23 april: Roodborstje. Everzwijn. Neushoorn.

Eerste Paasdag waren we te gast bij dochter Harriet in het kattenoppashuis in Enschede.
(Hoe dat zo komt? Lees ‘Bed & Breakfast’ maar dan anders’>>> uit 2016)
Frea , Jon en Wim waren er ook, Carlijn en Cees waren elders beschäftigd. We konden lekker buiten zitten en hebben genoten van het gezinssamenzijn. Iedereen nam wat mee en ervaring leert dat je dan altijd meer dan genoeg hebt.  Frea  maakte een frisse salade,  Harriët kookte een pan heerlijke soep en ik had een hartige taart mee.  Zonder spekjes,  met oude kaas.

Zoever op vogeltjesjacht.

Wijntje, toastje,  kaasje; we waanden ons weer in Italiaanse sferen.
Kat Zoever wentelde zich in de aandacht en scharrelde wat in en rond het huis.
’s Middags las ik de zaterdageditie van de krant en vonden we dat nog wel even moesten bewegen.
We haalden een Italiaans ijsje op de markt (yoghurt-passievrucht!) in Enschede, dat we opaten op de trappen van de Sint Jacobus kerk op het Marktplein. Bijna niets in Enschede is heel oud, omdat in 1862 bij een grote stadsbrand het hele centrum is verwoest. Maar oud of niet, ik wilde toch graag even naar binnen kijken. Wat me opviel was de lichtinval door kleine ronde ramen in een koepel op het dak. Het gaf een bijzonder effect: stralenbundels die naar binnen schijnen. Op Wikipedia>>> vind je een foto hiervan.

Met z’n allen om de grote keukentafel was het ouderwets gezellig.  We haalden herinneringen op aan vroeger en benoemden het spelletje “laatste letter wordt eerste letter” Dat deden we wel eens met dierennamen.
Jon had geen idee wat we bedoelden; voor we het wisten zaten we er middenin.
Aap.
Paard.
Dromedaris.
Jon spreekt al heel goed Nederlands, maar bij dromedaris keek hij vragend rond.  In het Engels kan een ‘camel’ één of twee bulten hebben.
Er passeerden heel wat dieren de revue waarbij Jon de wenkbrauwen optrok.
“This is a lesson for me.”

Bij de L probeerde ik hem een beetje te helpen: een blauw insect?
“Dragonfly? Dat is niet met een L.. ” Hij kent het woord libelle niet.

Op de terugweg in de auto werd het spel nog even voortgezet. Toen Jon voor de zoveelste keer een dier met een S moest bedenken kwam hij er niet meer uit.  Frea opperde: “Weet je wat?  Een fabeldier  mag ook.”
“Sfinx!” riep Jon.
Mmmm. Een dier met een X.
“Een Xenotaurier Rex!  Een dinosaurus die alleen maar vreemde dieren eet….”

Dat heb je dan op de achterbank zitten; toen we Frea,  Jon en Wim op het station in Groningen hadden afgezet reden we in stilte naar Roden.
We zijn niet meer zo gewend aan kinderen op de achterbank…..

Dit bericht is geplaatst in Alledag met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Type de getallen in cijfers in onderstaand vak * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.