een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 22 van 300

2 mei: Toen was het 35 jaar geleden.

45 jaar geleden was ik 19 en woonde met mijn ouders en mijn broer in Hoogersmilde.
In de eerste week van mei 1980 was ons dorp in de ban van de Bevrijdingsfeesten die georganiseerd werden: dat jaar was het 35 jaar geleden dat Nederland bevrijd was.
Om de vijf jaar werd de bevrijding uitbundig gevierd met een optocht van versierde wagens, een dorpszeskamp, een feestavond met toneel, plus een grote verloting met een rad van avontuur en bal na. Onze straat had voor die optocht ook een wagen gebouwd; de titel was ‘Hoogersmilde Bevrijd 2 april 1945′.
Het zal je niet verbazen: ik heb nog foto’s van die optocht.
Mijn broer (van nr. 13) en de broers Albert en Jan Visscher (van nr. 18) stonden als soldaten op de wagen.
Er was een onderduikershol nagebouwd waar de onderduikers uitkropen (klik op de foto’s voor een vergroting).
Buurvrouw Hennie liep in de optocht mee als ‘Trees’ die een Canadees had gescoord en ik liep met haar mee met mijn haar onder de baret verstopt in de legerkleren die mijn vader nog had uit de jaren ’50. Historisch gezien sloeg het allemaal helemaal nergens op, maar wat ik me vooral herinner is de onbekommerde lol die we hadden.
Onze straat won de eerste prijs en op het laatst klom ik ook op de wagen om nog een stukje mee te rijden.
Mijn broer vond het destijds werkelijk BESPOTTELIJK dat ik op die wagen stond, juist vanwege het historische aspect.
Hij had gelijk.

Naast bovengenoemde festiviteiten was er op 2 mei 1980 een popconcert in de schuur van de familie Bosma; daar ging iedereen onder de twintig heen.
Wat er op die avond gebeurde beschreef ik al eens in het blog ‘Deze dag in 1980 uit 2015.
Dit jaar is het 80 jaar geleden dat Nederland werd bevrijd en is het dus 45 jaar geleden dat Gerard en ik verkering kregen.
Wij groeiden op in een vrij en democratisch Nederland.
Dat dat bijzonder is, had ik heel lang helemaal niet door.
Toen ik werd geboren was de 2e wereldoorlog nog maar 15 jaar geleden beëindigd; als je diezelfde tijdsspanne nu zou toepassen zou dat 2010 zijn geweest.
Deze week vieren we onze vrijheid.
Koester het.

Nog twee andere blogs over deze dag:
Best al lang verkering  uit 2017
Een dag van weinig importantie uit 2020

Reageren

1 mei: Trad-wife.

In het Paasweekend stond er in het Dagblad van het Noorden een artikel met de kop: ‘Tradwife-trend’ krijgt enorme zet sinds herverkiezing Trump.
Wat is dat dan? Had ik even niet meegekregen.
‘Tradwife’ is een samenvoeging van de woorden ’traditional’ en ‘wife’. Het staat voor traditionele echtgenote,  een westerse vrouw die kiest voor een levensstijl met een traditionele, heteronormatieve rolverdeling.
‘Waar de man woon, draag hij se kroon’ om Jaap uit de serie ‘Toen was geluk heel gewoon’ maar eens aan te halen.
Meer weten? Hierbij een link naar een artikel over dat onderwerp met de sub-kop ‘een verkenning van de tradwife trend’ dat ik vond op de website van de Universiteit Amsterdam.
Toen ik het krantenartikel uit had bleek dat ik zelf in zekere zin ook een ’trad-wife’ ben; in ieder geval ben ik dat in het verleden geweest.
Ben ik iets wat ik helemaal niet wist!
Raar idee ook dat ik iets ben waar die idiote Trump voorstander van is.
En ook raar: dat als je kiest voor niet werken en thuisblijven voor je kinderen, dat je dan wordt weggezet als ‘ultra-rechts’.
Wat is dat voor waanzin?

Toen ik moeder werd was het nog gebruikelijk dat je stopte met werken, al waren er in mijn omgeving ook al wel vrouwen die, al dan niet part-time’ bleven werken.
Over dat onderwerp schreef ik in 2017 een blog onder de titel ‘Werken? Of niet werken?’
Dat blog sloot ik af met deze woorden:
Er is altijd een ene kant en een andere kant.
Het belangrijkst is dat de kinderen genoeg liefde en aandacht krijgen.
Hoe je dat organiseert is een persoonlijke keuze; gun elkaar daarin de ruimte.
Dat vind ik nog steeds; wat Trump daarvan vindt is niet van enig belang.
Aan het eind van dit blog laat ik Nel uit ‘Toen was geluk heel gewoon’ nog even aan het woord: “Je gaat maar op het dak sitte met je kroon.”

Reageren

30 april: Verkruimelde bonustijd.

Haar naam kwam wel eens voorbij in een blog over een bijeenkomst van ‘Holy Stitch’: Alice.
De laatste keer was ze er niet bij, ze was niet in orde.
In de PKN-viering op 1e Paasdag werd er voorbede voor haar gevraagd; de dominee vertelde daarbij dat Alice had gezegd ‘dat haar bonustijd op was’.
In de afscheidsdienst vanmiddag zei voorganger Sybrand van Dijk dat ze toen nog hoopte dat er iedere dag wat bonustijd bij zou komen, maar ‘het woord verkruimelde onder haar handen’.

Vorige week overleed ze op de leeftijd van 81 jaar; vandaag namen we afscheid van haar.
Ze stond nog midden in het leven, een kleurrijk en creatief mens.
Ze kwam tot voor kort op de fiets naar de kerk (dikke helm op) en was alleen al door haar aanwezigheid van toegevoegde waarde.
Dat kwam vanmiddag ook regelmatig naar voren: haar optimisme, haar eigenwijze eigenzinnigheid, haar vrolijkheid, haar warme belangstelling voor de mensen om haar heen, haar creativiteit en haar uitgesproken liefde voor kleurige kleding en accessoires.
Kleinzoon memoreerde een bij haar passende tegeltjes-wijsheid in haar huis: ‘Dij ’t dut mout ’t waiten‘. *

Als je haar sprak ging het niet vaak over haarzelf. Op de vraag “Wat is er dan met je?” kwam meestal een summier antwoord in de trant van “Ach kind, op mijn leeftijd is er altijd wel wat. Daar wil ik het niet steeds over hebben, dat is ja niet zo gezellig…”
In de tekst uit Genesis 12 die ook werd gelezen op hun trouwdag zegt God tegen Abraham “Ik zal je zegenen”.
Die zegen heeft Alice ook ervaren: in de stralende kant van het leven, maar ook in de diepte er van.
Dat kwam tot uitdrukking in het lied ‘Tel uw zegeningen’.
Tel je zegeningen: niet alleen zegen bij de goede dingen die je ten deel vallen, maar dat je ook als het ingewikkeld wordt kunt proberen zegen te zien in wat jou draagt en wat je verder helpt.
Zegen ontvangen én doorgeven. Dat je zo in het leven staat dat je zelf ook weer een zegen bent en het licht dat je zelf hebt ervaren verder brengt.

Toen haar dochters hadden gevraagd wat Alice in de dankdienst voor haar leven benoemd wilde hebben, kwam ze na enig twijfelen met een tegeltje dat in de wc hing dat ze bijna 50 jaar geleden hadden gekregen van haar schoonouders: ‘Gebed voor mijn kinderen’.
Als je de gedateerde, zware woorden van dat gedicht vertaalt naar deze tijd blijft een prachtige tekst over waarin een moeder bidt voor haar kinderen: ik leg de namen van mijn kinderen in Uw handen met één grote wens, dat ze hun weg zullen vinden op hun manier. Niet dat ze altijd gelukkig zullen zijn, niet dat het altijd goed gaat, maar dat ze wel in alle omstandigheden met liefde hun weg vinden.
Ontroerend om dat gebed van je moeder bij haar afscheid mee te krijgen.

Wij gaan haar missen in onze kring van kerk en alle daarbij behorende activiteiten; wij hadden haar nog zo graag nog wat bonustijd gegund.

* Gronings spreekwoord voor de Nederlandse versie ‘Bezint eer gij begint’.

Reageren

29 april: Gastles.

Donderdag 24 april was de laatste FysiYoLates-les van dit voorjaarsblok.
Toen we die week daarvoor met ons beweeggroepje aan de thee zaten kwam het gesprek op dansen.
“Iedere zaterdagmorgen dans ik 20 minuten op muziek die ik leuk vind. Zumba voor 50-plussers” vertelde ik.
Vragen genoeg. Wat doe je dan? Hoe kom je aan die oefeningen? Wil je het eens voordoen?
Ja, leuk!

Van Trijntje mocht ik vorige week donderdag de laatste les vullen met mijn ‘Bewegen op muziek’-oefeningen.
Ik nam mijn eigen muziekboxje mee; daar sloot ik mijn telefoon op aan en zocht op Spotify mijn afspeellijst* Zumba 50+ op.
Even na 13.30 uur schalde Shabby Tiger met zijn ‘Slow down’ door de sportzaal.

Op die afspeellijst staan 28 nummers: het zijn 4 blokjes van 7 liedjes.
2 blokjes deed ik gistermiddag met mijn collega-beweegsters.
Trijntje deed ook gewoon mee.
Tussendoor las ik een blog voor over hoe ik in 2018 bij de FysiYoLates-lessen terecht was gekomen (Yoga met een verhaaltje) en aan het eind van de les vertelde ik hoe het kwam dat ik het een goed idee vond om filmpjes van mijzelf op internet te zetten waarop te zien is hoe die bewegingen moeten en dat ik dat goede idee toch niet heb uitgevoerd. Heeft te maken met het ‘crocodile-rock’-plaatje hiernaast.
Ook benieuwd? Lees dan nog een het blog Zumba 50+, maar niet op internet uit 2020.
Na 2x 20 minuten behoorlijk bewegen hadden we het allemaal helemaal niet meer koud en had iedereen rode konen van het dansen.

Het was heel leuk om ‘mijn’ oefeningen met een groep te doen.
Dat had ik ook al eens gedaan met een groepje vrouwen van de kerk; toen had ik ‘Bewegen op muziek‘ aangeboden als workshop op de Activiteitenmarkt voor het goede doel.
Na zo’n ‘clinic’ hoop ik altijd dat de boodschap die ik hiermee wil afgeven doordringt: blijf in beweging, zelfs ik doe het!
En dat is bijzonder, want ik heb ‘Vrieswijk-genen’ en die hebben een broertje dood aan bewegen.
‘Vrieswijk-genen’ houden niet van welke vorm van bewegen dan ook.
Ja, de ogen. Om te lezen.
En de handen. Om te handwerken.
Het liefst zit ik eindeloos met een borduurwerkje met muziek op de oortjes op de bank, of in de zomer onder een boom.

Maar het is eigenlijk niet heel moeilijk om ‘bewegen’ toe te passen in je dagelijkse leven.
Veel mensen denken bij beweging direct aan intensief sporten op de sportschool of duursporten zoals wielrennen of hardlopen of wielrennen, maar ‘gewone’ dingen zijn al voorbeelden van matig intensief bewegen: wandelen, recreatief fietsen, huishoudelijke klusjes, tuinieren, rustig zwemmen, trap oplopen en boodschappen doen.
Mijn tip: maak een afspeellijst op Spotify met jouw favoriete muziek en dans: ga in je eentje uit je dak!

* Dat is een openbare lijst; als je zoekt op Zumba 50+ kom je op die lijst, ‘playlist by Ada’ staat er achter. Er staat een nogal gênante foto van mij bij die Gerard heeft gemaakt terwijl ik op de picknickplaats op de Duitse Autobahn pilatesoefeningen aan het doen was…..

Reageren

28 april: Oude vrienden

Op kerstavond, 24 december, besloten we om de kerstsamenzang in Smilde nog een keer te bezoeken.
Toen wij nog in Smilde woonden gingen wij daar ieder jaar naar toe, sterker nog, we werkten er vaak aan mee in een koor of als duo, maar dat is meer dan dertig jaar geleden.
Het Christelijk Mannenkoor Assen zong die avond en we genoten er van.
We zagen nog veel bekende gezichten, maar het kwam er niet van om iedereen te spreken.
Toen we de kerk uitliepen troffen we een stel ‘vrienden van vroeger’: “Heej MOI, hoeist, gao’j eem met wat drinken?”
Maar nee, we waren toen best moe en wilden graag naar huis.
We spraken af dat we voor die borrel een afspraak zouden maken.
Zaterdagavond kwamen ze, samen met een stel van ‘de groep van acht’ uit Hoogersmilde.

Het was fijn om uitgebreid bij te praten en herinneringen op te halen.
’s Middags had ik de fotoboeken naar beneden gehaald van de jaren  ’78 tot en met ’84.
Albums waarbij onze kinderen tot de ontdekking kwamen dat wij ook nog een leven hadden vóórdat zij geboren waren.
Ons leven bestond destijds uit werken, kerk, jeugdkoor Hosanna en de IKJ, door ons kortweg ‘de club’ genoemd.
Daarover schreef ik al eens een blog: ‘Kortweg ‘De club‘.

En dan is het ineens 40 jaar later.
Zo zit je samen op de basisschool, op de voetbalclub en op de catechisatie en zo ben je allemaal al 60-plusser.
Datzelfde gevoel bekroop me ook afgelopen zondag, toen we neef en nicht Jan en Jannie op bezoek kregen.
Een heel leven ben je familie van elkaar en  maak je samen dingen mee: we trouwden, rouwden om het verlies van ouders en andere familieleden en deelden in de loop van jaren lief en leed.
Inmiddels hebben we allebei ons 40-jarig trouwjubileum al gevierd en zitten we alle vier in de laatste fase van ons werkzame leven; Janny is zelfs al met pensioen.
Met haar had ik het er over dat je wel ontzettend je best kunt doen om jong en modern te blijven, maar dat de jongere generatie ons gewoon ziet als oude mensen.
Net zoals wij vroeger naar onze ooms en tantes keken.

Eerlijk gezegd: ik lig er niet wakker van.
We hebben het toch maar mooi gehaald!
En volgens mij is vintage tegenwoordig helemaal hip & happening 😉

Reageren

27 april: Een officieel moment.

Tijdens de Gradagen hadden we zowaar ‘een officieel moment’.
In de buurt van Carlijns verjaardag schreef ik een blog over de heerlijke chocolade-sinaasappeltaart die Frea had gemaakt.
Dit schreef ik er toen over:

Zelf bedacht.
Gebaseerd op het allerlekkerste Britse snoep (waar Jon en zij dus ook altijd veel van meenemen naar Nederland): de chocolade-sinaasappel.
Zo lekker, dat wij het nog nooit geproefd hebben. Lees: het is al op voordat wij het überhaupt kunnen proeven.

Toen Frea het blog had gelezen schreef ze in de gezinsapp: “Ik heb er nog eentje van onze laatste reis naar Engeland in maart; die neem ik wel mee naar de Gradagen’.
Zondagmorgen de 13e werd de Chocolate Orange uit het doosje gehaald om te gezamenlijk te proeven bij de koffie.
Uit het doosje kwam een oranje sinaasappel van zilverpapier.

Het was heerlijk.
Er waren een heleboel van die partjes, maar ze waren maar zó op!
Gek hè?
Niet als bedenkt de dochters allemaal een aardje naar hun vader hebben en dol zijn op chocola.
En de schone zonen passen zich maar al te graag aan.

Eigenlijk hadden we nóg een officieel moment zullen hebben, want Harriët en Cees hadden drie zakken kipkluifjes mee om te bakken in de oven.
Had ik ook nog nooit gehad.
Maar toen men zondagmiddag na de thee aanstalten maakte om te vertrekken zaten die drie zakken nog in het diepvriesvakje van de koelkast.
Vergeten!
Maar eigenlijk niet gemist, want er was genoeg!
En op dat moment hoefden we ze ook niet, want de uitgebreide brunch met van alles en nog wat voelden we nog in onze maag.
Cees maakte zich geen zorgen.
“Gef niks. Komp wè op.”
Tuurlijk.
Drenten en Twenten lijken daarin op elkaar; met kip-kluifjes gaat het net zo als met droge worst.
Geen problemen van maken.
Het komt wel op.

Reageren

26 april: Heel Doetinchem vergeten.

Vanmorgen werd ik wakker om 20 voor 10.
Dat had ik dus even nodig: meer dan 8 uur geslapen en een slaapscore van 8.4.
De weken rijgen zich aaneen en de dagen vullen zich als vanzelf met van alles en nog wat waar ik naar toe moet of (van mezelf) bij moet zijn, zodat er na het dagelijkse Journaal en ‘Met het mes op tafel’ geen energie meer over is om even te lezen, musiceren en/of kaarten maken, kortom: te weinig tijd voor mezelf.
Nu ik naar de 65 loop kosten gewone dingen kennelijk meer energie.

Maar soms krijg ik ook energie van drukte, zoals bijvoorbeeld vandaag: koningsdag.
We hadden oranje tompoezen gehaald, want de dochters wilden in Roden naar de vrijmarkt.
Rond 11.00 uur zaten we met z’n vijven in de oude gezinssamenstelling aan de koffie.
Wat heerlijk.
Afgelopen week had ik bij het opruimen van een kast een aantal fotoboeken ‘gevonden’ die we al een tijd niet hadden gezien; we haalden herinneringen op en het was even net als vroeger.
Het was zo gezellig dat ik vergat dat de koning en zijn gezin een bezoek brachten aan Doetinchem.
Rond 12.45 u kreeg ik een app van mijn Royalty-gezusters.
“Wat zien ze er weer mooi uit!”
“Ja…! Jammer dat Ariane er niet bij is.”
Geen moment aan gedacht; ik had mijn eigen drie gezusters op de koffie, daar kon geen verslag van koningsdag tegenop.
Vanavond kijk ik wel naar de samenvatting.

En natuurlijk aten we vandaag wortelstamppot.
“Ik dacht dat alles wel in één pan kon” zei Gerard toen hij aan het mixen was….
En natuurlijk slenterden we over de vrijmarkt, maar het was toen al na drieën, dat is eigenlijk wat te laat, want er waren al heel wat verkopers die hun boeltje al weer aan het inpakken waren.
Gelukkig was er nog één dapper meisje dat gitaar zat te spelen; musicerende kinderen horen wat mij betreft écht bij Koningsdag.
We kregen nog een staartje mee van de beddenrace die in het dorp werd gehouden en ondertussen hoef je alleen maar om je heen te kijken en te genieten van alles wat je ziet. Rare, oranje hoofddeksels, oranje t-shirts, oranje vlaggetjes en oranje slingers.
Een soort ‘code Oranje’ voor een feest zoals je dat nergens anders op de wereld ziet.
De koning viert zijn verjaardag en het is feest in heel Nederland: wat een mooie traditie.
Leve de koning!

Lees hier onze belevenissen op Koningsdag in voorgaande jaren.
2015  Tompoucen met een vorkje?
2016  Wortelstamppot & Klaverjassen.
2017  Géén oranje tompoezen?
2018  Koningsdag in Enschede
2019  Koningsdag & wortelstamppot
2020 Willem-Alex-Anders-dag.
2021 Vlag. Maar niet zoals het hoort te zijn.
2022 Koningsdag in Westerbork
2023 Eén dag eensgezind. (lees bij dat blog ook nog even de reacties die er onder staan…..dan weet je ook gelijk hoe mijn broer over mij denkt als het om het koningshuis gaat)
2024: Moi Majesteit!

Reageren

25 april: Vroeger, jongen…..

“Die is niet goed, hoor!”
Vorige week pakte ik bij de supermarkt een pak caffeïne-vrije koffie dat niet vacuüm verpakt was.
De mevrouw naast mij dacht dat de koffie ‘niet goed’ zou zijn, omdat we helemaal gewend zijn aan pakken knoerharde koffie.
“Vroeger maalde mijn moeder het zelf van koffiebonen” vertelde ik haar.
“Met zo’n molentje aan de muur en een glazen bakje waar de gemalen koffie in werd opgevangen.”
Er kwam van alles boven bij de mevrouw.
“O ja! Bij ons thuis ook! En dan kwam er altijd nog een klein lepeltje  Buisman in…”
Het zijn verhalen uit de categorie ‘Oma vertelt’ en op dat soort momenten realiseer ik me nog beter dat ik al 60+ ben.

Met Gerard had ik het over theezakjes.
“Hoe was dat vroeger dan?”
“Mijn moeder deed losse thee in kokend water en bij het opschenken legden we een theezeefje over het kopje om de theebladen in op te vangen.”
Een theezeefje….je bent toch gewoon vergeten dat je dat vroeger dagelijks gebruikte?

Waarom vertel ik dit?
Omdat we onze 10 jaar oude Toyota Yaris Hybrid hebben ingeruild voor een nieuwe (2e hands) auto en dat is een elektrische.
‘Full electric’ in goed Nederlands.
Wij stappen over van benzine op stroom.
Daarvoor hebben wij nu een oplaadpunt aan ons huis, waar we de stekker van de auto in kunnen drukken.

 
Het is de bedoeling dat we de stroom die we opwekken via zonnepanelen zelf gebruiken voor huishoudelijk gebruik en wat we over hebben voor de auto.
We vinden het best een spannende keuze.
Daar krijgen we ook vragen over.
“Ben je niet bang voor laad-stress?”
Dat is de angst die een bestuurder van een elektrisch voertuig ervaart als de accu leeg dreigt te raken voordat men het voertuig aan een laadpaal kan opladen.
Tja.
Natuurlijk hebben we het daarover gehad, maar we denken dat we over het algemeen zat toekunnen met onze eigen stroom: met een volle accu kunnen we ongeveer 400 kilometer rijden. Als je je van te voren goed oriënteert waar er laadpalen zijn op de plaatsen waar je naar toe gaat moet het te doen zijn.

Een elektrische auto.
Zou het net zo gaan als met de koffie en de thee?
Dat men over 40 jaar aan latere generaties gaat uitleggen dat je vroeger benzine tankte bij een tankstation?
En dat je nóg vroeger ‘pompbediendes’ had die de tank voor je volgooiden?

Mijn vader vertelde dat hij in dienst (1950/1951) zijn rijbewijs had gehaald.
Dat had hij laten verlopen.
“Wie had nou gedacht dat iedereen zelf een auto zou kunnen kopen?” zei hij daar later over.
In de jaren ’60 moest hij opnieuw rijlessen nemen, want hij kon, nog geen twintig jaar later, zelf een auto kopen.
Wát een vooruitgang!
En wat gaat het hard…….steeds harder lijkt het wel.

Reageren

22 april: Kibbelveen

Even een weekje terug in de tijd.
Maandagmorgen 14 april, na de Gradagen, moesten wij rond 10.00 uur uit Casa Grada vertrekken, want ’s middags kwamen er nieuwe huurders in.
Maar toen wilden we eigenlijk nog niet naar huis: ik had een snipperdag opgenomen en als je naar huis gaat verval je zo weer in het patroon van ‘de-was-en-even-de-stofzuiger-er-door’ en daar had ik nog geen zin in.
We dronken nog een kop koffie in de nieuwe kantine van ‘Het Timmerholt’ en daarna zochten we de parkeerplaats ‘Kibbelveen’ op.
Die ligt aan de rechterkant van de weg van Schoonoord en Noord Sleen.
Vanaf die parkeerplaats beginnen verschillende boswandelingen en wij kozen voor de Vosseven-route: aangegeven met blauwe bordjes en ongeveer 5 kilometer lang.
Misschien kun je je het nog herinneren: maandag 14 april was het prachtig weer.

Het was een mooie, afwisselende wandeling.
We liepen sommige stukken door het bos, maar ook door een deel van het Slenerzand.
De blauwe bordjes leidden ons naar een archeologische site waar wij al eerder waren geweest: in 2023 fietsten we een middag richting Noord Sleen.
Dit schreef ik er toen* over:
“Ik wilde kijken bij de Celtic Fields die daar in de buurt van het hunebed ‘de Papenloze kerk’ nog te zien zijn.
We zagen niet alleen de pré-historische akkertjes, maar ook een grafheuvel.”
Nu wandelden we door een veld met pré-historische grafheuvels en ontwaarden een eeuwenoud karrenspoor.

De kern van het Slenerzand bestaat uit stille bossen die het domein zijn van tientallen vogelsoorten

Het is een oud stuifzandgebied met hier en daar grillige jeneverbes-bossen.
Je treft heidevelden aan en natuurlijk ook het Vosseven: bosmeertje waar wij grauwe ganzen en  ‘dodaars’ ontwaarden.
Niet omdat wij die vogels zomaar bij naam kennen, maar omdat wij de ‘Merlin Bird’ Sound ID op onze telefoon hebben.
Die app luistert naar de vogels om je heen en geeft laat je een plaatje zien van welke vogel je hoort.
Ge.Wel.Dig.
Meer dan twintig vogels konden we onderscheiden; dat vogelspotten verhoogt beslist het plezier dat je beleeft aan zo’n wandeling.

Wat we ook zagen tot onze stomme verbazing: een volwassen reebok die ongeveer 50 meter van ons af door het bos heen sprong.
Op maandagmorgen zijn er natuurlijk verder geen mensen in het bos, dus het beest voelde zich waarschijnlijk veilig.
We kwamen een uur lang helemaal niemand tegen in het bos, geen wandelaars en geen fietsers.
Maar de eerste fietser die we na dat uur zagen riep: “Hé daar is Ada!” en dat was nog onwaarschijnlijker dan de springende ree: het was teamleider  Sylvia van onze afdeling van Team290.
Ze was die maandag ook vrij en deed met haar man een fietstocht van 29 kilometer.
De mannen maakten even kennis met elkaar en praatten even kort bij, daarna ging ieder weer zijns/haars weegs.

Heb je een snipperdag…….

* Hele blog lezen? Hierbij een link: ‘De prinses van Zweeloo‘.

Reageren

21 april: Heb lief. Meer hoef je niet te hebben.

Zondagmorgen, 1e Paasdag sta ik op mijn plekje in de altengroep van de cantorij het eerste lied ‘Wees gegroet, gij eersteling der dagen’ te zingen, als ik ineens naast Gerard dochter Frea zie zitten.
Wat een verrassing! Onze dochters zitten niet vaak in het publiek als we met de cantorij zingen en haar aanwezigheid bezorgt me tijdens het zingen zo’n blij golfje in mijn binnenste.
De kerk zat vol en daarmee ging het zingen al fantastisch; het herinnerde me aan de paasdiensten van vroeger waar het gemengd koor ‘Halleluja’ aan meewerkte in Hoogersmilde.
Inhoudelijk van een hééél andere orde, maar het blije gevoel van met zoveel mensen uit volle borst zingen is nog steeds hetzelfde.

Over dat zingen met de cantorij kan ik trouwens kort zijn: het ging prima.
Het was allemaal ook lang niet zo moeilijk als ‘O Traurigkeit, dat we op Goede Vrijdag zongen.
Niet dat alles peanuts was hoor, maar ook de lastige stukjes zaten er goed in. Wij kunnen aan onze cantor Karel zien of het goed gaat, hij stond ons stralend te dirigeren.
Maar dat kwam niet alleen van ons zingen 😉

De overdenking van voorganger Sybrand van Dijk was beslist bijzonder te noemen.
Centraal stond de ontmoeting tussen Maria en Jezus, die elkaar herkennen en elkaars naam noemen.
Het is altijd lastig om een verhaal dat je heeft geraakt in een paar zinnen samen te vatten; ik haal er even paar elementen uit.
“Hongarije is begonnen met de grote paasschoonmaak: de mensen die horen bij LHBTHQ+-groepen moeten daar weg.
“Jullie zijn niet gewenst jullie horen hier niet.” Men is begonnen met het verbieden van bijeenkomsten; de volgende stap is dan niet meer ver weg.
Mensen met een immigratie-achtergrond wordt hier in Nederland regelmatig toegevoegd: “Ga terug naar je eigen land, we moeten je niet.”

De essentie van de preek was dat liefde grenzeloos en mateloos over ons wordt uitgestort.
Als die liefde in jou binnenstroomt, dan gun je het ook de ander, ook al vinden we die ander lastig en moeilijk.
Als al die mensen die weg moeten een naam krijgen (een zoon van, een vriendin, een moeder op school) dan zie je dat ze dezelfde zorgen, hetzelfde verdriet en dezelfde vreugden hebben.
Dan kun je niet meer zeggen ‘weg met jou’, want je bent zelf ook bij naam gekend.
Midden in zijn verhaal zei de predikant ‘Voor wie mij liefheeft mag ik heten‘; dat zinnetje bleef bij mij hangen, met daarbij het vage gevoel: dat is toch anders?
Eenmaal thuis zocht ik het op. Het is een bekende zin uit een gedicht van Neeltje Maria Min: “Voor wie ik liefheb wil ik heten…
Wat een mooie, toepasselijke twist op het gedicht.
Het was wel duidelijk: heb lief. Meer hoef je niet te hebben.
Terugkijken/terugluisteren?
Ka via Kerkomroep en via het You Tube-kanaal van onze kerk.

Na de kerkdienst genoten we met ons gezin van een gezellige brunch met zelfgebakken broodjes (dank Frea!) en gruuntesoep met worst.

Reageren

Pagina 22 van 300

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén