De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

21 maart: Fred en de mess.

Heel af en toe schrijf ik over mijn werk en/of mijn collega’s; vandaag een blog over Fred.
Hij kwam twee keer in mijn blogs voorbij: één keer toen hij trakteerde op oliebollen en één keer toen hij kroketten voor ons allemaal meenam.
Nou sta je bij mij al met drie punten voor als je een kroketje voor me meeneemt, maar Fred was sowieso een collega waar ik het goed mee kon vinden.
Met hem kon ik het hebben over de meest uiteenlopende onderwerpen: over roofvogels, schuurtjes bouwen, de kerk, geschiedenis en handwerken. Om maar een paar onderwerpen te noemen.
Hij kwam regelmatig op ons secretariaat langs voor een gezamenlijke kop koffie en een praatje.
Wegens persoonlijke omstandigheden moest Fred onverwacht met zijn werk als casemanager dementie stoppen, waardoor hij zonder aankondiging zo maar niet meer op kantoor kwam.
Dat viel net in die week dat ik niet op het werk was in verband met de vermissing/het overlijden van Henri in november, dus toen ik terugkwam was Fred weg.
De verhuizing naar de Hereweg heeft hij dus niet meer meegemaakt.

Fred komt dus niet meer bij ons op kantoor koffiedrinken en ik mis hem, zijn verhalen en zijn flamboyante persoonlijkheid.
Twee weken geleden kregen we als secretariaat een uitnodiging van hem: “Komen jullie bij mij eten? Ik ga voor jullie koken!”
Donderdagavond 20 maart werden we bij hem thuis verwacht en om 17.45 uur zaten we met ons clubje secretaresses bij hem en zijn vrouw op de bank.
Het was heerlijk om weer even uitgebreid bij te praten.
Over hoe hij het plotseling stoppen met werken destijds had beleefd.
Wat hij nu allemaal aan het doen is.
Over hoe het toen allemaal ging rondom Henri.
Over hoe het na de verhuizing eind 2024  nu met ons secretariaat gaat in de binnenstad van Groningen.
En hoe jammer het is dat hij niet meer bij ons komt teuten rond koffietijd.
Maar “Such is life!” zeggen de Engelsen.

Als Fred ooit eens niet meer weet wat hij moet doen: hij kan altijd nog kok worden.
Hij had heerlijk voor ons gekookt!
Een schaal met voorgerechtjes, een tomatensoepje, risotto met groente en kip met pesto omwikkeld met ham en als afsluiter een heerlijk toetje: volgens Fred heette het Eton Mess.
Als je op internet zoekt met die zoekterm vind je heel veel verschillende varianten met aardbeien, frambozen, slagroom en poedersuiker, maar Fred had zijn eigen draai aan het beroemde dessert gegeven, dus ik noem het ‘De mess van Fred’.
Met o.a. frambozen, ijs en roze meringue
Het was heerlijk
Dat iemand bij wijze van afscheidsetentje zo heerlijk en uitgebreid voor je kookt: wát een verwennerij!
We zullen Fred niet vergeten … en echt niet alleen vanwege de oliebollen, kroketten en zijn kookkunsten.

Reageren

20 maart: Van waarde.

De derde dinsdag van de maand in de derde maand van het jaar: de derde bijeenkomst van Holy Stitch in 2025.
Je denkt dat je als ervaren handwerkster nu alle textieltechnieken wel zo’n beetje hebt gezien, maar dinsdagmiddag liet Rika ons kennismaken met iets nieuws: kumihimo.
Dat is een Japanse vlechtkunst waarmee je gevlochten koordjes maakt.
“Het is heel simpel, leuk om te doen en niet duur: ik kocht dit pakketje bij de Action voor € 1,99” vertelde Rika.
Meer weten? Hierbij een link naar een artikel over kumihimo op de website Wolplein.nl.

Geke had een leuk ideetje met kiezelsteentjes meegenomen: daar kon je schaapjes van maken.
Om het steentje brei je dan een klein jasje van schapenkleur-garen en met een klein schapenkopje van vilt heb je zo een kleine kudde op een schoteltje staan.
Zwanny verraste ons in deze veertig-dagen-tijd met een combinatie van een pocket-kruisje en een gebedsquilt: voor iedereen had ze een zelfgemaakt exemplaar meegenomen.

Na vier jaar Holy Stitch weten anderen ons ook te vinden.
Akke, PKN-gemeentelid, was haar huis aan het opruimen en vond haar verzameling Ariadne’s vanaf 1964 terug: wie dat wil mag bij haar thuis langs komen om te kijken of er iets van haar gading tussen zit. Als tip-voor-Pasen had Akke een gebreide eierwarmer: een kuikentje uit een Ariadne van 1972.
Voor de liefhebbers: een foto van de breibeschrijving.
Back to the seventies: leef je uit!

Ook Enny, geen lid van onze club, kwam langs met iets.
Zij had een groot borduurwerk gekocht.
“Het stond al even bij Het Goed,  maar niemand kocht het. Vond ik zó jammer. Welke familie doet zoiets nou weg?!”
Als handwerkster kun je je dat niet voorstellen, maar ik wil ook niet weten hoe onze dochters na mijn overlijden met mijn zelfgemaakte spullen omgaan.
Wat voor de één van grote waarde is kan voor iemand anders waardeloos zijn: als je er niks mee hebt, waarom zou je het dan bewaren?
Er kwamen verschillende ideeën voorbij wat je er mee kunt doen, maar Enny gaat eerst contact zoeken met iemand van het borduurmuseum.
Is dat er dan?!
Jah: in Barneveld.
Hierbij een link naar hun website. 

Twee uur zitten we zo’n middag bij elkaar; na een half uur ligt de grote tafel waar we om heen geschaard zitten al vol met van alles en nog wat.
Iemand had een tas vol spullen gebracht die je kunt gebruiken voor kaarten maken, er lagen patronen en breibeschrijvingen van poppenkleertjes, dingen die zijn meegenomen om te laten zien, kortom: zooi. “Wat een chaos is het al weer op tafel” merkte iemand op. Inderdaad. En dan liggen de Ariadnes van Akke er nog niet eens bij…..

Maar wat was het meest waardevolle deze middag?
Iemand vertelde dat ze na het overlijden van haar man in een enorme dip zat.
Dat ze het zo moeilijk vond, het gemis en het alleen zijn.
Geen energie, geen zin in wat dan ook.
Maar ze was er en het was goed.

Reageren

19 maart: Ramadan

Ramadan.
Een titel van een blog die je niet van mij verwacht.
Maandagavond waren Gerard en ik uitgenodigd voor een ramadan-maaltijd bij Yusuf en Salma; vorig jaar in augustus schreef ik een blog over hun huwelijk waar wij bij aanwezig waren.
Ondertussen zijn wij al eens weer bij hen geweest (speelden we Pim, Pam Pet) en zij hebben deze winter bij ons stamppot boerenkool gegeten.
Daarbij leerden we hen het oer-Nederlandse spel sjoelen.

Gastvrij ramadan

“Komen jullie dan bij ons tijdens de ramadan?”
Dan vraag ik me gelijk af of dat dan wel kan; wij zijn immers geen moslims, kunnen we dan wel mee-eten in zo’n traditie?
Yusuf en Salma verzekerden ons dat dat prima kon, ze vonden het mooi om ons iets van hun levenswijze te laten zien.
Voor hen is de ramadan heel plechtige, maar ook gezellige tijd. Het is de 9e maand van het islamitisch jaar; moslims herdenken in deze maand dat Mohammed zijn eerste boodschap van God ontving. Alles wat God hem vertelde, is opgeschreven in de Koran.
Ramadan is een vastenmaand: elke dag mag je tussen zonsopgang en zonsondergang niet eten of drinken.
Dat kan best zwaar zijn, maar daar gaat het ook om: op deze manier leer je jezelf te beheersen en je voelt hoe het is om arm te zijn en geen eten of drinken te hebben. Elke avond eindigt het vasten met een uitgebreide maaltijd.

Toen we aankwamen in hun flat was de zon nog niet ondergegaan, dus we namen eerst de tijd om bij te praten.
Plotseling begon een meneer te zingen: ik schrok er haast van.
Het was de oproep voor het gebed voorafgaand aan de maaltijd.
Het bleek dat Yusuf en Salma een soort wekker hebben waaruit vijf keer per dag zo’n oproep klinkt.
In Islamitische landen wordt dit ‘oproepen tot gebed’ gedaan door een voorzanger, de muezzin, vanuit de minaret van een moskee; je kunt het een beetje vergelijken met de kerkklokken die oproepen voor de kerkgang.

De maaltijd begon met het eten van drie dadels en het drinken van een zoutige drinkyoghurt.
Daarna sprak/zong Yusuf het gebed dat hoorde bij dat deel van de dag.
Daarna kregen we harira, een soep gemaakt van linzen en groenten en daarbij serveerde Salma een Algerijnse borek: een soort loempia met o.a. gehakt, aardappelpuree, uien en olijven.
Het hoofdgerecht was gemaakt met orzo. Dat is pasta in de vorm van rijst: kleine bolletjes durum tarwe.
De schotel was gegarneerd met worteltjes, aardappel en heerlijk gegaard rundvlees.
We besloten de avond met een glaasje Iraakse thee.

Als je zoals wij opgegroeid bent in de protestantse traditie ervaar je een wereld van verschil, maar wat bijzonder om dit mee te maken.
En wat fijn dat zo’n jong stel ons betrekt bij hun leven in Nederland en ons laat zien hoe belangrijk juist dan de tradities zijn die bij het land van herkomst horen.

Meer weten over de ramadan?
Hierbij een link naar een artikel daarover op de website Weet wat je viert

Reageren

18 maart: Buizerd.

Afgelopen weekend verbleven we in Casa Grada in Westerbork; het ‘verhuurseizoen’ begint, dus het was weer tijd voor de horren er in, alles even nalopen (doucheputjes nakijken, waterreservoir van de wasdroger legen etc.), maar ook lekker genieten van een vrij weekend.
Zaterdagmiddag liep ik met een vuilniszak naar de afvalcontainer op de parkeerplaats.
Tegen het struikgewas aan zag ik iets groots, bruins liggen; toen ik dichterbij kwam bleek het een dode buizerd te zijn.
Hij lag op z’n kop; het leek alsof hij voorover van een tak was getuimeld en verticaal ondersteboven was blijven liggen.

Het is niet een zeldzaam dier of zo, maar ik vind het altijd wel bijzonder als ik er één zie:  boos en ijzig starend op een paaltje van een hek langs een weiland of majestueus met gespreide vleugels rondjes vliegend op de thermiek van de wind. Vorig zomer heb ik eens een tijdje het gedrag van een buizerd bekeken. Ik zat achter ons huis aan de Borkerstroom te soezen in de zon, ik hoorde het herkenbare hoge gekrijs en zag hoe hij in de lucht cirkelde, loerend op een prooi in het gebied onder hem.

Zou dat diezelfde vogel geweest zijn die nu zo treurig in het struikgewas lag?
En hoe komt zo’n beest zomaar dood uit een boom vallen?
Internet leerde mij dat er dan meestal sprake is van gif.
Ik liep naar de receptie en vertelde de mevrouw aan de balie dat er een dode buizerd op de parkeerplaats lag. Ze griezelde er van: “Brr….ik pak hem niet op!”
Hoefde ook niet. Ze zou het melden aan de groenploeg, die zou het beest wel ‘wegwerken’.
Zondag ging ik nog even kijken; hij lag er al niet meer.

Er gebeurde ook nog iets leuks op vogelgebied in Westerbork.
Zaterdagmiddag had ik de hoezen van de 6 kussens die op de meubels in de woonkamer liggen uitgewassen en de binnenkussens buiten uitgeklopt en laten luchten.
Daarbij kwamen nogal wat van die kleine, witte veertjes los (vulling van de kussens), die in het gras bleven liggen.
Toen we zondagmorgen naar de kerkdienst vanuit Roden zaten te kijken zagen we de musjes en koolmeesjes die in de buurt van ons huis nestelen met snavels  vol van die witte veertjes in de heg verdwijnen. Je zag ze denken: ‘WIES MET!” Drentse vogeltjes, hè?

Naadje van de kous weten over de buizerd?
Hierbij een link naar een artikel over deze roofvogel op de website van Vogelbescherming Nederland.

Reageren

17 maart: Een kind offeren.

Gistermorgen waren we niet in Roden, maar we kregen toch alles mee van de kerkdienst in Op de Helte. Een bijzondere viering: een themaviering rond de muziek van Leonard Cohen met als titel ‘How the light gets in’.

Peter van de Peppel uit Assen was de voorganger en er werkte een groepje muzikanten/zangers uit de omgeving mee. Het is heel verfrissend om eens een kerkdienst te hebben waarin het heel anders dan anders toegaat.
We hoorden muziek van Cohen, we kregen informatie over de achtergrond van zijn teksten toegespitst op religieuze thema’s en we zagen video’s waarin de mens ‘Cohen’ werd belicht.
Gerard zei het het na de viering treffend: “Die Cohen was nou niet bepaald een Henk Glimlach”.
Daarom werd het ook beslist geen ‘praisedienst’, maar het stemde wel tot nadenken.

Eigenlijk ken ik niet zoveel muziek van Cohen.
Van vroeger herinner ik me ‘Suzan’ en van later ‘Take this waltz’ en ‘Halleluja’, het meest bekende lied van hem dat natuurlijk gistermorgen ook met de gemeente werd gezongen.
Op dit blog licht ik een lied uit dat ik nog niet kende: ‘The story of Isaac’.
Het lied is gebaseerd op het bekende verhaal van Abraham, die in opdracht van God zijn enige zoon Izaak moet offeren. Als de vader het mes heft om zijn zoon te doden, wordt dit verhinderd door een engel.  Op deze manier wil God de loyaliteit van Abraham testen.  Leonard Cohen heeft grote moeite met dit verhaal uit de bijbel;  in dit lied verplaatst hij zich naar de negenjarige jongen die hij zelf was: op die leeftijd verloor hij zijn vader.
Stel je voor dat je vader je wil vermoorden.
Dat hij je wil opofferen voor God.
Daar vinden wij wel wat van en ook Cohen zelf had grote moeite met dit verhaal.
Hij schreef met ‘The story of Isaac’ een anti-oorlogslied, specifiek bij de Vietnamoorlog.
Het gaat er over dat kinderen/jonge mannen worden opgeofferd ten behoeve van de oudere generatie.
“Jij, die nu altaren bouwt voor het opofferen van kinderen: doe het niet!’ waarschuwt Cohen in dit lied.
“Maar” zei de voorganger gistermorgen “denk niet dat dat nu niet meer gebeurt”
Ook wij offeren kinderen.
Aan de oorlogsindustrie.
Aan de sex-industrie.
Je kunt zelf ook vast nog wel een paar voorbeelden bedenken, waarbij kinderen worden gemangeld/opgeofferd voor het systeem dat wij in onze maatschappij zelf in stand houden.
En dit was nog maar één lied.

Je kunt de viering terugkijken/terugluisteren via Kerkomroep en via het You Tube-kanaal van onze kerk.

Reageren

16 maart: Gastblog – Remmelt Booij

Vandaag introduceer ik een nieuwe gastblogger: Remmelt Booij.
Hij is net als wij gemeentelid van de PKN gemeente Roden-Roderwolde en hij was tot vorig jaar ook vrijwilliger/rondleider bij de Catharinakerk.
Wij spreken elkaar af en toe; vorige week zondag nog over ‘het geriefbosje’. Bij die gelegenheid vroeg ik hem of hij niet eens een gastblog wilde schrijven op mijn deze website.
Dat leek hem een goed idee; op dit blog stelt hij zich voor.

Mijn naam is Remmelt Booij.
Ik ben geboren op een boerderij in Eemster bij Dwingeloo.
Na mijn huwelijk met Jenny Goelema zijn wij in Roden gaan wonen.
Hier hebben wij genoten van elkaar, van onze kinderen en kleinkinderen en van vrijwilligerswerk en andere activiteiten.
Tot mijn intense verdriet is Jenny, de spil van ons gezin, vorig jaar overleden.

Een van mijn activiteiten is het bezig zijn met en het genieten van schilderijen.
Het kopen en het verkopen en het verzamelen van schilderijen levert prachtige verhalen op.
Het gaat naast de beschrijving van het schilderij altijd over mensen, de kunstenaar, de koper en de verkoper.
Deze verhalen schrijf ik op en noem ‘het schilderijenverhalen’.

Heel bijzonder is hoe ik Ada heb leren kennen: een neef van mij uit Eemster* heeft dezelfde schrijverstalenten en de liefde voor Drenthe en voor muziek als Ada.
Zij ontmoeten elkaar op gezette tijden en hij maakte mij attent op haar site “De waarde van de dag”.

Genieten van de schilderkunst.
Tijdens de Open Atelierroute Noordenveld in mei 2023 exposeerde een kunstenaar in de Catharina kerk in het centrum van Roden.
De bejaarde kunstenaar maakt moderne kunst. Hij is zijn levenslang met kunst bezig geweest, als kunstenaar en als galeriehouder.
Naast de kunst kon ook de Catharinakerk bekeken worden, vandaar dat ik daar als rondleider aanwezig was**.

Ik werd getroffen door een van zijn schilderijen en zei tegen de kunstenaar: “Wat is dat een goed schilderij!”
“Waarom vind je dat?” vroeg hij
Ik legde hem uit hoe ik het schilderij ervoer met de kleurstelling, de vormgeving, de indeling en als belangrijkste waar zich het centrale punt bevindt; in dit geval niet in het midden.
De kunstenaar keek mij verbaasd aan en zei: “Ik heb dit schilderij twaalf keer gewijzigd om het zo te krijgen. Jij vertelt nu precies wat ik met het schilderij heb willen uitdrukken
Hij wachtte even en zei toen: “Iemand die dit ziet moet wel een heel gelukkig mens wezen!”
Dat is de liefde voor de schilderkunst, die je kunt delen met anderen.
(Hierbij een link naar de website van de kunstenaar Hans van der Mark.
Werk van hem is tm 6 april te zien in Kunstencentrum K38 in Roden. )
Daar getuigen ook de veelal positieve reacties van, die ik ontvang na verkoop van mijn schilderijen.

Met schilderijen bezig zijn blijft mijn hobby, waar je nog volop van kunt genieten.
Toen een tijdje terug een koper bij mij thuis een schilderij kwam ophalen vertelde hij enthousiast: “Dat schilderijtje, dat ik eerder van jou gekocht heb, hangt bij mij in de keuken en ik geniet er elke dag weer van.”

Remmelt zal zijn liefde voor kunst/schilderijen ook met ons gaan delen: in de komende tijd zal hij steeds halverwege de maand een schilderij laten zien en zijn verhaal daarbij vertellen.

* de vader van schoonzus Ali. Meer weten? Lees dan nog eens dit blog van vorig jaar oktober: Drents Tableau

** Opmerking Ada: ook ik was toen een middag rondleider en schreef er een blog over.
Zie ‘Komt u voor ‘kunst’ of ‘kerk’?

Reageren

15 maart: Hypermarkt.

Tijdens ons dagje Duitsland wilden wij in het kader van de de ’trip-down-de-ome-Jo-memorylane’  graag een uurtje kegelen bij Gasthaus Robben waar we ook een hapje zouden eten, maar de kegelbanen waren de hele middag al bezet.
“Zullen we dan naar zo’n groot, Duits warenhuis?” stelden wij voor.
Schot in de roos; Henk en Annette wisten dat er in Meppen een Marktkauf zat.
We waren er rond 15.00 uur en lieten elkaar toen even ‘los’: rond 16.00 u zouden we elkaar weer ontmoeten bij de kassa.

Gerard en ik komen zelden in zulke grote hypermarkten.
Als Hansjes in Bosbessenland liepen wij daar rond en we lieten ons verrassen.
Dan kom je van alles tegen waarvan je eigenlijk niet wist dat je het nodig had.
En toch had je het nodig…..
Bijvoorbeeld anti-slip-sokken voor tijdens de FysiYoLateslessen van Trijntje.
Uitsteekvormpjes voor speculaasjes in de vorm van een hartje en een engeltje.
Sloffen voor Gerard met een stroeve zool zodat hij niet uitglijdt.
Een kookwekker.

‘Wat fijn dat we hier nou eens samen de tijd voor hebben’ constateerden we.
Ook Gerard kwam tijdens onze dwaaltocht langs de stellingen nog op een ideetje: door mijn uitsteekvormen bedacht hij dat hij op bak-gebied ook nog iets miste.
Wist je nog niet dat Gerard tegenwoordig ook brood bakt?
Dat zou je al lang moeten weten, maar het gastblog dat hij daarover zou schrijven is in de vaagheid blijven hangen.
Wordt vervolgd!
Maar terug naar de bak-benodigdheden.
Gerard zei: “Volgens het broodbakboek van Frea MOET iedere bakker zo’n olieverstuivertje hebben. Om een bakblik in te spuiten en om even je handen in te vetten voor het kneden enzo….”
Tuurlijk. Handig joh. Gaan we zoeken.
Hoe heet dat in het Duits?
Eeeeh…hoe heet het in het Nederlands?
Oliedispenser.
Google translate kwam op öl-sprüh-flasche.

…zum giessen und zum sprühen…..

Wij zoeken naar een öl-sprüh-flasche, maar wij stuitten op de overbekende bomen in het bos: we zagen ze niet.
Toen toch maar een medewerkster gevraagd.
Die liep er blindelings naar toe en legde uit dat het ding zelfs twee mogelijkheden had: zum giessen und zum sprühen.
Helemaal blij liepen we met onze aankopen naar de kassa, waar broer en schoonzus na drie kwartier inmiddels ook in de rij stonden.
Die hadden hele andere boodschappen in hun karretje.
Dingen waarvoor de meeste mensen naar Duitsland gaan 😉

Reageren

14 maart: Groningen zooals het vroeger was (4) – de Poelepoort.

In de serie ‘Groningen zooals het vroeger was’ vandaag een blog over De Poelepoort.
In het boekje dat ik van Essina kreeg staat een pentekening van C. Pronk uit 1754: Binnen-Poelepoort  met omgeving, van de buitenzijde gezien.
De afbeelding hiernaast heb ik gefotografeerd vanuit het boekje; als je er op klikt krijg je een vergroting.

De Poelestraat wordt voor het eerst genoemd in 1325. In de middeleeuwen heette hij Polstraat; de straat liep vanaf de Hondsrug naar de weilanden in de bedding van de Hunze.
‘Pol’ betekent: hoger gelegen gronden, ook wel wierde genoemd. Net als bij Paddepoel: die wijk is vernoemd naar een voormalig blokhuis dat op een hoogte lag. Padde was de naam van de bewoners, poel was de hoogte waar het huis op stond.

Terug naar de poort.  De eerste versie werd gebouwd in de 13e eeuw. In 1470 was de stad zo gegroeid, dat ze moest worden ‘uitgelegd’: er kwam een nieuwe stadsmuur en de Poelepoort werd verplaatst. Hij stond tussen de Schoolstraat en de Schiemakersgang. Het brede gedeelte van de straat achter de poort was oorspronkelijk een weerplein; deze verbreding diende om het Stadse leger achter de poort op te kunnen stellen. Daar werd vroeger ook de paardenmarkt gehouden; tegenwoordig is dit in de zomer één van de grootste terrassen in de stad Groningen.
In het begin van de zeventiende eeuw verloor de poort haar functie als toegangspoort van de stad. Vanaf die tijd werd het solide bouwwerk alleen nog als gevangenis gebruikt. Die functie hield het tot 1828: toen besloot het stadsbestuur de poort af te breken.

Nog even leuk: op zoek naar informatie over de Poelepoort kwam ik terecht bij een een video van OOG TV. In coronatijd ontdekten heel veel mensen het wandelen en OOG TV speelde daarop in met de serie ‘Stadswandelingen’. In de negende afleveren wandelen Beno Hofman en Mirre van de Klok door het uitgaanscentrum van Groningen en ze laten o.a. zien waar de Poelepoort heeft gestaan. Maar ze vertellen nog meer Middeleeuwse verhalen: Café ‘De Spieghel’ bijvoorbeeld was toen een herberg. Verder kom je ook iets te weten over een oase van rust in hartje binnenstad: het Pepergasthuis. Dat werd gesticht in 1405 gesticht door vader en zoon Solleder. Het begon ooit als gasthuis voor pelgrims die naar Groningen kwamen. Men geloofde namelijk dat er in de Martinikerk een relikwie bewaard was van Johannes de Doper, namelijk zijn arm.

Hierbij een link naar dat filmpje van ongeveer acht minuten.

Wil je echt het naadje van de kous weten over de Poelepoort?
Hierbij een link naar de website ‘Nazaten De Vries‘, waar ik een uitgebreid artikel vond met veel interessante informatie en afbeeldingen van deze oude stadspoort.

In augustus 2023 begon ik met deze  serie over de stad Groningen, naar aanleiding van een boekje met oude lichtdrukken dat ik kreeg van Joop en Essina.
Hierbij een overzicht van de delen die aan dit blog vooraf gingen:

Deel 1: ‘Gezicht op Groningen vanaf de westzijde 

Deel 2: ‘De geschiedenis van de A-Poort.’

Deel 3 : De Grote markt en het gemeentehuis.

Reageren

13 maart: Pappardelle met gorgonzola.

Op januari vertelde ik over onze nieuwe kalenders.
Van de Taalkalender heb je inmiddels al wat voorbij zien komen in de 43 editie van  Nederlands maar dan anders en ik had beloofd dat ik ook zou laten horen als we iets van ‘Quick Dinners’ gingen eten.
Tegenwoordig ben ik niet meer de enige die kookt: ook Gerard staat regelmatig achter het fornuis (lees: de inductie-kookplaat).
Hij ging het kalenderblaadje van 13 januari uitproberen met de woorden: “Wij kunnen best eens wat vaker vegetarisch eten.”

Het heette ‘Pappardelle met gorgonzola’: 5 ingrediënten – bereidingstijd 10 minuten.
Dit heb je nodig voor 2 personen.

– 250 gram verse pappardelle.
hadden wij niet, maar wel tagliatelle van de Jumbo, dat kon volgens Gerard ook wel.
Maar als pasta niet vers is weegt het veel minder, dus wij hadden aan 125 gram genoeg.
– 2 flinke handen walnoten
– 1 ui
– 400 gram verse spinazie
– 100 gram Gorgonzola.
Vonden wij achteraf te weinig, wij adviseren 200 gram.

Dit moet je doen:
– Kook de pasta volgens de aanwijzingen op de verpakking.
– Verwarm een koekenpan en rooster de walnoten 1 minuut.  Laat ze daarna afkoelen en hak ze grof.
– Schil en snipper een ui, verwarm een scheutje olie in een koekenpan en bak glazig.
– Voeg de spinazie toe en bak mee tot deze helemaal is geslonken.
– Snijd de Gorgonzola in stukjes.
– Giet de pasta af en voeg deze samen met de gorgonzola, walnoten, en een scheutje olijfolie toe aan de pan met spinazie.
Goed doorroeren en op smaak brengen met peper en zout.

Zo zag het er bij ons uit.
Het was heerlijk; dit gaan we zeker nog een keer weer koken!
De volgende keer doen we de gorgonzola er op het laatst bij in: die was nu helemaal gesmolten en vond je haast niet meer terug in het gerecht.

Reageren

12 maart: Vrij uitzicht.

Van buurvrouw Bonny kreeg ik in januari een boek te leen van de schrijfster Anya Niewierra.
“Heb je daar nog nooit van gehoord? Haar boeken zijn echt een hype! Titels als ‘Camino’ en ‘Het bloemenmeisje’  hebben zelfs prijzen gewonnen in het thriller-genre.”
Het boek dat ik meekreeg heet ‘Vrij uitzicht’ en is haar eerste thriller, het staat zelfs omschreven als een literaire thriller.

Het speelt zich grotendeels af in het Zuid Franse dorpje Mosset.
Tess Clement, een succesvolle vastgoedmakelaar van middelbare leeftijd, draagt een diep geheim met zich mee.
Haar moeder is overleden, haar man is er met een jongere vrouw vandoor en ze besluit dan om de confrontatie met het verleden aan te gaan.
Ze gaat in Zuid Frankrijk de oude vakantieliefde Benoit opzoeken, maar er is iets aan de hand met het dorpje.
Er zijn vrouwen op een raadselachtige manier verdwenen en in één van die verdwijningen speelde Tess in 1983 ook een rol.

Je leest het verhaal vanuit twee gezichtspunten.
De ene ik-figuur is Tess; ze is nog steeds verliefd op Benoit.
Je leest hoe ze na een tijdje besluit te gaan wonen in Frankrijk en hoe ze haar plek verovert in Mosset, wie ze allemaal leert kennen en wat het allemaal met haar doet. Halverwege het boek koopt ze het middeleeuwse kasteel om er op den duur een verblijf voor toeristen van te maken.
De andere ik-persoon (die bladzijden zijn cursief gedrukt)  is een geheimzinnige figuur die vanuit een geheim deel van het kasteel opereert. Die bespioneert Tess, dwarsboomt haar plannen en jaagt haar op met e-mails en enge berichtjes.
Je leeft met beide hoofdrolspelers mee en je vraagt je na 300 bladzijden in arrenmoede af wie van de dorpsbewoners die geheime kasteelbewoner is.

Het is spannend verhaal, maar het duurde me allemaal wat te lang.
Het boek heeft meer dan 400 pagina’s, ik had niks gemist als het 150 bladzijden korter was geweest.
Verder wordt er heel lang toegewerkt naar een plot, dat aan het eind in een paar bladzijden wordt beschreven.
Ik had het gevoel alsof dat gedeelte door de schrijver was afgeraffeld, het was mij allemaal net wat te kort door de bocht.
Die laatste hoofdstukken hadden juist wel wat meer uitgesponnen mogen worden: nu blijf je achter met duizend-en-één vragen.

Neemt niet weg dat ik erg heb genoten van het boek, dus ik ga nu op zoek naar één van haar andere titels!

Reageren

Pagina 2 van 370

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén