Moderne kunst en ik hebben niet zo’n goede verstandhouding; daar heb ik dus ook helemaal geen verstand van.
Daarom wist ik ook niet wie Ton Schulten was.
Dat kunnen ze zich in Ootmarsum  niet voorstellen.
Ton Schulten is beroemd in Twente, in Nederland en kennelijk ook buiten onze landsgrenzen.
Weet jij ook niet wie hij is?
Hierbij een link naar zijn website >>>.

Per ongeluk kwamen we op zondagmiddag 6 oktober in zijn galerie  terecht. Die galerie bestaat uit verschillende panden en er hangen werken van zijn eigen hand,  maar ook een heleboel van andere,  moderne kunstenaars.  Met veel ‘oooos en aaaaas’ (we waren per slot van rekening in Twente)  bekeken we de zeer diverse werken die in de galerie aanwezig  waren.

Eenmaal weer op ons logeeradres bij de familie Engbers herkende ik onmiddellijk  de twee reproducties aan de muur.  Verder ontdekte ik een hele stapel boeken over Ton Schulten. Boeken met werken van hem,  een biografie,  een fotoboek  en speciale uitgaves met bijzondere combinaties: beschouwende teksten van Anselm Grün en de schilderijen van Schulten bijvoorbeeld. Maar ook het boek ‘Stille kracht’, een boek met teksten van dichter en Twent Willem Wilmink op de oneven pagina’s en een afbeelding van een schilderij van Schulten op de even pagina’s.

Noem mij een cultuurbarbaar: ik ben geen fan van zijn werk. Al die gekleurde blokjes, het kan mij niet bekoren. Al weet ik nu wie Ton Schulten is en dat hij de ontdekker is van het kleurrijke mozaïeklandschap, dat maakt niet dat ik het daardoor ineens mooi ga vinden. Wel mooi vond ik de teksten van Wilmink in het hierboven genoemde boek.

Een klein gedichtje over de streektaal bijvoorbeeld:
In ’t Nederlands is iemand dood gegaan
over zijn reis wordt nooit meer iets vernomen.
In het Twents is iemand uit de tijd gekomen
dus je weet zeker: hij kwam veilig aan.

Hieronder een afbeelding van twee bladzijden uit het boek met een gedicht in de streektaal, met een knipoog naar een Grolsch-reclame van een aantal jaren geleden:

Op nen dag dreenk iej gin Grolsch meer…
loop iej nich meer deur de stad.
Al oew wille, al oew hartzeert
he’j dan had.

Wichter, laandskopn en steedn,
alns wa’j machtig mooi hebt vundn,
tookomstplann en verleedn
goat te grundn.

n Eenn wil zich nich oavergevn
en mut liedn töt e rust,
n aander means passeert zien leavn
onbewust.

Loa’w der nog meer eenn nemn,
gun oe nog wat zit in t gat:
veur a’j t wet kö’j niks meer hebn…
dan he’j t had.