een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 220 van 301

21 maart: Lente!

Vandaag begint de lente. Wat ben ik al vaak langs de borders in onze tuin gelopen, speurend naar nieuwe groene sprietjes van krookjes, blauwe druifjes, hyacinten en en narcissen. Ik kon ze de zwarte grond wel uitkijken! De krookjes heb ik al gezien, maar op de andere soorten moet ik nog even wachten: de komende weken zal ik onze tuin niet zien.

Vanmorgen kwam de cardioloog vertellen dat de uitslagen van het UMCG binnen waren. De vernauwing in mijn kransslagader kan niet met een dotterbehandeling/stents worden opgelost. Er wordt gekozen voor een bypassoperatie, waarbij het slechte stuk van de ader wordt vervangen door een ader uit mijn borstbeen. Hopelijk kan dat voor Pasen nog gebeuren. Die operatie vindt plaats in het UMCG; daarna blijf ik dan nog een week in het Martiniziekenhuis voor stabilisatie en het eerste stukje van de revalidatie.

Dat kwam wel even binnen. Had ik in de dagen hiervoor nog niet echt rekening mee gehouden. De cardioloog aan het woord: “Bij voorgaande ingrepen was er steeds sprake van een acuut infarct. Zo’n stent is dan een noodoplossing, maar op dat moment wel effectief. Nu is er geen sprake van een infarct, dus hebben we tijd om ons voor te bereiden op een meer duurzame oplossing. Voor de lange termijn is dit beter.”

Daar zit je dan met je informatie folder van de Hartstichting. Voor, tijdens en na de operatie. 

Het moet allemaal nog bezinken. Net als bijna iedereen heb ik mijn leven graag onder controle. Maar ik moet de touwtjes uit handen geven. Een collega appte: “Rot dat het moet, fijn dat het kan.” En zo is het.

De komende weken zal ik, als het lukt en als ik er zin aan heb, een blog schrijven. Daar geniet ik van en het geeft mij afleiding. Ben ik er een dag niet, dan lukt het even niet.

Wat die lente betreft: vanmorgen kreeg ik een foto toegestuurd van Gerard. Ik dacht “Wat leuk, Gerard stuurt een foto van de krookjes in onze tuin!” Maar het ging helemaal niet om de krookjes, het ging om de perenboom. Welke perenboom? Die omgezaagde….

Toenik een beetje inzoomde op de foto zag ik naast de gele krookjes nog andere gele bloemetjes. NARCISJES! Toch nog een beetje lente op 21 maart. (Klik op de foto voor een vergroting.)

Reageren

20 maart: Iets meer duidelijkheid?

Gistermorgen stond er nog een afspraak voor een fietstest. Daar zou ik nog wel naar toe moeten maar de cardioloog vond het niet nodig. Gelukkig maar; ik zag er als een berg tegenop. Gistermiddag om 15.00 uur ben ik gekatheteriseerd. Dan wordt er een contrasterende vloeistof in je aderen gebracht, zodat ze kunnen zien waar de verstopping zit. Er zat een fikse vernauwing in een van de aderen bij het hart; met het UMCG zou overleg plaatsvinden over de vervolgstappen. Het duurt dan bijna een dag voordat je weet wat er vervolgens gaat gebeuren; daarvoor moet je wachten op ‘de optocht’.

Wat is de optocht? ’s Morgens rond half tien komen vijf, zes mensen in colonne met wapperende witte jassen de kamer opstiefelen:  cardioloog, co-assistent, verpleegkundige, stagiaire en nog wat onduidelijke functies die ‘meekijken’. De dokter loopt visite. Het bericht dat ze voor mij hadden bracht nog geen duidelijkheid. In het UMCG wil men nog meer onderzoeksgegevens, dus vanmiddag moest ik nog een echo laten maken om de hartcapaciteit te bepalen; die uitslagen moeten dan eerst weer naar het UMCG. Wat dan het definitieve behandelplan zal zijn weten we morgen. Of donderdag.

De bevindingen van de ‘optocht’ worden nog net niet in groepsverband besproken, maar je medekamerbewoners krijgen wel alles mee van wat de dokter vindt van jouw toestand. Dat geldt ook voor je temperatuur, bloeddruk, gewicht en het zuurstofgehalte in je bloed. Allemaal geen geheim hoor, maar ik voel niet de behoefte om met Guus, Willem en Piet te delen of ik al dan niet in overgang zit en van welke bijbehorende symptomen ik last heb.

Vanmiddag was er een nieuwe opname op onze gang. Weer een meneer. Hij zou eigenlijk een kamer voor zich alleen krijgen, maar een van de verpleegkundigen vroeg heel lief: “Wil jij misschien in die kamer? Dan leggen we die nieuwe meneer bij de andere mannen.” Ik kon haar wel zoenen.

Guus vond het jammer. Morgenvroeg ga ik bij de mannen koffiedrinken.

Reageren

19 maart: “Man, man. Hai jong!”

In het ziekenhuis is de zaal waarop je ligt ineens een huis-slaapkamer waar je met vier personen woont c.q. slaapt. Meestal is dat wel gezellig, maar soms is het behelpen. Het woord ‘gezellig’ is op mijn huidige omstandigheden niet van toepassing. De vierpersoonskamer deel ik met 3 mannen die allemaal voor de oorlog geboren zijn. Daarbij zijn ze behoorlijk ziek. Guus, die naast mij ligt is een beetje deftig en heel beleefd. Hij is qua communicatieve vaardigheden het verst gevorderd. Af en toe voeren we een kort gesprekje; hij maakt zich ernstig zorgen om zijn dementerende vrouw die nu, weliswaar met veel hulp, alleen is. Zo’n breekbare oude man; het gaat me aan het hart.

Tegenover mij ligt Willem.  Hij is van het type ‘Hendrik en Feitse’ van Oranje: zijn leven lang vrijgezel, niet gewend aan mensen om zich heen en lichtelijk onaangepast. Hij praat voortdurend in zichzelf, laat boeren en scheten en vloekt als iets tegenvalt. Hij is wat moeilijk te verstaan want hij heeft z’n gebit niet in spreekt alleen Gronings. Willem communiceert in one-liners. Als de verpleegkundige binnenkomt met de vraag: “Heeft u gebeld?” dan roept hij “Plass’n!” Hij vraagt ook niet, hij geeft opdrachten. “Help mie maor eem!”

Van vrijdag op zaterdag heb ik niet goed geslapen, dat kwam vooral door Willem. Niet gehinderd door onze aanwezigheid deelde hij alle ongemakken van die nacht met zijn omgeving. Hij moest urineren in een fles, maar dat ging niet altijd goed. Midden in de nacht hoorden wij ineens een Groningse krachtterm. “Vurgieme! Dat ding is ja ok veuls te klaain. Ik ken hom dr ja hailemaol nait inkriegen!” Gestommel, Gronings gemopper. “Hai jong. Hai hai. Wat ’n boudel.” Zo utterde Willem de hele nacht wat door. Dan moest het bed weer verschoond en kon hij niet verstaan wat de zuster zei. “Hè?”  Vervolgens lag hij weer in z’n schone bed, maar moest tien minuten later alweer plassen. “Man, man, hai jong! …..Ik hou d’r over op.

De derde man van het gezelschap houdt het midden tussen Guus en Willem. Piet kwam vrijdagmiddag geëscorteerd door zijn vrouw en zijn dochter. Die wisten het allebei erg goed. Toen werd gevraagd naar zijn geboortedatum gaf zijn vrouw antwoord. Piet vindt het volgens mij wel even heerlijk zonder de dames. Hij  leest zijn krantje, drinkt z’n kopjes koffie en thee maar neemt amper deel aan de gesprekjes.

In deze micro-samenleving vind ik mijn weg wel. Gerard en de kinderen komen regelmatig op bezoek en dan gaan we met elkaar naar het dagverblijf om een spelletje te doen. Verder heb ik af en toe lol op de gang met andere patiënten die net als ik iets proberen te maken van deze onzekere dagen.

Zaterdagavond kreeg ik oordopjes van de nachtzuster; daardoor kreeg ik niets meer mee van de nachtelijke avonturen van Willem. Als een blok geslapen.

Reageren

18 maart: Andere drukte.

Afgelopen vrijdag meldde ik dat ik andere drukte had dit weekend. Dan denk je bij ons al gauw aan iets positiefs (weekendje weg, zingen, feestjes) maar dat was het deze keer niet. Al een paar dagen speelde mijn hart op als ik flink in beweging was en vrijdag kon ik al niet meer van mijn werkplek naar de auto lopen. Nog geen 100 meter. Een ambulance haalde me van mijn werk en na onderzoek werd ik opgenomen in het Martini ziekenhuis.

Het is de bedoeling dat er een katheterisatie gaat plaatsvinden om te kijken waar een verstopping in mijn aderen zit. Helaas kon dat niet meer op vrijdag, zodat ik in het ziekenhuis moest blijven tot maandag, die dag ben ik ingepland. Ondanks het gedoe en de dingen die niet doorgingen was ik toch blij dat ik aan de apparatuur lag, want het was best spannend de afgelopen week.

Vanaf 2004 ben ik al meerdere keren in het ziekenhuis opgenomen, steeds met een acuut infarct. Deze keer is het anders: al twee weken kreeg ik signalen dat mijn hart zuurstoftekort had en vrijdagmorgen ging de pijn niet meer over toen ik na het lopen ging zitten. Ik hield dus ook al twee weken rekening met een ziekenhuisopname en ik ben blij dat het niet tot een acuut infarct gekomen is.

En nu ben ik dus dit weekend lopend patiënt: ik mag van alles, maar niet van de afdeling af. Zuur is dat ik kaarten had voor de Matthäuspassion van J.S Bach in de Oosterpoort op vrijdagavond. Met als dirigent Geert Jan van Beijeren (zoon van), een vrouwelijke alt (tegenwoordig zingt een countertenor vaak de altpartij) én op het orgel speelde ‘onze eigen’ Erwin Wiersinga. Uitvoering gemist…..

Gisteren waren mijn schoonzus en zwager 40 jaar getrouwd. Feestje gemist. Maar dat is allemaal onbelangrijk in dit soort situaties. En ‘ellek nadeel hep se voordeel’: het boek dat al een tijdje op de bank ligt wordt nu gelezen en ik heb alle  tijd om te handwerken en aan mijn blog te schrijven. Boven mijn bed hangt een computer met een touchscreen met gratis televisie, radio en internet,  dus ik verveel me beslist niet!

Reageren

16 maart: Even pas op de plaats.

Een dagelijks blog is leuk, maar er gaan maar 24 uren in een dag. Dit weekend even andere drukte: binnenkort meld ik me weer!

Reageren

15 maart: Muziek maakt het verschil.

Woensdagavond keek ik naar de laatste aflevering van Victoria; die had ik opgenomen. Wat heb ik er van genoten.
De kostuums, de verhaallijnen, de geschiedenis en niet te vergeten: de muziek.
Violen en piano, voornamelijk klassieke klanken. Wat een weldaad vergeleken met de rampestamp-herrie die tegenwoordig zelfs onder de nieuwsrubrieken zit.
Victoria, Albert en Ernst spelen zelf regelmatig piano in de serie en ook de achtergrondmuziek was prachtig.

Woensdag werd ik echt geraakt door de muziek die onder de scènes met het zwarte prinsesje Sarah was gemonteerd. Het verhaal speelde zich af vlak voor de kerst en we hoorden de bekende melodieën van Engelse carols. Bij de verdrietige Sarah hoorde je heel zachtjes Coventry Carol; heel iel, één viool speelde het melancholieke melodietje. Het is het treurige wiegelied dat hoort bij het verhaal van de kindermoord in Bethlehem. Dat lied ken ik zo goed omdat mijn dochters en ik dat samen driestemmig hebben gezongen. De melodie alleen al veroorzaakt kippenvel en activeert mijn traanklieren.
Ken je het niet? Hierbij een link naar het blog Coventry Carol waarop je kunt linken naar de opname die we destijds maakten.

Muziek is voor mij heel bepalend voor de beleving van een film of series.
We keken ooit eens naar een Scandinavische serie waar zulke (in mijn beleving) lelijke muziek onder zat, dat ik hem niet heb afgekeken.
Maar Victoria was dus smullen.
Heb je de serie ook gezien? Dan vind je dit vast een interessant artikel: het gaat over wat waar is en wat niet waar (historisch gezien) in de serie. Ernst en Harriët bijvoorbeeld konden helemaal geen verhouding hebben, want in werkelijkheid was zij twintig jaar ouder en gelukkig getrouwd! En zijn Victoria en Albert echt ooit eens verdwaald op de Schotse Hooglanden? Lees er alles over op ‘Wat is waar in de serie Victoria?’

Reageren

13 maart: Hoeden met een liedje.

Af en toe verzorg ik een avond voor de Maandagavondclub, een gezellige, twee-wekelijkse  club voor mensen met een verstandelijke beperking uit Roden, Leek en omgeving.
Gisteravond was ik er weer met mijn gitaar en een zak vol oude hoofddeksels die ik in de loop van de jaren heb verzameld.

We beginnen altijd eerst met het Maandagavond-clublied; ik schreef het al een aantal jaren geleden op de melodie van ‘Ik trek mijn wandelschoenen aan”.
Deze keer had ik als hoofdthema het lied ‘Timpe-tampe-tovenaar’.
De zak met hoeden en petten ging rond, ik zong het liedje van de tovenaar en als ik stopte met zingen moest degene die de zak had een zakje uit de grote zak halen. Tineke, die in het begin al gevraagd had of ik iets bij me had om te trakteren, hoopte dat er uit de zakjes ‘iets lekkers’ te voorschijn zou komen.

Was de hoed uit het zakje gehaald, dan gingen we eerst bespreken wat voor hoedje het was; degene die de hoed had gepakt mocht hem dan opzetten. Daarna zochten we er een liedje bij. Was het een zonneklep met een enorme zonnebril, dan zongen we een liedje over de zomer en het strand. Bij een ‘happy birthday-hoed’ zongen we “O wat zijn we heden blij!” voor Annie  die met de hoed op opeens jarig was en toen Manon een groen zwervershoedje opzette moesten we denken aan Swiebertje. “Daar komt Swiebertje, onze Swieber die steeds malle dingen doet!” De oudere generatie (met name de begeleiders) kon dit opvallend goed meezingen….

Wij houden van Oranje!

Piet kreeg een soort detective-hoedje dat hem goed stond, maar toen één van de begeleiders een hoed in de vorm van een bierpul mét schuimkraag uit de zak viste wilde hij maar één ding: ruilen! Hij kreeg de bier-hoed en zong uit volle borst mee met “Wij houden van Oranje!” Dat paste volgens de aanwezigen het best bij die hoed.
Er was ook piraten hoofddoekje met een doodskop. Daar hoorde het lied “Wat gaan we doen met de dronken zeeman, ’s morgens in de vroegte’ bij. “Heeeee hoooooo en HUP daar gaat ie!”
Wat een plezier kun je dan hebben met hoeden en petten uit de oude verkleedkleren-zak van onze kinderen. Toen iedereen iets op z’n hoofd had maakten we een maffe groepsfoto.

Na afloop kreeg ik een bloembakje met narcissen en drie dikke zoenen van Dirk. En een speech: het was erg leuk geweest en van hem mocht ik nog wel eens komen.
Daarna zongen we bij de narcissen nog “Tulpen uit Amsterdam”; je moet het ruim zien.

Benieuwd naar het verslag van de vorige keer?
Lees alles over Liedjes raden en het Noach-spelletje.

(De namen voor dit blog zijn gefingeerd ter bescherming van de deelnemers)

Reageren

12 maart: Om al uw tekens te verstaan.

Hinsz-orgel in de Catharinakerk Roden

De wekelijkse viering op de zondagmorgen was gistermorgen weer in de Catharinakerk op de Brink. Sinds een paar weken verschijnt er op de beamer een paar minuten voor aanvang van de dienst deze tekst: Onder orgelspel bereiden we ons in stilte voor op deze viering. Dit wordt gedaan om de gemeenteleden tegemoet te komen die vonden dat daar helemaal geen gelegenheid voor was. Daar valt wat voor te zeggen.

Het is namelijk meestal erg gezellig in de kerk voordat de viering begint.
Mensen ontmoeten elkaar en beginnen te praten: “Wat een weer hè? Hoe ist met de kinder? ” en/of woorden van gelijke strekking. Geanimeerd kleppen we heel wat af met elkaar.
Soms kwam  de voorganger al binnen met de kerkenraad en dan hadden we nog helemaal niet door dat ‘het’ al was begonnen.
Onze gemeente moet nog wel een beetje wennen aan deze nieuwe gang van zaken.
Zit je namelijk helemaal vooraan, dan kun je de beamer niet goed zien en weet je dus niet dan het grote zwijgen is begonnen. Gistermorgen zaten er nog enkele dames heerlijk met elkaar te kwekken toen iedereen verder al zijn mond hield. Dat gaat op den duur toch ongemakkelijk voelen; uiteindelijk werd het stil en luisterden we met elkaar naar het ingetogen orgelspel van Arjan Schippers.
Een prima nieuwe maatregel. Wil je nog even met deze en gene bijpraten dan kan dat (kom dan op tijd, dan heb je nog even) en het voelt heel goed om je mond even te houden om ruimte te maken voor wat er komen gaat.

In de viering ging het over het teken van de 12 stenen in de Jordaan (Jozua 4) en het teken van de vijf broden en twee vissen (Johannes 6). Na de overdenking vierden we het Heilig Avondmaal en werden we bepaald bij de tekens die Jezus ons gaf: het brood als teken van zijn lichaam en de wijn als teken  van zijn bloed. Tijdens het avondmaal speelde Arjan ‘Pie Jesu’ uit het Requiem van Fauré. Ken je het niet? Luister hier >>>naar de uitvoering van Kathleen Battle.

Het slotlied was Lied 978 ‘Aan u behoort o Heer der heren’.
In het laatste couplet kwamen de tekens nog weer voorbij.
Laat dan mijn hart U toebehoren en laat mij door de wereld gaan
met open ogen, open oren om al uw tekens te verstaan
Dan is het aardse leven goed, omdat de hemel mij begroet.
Een waardevolle viering.

Na de viering was er koffiedrinken in De Deel.
Konden we naar hartenlust bijpraten.

Reageren

11 maart: Kraambezoek. Te laat; en te vroeg.

Als er in onze familie een baby’tje wordt geboren, dan gaan wij bij het eerste kindje in dat gezin altijd op kraambezoek. (Zie Vestjes breien en De mooiste vis van de zee)  Het is de bedoeling dat dat gebeurt in de maanden na de geboorte; wij staan niet als eersten op de stoep, maar na een maand of 4 à 5 gaan wij ‘poppie kiek’n’.
Bij achterneefje Lucas is het binnen die termijn niet gelukt. Eind februari vierde hij zijn eerste verjaardag en vanmiddag zaten wij nog aan de cake met slagroom en blauwe muisjes……
Zoals bij ieder kraambezoek namen we een zelfgebreid truitje/vestje mee én een boek.
Geen groot prentenboek deze keer, maar een boek met korte verhaaltjes en gedichtjes, bedoeld om voor te lezen voor het slapengaan. Het heet ‘Kleertjes uit, pyjamaatjes aan‘;
In deze bundel is een schat aan versjes en verhalen, liedjes en prenten te vinden. Over in bad gaan en voor het eerst op het potje, over een verloren lievelingsknuffel en over hoe het is om er een broertje of zusje bij te krijgen. Over de kinderboerderij, de speeltuin, verhuizen naar een nieuw kamertje en lekker door de plassen lopen. Van Dikkertje Dap tot Dikkie Dik,  van Pieter Konijn tot Nijntje en van In de maneschijn tot Jip en Janneke. Maar ook Berend Botje is niet vergeten.

Omdat Lucas al één jaar was, mocht hij het truitje gelijk passen. Het was nog iets te groot, maar het ging niet meer uit.
Hij scharrelde heerlijk om de tafel en de bank heen, druk taterend tegen ons, z’n loopfiets en de ballon. Wat heerlijk om zo’n kleintje even een poosje te observeren: de wankele stapjes, het geklim op de bank, het geconcentreerd in de luier poepen (met een starende blik en een rood hoofd) en het ge-utter van niets van de tafel mogen pakken en het toch doen.
Het boek was voor hem nog iets te moeilijk, maar er is nog tijd genoeg om voor te lezen.

We waren dus rijkelijk laat met dit ‘kraambezoek’, maar aan de andere kant waren we ook veel te vroeg: de mama en papa van Lucas krijgen namelijk over twee en een halve maand hun tweede kindje! Dus als het vestje te klein wordt, kan het zo doorschuiven naar nummer twee.

Reageren

7 maart: Braai’n.

Gistermiddag moest ik in het Martiniziekenhuis zijn voor een routine-onderzoek.
Laat in de middag, na m’n werk kwam ik in een wachtkamer met een ouder echtpaar en een man op leeftijd die alleen zat.
Ik was veel te vroeg voor m’n afspraak, dus ik installeerde me op een bankje met m’n breiwerk, een sok deze keer.
Die brei ik op vier pennen.

Het was stil in de wachtkamer.
Groningers hè?
Het getik van mijn pennen veroorzaakte wat onrust bij de dames die achter de balie zaten.
Eéntje kwam even kijken.
“Wat is dat toch steeds voor een getik?” Ik was het maar.

Weer stilte.
Opeens begon de vrouw van het echtpaar tegen haar man te praten.
“Heb ik vrouger ok wel daon, braai’n. Ok wel met vaair pennen.”
“Haoken ok wel.”
“Kon ik ok wel weer ’s doun’.
“D’r lig nog wel wat gaoren volgens mie, geel leuf ik.”

De vrouw praatte en de man knikte of zei hooguit “Hm.”.
Ze ging verder: “Mot ik wel eem zuiken waor ik dei pennen heb.”
“Kin ik wel een knikkerbuulegie haoken veur de kinder!”
De man was minder enthousiast dan de vrouw.
“Doe dust maor….”

Weer stilte. Toen werd het echtpaar opgeroepen naar de spreekkamer en bleef ik alleen met de meneer op leeftijd zitten.
Hij keek mij olijk over z’n bril aan en zei: “Ik ken naait braai’n…”.

Met z’n tweeën hadden we nog een geanimeerd gesprek.
Over keuring voor je rijbewijs als je ouder wordt.
Over door blijven werken na je 65e.
“Ik blief d’r nait bie zitten. In beweging, under de meinsken, daor blifst jong bie”.
Zo’n goed advies in het plat Gronings: mijn dag was helemaal goed!

Reageren

Pagina 220 van 301

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén