Omdat ik andere jaren twee weken kerstvakantie had, schreef ik bijna nooit over de kerstdagen zelf; wel over de voorpret, kerststukjes, versieringen, lampjes en kaarten, maar niet over kerst.
Eigenlijk was het ook niet heel spectaculair: 1e kerstdag gingen we gourmetten en 2e kerstdag gebruikten we de pizzarette, met steeds een klein deel van de kinderen, al dan niet met aanhang.
Gewandeld, buiten glühwein gedronken en carols gezongen, een heerlijk spannend potje Kolonisten van Catan gedaan en heel erg genoten van het feit dat het gewoon door kon gaan.
Op  voorhand maakte ik me namelijk  erg nerveus of er toch niet nog een telefoontje kwam. We hoorden mensen die familiebijeenkomsten afbliezen omdat iemand corona had gekregen.
Dan moet je 10 dagen in quarantaine……..

De kerkdienst van 1e kerstdag bekeken we thuis.
Aan die viering werkten ‘the Gents’ mee. Zonder corona zingen die nooit in een kerkdienst, maar nu alle andere optredens afgezegd moesten worden konden wij ze als gemeente een podium bieden.
Dan ben je als PKN-gemeente echt wel verwend als je zo’n groep sterke zangers in je midden hebt.
Maar hoe mooi de liederen ook werden uitgevoerd: het blijft schraal afsteken bij het samen zingen van kerstliederen als we op kerstmorgen met de hele gemeente bij elkaar zijn.
Niet zo mooi als deze mannen natuurlijk, maar wel zo waardevol.
Heb je het gemist? Je kunt het nog terugkijken op Kerkomroep. (Op de Helte, 25 december, 10.00 u)
De heren gaven zelfs nog een mini-concertje na afloop!

Dominee Sijbrand van Dijk had het in zijn overdenking op kerstavond over de hoop, soms ongefundeerd, die ons toch door deze moeilijke tijden heenhelpt.
Koning Willem Alexander benoemde in zijn toespraak de liefde, door Paulus zo lyrisch omschreven in 1 Corinthieërs 13.
Met de kinderen die op 2e Kerstdag bij ons waren voerden we een gesprek over het geloof: hoe heb je je opvoeding ervaren? Hoe kijken anderen tegen ons geloof aan? Wat straal je uit?

Geloof, hoop en liefde, het kwam allemaal even voorbij deze kerst.
Op kerstavond voelde ik gewoontegewijs even aan het bedeltje dat aan een zilveren kettinkje om mijn hals hang.
Het is klein en valt niet erg op; heel soms vraagt er eens iemand naar.
Aan een klein ringetje hangen drie symbooltjes: een kruisje, een hartje en een ankertje.
Ik kreeg het van mijn moeder rond mijn twintigste, op de afbeelding zie je de drie bedeltjes.
Ze zijn dus al veertig jaar oud en vertonen nogal wat kleine krasjes en slijtsporen.
Deze symbooljtes draag ik al veertig jaar met mij mee; in dit weekend werden ze alle drie even expliciet benoemd.
Het deed mij even stilstaan bij het kettinkje dat ik vaak gedachteloos draag, maar dat in al zijn eenvoud zo’n grote zeggingskracht heeft.