een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 178 van 301

3 oktober: B. Botje

De rust is enigszins weergekeerd op mijn werk.
In de weken dat Gerard in het ziekenhuis lag moest ik steeds zoeken naar een werkplek en reisde ik afwisselend naar Winschoten, Zuidlaren en Groningen.
Inmiddels heb ik weer een bureau op een kantoor in Zuidlaren.
Opgetogen ben ik er van.
Dat mijn eigen pennenbakje weer op een bureau staat en dat mijn mappen in een ladenkastje naast het bureau liggen.
Dat mijn koffiekopje weer in de la ligt.

En ja, ik weet het: in deze tijden van flexibel werken en flexplekken is het helemaal niet vanzelfsprekend om een eigen werkplek te hebben.
Als het moet ga ik flexen; maar als het kan wil ik graag een eigen plekje.
Vooreerst is dat weer gerealiseerd, wat de toekomst brengt zien we dan wel weer.

De omgeving van Zuidlaren moet ik nog verkennen.
Woensdagmiddag liep ik in de lunchpauze het bos in en liep na tien minuten Zuidlaren binnen.
Op de rotonde stond Berend Botje in zijn bootje, die van dat kinderliedje.
“Berend Botje ging uit varen met zijn bootje naar Zuidlaren”.

Al wandelend gingen mijn gedachten uit naar die meneer Botje.
Zou hij echt bestaan hebben?
Op Wikipedia vond ik veel informatie, maar er blijken meerdere verhalen te zijn.

Bij het beeldje hoort dit verhaal:

Berend Botje zou een boertje uit Borger zijn geweest, dat lang geleden met zijn scheepje over de slingerende Hunze naar Zuidlaren voer.
Hij kwam op de Zuidlaardermarkt terecht, waar hij een blauwtje liep; hij keek vervolgens te diep in het glaasje, leed op de terugweg schipbreuk en verdronk.
Deze verklaring werd overgenomen door het gemeentebestuur van Zuidlaren, dat opdracht gaf om een beeldje van Berend Botje te maken dat op 1 juli 1967 werd onthuld.
Op de foto zie je een replica: het origineel is behoorlijk beschadigd door klein vandalisme en staat in molenmuseum ‘de Wachter’.

De oudste vindplaatsen van het liedje gaan terug tot omstreeks 1870.
Sinds het midden van de negentiende eeuw werden veel volksliedjes verzameld en uitgegeven.
Het eerste couplet, waarin Berend Botje verdwaalt op de terugweg uit Zuidlaren, zou te maken kunnen hebben met de groeiende populariteit van de Zuidlaardermarkt, in de negentiende eeuw, waar boerenknechten en boerenzoons uit de wijde omtrek hun laatste spaargeld verbrasten en dronken naar huis gingen.
 Het tweede couplet – althans de voorlopers daarvan – werd populair rond 1900, toen grote aantallen jonge mensen uit de Groningen, Friesland en Drenthe emigreerden naar de Verenigde Staten.
Op markten als de Zuidlaardermarkt waren dikwijls reisagenten actief, die propaganda voor vertrek naar Amerika maakten.
Het was een beetje een spotliedje op al die gekken die zo nodig naar Amerika moesten.
Het was voor de achterblijvers natuurlijk een bedreigende situatie.
Er gingen zoveel de plas over dat soms een flink deel van de jonge mensen uit een dorp vertrok.
Het verband tussen beide coupletten is echter naar alle waarschijnlijkheid pas achteraf gelegd.

Tot zover de berichtgeving over B. Botje.
Het is nu nog even wennen, maar gaat vast goed komen tussen mij en Zuidlaren.
Het ligt per slot van rekening in Drenthe!

Reageren

2 oktober: En wat dies meer zij.

Op dinsdagavond 1 oktober stond al een tijdje in mijn agenda: proefdirectie Karel.
Dat behoeft enige uitleg.
De cantrix van onze cantorij, Thysia Betting gaat stoppen met het dirigeren van ons koor.
Ze heeft een ander koor gevonden dichter bij haar in de buurt en heeft besloten om dan ons koor in het verre Roden te laten vallen.

Vinden we jammer natuurlijk.
Vanaf januari zing ik onder haar leiding de altpartij en ik vond haar ‘inspirerend’ dirigeren.
Ze kon bij uitvoeringen soms zo stralend staan te zingen en te zwaaien dat we op wolkjes gingen zingen.  Maar ze gaat dus weg.

Er hadden een aantal nieuwe dirigenten gesolliciteerd, maar er bleef eentje over die geschikt leek en dat is Karel.
Gisteravond stonden we voor het eerst lichtelijk ongemakkelijk tegenover elkaar.
Vergis je niet: een dirigent en een koor hebben een relatie, dus voor ons en voor hem was het ‘de eerste date’. Net als met een gewone relatie ben je dan nieuwsgierig naar elkaar.

Vonden wij Thysia al jong, deze dirigent is nog jonger.
Hij studeert aan het Prins Claus Conservatorium in Groningen en zit in zijn tweede jaar.
Een kuuk’n dus nog, jonger dan onze jongste dochter.
Maar die jeugdigheid betekende niet dat hij verlegen was; er stond wel wat achter die piano.
Hij had overwicht, kon goed pianospelen, studeerde twee liederen in en had, niet onbelangrijk, humor. Bij een aarzelende, rommelige en soms 11-stemmige uitvoering van ons zei hij: “Ik zie hier wel ruimte voor verbetering!” Nou en of. Ruimte zat.

Wat bijzonder was: hij haalde de altpartij even naar voren.
In het lied ‘de vreugde voert ons naar dit huis’ zingen wij in de derde regel een D# (een Dis, een verhoogde d) die wij wat moesten accentueren. De andere stemmen werd gevraagd daarom heen te zingen.
Wij alten staan eigenlijk nooit zo in het zonnetje.
Bij andere (project)koren waar ik zong hoorde ik andere geluiden:  “Alten zijn stopverf; het cement. Alten hebben nooit de leiding in een lied.”
Alten krijgen ook vaak te horen: “Alten: het mag wel een onsje minder.”
Wij weten dus onze plaats.

Deze Karel kan het bij mij al niet meer fout doen.
Gisteravond tijdens de koffie werd wel duidelijk dat ik niet de enige ben die er zo over denkt. ‘Binnenhalen!’ was de uitkomst van de evaluatie.
Vanaf november gaan we ‘het lied met de dies’ dus onder leiding van Karel zingen.
En wat dies meer zij.

Wat zei Dies eigenlijk nog meer?

Reageren

30 september: Frits.

Gistermorgen maakten we kennis met Frits, een nieuw lid van onze familie.
Frits is een heer op leeftijd die zijn laatste dagen slijt bij Carlijn en Wim in hun flatje in Groningen.

Zaterdagavond belde Carlijn.
“Even bijpraten?”
Gezellig. Werk, zussen, hoestmetpapa en we hebben ook een leuk nieuwtje: we hebben een kat.

Dat klinkt als ‘niks bijzonders’ maar in hun geval is dat wel zo.
Al vanaf dat Carlijn uit huis ging (sinds 2012) wil ze graag een kat, maar in haar kamer in Leeuwarden mocht ze geen huisdieren houden.
Wim had thuis altijd al katten en wilde ook graag zelf een kat.
Toen ze hun appartementje betrokken in Groningen waren hun eerste gezamenlijke huisdieren twee ratjes.
Maar een kat bleef hun gezamenlijke droom.
Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.
Met de wetten viel het reuze mee, maar praktische bezwaren waren er genoeg.
“ALS we al een kat nemen moet het een oude zijn, die al zindelijk is, die we niet meer hoeven op te voeden, die niet wegloopt, die de planten niet opvreet en die niet onophoudelijk blèrt zodat we geen oog dicht doen”.

Zulke katten zijn er niet veel.
Maar toen was daar opeens Frits.
Hij woonde bij een oude mevrouw die niet meer voor hem kon zorgen en die hem naar het asiel moest brengen. Daar zat het dier doodsbang in een hok naast twee blaffende honden; de medewerkers daar kon het niet aanzien en via een stagiare en Carlijn’s vriendin kwam Frits woensdag op proef bij Carlijn en Wim.
Het was heel spannend geweest maar het ging heel goed.

Het kind kent mij natuurlijk als geen ander en weet dat ik niet van katten houd.
En omdat ik niet van katten houd komen ze mij altijd kopjes geven en ongevraagd op mijn schoot zitten.
Brrr.
“Je kunt best komen kijken mama, want deze komt niet bij je.”

Gistermorgen gingen wij bij hen koffiedrinken in Groningen.
Frits is een schatje.
Na de eerste dagen is hij inmiddels aan hun huis gewend en hij bleef rustig op zijn plekje in de vensterbank liggen toen wij kwamen.
Gistermorgen legde hij voor het eerst zijn kopje op het kussen; in de dagen daarvoor had hij steeds nog waakzaam om zich heen gekeken.
Toen Carlijn hem even kroelde ging hij voor het eerst op z’n rug liggen en liet Carlijn heerlijk over z’n buik kriebelen.

Opgetogen was ze.
Kijk wat hij doet! Hij voelt zich thuis!

Je kunt zelf niks met katten hebben en toch genieten van wat zo’n beest bij anderen losmaakt. Ex-schoonzoon Erik transformeerde van stoere marktkraamopbouwer in een dierenvriend (met de stem een octaaf hoger) als hij communiceerde met zijn kat. Die kat praatte ook echt terug. Ik weet nog met hoeveel onverstand ik daar destijds bij stond te kijken.

Frits keek gistermorgen af en toe verbaasd de kring rond, snuffelde even aan mijn tas, liet zich door Gerard aanhalen en liet mij met rust.
Dat had hij goed bekeken.

Nog een verhaal lezen over Frits? Hierbij een link naar het blog ‘Kater’. Daarop vind je een leuk filmpje van Frits, verstopt in een keukenkastje.

Reageren

28 september: Licht verspreiden.

Er is een lid van onze cantorij overleden. Haar naam was Henny Klaassen-Geuchies.
Ze zong jaren haar sopraan-partij mee met het koor, maar toen ik in januari van dit jaar bij de cantorij kwam zong zij al niet meer mee.
Eigenlijk kende ik Henny niet zo goed.
Toen wij in Roden kwamen wonen waren wij nog hervormd en zij gereformeerd.
Wel kende ik toen al haar zoon Gerlof, die deel uit maakte van de toenmalige zondagschoolleiding.

We ontmoetten elkaar af en toe bij kerkdiensten en gezamenlijke kerkelijke activiteiten en spraken dan keurig hoog-haarlemmerdijks met elkaar.
Toen Gerard en ik op een avond naar Roelof & Harm gingen in de Pompstee ontmoetten we daar Henny en de familie Snippe die we ook kenden van de kerk.
“Of praot jullie ok Drents!” vroegen we ons verbaasd af.
Ja man.
Henny kwam ‘oet Slien’ en de familie Snippe ‘van de Smilde’.

Vanmiddag, in de dankdienst voor haar leven, zaten we met de cantorij in een zijvleugel van Op de Helte. We zouden twee vierstemmige liederen zingen, maar het lied ‘Zoals een moeder zorgt voor haar kinderen’ ging tijdens de laatste repetitie niet goed.
Een tenor merkte op: “Het zou moeten klinken als een waterval van stemmen die steeds na elkaar invallen.” Een bas constateerde dat ons gezang meer op een lekkende kraan leek. Veilig eenstemmig dus.
Het lied ‘Die chaos schiep tot mensenland’ van Huub Oosterhuis zongen we wel vierstemmig en klonk zoals het hoorde. Ken je het niet? Hierbij een link naar een mooie uitvoering>>> op YouTube.

De voorganger vanmiddag was ds. Harm Jan Meijer, emeritus predikant van onze gemeente en vriend van de familie.
Het ontroerde mij dat hij door zijn betrokkenheid met Henny zijn eigen emoties amper onder controle had. Het ging goed, maar wij zaten er dicht genoeg bij om te zien wat het met hem deed. Een dominee is soms een goede vriend en heeft dan ook verdriet; in zo’n beroep waarbij het zo aan komt op menselijk contact is dat niet vreemd, eerder begrijpelijk.

Uit de viering kwam naar voren dat Henny een bijzondere vrouw is geweest die heel veel liefde uitstraalde en altijd voor anderen klaarstond. ‘Ik zal er Zijn’, de naam van God, heeft zij in haar leven in de praktijk gebracht. ‘Ik zal er zijn voor jou’ gaf zij handen en voeten.
De voorganger noemde haar aan het einde van zijn overdenking ‘een engel aan de vloedlijn van het leven’.
Voorbeeld daarvan is dat wij twee weken geleden van haar nog een kaart kregen, waarop ze schreef dat ze blij was om te horen dat het met Gerard weer zo goed ging. Aan het handschrift was te zien dat haar toestand toen al slecht was.
Door deze levenshouding was ze aan het eind van haar eigen leven omringd door familie en vrienden die er voor haar waren.

Dit blog sluit ik af met een verklarende tekst bij de foto. We zien rijen kaarsjes die door door de aanwezigen bij Henny’s kist waren gezet. Iedereen werd in de gelegenheid gesteld om een kaarsje aan te steken ‘omdat Henny van licht hield’.
Zo zal ik haar, mede door deze viering, in herinnering houden: iemand die door haar aanwezigheid licht, en daarmee een stukje God verspreidde.

Reageren

27 september: Pessimisme kun je leren.

De titel van dit blog past niet bij mij.
Toch ga ik daar vandaag over schrijven en dat komt door mijn collega Jan Moedt.

Jaren heb ik tegenover Jan gezeten in het Heymanscentrum. Als lezer van mijn blog heb je al eens een verhaal van hem >>> gelezen in de rubriek ‘Lezer van de maand’.
Op een dag gaf hij mij een boekje met bovenstaande titel; het was verzameld werk van de dichter Lévi Weemoedt. Ook met dt, net als bij Jan. Er is nog een overeenkomst: ze wonen allebei in Assen. “De titel van het boekje klinkt negatief, maar eigenlijk is het dat niet, lees het maar eens. Hij is erg leuk.”

De dichter Lévi Weemoedt kende ik nog niet.
Het boekje nam ik mee en legde het op de tafel in de woonkeuken.
Af en toe las ik een paar bladzijden en het bijzondere is: het zijn trieste gedichtjes, maar je moet er wel om lachen. Tragikomisch is het woord dat daar bij hoort.

Zijn gedichtjes lezen is aangenaam, maar hem zelf uit zijn eigen werk te horen voordragen is nóg leuker.
Op internet vond ik een fragment van ongeveer 10 minuten. Het is opgenomen in de Nacht van de Poëzie in 2015 en het is een YouTubevideo van de VPRO.
Hierbij een link naar dat fragment>>>.


Gisteravond gaf ik het boekje weer terug aan Jan. Du0-baan collega Jacquelien en ik hadden een etentje georganiseerd bij Il Lago in Groningen aan het Hoornse Meer (dat ik nu niet meer bij zonsopgang zal zien) als afscheidsfeestje bij ons vertrek uit het Heymanscentrum.

Het was leuk en gezellig.
We vinden onze draai wel weer.
Maar dit afscheid vervult ons met weemoed.
Dit keer zonder t.

Reageren

26 september: “In de traditie van mien Va.”

De Rodermarkt ligt weer achter ons.
Naast de optocht van zaterdag, muntjes schuiven op de kermis en even over de markt op dinsdag hebben we maar weinig ‘geparticipeerd’.

Wat niet wil zeggen dat we er weinig van meekregen.
Ons huis staat namelijk in het centrum van Roden en als de wind verkeerd staat, zoals dit weekend, dan worden we het hele weekend geteisterd door loeiharde muziek en geschreeuw van diskjockeys.
Rampestamp.
Vrijdagavond en nacht, zaterdagavond en nacht, zondagmiddag en maandagavond en nacht. Toen we dachten dat het klaar was bleek woensdagavond er ook nog bij te horen.
Was het vroeger nog één tent waar de muziek zo hard stond, tegenwoordig horen we soms vier soorten muziek door elkaar heen.

We hebben ons er bij neergelegd.
Het hoort er bij.
Er zullen vast meer mensen zijn die er last van hebben, maar het moet kennelijk zo hard en protesteren helpt niet.
Zo is het namelijk ook in Zevenhuizen en Leek tijdens de feestweken.
Als de wind dan niet goed staat horen we die muziek trouwens ook……
Bij de drogist verkopen ze oordopjes en die helpen goed.

Gelukkig al schoongemaakt…..

Maar de Rodermarkt brengt veel meer positiefs dan negatiefs, dus dit blog sluit ik af met iets leuks.
Gerard ging dinsdagmorgen al op tijd naar de markt en nam twee heerlijke dingen mee.
1. Puddingbroodjes. Die heten eigenlijk roombroodjes, maar bakker Punter die naast de MAVO in Smilde woonde noemde ze puddingbroodjes.
Die had ik echt jaren niet meer gehad!
Verrukkelijk! 
Puddingbroodje in de mond, MAVO in het hoofd.
2. Gerard vertelde over zijn bezoek aan de markt en zei dat hij iets had gekocht ‘in de traditie van mien Va’.
O? Wat is dat dan? ‘Makreel’. Als Gerards vader naar de Dwingelermarkt ging nam hij altijd makreel mee.
Een traktatie voor het hele gezin.
Gerard had de vis ook al schoongemaakt; gelukkig maar.
Nu hebben we lekker brood met makreel.

Erg leuk dat ‘de traditie van mien Va’ deze keer over mijn schoonvader gaat!

Reageren

25 september: Bellen blazen!

Afgelopen maandag stond er op onze scheurkalender: “Waarom zuchten als je met dezelfde energie bellen kan blazen?”

Die had ik nog niet gehoord.
Dit stond op de achterkant ter verduidelijking:

We hebben allemaal dagen die eruit springen door geweldige momenten van blijdschap en feestelijkheid. Er wordt een baby geboren, de promotie is er door het contract voor het boek is getekend.
Maar het leven is geen doorlopende cyclus van gebak en champagne.
Meestal is het behoorlijk eentonig er moeten bedden worden verschoond, kleren van de stomerij gehaald, vuilniszakken buiten gezet.
Om ervoor te zorgen dat onze dagelijkse cyclus niet al te eentonig wordt moeten we de kunst verstaan het kleine smaak te geven. De piepkleine vreugdevolle momenten ontdekken die ons rust geven en genoegen doen.
De Britse toneelschrijver J.B. Priest noemt ze ‘delights’: mooi en zoet en hartverwarmend als een koekje
Laten we daarnaar op zoek gaan.

Niet zuchten…..maar bellen blazen!

Het blaadje gooide ik niet bij het oud papier, maar ik nam het mee naar de computer.
Dit moeten meer mensen weten.

Dus: niet zuchten, maar met die adem bellen blazen!

Reageren

23 september: Overgang.

De titel van dit blog zou kunnen slaan op een onderwerp waar ik het nooit over heb en het gaat daar ook nu niet over; met de overgang wordt in dit geval de stap bedoeld die kinderen maken van de groep 8 van de basisschool naar de 1e klas van de middelbare school. Gistermorgen in de viering van onze PKN-gemeente stonden drie jongeren centraal die die overstap deze zomer hebben gemaakt en zij namen gistermorgen afscheid van de kindernevendienst.

Tabitha koem.

Maar het onderwerp waar ik het nooit over heb kwam wel even terloops aan de orde in deze viering. De schriftlezing was gistermorgen namelijk het verhaal van het dochtertje van Jaïrus dat door Jezus weer tot leven wordt gewekt; we lazen dat toen Jezus naar het huis van Jaïrus liep hij werd aangeraakt door een vrouw die al twaalf jaar vloeide. In de overgang dus. Je hoort soms verhalen….

We hoorden vanmorgen dat ons hele leven eigenlijk bestaat uit overgangen.
Van baby naar peuter, van peuter naar kleuter, van kleuter naar basisschoolkind, dan naar puber, jong volwassene, dertiger, veertiger, 50-plusser, 65- plusser….je ‘doel’ is nooit bereikt, je groeit steeds door, lichamelijk én geestelijk.
Je kunt als mens als een berg tegen zo’n nieuwe fase in je leven opzien.
Eén van onze kinderen was ernstig verontrust toen ze van groep 2 naar groep 3 ging: “Maar ik kan nog helemaal niet rekenen!”

De boodschap die gistermorgen in de overdenking doorklonk was ‘deel je zorgen over een nieuwe levensfase met God in gebed, ga niet ineens heel rare dingen doen omdat je denkt dat dat bij die fase hoort ; blijf dus jezelf. Je bent goed genoeg zoals je bent’.
Het zingen ging vanmorgen wat moeizaam omdat we weliswaar hele mooie maar ook veel nieuwe liederen zongen. Daardoor klonk het allemaal wat aarzelend.
Maar toch nam ik muziek mee uit de viering: er werd vanmorgen een video-clip getoond die indruk op mij maakte: You Say van Lauren Daigle. Dit zijn de woorden van het refrein:

You say I am loved when I can’t feel a thing
You say I am strong when I think I am weak
You say I am held when I am falling short
When I don’t belong, oh You say that I am Yours
And I believe, oh I believe
What You say of me
I believe

U zegt dat ik geliefd ben als ik helemaal niets voel
U zegt dat ik sterk ben als ik denk dat ik zwak ben
U zegt dat ik wordt vastgehouden als ik tekortschiet
Als ik er niet bij hoor, zegt U dat ik van U ben
en ik geloof wat U van me zegt.

Hierbij een link naar de clip >>>
Wat raakt je in een viering?
Waarom?
Iedere week is het voor mij weer een verrassing.
Naast bovenstaand lied was het gistermorgen een klein gesprekje over bijbelverhalen met een echtpaar waar ik naast zat. Het deed me goed om te horen dat ik niet de enige ben die soms met die verhalen worstelt.
Ook daarom ga ik naar de kerk.

Reageren

22 september: Onder de grafzerken…..

Vanmiddag liepen we in heerlijk zonnig weer naar het centrum van Roden om ons nog even te vergapen aan de mooie praalwagens die we gisteren door de straten van Roden hebben zien rijden. Het thema was dit jaar ‘Mythes en legendes’.

Toen we gistermorgen voor de optocht aan langs de opgestelde wagens liepen was het al weer genieten. Je ziet dan de wagens nog zonder figuranten maar ook toen al stak er ééntje met kop en schouders boven de anderen uit: Dracula van bouwgroep Altena. De bovenkant stelde een kerkhof voor waar je grafzerken zag van Dracula en zijn bruiden. Daaronder zag je de wereld van de levende doden.

Huiveringwekkend in sfeer en kleurstelling. Enge muziek. Toen ’s middags de wagen voorbijkwam in de optocht zagen we de griezelige bewoners van de wereld onder het kerkhof. Creepy in kwadraat.

…..en daaronder Helena zelf in haar kist.
Het graf van Helana……

Heel verrassend was een hele groep verontruste dorpsbewoners die met stokken en mestvorken ten strijde trokken tegen heer Dracula. Een praalwagen die een verhaal vertelt: een terechte winnaar van de 1e prijs bij de bouwgroepen én ereprijs van de hele Rodermarktparade van gisteren.

De Bokkenrijders
Joris en de draak.

Maar daarnaast was ik ook onder de indruk van Joris en de Draak en de Bokkenrijders, die respectievelijk de 2e en de 3e prijs in de wacht sleepten. Dit blog is te kort om recht te doen aan de hele optocht. De ouders van de diverse scholen hadden zich namelijk ook weer van hun beste kant laten zien. Benieuwd naar de andere wagens? Kijk dan even op de website van DitisRoden.nl bij 22 september, daar vind je een mooie foto-reportage.

Mijn dag bestond voornamelijk uit ‘door het dorp heen en weer lopen’. Na de middagoptocht deed ik met twee dochters en twee schoonzonen waar ik me één keer per jaar met hart aan ziel aan overgeef: muntjes schuiven op de kermis.
(zie ‘Laot Aaltje maor schoe’m >>>).
Inclusief ‘kloeten in de boek’ van de spanning en de sensatie.
Daarna trakteerden Frea en Jon op vers gebakken oliebollen.
Wat weer een topdag!

Reageren

21 september: Roonermaark.

Al sinds 2014 schrief ik over de festiviteiten rondum de Rodermarkt in Roden, in goed Drents ‘de Roonermaark’. 
Dit keer een blog daorover in de streektaol.
De Roonermaark is veur het eerst holden in 1727; over een paar jaor kunt wij dus het 300-jaorig jubileum vieren.

Toen wij 1989 in Roden kwamen wonen hadden wij nog nooit van Roonermaark heurd.
In het lest van september 1989 waren wij slim drok met oons neie huus an de Boskamp. Op de zaoterdag veur de verhuuzing (het eerste weekend van oktober) haar ik de kinder bij mien moe parkeerd en was ik in de auto op weg naor Roden met koffie en brood veur de mannen die daor al vanof 7 uur an ’t wark waren. Ik zol d’r um tien uur wezen en ik was al wat an de late kant.  

Op de Nörgerweg weur ik tegenholden. Ik mus umrieden, want d’r was optocht.
“Optocht? Waor moet ik dan langes?”
“Eem ummerieden; eem een stukkie trugge en dan rechts de Hullenweg op. Hè, meinse, kiek nie zo kwaod, ’t is feest!”
Veur mij was ’t gien feest.
Belachelijk! Stom boerendorpsgedoe!
Al foeternd en mopperig kwam ik via een grote umweg met de koffie an de Boskamp an. Ik was niet bekend in Roden en TomToms waren d’r nog niet.
Optocht. En dan de openbare weg blokkeren. Wat ’n verstaand!

Die dinsdag daorop haar Gerard vrij nummen um parket te leggen in oons huus.
Hij was drok an ’t tummeren terwijl het volk langs de ramen leup op weg naor de markt.
Menigeen stun te gebaren dat het feest was of wees naor zien veurheufd.
Bi’j nou wiezer. Ie gaot toch niet an’t wark op de vierde dinsdag in september?
Het beroemde Roonermaark-lied giet daor ok over:
Het grootste feest is Ronermaark er is gien ein die denkt an’t wark.
De lol voert dan de boventoon op Ronermaark bij ons in Roon.

Een jaor later, in 1990, hadden wij wel al deur dat d’r Roonermaark was, maor de optocht haar oonze belangstelling nog niet. Die zaoterdag hadden wij afspreuken met mien va en moe in Hoogersmilde, dus wij stapten ’s mörgens in de auto.
“Gaot jullie vot!?!” schrowde overbuurvrouw Fokje van de overkaante “TIS OPTOCHT!”
Dat was toch onbegriepelijk!

Het linkermoessie is Frea.

In november 1990 kwam Frea in groep 1 van de Haven en in september 1991 zat ze as moessie op de Rodermarktwagen. Wij zaten met kop en oren in de bouwgroep van de schoele en hadden kleine oogies van vermoeidheid en slaopgebrek.
Wij wunnen de eerste en de erepries met oonze wagen. In de jaoren daornao waren wij slim drok met de wagens en de optocht; de aanvankelijke weerstand was as snei veur de zun verdwenen. Toen wus ik de weg ok al bij wegversperrings.

Vandaag is ’t weer optocht.
Foto’s en verslag binnenkort in dit theater.

Klik veur eerdere blogs over dit underwarp naor het blog ‘Optocht’ uut 2018 >>>. Daor vin ie ok de links naor blogs uut veurgaonde jaoren.

Reageren

Pagina 178 van 301

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén