De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

9 februari: Spreuken; verrassend actueel….

We lezen deze weken na het eten aan de hand van een dagboekje uit het bijbelboek Spreuken.
Daarin staan eeuwenoude wijsheden die soms verrassend actueel zijn.

Zo’n spreuk bracht mij deze week even weer bij mijn ouders thuis.
Mijn moeder is geïrriteerd om  ‘het gesmeer en het geknooi’  van mijn vader.  Want die kon dat goed.
Ze moppert over z’n kleren die nu in de was moeten.
Mijn vader hoort het schuldbewust aan en zegt met pretlichtjes in de ogen: “Het is beter op de hoek van het dak gezeten, dan met een kijvende huisvrouw samen te wonen. Stiet in de biebel. Jammer dat wij gien plat dak hebt.”
Dat was natuurlijk olie op het vuur.
Wat mijn moeder betrof mocht mijn vader op zo’n moment best op het dak gaan zitten.
Met z’n gesmeer en geknooi…..

Vorige week lazen we ‘De pracht van jonge mensen is hun kracht, de sier van oude mensen is hun grijze haar‘.
Daarbij werd in het dagboek aangetekend dat iedere levensfase zijn eigen waarde heeft.
Als je ouder wordt hoef je niet koste wat kost je jeugdige kracht te bewaren, je krijgt er iets ander voor terug.
In onze maatschappij is er de druk om lang ‘jong te blijven’, maar eigenlijk levert dat alleen maar stress op.
Dan gaan mijn gedachten naar de Saarpodcast die ik wekelijks beluister.
Saar wordt gemaakt voor de 50+vrouw, om haar een volwaardige plaats in de samenleving te geven. De achterliggende boodschap is: “Je telt ook nog mee als je ouder bent.”
Maar ik hoor Femke en Barbara en hun gasten vooral praten over hoe ze hun best doen om er jong uit te blijven zien, om jong over te komen en met de jeugd mee te doen; om de klip-klap gebruiken ze bijvoorbeeld hippe schuttingwoorden.
Vertellen dat ze coke snuiven heel gewoon vinden.
En dat ze overmatig drinken en dat ze soms zoveel innemen dat ze er een dag van moeten bijkomen.
Ik herken mezelf er gewoon niet in.
Na een jaar ben ik eigenlijk wel een beetje uitgeluisterd en denk ik steeds vaker: doe es niet zo hysterisch en gedraag je naar je leeftijd.
Aan de ene kant wil je als oudere vrouw geaccepteerd worden, aan de andere kant wil je niet op je leeftijd worden aangesproken.

Nog één spreuk, dan hou ik er over op.
Deze lazen we gisteren: “Wie afdwaalt van de weg van het verstand, zal belanden in het rijk van de schimmen.”
Als voorbeeld van dat afdwalen werd het complotdenken tijdens de coronatijd genoemd en ook  ‘de alternatieve feiten’ van Donald Trump, die daarmee zijn eigen versie van de werkelijkheid bedoelde.  Volgens de schrijver van de dagboektekst bedoelt deze spreuk te zeggen: Je belandt dan in het rijk der schimmen, want in een wereld waarin feit en verzinsel op gelijke voet staan, weet je niet meer wat waar is. Dat slaat je houvast weg en leidt uiteindelijk tot een zinloos bestaan.

Zomaar drie teksten waar ik de afgelopen week nog even op herkauwde.
Verrassend actueel, ik zei het al.

Reageren

8 februari: De eerste dinsdag van de maand.

de kletspot

De eerste dinsdag van de maand staat al in heel wat agenda’s genoteerd als ‘Holy Stitch‘, het handwerkclubje van onze PKN-gemeente.
Gistermiddag had ik een ‘kletspot’ meegenomen: een glazen stolpfles met chocoladelekkertjes erin.
De kletspot ging de kring helemaal rond; degene die die pot had nam een chocolaatje en vertelde wat ze aan het doen was op handwerkgebied.
Moesten we bij de start van ‘Holy Stitch’ ons bij dat rondje nog allemaal voorstellen, tegenwoordig hoeft dat niet meer en moeten we goed ons best doen om onze mond te houden als iemand anders aan het woord is…..
Met dat rondje zijn we trouwens al bijna een uur bezig; er komt echt van alles voorbij: een piepklein truitje voor een aanstaand kleinkind, een gehaakte kruikenzakhoes, een geborduurd familieportret, haakwerkjes, en breiprojecten, er stonden maar liefst 3 sokken op de pennen.
Eén deelneemster had niets op de pennen, die had een knipwerkje meegenomen en één had een tekening van een vogel meegenomen, die ze met een techniek met een wattenstaafje en een beetje olie een diepere glans gaf. Tenslotte was er nog één steekster, die even niet kon steken; ze was geopereerd aan haar pols en kwam puur voor de gezelligheid.
Dat is natuurlijk ook helemaal prima, graag zelfs.

Er waren plannen om een bezoek te brengen aan de handwerkbeurs in Zwolle (a.s. weekend, 9 tm 12 februari); sommigen van ons waren daar al eens geweest.
Een opmerking daarover vertolkte ons aller gevoelens: “Daar word ik altijd zo hebberig van”.

Eén van ons breide een vierkant lapje  in ribbelsteek. “Daar maak ik slofjes van. Dat vierkante lapje vouw je dan dubbel en dan komt er een teen aan.”
Ja hoor.
Die teen komt er toch niet vanzelf aan?
Hoe dan?
Net als bij een sok: van ribbelsteek overgaan op tricotsteek en dan minderen naar een punt.
Toch minder eenvoudig dan het leek…..de techniek van het sokken breien heeft niet iedereen meer onder de knie.

Ik ploos met iemand nog een haakpatroon uit, bekeek een prachtig fotoalbum van een Skandinavië-reis en toen was de middag maar zo om.
2 uren ondergedompeld in ribbelsteken, hakken en hielen breien, stokjes, lossen en vasten haken, borduurwerkjes en granny-squares en dat allemaal  op een doordeweekse dinsdag.

Reageren

7 februari: Eten & zingen.

* een slieve

Zondagmiddag stapte ik rond vijven in de auto met een pan kokend hete groentesoep die ik (in een tas) voor de bijrijdersstoel zette.  De pan was in handdoeken gewikkeld en er zat al een plankje onderin de tas,  dus hij kon in Op de Helte zo op de bar gezet worden: slieve* der in,  scheppen maar. Om 19.00 uur begon de vesper waaraan wij als cantorij meewerkten en we hadden het plan opgevat om voor het inzingen samen te eten. Er was nóg een pan soep, hartige taart en  pizza : lekker en gezellig. Wat een leuk begin van een kerkdienst!

Om 18.00 uur zongen we onder leiding van Karel alles nog even door.
Als we meewerken aan een viering is er altijd wel een lied waar een lastig dingetje in zit, waar Karel op de repetitieavonden veel aandacht aan heeft besteed.
Bij de regel ‘laat ons maar zingen’ bijvoorbeeld zat een tel rust voor ‘laat’. Maar die zagen we niet, tenminste, niet iedereen.
Karel loste dat op door tijdens het dirigeren op die tel een klap op de piano geven ‘die Gij zijt KLAP laat ons maar zingen’. Dat hielp op den duur wel. In mijn partituur had ik er met potlood  ‘klap’ bij gezet. En dan nog was er af en toe een koor lid dat net een tel te vroeg ‘laat..’ zong. Maar zondagavond ging het goed!

Verder was er één lied waarbij wij als alten in het laatste couplet in de laatste noot een halve toon hoger moesten zingen.
Dan klinkt het ineens anders; iets met terts.
Maar je raadt het al, dat vergaten we in het begin ook steeds.
Karel liep dus uit voorzorg halverwege het vierde couplet naar onze stemgroep en begon stralend naar ons te glimlachen.
Dan denk je ‘Wat is er met die man?’ maar dan weet je het ook al weer: ‘Oh ja, de terts in de laatste noot!”

Het mooist vond ik de ‘gouwe ouwe’ (uit 1979) Alles wat adem heeft’ van Antoine Oomen, met de ‘slaande cymbalen en klinkende cimbels’.
Een lied dat zangvereniging Halleluja uit Hoogersmilde (waar Gerard en ik in de jaren ’80 bijzaten) ook al zong en ook de Catharinacantorij had het op haar repertoire.
Na afloop had ik het daar nog even over met een ex-alt die al een tijdje niet meer met ons meezingt.
“Dat lied ken ik nog woord voor woord; wat heerlijk om dat nog eens samen met jullie te zingen!”

Samen zingen; het tilt je een beetje uit boven de dagelijkse sleur.
Vanavond sta ik weer in de laatste rij naast Klaas en Saakje.
Dan leveren we alle muziek van zondag weer in en krijgen we nieuwe muziek: we gaan ons voorbereiden op Pasen.

Reageren

6 februari: “Dat gestink in huus…..”

De titel van dit blog zijn woorden van mijn moeder, die ze altijd uitsprak als we wilden gourmetten.
Want ….. het is niet erg bevorderlijk voor de luchtcondities in je huis.
Gerard kwam een paar weken geleden met het idee om een soort afzuiginstallatie boven de keukentafel te monteren.
Daar zag ik nou helemaal niks in: het ziet er niet uit, zo’n kolos boven je tafel en het maakt best veel lawaai.
Het idee waaide weer over. Gelukkig maar.

Zaterdagmiddag 21 januari liet hij mij een plaatje op zijn tablet zien.
“Wat vind je hiervan dan?”
Het was een gourmetstel/grill-plaatje met een mini-afzuigkapje er boven.
Dat was nog niet zo’n raar alternatief voor het ding in de eerste alinea.
“Waar verkopen ze die dan?” vroeg ik.
Gerard belde met de enige leverancier van zo’n ding hier in de buurt (Jan van Peer in Emmen), vroeg of ze het apparaat op voorraad hadden en of hij het kon komen bekijken.
Ja hoor, hij kon langs komen.
Hij stapte in de auto en drie uur later was hij weer terug, met het voornoemde apparaat, een colbertjasje en een overhemd.

We hebben het die zondagmiddag de 22e gelijk in gebruik genomen met Wim en Carlijn en afgelopen zaterdagavond hadden we mijn broer en schoonzus uitgenodigd om bij ons te komen eten.
Het gedoe met die pannetjes en minstens twee uur doen over  kleine beetjes vlees, groente, kleine pannenkoekjes, salades en stukjes stokbrood: ik hou er van.
Alle tijd om heerlijk bij te praten en ondertussen genieten van al het lekkers dat op tafel staat.
Eigenlijk net als in een Tapas-restaurant, maar nu maak je het gewoon zelf.
Ik koop nooit zo’n schotel met vlees; het gehakt kruid ik zelf en maak er kleine hamburgertjes van en de kip marineer ik met knoflook en ketjap.
De speklapjes maak ik lekker met peper en kerrie; de schnitzel paneer ik soms ook zelf, maar gisteren kocht ik één gepaneerd exemplaar die ik in stukjes sneed.
De verse zalm knip ik in kleine stukjes en maak ik klaar met viskruiden.
Op de bakplaat kun je zo’n stukje lekker bakken, maar je kunt het ook stoven in een aluminiumfolie-pakketje.

En nu hebben we dus een gourmetstel met een mini-afzuigkapje er boven!
Het maakt niet heel veel lawaai, maar het werkt als een tierelier.
Je hoort mij niet zeggen dat je niks meer ruikt, maar de overweldigende baklucht die anders in het huis hing is er niet meer.
Op de doos staat dat het ding voor 8 personen is.
Maar die heten dan niet Waninge of Vrieswijk.

Reageren

5 februari: Kom uit die pot!

Vanmorgen sliepen we uit. Vanavond zingen we met de Cantorij in de vesper van 19.00  uur, dus we gingen niet naar de kerk.
Maar ik luisterde wel digitaal naar de viering; breiwerkje en een kop koffie erbij.
“Wie zijn wij dan? Waarom zijn wij er dan?” Die vraag stelde voorganger Sijbrand van Dijk na het verhaal over een vader die in de rampnacht in Zeeland in 1953 zijn koeien nog wilde lossnijden en niet meer terugkwam. En een verhaal dat vrienden hadden verteld over een dorp dat was weggevaagd door modderstromen en dat mensen die er eerst nog waren er opeens niet meer waren. Als we zomaar kunnen verdwijnen, wat stellen wij als mensen dan voor?
Het antwoord was: “We zijn er vanwege de liefde.”
Hij gebruikte daarbij de woorden van Jezus: “Jij bent het zout en jij bent het licht”.
Je doet er toe, door er alleen maar te zijn.
Omzien naar een ander, er voor hem of haar zijn.

En wij waren er niet.
Ineens trof mij het beeld: jij bent het zout.
Zout maakt het eten smakelijker en jij maakt het verschil in het dagelijkse leven.
Maar dit zout zat op de bank met het breiwerk en de koffie.
Dit zout zat in de pot.
Laatst hoorde ik een collega vertellen dat ze na corona niet meer naar de kerk ging.
“Ik kijk thuis naar de kerkdienst, dat vind ik wel net zo gemakkelijk; het scheelt me een hoop tijd!”
Maar als je deel uit maakt van een kerkelijke gemeente en je blijft altijd thuis, dan zit jouw zout nog in de pot.
Het is wel zout, maar het doet niks.

Bovenstaande verklaart gelijk de ietwat bijzondere titel van dit blog.
Dus mens: kom uit die luie stoel, zout: kom uit die pot!
Neem deel aan de maatschappij, ga er uit, spreek andere mensen en ‘wees er’.
En die oproep geldt niet alleen voor kerkmensen: onze maatschappij schreeuwt om deelnemers, vrijwilligers, helpende handen en luisterende oren.
Wees het zout.

Reageren

4 februari: Nu nog?!? – 17 Hij komt niet mee.

Gistermiddag om 15.15 uur maakte ik weer deel uit van het maandelijkse ritueel:
“Mevrouw Waninge.”
“Meneer Egges.”
Vervolgens wandelen we samen naar de spreekkamer en worden de oude beugelbitjes verwijderd.
De volgende stap in het ritueel is dan dat er nieuwe bitjes op mijn tanden worden gedrukt, maar dat ging even iets anders.
“Hij komt niet mee…” verzuchtte de tandarts; hij doelde op recalcitrante hoektand in mijn onderkaak.
Maar Martijn zucht nooit lang.

“We gaan het anders doen.”
Aan zijn assistente vroeg hij: “Wil je me de stripper even aangeven?”
Dan wil ik toch wel graag weten wat  een stripper is en wat hij dan gaat doen.
Een stripper is een soort schuurapparaatje waarmee er wat ruimte wordt gemaakt tussen de tanden.
“We gaan even wat stapjes terug. Ik druk er nu weer een oude beugel van u op. De hoektand heeft nu wat meer ruimte gekregen, ik denk dat hij nu alsnog meekomt. In plaats van over 4 weken wil ik u graag over 2 weken weer zien.”
Dat verlangen is niet geheel wederzijds, maar ik pas me aan: we maken een afspraak.
Dan gaan we bekijken of de tand al wat is meegekomen en of we weer een stapje verder kunnen.
In januari kreeg ik setje 11 en 12 mee, vanmiddag kreeg ik van setje 13 dus alleen het bovenkaakgedeelte opgeklikt en setje 14 is nog niet in mijn bezit.
Als we het oude schema zouden aanhouden zou ik nu nog 8 weken te gaan hebben, maar ik vrees dat dat te optimistisch is.

Benieuwd naar het hele orthodontietraject?
Hierbij een link naar deel 1, onderaan dat blog vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen.

Reageren

3 februari: Gezusters. Drie? Of zeven?

“Wat weet je van de zeven zussen?”
Dat vroeg Philip Freriks gisteravond in ‘de Slimste mens’ aan Janke Dekker.
“Een café of een kroeg in Groningen? Iets met studentenverenigingen?”
Meer kwam er bij Janke niet uit. Kandidaat Erik dacht dat het de zussen van de zeven dwergen waren en Haroon dacht dat het een gebergte in Engeland was.
Geen van de drie deelnemers kwam op de succesvolle boekenreeks van Lucinda Riley waar deze website een apart hoofdstuk aan heeft gewijd.
Na die vraag ging het nog even over de Drie Gezusters in Groningen. “Maar dat zijn er maar drie” vertelde Freriks, die als kind ‘ien Stad’ woonde.
Dat is toch een hele mooie vorm van reclame voor de beroemdste kroeg van Groningen! Zegt ook iets over hun naamsbekendheid.

Iedere avond zitten Gerard en ik na het Journaal én het Watersnoodjournaal klaar voor de aflevering van de Slimste mens; het is één van onze favoriete televisie programma’s.
We hebben de afgelopen week genoten van de deelname van de Vlaamse Erik van Looi; hij was de smaakmaker waar we al een tijdje  op zaten te wachten.
Hij was geopereerd aan zijn oog, maar zat diezelfde avond doodleuk met ooglapje op en een pleister op de plaats waar het infuus had gezeten weer op zijn kandidaten-plaats.
Droogkloterig grappig en bloedfanatiek te zijn. Zat opzichtig te flirten met Janke Dekker en zat ontzettend te genieten van het spelletje en de entourage.
Gisteravond klapte Maarten uit de school. Hij was gevraagd om een slechterik te spelen in The Passion. Dat had hij geweigerd; waarom verbaast ons dat nou niet. Hij vindt die hele Passion niks. “Ik denk dat de here niet heeft gezongen op weg naar het kruis.”

Wat dit seizoen nieuw is, is De Slimste Podcast*.
Ik ben al verkocht.
Napraten met Bram Douwes en een kandidaat uit voorgaande jaargangen en een kleine toelichting van Nynke de Jong op een feit uit ons collectieve verleden.
Ze bellen met afvallers en bespreken de afzonderlijke afleveringen.
Heerlijk. Ze zeggen dezelfde dingen die Gerard en ik ook tegen elkaar zeggen.
“Dat ze dat nou niet weten!’
“Die galerij is veel moeilijker dan die vorige, dat is eigenlijk niet eerlijk..”
“Ja hoor, hij laat zich er onder zakken!”
Je komt ook te weten wat deelname aan ‘de Slimste mens’ voor de kandidaten heeft betekend, hoe zenuwachtig ze waren en hoe leuk men het heeft tijdens de opnames.

Deze week was de laatste reguliere spelweek, volgende week is de finale.
Wij missen geen aflevering en ik mis ook geen podcast.
We krijgen het er nog druk mee volgende week, want vanaf maandag 6 februari begint Herman ook weer met ‘Met het mes op tafel’.
En…… het is dan ook week van jaren ’60 op Radio 5: ik kijk er naar uit!

* Ook luisteren? Hierbij een link naar hun pagina naar de website van NPO1/KRO-NCRV, waar je alle afleveringen kun beluisteren.
Je vindt hem ook op Spotify en op Apple- en Google Podcasts.

Reageren

2 februari: Soepkippenweer.

Vanmiddag om 15.15 uur zat ik in de auto; ruitenwissers aan, want soepkippenweer.
Grijs, somber, zwaarbewolkt, regen.
Geen dag voor een uitje zou je zeggen, maar dat was nou net wat ik vandaag had: een ex-duo-baan-collega-uitje.
Al twee jaar maak ik deel uit van het secretaresseteam van Team290, maar daarvoor deelde ik een baan met Jacquelien.
We hebben nog regelmatig app-contact en af en toe zoeken we elkaar op.
Voor deze ontmoeting had haar uitgenodigd voor een dagje Westerbork.
In deze koude en kille wintermaanden wordt Casa Grada niet verhuurd, dat geeft ons gelegenheid om in deze periode af en toe eens mensen mee te nemen om het huis te bekijken.

Jacquelien woont in Veendam; we spraken af om elkaar te ontmoeten op de carpoolparkeerplaats ‘de Haar ‘ bij Assen-Zuid, van daaruit gingen we met onze auto verder.
Natuurlijk wil ik dan weten waarom het ‘de Haar’ heet daar.
‘Haar’ is de naam van een hoge rug in het landschap, begroeid met grassen en struikgewas. Bij de aanleg van een militaire oefenterrein, dat nu nog in gebruik is, zijn de huizen die daar stonden (het hoorde bij de buurtschap Laaghalerveen) afgebroken.
Voordeel van samen in één auto: dan kun je tijdens de reis alvast beginnen met kleppen.

Begin deze week had Jacquelien al ge-appt: “Ik neem wat lekkers mee voor bij de koffie.”
Toen we in de huiskamer aan de koffie zaten haalde ze de lekkernijen uit een papieren zakje van de warme bakker: hazelnootschuimgebak!
Daarvoor klik ik de beugel van mijn tanden; Jacquelien kent mij al een tijdje.

Veel meer dan dat kleppen waar we ’s morgens al mee begonnen hebben we ook niet gedaan.
Huis en omgeving bekeken, ingewikkeld haakpatroon van haar sjaal besproken, wandelingetje gemaakt op het park (met paraplu’s) en heerlijke club-sandwiches gegeten bij Diggels.
Op de terugweg maakten we een kleine omweg langs Hoogersmilde, waar we langs mijn ouderlijk huis reden en langs de andere huizen waar Gerard en ik samen gewoond hebben.
De televisietoren, het icoon van mijn jeugd, konden we niet volledig zien: het bovenste gedeelte zat in de wolken.

Om 15.10 uur namen we afscheid van elkaar bij ‘de Haar’: Doeoeoeoeg! Wiekiepintuts!
En toen was het op de weg naar Roden maar raar stil in de auto met alleen het geluid van de automotor, de ruitenwissers en het soepkippenweer.

Reageren

1 februari: Een Egyptisch beeldje.

Een tijdje geleden stond er in het Dagblad van het Noorden een interview met Jeroen Windmeijer, een schrijver en docent wereldgodsdiensten en maatschappijleer.
Kennelijk vond ik het een interessant verhaal, want ik schreef op het ‘wat-moet-ik-nog-lezen’-briefje in mijn bibliotheek-abonnement de titel ‘het Paulus-labyrint’ en de naam van de schrijver.

Vervolgens vergat ik het weer: schrijver, boek én bibliotheek.
Voor de kerstdagen bedacht ik dat ik voor mijn vakantie nog wat boeken moest halen van de bieb.
In mijn abonnement vond ik het briefje met de naam van het boek.
Het boek over Paulus vond ik niet, maar wel een ander boek van zijn hand: Het Isisgeheim.
Het is niet door hem alleen geschreven: het is een samenwerking met Jacob Slavenburg, die al boeken heeft geschreven over vroegchristelijke stromingen en hermetica.

Het boek speelt zich voor een groot deel af in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden; men is bezig met de voorbereidingen van een nieuwe tentoonstelling  ‘Goden van Egypte‘.
De Italiaanse conservator Arianna Esposito ontdekt dat zich in een gouden beeldje van de godin Isis een eeuwenoud opgerold stukje papyrus bevindt.
Is het een geheim recept?
Waarom hebben ineens zoveel mensen daar belangstelling voor, o.a. Big Pharma, een grote speler op de geneesmiddelen markt?
Arianna en collega Thijs proberen het mysterie te ontrafelen, daarvoor moeten ze naar Oxford, waar blijkt dat er nog meer kapers op de kust zijn: een hermetisch genootschap uit Engeland.

Jeroen Windmeijer wordt wel de ‘Dan Brown van de Lage Landen’ genoemd.
Dat snap ik heel goed; het doet inderdaad denken aan de verhalen die we hebben gelezen over Robert Langdon.
De hoofdstukken in deze thriller zijn kort en ze houden steeds op bij een soort cliffhanger: je bent zo benieuwd hoe het verder gaat, dat je steeds maar door blijft lezen.
Ondertussen kom je van alles weten over de goden-verering in het oude Egypte en over de hermetica. Dat zijn filosofische, religieuze en esoterische teksten uit de laatste drie eeuwen voor Christus, beschreven door de wijsgeer Hermes Trismegistus. Verder geeft het boek een inkijkje in de wereld van het grootkapitaal: je leest over de échte grote jongens (wereldwijde wapenhandel, steekpenningen en schimmige deals) en hun decadente wereld, waarin op een leven meer of minder niet wordt gekeken.
De maatschappijkritiek sijpelt, als je goed leest, tussen de regels door. Tussen diezelfde regels door proef je ook de liefde van de beide auteurs voor hun vakgebied: oude verhalen, oude teksten, wijsheden, het komt allemaal voorbij. Als je van geschiedenis houdt is het een fijn boek.

Het verhaal wordt goed verteld, maar komt hier en daar wat ongeloofwaardig over en soms is het wat te uitgebreid in de beschrijving van esoterische teksten, dat had wat mij betreft soms wel wat korter gekund. Je hoeft niet alles zo omstandig uit te leggen, het haalde soms de vaart wat uit het verhaal.
Op de achtergrond speelt ook nog de romance tussen Arianna en Thijs, wat mij betreft het minst interessante deel.
Het is een beetje een thriller, het is een beetje een roman, maar de nadruk ligt in dit boek toch echt op geschiedenis.

Tot mijn grote genoegen vond ik op de Roder Boekenmarkt een exemplaar van ‘het Pauluslabyrint’.
Dat ligt al een maand vanuit de kast naar mij te lonken……
Naschrift: inmiddels heb ik het uit, hierbij een link naar een blog over ‘Die moeilijke Paulus.

Reageren

31 januari: Oranje tulpen.

Bij het opruimen van kasten vond ik eind vorig jaar nog wat waardebonnen, ik schreef er al over begin deze maand.

Eén van die bonnen was van Abutilon, een bloemenzaak in Roden; ik mocht voor een tientje iets kopen.
Na kerst gingen de bomen en kerststukken allemaal de deur uit en toen was het opeens zo kaal….voor die bon kocht ik een voorjaarsmandje met bolletjes.
Daar heb ik de afgelopen maand van genoten.
Eerst allemaal groene sprieten die steeds langer werden en later blauwe druifjes, narcissen en hyacinten.
Twee dikke, uitgebloeide hyacinten had ik er al eens afgeknipt, want die ruiken zo sterk.
Vanmorgen zag ik de mand op de keukentafel staan; ontploft en bijna uitgebloeid: hij kon wel naar buiten.
Daar staat hij nu in al zijn sprieterigheid de laatste bloemetjes er uit te persen.

Vanmorgen na het boodschappen halen kocht ik bij de Jumbo een aanbieding: twee bosjes tulpen voor € 6,=
Eentje gaf ik weg, de andere zette ik op de lege plek in de keuken.
Oranje tulpjes.
Want prinses Beatrix is jarig vandaag, ze wordt 85.
De Rijksvoorlichtingsdienst deelde vanmorgen op hun website een nieuwe serie foto’s van de jarige prinses, koning Willem Alexander en kroonprinses Amalia.
Mooie foto’s weer.
Ook even kijken?
Hierbij een link naar plaatjes.
Ook geïnteresseerd in het koningshuis?
Dan ben je, net als ik, vast blij dat het programma Blauw Bloed weer terug is op zaterdagavond.
Afgelopen zaterdag begon het weer.
Heb je het gemist?
Hierbij een link naar hun vernieuwde website, daar kun je de aflevering terugkijken.

Meer blogs lezen over Beatrix?
2015 – Beatrix
2016 – Verjaardag van de koningin
  (met een link naar het prachtige eerbetoon van Birgit Kaandorp) 
2018 – Meisje, van harte gefeliciteerd!
2020 – Eerlijk verdiend

Reageren

Pagina 58 van 353

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén