een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Lezen Pagina 2 van 11

12 februari: TBONTB 22- Lezen

Vandaag weer een hoofdstuk uit het boek, dit blog gaat over het onderwerp ‘Lezen’. Op de introductiepagina van dit onderwerp, te vinden in de menubalk, vertel ik over hoe ik het lezen als kind beleefde.
Vaste waarde in mijn kindertijd was de Donald Duck, die iedere week bij ons thuis op de deurmat viel.
We hebben ze zoveel gelezen dat de jaargangen die ik had bewaard niet veel meer opbrachten: beduimeld, soms gescheurd, losse bladen en ezelsoren.

Als we op vakantie gingen lag er vaak een hele jaargang ‘Duckies’ tussen mijn broer en mij in.
Het mooist waren de lange ‘avonturen-verhalen’ (over een spook in Schotland of een geest in een Inca-ruïne) die in drie of vier afleveringen werden geplaatst, die kon je dan op zo’n lange reis allemaal achter elkaar lezen.  Sommige verhalen met Zwarte Magica die op slinkse wijze oom Dagobert zijn geluksdubbeltje probeerde af te pakken kan ik me nog zo voor de geest halen.

Eén van mijn favoriete schrijvers is Robert Goddard; waarom dat zo is schreef ik in 2017 in een blog.
Hij schrijft boeken waarin je langzaam wordt meegezogen in intriges en spannende toestanden, waarbij bijna altijd iets uit het verleden een rol speelt en waarbij je soms compleet verrast wordt door mooie plotwendingen. Ik ben verzot op dit soort verhalen, die bijvoorbeeld ook worden geschreven door Peter Robinson.

In de loop van de jaren ben ik nogal eens door anderen op het spoor van bepaalde boeken gezet.
Als mijn vader vroeger zei: “Dit is misschien ok wel wat veur die” dan had hij meestal gelijk.
Andersom was dat ook zo, maar één keer was er een boekenserie die ik prachtig vond en mijn vader helemaal niet: de Harry Potter reeks. Fantasie-boeken vond hij helemaal niks.
Ook ik heb een genre dat ik nooit lees: science fiction.
Aliens, raketten, andere planeten; het is aan mij allemaal niet besteed.

Het laatste jaar heb ik me mee laten slepen door de verhalen over de Zeven Zussen.
Ik las ze niet allemaal achter elkaar; steeds als ik een deel uit had, las ik even een ander boek voor de broodnodige variatie.
Soms koop ik boeken, soms krijg ik ze en soms geeft iemand mij een boek te leen “Dit moet je lezen!”

Lezen.
Je even terugtrekken in een andere wereld.
Lezen is dromen met je ogen open.
Meer weten over lezen in het algemeen?
Hierbij een link naar ‘Lezen.nl’.

Ook voor deze categorie zocht ik een paar blogs uit het verleden:

Wie weet nog wie Vrouw Holle is?
Een blog uit 2014 over mijn liefde voor sprookjes en over hoe Gerard de kinderen per ongeluk een gruwelijk sprookje voorlas.

Filistijnen en Romeinen
Een verhaal over voorlezen, de boeken van Asterix en Obelix en hoe in ons gezin strip- en bijbelverhalen soms door elkaar heen liepen.

Wat is zich encanailleren?
Een blog uit 2019 over Joop ter Heul, een boek van meer dan honderd jaar uit en hoe onze maatschappij is veranderd.

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.

Reageren

15 december: Gastblog Hans – Mijn jeugdboeken.

Als nakomertje, mijn broer is 10 jaar ouder en mijn zus 7 jaar, werd ik vooral door hen  voorgelezen.
Vooral mijn zus las met veel geduld in het weekend hele boeken van Pinkeltje voor in haar bed met mij als fanatieke luisteraar.
Mijn broer was meer een verteller. Hij fantaseerde, ook in bed, spannende verhalen over ridders, cowboys en indianen.
Dus met de paplepel werd mij het geschreven en gesproken woord ingegoten.

Vanaf het moment dat ik zelf kon lezen ging ik elk woensdagmiddag naar de bibliotheek om boeken te lenen en natuurlijk te verslinden. Het moesten wel spannende boeken zijn en dan herinner ik me vooral de boeken over de ‘Kameleon’. Daarnaast waren de boeken van J.B. Schuil mijn favoriet, maar in deze tijd helemaal fout. Vooral ‘De Artapapas’, waarin het verhaal wordt beschreven van twee jongens uit Transvaal, die als zonen van een ‘kafferkoning’ uit Zuid Afrika, in 19e eeuw in Nederland in de kost kwamen. Ook  de andere boeken uit deze serie zoals: ‘Hoe de Katjangs op de kostschool van Buikie kwamen’ zouden nu niet meer kunnen. Veel woorden uit  die tijd, we hebben het over 1920 tot 1930, zouden nu als zeer discriminerend worden ervaren. De schrijver Schuil, geboren in Franeker in 1875 was o.a. legerofficier in Nederlands Indië. De mentaliteit van die tijd had zijn weerslag in zijn boeken. Als kind is mij dat niet zo opgevallen, ik vond het spannende en avontuurlijke boeken waarbij ik mij vereenzelvigde met de jonge helden, alhoewel ik het wel te doen had met één van de Zuid Afrikaanse jongens, die zich in Nederland heel ongelukkig voelde en veel heimwee had. Nu denk ik hier heel anders over. Discriminatie is uit den boze, maar ik vind persoonlijk wel dat er nu wordt doorgeslagen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verhaal over het ontslag van trainer Ron Jans in Amerika en dat gesteld tegenover wat de Amerikanen zichzelf denken te kunnen permitteren. Toch is er nog belangstelling voor deze kinderboeken gezien de laatste herdruk in 2018.

Ook de verhalen van de Drentse schoolmeester en schrijver Anne de Vries (vooral bekend door ‘Bartje’) over de tweede wereldoorlog en dan vooral in Drenthe vond ik spannend. Van de vierdelige  reeks ‘Reis door de nacht’ mocht ik eerst alleen de eerste drie delen lezen. In het vierde deel kwamen zaken aan de orde, waar kleine jongetjes rode oortjes van kregen.

Mijn broer, die later leraar Nederlands werd, bezat veel boeken waar ik dankbaar gebruik van maakte.
Zijn jeugdboek ‘Winnetou’, het opperhoofd der Apaches, van Karl May met ‘Old Shatterhand’ en vele andere helden was zo spannend, dat alle andere delen werden geleend bij de ‘bieb’ en later zelf gekocht en meermalen gelezen. De vergelijkbare serie, die zich afspeelde in de Arabische wereld met als held Kara Ben Nemsi, kon mij niet boeien. In deze en andere hoofdpersonen kon ik mij niet verplaatsen en dat was een vereiste.

Later, na voortschrijdend inzicht, besef ik dat er op deze boeken veel is aan te merken. Zo werden de jongens uit Zuid Afrika in de boeken van Schuil consequent als ‘kaffers’ aangeduid. Daar moet je nu niet mee aankomen.

Reageren

24 november: Wat zou er gebeurd kunnen zijn?

Gistermorgen rond een uur of 10 kwam in de Evergreen Top 1000 op Radio 5 een liedje voorbij van Conny Vandenbos.
Het liedje heet ‘de Noorderzon scheen’.

Vanaf het begin, het lied kwam uit in 1976, heeft die tekst mij geïntrigeerd.
Een man die zomaar uit z’n gezinsleven stapt om elders een heel nieuw leven te beginnen.
Ik zag die vrouw dan in de keuken staan bij die snelkookpan en heb me altijd afgevraagd: hoe ging het verder?
Wat zou er gebeurd kunnen zijn?
Klik hier: Conny Vandenbos‘ om het lied te beluisteren.
In 2017 schreef ik één van de eerste blogseries voor deze website. In zes delen publiceerde ik destijds drie verhalen met een mogelijke afloop.
De verhalen staan los van elkaar; de hoofdrolspelers en omstandigheden worden steeds heel anders ingevuld, uitgangspunt is steeds de tekst van het lied van Connie van den Bosch.

Het eerste verhaal is geschreven vanuit Peter, de man die zijn gezin in de steek laat.
Na twintig jaar wonen in Canada ontdekt hij dat hij opa is van kleindochtertje Merel.
Zou het contact weer hersteld kunnen worden?
Hierbij een link naar het verhaal van Peter.

De tweede mogelijkheid beschrijft het leven van Anja, de vrouw die werd verlaten door Peter.
Zij krijgt na jaren een brief van Peter, die inmiddels een tweede gezin heeft in Brazilië: “Kunnen wij elkaar weer eens ontmoeten?”
Maar willen zoon Dennis en dochter Naomi hun halfbroers en -zusjes wel ontmoeten?
Lees hier het verhaal van Anja:

Hoe zoon Dennis het destijds heeft beleefd lezen we in het derde verhaal.
Er is een ramp gebeurd in Nairobi en op het journaal zien Anja en Dennis bij de reddingswerkers van Artsen zonder Grenzen een man die heel veel lijkt op Peter.
Wel mager en grijs…..zou het onze Peter zijn?
Lees hoe Dennis verwoede pogingen doet om die ene reddingswerker op te sporen: hierbij een link naar de bevindingen van Dennis.

In deze drie verhalen komt er na twintig jaar weer contact tussen Peter en zijn gezin, maar er is ook een scenario denkbaar waarbij Peter nooit terugkomt.
Verder is er is nog één personage uit dit verhaal niet aan het woord geweest en dat is dochter Naomi.
Mocht er iemand onder mijn lezers zijn die een verhaal wil schrijven over wat er volgens hem/haar is gebeurd of over hoe Naomi dat heeft beleefd, dan zou ik dat erg leuk vinden.
Je hoeft daarbij helemaal geen rekening te houden met wat ik al heb geschreven over de andere hoofdpersonen: voel je vrij om een heel nieuw verhaal te schrijven.
In 2017 zette ik deze vraag ook uit, maar toen heeft niemand de handschoen opgepakt; het verhaal van Naomi werd niet geschreven.
Heb je inmiddels inspiratie opgedaan en zie jij voor je hoe het met dochter Naomi is verder gegaan?
Neem dan contact met me op door te klikken op ‘een reactie plaatsen’.
Dan geef ik je mijn emailadres en kun je je verhaal opsturen.

Reageren

10 november: Arnaldur & IJsland

Een aantal jaren geleden las ik een paar boeken van de IJslandse schrijver Arnaldur Indridason, op aanraden van Hans, één van onze vrienden.
Toen ik op deze website zocht naar een blog over een boek van die schrijver kwam ik er achter dat er nog niet zo’n blog bestond; het was dus al meer dan zes jaar geleden.
Het duurt even voor je de naam van de schrijver zonder haperen kunt uitspreken.
Ook in zijn boeken kom je onuitsprekelijke IJslandse namen tegen en leestekens die in het Nederlands niet voorkomen.
De boeken die hij schrijft zijn zonder uitzondering fantastisch. ‘Misdaadthrillers’ is een goede omschrijving van zijn werk.

Het boek dat ik net uit heb is een combinatie van twee boeken en twee verhalenreeksen van de schrijver; de titels zijn ‘Smeltend ijs’ en ‘Erfschuld’.
Het ene boek komt uit de verhalenreeks over Konrad, een gepensioneerd politiefunctionaris die nog wat uitzoekklusjes doet voor zijn oud-collega’s.
Hij doet onderzoek naar een lichaam dat tevoorschijn komt uit een gletsjer doordat het ijs langzaam ontdooit. Hoe lang ligt dat lichaam er al?
Wie wordt er vermist? Zijn de betrokkenen nu nog in leven?
In het andere boek komen we twee figuren tegen uit een andere verhalenserie, het duo Flovent en Thorson, dat in de Tweede Wereldoorlog en strijde trok  tegen de misdaad.
Het bijzondere van het tweede boek is dat de schrijver steeds heen en weer switcht in de tijd, zodat je zowel Flovent & Thorson als Konrad tegenkomt.

Naast de uitermate onderhoudende verhalen kom je in deze boeken ook veel te weten over de IJslanders.
Dat ze bijvoorbeeld hun leven helemaal inrichten naar de hele lange dagen in de zomer en de hele lange nachten in de winter.
Eind december is het daar maar vier uur op een dag licht!
Dat IJsland pas in de Tweede Wereldoorlog, in juni 1944, onafhankelijk werd van het koninkrijk Denemarken, waar ze tot dan toe onder vielen.
Over de onherbergzame delen van het land waar het wonen en werken vooral vroeger erg zwaar was.
En over de diepgewortelde volksverhalen over elfen, trollen en ‘de verborgenen’.

Wat weer een heerlijk boek was het.
Heel anders dan de boekenserie over de Zeven Zussen, maar de overeenkomst is dat het ook hier gaat over iets dat jaren geleden is gebeurd en nu weer aan de oppervlakte komt. Je vraagt je voortdurend af: “Maar wat is er dan toen gebeurd? Wat hebben de betrokkenen van nu te verbergen over vroeger? Waarom is daar toen niets mee gedaan?”
Je kunt niet spreken van een goede afloop trouwens; als het boek uit is weet je wat er is gebeurd, wie het heeft gedaan en hoe het is afgelopen met iedereen die er bij betrokken was. Op de laatste bladzijde van boek 2 werkt Arnaldur het laatste losse eindje van het verhaal weg door te onthullen waar het lichaam van dat ene,  vermiste meisje zich bevindt.

Mooi boek; aanrader!

Reageren

24 oktober: Zus zes en de blije vallei.

Vorige week las ik het boek ‘Zon’ uit, deel 6 in de Zeven-zussen-serie van Lucinda Riley.
In dit boek staat Electra centraal, de jongste zus.
Ze is een wereldberoemd, zwart model; als je haar in dit boek leert kennen is ze niet te pruimen.
Egoïstisch, verwend, arrogant en verslaafd aan drank en drugs; lekker ding dus.

Waar de vorige vijf zussen zelf op zoek gingen naar hun afkomst, heeft Electra daar in eerste instantie helemaal geen belangstelling voor.
Zij wordt zelf benaderd door haar (voor haar tot dan toe) onbekende grootmoeder en hoort van haar waar zij vandaan komt.
Het verhaal van de grootmoeder begint bij de blanke, rijke Amerikaanse jonge vrouw Cecily die op bezoek gaat bij haar peetmoeder Kiki Preston, die in Kenia woont.
Dan kom je als lezer terecht in de ‘Happy Valley set’. Dit vond ik erover op internet: het was een groep hedonistische, grotendeels Britse aristocraten en avonturiers, die zich tussen de jaren 1920 en 1940 in de Happy Valley-regio in het koloniale Kenia vestigden. In de jaren dertig werd de groep berucht om zijn decadente levensstijl en uitbuiting te midden van berichten over drugsgebruik en seksuele promiscuïteit.
Ook allemaal lekkere dingen dus.
Een aantal figuren uit de Happy Valley-scene die in dit boek worden beschreven, zoals Kiki Preston, hebben echt bestaan.
Dan lees je over drugsmisbruik, overspel en moord en tot je stomme verbazing kom je er achter dat dat ook in het echt heeft plaatsgevonden.
Dan kun je constateren dat het leven van ‘the rich and famous’ van tegenwoordig niet eens zo heel anders is dan dat van de ‘Happy Valley’-bewoners honderd jaar geleden.

Cecily gaat door omstandigheden gedwongen niet gelijk terug naar Amerika.
Zij wordt opgenomen in die verdorven wereld van de Happy Valley set, maar weet zich aardig goed staande te houden, wat heel bijzonder is, want er wordt wat afgezopen en gesnoven in die hoofdstukken.
Deze Cecily is geen bloedverwant van Electra, maar wel de pleegmoeder van de grootmoeder, die afstamde van een Masai-stam.
Na de oorlog, dan heeft Cecily haar ouders al 8 jaar niet gezien, gaat ze terug naar Amerika, in gezelschap van een bediende, een Masai vrouw en haar gitzwarte dochtertje.
Dat levert een hoop problemen op in het dan nog erg racistische Amerika.
Het boek neemt je mee naar de mensen die zich in de jaren ’40 en ’50 inzetten voor de burgerrechtenbeweging en hun zware strijd tegen de rassenongelijkheid; in dit deel kom je namen tegen als Martin Luther King en Rosa Parks.

Het verhaal van Electra is minder spannend en (voor mij) te uitgebreid. De problematiek in dit boek, drank- & drugsverslaving en racisme, wordt realistisch beschreven, maar de drastische verandering qua levensstijl en persoonlijkheid van Electra komt niet erg geloofwaardig over. Beetje te mooi om waar te zijn.
Het boek had wel met 200 pagina’s minder toegekund.
Electra stamt dus af van de Masai uit Kenia, maar daar lees je helemaal niets over, het hele boek is geschreven vanuit een blank perspectief.

In de allerlaatste alina van boek horen we dat er onverwacht nieuws is van de zevende zus.
Die we dus nog helemaal niet kennen, want er worden steeds maar zes zussen genoemd.
Een cliff-hanger van jewelste.
Slim meisje, die Lucinda…..

Benieuwd wat ik vond van de andere delen?
Hierbij een link naar een overzichtspagina: ‘De zeven zussen-serie’ met links naar de afzonderlijke blogs.

Reageren

10 oktober: Wat is een chicklit?

Al weer een boek uit; de tweede coronagolf levert weer extra vrije tijd op.
Chicklit is een samenvoeging  van twee woorden: met ‘chick’ wordt een jonge vrouw bedoeld en ‘lit’ is een afkorting van literatuur. Vrije vertaling: literatuur voor jonge vrouwen. Van Frea kreeg ik een boek uit dit genre te lezen: ‘Huisje, boompje, feestje’ van de hand van Jill Mansell.

Eén ding werd mij heel duidelijk: ik hoor niet bij de doelgroep. Jill  zelf volgens mij ook niet, maar zij weet kennelijk precies wat de doelgroep leuk vindt.  Je kunt niet bij het beoogde lezerspubliek horen en toch plezier hebben in het lezen van zo’n boek; dat was bij mij het geval.  Maar de wereld die Mansell beschrijft in dit boek staat wel heel ver af van mijn eigen leven, met name van de normen en waarden waarmee ik ben opgevoed.
Zedenpreken zul je trouwens van mij niet horen,  times they are a changing.

De ene hoofdpersoon is Dex, een typische losbol die honderd-en-één kortstondige relaties heeft met vrouwen, maar die er niet over piekert om zich te binden.
Als zijn zus komt te overlijden wordt hij plotseling geconfronteerd met de zorg voor een klein meisje van een aantal maanden; het overlijden en de veranderde leefomstandigheden zetten zijn wereld volkomen op hun kop.

De andere hoofdrolspeler is striptekenares Molly van achter in de twintig en nog single.
Ze leren elkaar kennen als zij een vis over de schutting gooit achter in de tuin van het  onbewoonde buurhuis, in de veronderstelling dat de buurtkatten die vis wel zullen oppeuzelen.
Hij staat dan net in de tuin als beoogd koper van het huis en zijn ‘vriendin-van-die-week’ krijgt de vis op haar hoofd.

Hij koopt het huis, gaat in het dorpje wonen en dan maak je langzamerhand kennis met de andere dorpsbewoners, die allemaal relaties hebben. Of niet. Of hebben gehad. Of nog gaan krijgen. Het leest als een trein en de verhalen zijn zeer vermakelijk: heerlijk om in een vakantie te lezen als pure ontspanning; daar zijn boeken per slot van rekening ook voor bedoeld. Misverstanden, moeilijk liefdesgedoe en op de achtergrond een schattige baby die iedereen om haar kleine vingertje windt.

Na 100 bladzijden weet je eigenlijk haast wel zeker dat de twee hoofdpersonen ‘elkaar gaan krijgen’,  maar de schrijfster heeft nogal wat woorden en verhaallijnen nodig om zover te komen.

Is het een Bouquetreeks-romannetje? Nee. Want die worden bevolkt door smachtende vrouwen die wachten tot de man van hun dromen eindelijk toenadering zoekt. In deze roman zijn het mannen en vrouwen van vlees en bloed, die hun eigen keuzes maken, dingen fout doen, zich schamen, maar ook plezier hebben en genieten van het goede leven.
Leuk boek; gelachen en genoten van de verhalen en de losse schrijfstijl van Mansell.

Mijn vader, die ooit eens op een zondag een ‘lichte preek’ had gehoord van een gastpredikant, merkte naderhand op: “A’j alle dagen roggebrood met spek eet, is een meelkoekie ok wel ies lekker”.
Zo ist.

Reageren

3 oktober: Het Strandhuis – Suzanne Vermeer

In 2011 kwam in het nieuws dat Suzanne Vermeer was overleden, een op dat moment beroemde schrijfster van ‘vakantie-thrillers’, een woord met  in dit geval twee betekenissen:
1. spannende verhalen die zich afspelen in een land waar mensen op dat moment op vakantie zijn en
2. boeken die je meeneemt op vakantie omdat ze gemakkelijk weglezen.
Een dag later werd bekend dat Suzanne Vermeer helemaal geen bestaande schrijfster was, maar een pseudoniem van Paul Goeken. Bijna niemand was daarvan op de hoogte, alleen een paar vrienden uit zijn eigen netwerk.  Onder zijn eigen naam schreef hij ook thrillers, die zich voornamelijk afspeelden in de duikwereld, maar onder zijn pseudoniem was hij veel succesvoller. (meer weten? Lees dan het Libelle artikel ‘Het geheim van Suzanne Vermeer’) 
Dit boek kwam uit in 2019, terwijl de schrijver toen dus al 8 jaar dood was.  Nadat Goeken overleed is de naam Suzanne Vermeer overgenomen door Bruna Uitgeverijen; de boeken die nu onder die naam worden gepubliceerd zijn geschreven door onbekend gehouden schrijvers.

In ‘het Strandhuis’ volgen we vier vrouwen, die allemaal te maken hebben met een moord in het verleden. Drie van hen hebben afgesproken om elkaar daarna nooit meer te zien en hebben afzonderlijk van elkaar in verschillende landen een succesvol leven opgebouwd.
De auteur beschrijft steeds een stuk van het leven van één van de hoofdpersonen, maar over ‘het geheim van het verleden’ kom je in eerste instantie niets te weten.
Het is een spannend boek, het is onderhoudend en ik was op vakantie: ik had het in twee dagen uit. Een boek dat je meeneemt naar de wc, het criterium dat boekenvriendin en ik hanteren om aan te geven hoe leuk een boek is. Maar het blijft ook niet erg lang hangen; toen ik een week later dit blog wilde schrijven moest ik het boek erbij halen “Waar ging het ook maar weer over?” terwijl de karakters uit ‘Goede Raad’ nog heel lang door mijn hoofd speelden.
Lichte kost dus. Geen boek waarbij je een spiekbriefje moet maken van de hoeveelheid personages zoals bij Ruth Rendell.

Maar het kan nog lichter! Van Frea kreeg ik een heuse ‘chicklit’ te lezen: ‘Huisje, boompje, feestje’ van Jill Mansell. Daarover in een volgend blog in de categorie ‘Lezen’ meer.

Reageren

26 september: Een goede raad – J.K. Rowling

In 2013 verhuisden we met onze afdeling van de Laan Corpus den Hoorn naar het Heijmanscentrum. De inhoud van de kast van mijn toenmalige manager pakte ik in verhuisdozen; naast alle vakliteratuur en mappen vol notulen en memo’s vond ik het boek ‘Goede raad’ van J.K. Rowling. Die kende ik destijds alleen maar als schrijfster van de Harry Potter-reeks (die ik fantastisch vond) en ik vroeg haar: “Is het een leuk boek?”
Ja, volgens haar wel. “Je mag het wel lezen, neem maar mee.”

Bij het opruimen van mijn werkkast in augustus vorig jaar kwam ik het weer tegen en nam het mee naar huis. Tijdens onze vakantie ben ik er in begonnen en het pakte me direct door het begin. Barry Fairbrother gaat dood. In een detective-roman gaat het na de dood van iemand al snel over wie het gedaan heeft en waarom, maar Barry overlijdt aan een aneurysma. In het eerste hoofdstuk lees je nog wat hij zelf doet en denkt, maar daarna gaat het over wat de mensen in zijn naaste omgeving doen en denken.
Het boek doet helemaal niet denken aan Harry Potter en zijn toverkunsten.
Het legt de menselijke drijfveren genadeloos bloot; je zou eigenlijk beter drijfveer kunnen zeggen, want het is egoisme. “What’s in it for me.”

Het verhaal speelt zich af in een Engels dorpje. Het begint als een aflevering van Midsomer Murders en de schrijfstijl houdt het midden tussen Meave Binchy en Ruth Rendell.
De weduwe van Barry, zijn vrienden/collega’s, zijn mede-raadsleden, dorpsgenoten en de generatie onder hen (pubers van een jaar of 16) bevolken het boek; de lege plek die Barry achterlaat in de dorpsraad moet worden opgevuld en de verkiezingen storten het dorp in een nare strijd met veel roddel en achterklap, waarin zelfs de geest van Barry nog ten tonele verschijnt.
Op de achtergrond speelt het feit dat het dorp mee moet betalen voor een a-sociale wijk  van een nabijgelegen stad. Deze achterstandswijk wordt bewoond door werklozen, steuntrekkers, verslaafden en er staat een afkickcentrum. Barry Fairbrother, zelf afkomstig uit die wijk, zette zich in voor behoud van het afkickcentrum, maar er zijn ook tegenstanders, die vinden dat het alleen maar geld kost.

Er komt van alles aan de orde: de tegenstellingen tussen arm en rijk, het onderlinge onbegrip tussen de sociale klasses, problemen tussen pubers en hun ouders en onderlinge afgunst. Het verhaal kent geen happy end. Ik werd ongemakkelijk van de uitzichtloze situatie van de drugsverslaafde vrouw Terri en haar verwaarloosde, ongemanierde maar  moedige dochter Krystal; de hypocrisie en de schijnheiligheid van de bewoners van het dorp  worden door Rowling vilein beschreven.

Napoleon schijnt in zijn tijd al gezegd te hebben: “Er bestaan twee hefbomen om de mens in beweging te brengen: vrees en eigenbelang.”
Dit boek legt die menselijke neiging genadeloos bloot.

Reageren

2 september: De vijfde zus en de Flamenco-danseres.

Al weer een deel uitgelezen van de Zeven Zussen-reeks van Lucinda Riley: deel 5 getiteld ‘Maan’ over de vijfde zus Tiggy.
Bij dit boek had ik een beetje last van het feit dat er in ieder deel een prachtig historisch verhaal wordt verteld over de voorouders van één van de zussen,  maar dat dat steeds gebeurt met op de achtergrond een liefdesgeschiedenis van de betreffende zus.
Bij dit boek met een hoog kasteelroman-gehalte.
Was het romantische verhaal van de vorige vier zussen goed te lezen, bij deze vond ik het niet meevallen: een Lord die ongelukkig getrouwd is en helemaal verliefd wordt op een gevoelig Zwitsers meisje dat op zijn landgoed werkt. Het kabbelde maar door en daardoor kwam ik in het begin niet echt in het verhaal. Ik zal eerlijk zijn: de kasteelroman zou ik niet hebben uitgelezen als het een op zichzelf staand boek was.  In combinatie met de historische roman moet je hem wel uitlezen om te weten hoe het afloopt.

Het verhaal van het voorgeslacht van Tiggy was onderhoudend en interessant. Het boek nam me mee naar Granada, want deze zus  heeft haar roots in de zigeunerscene in deze Zuid Spaanse stad; de buurt waar ze opgroeit heet  Sacromonte. Die buurt grenst aan de oude Arabische wijk El Albaicín. Het is de plaats waar in de 15e eeuw een grote groep Spaanse zigeuners (ook wel gitano`s of Roma genoemd) ging wonen.
In een interview met schrijfster Lucinda Riley  las ik dat ze een biografie van een bekende  flamencodanseres, Carmen Amaya,  heeft gebruikt voor haar verhaal.
In dit boek heet ze Lucia Albaycin . We maken kennis met haar als ze nog maar een kind is; op jonge leeftijd kan ze al uitzonderlijk  goed  dansen. Haar vader neemt haar mee naar de grote stad, ze krijgt een steeds groter publiek en wordt op den  duur wereldberoemd.
Daarnaast lees je over de burgeroorlog  (1936-1939) die Spanje  verscheurde en waarbij hele families werden omgebracht.

Halverwege het boek was ik nieuwsgierig of ik nog iets kon vinden over die danseres Carmen Amaya en tot mijn verbazing ontdekte ik foto’s en video’s waar ze ‘alive and kicking’ te bewonderen is. (hierbij een link naar een YouTube-video)
Verder lees je in dit boek veel over de cultuur van de gitano’s.
Kennis over geneeskrachtige kruiden wordt binnen de familie doorgeven en binnen bepaalde families zijn er mensen met ‘de gave’: zij kunnen de toekomst voorspellen omdat ze dingen ‘zien’ en aanvoelen.

Met deze vijfde zus heb ik al een groot deel van het pleeggezin van Pa Salt leren kennen.
Je hoort af en toe iets van de andere zussen waar je het verhaal al van kent en tweede zus Ally krijgt zelfs een rol in dit verhaal van Tiggy.
Ook worden er steeds meer vragen opgeworpen over de overleden vader: is hij wel overleden?
En wat is er toch steeds met die Zed?

Benieuwd wat ik vond van de andere delen?
Hierbij een link naar een overzichtspagina: ‘De zeven zussen-serie’ met links naar de afzonderlijke blogs.

Reageren

24 juli: ‘Wij’ – David Nicholls.

Voor de tweede keer las ik een boek van David Nicholls.
Het eerste boek van zijn hand dat ik las, ‘One day‘(De eerste dag) was een bijzonder boek. Dat heb ik onthouden, omdat het steeds maar één dag van een jaar beschrijft, zodat je in 15 hoofdstukken 15 jaren aan je geestesoog voorbij ziet trekken.
Dit schreef ik destijds aan het einde van dat blog:
Mooi boek. Nicholls schrijft onderhoudend en humoristisch. En realistisch.
Een ander boek van hem heet ‘Wij’.
Binnenkort maar eens op zoek in de bibliotheek.

Niet uit de bibliotheek, maar gekocht van boekenbonnen, het stond al een tijdje op mijn lijstje.
Ook dit was een onderhoudend boek, maar heel anders dan de vorige.
Het boek is geschreven in de ik-vorm; Douglas Petersen is de hoofdpersoon.
Je stapt in het verhaal op het moment dat zijn vrouw Connie tegen hem zegt dat ze er over denkt om van hem te scheiden.
Hij zit daar behoorlijk mee in zijn maag.

Maar….. er staat nog een grote gezinsreis gepland door Europa met hun zoon Albie (17) en Douglas neemt zich voor om alles in het werk te stellen om Connie weer voor zich te winnen. Verder wil hij ook proberen om de problematische band met zijn puberende zoon te verbeteren.
De reis wordt beschreven van stad tot stad en tussendoor kom je in flashbacks het hele verhaal van Connie en Douglas te weten,
Hoe hun relatie begon in hun studententijd.
Hoe hij haar ten huwelijk vroeg en dat ze later ouders werden.
Je leest dan ook hoe ontzettend veel Douglas van vrouw en zijn zoon houdt, maar dat heeft hij niet altijd laten merken; hij is een beetje een onhandige, verstroode man die opgaat in zijn werk en vooral bezig is geweest met het onderhouden van zijn gezin. Verder legde hij in de opvoeding vooral de nadruk op wat moest, wat nodig was en wat in zijn ogen belangrijk was.
Tijdens de Europa-reis wordt duidelijk hoe de relationele vlag er bij hangt.
Ik kreeg steeds meer sympathie voor Douglas, maar vond het ook wel een beetje een oliebol.

De schrijfstijl van Nicholls is typisch Engels. Met onderkoelde humor vertelt hij met de nodige zelfspot een mooi liefdesverhaal met hoogte- maar ook dieptepunten.
Soms moest ik hardop lachen, maar soms was ik ook ontroerd.
Hilarisch is zijn omschrijving van ‘fietsen in Amsterdam’: Als je je een waarlijjk onverschrokken moraalridder wilt voelen gaat er niets boven het rijden op een fiets door Amsterdam. Daar is de traditonele machtsverhouding met de auto omgekeerd en maak je deel uit van een enorm volksleger, hoor je bij het peloton en kijk je neer op de motorkappen van mensen die zo dom of zwak zijn om auto te rijden.
Mensen fietsen hier al bellend ontbijtend met een roekeloze zwierigheid.
Herkenbaar.
Ik fiets ook wel eens in Groningen.

Het is een fijn boek.
Over idealen die geen stand houden, over liefde die niet altijd wordt begrepen, over de dilemma’s in het ouderschap en over de dood.
Kortom: een niet alledaagse roman over het leven.

Reageren

Pagina 2 van 11

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén