De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

18 november: Een moerascypres.

Naast ons terras aan het water bij Casa Grada staat een bijzondere boom.
Toen we het huis kochten zei Gerard: “Die boom geeft veel te veel schaduw, die gaan we er uit halen’.
Nu we alle seizoenen in Westerbork hebben meegemaakt zeggen we: “Die boom laten we staan, geeft fijn schaduw op hete dagen.”

Het is een naaldboom, maar hij laat in de herfst zijn naalden vallen.
“Wat zou dat eigenlijk voor een boom zijn?” vroegen we ons af.
Gerard heeft tegenwoordig zo’n handige app; je maakt een foto van een plant of boom en de app vertelt je dan wat de naam is.
Die van ons heet ‘Moerascipres’.
Eigenlijk wel een bijzondere boom; ze groeien van nature in gematigde tot subtropische moerassen in het zuidoosten van Noord Amerika.
De boom werd in de 17e eeuw voor het eerst in Europa geplant.

Toen we vorige week zaterdag in Westerbork waren voor najaarsklusjes, was het prachtig weer.
Toen zagen we onze moerascypres in herfst-tooi.
(klik op de foto voor een vergroting)
Prachtig was hij!
Hoezo omzagen.

We kwamen er achter dat de boom niet zijn naalden laat vallen, maar kleine takjes met naalden eraan.
De grond en de stoelen onder de boom lagen al bezaaid met naaldslierten.
Op de afbeelding hiernaast zie je zo’n klein takje.

We hebben het terras niet aangeveegd; we laten het mooi gebeuren.
Het huisje wordt deze maanden niet verhuurd, dus niemand heeft er last van.

Reageren

17 november: Alles staat even stil.

Dinsdagmiddag kreeg ik stemproblemen.
’s Avonds ging ik nog wel naar de cantorij, maar het zingen was brandhout; ik kon bijna met de bassen meezingen.
Woensdag gewoon naar het werk, maar ik hoefde geen telefoondienst te doen: ik klonk als ‘meneer Waninge’ en praten deed zeer.
“Is het geen corona?” vroeg iemand op het werk.
Verder had ik geen klachten, dus ik dacht het niet, maar eenmaal thuis heb ik  toch maar even een test gedaan en toen was het wel positief.

Meer dan twee jaar doe ik van die zelftesten en al die tijd verscheen er maar één rood streepje.
“Wat moet ik dan nu eigenlijk?” vroeg ik aan Gerard. Die wist het ook niet.
De website van de Rijksoverheid vertelde dat ik 5 dagen in quarantaine moest.
Dus.

Niet naar het werk vandaag, niet naar FysiYoLates vrijdag en geen feestje dit weekend.
Er waren weekenden waarop dit beroerder uit zou zijn gekomen, dus ik bezit mijn ziel in lijdzaamheid.
Nadat de boodschap was ingedaald zag ik de voordelen er ook wel weer van in.
Vandaag zou ik de hele dag kunnen luisteren naar dag 4 van de Evergreen Top 1000: op het werk krijg ik daar niets van mee.
Dit weekend kan ik uitgebreid tijd besteden aan het maken van gedichten en surprises voor Sinterklaasavond; dat feest vieren we zaterdag de 26e.
Verder zit ik midden een spannend boek van Elizabeth George in de serie van Inspector Lynley.

Woensdagavond geen gehaast om het eten voor donderdag al voor te bereiden: kan morgen nog wel.
Ineens valt de drukte van een gewone werkweek met afspraken en regeldingen van me af.
Alles staat even stil.

Tot zover de theorie die ik woensdagavond had bedacht.
Afgelopen nacht werd ik goed ziek.
Koorts, hoofdpijn, zwaaiend op mijn benen even naar de wc en gelijk weer in bed.
De muziek van de Evergreen Top 1000 hoorde ik vandaag in flarden in mijn koortsige dromen voorbijkomen.
Het enige wat ik kon is in bed liggen en slapen.

Toch nog corona.
18 oktober heb ik de boosterprik gehaald; ik waande me al veilig.
Het bracht mijn gedachten even weer terug naar  die vrijdag in maart 2020 toen we besloten om met z’n tweeën in quarantaine te gaan vanwege de verontrustende berichten over het coronavirus.
Toen maalde er zoveel door mijn hoofd, dat ik mijn ademhaling tijdens de ochtend-pilates/yoga niet onder controle kreeg.
Ik was angstig en bedacht nerveus hoe het dan allemaal zou moeten op mijn werk en met al die andere dingen die de daarop volgende weken in mijn agenda stonden.
Hierbij een link naar het blog dat ik daar toen over schreef onder de titel “Menens. Zonder krenten’.

Het is bijzonder om dat blog terug te lezen met de wetenschap van nu.
Wij dachten toen dat het voor twee weken zou zijn……

Reageren

16 november: Vis-prei-gratin.

Vorige week probeerde ik een voor mij nieuw recept uit.
Het heette ‘gegratineerde kabeljauw met prei en krieltjes’.

Dit heb je nodig: (recept voor 2 personen)

  • 3 eetlepels olijfolie
  • 400 gram prei
  • 1 eetlepel kerriepoeder
  • 200-300 gram diepvrieskabeljauwfilets (kan ook met een andere soort witvis).
  • 200 milliliter crème fraîche
  • 100 gram belegen kaas (geraspt)
  • 400 gram krieltjes (koelvers)
  • 1 eetlepel Provençaalse kruiden
  • zout en peper naar eigen smaak.

Dit moet je doen:

  1. verwarm de oven voor op 190ºC.
  2. Verhit de helft van de olijfolie en roerbak hierin de prei 3-4 minuten met de helft van de kerrie, zout en peper. Verdeel daarna  de prei over de ovenschaal en strooi de helft van de geraspte kaas er overheen.
  3. Dep de vis droog met keukenpapier en kruid de vis met zout en peper en bak de vis even aan. Leg de vis vervolgens op de prei.
  4. Roer de rest van de kerrie door de crème fraîche en verdeel dit sausje over de vis.
  5. Strooi als laatste de andere helff van de geraspte kaas er over en zet de schaal 20 minuten in het midden van de oven.
  6. Verhit intussen de rest van de olijfolie en bak hierin de krieltjes met de kruiden goudbruin. Serveer de vis-prei gratin met de krieltjes.

Heerlijk was het.
Het deed ons een beetje denken aan de ‘romige pangasius-filets’ waar ik in 2016 al eens over schreef.
Het smaakt heel anders, hoor, maar de manier van bereiden komt overeen.
Op de afbeelding zie je mijn ovenschotel voordat het kerriesausje er overheen gaat.

Reageren

15 november: Het opgeheven vingertje.

Sinterklaas is weer in Nederland aangekomen.
Een landelijk toneelstukje  waar we allemaal aan mee doen.
Vrijdagavond las ik verontrustende berichten op internet: de pakjesboot zou zijn gezonken!
Sinterklaas was als drenkeling gesignaleerd.
Maar gelukkig: er was een goede afloop. Dit las ik er over op de NOS-site:
Een dag later was in het tv-programma een andere pakjesboot te zien die al in de buurt van Hellevoetsluis lag. In de live-uitzending van zaterdag  vloog de Sint met zijn eigen rode vliegtuig, de Goedheiligman 1, naar Nederland en landde hij “vlak bij Hellevoetsluis”. Vervolgens kwam hij in de nieuwe stoomboot naar de kade.
Er werd ook een nieuwe Piet geïntroduceerd.
Tijdens de live-uitzending werd bekend dat een nieuwe piet ‘Piet Hein’ wordt genoemd. Met de naam wordt verwezen naar de gelijknamige bekende zeevaarder die in de zeventiende eeuw de Zilvervloot veroverde. Tijdens de intocht werd het bekende lied over de zeevaarder gezongen.’

Heel Nederland was in rep en roer.
Er waren boze ouders met ontroostbare kinderen die vonden dat de verhaallijn veel te spannend was.
De klimaatgoeroes vonden dat Sinterklaas een verkeerd signaal afgaf door met een vliegtuig te reizen.
Pro-Rail  meldde in de landelijke pers dat de Sint beter voor de trein had kunnen kiezen; alsof de stoomboot zo’n milieuvriendelijk vervoermiddel is.
Er had niet over Piet Hein gezongen moeten worden, want zijn naam is een schande voor Nederland in het licht van de kolonisatie.
Toen was de krasse grijsaard nog geen uur in Nederland.

Wat is dit nou?
Kunnen we in Nederland nou nergens meer onbekommerd van genieten?
Moet er op alles wat gebeurt zo zuur gereageerd worden?
Moeten we nou steeds zo zeuren met ons opgeheven vingertje?

Vier het feest van Sint en zijn Pieten met elkaar, koop cadeautjes, schrijf gedichten en eet je ongans in pepernoten en suikerbeesten.
Speel het toneelstukje mee en geniet van de feestelijke sfeer rondom het oude decemberfeest.
Of doe niks aan Sinterklaas en sla het lekker over.

Spring in de gracht of knip je haar af, duw ouwe dametjes van ’t trottoir af,
raak aan de drank, haat al je vrindjes, breek in bij Luns, steel al zijn lintjes, maar…..
ZEUR NIET!

Reageren

14 november: Maak ruimte.

Zondagmorgen ging in de PKN-viering een gastpredikant voor: Monica Schwarz.
Dan wil de gemeente eigenlijk wel weten wie dat is ( Waor is dat iene van..?) en dat vertelde ze gelijk aan het begin.
Ze heeft haar jeugd doorgebracht in Roden en ging vroeger met haar ouders naar de Catharinakerk op de Brink.
Ze was predikante geworden omdat ze zo onder de indruk was van hoe dominee Jager destijds (jaren ’80) vorm gaf aan een moderne manier van kerk zijn.
De Catharinakerk was voor haar altijd DE kerk gebleven.
“Als ik naar het noorden ga dan weet mijn man het al: dan moet ik altijd even naar de Catharinakerk.”
Daar stond iemand te vertellen wat ik ook voel en wat ik wel eens probeer uit te leggen aan mensen.
Dat een gebouw iets met je kan doen.
Het ‘eeuwen zien op u neer’-idee.

De viering had ‘de stilte’ als thema.
Twee weken geleden hadden we ook al een viering met dat onderwerp (zie ‘de stilte aan het woord‘), maar deze viering was geen herhaling van zetten.
Voor de viering zagen we een afbeelding waar bij stond:
“De stilte is een tweestemmig lied waar God en de mens elkaar raken.
(afbeelding: Wikipedia)
In de overdenking kwam de afbeelding weer voorbij.
De predikant legde uit dat het een middeleeuwse miniatuur is, gemaakt door Hildegard von Bingen* .
We zien een heel groot engelenkoor (in de buitenste rand zijn de vleugels nog te onderscheiden) in het midden een lege ruimte; een beetje geel, alsof er licht schijnt.
Het lege midden in het symbool van de eeuwige.
Niet de mens staat centraal, maar God.

Ruimte maken voor de stilte, de eeuwige.
Dat kan in jezelf, maar dat doen we ook met elkaar iedere zondagmorgen in de kerk.
Voor mij een moment van reflectie: we sluiten de week af en beginnen met een nieuwe.
Wat is er gebeurd? Wat is er allemaal gezegd? Welke rol speelde ik?
Zaterdagavond hadden we een indringend en emotioneel gesprek met een echtpaar uit Roden en gistermorgen zat zij ook in de kerk.
Het ontroerde me. De viering completeerde het gesprek en gaf mentale verbinding tussen ons.
Dat kan een kerkdienst met mensen doen.

Tenslotte kom ik even weer terug op het begin van dit blog: het gebouw.
Gistermorgen was Erwin Wiersinga organist.
Als hij op het historische Hinszorgel speelt in de Catharinakerk is mijn kerkdienst  op voorhand al geslaagd met de armen van het oude gebouw om me heen en zijn virtuoze orgelspel in mijn oren.
Gistermorgen was weer zo’n viering waarvan ik alleen maar kan zeggen: ga hem terugluisteren via het YouTubekanaal van onze PKN-gemeente.

Tijdens het koffiedrinken vertelde Monica Schwarz nog hoe heerlijk het was om even weer terug in Roden te zijn.
Fietsen door de Onlanden.
Even naar ‘de ijzerwaren-winkel van De Wit’ om herinneringen op te snuiven.
“Dat is de enige winkel in Roden waar het er nog precies zo uit zien als toen ik hier weg ging.”
Als je uit deze omgeving komt weet je precies wat ze bedoelt……

* Meer weten over Hildegard? Lees dan nog eens het blog ‘Zes gouden regels uit de 12e eeuw  

Reageren

13 november: Standbeeld voor een Drent.

Gistermorgen kreeg ik een app van mijn broer.
“Heb je de column  van Lohues gelezen vanmorgen?  Die man verdient een standbeeld.”
Het Dagblad van het Noorden lag thuis op het aanrecht, maar wij hadden er nog niet in gekeken.
Toen ik het appje kreeg waren we in Casa Grada in Westerbork; horren eruit, een sopje er over en even wat kleine klusjes.

Gedurende de dag werd ik steeds nieuwsgieriger.
Wat maakt de column van Lohues zo bijzonder dat mijn broer vindt dat hij een standbeeld verdient?
Toen ik het verhaal had gelezen snapte ik precies wat hij bedoelde.
Mijn broer is namelijk net als Lohues en net als ik ook een Drent.

Nieuwsgierig?
Hierbij een link naar zijn verhaal onder de titel ‘Emmel‘.

Reageren

12 november: Drie kleine kleutertjes.

“A B C oh nee…!
Gegiechel.
‘Eèèlf november is de dag” gaat het dan verder.
Voor onze voordeur staan twee meisje van een jaar of tien met een zelfgemaakte lampion.
Het beroemde Sint Maartenlied is uitgebreid met een tweede couplet en daar is één van hen per ongeluk mee begonnen.
Het ABC horen we later, het  komt foutloos achter het eerste aan.
Ze kiezen  iets  lekkers en giechelen met z’n tweeën weer de avond in.

Bij het volgende belletje open ik de deur voor drie schattige kleutertjes met zwarte krullen en donkere oogjes.
Ze beginnen voortvarend met “Sint Maarten, Sint Maarten, de koeien hebben staarten….” maar dan ziet één van hen de kaarsjes op onze trap.

….. hele trap vol lichtjes ……

“Ooooh….”
Ze wijst naar binnen.
Het lied valt stil.
‘Mooi hè?’ zeg ik.
‘Jah!”
Dan kijken ze elkaar even zoekend aan; ik zie ze denken…..waar waren we nou?
Dan begint één gedecideerd met ‘Daar komt’ en de anderen zingen ook mee ‘Sint Martinus aan!”
Drie stralende snoetjes kijken me aan.
Als ik vraag naar de lampions krijg ik drie antwoorden door elkaar heen.
“Isse paddestoel!”
“Op school gemaakt met juf..”
“Selluf tekening op gemaakt!”
Nadat ze een snoepje hebben gekozen roepen ze in koor: ‘Bedankt voor Sint Maarten!”

Ik smelt bij zulke aandoenlijke kleintjes, mensen en ik geniet van 11 november.
De lampjes, de lampions, de liedjes en het snoepgoed: het feest van Sint Maarten kon dit jaar in alle rust gevierd worden.
Geen anderhalve meter, geen storm, geen regen., dus de kaarsen en lampionnen die ik buiten had gezet als teken van welkom waaiden niet uit.
Als vanzelf gaan mijn gedachten op 11 november dan ook altijd nog even terug naar de tijd dat onze kinderen nog zo jong waren dat ze met hun zelfgemaakte  lampionnen langs de deuren gingen. In de hogere klassen van de basisschool waren ze zo fanatiek, dat ze bij iedere deur een ander liedje zongen.
Opgetogen kwamen ze dan na het lampionnenlopen met de volle tas binnen en werd de buit uitgezocht en bekeken.
Legendarisch zijn de woorden van de tweejarige Carlijn, die onder op de bodem van de tas nog wat kleingeld zag liggen.
“Zit er nog wat in die tas?”
“Gelten!”
Dat woord zijn we in ons gezin blijven gebruiken.

Reageren

11 november: Alledaags.

De naam van deze website is al sinds 2015 ‘de Waarde van de dag’.
De meeste blogs gaan over belevenissen die mijn waarde van de dag hebben bepaald, maar soms heb ik alledaagse dagen.
Gewone dagen.
Gisteren was zo’n dag.
Zonder op de klok te kijken met een kopje thee de dagelijkse Sudoku maken en om 09.30 uur voldaan de laatste 6 met pen invullen.
Genieten van het kleine, maar fijne boeketje op mijn aanrecht dat ik deze week kreeg van een PKN-echtpaar dat even langs kwam om bij te praten.
Naar de Jumbo wandelen in een waterig ochtendzonnetje (want het weerbericht had het over rustig herfstweer) en in de winkel kleppen en geiten met deze en gene.
Kopje koffie, blogje schrijven en Corry Brokken met ‘La Mama’ bij de Arbeidsvitaminen; “Avé maria….. zij slaan een kruis en bidden zacht”
En het liedje van ‘Hamelen’! “Kunt u ons de weg naar Hamelen vertellen, meneer?”*
Mmmmmm.

Een alledaagse dag.
‘Alledaags’ is in de Nederlandse taal een synoniem voor algemeen, gewoon, doorsnee, onopvallend en onbeduidend.
Als iets als ‘alledaags’ wordt omschreven, dan is het vaak niks bijzonders.
Maar als je met aandacht kijkt naar het alledaagse om je heen valt er een heleboel te genieten.
Door het schrijven van een dagelijks blog op deze website kijk ik soms met andere ogen naar de zo op het oog alledaagse dagen.

Alles wat je aandacht geeft groeit.
Zelfs het alledaagse.

* Geen idee bij Hamelen?
Hierbij een link naar een video van het liedje en mooie oude foto’s van de personages.
Lidwientje Walg en Bertram Bierenbroodspot bijvoorbeeld.
Geen alledaagse namen…….

Reageren

10 november: Zou het dan dit jaar….?

Kerst en zingen zijn voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden; twee coronajaren werd dat tot een minimum beperkt.
Vorig jaar was ik hoopvol begonnen met het bij elkaar roepen van een ad-hoc carols-koortje van onze PKN-kerk.
We zouden zingen op de Roder Weihnachtsmarkt, maar we zijn niet eens bij elkaar gekomen voor de eerste repetitie: half november werd de Weihnachtsmarkt al afgeblazen.
Dit schreef ik toen aan de deelnemers:
Het behoeft vast geen nadere uitleg dat me dit heel erg spijt.
Er waren zulke enthousiaste, blije reacties, dus ik verwacht dat het ook voor jullie erg teleurstellend is.
Maar het idee blijft overeind: volgend jaar hopen we bij de Roder Weihnachtsmarkt carols te zingen.
Houdt moed.

En daar stonden we dan gisteravond in zaaltje 4 in Op de Helte: meer dan 25 zangeressen en zangers met hun geprinte Carols-partituren.
“ZINNAN!” stond in de tekstwolkjes boven hun hoofd te lezen.
Een groot deel van hen zong de vorige keer (in 2019) ook al mee, maar ook een aantal niet.
Halverwege de middag werd ik wat nerveus, want het is toch altijd weer spannend.
Komt iedereen?
Krijgen we de partijen een beetje ‘onder elkaar’?
Zo’n eerste bijeenkomst is voor mij een soort uitprobeer-repetitie.
Er staan zeven liederen op het programma; aan iedere carol besteed ik tien minuten.
Wat zit er al in?
Waar moeten we extra aandacht aan besteden?
We beginnen steeds met de sopraanpartij en ik vraag de andere stemmen dan alvast ter oriëntatie mee te neuriën.
De bassen hadden kennelijk flink geoefend, want die humden in hun enthousiasme al boven de sopranen uit.
Iedereen mag zich er mee bemoeien.
“Bij dat glohoria moeten we niet de sopranen mee” merkte een alt op.
De sopranen waren het nog niet eens over hoe dat ‘gloria’ gezongen zou worden….

We werken nog niet aan ‘zachter en luider’, niet aan de uitspraak en ook niet aan solo’s o.i.d.: eerst maar eens zien dat de afzonderlijke stemmen er goed in zitten.
Het resultaat van deze eerste repetitie kan ik ‘geruststellend’ noemen.
“Silent night’ en ‘Joy to the world’ stonden in 2019 ook op ons repertoire; werden gewoon vierstemmig gezongen.
Op de andere liederen moeten we wat meer ons best doen: de koorleden hebben beloofd dat ze hun huiswerk gaan doen.

Van te voren is het altijd best een gedoe, zo’n koor.
Leden bij elkaar sprokkelen, mailgroepen maken, liederen mailen aan iedereen, zaaltje regelen, je snapt het wel.
In zo’n proces komt er dan altijd wel een moment waarop ik met de voornoemde zenuwen in mijn lijf denk: “Waarom doe ik dit eigenlijk.”
Op het moment dat we gisteravond aan het eind van de repetitie ‘Joy to the world’ zongen weet ik het weer.
Dan zijn de zenuwen weer tot bedaren gekomen en krijg ik kippenvel  bij het vierstemmig zingen met allemaal mensen die er ook van genieten.
Daar doe ik het voor; dat bepaalt de waarde van mijn dag.

En natuurlijk sta ik er niet alleen voor.
Jelle heeft van alle liederen oefen-files gemaakt voor alle afzonderlijke stemmen (het huiswerk) en alle deelnemers zijn zeer gemotiveerd om er iets moois van te maken.
Wat zal het heerlijk zijn als we dit jaar in de kerstperiode weer naar hartenlust en uit volle borst mogen zingen!

Reageren

9 november: Grachtengordel gedoe.

Maandagavond ging ik vroeg naar bed: intensief weekend, lange werkdag, moe.
Dan vind ik het heerlijk om nog even naar muziek te luisteren, of naar een podcast.
De laatste aflevering van de Saar podcast*  (50+ maar nog lang niet dood) had ik het weekend nog niet beluisterd, daar ging ik voor zitten. Liggen dus.

Na het overlijden van Els Rozenbroek moesten Barbara van Erp en Femke Sterken heel erg zoeken naar een nieuwe vorm.
De podcast ging tot en met week 28 alleen maar over de ziekte en het overlijden van Els, vind dan maar eens de juiste toon om een doorstart te maken.
De dames nodigen nu steeds een gast uit die een uur lang met hen meepraat.
De laatste aflevering, nr. 36, had als titel ‘Wat is dit voor grachtengordel gedoe…?  en te gast was Miriam Mars.
Zij is journalist, schrijft voor Saar en andere bladen en komt uit Brabant.
Wat een verademing.
Miriam vertegenwoordigde alle mensen uit ‘de provincie’ en wees de dames er onomwonden op dat hun podcast inderdaad ‘grachtengordel-gedoe’ was.
“Bij ons in Brabant zeggen we:  doe maar gewoon, dan doede al gek genoeg” uitgesproken met een zachte g en een Brabants accent.
Ze stelt vragen die ik ook zou stellen, zoals ‘Wat is een über’?
‘Huh? Ik doe even een gorillas?’
Een uber is een taxidienst en gorillas blijkt een bezorgservice te zijn.

Barbara en Femke kirren: “Gaat het dan echt zo veel over de grachtengordel?!?
“Nee! Echt!?
Ja.
Het gaat niet over de grachtengordel, maar zij maken deel uit van die wereld en daarom ademt die podcast de sfeer van het hippe leven in Amsterdam.
Net zoals de hele bladenwereld en de andere media zich vooral richten op wat er in dat deel van Nederland speelt.
Al dat geblaat over de Hazessen, de Meijlandjes en het gewauwel van Johan Derksen: wie interesseert dat?
En wie het met wie doet en waarom?
Die wereld van zien en gezien worden, botox & haarlak, modetrends en opgehypte nieuwtjes: het leeft gewoon wat minder ‘in de provincie’.

Daniel Lohues heeft in 2017 over dit onderwerp een prachtige column geschreven onder de titel ‘De rest’, waarin hij het heeft over ‘de verstikkende monocultuur van hun grootstedelijke bubbel’. Hierbij een link naar het blog dat ik daarover schreef, van daaruit kun je linken naar zijn verhaal.

Niet meer luisteren dus?
Tuurlijk wel.
Ik hoef me niet te identificeren met Barbara en Femke om te kunnen genieten van hun podcast.
En daarbij denk ik soms: ‘verbaast u niet, verwondert u slechts…’

*Meer blogs lezen over de Saar Podcast?
mei 2022: Gooise vrouwen.
juli 2022: Els vertelt over haar naderende dood.
september 2022: Onthutsend eerlijk, ook over de dood.

Reageren

Pagina 3 van 290

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén