een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Lezen Pagina 2 van 17

24 juli: Het offer an de paol

Ik schreef het al op 27 mei: ik haar het neiste boek van Anne Doornbos kocht en inmiddels is het uut.
Net as bij zien veurige boeken vun ik het jammer dat het uut was; ik las nog eem weer de eerste hoofdstukken vluchtig deur um nog eem nao te genieten maor daorna legde ik het wat spietig weg. Ik vuulde mij as een kiend dat eigenlijk nog niet vot wil uut de sprookjeshof in Zuidlaoren.
Niet dat het een sprookjesboek is of zo, hielemaole niet.
De schriever nemp je met in een geheimzinnig verhaol waorin iene doodkomp en iedere zöch ofvrug: “Wat is der gebeurd? En waorumme?!”
Het verhaol speult zöch of op verschillende plekken in Drenthe en omdat ik oonze provincie regelmaotig kris-kras deurkom heb ik bij de mieste plekken die wordt  beschreven ok een bield.

Ie hebt nog maor twee heufdstukken lezen en dan ku’j ’t boek al haost niet meer votleggen.
Het begun vun ik trouwens wel confronterend: der wordt iene vermist.
We hebt in oonze femilie begun november zu’n vermissing metmaakt; in de eerste heufdstukken lees ie hoe dat veur de femilie is.
De wurgende onzekerheid, de honderdduuzend vraogen en het verdriet: ik vun het moeilijk um te lezen.
Gef ok geliek an hoe dicht bij het échte leven een boek van Anne Doornbos zöch ofspeult: het zol zomaor kunnen in joen eigen leven.

Dit stiet op de achterflap:

Het offer an de paol is alweer de vierde thriller die zich ofspeult rond heufdinspecteur Freek Rossing. Ap Hilbers, een dikke boer uut Bunerveen, komp op een nacht niet thuus en is nargens te vinden. Was e op jacht en is der wat gebeurd? Hef zien inzet veur windmeulens in De Monden hum opbreuken? Of hef zien verdwiening te maken met een aal wieder oplopende ruzie over lelieteelt?  Zien gezin blef vertwiefeld achter. Eerst wanneer hij vunden wordt, komp Freek Rossing in actie.

Stukkie bij beetie ko’j as lezer meer te weten. Over het slachtoffer, over zien gezin en over allerlei geheimzinnige stukkies die ieder gezinslid veur zöchzölf holt.
As het lichaam vunnen wordt is de grote vraoge ‘Waor is e?’ beantwoord, maor der komt veul meer aandere vraogen veur trugge.
Waorum stiet Ap’s auto bij een hotel?
En wat mus hij met een zummerhuussie op een vakantiepark in Drenthe en waorum wus zien vrouw daor niks van of?
Ie trekt as lezer op met het hiele team dat um Freek Rossing hen stiet en met hum vink ie zien brieffie met aandachtspunten of.
Dit uutsleuten, dat naokeken, hier achteran west, daornaor vraogt….plietsiewark vrag discipline, geduld en een groot uutholdingsvermogen.
Veur in het boek stiet een Latijnse tekst ‘Lupus est homo homini’; dat betiekent: ‘De mèens is veur de mens een wolf’.
Wát een passende tekst bij de thema’s die in dit boek an de orde komt.

Willem Wilms (vaste bloglezer) woont al lange niet meer in Drenthe maor hef deur mien enthousiaste geschrief dit boek ok anschaft en hij hef het ok al uut.
Hij schreef mij wat e der van vun.
A’j dat ok eem wilt lezen: hierbij een link naor zien verhaol: Willem Wilms – Offer an de paol

Beneid naor de veurige drie dielen over de Drentse speurder Freek Rossing?
Hierbij een link naor alle drie de titels:
De paddenvanger – 2019
De man die Russisch preut – 2021
Grafgift
– 2023 

Reageren

31 mei: De vergeten tuin.

In mijn boekenkast lag al even het boek ‘De vergeten tuin’ van Kate Morton.
Gekregen van mijn boekenvriendin Jeannette met de woorden: “Net iets voor jou denk ik.”
Na het eerste hoofdstuk was ik al verkocht.
Het is 1913.
Een meisje van 4 jaar wordt met een klein koffertje bij zich gevonden op een groot schip dat van Engeland naar Australië vaart.
Eenmaal aan de andere kant van de wereld  is er geen spoor van ouders of verzorgers.
Een havenmedewerker ontfermt zich over het kind en neemt het bij zich in huis.

Op haar 21e verjaardag vertelt  ‘vader’ aan Nell dat hij en zijn vrouw niet haar echte ouders zijn.
Pas als Nell al in de zestig is krijgt ze wat meer informatie over haar afkomst; ze hoorde bij de familie Mountrachet die woonde op het het landgoed Blackhurst Manor in Cornwall.

Het boek speelt zich af in verschillende tijdsperiodes en je reist onophoudelijk door de tijd. Je moet best goed opletten, want je leert heel veel personages kennen.
Er begint  een verhaallijn in 1975, wanneer Nell naar Engeland gaat en onderzoek doet naar haar verleden.
Blackhurst Manor is vervallen geraakt en een jong stel is bezig om er een hotel van te maken.
Nell koopt daar een klein huisje ‘Cliff cottage’ genoemd met een tuin, maar ze keert terug naar Australië en komt nooit meer terug.
Een andere verhaallijn speelt in 2015 en volgt de kleindochter van Nell, Cassandra, die na het overlijden van Nell van de notaris te horen krijgt dat zij ‘Cliff cottage’ op het oude landgoed in Cornwell heeft geërfd.

Bij stukjes en beetjes kom je meer te weten over de bewoners van Blackhurst Manor aan het begin van de 19e eeuw: Linus en Adeline wonen er met hun dochtertje Rose en een trits bedienden en tuinlieden. Verder is er ook nog een nichtje Eliza Makepeace, waar nog een heel andere verhaallijn omheen is geschreven.  Door dagboeken, plakboeken en papiertjes die toevallig worden gevonden weet je na 512 pagina’s wat de oorspronkelijke naam van Nell is en wie haar biologische ouders waren.

Het is met recht een boek dat je meeneemt naar de wc, een criterium dat in ons gezin gehanteerd wordt. Op het laatst ben je zo benieuwd hoe het allemaal zit, dat je de laatste 150 pagina’s in één ruk uitleest. En zoals wel vaker met hele leuke boeken: het is geen literatuur. In sommige passages worden dingen tot in detail beschreven om vervolgens jaren in de geschiedenis over te slaan en af en toe bekroop mij het gevoel ‘dit is wel heel toevallig….’ alsof het er echt bij gezocht is.
Maar, en dat had Jeannette goed bekeken, wat een heerlijk boek!
Een mysterieus verhaal met een geheimzinnige familiegeschiedenis en raadsels uit het verleden weet mij bijna altijd te boeien.
Ook jouw ‘cup of tea’? Dan is het een aanrader.

In 2016 las ik ook al een boek van Kate Morton: ‘De vertrouweling”; hierbij een link naar het blog dat ik daarover schreef.

Reageren

16 mei: Een piepklein vogeltje

Anders dan anders, zo kun je het boek ‘Een piepklein vogeltje’ wel typeren.
Het is geschreven door Wim Bender; ik vond een mooi artikel over hem en deze detective in de Streekkrant, hierbij een link naar dat verhaal.

Het boek begint met drie ogenschijnlijk losstaande overvallen in 2002 en 2003 die gepaard gaan met ernstige mishandeling, die na onderzoek op de stapel ‘Onopgeloste misdrijven’ komen.
In 2012 bezoekt inspecteur Gerda Goedegebuure die als agent betrokken was bij de eerste zaak, een tweedaags symposium over moderne opsporingsmethoden. De deelnemers worden uitgenodigd om een onopgeloste zaak naar voren te brengen en Gerda doet verslag van de Brabantse vrouw die op klaarlichte dag werd aangevallen, waarbij haar rechterhand werd verbrijzeld.
De volgende morgen bij het ontbijt schuift een collega aan die haar verhaal opmerkelijk vond; hij heeft namelijk ervaring met een mogelijk vergelijkbaar misdrijf maar dan met ander letsel. Bij die casus gaat het om een voet.
De twee zaken worden naast elkaar gelegd en dan begint de grote speurtocht naar een gezamenlijk aspect uit het verleden dat de aanleiding vormt voor de gruwelijke mishandelingen met blijvend letsel tot gevolg.

Het is een spannend verhaal.
Op dit blog ga ik niet vertellen wat die gebeurtenis was dat de slachtoffers met elkaar verbond, want dat zou een enorme spoiler zijn en dat is niet leuk als je het boek nog gaat lezen.
Het verhaal wordt heel langzaam opgebouwd: steeds komt er weer een stukje informatie bij.
Er wordt nog een derde slachtoffer gevonden en op dat moment vormt de politie een mini-team om deze cluster van cold-cases op te lossen.
Dat team komt regelmatig bij elkaar en dan krijg je als lezer even weer een up-date: wat hebben we al, wat zoeken we nog, wie gaat wat doen.

Wim Bender heeft een meeslepende, beeldende en levendige schrijfstijl; het boek is verdeeld in korte hoofdstukken en je vliegt door de tijd.
Ondertussen maak je kennis met steeds meer mensen en kun je je een beeld gaan vormen van wat er aan de hand zou kunnen zijn.
Wat kan er dan veel spelen tussen mensen: haat, wraak, jaloezie, vriendschap en ingewikkelde familiebanden. Niet alleen van de slachtoffers trouwens, maar ook van de politiemensen.
Je wordt meegenomen in de gedachtewereld van Gerda; je leest hoe een politieonderzoek verloopt, hoe men soms op het verkeerde been wordt gezet en met haar ben je benieuwd naar die ene persoon die maar steeds niet te vinden is.

In het laatste stuk van het boek waarin je er eindelijk achter komt wat er gebeurd is, wordt het verhaal wat summier verteld.
En eigenlijk vond ik al die mishandelingen, de haat en het grove geweld buitenproportioneel voor de gebeurtenis die er aan ten grondslag lag.
Maar ik ben dan ook geen vogelaar.
Toch nog een beetje een spoiler……maar dat is de titel ook al en de afbeelding voor op het boek ook!
Aanrader!

Meer weten over de schrijver?
Hierbij een link naar zijn website www.wimbender.nl

Reageren

11 april: Verwrongen levens op Gotland.

Op de Roderboekenmarkt van afgelopen december kocht ik een boek van een schrijfster die ik nog niet kende.
Mari Jungsted heet ze en de beslissing om het boek te kopen nam ik al na het lezen van de eerste zin op de achterflap: “Op een winterse ochtend wordt galeriehouder Egon Wallin opgehangen aangetroffen bij een middeleeuwse nederzetting op Gotland.”
GOTLAND!
Het woord alleen al zorgt voor positieve vibes door de ‘afstudeervakantie’ met Carlijn die we daar doorbrachten.
Nieuwsgierig nam ik het boek mee, een diepte-investering van € 1,50.
Ook al was boek helemaal niks, dan was ik er nog niet aan bekocht.

Maar het was niet niks, het was erg leuk zelfs.
Een onderhoudende detective, met geheime levens, meerdere verdachten, schimmige gebeurtenissen in achterkamertjes en ook genoeg te beleven op de werkvloer.
En…….. mooie beschrijvingen van Gotland.
De middeleeuwse nederzetting uit de eerste alinea bleek Visby te zijn, de ommuurde stad waar wij vele uren doorbrachten tijdens die vakantie.
De poort in de stadmuur was de poort waar wij vanaf de parkeerplaats buiten de stad onderdoor liepen.
Verder woonde de journalist Johan Berg, die een rol heeft in het verhaal, in Roma, waar wij een huisje hadden gehuurd en ze gingen op een gegeven moment met de auto naar Faro met het pontje waar wij ook op hebben gestaan.
Het is net als met de boeken van Anne Doornbos: dat de hoofdinspecteur vanuit zijn kantoor naar het zuiden kijkt en de televisietoren van Hoogersmilde in de verte ziet: het is bekend terrein, waardoor je je geen voorstelling meer hoeft te maken in je hoofd, want je weet gewoon hoe het er daar uitziet.

De rechercheur in dit boek heet Anders Knutas en hij probeert licht te scheppen in de duisternis van de kunstwereld.
We maken kennis met Anders’ collega Karin en met bovengenoemde journalist Johan, die al wel een kind heeft samen met zijn vriendin, maar nog niet samenwoont.
Via dit boek kom je terecht in de wereld van de kunsthandel: galeries van naam, kunstcollecties en jonge kunstenaars die naam maken via erkende/gevestigde galeriehouders.
Verder lees je iets over Nils Dardell, een beroemd Zweeds schilder die het schilderij ‘De stervende dandy’ maakte.
Het mooie van internet is dat je zo’n schilderij dan kunt opzoeken.

Verder was het natuurlijk een ‘gewone’ detective.
Er gaat na Egon nog iemand dood, men tast lang in het duister, maar aan het eind worden alle losse eindjes met elkaar verbonden en weet je precies hoe het allemaal zit.
En ondertussen zat ik tijdens het lezen te genieten van de herkenbaarheid van de plaatsen op Gotland, zoals de kerkruïne midden in de stad en de verschillende beschrijvingen van de Oostzee: rotsblokken, zandstranden en jaloersmakende zonsondergangen.
Sweet memories.

Nog geen kennisgemaakt met de blogserie die ik schreef over Gotland?
Hierbij een link naar het eerste blog, onderaan dat eerste verhaal vind je een overzicht van alle 13 blogs die ik daarover schreef.
Wil je het verhaal lezen dat bij de afbeelding hiernaast hoort?
Klik dan hier: torentje.

Reageren

27 maart: Een secreet.

Net als Mathijs Deen  met zijn boek ‘De Duiker’ zie: (Griezelen onder water) heeft Marion Pauw ooit de Gouden Strop gewonnen; dat was met haar derde boek, Daglicht.
Iedereen was daarna dus erg benieuwd naar haar vierde boek, de verwachtingen waren hooggespannen.
De titel is Zondaarskind en ik las het begin februari.
Ze heeft gekozen voor een ongewone hoofdpersoon; Geertruida Langhout, een oude vrouw van 80 met een zwaar leven achter de rug.
Als 9-jarig meisje verliest ze haar ouders en haar jongere zus; daarna komt ze terecht bij de zusters van Het Maagdenhuis*.
Daarna komt ze als dienstmeisje terecht bij een rijk, Amsterdams gezin, waar ze (zoals zo vaak in die tijd) zwanger wordt van de zoon des huizes.
Daarna wordt ze als een hond behandeld en weggestuurd door Frederique, de verloofde van de zoon.
Een secreet van een vrouw; een vals, verachtelijk iemand, een kreng staat bij dat woord in het woordenboek.
Geertruida is haar slachtoffer.

Het boek begint als Geertruida 80 jaar is.
Ze heeft haar heup gebroken en moet revalideren.
Om de verveling tegen te gaan neemt ze een kijkje bij het zangkoor van het tehuis waar ze revalideert en daar ontwaart ze op de eerste rij de inmiddels ook bejaarde Frederique.
En ze besluit om na al die jaren wraak te nemen.

Ik hoop op dezelfde manier oud te worden als Geertruida: ze doet iedere dag aan yoga, ze houdt haar geest jong door zichzelf uit te dagen en ze heeft een ijzeren gevoel voor humor.
Marion Pauw zet een overtuigende, bejaarde vrouw neer waar ik door haar droge manier van vertellen erg om moest lachen.
Bij stukjes en beetje krijg je het hele levensverhaal van Geertruida te horen.
Vermakelijk vond ik hoe ze de gang van zaken beschrijft in zo’n tehuis en hoe er met de oudere medemens wordt omgegaan.
En ook hoe er tegen de oudere medemens wordt aangekeken. Dat je ongevraagd als oma wordt aangesproken bijvoorbeeld.
Een spannende roman (thriller is een groot woord)  over oude mensen die nog van alles meemaken: het deed mij denken aan de avonturen van Hendrik Groen met zijn OMANIDO-club.
Een wijze les uit dit boek: onderschat nooit oude mensen.

Ben je slachtoffer of dader?
En helpt het jou als je wraak kunt nemen op iemand die je zo intens haat?
En wie is het secreet: Frederique in het begin van het boek? Of Geertruida aan het eind?
Die wraak is trouwens wel wat onrealistisch; daar heb ik altijd wel wat last van.
Maar het is Marion Pauw vergeven: tijdens het lezen hoopte ik dat het Geertruida allemaal zou lukken, zo leefde ik mee met de hoofdpersoon van dit boek.
En dat het dan wat onwaarschijnlijk is, neem ik op de koop toe.
Ik heb veel plezier beleefd aan dit boek: aanrader!

* Het leven was niet best in het Maagdenhuis. Dat wordt ook op indrukwekkende wijze beschreven in dit boek.
Kinderen die niet bij hun naam worden genoemd, maar als nummer.
De harteloze reactie op het verlies van ouders/zusje van de kille en liefdeloze nonnen: de haren rijzen je ten berge.
Op de website van de gemeente Amsterdam vond ik een interessant artikel daarover.

Reageren

12 maart: Vrij uitzicht.

Van buurvrouw Bonny kreeg ik in januari een boek te leen van de schrijfster Anya Niewierra.
“Heb je daar nog nooit van gehoord? Haar boeken zijn echt een hype! Titels als ‘Camino’ en ‘Het bloemenmeisje’  hebben zelfs prijzen gewonnen in het thriller-genre.”
Het boek dat ik meekreeg heet ‘Vrij uitzicht’ en is haar eerste thriller, het staat zelfs omschreven als een literaire thriller.

Het speelt zich grotendeels af in het Zuid Franse dorpje Mosset.
Tess Clement, een succesvolle vastgoedmakelaar van middelbare leeftijd, draagt een diep geheim met zich mee.
Haar moeder is overleden, haar man is er met een jongere vrouw vandoor en ze besluit dan om de confrontatie met het verleden aan te gaan.
Ze gaat in Zuid Frankrijk de oude vakantieliefde Benoit opzoeken, maar er is iets aan de hand met het dorpje.
Er zijn vrouwen op een raadselachtige manier verdwenen en in één van die verdwijningen speelde Tess in 1983 ook een rol.

Je leest het verhaal vanuit twee gezichtspunten.
De ene ik-figuur is Tess; ze is nog steeds verliefd op Benoit.
Je leest hoe ze na een tijdje besluit te gaan wonen in Frankrijk en hoe ze haar plek verovert in Mosset, wie ze allemaal leert kennen en wat het allemaal met haar doet. Halverwege het boek koopt ze het middeleeuwse kasteel om er op den duur een verblijf voor toeristen van te maken.
De andere ik-persoon (die bladzijden zijn cursief gedrukt)  is een geheimzinnige figuur die vanuit een geheim deel van het kasteel opereert. Die bespioneert Tess, dwarsboomt haar plannen en jaagt haar op met e-mails en enge berichtjes.
Je leeft met beide hoofdrolspelers mee en je vraagt je na 300 bladzijden in arrenmoede af wie van de dorpsbewoners die geheime kasteelbewoner is.

Het is spannend verhaal, maar het duurde me allemaal wat te lang.
Het boek heeft meer dan 400 pagina’s, ik had niks gemist als het 150 bladzijden korter was geweest.
Verder wordt er heel lang toegewerkt naar een plot, dat aan het eind in een paar bladzijden wordt beschreven.
Ik had het gevoel alsof dat gedeelte door de schrijver was afgeraffeld, het was mij allemaal net wat te kort door de bocht.
Die laatste hoofdstukken hadden juist wel wat meer uitgesponnen mogen worden: nu blijf je achter met duizend-en-één vragen.

Neemt niet weg dat ik erg heb genoten van het boek, dus ik ga nu op zoek naar één van haar andere titels!

Reageren

21 februari: Griezelen onder water.

Op de bodem van de zee ligt een wrak.
Een duiker, die op zoek is naar een verloren container, ziet bij de oude gezonken boot een andere duiker, maar die beweegt niet.
Hij staat halverwege de trap rechtop in het water; zijn dode ogen zijn gericht op de sleuteltjes van de handboeien waarmee zijn armen zijn vastgeklonken aan de trapleuning.

Griezelend lees ik bovenstaande passage in deel 2 in de Waddenthrillerserie van Mathijs Deen: ‘De duiker’.
De schrijver won met dit boek vorig jaar de Gouden Strop, de prijs voor het beste Nederlandse spannende boek.
En terecht kan ik nu zeggen.
Toen hij die prijs won kocht ik eerst het eerste deel in de serie; daarover schreef ik in september 2024 het blog ‘De Hollander‘.
Toen had ik dus al kennis gemaakt met Liewe Cupido, de ietwat stugge half Duitse, half Nederlandse politie-inspecteur die van Texel komt, maar werkt bij de Bundespolizei See in Cuxhaven.

Het wrak is gevonden in de omgeving van Föhr, één van de Noord-Friese waddeneilanden in het noordwesten van Duitsland.
De duiker die is vermoord blijkt te zijn heet Jan Matz en hij woont in Wilhelmshaven.
Dat zoek ik dan even op: hoe ver ligt het uit elkaar?
Wie heeft hem vermoord?
De familie van Hauke, een puber die door Matz’ zoon Johnny, zwaar mishandeld is?
Matz’ ex-vrouw Christine, die hem wel kan schieten?
Iemand die makkelijk geld wilde verdienen met het anodekoper dat in het wrak zat?

Het is een spannend verhaal, maar wat je tussen de regels door leest is ook prachtig.
Door de beschrijvingen van het gebied rondom de Waddenzee, die zich uitstrekt van Noord-Holland tot Denemarken, kom je te weten hoe mooi het daar is.
Je komt bekende namen tegen als Oldenburg en Hamburg en de riviermondingen van de Weser en de Elbe.
Tot mijn grote genoegen gaat Cupido voor een verhoor van iemand naar Münster, waar wordt beschreven hoe de ijzeren kooien aan de Lambertuskerk hangen, waar ik in december 2022 over schreef omdat wij daar met ons gezin de Lamberti-Weihnachtsmarkt bezochten.
Verder leerde ik over wrakken van schepen die op de zeebodem liggen
En over wrakduikers, over onderlinge concurrentie en over die fascinerende maar ook gevaarlijke onderwaterwereld.
Qua menselijk contact is Cupido een ‘Einzelganger’, maar in dit boek bouwt hij een innige band op met de hond Vos, die in het vorige boek in zijn auto ging zitten en niet meer wegging.

Wat mij bij zal blijven uit dit boek is de ingewikkelde verstandhouding tussen de vaders en de zonen in dit boek.
Vaders, die het helemaal niet eens zijn met wat hun pubers doen maar die zich daar wel vreselijk naar om maken.
Zonen die zich helemaal niks aantrekken van wat hun vader allemaal doet en zegt en zich vooral bezighouden met hun eigen leeftijdsgenoten.
En dan ondanks al die misverstanden toch de onverbreekbare band tussen vader en zoon en het haken naar elkaars goedkeuring.

Deen schrijft verhalen uit het land van de Nedersaksen: ik kijk al uit naar deel 3.

Reageren

8 februari: Sjalommetje.

Als je de titel van dit blog leest zou je kunnen denken dat het om een nieuwe uitgave  in de serie van ‘Suske&Wiske’-boeken gaat, maar dat is geenszins het geval.
“Ik moet terug voor Sjalommetje…”
Die zin las ik in het boek dat ik te leen kreeg van Alie Drent: “Levenslessen van een rabijn’, geschreven door Abraham Soetendorp.
Hij schrijft in dat boek zijn indrukwekkende levensverhaal, dat begint met zijn geboorte in Amsterdam in 1943.
Zijn vader, Jacob Soetendorp, was daar rabbijn. Bij de aangifte van zijn geboorte had zijn vader gezegd dat het kind Awraham Shalom heette.
“Is dat wel verstandig, om een kind Shalom te noemen in oorlogstijd” werd de vader gevraagd.
“Vrede zal hij heten en vrede zál het worden.”
Een hoopvol begin van een leven dat aan een zijden draadje heeft gehangen.

Tijdens een razzia vielen de Duitsers het huis van zijn ouders binnen en zagen de vier maanden oude baby in zijn wiegje liggen.
“Ga je wassen; morgen komen we terug!” dreigde de SS-officier, waarmee hij de ouders de gelegenheid gaf om te vluchten.
Het kindje werd naar een onderduikadres in Velp gebracht.
Zus Trees van vader Jacob had zich in het concentratiekamp vastgehouden aan de gedachte dat ze Sjalommetje weer wilde zien.
Na de oorlog kwamen zijn ouders gelukkig weer terug en namen hun zoon én zijn pleegmoeder mee naar hun woonplaats.

Op zijn 25e was hij de jongste rabbijn van Nederland.
In 2023 werd hij 80 en blikt hij terug op zijn leven en op zijn werk van vrede en hoop; in de loop van de jaren groeide hij uit tot de stem van liberaal-joods Nederland.
Zijn leven werd getekend door de oorlog en de gevolgen daarvan.
Hij beschrijft het onnoemelijke verdriet dat de Joodse mensen is aangedaan, pijn, verlies en gemis dat amper te dragen is.
Maar hij schrijft ook heel liefdevol over de Joodse tradities die zo belangrijk zijn en zijn levensmotto Tikwa lamrot hakol: hoop ondanks alles.
Wij mij trof was de verbindende rol die hij zijn hele leven heeft gespeeld tussen de verschillende religies.

Dinsdagavond werden de levenslessen van Soetendorp besproken in Op de Helte  met Sybrand van Dijk als gespreksleider.
Toen ik Alie op de valreep het boekje teruggaf (toen de hele groep al in de kring zat) flitste de gedachte door mij heen: ‘Zal ik er bij gaan zitten?’ maar de cantorijrepetitie was al begonnen, ze waren al aan het inzingen, dus ik koos voor het koor.
Ik had mij tenslotte ook niet opgegeven voor die avond en je kunt niet twee kerken tegelijk bezingen.
Zoekend naar een goed artikel over dit boek om naar te verwijzen op dit blog vond ik tot mijn grote verrassing op de website Theologie.nl een recensie van de hand van Sybrand van Dijk onder de titel Levenslessen tegen polarisatie.
De beste zin uit die recensie vind ik zijn opmerking over gebrek aan verantwoordelijkheid in onze tijd: Velen voelen zich tekortgedaan, zonder hun eigen aandeel onder ogen te willen komen. 
Avond gemist, toch een mooie uitleg!

Reageren

14 januari: Puber.

In de achter ons liggende weken heb ik weer eens een boek kunnen lezen.
Niet te zware kost, ik had een Peter Robinson/DCI Banks op de kop kunnen tikken bij de Roderboekenmarkt die ik nog niet had gelezen.
De vorige in deze serie viel me wat tegen, maar deze, Onvoltooide zomer, was weer ouderwets leuk.
De schrijver weet het verhaal zo op te schrijven, dat er in mijn hoofd een complete aflevering van een detectiveserie wordt afgespeeld.

Een skelet dat is gevonden blijkt de 15-jarige Graham te zijn die 30 jaar geleden vermist raakte; hij was één van de toenmalige vrienden van Banks.
Die heeft nog vakantie, maar hij biedt de inspecteur die het misdrijf onderzoekt zijn hulp aan; en raakt er natuurlijk bij betrokken, want hij bezoekt de ouders die na 30 jaar eindelijk weten wat er met hun zoon is gebeurd.
Banks komt door de herinnering aan zijn jeugd in zijn hoofd helemaal weer terug in die tijd: je leest hoe het was toen hij nog bij zijn ouders thuis woonde, wat hij deed met zijn vrienden en wat hij in die tijd belangrijk vond. Graham raakte vermist in 1965, dus  je leest veel over het Engeland in de jaren ’50 en ’60.
Een tijd waarin homofilie niet bespreekbaar en ook nog strafbaar was, maar het was er natuurlijk wel.

Naast deze verhaallijn speelt er ook er ook een zaak in de tegenwoordige tijd: de 15-jarige Luke wordt vermist en Annie, collega van Banks, wordt op deze zaak gezet.
Er wordt losgeld geëist, maar voordat de overdracht heeft plaats gevonden wordt de jongen al gevonden in een meer en wordt de vermissing een moord.
Twee vijftienjarige jongens die allebei nog op school zitten; die zich niet alleen met hun huiswerk bezig houden, maar zich ook inlaten met volwassenen.
En die volwassenen zetten de pubers in voor hun eigen gewin, hun eigen genot en hun eigen belangen.
Het duurt even voordat je weet hoe het allemaal precies zit en soms moest ik gewoon nadenken: om welke verhaallijn gaat het nu? Zit ik in 1965 of in 2003?

Bij de begrafenis van Graham ontmoet Banks zijn oude vriendengroep weer.
Het valt hem niet mee en vraagt zich af: “Had ik het met deze jongens nou zo leuk?”
Omdat Banks zo in zijn eigen jeugd aan het graven is en er ook constant aandacht is voor het leven van die twee jonge jongens word je er steeds bij bepaald dat het leven op je 15e best moeilijk en verwarrend is. En dat het in die periode van je leven heel belangrijk is dat je een stabiele thuissituatie hebt; ouders die van je houden, maar die je ook opvoeden en beschermen.

Man, wat had ik op mijn 15e stomme ouders.
En wat had ik daar een last van; ze begrepen mij gewoon niet.
Met de kennis van nu hadden mijn ouders toen een hele stomme puber die dacht dat ze het middelpunt van het heelal was.
Na het lezen van zo’n boek weet je even weer hoeveel geluk je hebt gehad in je leven.

Reageren

22 november: Boekwinkel voor gebroken harten

Op vakantie in Italië las ik het boek van Robert Hillman: ‘De boekwinkel voor gebroken harten.’

Op de zijkant van dit bibliotheekboek stond het pictogram dat bij ‘Geschiedenis’ hoort, maar er hadden wel 2 tekentjes bij op kunnen staan : een hartje voor een roman een tank voor een oorlogsboek.

Het speelt zich af in de jaren 60 Australië waar Tom Hope woont: een sterke,  grote,  vriendelijke boer van begin 30 die per ongeluk met de wispelturige  Trudy is getrouwd.  Trudy verlaat hem, maar komt toch weer terug als ze zwanger is van iemand anders. Het jongetje, Peter, wordt geboren en Tom is als een vader voor het kind. Maar Trudy verlaat hem weer en ze neemt haar zoontje met zich mee.
Tom is een gebroken man. Niet om het vertrek van zijn vrouw, maar om het gemis van de jongen.

En dan arriveert Hannah Babel in het dorp: een kleurrijke vrouw die als een wervelwind het leven van Tom binnenstormt omdat ze een boekwinkel wil beginnen.  Tom helpt haar met zagen en timmeren en al snel zijn die twee als een blok voor elkaar gevallen. Het dorp vindt er wel wat van, want Hannah is minstens 10 jaar ouder dan Tom en Jodin, maar eigenlijk zijn ze ook wel blij dat ze ‘hun’ Tom weer zo gelukkig zien.

Maar ook Hannah’s hart is gebroken. Haar eerste man Leon is overleden in Auschwitz en de tweede, Stephan, kwam om bij de Hongaarse opstand in 1956. Maar het grootste verdriet in haar leven is het overlijden van haar zoontje dat Auschwitz ook niet overleefd heeft. In flashback lees je over hoe het leven van de Hongaarse Hannah tot dan toe is verlopen: de treinreis naar het concentratiekamp, de gruwelijke omstandigheden daar, de vreselijke toestanden na de oorlog, het overleven van de bittere armoede en tenslotte het vluchten uit Hongarije na de opstand.
“Nooit meer kinderen in mijn leven” Dat is wat ze tegen Tom zegt als ze trouwen en Tom accepteert dat.

De boekwinkel wordt geopend: Hannah Boekhandel.
Dat die nog een tweede naam heeft weet verder niemand; in het Hebreeuws staat op de deur ‘de boekwinkel voor gebroken harten’.

En dan komt Peter terug in Toms leven.
En als gevolg daarvan gaat Hannah weg.
Wat een verdriet.
Hannah is kwaad op God en vecht in haar eentje de innerlijke strijd uit.
Tom is zielsgelukkig dat Peter er weer is, maar ook diepongelukkig omdat Hannah hem heeft verlaten.

Auteur Robert Hillman beschrijft het allemaal op een Maeve Binchy-achtige manier: meeslepend met af en toe een traan, maar ook zeker een lach!
Ik was danig onder de indruk van dit boek.
Wat een impact heeft wat wij ‘geschiedenis’ noemen gehad op de levens van mensen.
En ik realiseer me daarbij terdege dat mijn generatie de eerste is die is opgegroeid in een tijdperk van relatieve rust in de Europese geschiedenis.
Daar zouden we wel wat meer bij stil mogen staan.

Reageren

Pagina 2 van 17

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén