elke week een beetje beter worden, zo is de verwachting. Na de opnameweek zal ik gedurende 6 weken wekelijks naar het ziekenhuis moeten voor een injectie en daarna maandelijks.

De teleurstelling was groot toen de kuur in november en december niet aansloeg. In die periode deelden we onze zorgen al met de mensen die deel uitmaken van ons netwerk: van hen hebben we veel steun en warmte ontvangen, wat ons natuurlijk erg goed doet.
Onze hoop is nu gevestigd op de nieuwe behandeling.
We blijven realistisch, maar weigeren pessimistisch te worden van de situatie waar we nu in zitten.
Om met de woorden van Lohues te besluiten: Hoop starft ’t lest.

In ’t zwartst van ’n duustere nacht

Brandt altied waorns ’n keersie
’n Stemmegie flustert daor zacht: 

’t Komp wel, ’t komp wel goed
Uuteindelijk weten we ’t best
Komp wel, ’t komp wel goed
Hoop stärft ’t lest.

Hierbij een link naar het blog ‘Hoop & Daniël Lohues‘ van december 2019, daarop vind je de volledige tekst van het lied en een link naar een YouTube-video.

Wil je meer weten over de Bi-specifieke Antistoffen behandeling?
Hierbij een link naar een PDF dat ik maakte over dat onderwerp. 2026.01.08 BCMA

Reageren

7 januari: Rouw in fases.

Vandaag stond in mijn agenda: ‘Klazienaveen; opruimen met tante Trijn’.
Ze had, nadat ze 9 jaar had ingeschreven gestaan voor een nieuwe woning, op maandag 1 december een appartement toegewezen gekregen.
Toen ik op 3 december met schoonzus Ali bij haar was zat ze er helemaal vol van!
We reden er alvast even langs : “Kiek, daor kom ik straks te wonen!” en ze was in gedachten al aan het inrichten.
“Alle meubels kunt gewoon met. Die stoel van je mamme zet ik straks daor neer” en ze liet ons foto’s zien van de lege kamer die nog behangen moest worden.
Maar alle huisraad moest ook worden uitgezocht en opgeruimd, daar zag ze wel tegenop.
“Dan kom ik joe in week 2 een dag helpen” en zo kwam de 7e januari als ’tante Trijn-dag’ in mijn agenda te staan.

De rouw om haar verlies begon heel plotseling gaat in fase’s.
Op woensdagmorgen 10 december bedacht ik dat ik een week eerder op 3 december nog met Ali bij haar was.
En dat ik het toen eigenlijk wel heel druk vond die week en dacht: ‘Maar ja, ik spreek het ook allemaal zelf af…’
Een week na haar overlijden schreef ik kerstkaarten; haar naam stond bovenaan het lijstje met adressen.
In diezelfde week kreeg ik een app van één van haar schoondochters: “Zijn er nog dingen met emotionele waarde die je graag zou willen hebben?”
In een volgende app kregen we foto’s van meubels ‘die nog geen plekje hebben’; er was een beetje haast bij want tante Trijn woonde in een huurhuis en het huis moest begin januari leeg worden opgeleverd.
Waaronder een foto van de 2 stoelen waarin we in haar woonkamer altijd tegenover elkaar zaten en moeiteloos de uren volpraatten.
André Rieu kwam voorbij met kerst en ik schoot vol.
Op mijn stapeltje leesvoer ligt bovenaan de ‘Vorsten’ die ik van haar meekreeg.
De laatste.

De twee stoelen en het tafeltje in Casa Grada.

Na het weekend van de Christmascarols gingen wij op maandagavond naar Klazienaveen om wat spulletjes van tante Trijn op te halen.
Het huis was al bijna leeg; wij kregen de 2 stoelen en een tafeltje, die staan nu in Casa Grada.
Carlijn kreeg de bank en er was een krat met spulletjes waar ik om gevraagd had en….. een hele lading ‘Vorsten’ en boeken over Beatrix, Maxima, en Amalia.

Bij Daniël Lohues in de zaal kwam het verdriet even in golven omhoog bij het lied ‘Sinds zij der niet meer is…’ en op de eerste dag van het staatsbezoek dat de president van Finland aan Nederland bracht zag ik Amalia met een mooi diadeem en pakte ik mijn telefoon om dat even te delen met tante Trijn.
Oh nee.

Onderzoek heeft uitgewezen dat ze is overleden aan een aneurysma in haar buik.
Ze heeft niet geleden en ze is 80 jaar geworden; ze heeft tot de laatste dag mogen genieten van haar leven.
Voor mij zullen er nog vaak momenten zoals hierboven beschreven zijn, maar ik heb er vrede mee.
Het is zoals nicht Anja mij appte na de begrafenis: ‘Trijn is Thuis; het is goed zo’.

Reageren

Pagina 2 van 399

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén