7 maart: Braai’n.

Gistermiddag moest ik in het Martiniziekenhuis zijn voor een routine-onderzoek.
Laat in de middag, na m’n werk kwam ik in een wachtkamer met een ouder echtpaar en een man op leeftijd die alleen zat.
Ik was veel te vroeg voor m’n afspraak, dus ik installeerde me op een bankje met m’n breiwerk, een sok deze keer.
Die brei ik op vier pennen.

Het was stil in de wachtkamer.
Groningers hè?
Het getik van mijn pennen veroorzaakte wat onrust bij de dames die achter de balie zaten.
Eéntje kwam even kijken.
“Wat is dat toch steeds voor een getik?” Ik was het maar.

Weer stilte.
Opeens begon de vrouw van het echtpaar tegen haar man te praten.
“Heb ik vrouger ok wel daon, braai’n. Ok wel met vaair pennen.”
“Haoken ok wel.”
“Kon ik ok wel weer ’s doun’.
“D’r lig nog wel wat gaoren volgens mie, geel leuf ik.”

De vrouw praatte en de man knikte of zei hooguit “Hm.”.
Ze ging verder: “Mot ik wel eem zuiken waor ik dei pennen heb.”
“Kin ik wel een knikkerbuulegie haoken veur de kinder!”
De man was minder enthousiast dan de vrouw.
“Doe dust maor….”

Weer stilte. Toen werd het echtpaar opgeroepen naar de spreekkamer en bleef ik alleen met de meneer op leeftijd zitten.
Hij keek mij olijk over z’n bril aan en zei: “Ik ken naait braai’n…”.

Met z’n tweeën hadden we nog een geanimeerd gesprek.
Over keuring voor je rijbewijs als je ouder wordt.
Over door blijven werken na je 65e.
“Ik blief d’r nait bie zitten. In beweging, under de meinsken, daor blifst jong bie”.
Zo’n goed advies in het plat Gronings: mijn dag was helemaal goed!

Dit bericht is geplaatst in Alledag met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Type de getallen in cijfers in onderstaand vak * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.