De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

29 mei: De derde zus en de dikke koning.

Vorige week ging ik een avond pas om 01.30 uur naar bed.
Dat is natuurlijk wel heel laat, maar het boek moest uit.
Deel 3 van de Zeven Zussen, ‘Schaduw’.

Deze keer kwamen we terecht in Engeland, begin 1900.
De toenmalige koning Edward VII (de oudste zoon van de beroemde queen Victoria) speelt een rol, zijn maitresse Alice Keppel en Beatrix Potter.
De dochter van Alice, Sonia, is de grootmoeder van Camilla Parker Bowles, die bij haar eerste ontmoeting met prins Charles zinspeelde op de relatie die haar familie had met het koningshuis.
Als ik zo’n naam voorbij zie komen dan is mijn interesse al gewekt.
Je leest hoe dat toen in z’n werk ging met de koning en Alice.
Dat hun relatie een publiek geheim was, een algemeen aanvaard verschijnsel.

Ook krijg je een kijkje achter de schermen bij de eigenaren van grote landgoederen, de oude adel, die in die jaren hun macht en rijkdom kwijt raakten en moeite hadden om het hoofd boven water te houden.
Trouwen met een goede (lees rijke) partner was dan soms een uitkomst.

Bovenstaande figuren spelen allemaal een rol op de achtergrond; de hoofdrol in dit verhaal is weggelegd voor Flora MacNichol
Deze naam kreeg het derde zusje Star na de dood van haar vader als aanwijzing voor haar afkomst. Ook kreeg ze een klein, zwart beeldje van een panter met edelstenen als ogen.
Star gaat op onderzoek uit; ze begint bij een oude boekhandel in London en ontmoet daar Orlando, zoon van een verarmde tak van een adellijke Engelse familie.

Gedurende het boek leert ze rest van de familie kennen en komt er achter hoe de vork in de steel zit.
Wie het beeldje van de panter ooit heeft gekregen en van wie, wie de ouders zijn van Rory, hoe de familie eigenaar werd van de boekhandel in Londen en, niet onbelangrijk, wie haar ouders zijn.

Een paar weken geleden sprak ik iemand uit onze kennissenkring met wie ik het had over deze boekenserie.
“Dat deel wat zich in Engeland afspeelt vond ik het minste” vertelde ze.
“Die koning werd volgens mij helemaal verkeerd afgeschilderd, helemaal niet conform het beeld dat ik van hem had uit ‘The Kings Speech”.
Dat klopt, want de koning in dit boek is de grootvader van de stotterende George, die de vader is van de huidige koningin Elizabeth.

Heel terloops komt de geschiedenis van de andere dochter van Alice, Violet, aan de orde.
Zij viel op vrouwen en dat was in die tijd absoluut niet gebruikelijk.

Drie delen heb ik nu van deze serie gehad.
Iedere keer weer word ik meegenomen naar een andere tijd en een ander land.
En ja…..de flashbacks zijn brieven of dagboeken, dat is iets dat steeds terugkomt in deze boeken, maar voor mij is dat niet storend.
Mijn nieuwsgierigheid maakt dat ik ontzettend benieuwd wordt naar wat er is gebeurd en dan wordt het dus 01.30 uur.

Benieuwd wat ik vond van de andere delen?
Hierbij een link naar een overzichtspagina: ‘De zeven zussen-serie’ met links naar de afzonderlijke blogs.

Reageren

28 mei: Naar de maan…?

Deze week staat op Radio 5 in het teken van de jaren ’70; voor mij de leukste radioweek van het jaar.
In 2015 en  2017 schreef ik ook al eens een blog over wat zo’n week met me doet.
Vanmorgen was er een klein interviewtje met Sue van het duo ‘Spooky & Sue’, heel populair in die tijd. Verder is het vooral genieten van de muziek en ophalen van herinneringen uit die tijd.

Soms denk je: “Wat een stom lied was dit.” Dat dacht ik vanmorgen bij de Arbeidsvitaminen bij een hitje van ene Sandy.
“O mama mama mama maaaahmaaaa! Ik ben verliefd op John Travoooooohlta!”
En wat is dan het meest onaangename? Dat ik het woordelijk mee kan zingen.
Brrr….niet te geloven.

Maar het meeste is geweldig.
Sherbet met ‘Howzat’.
10cc met ‘Wallstreet shuffle’.
Moments & Whatnutts met het broeierige ‘Girls’.
Leo Sayer,  Mouth and McNeal, Albert Hammond, Eagles, John Denver en natuurlijk Mud.
Was het maar twee weken ‘Week van de jaren ’70’.
Het leuke van zo’n week is dat je van een artiest ook iets minder bekende liedjes hoort. Maandagmorgen bijvoorbeeld hoorde ik Rocco Granata die we vooral kennen van ‘Marina’ en ‘Zomersproetjes’.
Hij zong ‘kleine Jessica’. (Hierbij een link naar dat nummer op YouTube.)
Over een meisje dat bloemen staat te verkopen:

Het zonneschijntje van ’t hele pleintje
De mooiste bloem is voor geen geld te koop
Tussen de rozen staat zij te blozen
Zij geeft geen jawoord en ze geeft geen hoop

Bij de margrietjes, vergeet-me-nietjes
Staat er een bloem die nooit verwelken kan
Wij mogen smeken, haar ogen spreken
Zij brengt alleen haar bloemen aan de man

Ik stond bij het aanrecht en dacht “Aan de man? Laat ik nou altijd gedacht hebben dat hij zong: zij brengt alleen haar bloemen naar de maan…”.
Het is een liedje uit 1972, toen was ik 11.
En er waren toen heel veel liedjes waar ik geen snars van begreep.

In zo’n week ben ik even weer dat meisje van 11. Of 16. Of 19.
Druk bezig met mijn gitaar en daar zelf mijn favoriete liedjes bij zingen.
Annie’s song bijvoorbeeld van John Denver.
Dit staat in mijn muziekmap van toen, handgeschreven:
you fill up my census. 
Moet natuulijk senses zijn.
In al die jaren heb ik het niet verbeterd; het hoort bij dat meisje van toen.
En dat meisje (afbeelding: 1977)  heeft een hele leuke week!

Reageren

27 mei: Wilde ganzen.

Heel kerkelijk Nederland heeft wel eens van Stichting Wilde Ganzen gehoord.
Bij ons wordt er altijd gecollecteerd voor die stichting tijdens vespers, avondvieringen die één keer in de maand gehouden worden. De collecteafkondiging begint steevast met de zin: ‘De wilde ganzen vliegen deze week voor….’

In onze dagkalender lazen we deze week het verhaal achter de naam van deze stichting.
Dit stond in ons dagboekje:

De Wilde gans.

De Wilde Ganzen (giro 40000, vroeger een programma van de IKON) vliegen al 60 jaar en nog steeds elke week voor een ander project.
Waar komt de naam vandaan? Van een sprookje van de Deense theoloog en filosoof Soren Soren Kierkegaard (1813-1855).
Een wilde, vliegende gans ziet op de grond en stel ganzen zitten.
Hij wil wel gezelschap en strijkt bij hen neer, maar merkt dan dat ze niet van de grond komen; ze houden zich tam en doen niets dan waggelen, kwaken en eten.
De gans besluit hen te leren vliegen. Aanvankelijk vinden de ganzen het wel leuk, maar ze zijn het verleerd om te vliegen en bang om te vallen. Daarom krijgen ze een hekel aan die ene gans: hij verstioort hun rust!
De wilde gans moet oppassen dat hij niet ook een waggelende tamme gans wordt.
Kierkegaard zag het gezapige kerkelijke christendom van zijn tijd als de tamme ganzen. Er  gaat niets van hen uit, ze zijn vooral met zichzelf bezig.
De wilde gans is de eenzame profeet die hen opwekt om hun nek uit te steken en zich met de risicovolle vleugelslag van het evangelie te laten bezielen.
En dan te merken dat de geest waait waar hij wil! 

Een verhaal om over na te denken.

Stichting Wilde Ganzen bestrijdt armoede wereldwijd.
In Nederland stimuleren ze projecten van bevlogen Nederlanders verbonden met mensen in armoede.
Hun gezamenlijke, kleinschalige projecten steunen ze met geld, advies, expertise en netwerk. Ook versterken ze de zelfredzaamheid van deze mensen en hun organisaties, met name in het werven van fondsen in eigen land.
Voor een structurele verbetering van hun situatie en toekomst.
Wil je meer weten over Stichting Wilde Ganzen?
Hierbij een link naar hun website.

Reageren

26 mei: Wennen!

De wekker stond vanmorgen weer om 06.00 uur.
Vroeg!
Sinds 11 maart had mijn wekker niet meer zo vroeg gestaan.
Als je thuiswerkt heb je geen reistijd, dan kan ik het met 07.00 uur ook nog zat redden.
Vandaag had ik mijn eerste werkdag in Groningen, dus zat ik rond 07.00 uur op de fiets.
Het is 3 kilometer verder dan het Heymanscentrum, maar 16 kilometer is nog steeds een hele fijne fietsafstand.

Mensen, wat weer een heerlijkheid.
Ik kwam weer dezelfde fietsers tegen als in voorgaande jaren.
Even een blik van herkenning.
‘Moi’
Er stond een ree te grazen in de Onlanden en er zat een dikke buizerd op een paaltje.
De omgewaaide boom bij de Onlanderij die vorig jaar door het dak was gevallen was opgeruimd en het dak was gemaakt. In de buitenwijken van Groningen hadden mensen alle struiken uit hun tuin gehaald, zodat je het huis kon zien. En het Hoornse meer is nog even mooi in de stille ochtend.

Vanmorgen meldde ik me eerst bij de verkeerde balie; ik dacht dat ik wist waar ik werkte, maar het bleek een ander gebouw te zijn.
En dan heb je op je ouwe dag nog weer een keer een eerste werkdag: veel indrukken, veel namen, veel kamers en veel moe in het hoofd.
Bij het koffieapparaat drukte ik per ongeluk op ‘kan heet water’ in plaats van ‘kop heet water’; gelukkig wist ik van het apparaat in het Heymanscentrum hoe de lekbak er uit moest.
Wat een onwennigheid.
Waar is de wc? Waar staat de oud papierbak? Hoe kom ik aan een sleutel? Welke kamer is nog vrij? Is er nog een stopcontact  over?

Maar ook…..collega’s die ik nog ken van vroeger, die even een praatje komen maken, collega’s die even kennis komen maken.
De geruststellende stem van Dennis van de Helpdesk die het ‘allemaal voormekaar maakt’.
Verder werd ik een beetje giechelig van het onhandig en omstandig geen hand geven en toch kennismaken
Eén collega zei bij de kennismaking: “Waninge. O ja, daar heb ik al veel van gehoord.”
Hmmm.
Dan hoop je maar dat dat positief bedoeld is.

Om 15.00 uur mocht ik weer met het volle hoofd op de fiets.
Daar hoef ik gelukkig helemaal niet aan te wennen.

Reageren

25 mei: Een liedje van altijd….

Vrijdagmiddag 1 mei; er staan cup-cakejes met appel in de oven en ik doe wat uitzoekdingen op de computer.
Met de oortjes op luister ik naar de podcast van  KRO’s Goudmijn van twee weken geleden; er wordt een liedje aangevraagd van de Brabantse zanger Gerard van Maasakkers.
Wel eens van gehoord, ook wel eens een liedje van gehoord, maar ik ben een noordeling  en dan liggen Daniël Lohues en Ede Staal meer voor de hand.

“We zitten samen in de bank, oons moeder en ik…..”
Het blijkt een kerkbank te zijn.
Ik zie ze zitten met z’n tweeën.
Hij is al jaren niet meer in de kerk geweest en gaat mee om z’n moeder een plezier te doen.
Gerard Maasakkers zingt over vroeger, over samen zingen.
In de keuken ‘Muss-i-denn’ zingen, moeder zingt de tweede stem.
“En we zingen,  we zingen een liedje van altijd, van ahaltijd….”

O ja.
Dat deden wij vroeger ook.
Met oma Vrieswijk aan de afwas.
“Mijn herder is de Here God”.
Met mijn moeder in de keuken, kerstliedjes.
Liedjes van de radio.
Liedjes van Johannes de Heer als opa Vrieswijk er was.
Als twee-jarig kind zat ik al op schommel te zingen: “Sujabajaaaaah, sujabajaaah! Met je son en je hemo so bau!”
In de auto op vakantie zong ik met mijn vader soms ‘Stille nacht’,  want daar kende hij zo’n mooie 2e stem van; de kerstboom dachten we er bij.

Samen zingen zoals hierboven beschreven doen we niet meer in onze huidige maatschappij.
Daar gaat dit liedje ook over.
Oh man…….dus zat ik op vrijdagmiddag achter de computer en de uitzoekdingen even ontzettend te janken omdat de herinneringen me overspoelden.
Er ging even een laatje open en dat liet zich niet zo maar weer dicht drukken.

Hierbij een link naar het liedje op YouTube.
Echt even luisteren, ga er maar even voor zitten.
Ben benieuwd of er meer laatjes opengaan.

Reageren

24 mei: Als een vuurtoren in het duister.

Wezenzondag.
In 2016 schreef ik al eens een blog met die titel; toen ik het nog eens nalas ervoer ik aan den lijve wat ik destijds had geschreven over gevoelens van heimwee.
Daar ging het vanmorgen in de viering ook over.
Maar dat was niet het hoofdthema; dat was het gebed dat Jezus uitsprak vlak voordat hij werd gevangengenomen om te worden gekruisigd.

Voor mij is het lastig om wat ik vanmorgen heb gehoord in een paar zinnen samen te vatten. Wat bleef hangen?
Hoe je door je houding in verschillende omstandigheden een klein stukje van de glorie van God kunt laten zien.

Als mens kun je in verschillende levensstadia worstelen met moeilijke omstandigheden.
Niet zelfstandig kunnen ademhalen.
Niet zelf kunnen opstaan uit je stoel.
Niet meer volwaardig mee kunnen doen aan gesprekken omdat je herinneringen je ontvallen.
Als je dan toch je menselijke waardigheid weet te behouden, dan kun je ‘glorieus’ boven de omstandigheden uitsteken;  ‘als een vuurtoren in het duister waar de golven overheen spoelen blijf je toch licht uitstralen’.
En als je toch de moed verliest en instort, dan ben je afhankelijk van de ander die jou er doorsleept en jouw waardigheid overeind houdt. Die hulp van de ander, die anders misschien niet eens zo opvalt,  maar in coronatijden is ‘als een vuurtoren in het duister waar de golven overheen spoelen en die toch licht uitstraalt in het duister.’

Je kunt dus zelf een vuurtoren zijn of iemand anders kan voor jou een vuurtoren zijn: daarmee laat je een klein stukje van Gods glorie zien.

Gerard merkte op dat dit verhaal goed aansloot bij het gedicht van Hans Bouma dat deze week in de kerkgroet stond. Het schilderij op de afbeelding ernaast is gemaakt door Greet Westenbrink-Feijen.

Als bomen.

Mensen,
die als bomen naast je staan.
Schouder aan schouder,
lijf aan lijf, ziel aan ziel.
Als bomen zo standvastig,
zo begrijpend, zo opbeurend.
Vrienden, vriendinnen
voor elk seizoen,
vrienden, vriendinnen
in weer en wind.
Bomen van mensen.

Viering beluisteren? Hierbij een rechtstreekse link.

Reageren

23 mei: Ali Brals-Luinge

Woensdagmiddag leup in ik Zuidlaoren eem naor de collega’s in een aander gebouw um te zeggen dat ik gung verhuuzen naor Grunn’n.
De psychiater van de kliniek reup: “Ik heb nog wat voor jou!”
Hij haar mij ooit op een karstbijienkomst van oonze afdieling het kerstverhaal van Pieter  veur heuren lezen en wus dat ik ‘van de streektaol’ bin.
De man prat altied keurig Haarlemmerdieks, maor komp oorspronkelijk uut Grunn’n, dus as wij wilt kunt wij plat met mekaar praoten. Moar dat doe j’ ja niet op ’t wark.

Hij was wat an ’t opruumen west (wie niet…) en haar een boekie vunnen waorbij hij an mij haar moeten denken.
Hij overhandigde mij (met anderhalve meter d’r tussen) een klein boekie van Ali Brals-Luinge ‘en toen…..zag ik….’
Maor daor bin ik wies met!
Het is een boekie uut 1977.
Toen was ik 16.
Ik preut alle dagen Drents met iederiene um mij toe, behalve met de leraren op schoele en met de dominee.
Maor ik was totaal niet geïntereseerd in Drentse schrievers zoas Ali Brals-Luinge.
Mien olders luusterden altied naor de RONO, dat in 1977 overgung naor Radio Noord.
Op zaoterdagmörgen was d’r dan een programma dat hiette ‘de Stamtaofel’ met Wienus van der Laon. “En veur de winnaar een maauwhemd van Radio Noord en een dikke taorte!” As puber vun ik daor wel wat van. (….)
Ik haar mien eigen zender (Hilversum 3) en mien eigen muziek, verzameld op cassettebandjes.

Pas toen ik halverwege de dartig was, ontmoette ik Ali Brals-Luinge op een aomnd van een vrouwenvereniging, waor wij as duo zungen.
Wat een grappig meinse.
Wij lachten oons de buze uut; veurig jaor schreef ik daor al ies over. Ik citeer uut dat Nederlandstalige blog:
Ooit woonde ik een lezing bij van een mevrouw die een grappig boekje had geschreven in het Drents, ze had een heel komisch verhaal. Ze voerde een klein toneelstukje op als een drentse vrouw die belde met de moeder van een vriendinnetje. Die moeder kwam uit het westen van het land.
“Nou bink wal wat zenuwachtig, heur” vertelde ze aan de zaal “want nou moe’k ‘in’t hoge” (hooghollands bedoelt ze)
Ze voerde een hilarisch gesprek, waarin ze allerlei dingen verkeerd zei, maar één zin is me bijgebleven. “Dat maak ik klaar met sijpels. SIJPELS! U weet wel, daar as je altijd zo van moet reren!

Wij kochten destieds het boekie ‘En toen … en toen…”, een boekie met  guutige gezegden uut mondties van smorkies, prugelies en porkies’ en daor heb ik later bij zangaomnds enzo nog dankbaar gebruuk van maakt.
En nou kreeg ik zomaor een aander boekie dat Ali uutgeven hef.
Kedoogie!
Ali is overleden in 2009; ze is 89 jaor worden.
Ze hef veul betiekent veur oonze streektaol.
Wo’j wat meer over heur weten?
Hierbij een link naor een artikel over heur op de website ‘het Geheugen van Drenthe’.

Reageren

22 mei: Hemelvaartsdag.

Hemelvaartsdag – vriendendag.
Al 40 jaar.
Gistermorgen zaten Gerard en ik met z’n tweeën aan de koffie in de tuin, want de vriendendag ging dit jaar niet door.
We zouden dan met z’n achten zijn en dat mag nog niet in het Coronatijdperk.
Twee van ons werken in de zorg en het is niet verstandig.
Zegt ons verstand.
Maar ons gevoel zegt wat anders.

Aan de andere kant: we hebben ons 40-jarig jubileum al gevierd in februari toen we met z’n achten naar Marrakech gingen.
Achteraf bezien een wonder dat we dat nog in alle vrijheid hebben kunnen vieren.
En we hebben halverwege juni een zondagmiddag afgesproken voor onze eerste afspraak na Corona.
D.V.

We zijn maar niet te lang stil blijven staan bij de ‘lege’ hemelvaartsdag.
We zijn naar een afgelegen plek in ons land gereden waar we geen drommen mensen verwachtten: Wierum.
Waar ligt dat?
Noord Oost Friesland aan de Waddenzee, zoek het maar eens op op de kaart.
Daar was het beslist minder druk dan in Scheveningen.
Op weg naar Wierum toe kwamen we door Paesens/Moddergat.
Je zou denken: “Dat is toch in the middle of nowhere?” maar daar was het werkelijk een drukte van belang! In Wierum  daarentegen viel het gelukkig erg mee. We maakten een wandeling door het dorpje, picknickten op de dijk met uitzicht op de Waddenzee (zie foto, klik op de afbeelding voor een vergroting) en lagen languit in het gras in de zon. Naast ons blaatten de schapen en hun lammeren, boven ons krijsten de meeuwen en voor ons gakten de ganzen en eenden; verder kochten we nog een ijsje in de plaatselijke kroeg. Er stond niet eens een rij.
Heerlijke middag.
Een uitgebreid blog over Wierum volgt één dezer dagen.

Voor de liefhebbers: hieronder een aantal linken naar onze vriendendag in voorgaande jaren.
Sweet memories.

17 mei 2015

6 mei 2016

28 mei 2017

11 mei 2018

3 juni 2019

Reageren

21 mei: 68 dagen.

68 dagen duurde voor mij de intelligente lockdown ten gevolge van het coronavirus.
Gisteren kwam er onverwacht een einde aan: ik moest naar Zuidlaren voor mijn werk.
Ik kreeg namelijk een nieuwe laptop omdat de oude niet meer goed werkte op het nieuwe Windows 10 en de eerste keer dat je die laptop gebruikt moet je die rechtstreeks aansluiten op een Lentisnetwerk, anders kun je niks; dus ook niet thuiswerken. Gistermorgen reed ik dus na dik twee maanden weer naar Zuidlaren. In het hoofdgebouw waar ik werk was het rustig. Veel collega’s werken thuis, maar het was erg leuk om even weer bij te praten met hen die er wel waren. “Zal ik even koffie halen?” riep ik uit de macht der gewoonte.

Fout. Niemand haalt koffie voor anderen, iedereen haalt zijn eigen.
En veegt de toets die is gebruikt even weer af.
Iedereen houdt zich aan de ‘anderhalve meter’ maatregel, we wachten op elkaar bij de trap, het toilet en de printer. Maar op anderhalve meter kun je elkaar nog prima verstaan, dus ik was regelmatig even ‘aan de klep’. Halverwege de ochtend realiseerde ik me dat het thuis werken prima gaat, maar dat het op het werk a. leuker is en b. veel sneller gaat.
Als je namelijk thuis inlogt op het systeem moet je een hele trits code’s en wachtwoorden bij langs en je krijgt nog een sms met een code. Op het werk zet je de computer aan, je vult je wachtwoord in en tadaaah…. intranet start op.

Aan het einde van mijn werkdag ruimde ik mijn bureau op en haalde mijn eigen spulletjes uit de laden. Het was namelijk mijn laatste werkdag in Zuidlaren: volgende week ga ik al een dag naar Groningen. Op de fiets!
3 tassen met spullen nam ik mee naar huis. Spullen die ik dus de afgelopen twee maanden niet gemist heb….wat een zooi verzamel je dan al weer in een half jaar. Tussen de middag

Een wandeling in de lentezon

maakte ik nog een mooie wandeling in de lentezon over het werkelijk schitterende terrein van Lentis in Zuidlaren, het voormalige Dennenoord.
Ben je eens in de buurt , ga daar dan eens fietsen of wandelen: het is openbaar terrein, er is een klein dierenparkje met herten en kleinvee en er staan mooie, antieke gebouwen; kortom, een heerlijk park.

Na twee maanden was ik ‘collega zijn’ kennelijk een beetje verleerd.
Bekaf was ik! Voor het avondeten zat ik al te knikkebollen in de zon…..
Mijn kantoorspulletjes staan vooreerst in een boodschappentas boven in een kast.
De kerstboom steekt er een beetje uit.
Die heb ik in december pas weer nodig.

Gisteravond hebben Gerard en ik met Jaap en Piety als ‘anderhalve-meter-kwartet’ meegewerkt aan de Hemelvaartsviering van onze PKN-gemeente.
Het was zo fijn om even weer in de Catharinakerk te zijn, de ‘kerksfeer’ te proeven en weer samen te zingen. Dienst beluisteren? Hierbij een rechtstreekse link naar YouTube.

68 dagen.
Best lang.
En eigenlijk zijn we ook nog wel een beetje bang.
Maar heel voorzichtig pakken we hier en daar weer wat draden op.
Vrijdag weer naar de kapper!

Reageren

20 mei: Lezer van de maand – Zwanny Kamp.

Hoe kennen wij elkaar?
Toen mijn man en ik in 1987 in Roden kwamen wonen, zagen we Ada voor het eerst in de kerk Op de Helte een kinderkoor leiden. Ze viel meteen op door haar enthousiasme. Pas veel later leerden we elkaar goed kennen, toen Ada, ook heel enthousiast, ging meehelpen als webmaster van onze kerkelijke website, waar ik ook al jaren aan meewerkte.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben in 1943 geboren in Uithuizen en tot mijn trouwen in het ouderlijk huis gebleven. Na de MULO te hebben afgerond, ging ik werken bij verzekeringskantoor ‘De Auto Onderlinge’. Misschien nog bekend bij een enkeling?

Verliefd? Verloofd? Getrouwd?
Ik werd verliefd op Henk en we zijn, zoals dat toen hoorde, eerst verloofd en toen getrouwd in 1963.
Even een rekensommetje, ja ik was nog maar 20 jaar jong en dit jaar kunnen we ons 57ste trouwjubileum vieren!

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
Mijn leven als ‘bejaarde’ voelt niet echt als een ‘rustige oude dag’. Geen sprake van, want gelukkig zijn mijn dagen volop gevuld met activiteiten in en om ons huis. Voor de kerk doe ik met veel plezier vrijwilligerswerk op het gebied van ICT, zoals de website, Kerknieuws en beamteam. Mijn hobby’s zijn lezen, fietsen en vooral ook het vrijwilligerswerk.


Wat wil je graag met de lezers delen?

Toen we trouwden gingen we wonen in Bedum. Man Henk had zoals dat heet een ‘goede baan’ in de accountancy. Toen ik in verwachting was van onze eerste, stopte ik met mijn baan. Dat moest wel, want oppas was er niet. We kregen 2 kinderen, een dochter en een zoon en hebben 23 jaar met veel plezier in Bedum gewoond. Ik heb een paar jaar gewerkt als bejaardenhulp en daarna administratief werk gedaan voor mijn man, die mede-eigenaar werd van een bedrijf. Daarbij kwam later de computer goed van pas!

Toen de kinderen ‘het huis uit gingen’ vanwege studie, hadden we wel zin aan verhuizen naar een plaats in Drenthe met een mooie fietsomgeving. Dat werd dus Roden, Elswout 1. Manlief ging minder werken en we genoten volop in deze mooie omgeving. We dachten zo’n 10 jaar hier te blijven, maar dat is inmiddels bijna 33 jaar en we willen hier nooit meer weg als het aan ons ligt.

Zoals in ‘mijn levensfase’ al is te lezen, besteed ik veel tijd aan vrijwilligerswerk voor de kerk. Soms rol je van het één in het ander. Ds. Theo van Beijeren vroeg mij omstreeks 2004 of ik wilde helpen bij het opzetten van een kerkelijke website. Dat leek me wel interessant omdat ik voor Passage een website bijhield en nog steeds bijhoud. Voor Passage help ik ook mee in een liturgiegroep en maak, samen met nog iemand, het maandelijks krantje.

Ook rolde ik in de opmaak voor Kerknieuws en in het secretariaat van Stichting Kerknieuws. Voor Kerknieuws  werk ik, zeer plezierig, samen met Dick de Jong.

Toen de beamer in Op de Helte kwam, ging ik helpen met presenteren en zo gaat het dan verder. Na de renovatie van de Catharinakerk kwamen daar schermen voor het presenteren en ook daarbij ging ik helpen al was het mijn bedoeling alleen de roosters voor hulp bij beeld en geluid samen te stellen.

Wat het vrijwilligerswerk zo plezierig maakt, is het samenwerken met zoveel fijne mensen.

We zitten nu midden in de Coronacrisis en houden vanuit de Catharinakerk onlinediensten. Gelukkig kunnen we met drie ervaren medewerkers beeld en geluid realiseren, daarbij gestimuleerd en geïnspireerd door onze zeer gewaardeerde predikanten.

In ons privéleven volgen Henk en ik soms met zorg, maar vooral met veel bewondering het leven van onze kinderen. Onze dochter heeft, na veel omzwervingen in de wereld o.a. voor Artsen zonder Grenzen, haar plek gevonden in Amsterdam, waar ze nu werkt voor een onderwijsinstelling voor volwassenen.

Onze zoon woont in Deventer. Hij begeleidt als hovenier jongelui die graag weer in het arbeidsproces willen worden opgenomen. Zijn vriendin werkt als ICT-er in een ziekenhuis. Lieve kinderen die bezorgd zijn over ons: “Voorzichtig zijn hoor en hulp nemen als het werk te zwaar wordt! Pas goed op jullie zelf” enz. enz. Goed bedoeld natuurlijk, maar ja….

“Hebben jullie kleinkinderen?”; wordt ons wel eens gevraagd. Nee, die hebben we niet en omdat het voor onze kinderen geen probleem is, maken wij dat er ook niet van.

We hopen nog lang samen te kunnen genieten in ons fijne huis en de mooie omgeving van Roden en vooral betrokken te blijven bij onze kerk, waar we allebei niet zonder zouden willen.

Ada, succes verder gewenst met jouw interessante blog. Fijn dat ik ‘lezer van de maand’ mocht zijn.

Zwanny Kamp

Benieuwd naar ‘onze’ website? Hierbij een link.

Reageren

Pagina 210 van 411

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén