De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

11 juli: Sienus Grobben

Oldenzaal, de Twentse  stad waar ik ben geboren.
Gisteren was ik er met de jongste zus van mijn vader, tante  Trijn.
Zij heeft daar met mijn opa en oma gewoond van haar 4e tot haar 11e.
“Wat zou ik nog graag een keer kijken in de Plechelmus; daar ben ik als kind zo vaak geweest!” zei ze toen wij daar vorig jaar waren geweest. (lees voor meer info het blog Geboorteplaats uit 2019).

Dat zij daar vaak is  geweest, is op z’n minst vreemd.  We hebben het hier over een meisje dat opgroeide in een streng gereformeerd gezin, waarbij de vader met grote weerzin kennis nam van alle ‘uitwassen van die katholieken’ in de jaren ’50. “Als het carnaval was liepen we altijd honderden meters om om bij onze eigen kerk te komen, dit om te voorkomen dat we iets van de optocht zouden zien” vertelde ze daarover.
De waarheid is dat mijn opa helemaal niet wist dat zijn dochtertje zo vaak in die katholieke Plechelmus basiliek te vinden was; instinctief voelde ze aan dat ze dat beter niet kon vertellen.  Haar lagere school stond tegenover de oude kerk en zij ging met haar vriendinnetje heel vaak even naar binnen. Gistermorgen stonden we voor de deur van die oude school. “Hier was het schoolplein, dat liep tot aan de kerk. Dan gingen we altijd door die deur de kerk binnen.” We liepen verder de kerk in. “Hier staken we dan altijd een kaarsje aan. En daar was het wijwaterbekken, daar schepten we een beetje water,  sloegen een kruis en keken dan naar alle glitter en glim,  schilderijen en beelden.”

Er kwamen veel herinneringen terug.  Maar ook het besef dat er niemand meer is om deze herinneringen mee te delen.  Ook nu staken we allebei een kaarsje aan, ontroerd, omdat onze gedachten natuurlijk uitgingen naar al die dierbaren die ons al ontvallen zijn.  Wat kwamen ze nog vaak voorbij de verhalen van gisteren.

Op de markt, vol met terrassen,  herinnerde tante Trijn zich het cafétaria van Sienus Grobben in een zijstraatje. ” Daar gingen je vader en moeder altijd naar toe voor een gehaktbal met uien”.

O ja.
Ineens herinnerde ik mij dat mijn vader altijd trots vertelde dat hij ooit een seizoen kampioen gehaktballenvreter was geweest in dat beruchte cafetaria. Hij was er altijd nog

Familie Vrieswijk 1961

een beetje trots op. Je kon, als je de warme maaltijd bereid had en daarbij gehaktballen met uien serveerde,  geen groter compliment krijgen dan dat ze bijna net zo lekker waren als die van Sienus Grobben.

Haar ouders en broers, mijn ouders en opa en oma.
Ons familieverleden; oeverloos kunnen we het er over hebben.
Gisteren waren ze allemaal weer even heel dichtbij.
Sweet memories.

Meer weten over de foto?
Lees hierbij het blog ‘Familiedag uit 2016′.

Reageren

10 juli: Zitten? Of staan?

Sinds ik in Groningen werk ben ik in de gelegenheid om af en toe te werken aan een zit-sta-bureau. Dat is een bureau met een  verstelbaar werkblad dat laag kan staan, dan zit je er bij op een bureaustoel, maar het kan ook hoog, dan sta je erbij.
In vakjargon heet het een ‘ergodesk’.

Het gaat bij zo’n bureau om een gevarieerde werkhouding, waardoor je minder klachten krijgt in rug, nek en schouders. Maar net als lang achter elkaar zitten is ook lang achter elkaar staan belastend voor je lichaam, dus ik wissel het af.
Het bureau is eenvoudig met één druk op de knop hoger of lager te stellen. Wel moet je oppassen dat je bij het omhoog of omlaag zetten van het werkblad zorgt dat er geen stekkertjes of andere dingen ergens anders aan vast zitten, zodat je die mee omhoog of omlaag bewegen.
Toen mijn collega liet zien hoe het werkte vergat ze even dat de stekker van de printer die links op haar bureau stond een kort kabeltje had…….hij viel net niet op de grond.

In het begin is het heel bijzonder, maar al gauw raak je er aan gewend.
Als je staat verdeel je steeds je gewicht van je ene been naar het andere.
Verder stap je naar de kast achter je of naast je bureau, terwijl je anders met je bureaustoel rolt; waarvoor heeft het ding anders wieltjes.

Het is trouwens niet fijn om de hele dag te staan, daar kwam ik ook wel achter.
Maar het verstellen gaat heel eenvoudig met één druk op de knop, dus je kunt het gemakkelijk afwisselen.

Over zitten en staan valt een heleboel te zeggen, onze Nederlandse Taal bezit heel veel uitdrukkingen met die twee werkwoorden er in.

Met zitten bijvoorbeeld: dat kan in de put, in de piepzak, achter de broek, maar het kan ook goed in de slappe was en bij de pakken neer; dat gaat je allemaal niet in de koude kleren zitten!
Maar ook staan kan er wat van: je kunt het bij iemand in het krijt, op goede voet en op eigen benen,  je muts kan het verkeerd, je kunt het in een goed blaadje, met de mond vol tanden, ja, je kunt het zelfs met één been in het graf.

Daar sta je niet bij stil!
Maar ik kan er ook niet echt mee zitten.

Reageren

9 juli: Error-horror.

Wie gisteren probeerde om mijn website te bezoeken kreeg deze melding:

Fatal error: Cannot redeclare wp_get_user_request_data() (previously declared in

Daar word ik op z’n minst erg onrustig van.
Vooral het woord ‘fatal’ roept geen geruststellende gedachten op.

Gelukkig is daar dan altijd Theo, mijn website-mentor.
Hij belde mij gisteravond al op dat hij in ieder geval alle bestanden veilig had gesteld en dat hij vandaag contact zou opnemen met Sohosted om te kijken hoe het probleem opgelost kon worden. Daarmee zadel ik hem op met een berg werk…. al verzekert hij mij steeds dat het zijn hobby is.
Er bleek iets te zijn misgegaan met een up-date van WordPress, maar gelukkig kon vandaag alles worden hersteld. Even dachten we dat er maar 3 van de minstens 20 concepten waren overgebleven en dat de rest was verdwenen, maar dat bleek gelukkig niet het geval.
Die concepten komen gedeeltelijk in het 60-boek; het is jammer als je al het werk over moet doen.

Over dat boek heb ik trouwens afgelopen zondag ook erg in de rats gezeten.
Drie weken geleden hadden we de laatste back-up gemaakt en vanaf toen had ik veel werk opgeslagen in de map ‘Boek 60’.
Toen ik zondag iets wilde opslaan kreeg ik de melding: ‘u bent niet gemachtigd voor gebruik van deze map….’. Wat ik ook probeerde: niet gemachtigd. Ik kon ook niets meer openen.

Gelukkig is daar dan altijd Henk, mijn broer.
Wij brachten hem die avond gelijk nog de gecrashte schijven. Daarmee zadelde ik hem op met een berg werk, maar gelukkig: hij belde mij maandagavond al op dat hij in ieder geval het bestand ‘Boek 60’ had gered.

Spelende vrouw, wat heb je nu geleerd?
a. Wat fijn dat Henk en Theo er zijn. Bedankt mannen!
b. Back up maken, back up maken en back up maken. En dan ook nog back up maken.

Pffff.
Ooooohntspanne……..

Reageren

8 juli: Kaarten, blikken en blozen.

Al een tijdje kunnen we met onze kinderen weer gewoon met z’n vieren aan één tafel klaverjassen.
Vorige week kwamen Frea en Jon gezellig langs op donderdagavond; koffie, bijpraten en een kaartje leggen.
Het digitaal klaverjassen in Coronatijd was een goed alternatief, maar met de andere spelers op een klein schermpje op je telefoon mis je ‘de blikken’.

Die blikken zijn veelzeggend en vermakelijk.

De ‘jij-speelt-maar-ik-heb-drie-keer-de-nel’-blik van de tegenstander.
De ’two-fingers-in-the-nose’-blik als je een ‘stille’* in de handen hebt.
De ‘Ik-vreet-deze-kaart-nog-liever-op’-blik als je een blote heer hebt en vijftig roem moet weggeven.
De ‘O-wat-naar-ik-moet-troeven-hahahaha’-blik als er een Aas van de tegenpartij wordt weggekaapt.
De ‘Ik-dacht-dat-jij-het-Aas-had..’-blik als je met een 10 opkomt en de tegenpartij de slag neemt met het Aas.

Als je kunt klaverjassen snap je precies wat ik bedoel met bovenstaande blikken.
Als je niet kunt klaverjassen: ga het onmiddellijk leren; je weet niet wat je mist.

Nu heb ik de kaarten en de blikken uit de titel benoemd, maar het blozen nog niet.
Blozen komt namelijk ook regelmatig voor bij het klaverjassen.
a. Als het er om spant: redden we het? Of gaan we nat?
b. Als je per ongeluk in de één na laatste slag de slag van je maat aftroeft en daardoor de laatste slag (10 punten extra) mist.
Of 70 roem weggeeft terwijl je een andere kaart had kunnen bijgooien….
c. Als je een glaasje port drinkt bij het kaarten. Wich is almost always.

Klaverjassen bepaalt best vaak de waarde van mijn dag.
Samen een spelletje doen en daar heel veel plezier aan beleven.
Ondertussen verhalen vertellen en genieten van elkaars gezelschap.
Mijn hele jeugd is doordesemd met ‘het spel der spellen’.
Zonder blikken of blozen kan ik zeggen: “De liefde voor het klaverjassen is mij met de paplepel ingegeven en zit in mijn bloed.”

Maar klaverjassen zonder blikken of blozen?
Bijna onmogelijk.

* geen punten voor de andere partij

Reageren

7 juli: Zus vier en de vervloekte parel.

Er zit steeds minder tijd tussen de blogs over de delen van ‘de Zeven zussen’-serie die ik aan het lezen ben.
Dat komt deels omdat het gewoon een erg leuke serie is, maar ik heb ik door de coronacrisis ook veel meer tijd gehad om te lezen; zondagmiddag 21 juni las ik deel vier uit. Het boek heet Parel en gaat over de vierde zus Cécé, genoemd naar de ster Celaeno van het zevengesternte ‘de Pleiaden’.

Net als bij de vorige zussen gaat Cécé op zoek naar haar afkomst.
En net als in de vorige boeken is er nu ook weer een verhaal van ongeveer 100 jaar geleden dat de afkomst gaat onthullen. We lezen over Kitty, die in 1906 vanuit Schotland naar Broome in Australië gaat en een rijke familie van parelhandelaren ontmoet.
Daarna maken we o.a. kennis met Camira, een Aboriginal-vrouw, die door Kitty wordt gered door haar en haar ongeboren kind in huis te nemen. Uit dankbaarheid blijft Camira met haar dochtertje bij haar wonen en wordt haar dienstmeisje.

Het was bijzonder om dit boek te lezen in een tijd dat er onophoudelijk werd gedemonstreerd voor ‘Black lives matter’. Het lot van de Aboriginals zoals het wordt beschreven in dit boek is godgeklaagd. Ze werden als derderangsburgers behandeld (en volgens mij is het nog steeds niet veel beter) en er werd over hen beslist en over hen geheerst door de blanke burgerij, die de touwtjes in handen had.
Je leest hoe de families van Kitty en Camira met elkaar worden verweven en hoe dat eigenlijk niet kon. Blanken konden gewoon niet op gelijke voet omgaan met aboriginals en als halfbloed had je niet eens bestaansrecht.

Ook Cécé  komt terecht in Broome, Australië. Ze ontmoet daar haar grootvader en ontdekt ondertussen ook wat ze zelf met haar leven moet gaan doen.
Schrijfster Riley laat in haar boeken historische feiten een rol spelen, zoals het vergaan van een luxe stoomschip in 1912 (niet de Titanic) ), zodat je heel sterk het gevoel krijgt dat het zomaar eens echt gebeurd zou kunnen zijn.
Zo komt ook de Roseate-parel voorbij, een beroemde parel die echter voor de eigenaar ervan altijd dood en verdoemenis betekende.

Ergens las ik dat de kenners van literatuur hun neus ophalen voor deze populaire reeks; er is nog niet één serieuze krant waar een recensie in is verschenen.
Eigenlijk kan me dat niet zoveel schelen; ik schreef al eens eerder over literatuur versus lectuur.
Ieder boek in deze serie brengt me naar een ander land.
Toen Kitty naar Australië afreisde heb ik het eerst maar eens opgezocht op de kaart.
Waar ligt Broome dan?
Verder kom je veel te weten over het klimaat, de lange periodes van droogte afgewisselend met zware regenval en de kunstvorm die de Aboriginals beoefenen.

Nu eerst weer even wat anders lezen en daarna ben ik benieuwd  wat er gebeurt met Tiggy de vijde zus in deel 5 van de serie ‘Maan’.

Benieuwd wat ik vond van de andere delen?
Hierbij een link naar een overzichtspagina: ‘De zeven zussen-serie’ met links naar de afzonderlijke blogs.

Reageren

6 juli: Wat voor klus dan?

Voor mijn korte vakantie gaf ik aan dat ik extra tijd nodig had voor een andere klus.
“Wat voor klus dan?” is dan een gerechtvaardigde vraag.
Een hele leuke klus.
Ik heb gewerkt aan mijn eigen verjaardagscadeau: een boek!
Oplettende lezers weten dat ik geboren ben in 1960; dat betekent dat ik dit jaar 60 word.
Dit jaar bestaat mijn website ‘de Waarde van de dag’ 6 jaar en die twee verjaardagen gaan we combineren: we gaan een boekje uitgeven!

Hoe moet dat?
Wat zet ik daar dan in?
Wie gaat het uitgeven?
Welke blogs zijn het leukst?
Welke worden het meest gelezen?
Welke patronen worden het meest gedownload?
Wat zijn de opvallendste reacties?
Zomaar een paar vragen. Het beantwoorden van die vragen kost tijd en aandacht en daar heb ik me de afgelopen twee weken mee bezig gehouden.

Het boek vertelt over de website, over het begin, de achtergronden en hoe ik één en ander beleef.

“Lees ik in jouw boek hetzelfde als op de website?”
Deels wel, deels niet.
Sommige dingen heb je al eens eerder gelezen; bij ieder onderwerp komen een aantal blogs die ik al eens heb gepubliceerd, maar ook steeds één blog dat niet op de website komt, die schrijf ik exclusief voor het boek.
De afgelopen twee weken heb ik dus mijn hele website doorgespit en blogs geselecteerd.
Niet alles gelezen hoor, dat is geen doen; in die zes jaar heb ik al meer dan 2000 blogs geschreven.

Bij die dubbele verjaardag verschijnt dus een boek, maar de website krijgt ook een andere lay-out, ook daar heb ik me wat in verdiept.
Wat is nou een website van iemand anders die ik leuk vind?
Wat moet anders? Wat moet hetzelfde blijven?
Het is allemaal best spannend. Voor het uitgeven van een boekje heb ik anderen nodig en ook het veranderen van de website kan ik niet alleen.
Daarom heb ik ook geen echte ‘dead-line’, ik ga mezelf niet gek maken.
“Immer mit der Ruhe” was één van mijn vaders one-liners.

Ondertussen zijn er al weer twee weken voorbij.
Er waren kerkdiensten, er was een verjaardag, er was hitte, mooie muziek kwam voorbij, er was werk, ik ondervond anderhalve-meter-ergernis en in mijn hoofd ben ik dan alweer aan het bloggen.
Blog-vakantie was  even goed, maar ik mis het dagelijkse blog dan ook wel, na zes jaar zit het helemaal in mijn systeem.

Vandaag pak ik de blog-draad weer op.
Het meeste uitzoekwerk voor het boek is klaar, er ligt al een mooi pakket en er zijn afspraken gemaakt voor een website-overleg.
Heb je als lezer een verzoekje voor in het boek?
Een blog dat er voor jou uitsprong?
Een onderwerp waar je graag over leest?
Iets wat wat je ontroerde of waar je om moest lachen?
Het boek is nog niet af; als je nog suggesties hebt hou ik me aanbevolen.

Reageren

22 juni: Verrassing! Frea’s gastblog.

Na mijn oproep van gisteren meldde zich gelijk al mijn eerste ‘guest’: oudste dochter Frea.

In de categorie ‘Frea’s obsessies’, een verhaal over De Tuin.

In mijn laatste Nottinghamse huis, waar ik samen met Jon woonde, had ik voor het eerst een echte grote tuin. Ik ging helemaal los met planten en zaaien: ik bouwde kleine kasteeltjes van koffiedik en scherpe leisteen stukjes om mijn pompoenplantjes te beschermen tegen de slakken en was uren bezig met heuse veldslagen tegen het onkruid. Het onkruid bleef lang genoeg weg voor een rode biet om te groeien, maar de slakken

Nieuw blad

hadden het idee dat mijn kasteeltjes hun nieuwe landhuisjes waren.
R.I.P. pompoentjes.

Vorig jaar, aan de Padangstraat, hadden we geen buitenruimte.
Officieel niet dan. Er hing wel een noodladder die naar het dak van de schuur van de onderburen leidde. Daar konden wij na een paar keer proberen best makkelijk op en af vanuit het raam. Er bleek daar ook best ruimte te zijn voor een paar tomatenpotten, Jon maakte van ijzerdraad een hele rits hangers voor plantenbakken, en toen hadden we opeens een moestuin. In die ‘tuin’ hebben we meer verbouwd dan in die hele dikke tuin in Engeland, het lastigste was na een biertje weer naar binnen klimmen.

Sinds december hebben we een upgrade: we hebben nu een Echt Balkon. Al gauw hadden

3D planten tetris

we een constructie met kabels en haken tegen de wind, en begon het 3D-planten-tetris: hoeveel groenten kun je kweken op twee vierkante meter? Heel veel, blijkt: we hebben zes soorten kruiden, tomaten (met overkapping tegen de zon, tere dingetjes), courgette, radijs, rucola, sla, een paar preien die heel raar doen (volgens mij hebben ze een vrij losse relatie met zwaartekracht), bosuitjes, een Perongeluk Paksoi, en nu ook drie cantaloupe plantjes(!?).

Balkon met opstijgende radijsjes

Voor bijtjes hebben we twee potten wildbloemen, bakjes lavendel, een Onverwoestbaar Paars Plantje, en nu ook Perongeluk Bloeiende Paksoi. Onze radijsjes hebben inspiratie gekregen, en willen ook heel graag bloeien. Helaas worden ze dan heel bitter, dus pluk ik de hele tijd die bloemknoppen eruit. Behalve van een, want ik ben wel benieuwd wat voor bloem daar uitkomt…

Door al het geplant hebben we inmiddels een huisdier: een echte leaf-cutter bee  (hierbij een link naar meer info over die bij) die af en aan vliegt met stukjes blad om

Hangy boys

in de Perongeluk Paksoi hanger een nestje te maken. Volgens het internet moeten we de pot in de winter in de schuur hangen, dan kunnen ze daar overwinteren, en dan hebben we in de lente zes tot acht baby bijtjes. We gaan zien of we dat aankunnen qua verantwoordelijkheid.

Elke keer als ik bel met familie of vrienden krijgt het telefonisch slachtoffer een rondleiding door onze tuin. Had je die vorige week ook al gezien? Ja maar nu hebben we ook kaneelbasilicum, en de courgette heeft een nieuw blad! Ik stuur iedereen fotos van

versgemaakte rucola-pesto (hierbij een link naar het recept). Als het regent rond koffietijd ga ik alsnog met

Pestooooo

paraplu en al op het balkon mijn koffie drinken om de koriander te inspecteren op bladluis, en ik zet op warme dagen een dekseltje met water buiten voor Polly de Bij.

Ja je zou kunnen zeggen dat ik wel blij ben met De Tuin.

 

 

Reageren

21 juni: Zomervakantie.

Na de kerstvakantie heb ik vanaf 5 januari iedere dag een blog gepubliceerd, ook in coronatijd.
Het is best bijzonder om te zien dat er zonder cantorij, gespreksgroep, collega’s, visite’s, koffie-ochtenden, sport en dagjes uit met deze en gene toch iedere dag wel iets van waarde was om over te schrijven.
Ons fotoboek van het eerste half jaar van 2020 laat ook dit beeld zien: anders dan anders, maar niet verkeerd. Veel gewandeld, veel gefietst en flink uitgerust.
Langzamerhand gaat het leven weer zijn gewone gang, al is het nog lang niet weer zoals voor corona en we weten ook nog niet wat ons in de komende tijd met betrekking tot corona boven het hoofd hangt.

Op dit moment is er een andere klus die even mijn aandacht nodig heeft, dus ik neem een poosje vakantie van mijn blog. In eerste instantie ga ik uit van twee weken, dan meld ik mij weer.

Denk je: die leegte wil ik wel een keer een dag vullen?
Be my guest en schrijf een gastblog.

Reageren

20 juni: Lezer van de maand – Henk Kouwenberg

Hoe kennen wij elkaar?
Ik heb meer dan dertig jaar op basisschool ‘de Haven’ gewerkt.  Ada en Gerard leerde ik al gauw kennen als actieve ouders. Ook heb ik nog met Gerard in de kerkenraad gezeten, hij als diaken en ik als ouderling. Eens, net voor de morgendienst begon, liep Gerard ijlings naar de microfoon en haalde Mattheüs 5:16 aan. “U hoeft uw ontstoken lamp niet onder de korenmaat te stellen, maar het is ook niet nodig om uw autolichten te laten branden tijdens deze dienst. Van wie is de auto met nummerbord ** ** **?”  “Je mag ook wel de preek dadelijk doen”, stelde ds. Vellekoop direct voor.

Waar en wanneer ben je geboren?
Ik ben op 29 september 1948 in Den Haag geboren.

Verliefd, verloofd, getrouwd?
Ik ben op 19 december 1973 getrouwd met Ella.
We kregen een zoon, Machiel, toen we in Gouda woonden. Onze dochter Muriël is in Groningen geboren. Zij had een ernstige hartafwijking (Fontan) en weinig kans om volwassen te worden, aldus de arts. We hebben ook twee leuke kleindochters.

In welke levensfase zit je nu, hoe vul je je dagen?
Vanaf december 2008 ben ik vrijwilliger bij de boekenmarkt.
In de loop; der jaren heb ik tal van aangeleverde boeken zelf kunnen kopen, ook voor Ella en mijn eigen kast puilt al aardig uit.
Doordat Muriël door een mislukte operatie aan haar hart een hersenbeschadiging opliep door zuurstofgebrek was zij ook verstandelijk gehandicapt geworden. Toen zij opgroeide kregen we te maken met instanties voor mensen met een beperking. Muriël is op haar zesde jaar nogmaals geopereerd. Haar hart is a.h.w. omgebouwd. Het is een wonder dat ze nog leeft, want al haar lotgenoten uit haar leeftijdsgroep zijn allang overleden. Zij schijnt de enige in NL. en daarbuiten te zijn die nog functioneert met een zgn. Hancock-klep. Ze is nu 43 jaar. Dankzij goede medicijnen en zorg door UMCG en huisarts is ze nog steeds een vrolijke en geestige dochter. Gaandeweg werd ik vrijwilliger bij Flotar Roden , De brug provincie Groningen, medezeggenschap bij de Zijlen/dagbesteding en tenslotte secretaris bij Toegankelijk Noordenveld voor iedereen. Ik heb altijd veel belangstelling gehad voor geschiedenis en godsdienst. Verder help ik mee aan het onderhoud van Natuurschoon Nietap. Daar is ook een labyrint op de voormalige hertenweide. Het heeft een lengte van 570 m. Met enige moeite kan een scootmobiel er ook overheen.
Meer weten over zulke labyrinten? Hierbij een link naar een website met meer informatie.

Wat wil je graag met de lezers delen?
Als onderwijzer heb ik de gangbare bijbelverhalen vaak aan de schoolkinderen verteld.
In die tijd waren er zes keer per jaar zgn. kerk-school-gezinsdiensten. En dan in twee kerken tegelijk. Ik kan me nog een voorval uit Gouda herinneren. Toen wilde een meisje bidden voor de dode mensen die naar de hel gingen. Haar ouders waren bondsleden, bleek later. Toen ik haar zei dat ze zich geen zorgen hoefde te maken over de hel en de duivel was haar vader heel kwaad op me. Toen is er bij mij wel een knop omgegaan.

In de loop der jaren heb ik me verdiept in de ontstaansgeschiedenis van de Bijbel en van het Christelijk geloof. Via o.a. de boekenmarkt heb ik inmiddels meer dan een meter boeken over dit onderwerp verzameld. Het is verbazingwekkend hoeveel  godsdienstwetenschappers zo divers hun licht hebben laten schijnen over Bijbel en christendom. Zo wist ik nooit dat er maar zeven brieven van Paulus echt door hem geschreven zijn. Geen dominee die dat ooit vertelde. Ook lees je dan dat er nog vele andere, gnostische geschriften niet in de bijbel werden opgenomen, omdat de machthebbers dat niet wilden. Onwelgevallige geschriften werden vernietigd. Gelukkig werden in 1947 de Dode zeerollen gevonden, in kruiken verstopt in een spelonk. Heel leerzaam is bijv. het Thomas-evangelie. In de Bijbel kom je tal van merkwaardigheden tegen. Ik heb ook de brieven van Bram Moerland gelezen. Hij schrijft: “Het doet er ook niet toe welk geloof je aanhangt, dat wil zeggen: onder welke spirituele boom je schuilt. Wat telt zijn je daden, als de vruchten van de liefde die in jou woont.”
Hierbij een link naar de website van Bram Moerland.

Wijlen Klaas Hendrikse schreef: “Geloven in een god die niet bestaat”. Hij legt dan uit dat het koninkrijk van God “ontstaat”, tot leven komt, als mensen met elkaar invulling geven aan hun leven. Ik ervaar dat bijvoorbeeld als ik  samen met de vrijwilligers en de leden van Flotar met gehandicapte kinderen zwem of met een groepje samen ga koken.
Toewijding = geloven.

Reageren

19 juni: Kerk zonder priester

In het blog over onze sportiviteit tijdens de Gradagen vertelde ik al dat Gerard en ik onze fietsen meehadden.
De eerste fietstocht voerde naar Noord Sleen en we fietsten door plaatsen als ’t Haantje, Odoorn en Schoonoord.
Toen we de tocht uitzetten ontwaarde ik een aantal hunebedden op de kaart. Om die te zien moesten we een paar keer van de fietsknooppuntenroute afwijken, maar dat vond ik alleszins de moeite waard omdat het drie hunebedden waren die ik nog niet gezien had. Wij gingen op hunebeddenjacht.

Eerst vonden we hunebed D49, de Papeloze kerk.
Dit hunebed werd door hervormde predikanten onder leiding van Menso Alting in de 16e eeuw gebruikt als kansel voor hun geheime hagepreken tegen het Roomse gezag.
Het waren dus diensten zonder ‘paap’, zonder priester.
Professor Van Giffen heeft dit hunebed in 1959  gerestaureerd en heeft daarbij de helft van het monument weer met een zandheuvel bedekt, zodat je een idee krijgt van hoe zo’n hunebed er 5000 geleden uitzag. Vroeger moest je zelfs een kaartje kopen om binnenin het graf te kunnen kijken, maar dat is later weer afgeschaft.
Prachtig vond ik het.
Wil je meer weten? Hierbij een link naar een filmpje op de website van Staatsbosbeheer over het Slenerzand , waar o.a. dit hunebed besproken wordt.

Verder vonden we in de buurt van Noord Sleen een tweelinghunebed, D50 en D51.
D50 is een groot, bijna compleet hunebed en ik vond het bijzonder omdat de ring van kransstenen om het hunebed heen nog helemaal intact is.

Een fietstocht door het land van Bartje.
Als je op bovenstaande link Bartje klikt kom je op een pagina waar je nog kleine stukjes van de de toenmalige NCRV tv-serie van Willy van Hemert kunt bekijken. Die serie heb ik twee keer gezien en als je in dit deel van Drenthe fietst zou je het kereltje dat zo’n hekel aan bruine bonen had zomaar kunnen tegenkomen. Nu zorgen de knooppunten er natuurlijk ook wel voor dat je de mooiste stukjes van de omgeving ziet; we fietsten zelfs langs een schaapskudde.
Hoe Drents wil je het hebben?

Zoals het nu lijkt gaan we dit jaar niet naar het buitenland in de zomer.
Gelukkig wonen we in Nederland; we zijn nog lang niet uitgekeken.

Reageren

Pagina 207 van 411

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén