een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 81 van 301

18 mei: Met de bus?!?

Karel Stegeman,  dirigent van onze cantorij,  doet zondag examen voor zijn opleiding koordirectie. Al zijn koren (4) zijn uitgenodigd om daar bij te zijn en aan het eind van dat examen voeren we met alle koorleden (100) een toegift uit: ’the Irish blessing /Untill we meet again’ in een bewerking van Karel himself.

Woensdagavond was er een repetitie in de Lutherse kerk in Groningen. Ik wilde eerst met de auto maar andere cantorijleden vonden dat we veel beter met de bus konden gaan “dat kan tegenwoordig gewoon met je bankpas!”
Dat ging ik beleven.
Handig man. BLIEP: ingecheckt.
We waren net bij de 1e rotonde toen we een vreselijke knal hoorden. Een bom? Vuurwerk?
Maar nee, de bus had een klapband. We moesten uitstappen en wachten op de volgende bus.
BLIEP: uitgecheckt.
Rond 7 uur was het pas BLIEP: ingecheckt en om vijf voor half 8 stapten we uitgebliept uit op het hoofdstation.
We waren mooi op tijd vertrokken, maar nu moesten we haasten.
We hadden op tijd kunnen zijn, ware het niet dat we niet rechts gingen maar links zodat we met gezwinde pas door Nieuwstad liepen.
Ben je niet bekend in Groningen? Iets met rode lichtjes. Was ik nog nooit geweest…. ik keek maar gewoon recht vooruit en voelde me echt een ‘provincie-Aaltje’.

We waren precies op tijd voor de repetitie.
Zondag was er ook al een  repetitie geweest, maar toen kon ik niet.
Een alt van onze cantorij vertelde: “Stond ik daar tussen twee van die prachtig zingende jonge alten, ééntje had zo’n  neusringetje in!”
Dat heeft niemand op ons koor…
Het podium stond al mooi vol; Saakje en ik wurmden ons tussen de bassen en de alten in op de achterst altenrij.
Op ons eigen koor zitten maar 4 bassen, nu werden we bijna omver geblazen: wat veel mannen!
En ook heel veel alten; en jonge sopranen die heel hoog konden.
De tenoren, die op de cantorij altijd zachter moeten zingen, konden wij nu door de massale baspartij amper horen.
Wat een sensatie was het om met zoveel mensen samen vierstemmig te zingen onder begeleiding  van orgel, violen en fluit.
Het halve uurtje was jammer genoeg maar zo om, wat mij betreft hadden we nog een uur gezongen.

Karel stond bij het orgel te dirigeren en was zichtbaar in zijn element.
Hij gaat vast slagen voor zijn examen.
Wat mij betreft Cum Laude.
Maar ik ben bevooroordeeld.

Reageren

16 mei: Komt u voor ‘kunst’ of ‘kerk’?

Het ‘seizoen’ is weer begonnen: afgelopen zondag was ik voor het eerst dit jaar weer gastvrouw in de Catharinakerk.
Dit keer geen ’toeristendienst’. Onze kerk was opgenomen in de Open Atelierroute van het kunstenaarscollectief VerKuNo*; schilder Hans van der Mark had zijn werken opgehangen op schermen langs de zijmuren.
De meeste bezoekers die op zo’n middag binnenwandelen komen voor de kunst en lopen met een papier met informatie bij de panelen langs.
Af en toe maak ik een rondje in de kerk en bied de aanwezigen een pepermuntje aan.
Een vrijblijvende manier van contact: mensen zien dat ik een ‘gastvrouw-badge’ op heb dus als men iets wil vragen dan kan dat.

Tussendoor zit ik met mijn breiwerkje op de achterste rij onder het orgel, zorg voor thee en heb het gezellig met deze en gene die even naast mij komt zitten.
Maar ik zat niet zoveel die middag.
Er kwam een aantal vragen over de connectie tussen de bewoners van de Mensinge en de kerk, over de gemetselde cryptes die zichtbaar zijn door een glazen plaat en over de witte pleisterlaag: waarom zit die niet in deze kerk?

Er was een mevrouw die al een poosje weduwe was en haar man erg miste.
Dan gaat het niet om de kerk en ook niet om de kunst, maar om een luisterend oor.
Verder was er een meneer die erg geïnteresseerd was in de huidige kerkgemeenschap. “Wordt hier nog gekerkt?” Toen ik hem vroeg naar zijn kerk-verleden wilde hij een verhaal beginnen, maar hij werd gehinderd door aan de ene kant de pepermunt en aan de andere kant een loszittend kunstgebit…. ik moet mensen ook niet eerst een grote Wilhelmina-pepermunt geven en daarna vragen gaan stellen.

Er was ook tijd genoeg voor een praatje met schilder Hans wiens werk in de kerk hing.
Toen ik hem vroeg naar wat hij zelf het mooiste/bijzonderste werk vond nam hij mij mee naar een schilderij dat qua opbouw en materiaal heel ingewikkeld was geweest, daar had hij zelf ook heel veel plezier aan beleefd. Het heet ‘Look out from hidden spot‘.
Dit staat er over zijn werk op zijn eigen website:

Mijn werken zijn kenmerkend door de intensieve zoektocht naar allerlei materialen, gereedschappen en technieken.
Ik werk al schrapend, schurend, wegvegend, spoelend en snijdend.
Het toepassen van ongebruikelijke materialen uit de omgeving, doeken tegen elkaar aan te plakken en weer los te laten karakteriseren mijn werkwijze.
Toeval en gestuurde actie gaan hand in hand in mijn werken op doek, papier, karton, paneel en board.

Meer weten? Hierbij een link naar zijn website.
Hij was enthousiast over het kerkgebouw: ”Het is een eeuwenoud gebouw, maar de inrichting is modern; daar past mijn kunst heel goed bij!”

Toen ik even na vijven thuis kwam was Gerard al weer terug van de wedstrijd Groningen-Ajax.
Die had in totaal maar 9 minuten geduurd…..

Meer weten over VerKuNo? Hierbij een link naar hun website.

Reageren

15 mei: Theo, Erwin en Catharina.

In de winter vlogen de energieprijzen omhoog, dat heeft menigeen gevoeld in de portemonnee.
Ook in onze kerken liepen we tegen de hoge gasprijs aan, daarom heeft de kerkenraad besloten om na kerst drie maanden niet in de Catharinakerk bij elkaar te komen voor de vieringen.
Dat speet mij, want ik ‘kerk’ het liefst op de Brink.
Maar gelukkig: vanaf april worden de kerkgebouwen weer om en om gebruikt.
Het was jammer dat wij er in april niet bij konden zijn, gistermorgen was voor ons weer de eerste keer.

Hinsz-orgel in de Catharinakerk Roden

We hadden een mooie combinatie: Theo van Beijeren was onze voorganger en Erwin Wiersinga organist,  het oude gebouw deed de rest.
In de overdenking stelde de dominee vragen als ‘Wat stellen wij (als christenen) nog voor?’ en ‘Hoe stellen wij ons op?’
Wat laten wij in het dagelijks leven zien van ons geloof?
In dit verband noemde de predikant de Belgische psychiater Dirk de Wachter; hij hielp veel mensen met problemen maar werd ook zelf ernstig ziek. Daarna vroeg men hem: “Wat heeft jou geholpen, wat troostte je in de ellende?”
“De ander” was zijn antwoord. “De verpleegkundige, de poetsvrouw, mijn gezins/familieleden en vrienden”.
Het veranderde de situatie niet maar het hielp hem er door heen.
De door Jezus beloofde heilige geest wordt ook wel ‘de trooster’ genoemd.
De Ander met een hoofdletter werkt door al die anderen die om De Wachter heen stonden en boden hem liefde, aandacht en troost.

Dit was maar een klein onderdeel van de overdenking, want het ging ook over uitkomen voor je geloof.
Wat zeg je als mensen vragen waarom je eigenlijk nog naar de kerk gaat?
Wat doe je als op je werk een collega gepest wordt?
De laatste zin van de overdenking was: ‘…..als wij zelf maar leesbare brieven van Christus zijn. Amen.’
Sommigen vonden dat wat een abrupt einde, maar het bleef wel in mijn gedachten haken.

Wat ook bleef hangen na deze viering waren de omfloerste klanken van het historische Hinszorgel.
Na maanden orgelspel tijdens de viering in Op de Helte was het spel van Erwin vanmorgen weer een streling voor het oor en zorgde na de preek voor tranen van ontroering.
We zongen mooie, bekende liederen die steeds vooraf werden gegaan door een klinkend voorspel.

Mocht je mij de vraag stellen ‘Waarom ga jij eigenlijk nog naar de kerk?’ dan geeft dit blog antwoord op die vraag.
Zondagmorgen: een moment van reflectie op de week die achter ons ligt en een vooruitblik op de week die komen gaat.
Mijn dankbaarheid en mijn zorgen kan ik benoemen in de gebeden en we horen een goed verhaal om over na te denken.
Deze week waren het Theo, Erwin en Catharina die mijn zondagse viering glans en inhoud gaven.
Maar een volgende keer zijn het Sijbrand of Walter, Arjan of Ad; iedere zondag zien en spreken we andere gemeenteleden en ook op andere momenten door de week (cantorij bijvoorbeeld) zijn er ontmoetingen met ‘de ander’.
Al dan niet met een hoofdletter.

Reageren

14 mei: “O kijk! Die bril!”

Het was niet zo dat wij als Royalty Gezusters (klik op de foto voor een vergroting) Paleis Het Loo nog nooit gezien hadden.
We waren er allemaal al een keer geweest en hebben daar in het verleden verschillende tentoonstellingen bezocht (o.a. Ingehuldigd, zie: Oranje en Blauw Bloed).
Koning Willem-Alexander heeft in april Paleis Het Loo officieel heropend; na een verbouwing van vijf jaar is het museum flink uitgebreid, maar dat zie je niet direct, de uitbreiding zit ‘verstopt’ onder het voorplein. In het programma Blauw Bloed hadden we de fantastische openingsceremonie gezien en we waren heel benieuwd.

Tegenwoordig kun je online alles al regelen: ik reserveerde 4 toegangskaarten voor vrijdag 12 mei en een parkeerticket geregistreerd op kenteken. Bij de parkeerplaats was een nieuwe ontvangsthal,  maar wij hadden al kaartjes en mochten doorlopen.
Dat lopen gaat bij twee van ons niet meer zo goed en traplopen is een probleem vanwege rug, knieën en heupen.
Het eerst probleem, 500 meter wandelen naar het paleis, werd opgelost door een golfkarretje met 10 zitplaatsen dat je naar het paleis reed, waar tante Trijn en Ali gebruik van maakten. Daar kom je in een nieuwe ingang en neem je de trap naar beneden naar het nieuwe ondergrondse gedeelte.

Het paleis is gebouwd door stadhouder/prins Willem III en zijn vrouw Mary Stuart.
Zij kochten ‘het Oude Loo’ aan en bouwden er een luxe jachtslot bij.
Tijdens de museumroute ‘Willem & Mary’ leerden we veel over de eerste bewoners:  hun slaapkamers, hun ontvangst kamers, hun leven en hun koningschap in Engeland. Ondertussen liepen we langs prachtig ingerichte kamers met mooi behang, kroonluchters en dikke gordijnen, die je eigenlijk beter ‘draperieën’ kon noemen, zo mooi waren ze neergehangen.

Daarna volgden we de routes ‘het huis van Wilhelmina’ en ‘Thuis bij de Oranjes’.
We keken onze ogen uit. We weten alle vier best al veel over de Oranjes met name de periode van de koninginnen,  dus we herkenden veel.
Ieder lid van de koninklijke familie tot en met Juliana & Bernard had een eigen ‘kamer’ waar hun spullen stonden; wat een genot om daar met vier ‘kenners’ langs te lopen en de bijzonderheden te benoemen.
We hadden van te voren allemaal de ‘Loo-app’ gedownload, maar dat was geen succes.  Ik koos op mijn telefoon voor de tekstversie van de rondleiding: daarmee kregen we per kamer de basisinfo en dat was genoeg.

Na de lunch bezochten we nog de tentoonstelling de Oranjes: hier werd een groot aantal bijzondere historische objecten getoond aan de hand waarvan het verhaal van de Oranjes in grote lijnen wordt verteld met foto’s en video’s. Men gaat in op het ontstaan van het koningshuis en de verschillende levensfases van de Oranjes als stadhouders, koningen en koninginnen.
“O kijk! Die bril!’
Met elkaar stonden we bij de iconische vlinderbril van Juliana.
Wat een feest! Ik ga het hier niet allemaal beschrijven: op de website Historiek vond ik een heel mooi artikel waar de tentoonstelling, mét foto’s, wordt beschreven, hierbij een link.

Wat we allemaal beleefden vrijdag past niet in één blog, er volgt dus nog een deel 2 over trappen & liften, een kelderkeukentje en natuurlijk: de tuin!
Hierbij alvast een link naar de website van Paleis het Loo

Reageren

12 mei: Nederlands maar dan anders (28)

Het uitspreken en schrijven van onze Nederlandse taal gebeurt niet altijd foutloos.
Dankzij mijn ‘leveranciers’ (dochters, collega’s, familie) heb ik weer genoeg items voor een nieuw blog in deze serie.

Gerard vertelde over een aantal bouwvakkers dat bezig was om een woning te versterken naar aanleiding van aardbevingsschade. De eigenaren waren zo kritisch dat de harde werkers er geen zin meer aan hadden.
De projectleider zei hierover: “De mannen zijn door alle kritiek niet meer zo gemotiveerd; ze laten het bijltje er bij hangen.”

…voortouw….

De Boeren Burger Beweging heeft bij de Provinciale verkiezingen heel veel zetels gewonnen.
In een radio-uitzending wordt een politicus van het CDA bevraagd.
Hij vindt “dat de BBB het voortouw moet gaan trekken.”

Onze Engelse schoonzoon heeft het Nederlands al prima onder de knie, maar op Gran Canaria werd hij nog weer even hartelijk uitgelachen.
Het ging over het stukje grond onder de ligstoel waar hij zijn spulletjes had liggen. “Op deze vierkante foot mag ik dat zelf bepalen.”

Aan het eind van ‘De week van Arbeidsvitaminen’ verwart Hans Schiffers ‘zetten’ met ‘zuigen’: “De week is nog niet afgelopen, vanavond om 20.00 uur zetten we er een punt aan!”

Frea had ergens gehoord dat iemand wat steun nodig had.
“We moeten hem even een duwtje in de rug steken.”

Carlijn had nog weer een nieuwe versie van het spreekwoord met de kam en het scheren gehoord: “Die worden allemaal over één kaart gescheerd’.

Een collega van een andere afdeling kwam bij ons re-integreren.
Weer in het ritme komen, wat administratieve dingen doen en iedere week wat meer uren zodat ze terug kon in haar oude baan.
Maar dat ging niet gebeuren, ze rook onraad na een telefoontje van haar teamleider.
Ik zou het ‘stront aan de knikker’ noemen,  maar zij omschreef het als “Er was mot aan de kegel’.

In de Linda las ik een artikel over Amalia en dat ze later koningin van ons land wordt.
“Ze heeft zich berust in haar lot.”
Dat wordt dan geschreven door een journalist die er voor betaald wordt.

Een collega vertelt over iemand bij haar vorige werkgever, die erg veel fouten maakte in haar werk.
“Er vielen mij steeds meer steekjes op…..” vertelde ze. Die die collega had laten vallen denk ik.
Andere collega ergert zich aan iemand die niet ziek is en toch niet aan het werk gaat: “Dat is toch teren op de baas zijn zaak!”

Collega Petronet had in een filmpje op Instagram het volgende gehoord: “Jullie zullen wel nieuwsgierig zijn, ik zal even een tipje van de sluier omhoog doen.”

Op de televisie werd een coach van een voetbalclub geïnterviewd.
Het elftal had zich toegelegd op een andere manier van voetballen.
“Deze nieuwe speelwijze heeft ons heel veel windeieren opgeleverd!

Uit het programma ‘Lang leve de liefde’ kreeg nog weer een mooie verspreking opgestuurd:
“Ja, mensen die mij kennen weten dat de vork anders in de kee… eh..eh… stok zit.”

Ook ‘Nederlands-maar-dan-anders’ gehoord in jouw omgeving?
Of iemand een spreekwoord horen gebruiken met een hoog ‘klok&klepel’-gehalte?
Laat het mij even weten.
Klik hier voor het blog Nederlands maar dan anders deel 27, van daaruit kun je doorlinken naar voorgaande blogs in deze serie.

Reageren

11 mei: 4000 weken.

Vorige maand keken we naar een Andere Tijden special over het ‘Huis van de toekomst’ van Chriet Titulaar.
Veel van wat in dat huis in de jaren ’80 als futuristisch werd voorgesteld is in onze maatschappij al heel gewoon, zoals bijvoorbeeld beeld-bellen en  spraakgestuurde apparatuur.
Dertig jaar geleden dacht men dat we met al die robots en elektrische apparaten heel veel tijd over zouden houden.
Dat is ook zo, maar we ervaren het niet zo, omdat die gewonnen tijd grotendeels wordt opgeslokt door onze mobiele telefoon.
“We verspillen heel veel tijd met kijken op onze schermen” zei een deskundige in die uitzending “terwijl tijd het belangrijkste is wat we hebben als mensen. We verkwanselen de tijd, terwijl we als mens maar zo’n 4000 weken hebben.”

O?
4000 weken?
“Ach, ik ben maar een weekje weg” zei ik tegen mijn collega’s half april  “ik ben er zo weer, de weken vliegen immers voorbij… !”
Het begrip 4000 weken bleef me die dagen daarna bezig houden. Internet leerde me dat het de titel is van een boek over time management.  Als we dat boek lezen, gaan we heel anders naar de tijd kijken en daarna ziet ons leven er heel anders uit.

Ik weet het niet.
Wat mij echt anders met mijn tijd heeft doen omgaan waren de hartproblemen die zich in 2002 manifesteerden, met name de gesprekken die toen plaatsvonden met de revalidatie-begeleiding en met dominee Bart Elbert.
Het worstelen met de antwoorden op vragen als: “Stel dat je het niet had overleefd, heb je het dan in je leven goed gedaan?”
“Hoeveel tijd besteed je nu eigenlijk écht aan jezelf?”
“Wat is voor jou het belangrijkste in het leven?”
“Al die dingen die moeten volgens jou, van wie moet dat eigenlijk?”
En dat keer 6, want de problemen beperkten zich niet tot één keer.

Inmiddels ben ik twintig jaar verder.
In het kader van de 4000 weken heb ik er nog ongeveer 1000 over.
Maar zo werkt het niet, want het is niet iets waar je recht op hebt.
‘Niemand weet hoe laat het is’ zingt Youp van ’t Hek in een lied dat mooi aansluit bij dit blog.
Een opvallende zin uit dat lied is ‘Tijd is toch geld, dus het leven is duur’.
Het lied emotioneert me, het raakt een open zenuw.
Altijd vecht ik tegen de angst van een dreigend infarct. Ik probeer te leven met de dag en te genieten van alles wat me ten deel valt; maar tijd is toch geld en het leven is duur.
Maar het is ook juist dit lied dat me helpt, omdat Van ’t Hek constateert dat juist die angst maakt dat je bewust leeft en probeert er een feest van te maken.

Mijn advies: vier het leven.
Je weet immers niet hoeveel weken je nog hebt.

Over bovengenoemd lied van Youp van ’t Hek schreef ik al eens blog, hierbij een link naar dat verhaal.
Daar vind je volledige tekst en een link naar een You Tube-video.

Reageren

10 mei: ’t Pad.

Toen ik afsprak met Coby voor een bezoek aan haar stageplek (zie blog gisteren) hoopte ik dat ik op de fiets kon.
Nederland was dinsdag voor een groot deel regenachtig, maar in het noordoosten bleef het tot na de middag droog, dus ik kon de auto op de oprit laten staan.
Op de heenweg fietste ik door de dorpjes Nietap (nog net in Drenthe), Leek, Tolbert, Niebert en Nuis in de provincie Groningen.
In ieder dorpje  staat een klein kerkje met daaromheen een net zo klein kerkhofje.
En tussen de dorpjes in geen weidse uitzichten over de weilanden, maar lintbebouwing aan weerskanten van de weg.
Mooie tuinen met bloeiende voorjaarsbloemen en uitbundige bloesem aan de bomen.
Het regende nog niet en het voelde haast een beetje broeierig aan, het was een graad of 16.

Voor ik terugfietste wilde ik nog even kijken bij de Coendersborg die er ook prachtig bij lag.
Voor die borg langs loopt een oud pad, in de volksmond ’t Pad genoemd.
Op de website ‘de verhalen van Groningen’ vond ik een mooi artikel over dit pad onder de titel ‘Wandelen door de geschiedenis‘.
Maar je kunt er ook langs fietsen en dat deed ik.

Je komt langs oude boerderijen (soms moet je zelfs even bij iemand over het erf), over bruggetjes en langs akkers, bossen en singels.
Het is maar een smal pad, dus als je iemand tegenkomt moet je van de fiets af.
Niet dat je op dinsdag rond de middag veel mensen tegenkomt, hoor: welgeteld één wandelaar en iemand van de gemeente met een brullende maaimachine.
Op de route ligt het Iwema Steenhuis dat dateert uit 1400; het is het enige overgebleven steenhuis in Groningen.

Het was dat er niemand met mij meefietste om tegen te jubelen, maar anders had ik dat beslist gedaan: wat een heerlijke fietstocht!
En ook op de terugweg nog steeds in dat zwoele ‘er-komt-een-heleboel-regen-aan’-weer dat ik hierboven beschreef.
In de weilanden veulentjes van een paar dagen oud op van die bibberbeentjes, lammetjes en herkauwende koeien die je loom nastaren.
En ooievaars, die druk zijn met hun jongen in een nest op een hoge paal.
Met in mijn achterhoofd de gedachte dat dit pad de oudste verbindingsweg is over een zandrug  van Tolbert naar Marum; hoeveel voetstappen liggen hier al?

Een ochtend geschiedenis snuiven op mijn vrije dag: ik heb geen drugs nodig om even ‘high’ te worden…..

Reageren

9 mei: Handen op de rug.

Drie jaar geleden stond ik voor het hek van het Noordelijk Archeologisch Depot (NAD) in Nuis.
Ik had de Coendersborg gevonden en had gelezen dat dat depot daar in de buurt zat; maar het hek was dicht en het was maar één dag in de week open: op woensdag.
Mijn werkdag.

Een bezoek aan NAD stond nog altijd wel op mijn verlanglijstje en dit voorjaar deed zich ineens een buitenkansje voor: nicht Coby, student Archeologie in Groningen, ging stage lopen in Nuis.
“Mag ik dan een keer bij je langs komen?”

… plastic zakjes, gevuld met kleine vondsten….

Maar natuurlijk. En dat kon gelukkig ook op een dinsdag, mijn vrije dag.
Om 09.30 uur zat ik vanmorgen al op de fiets, om 10.15 uur zat ik samen met Coby en haar collega’s aan de koffie.

Het bezoek overtrof mijn verwachtingen.
Het NAD is een soort opslagruimte voor archeologische vondsten en onderzoeksdocumentatie van en uit de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Coby nam me eerst mee naar de publieksruimte waar ook drie klimaatkamers waren, waar specifieke materialen bij een bepaalde temperatuur bewaard worden. Dan moet je denken aan metalen (zwaarden, munten, spijkers enzo) en organisch materiaal, zoals houten putten, boten en bouwmaterialen.

Het is alsof je in een heel groot archief loopt.
Lopend langs de kasten zag ik een plankje uit een eeuwenoude veenweg, een urn uit de klokbekercultuur en een kaart van hoe Nederland er uitzag 800 jaar na Christus.
Verder kwam ik het geraamte tegen van iemand die was opgehangen in de 3e eeuw voor Christus en even verderop was een kastplank vol houten wagenwielen.

En toen hadden we nog maar één gebouw gehad, want daarnaast zijn er nog twee loodsen!
Grote wandkasten met dozen, maar ook uitgestalde vondsten.
Stellingen vol potten, urnen en aardewerk, waarbij je aan de vorm of de versiering kunt zien uit welke tijd het stamt.
Dozen vol met plastic zakjes gevuld met kleine vondsten, waarvan al wel bekend is waar het is gevonden, maar waarvan nog niet is uitgezocht wat het is, waar het onderdeel van heeft uitgemaakt en hoe oud het precies is.
En dat is wat Coby daar als stagiair doet: op haar bureau staat een doos met archeologische vondsten waarvan ze bovenstaande informatie moet proberen te achterhalen.
Ze heeft beschikking over vakliteratuur en internet.
Een voorbeeld: ze had een stempel gevonden (zie afbeelding rechts)  die vroeger werd gebruikt door mensen van enige importantie.
Zo’n stempel gebruikte je om een brief met lak te verzegelen.
Zij had uitgezocht bij welke persoon deze stempel hoorde: het was iemand uit Baflo, die in andere oude geschriften was genoemd.
Als je goed kijkt zie je in het midden de adelaar zoals die wordt afgebeeld in de heraldiek.

Ik voelde me als een kind in een speelgoedwinkel.
Zie je me lopen?
Handen dwangmatig op de rug om maar niet overal aan te zitten…….

Hierbij een link naar de website van het NAD in Nuis.
Kijk vooral ook even naar de introductievideo op de home-pagina, dan krijg je een mooie indruk van wat ik vanmorgen heb gezien!
Lezen over mijn vorige buitenkans met Coby? Hierbij een link naar het blog Klooster Yesse uit 2021.

Reageren

8 mei: Gran Canaria 10 – De steen op het strand.

“Dat is een mooie steen. Als we straks weggaan van dit strand neem ik hem mee als souvenir.”
We hadden in de Atlantische oceaan gezwommen op vrijdagmiddag 24 maart en lagen op het strand van San Agustin op te drogen in de zon.
Of eigenlijk: in de schaduw van een boom, want in de zon verbrandde je heel snel.
De steen viel me op; zwart/grijs gespikkeld en hij had de vorm van een klein klompje.

Toen we onze tassen ingepakt hadden wilde ik de steen pakken maar hij was weg.
Nou ja….. hoe kan dat nou?
Hij lag net nog geen twee meter van me af.
Hè, wat jammer.
Maar ik vroeg ook niets aan de anderen: er kwam wel weer een andere steen, ik deed er niet moeilijk over.

De volgende morgen na het douchen zag ik de steen op het salontafeltje op onze hotelkamer liggen.
“Hé! Hoe komt die steen nou hier?!?”
“Ja, die vond ik gistermiddag op het strand” zei Gerard “ik vond het een mooie steen om mee naar huis te nemen als aandenken aan deze reis.”

Twee zielen.
Eén gedachte.
Al meer dan 40 jaar.

De steen ligt nu te pronken op een plank in de kast in de kamer.
Een tastbare herinnering aan een onvergetelijke reis ter gelegenheid van ons huwelijksjubileum.
Daarvan heb ik een aantal herinneringen met mijn lezers gedeeld, met dit 10e deel sluit ik de blogserie ‘Gran Canaria’ af.

Benieuwd naar andere blogs over deze reis?
Hierbij een link naar deel 1; onderaan dat blog vind je een overzicht van alle blogs in deze serie.

Reageren

7 mei: Cantate!

‘Cantate’ is de naam van deze zondag, de vierde zondag na Pasen en het woord betekent: “Zingt!”
In deze feestelijke viering werkte onze cantorij mee; om 08.45 uur stonden we al in te zingen.
Bij het inzingen en specifiek het losmaken van de heupen hadden bas Klaas en ik eigenlijk te weinig bewegingsruimte, waardoor we tegen elkaar aan ‘swingden’; we werden er een beetje giechelig van.
Die ruimte kwam in de overdenking weer terug.
Op vrijdag 5 mei stond dit in onze bijbelse dagkalender:
Is vrijheid dat alles kan? Vrijheid is iets gezamenlijks. Je kunt niet zomaar, onbedoeld, andermans ruimte bezetten.
Leven in vrijheid is dus rekening houden met elkaar.’
Dominee Sijbrand van Dijk gebruikte niet dezelfde woorden, maar zijn verhaal had wel dezelfde strekking.

Maar eerlijk gezegd was ik vanmorgen veel meer bezig met de muziek.
Je staat constant ‘aan’, want als het ene lied is gezongen is, moet je het andere al weer voor je hebben en alvast bedenken hoe die altpartij ook maar weer gaat en op welke noot we moeten beginnen. Het helpt heel erg om je daar in je hoofd alvast op voor te bereiden.
Is er anders in zo’n viering nog wel eens lied dat ik niet mooi vind of lastig om te zingen, deze morgen was alle muziek die op het programma stond fijn.
Daar komt bij dat Karel Stegeman stralend stond te dirigeren, dat maakt het zingen aangenamer; hij kijkt namelijk ook wel eens zorgelijk, dat is niet bevorderlijk voor onze zang.

Eén lied sprong er voor mij vanmorgen uit en als je in de kerk was, dat weet je welke lied dat was.
We zongen op speciaal verzoek het lied ‘Look at the world’ van John Rutter. Dat wijkt nogal af van wat wij als cantorij anders zingen en ik heb er met volle teugen van genoten: wat een prachtig lied!
Ken je het niet? Hierbij een link naar een perfecte uitvoering van ’the Camebridge Singers’.
We zongen het met Arjan Schippers als begeleider op de piano;  bij het ‘Praise to thee, o Lord for all creation’  liet het lied me een beetje zweven op de muziek, zo heerlijk om dat met elkaar vierstemmig te zingen!

Maar ook de troostende woorden van het lied ‘Zo vriendelijk en veilig als het licht’ deden hun werk.
Op voorhand zei Karel: “Vriendelijk van klank, maar vergeet niet te zingen!”
En bij het lied “Dit is de dag die de Heer heeft gemaakt en gegeven” stond nog een aantekening van de vorige repetitie: “Mensen, dit is joepiedepoepie-muziek, laat het ook zo klinken!”
Dat lukte prima vanmorgen.
Met zo’n kunstenaar als Arjan Schippers als toetsenist is het ‘joepiedepoepie’-gehalte sowieso al wat hoger.
Vanmorgen verraste hij de gemeente door tijdens de collecte ‘We’ll meet again’ van Vera Lynn te spelen.
Het zoemde door de kerk, heel veel mensen neurieden het zachtjes mee.
Daar krijg ik dan kippenvel van.

Wat een mooie viering en wat een geweldige muziek.
Lang zo mooi en perfect niet als gisteren in Londen, maar net zo veelzeggend.

Reageren

Pagina 81 van 301

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén