een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 219 van 309

6 juli: Vakantie in voormalig Oost Duitsland.

De afgelopen twee weken vierden Gerard en ik vakantie in Duitsland. We zaten 40 kilometer onder Berlijn in het plaatsje Ferch aan de Schwielowsee, daar hadden we een zomerhuisje gehuurd.

Het gebied onder Berlijn wordt gekenmerkt door meren, die allemaal horen bij de rivier de Havel, die later uitmondt in de Elbe; tot 1989 hoorde deze streek bij Oost Duitsland. We hadden onze eigen fietsen meegenomen en konden zo rustig de omgeving verkennen. Ook Duitsland neemt de fietser nu serieus: er waren mooie, brede fietspaden aangelegd langs de meren en we genoten van de sfeer op en rond het water. Je kon  trouwens precies zien wie de Nederlandse fietsers waren: hoge fietsen en geen helm…..

In het buitenland geniet ik zelfs van boodschappen doen: samen met Gerard door zo’n giga-supermarkt dwalen en proberen een maaltijd samen te stellen. Bij de nasi wilden we graag satésaus, maar dat kon ik niet vinden. Ik vroeg aan een winkelmeisje naar Erdnuss-sose. Ze herhaalde het woord met een vies gezicht en 10 vraagtekens boven haar hoofd. Ze bracht ons bij pindakaas; ze kennen helemaal geen satésaus in Duitsland! We namen de pindakaas mee, maar zelfs met de tips van internet om voor pindasaus wat knoflook, ketjap en kruiden aan de pindakaas  toe te voegen werd de saus niet zo lekker als thuis.
Volgende keer nemen we een potje Calvé mee.

We hadden twee weken prachtig weer en hebben een heerlijke vakantie gehad; gezwommen in het meer, gefietst door dorpjes en steden, gelezen, gepuzzeld, geborduurd en iedere avond spelletjes gedaan. En af en toe voetbal gekeken.

De komende weken zal ik af en toe iets schrijven over onze avonturen in o.a. Berlijn, Potsdam en rondom de Schwielowsee.  Morgen het eerste blog over slapen in een kasteel!

Reageren

4 juli: De vloek van Woestewolf.

Gisteren schreef ik dat wij af en toe als gezin een weekend naar Zevenhuizen gingen.
Er is één jeugdherinnering die onlosmakelijk verbonden is met zo’n weekend en dat is de kinder-televisie serie “De vloek van Woestewolf” uit 1974. Het was een 11- of 12 delige serie en het werd uitgezonden op zondagavond om 19.00 uur. Ik was 13 en zat iedere zondagavond gebiologeerd naar die serie te kijken.

Het verhaal was geschreven door Paul Biegel en het was super-de-puper-spannend.
Het draaide om een geheimzinnige ruïne van het kasteel van de Hertog van Woestewolf.
Slechts eens in de dertien jaar verrijst ’s nachts het kasteel weer op de rots. Spanning en sensatie: net iets voor mij, ik kon niet wachten tot het weer zondagavond was.
Meer weten over het verhaal? Hierbij een link naar de website van de Arnhemse Kinderboekwinkel >>>

Wat gebeurt er op de dag dat de laatste aflevering van ‘De vloek van Woestewolf’ wordt uitgezonden? Wij zijn dat weekend in Zevenhuizen en mijn ouders willen na het brood eten om 18.00 uur naar huis. In mijn beleving kon dat niet. Ik wilde eerst de laatste aflevering zien van ‘De vloek van Woestewolf’. Maar ik kon hoog springen of laag springen: vaders wil was wet.
Niemand had zulke stomme ouders als ik: mokkend zat ik op de achterbank.
Toen wist ik niet hoe het verhaal afliep; je had namelijk nog geen uitgesteld kijken en/of videorecorders.

Jaren later, Frea en Harriët zaten al op de basisschool, vond ik in de bibliotheek in Roden het boek ‘De vloek van Woestewolf’. Als een kind zo blij nam ik het mee en wist eindelijk hoe het afliep. Toen ik mijn vader vertelde dat ik nu eindelijk wist hoe de Vloek van Woestewolf was afgelopen en hoe gefrustreerd ik als 13-jarige was had hij geen idee waar ik het over had.
Als puber denk je dat je het middelpunt van het heelal bent.

Op internet vond ik een You Tube filmpje met de tune en de leader >>> van het programma. Toen ik de muziek terug hoorde zat ik weer als 13-jarige bij mijn (stomme!) ouders op de bank…

Reageren

3 juli: Oma Boelen.

In het blog van 16 mei besteedde ik aandacht aan mijn oma Vrieswijk. Daarin noemde ook al opa en oma Boelen, die in mijn jeugd in Zevenhuizen (Zuid Holland) woonden.

Vandaag staat oma Boelen in de schijnwerpers van mijn website. Hillechien Alting heette ze. Mijn moeder was haar zesde kind/derde dochter. In mijn kindertijd gingen we niet zo vaak naar opa en oma Boelen, omdat dat drie uur reizen was, maar áls we gingen was dat gelijk een heel weekend. We vertrokken dan laat in de vrijdagmiddag en als het mooi ging waren we er rond de koffie ’s avonds. Heerlijke weekenden waren het, want omdat we elkaar niet zo vaak zagen werd de tijd die we samen doorbrachten echt goed benut.
Ook was er dan altijd contact met mijn moeders jongste zus Lammie die in Bleiswijk woonde.
Op de foto links zien we oma met mijn broer op haar arm. Het is 1965 en opa en oma waren een weekend bij ons.

Oma had een zwaar leven gehad. Op haar 17e al getrouwd (moest…) en tien kinderen opgevoed in moeilijke omstandigheden. Het maakte dat ze toen ze ouder werd een wat zorgelijk type werd. Ze was altijd wat nerveus en had ook allerlei kleine lichamelijke ongemakken waar ze het regelmatig over had. Als ze ergens zorgen over had zei ze vaak: “Doar krieg het toch zo van op de senen…”. Zenuwen bedoelde ze. Toen mijn broertje wat ouder werd en wat meer meekreeg van wat grote mensen zeiden vroeg hij op een gegeven moment aan mijn moeder: “Mamme, wat bent ‘senen’?”

Met nicht Ina, een jaar jonger dan ik, ging ik vroeger vaak logeren bij opa en oma. Wat ik me nog goed herinner is dat wij dan in het schuurtje gingen ‘huussie speulen’. We kregen van oma dan een theeserviesje en een kan ranja mee, wat koekjes, snoepjes en pinda’s. Daar moesten we dan wel iets van bewaren, want opa en oma zouden later die  middag bij ons op visite komen. Ik hoor nog de schaterlach van oma toen ze ontdekten dat wij voor de visite nog een paar drupjes ranja en voor ieder van hen een halve pinda hadden bewaard……

Toen ik verkering kreeg met Gerard waren opa en oma inmiddels verhuisd naar een aanleunwoning in Emmen en daar zochten we hen op. Oma was zeer verguld met het feit dat de kleinkinderen zonder hun ouders bij hen op visite kwamen.
De foto van haar hiernaast heb ik die middag gemaakt.
Stralend kijkt ze in de camera.

Opa en oma waren altijd van de partij op verjaardagen en jubilea. Ze hebben genoten van hun grote gezin en van hun steeds maar uitdijende familie. Mijn moeder benadrukte altijd dat ze weliswaar in armoede was opgegroeid, maar dat er een warme familieband was en dat haar ouders altijd hun best hebben gedaan om er het beste van te maken.

Oma is overleden in 1981, ons huwelijk in 1983 heeft ze niet meer meegemaakt.
Nog altijd kook ik bonensoep en snert volgens haar recept.
Want oma Vrieswijk kon goed handwerken, maar oma Boelen kon heerlijk koken!

Reageren

30 juni: Nederlands, maar dan anders. (6)

En alweer heb ik genoeg taal-humor verzameld om een blog mee te vullen.
Schoonzus is met haar kleinzoon van drie aan het fietsen en in een weiland ontwaart hij een lammetje. “Kijk oma, een schaapetje!”
Datzelfde jongetje weet dat oma in Hoogersmilde woont.
“Waar wonen wij dan? ” vraagt hij aan zijn mama.
“In Roden.” Dan is het even stil; er wordt ernstig nagedacht.
“Ik woon eigenlijk liever in Groenen…. .”

Schoonzoon Cees zat met zijn dochter van zeven naar Studio Sport te kijken.
“Papa, wat betekent V.V.V.?”
“Venlose Voetbal Vereniging.”
“Wat?  Hebben die geen fans?”

Cees zelf vond laatst dat iemand een scheve schaats had gefietst.

In de warme week van eind mei verdraaide Bert Kranenbarg op Radio 5 een spreekwoord: “De mussen vallen gebraden van het dak.”

De grootste leverancier voor deze blog-serie is nog steeds Carlijn.
Laatst had ze iemand een geheel nieuw spreekwoord horen gebruiken.
De bedoeling was dat iets een beetje voorzichtig gezegd moest worden .
“We moeten alles op eierschalen gaan brengen”

De riemen bij het roeien leveren ook vaak mooie uitspraken op.
Een collega van Carlijn zei “Je moet het doen met de roeien die je hebt.”
Carlijn vertelt daarbij: “Dan denk je, ach, verspreking, maar nee… ”
“en ondanks dat we niet zoveel roeien hebben…..”

Een andere vriendin denkt dat er iemand het voortouw moet nemen: “Als er één schaap over ’t hek is ….”
Iemand anders twijfelde wel heel sterk aan iets: “Daar heb ik heel veel dubio’s bij.”
In het stageteam kwamen de studenten allerlei situaties tegen.
Soms was er zelfs sprake van ‘huishoudelijk geweld.’

Bij Gerard op het werk is er iemand die kennelijk vindt dat geld moet rollen.
“Toen rolde het kwartje!”
Verder is er één collega die nogal een zure kijk op het leven heeft. Het valt allemaal niet mee. Als er gebak bij de koffie is sombert hij: “Daar komt weer zo’n obesitas-bom voorbij.’
En heeft iemand de euvele moed om op saucijzenbroodjes te trakteren dan roept hij: “Komen ze weer langs met dat varkensvoer!”

Soms gaan uitspraken een eigen leven leiden.  Op een verjaardag bij mijn broer zei ooit eens iemand toen er een schaal met worst en spek voorbij kwam: “Nee,  ik eet vegetarisch. Ik hoef geen kadavertjes.” In ons gezin, waar de dames inmiddels allemaal vegetarisch eten wordt dit verhaal nog met regelmaat verteld, zo ook op een weekend met het koor waar Carlijn bij zingt.  Dat resulteerde erin dat bij de barbecue een frikadel ineens een kadaverstaaf genoemd werd.  Studentenhumor.

Klik hier >>> voor het blog Nederlands maar dan anders deel 5, daar vind je ook linken naar de delen 1 tm 4. En vergeet ook niet om af te toe te kijken op het instagram-account Treintaal, het is weer kostelijk. De mooiste? Mijn telefoon gaat nu echt naar de Filipijnen!

Reageren

29 juni: Grote zus

Mijn hele leven heb ik me afgevraagd hoe het zou zijn om een zus te hebben. In mijn kindertijd woonden mijn buurmeisjes/zusjes Greetje en Renéetje  naast ons en tegenover woonden overbuurmeisjes/zusjes Klaasje en Jannie. Ze hadden soms dezelfde overgooier aan, maar dan allebei een andere kleur. Met z’n tweeën hadden ze altijd iemand om mee te spelen, stoepballen bijvoorbeeld was in die tijd heel populair. Ook nicht Ina waar ik in die tijd heel veel mee optrok had twee zussen. Een zus leek me fantastisch, al bleek toen ik ouder werd dat een goede relatie tussen zussen niet vanzelfsprekend is. En gelukkig heb ik wel een broer met wie ik het inmiddels heel goed kan vinden, al was dat in onze kinder- en pubertijd beslist niet altijd zo.

In de loop van de jaren heb ik me er mee verzoend.  Inmiddels heb ik zeven schoonzussen en aantal vriendinnen met wie ik allemaal een klein ‘zussenstukje’ van mijn leven deel. Muziek,  boeken,  royalty, geschiedenis, een stadswandeling: regelmatig zoeken we elkaar op en hebben het leuk.

Maar nu ik ouder word is er toch een persoon in mijn leven die niet mijn zus is, maar qua

1962

genen het wel zou kunnen zijn: de zus van mijn vader, mijn tante Trijn. Zij is van 1945, ik van 1960. Zij was 13 jaar jonger dan mijn vader en was 15 toen ik geboren ben, ze zit als het ware tussen de generaties in. Als kind keek ik ontzettend tegen haar op;  ze had moderne kleren, hip haar, oorbellen, kettingen, nagellak en lange leren laarzen met een rits.  Ik keek altijd mijn ogen uit op haar kamer bij opa en oma in huis. Toen ze trouwde mocht ik haar bruidsmeisje zijn. Jarenlang was ze lievelingstante op afstand.  Eén keer per jaar kwam ze met man en zonen een dag bij ons en wij gingen ook een dag naar hen en

Bruidsmeisje

dan hadden we het erg gezellig, voor de rest zagen we elkaar op verjaardagen en familiedagen.

Toen mijn vader overleed veranderde er iets tussen ons. Zij had verdriet om haar grote  broer, ik om mijn vader en we waren daarin voor elkaar een klankbord.  Haar man begon te dementeren en ik zocht haar wat vaker op.  Dagje uit of even naar Emmen. Toen mijn moeder ziek werd en overleed waren we elkaars luisterend oor. Zij verloor een zeer geliefde schoonzus (die al in haar leven kwam toen ze nog maar 5 jaar was) en ik mijn moeder.

Deze revalidatieperiode heb ik tijd, dus een paar weken geleden zocht ik haar op.
Gewoon een dag bijpraten.
Net als met mijn kinderen en mijn vader ervaar ik met haar een vertrouwelijkheid die is er omdat we dezelfde genen hebben.
Ik spreek haar nog steeds aan als ’tante Trijn’.
Na meer dan vijftig jaar moet je dat niet meer willen veranderen.
Maar nu ik heb dan eindelijk toch een grote zus.

Reageren

28 juni: Hemmelen.

Oonze kinder praot gien Drents.
Wij hebt het ze niet leert, in de tied dat oonze wichter in Roden hen de legere schoele gungen was d’r gien kind dat de streektaol nog praotte.
Achterof is dat jammer, maor ’t is niet aans, wij kunt de tied niet trogge dreien en d’r bint wel slimmere dingen waor a’j spiet van kunt hebben.
Maor ze kunt het wel verstaon; Gerard en ik praot onderling Drents en in de familie- en vriendenkring wordt ok nog veurnamelijk in de streektaol communiceert.

Zo of en toe gebruukt oonze wichter ies een woord waoruut heur Drentse achtergrond naor veuren komp.
Carlijn zee tegen Wim dat ze eem gung  hemmelen.
“Wát ga je doen?!”

As wij an’t hemmelen gaot, dan ruum wij op wat veur haanden lig. Aanrecht leeg, doekie d’r over, jassen op de kapstok, kleren bij de was, rommel in de prullebak en alles wat in de weg lig weer trogge leggen op de plek waor as het heurt. Organieke plaats.

Het biezundere is dat Carlijn wel het woord hemmelen gebruukt,  maor het op zien Nederlaands uutsprek, terwijl het eigenlijk zol moeten klinken as hemmel’n.
Vind Gerard.
Taolpurist.
Maor ik heb liever dat ze an ’t hemmelen giet as an ’t ‘organizen’.

Reageren

27 juni: Organieke plaats

Vandaag gebruik ik even een klein stukje uit een vorig blog dat ik schreef onder de titel : Ordnung muss sein. (blog helemaal lezen? Zie 14 december >>>.)

Mijn broer en ik zijn opgevoed met structuur, orde en regelmaat.
“Ordnung muss sein!” riep mijn vader te pas en te onpas en hij had voor alles een vaste plaats.  Organieke plaats, noemde hij dat.
Als je iets kwijt was, dan was dat je eigen schuld, want dan had je het niet op de organieke plaats gelegd.  Als puber kwam de organieke plaats mij mijn neus uit, als huisvrouw en moeder heb ik het zelf ook ingevoerd.

Op de verjaardag van Harriët zaten we heerlijk te eten bij Ni Hao in Groningen met de dochters en hun aanhang.
Wij vervelen ons geen moment tijdens zo’n etentje. Ten eerste moet je om de klip klap opstaan om je eten op te halen en ten tweede zijn onze kinderen onderhoudende vertellers. Feestjes met studenten, avonturen in winkels, een foto-shoot voor een website (waarbij je dan de meest idiote bekken voorbij ziet komen): het is altijd gezellig.

2004

Die avond zat Carlijn te vertellen dat ze haar vriendin had geholpen die week.
Die ging verhuizen en moest haar huis opruimen maar het was een beetje een troep geworden. Nou is opruimen tegenwoordig niet meer het goede woord voor zoiets, dat heet nu ‘organizen’. Maar het is gewoon opruimen.
Carlijn ging dus organizen bij Annemarie.

“Weet je wat zo gek was? Annemarie heeft geen organieke plaats voor dingen.
Waar liggen je fotoalbums?
Ergens in de kast.
Waar heb je je knutselspullen altijd liggen?
Overal.”

Mijn vader zou zo trots zijn als een aap met zeven staarten.
Zijn kleindochter die haar vriendin wijst op de noodzaak van een organieke plaats voor je spullen.

Reageren

26 juni: Zuster Anna.

Het theater Bij Vrijdag in Groningen: ik had er nog nooit van gehoord. Van dochter Carlijn kregen we een uitnodiging om zaterdagavond 23 juni te komen kijken naar de musical ‘After ever after’ (na lang en gelukkig)  van het koor waar ze bij zingt. Het is een studentenkoor met de naam Bathroom Scenario. Een aantal leden had het onderwerp voor dit spektakel zelf bedacht en het script zelf geschreven. Het toneel werd bevolkt door Disneyfiguren uit de wereldberoemde films; ze zaten in een rusthuis en werden bewaakt door vier doorgewinterde verpleegsters.

We zagen o.a. Yasmine; diep teleurgesteld want Alladdin was er met de geest vandoor gegaan. Verder maakten we kennis met een in alcohol gedrenkte kapitein Haak, verteerd door haat voor ‘die Pan’, Klaas Vaak, de kleine zeemeermin Ariël en Doornroosje Aurora. Ook was de narcistische Prince Charming uit Shrek aanwezig. Mickey Mouse zat ook in het rusthuis; bij onze kinderen was hij vroeger, naast Tokkie Tor, de minst populaire figuur uit de Donald Duck. Ook nu was hij weer het braafste jongetje van de klas: in ruil voor blokjes kaas verklikte hij zijn vrienden bij de zusters. Toen de hele Disneyclub uitbrak en het huis ontvluchtte, zat hij nog in zijn eentje op de bank blokjes kaas te eten. Schijtmuis.

Het verhaal was vernuftig opgebouwd rondom het repertoire van het koor tot nu toe; op die manier konden ze zich toeleggen op het toneel, de liedjes zaten er al in. Carlijn speelde zuster Anna. Samen met haar collega’s hield ze een totalitair regime in stand: de arme tekenfilmfiguren mochten alleen maar praten als ze iets gevraagd werd, kregen regelmatig stroomstoten toegediend en moesten voor het kleinste vergrijp voor straf schoonmaken.

We hebben genoten van de avond. Vooral het zingen was erg leuk; soms was de verhaallijn wel wat vergezocht om een bepaald lied te kunnen zingen, maar Killer Queen bijvoorbeeld had ik niet willen missen. Verder hoorden we ondermeer ‘Happy together’,  ‘Mister Sandman’,  ‘Homeless’ en ‘Angel’.  Het was erg leuk om Carlijn en haar collegazangers zo in hun element te zien: het plezier spatte er van af. Bathroom Scenario zingt uitsluitend meerstemmig,  a capella uitgevoerd in mooie arrangementen. In september beginnen ze weer met repeteren.  Ben je in de gelegenheid, ga ze dan eens beluisteren, het is erg aangenaam voor de oren; enthousiaste jonge mensen met dito stemmen!

Hierbij een link https://bathroomscenario.wordpress.com  naar hun website.

Reageren

24 juni: De nieuwe mode van Oranje.

Vorig jaar beloofde ik mijn tante Trijn een mooi boek voor haar verjaardag in september.  Een boek waarvan ik zeker wist dat we allebei hėėl mooi vonden: ‘De nieuwe mode van Oranje’ van Els Smit.  Maar het kwam er eerst even niet van: mijn moeder werd ziek en overleed en begin dit jaar belandde ik in het ziekenhuis.

Toen ik weer mocht autorijden was één van de eerste reizen die ik maakte de autorit naar Klazienaveen. Met het beloofde boek mooi ingepakt in cadeaupapier. Het was maar goed dat het was ingepakt,  anders had ik het die avond voor mijn bezoek aan tante Trijn al gedeeltelijk gelezen. Waarom was ik zo zeker dat dit boek een schot in de roos was?
Dit stond er over op de website van de uitgever:

Koningin Máxima zit na een werkbezoek nog niet in de auto of de hele wereld weet wat ze draagt, wie het heeft gemaakt en wat het heeft gekost. De afgelopen tien jaar is de wereld door de komst van internet in duizelingwekkend tempo veranderd. Net als iedereen kreeg het Koninklijk Huis met de enorme impact van de nieuwe media te maken. Doordat foto’s en bewegend beeld zo belangrijk zijn geworden, gaat de aandacht nog meer dan voorheen uit naar de kleding en de juwelen van het koningspaar en de prinsessen. Ondanks al die informatie worden de grote lijnen van het koninklijke kledinggedrag echter zelden of nooit beschreven. In De nieuwe mode van Oranje gebeurt dit wel.

Bovendien geeft een groot aantal designers van koninklijke kleding een inkijkje in hun wereld, waarin ze zelf soms supersterren zijn. Exclusieve archiefstukken, verhalen over inspiratiebronnen en schitterende foto’s maken van De nieuwe mode van Oranje een bron van nieuwe informatie. De huidige koninklijke familie staat in dit boek centraal, maar er zijn ook verwijzingen naar de kleding en de juwelen van vorige generaties. Koninklijke kleding is de moeite waard om van dichtbij te bekijken. Detailfoto’s en stofstaaltjes leveren een nieuw en vaak ontroerend beeld van het exquise handwerk van de ontwerpers.

We moesten ons die dag dat ze het boek uitpakte allebei bedapperen om niet alvast te beginnen met lezen. En plaatjes kijken. We keken het even in, waren het er roerend  over eens dat dit voor een royaltyfan een topcadeau was en legden het weg, op de eettafel.
Maar ging één van ons even naar het toilet, dan stond de ander al weer met het boek in de handen.

Toen ik haar na de terugreis naar Roden belde om te zeggen dat ik goed overgekomen was in de spits (over de Hunebedhighway) vertelde ze dat ze het hele uur al in het boek had zitten lezen.
Ik kan niet wachten tot ze het uit heeft.

Reageren

22 juni: Italiaans. Op mijn verzoek….

Voor de laatste keer waren Gerard en ik bij het seizoen-afsluitende etentje van de ZWO; Gerard legde gisteravond het voorzitterschap neer. Vanaf september heeft hij een nieuwe vrijwilligersbaan als voorzitter van de kerkenraad.  In voorgaande jaren jaar schreef ik het volgende over deze avond:

Ieder jaar wordt er een land uitgekozen en worden er gerechten voorgesteld uit dat land die je zou kunnen maken.
We kregen een lijst met gerechten en ik mocht kiezen wat ik wilde maken.
“Afrikaans. Wat ja weer lastig.” zei ik tegen Gerard “wanneer hebben jullie eens een project in Italië of Duitsland of zo….” Dan weet ik wel wat ik moet kiezen. Pasta met kip en pesto. Sauerkraut mit Bratwurst. (zie voor de rest van dit blog 15 juli 2017 >>>)

En ja hoor: na jaren zeer moeilijk buitenlands eten had men nu gekozen voor Italiaans. Dat kan ik!  Alleen de ZWO-leden hadden in hun wijsheid besloten dat wij dit jaar waren vrijgesteld van het meebrengen van voedsel.  Of wij voor Prosecco konden zorgen?  Tuurlijk.

Het was allemaal heerlijk wat de ZWO-leden hadden bereid.  Tomatensoep,  broccoli soep,  bruschetta met tomaat,  lasagne, pastasalade,  fruitsalade, tagliatelle met courgette en gorgonzola, pizza: allemaal Italiaans. De tagliatelle was nieuw voor mij en ik was wel benieuwd naar het recept: wij hebben ’s zomers veel courgettes in de tuin en ik ben blij met ieder nieuw kook-idee met courgette. Na afloop vroeg ik kok Ben (de man van Mathilde) naar het recept.

…. kopietje…..

Alsof er geen internet bestaat haalde Ben een boek uit een rij kookboeken, ‘Het grote Vegetarische kookboek’ heette het; hij draaide voor mij even een kopietje (!) uit.  Daar weet ik wel raad mee hoor,  want op mijn aanrecht staat sinds jaar en dag een blauwe A4-map vol met kopietjes en recepten uit tijdschriften.

Onze courgetteplanten doen het goed,  maar oogsten duurt nog even.  Maar als we courgettes krijgen dan ga ik dit recept uitproberen.

Nodig:
– 30 gram boter
– 1 teentje knofloof
– 1 dl witte wijn
– 100 gram gorgonzola, verkruimeld
– 3 dl room
– mespunt zwarte peper
– 500 gram witte of groene tagliatelle
– 2-3 eetlepels versgeraspte Parmezaanze kaas
– beetje peterselie om te gareneren

1. Smelt de boter in een braadpan, Voeg courgette en knoflook toe e bak tot de courgette gaar is, Roer, wijn, kaas, room en peper erdoor. Laat alles 10 minuten sudderen.
2. Kook de tagliatelle in 6-8 minuten beetgaar. Spoel hem af onder de warme kraan en laat hem uitlekken.
3. Stort de pasta weer in de pan. Voeg de saus toe en verwarm de pasta nog een keer een paar minuten. Bestrooi hem met Parmezaanse kaas en peterselie en serveer.

Punt 3 werd gisteravond door Ben en Mathilde niet uitgevoerd. We kregen een lepel tagliatelle op ons bord met daarop een lepel courgette met saus. De Parmezaans kaas en peterselie werden apart in schaaltjes op tafel gezet.

Ik hoop dat de slakken onze courgetteplanten met rust laten…..

Reageren

Pagina 219 van 309

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén