De etappe van zondag de 13e augustus voerde ons van Linz naar Grein. We maakten een kleine omweg, want ik wilde graag naar Enns.
Het kreeg stadsrechten in 1212 en is het oudste stadje in Oostenrijk. Het kleine plaatsje heeft nog een mooie, oude stadstoren en een prachtig oud centrum; overal zie je nog de mooie kleuren van de oude renaissance en barok gevels. Je kunt er zelfs nog over de oude stadsmuren wandelen; na de koffie op een stadsterrasje maakten we een stadswandeling en keken ook nog even bij Schloss Ennsegg, het witte kasteel uit de 16e eeuw. En natuurlijk wilde ik even over de brug fietsen waar de heilige Florian in 304 vanaf was gegooid met een molensteen om zijn nek.
Meer weten over deze voor Oostenrijk belangrijke heilige? Hierbij een link naar een artikel over hem.
Een ander bezoekpunt op deze route was Konzentrations-lager Mauthausen.
Daar wilde ik niet naar toe.
Eind jaren ’70 stond de vouwwagen van mijn ouders op een camping in Grein en in die vakantie brachten we een bezoek aan dat concentratiekamp. Ik was 18 en geloofde bijna niet wat ik zag. De douches waar gas uit kwam, die ovens, de foto’s, kortom de horror die ik daar zag: maandenlang heb ik er nachtmerries van gehad. Het woord ‘Mauthausen’ alleen al veroorzaakt afschuw in mijn brein. Hierbij een link naar de website van dit concentratiekamp. Lees het en bekijk het filmpje. Dan begrijp je wat ik bedoel.
Van andere fietsers op onze boot hoorde ik dat die afschuwelijke plek nog steeds dezelfde emoties oproept. 
Nu zaten we bij Mauthausen onder een boom te picknicken. (klik op de afbeelding voor een vergroting).
Met een lekker broodje, gemaakt de door de koks aan boord dat in ons dagelijkse lunchpakket zat.
We waren ruim op tijd in Grein: onderweg waren we de Prima Donna zelfs voorbijgefietst.
Waar ik anders nog veel dingen weet van vroeger: van de camping waar wij ooit in Grein hebben gestaan weet ik niets meer; we hebben er dan ook niet actief naar gezocht.
Ook burcht Grein hebben we niet opgezocht; ‘de stee was oons wel zachte’ om eens een uitdrukking van mijn vader te gebruiken. We waren gewoon moe. Twee dagen achter elkaar meer dan 60 kilometer gefietst, een zere kont van de zadelpijn en een vol hoofd van alle indrukken die je in een paar dagen opdoet. Op de afbeelding rechts zie je ons uitzicht door de patrijspoort van onze hut met het stadje op de achtergrond. Meestal gingen we na het fietsen even lekker liggen: rond 19.00 uur werden we in het restaurant verwacht, waar we iedere avond werden verrast met een vier-gangen-menu.
Dan hoorden we ook de verhalen van onze reisgenoten, die soms een andere route hadden genomen en de dag heel anders beleefd hadden dan wij.
Die avond was het toetje Apfelstrudel.
Ein großes Vergnügen!
Benieuwd naar andere blogs over deze reis?
Hierbij een link naar deel 1 onderaan dat blog vind je een overzicht van alle blogs in deze serie.
















