De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

12 maart: Nederlands maar dan anders (36)

Het gaat goed met deze blogserie, vooral dankzij mijn mede-sprokkelaars: er werden deze maand alweer mooi wat ‘andere’ vormen van het Nederlands opgestuurd.

In Knooppunt Kranenbarg vertelt een topkok over dat je beter geen nagerecht kunt nemen als je op de calorieën wilt letten.
Doe je dat wel  “dan sla je de pan volledig mis!” volgens die kok, die met deze uitspraak wel dicht bij zijn beroep blijft.

Carlijns vriendin Irene had er ook weer één.
Een ‘flexer’ bij haar op het  werk gebruikte het spreekwoord over de kam en het scheren zónder beide woorden te gebruiken.
Ik vind het niet eerlijk als iedereen over één hek wordt gegooid!

Familielid vertelt dat ze op huizenjacht zijn, maar dat de huizen voor hun neus worden weggekaapt: “en dan vangen we steeds weer achter het net aan…”

Gineke had televisie zitten kijken; in het programma OP1 wordt de onrust binnen de NPO besproken naar aanleiding van de berichtgeving over grensoverschrijdend gedrag. Angela de Jong weet er ook iets van en roept: ” de NPO-top kan zich de buik natmaken!”

Collega zit te vertellen over het verschil tussen het rij-examen van vroeger en nu.
“Het is nu heel anders dan vroeger. Eigenlijk zou je als oudere een soort ‘op-spijkercursus’ moeten kunnen doen.”

Katy stuurde mij een heuse verzameling van leuke uitspraken:
– Iemand had hulp nodig en had een pedagoog in de arm geslagen.
Soms moet iemand kennelijk ook geholpen worden om in de kerstsfeer te komen, want Katy tekende deze zin op: iemand een kerstgevoel inboezemen
– Wat er met de volgende zin bedoeld werd blijft gissen. Iets met een hand? Of een schot? Iemand vond het een gat in de roos.

Carlijn stuurde mij een foto van een bord dat ze in een Kringloopwinkel had gezien op de ‘spelletjes’-afdeling.
Ik zag het eerst over het hoofd…….zie jij het?

In het boek ‘Gereformeerden overzee’ (zie blog van gisteren) las ik een vermakelijke uitspraak van Nederlanders in Canada. Het eerste wat ze kochten was een auto, want zonder auto kom je daar nergens.
Daar was natuurlijk geen geld voor, dus iedereen reed rond in een goedkoop barrel waar altijd wel wat mee aan de hand was.
Ik denk dat Jeremia ook zo’n auto had; anders had hij nooit de klaagliederen geschreven.”

Op een vergadering van de ‘PKN-website’-vrijwilligers wilde iemand iets zeggen over het niet zo flitsende en ietwat oubollige uiterlijk van onze website. Hij zei: “ja, sommigen vinden het misschien wel een oudbakken website…”

Iemand uit datzelfde groepje stuurde mij dit weekend nog twee leuke versprekingen:
Zijn zus sprak met iemand over zaken die toch wel bedenkelijk waren.
Haar gesprekspartner reageerde: “Dat kan niet door mijn beugel!”
Zijn schoonzus haalde een paar magnoliatakken uit hun tuin in huis om van het voorjaar te genieten.
Zoals – vertelde ze – iemand in haar omgeving ze noemde: mongoliatakken…

Nicht Janny vertelde dat zij ook een plant verkeerd benoemde.
Zij hadden in hun appartementencomplex een ficus neergezet.
Op het kaartje stond: ‘Ficus Exotica’; Janny noemde het een ‘Ficus Erotica‘.

De laatste in deze NMDA komt van vriendin Sinet.
Zij had een patiënt die de crème waarmee de huid werd behandeld steevast Sudoku-creme noemt.

Hierbij een link naar Nederlands maar dan anders (35) van daaruit kun je doorlinken naar voorgaande blogs in deze serie.
Hoor of zie je ook iets leuks?
Denk aan mij!

Reageren

11 maart: Overzee.

Het stond al jaren bij mij de kast: het boek ‘Gereformeerden Overzee’.
Ooit gekregen van mijn boekenvriendin die daarbij zei: “Jullie hebben immers ook familie in Canada, in dit boek lees je hoe dat toen ging”.
Maar er lagen nog zoveel andere, in mijn opinie leukere boeken op mij te wachten, de gereformeerden konden nog wel even wachten.
En ik ben per slot van rekening hervormd 😉

Het is een soort geschiedenisboek, maar het leest vrij gemakkelijk weg.
De Nederlandse gereformeerden, die zich halverwege de 19e eeuw hadden afgescheiden van de Hervormde (staats)kerk waren hier in Nederland niet vrij om hun geloof op hun eigen manier te belijden; in Amerika en Canada was veel ruimte én vrijheid van godsdienst, daarom kozen grote groepen gereformeerden destijds voor de grote oversteek.
Die groep was dus al gesetteld toen in de 20e eeuw na WOII heel veel landgenoten kozen voor emigratie naar Canada.
Er werd van te voren al heel veel geregeld voor de nieuwelingen: daar kunnen ze wonen, daar kunnen ze werken én….. daar gaan ze naar de kerk.
Die kerk was ongelooflijk belangrijk en zorgde ervoor dat er Nederlandse enclaves ontstonden waarvan de bewoners elkaar op zondag ontmoetten: kerkdiensten, verenigingswerk, net zo als dat hier in Nederland het geval was.

In de praktijk was het vooral voor de moeders moeilijk. Kinderen gingen naar school en vaders naar hun werk en leerden daar Engels,  maar moeder bleef thuis: zij was de ‘homemaker’, zorgde er voor dat alles op rolletjes liep in haar gezin. Heimwee speelde veel vrouwen parten; ze misten hun familie en waren overdag eenzaam.

Even onder ons: de hoofdstukken die uitvoerig ingingen op de scheuring van de Canadian Reformed Church en de Canadese versie van de Vrijgemaakte Gereformeerde kerk heb ik ‘scannend’ gelezen. Dat vind ik in de Nederlandse versie al geen interessante discussie, dus het naadje van de Canadese kous hoef ik ook niet te weten.
De gereformeerden in Canada zijn in de loop der jaren losgeweekt van hun zusterkerk in Nederland en bleven veel strenger in de leer dan de Nederlanders. Een vriendin van het MAVO-clubje vertelde dat ze vlak voor haar trouwen (1984) een brief kreeg van een tante uit Canada die ze nog nooit had gezien. Tante had gehoord dat zij, gereformeerd meisje, ging trouwen met een katholieke jongen.
Daar was tante het niet mee eens en dat was ook niet Gods bedoeling: tante vond dat die trouwpartij onmiddellijk afgezegd diende te worden.

Wat een leerzaam boek.
Wat een raar volkje zijn wij Nederlanders toch.
Je leest verhalen van Nederlandse arbeiders die hun baas na een paar dagen al gingen vertellen dat hij het helemaal fout deed, dat ze de dingen in Nederland veel slimmer aan pakten.
En de gelovigen in Canada deden het ook allemaal fout in de Nederlandse ogen.
De Canadezen lieten het gebeuren.
Prima volk, die Nederlanders.
Harde werkers, serieuze mensen, je kunt op ze bouwen.
Maar heb het niet met ze over het geloof.

Reageren

10 maart: Een kleine hoge thee.

Onze drie dochters kwamen gistermiddag rond theetijd langs.
Even bijpraten, gezinsdingen bespreken, gezellig.
Om deze gezinsontmoeting een beetje op te leuken organiseerde ik een mini-high tea.
Een kleine hoge thee.

8 boerenbont-theekopjes vulde ik met met kleine hapjes.
– een appel-pencee van de Jumb0 sneed ik in partjes.
– een chocolademuffin onderging het zelfde lot
– evenals twee roomboterstroopwafels
– en een La Place-frambozenmeringue.
– Kabelspekken van Frisia knipte ik in kleine stukjes
– ik had nog kleine, verpakte Tony Chocolonely chocolaadjes,
– een zakje kaas-creme-blokjes
– en drie soorten paaseitjes.

De theepot in het midden staat er alleen maar voor de sier: omdat het een theepot is en omdat hij zo mooi bij de boerenbontkopjes past.
Thee drinken we namelijk al jaren uit grote glazen met gekookt water, waar ieder voor zich een favoriet theezakje in hangt.
De gele vlekjes zijn paaskuikentjes, die ik er ter opluistering van het geheel bij had gelegd.
Tegenwoordig wordt ‘de thee-zak-vraag-van-de-dag’ uitvoerig besproken, dus het gesprek ging van favoriete kleding naar mooiste vakanties.
Het was heerlijk om de dames even weer allemaal thuis te hebben en uitgebreid tijd voor elkaar te hebben.

Vandaag kregen we neef Jan en zijn vrouw Janny op bezoek.
Voor de kleine hoge thee van gisteren had ik niet alle koekjes en ander lekkers gebruikt, dus ik serveerde bij de thee een verkorte versie van wat ik gistermiddag op tafel zette: 5 kopjes deze keer.

Mocht je nou denken: wat ligt daar nou onder die theekopjes? Paasonderzetters.
Loensende kippen en haasjes, zelf gemaakt. Meer weten? Hierbij een link naar het blog dat ik in april 2023 daarover schreef onder de titel ‘Het haasje‘.

Janny vertelde dat ze voor wat betreft haar baan met de laatste loodjes bezig is: voor de zomervakantie heeft ze haar laatste werkdag, daarna gaat ze met pensioen.
“Gek idee dat je dan ’s morgens de wekker niet meer hoeft te zetten en er niet meer ‘ergens op je gerekend wordt’.”
Ook Jan is langzaam aan het afbouwen. Janny en ik zijn even oud; zelf ben ik nog niet heel erg bezig met mijn pensioen (2027), maar steeds meer mensen van mijn leeftijd stoppen eerder en dat maakt het onderwerp in ieder geval bespreekbaar.
Wij houden het voorlopig bij de Drentse variant: wij kiek’n wel eem.

In onze woonkeuken staat nu een prachtige bos bijzondere tulpen die onze gasten uit Epe meenamen: de wit-groene parkiettulp.
Kijk nou, wat een mooie variant van deze oer-Nederlandse bloem!

 

Reageren

9 maart: Voor de kost.

“Wat doet jouw Gerard eigenlijk?”
Die vraag stelde vorige week iemand op mijn werk.
Dat was naar aanleiding van mijn blog over de verkiezing van het meest duurzame huis in Drenthe.
We zijn het overigens niet geworden; het huis van de winnaar staat in Peize.
Bert & Gea: gefeliciteerd!

‘Mijn Gerard’ werkt bij BBC Bouwmanagement in Groningen.
Tot vorig jaar was hij daar ‘Teamleider bouwkundig versterken’, maar sinds januari heeft hij een nieuwe functie en is hij Manager Business Development.

?
Een functie met een Engelse naam die mooi klinkt maar mij niets zegt.
Gerard moet er zelf ook wel om lachen.
“Ja, ik zeg er zelf vaak bij “In goed Gronings: Manager Business Development”.
Manager Bedrijfsontwikkeling dus.
Hij draagt zorg voor de ontwikkeling en de groei van het onderdeel Bouwadvies: voert gesprekken met vastgoedpartijen en probeert de goede mensen binnen te halen om de klussen te doen. In goed Gronings: “Dat boudel goud lopt: genog arbaaid en gouie mènsken. ”
Laat dat maar aan mijn Drent over.

Deze week lanceerde BBC een nieuwe website en bij het onderdeel ‘Bouwadvies’ wordt Gerard geïnterviewd over dat onderdeel van het bedrijf. Onderaan die pagina vind je een video waarin hij vertelt wat het bedrijf zoal doet. Hierbij een rechtstreekse link naar het filmpje.

Dat doet mijn Gerard dus voor de kost.
Maar als je hem vraagt wat hij het liefste doet zal hij vast zeggen: werken in de tuin en kleine timmerklusjes.
Schuurtjes bouwen en ideetjes uitwerken over duurzaamheid enzo.
In en om huis scharrelen in oude kleren.
Sinds januari is daar gelukkig wat meer tijd voor, want de nieuwe functie is voor 32 uur per week.
Eén dag minder colbertjasje.

Reageren

8 maart: Nuttig en onaangenaam.

Vanmorgen liep ik in de prille (en kille) voorjaarszon te wandelen: een tommetje*.
Ik verenigde het nuttige met het onaangename: om 10.50 uur had ik een afspraak met de tandarts.
Nou is die tandarts best een aangename man, maar wat hij doet is altijd heel vervelend.
Drie bevallingen en een open hartoperatie heb ik gehad, maar de tandarts blijft een afspraak waar ik tegenop zie.
Hij haalt mij op uit de wachtkamer.
“Mevrouw Waninge”.
“Meneer Van Baren”.

In mijn linkeronderkaak zit een kies met een gaatje en mijn snijtanden krijgen na het beugeltraject een opknapbeurt: er worden een paar vlekjes weggewerkt.
“Wilt u een verdoving?”
Maar natuurlijk.
“Mag ik mijn eigen muziek op mijn oortjes?”
Maar natuurlijk.
We voeren nog even een gesprekje over muziek (Muse, Metallica) en de assistente heeft gelijk: “Ik denk niet dat mevrouw die muziek van jou leuk vindt…..”
Hoeft ook niet. Mevrouw vindt Mozart mooi. 
Een bariton begint ‘Deh! Vieni alla finestra’ in mijn oor te zingen en ik geef me over aan het prachtige stuk uit Don Giovanni.

Achteraf duurde de behandeling ongeveer 30 minuten, maar achterover liggend in de tandarts stoel voelde het langer.
Je mond wordt opengehouden met een lippenspreider, je krijgt na een minuut of tien een soort kramp in je kaken en ondertussen boort, spettert en schuurt meneer Van Baren aan mijn gebit en praat door ‘Soave sia il vento‘ (uit Cosi fan tutte) heen. Niet erg natuurlijk, soms moet er toch even gecommuniceerd worden.
Af en toe slik ik schichtig wat vocht/water weg, krijg nog last van een kleine kriebelhoest, maar geniet ondertussen van Lucia Popp ‘Deh! Vieni non tadar‘ uit Le nozze di Figaro.
Oeh, wat mooi.
Het is fijn als ik in vervelende omstandigheden kan luisteren naar zulke heerlijke muziek, het helpt me om te ontspannen en me te concentreren op mijn ademhaling.
Bij het ‘Alma Dei creatoris’ is het klaar.
Ik krijg een spiegel om te bekijken hoe mooi mijn voortanden er nu uit zien: opgeknapt!
Wat een kunstenaar.

“U houdt nog wel even last van de verdoving. En op uw wang zit een klein wit vlekje, dat komt doordat de verdoving de bloedtoevoer in uw wang stillegt.”
Het maakt me niet zoveel uit; ik mompel met mijn verdoofde lippen dat ik toch al verkering heb en we wensen elkaar een goed weekend.
De wandeling naar huis is heerlijk; eenmaal thuis drink ik wat met een rietje en het eten stel ik even uit.
En ja, die verdoving zit er nog even in, maakt het eten/drinken lastig en het prikt en tintelt als het bijna is uitgewerkt, maar mevrouw Waninge ondergaat geen behandelingen meer zonder verdoving. Mozart alleen is niet genoeg.

* een ommetje naar de tandarts. Leuke woordspeling: de voornaam van meneer Van Baren is Tom 😉

Reageren

7 maart: Een week….!

Gisteravond zou ik iets mogen vertellen over de streektaol op de raadsvergadering van de gemeente Noordenveld samen met Tea en Henny.
Daarom had ik een ovenschotel gemaakt, dan had ik geen drukte met het eten; ik moest er om 19.00 uur al zijn.
Toen de schotel al in de oven stond, kreeg ik een telefoontje van Tea: “Raodsvergaodering giet niet deur! Ze hebt gedoe met de apparatuur in ’t gemientehoes.”
Jammer ja.
Maar niet onoverkomelijk hoor; de week was ook zonder de raadsvergadering vol zat.

De schotel in de oven was er één zonder vlees en dat had ook een reden: het is deze week (4 tm 10 maart) de Nationale Week zonder Vlees & Zuivel.
Gistermorgen voerde Bert Haandrikman op Radio 5 een gesprekje met één van de initiatiefnemers.
Wat de luisteraars daar van vonden werd luid en duidelijk door Bert verwoord; Radio 5 publiek is over het algemeen wat ouder en de bereidheid om dingen te veranderen neemt dan doorgaans wat af.
Bert vond het wel lang: een hele week! Geen vlees én geen zuivel, dat is toch bijna niet te doen.

De mevrouw van de nationale week begreep dat ook wel.
Zij vertelde dat het vooral gaat om bewustwording.
Nadenken bij wat je eet en drinkt.
Moet je iedere dag vlees en zuivel?
Kun je ook eens een alternatief nemen?

Gisteren hadden wij een vleesloze dag; ik had een vegetarische ovenschotel met witlof, ui, kaas en puree gemaakt.

Dit heb je nodig voor 2 personen:
–  500 gram aardappels
– 4 witlofstronken
– 1 ui
– 4 plakken kaas en een beetje geraspte kaas
– nootmuskaat
– maggi
– zout
– 150 cc melk (voor het maken van puree)
– ovenschotel
– Panko

Dit moet je doen:
– aardappels schillen en koken met een beetje zout
– ui pellen, in stukjes snijden en een beetje aanbakken
– harde kern uit de witlof snijden en in stukjes snijden.
– de gesneden witlof bij de uien in doen en 10 minuten meebakken/stoven.
– witlof/ui kruiden met een paar scheutjes maggi en nootmuskaat.
– bodem van de ovenschotel bedekken met de ui/witlof-massa
– 4 plakken kaas verdelen over de laag witlof/ui
– puree maken van de aardappel (met de melk en klontje boter)  en die verdelen over het laagje kaas
– puree bedekken met een dun laagje Panko en daar over de geraspte kaas strooien.

35 minuten in de oven op 200 graden.

Wij vonden het heerlijk.
Vleesloze dag; goed bezig.
Nu de zuivel nog…..

Reageren

6 maart: Verstopt.

De vorige twee keren in december en februari had ik gemist op de eerste dinsdag van de maand, maar gistermiddag was ik er weer bij: Holy Stitch. We kwamen al helemaal in de sfeer van Pasen, want er stonden gehaakte kipjes, eieren enzo op tafel. Verder stonden er twee schaaltjes op tafel vol kuikentjes, dat was een actie van Zwanny die voor iedereen zo’n kuikentje had gemaakt als paasdecoratie. Als je er één pakte bleek iets lekkers in te zitten. Wat een leuke verrassing!

Iedereen in de kring vertelde waar ze mee bezig was. Trijnie schoot niet erg op, zei ze, want ze kon thuis niet breien. Daar hingen haar katten steeds in haar breipennen…..
Wat inmiddels al heel gewoon is geworden op deze middagen, dat er onderling advies wordt ingewonnen en gegeven.
“Ik denk, ik neem dit even mee hier naar toe, Sjoukje weet vast wel hoe dat moet met die bies”.
Sijcolien zat zich te verheugen op zaterdag, want dan ging ze met haar dochters naar het CreaWeekend in Hardenberg (van 8 tm 10 maart).
Had ik nog nooit van gehoord, maar ze vertelde er enthousiast over. Er is daar ook een handwerkplein en je kunt er kennis maken met de meest uiteenlopende  nieuwe hobbys.
Klik maar eens op deze link, dan kom je op de website van het Crea Weekend; wát veel! En wát leuk allemaal!
Maar ja, ik heb dit weekend al zoveel andere dingen. Oók leuk allemaal…..

Geke vertelde dat ze mocht exposeren met een verzameling van haar schilderijen in Koffie- en theetuin Zunneschien in Veenhuizen.
Haar tentoonstelling gaan ‘Doodgewoon’ heten; het gaat hierbij om veelal kleine schilderijtjes die ze heeft gemaakt van dode diertjes: een egeltje of  een vogeltje ofzo. “Daar maak ik dan eerst een foto van en vervolgens teken ik het na.”
Dus als je in die omgeving op de fiets zit wip dan even binnen bij Zunneschien en bekijk Geke’s impressie van de overleden diertjes.

We kunnen ook zelf ook nog aan de slag want Judith Oosterhuis organiseert op zaterdag 13 april een workshop tekenen met materialen als grafiet-, aquarel- en pastelpotlood, stiften en pen. Met de schepping als inspiratie ga je natekenen. (klik op de afbeelding voor een vergroting)

Dit blog sluit ik af met een verhaal van Kikker.
Zwanny was namelijk aan het breien aan een klein kikkertje en ze vertelde dat ze daarbij was geïnspireerd door het prentenboek ‘Kikker is Kikker’ van Max Velthuijs.
Kikker probeert om te vliegen, een taart te bakken, om te lezen, maar hij kan het allemaal niet.
Aan het eind komt hij tot de conclusie dat hij goed is zoals hij is.
“Iedereen is anders, niemand is als jij.”
Hierbij een link naar een video waar het boekje wordt voorgelezen.

Jij bent goed zoals je bent.
Ik hoef niet zo’n moeilijk borduurwerk te maken als Marijke en Alice hoeft niet een ingewikkelde ster-pannenonderzetter te haken. We doen allemaal waar we goed in zijn, delen onze kennis, verlenen elkaar onze hulp, maar hebben allemaal onze eigen specifieke kwaliteiten.
Het leven is immers geen wedstrijd.

Reageren

5 maart: Heppie.

Vanmorgen had ik al op tijd een afspraak bij de huisarts.
De griep is wel al weer weg, maar ik bleef maar last houden van mijn longen en ben snel moe.
Dan haal ik me van alles in mijn hoofd; als het maar niet dit is. Of dat. Je kent het vast wel.
Andere mensen om me heen kwamen ook nog met suggesties wat het zou kunnen zijn en vertelden verhalen over long covid en fatale longontstekingen. Brrrr. Het zal toch niet?
Gisteren was het maandag en zat ik aan het eind van de werkdag met hoog rode konen in de auto; pffffff….. eem zitten.
En dan werk ik nog niet eens in de bouw, hé?

De huisarts stelde me gerust.
Ontstekingswaarden in mijn bloed waren onder de 5, longen schoon, oren schoon, keel niks aan de hand.
Het is gewoon een griep met een lange staart.
Put je niet uit, neem voldoende rust, maar pak de dingen wel weer op, zodat je weer conditie opbouwt.
“En zwemmen?”
Gewoon doen, maar dan eerst niet met je hoofd onder water.

Met de griep-staart onder de arm liep ik weer naar huis.
Opgelucht.
Gelukkig niks ernstigs.
Daar kun je dan zo blij van worden.
Deed me denken aan een gedichtje van Joke van Leeuwen.

Ozo heppie

Ik voel me ozo heppie
zo heppie deze dag.
en als je vraagt: wat heppie
als ik eens vragen mag,
dan zeg ik: hoe wat heppie,
wat heppik aan die vraag,
heppie nooit dat heppieje
dat ik hep vandaag?

Reageren

4 maart: Tempel.

Eigenlijk hou ik niet zo van mannenkoren.
In mijn jeugd dweepte mijn vader met de Mastreechter Staar en ook op de Duitse televisie waar we destijds veel naar keken stond regelmatig een podium vol zingende mannen “O Du, mein Weeserland!”
Nee.

Gistermorgen werkte het Christelijk Mannenkoor Leek mee aan de viering in onze PKN-gemeente.
En warempel: ik vond het aangenaam.
Ze zongen mooie liederen die goed bij de rest van de viering pasten; verder was het repertoire afwisselend en fijn om naar te luisteren.
Bekend en onbekend.
Oud en nieuw.
Ze verrasten mij met het lied ‘Zoals ik ben’ dat ik ken in de uitvoering van Truus Simons; een lied dat in onze gemeente nooit gezongen wordt en dat bij mij ontroering teweeg bracht. Een gedateerde tekst, maar zo’n prachtige melodie en verbonden met talloze mooie herinneringen aan kerkdiensten van vroeger.
Dat gold eigenlijk ook voor het lied ’the Elephantsong’ dat we allemaal kennen in de uitvoering van Kamahl uit 1975: waar hoor je ze nog!

Een mannenkoor heeft een totaal andere klank dan een gemengd koor. Wat mij opviel was dat er heel veel stemmen waren uit de lagere regionen: bassen en baritons. Ik miste de hoge klank van met name de hoge tenoren; van Klaas, (cantorijbas) begreep ik tijdens de koffie dat daar gewoon niet zo veel van zijn. Wat hebben wij als cantorij dan een geluk met Jelle en Jan Willem, die van cantor Karel soms te horen krijgen ‘dat het wel iets zachter mag…” Koesteren die mannen. Voor je het weet ben je ze kwijt aan een mannenkoor!

Dominee Walter Meijles verraste ons gistermorgen met een preek over het lichaam als tempel van de ziel.
Alle vezels van ons lichaam bevatten een stukje God, daarmee is het heilig materiaal.
Ontheilig je lichaam/die tempel niet en zet je met alles wat je in je hebt in voor de goede zaak.
Met je hele handel en wandel.
Zorg er voor dat je wegblijft van tafels die door Jezus worden omgegooid als hij in woede ontsteekt  over wat we toch in Gods naam hebben gedaan met Gods wereld. Net als op het tempelplein, waarover Johannes ons gistermorgen vertelde.

In de 500 woorden die in dit blog tot mijn beschikking staan kan ik niet tot uitdrukking brengen wat deze viering bij mij heeft teweeggebracht.
Mijn advies is dan ook: luister deze kerkdienst terug via Kerkomroep of het YouTubekanaal van de kerk.
Laat je verrassen door de inspirerende overdenking van de predikant en beluister alle prachtige muziek die voor ons werd gezongen door de mannen uit Leek.
Op de afbeelding hiernaast zie je het mannenkoor.
Tijdens de dienst had ik al een foto gemaakt, maar dat was te ver weg en ik kreeg de pianiste er niet op.
Na afloop heb ik de mannen gevraagd of ze voor mij wilden poseren en dat leverde dit prachtige plaatje op!
Als je op de afbeelding klikt, krijg je een vergroting.

Reageren

3 maart: Jamaicaballen van bakker Punter.

Het stond al een tijdje vast: zaterdag 3 maart zag ik het clubje Mavo vriendinnen uit de jaren 1973-1977 weer.*
Deze keer waren we te gast  bij Annie, zij woont in Joure.  Het is verbazingwekkend hoe genoeglijk je uren bijpraat nadat je elkaar anderhalf jaar niet hebt gezien. Koffie, taartje,  lunch: het was maar zo 14.00 uur.

“Zullen we nog even een stuk wandelen?” stelde Annie voor.
Nou,  dat was beslist geen straf,  het was gisteren immers prachtig weer.  We liepen naar het centrum van Joure en bezochten eerst de katholieke kerk waar Annie pastor is en we namen een kijkje in haar werkkamer.
Daarna wandelden we door de Midstraat, de belangrijkste winkelstraat in Joure.
Joure is geen stad, maar wel te groot om een dorp te worden genoemd. Naar Oud-Friese traditie wordt zo’n plaats een flecke genoemd.
We liepen met z’n vijven in het voorjaarszonnetje te genieten van het mooie weer!
We wipten even naar binnen bij de Wereldwinkel én we bezochten ook de het kruidenierswinkeltje ‘de Witte Os’ van Douwe Egberts, wat nu een museumwinkel is geworden. (zie afbeelding hiernaast).  Daar kon je naast thee ook koffie en snuiftabak kopen. En ouderwetse snoepjes.
Ik vond een zakje ‘sneeuwcaramels’: witte, poederachterige bollen.
“Zouden die net zo smaken als die Jamaicaballen die we destijds kochten bij bakker Punter?”
Punter en zijn vrouw hadden een banketbakkerij naast de MAVO in de jaren ’70 en in hun winkeltje was het vooral altijd heel druk tijdens de schoolpauzes.
“Daar kom je maar op één manier achter” zei Gea kordaat en zij kocht zo’n zakje.
Even laten stonden we op de stoep van het winkeltje met elkaar de sneeuwcaramels te proeven.
“Lekker!”
“Ja!”
“Maar niet dezelfde als de Jamaicaballen van Punter” en we deelden onze smaak herinneringen: die waren groter, die binnenkant was hard en smaakte zoeter, die plakten zo vast aan je gebit……”
Toen kregen we het ook nog even over die heerlijke, zoete puddingbroodjes. En die warme broodjes met een pennywafel er tussen.
“Ik zou het denk ik nu niet eens meer zo lekker vinden” merkte iemand op.
Nee, die pennywafel misschien niet, maar zo’n puddingbroodje……..
50 jaar geleden al; je kunt het je amper voorstellen.

Halverwege de wandeling ging de jas open en de knoopte ik mijn sjaal los; het was gewoon te warm.
Er waren al wat terrasjes open, overal stonden krokussen te bloeien en mensen waren al bezig in hun tuin.
Voorjaar.
Na de thee spraken we af dat we elkaar de volgende keer bij mij ontmoeten. “In de zomer van 2025 stuur ik een groepsapp, dan plannen we een datum!”
IJs en weder (en corona) dienende.

*meer weten? Klik hier voor het verslag van oktober 2022, van daaruit kun je doorklikken naar voorgaande edities.

Reageren

Pagina 78 van 411

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén