De term ‘Upstairs – Downstairs’ kennen we van de Britse TV-serie in de jaren ’70.
Daarin maakten we kennis met de aristocratische familie Bellamy en hun bedienden in een vijf verdiepingen tellend statig herenhuis.
De adellijke familie woonde ‘upstairs’, ‘downstairs’ was het souterrain, het domein van de bedienden.
Die term kwamen we ook tegen tijdens onze rondgang door paleis Soestdijk. Bij de grote trap die van de kelder leidt naar de begane grond waar de koninklijke familie woonde stond een informatiebord met de titel ‘Upstairs – Downstairs’; daarop stond o.a. het volgende te lezen:
Deze trap verbind het domein van de bedienden downstairs met de wereld van de Oranjes upstairs.
Waar het beneden een gezellig geroezemoes is met voetstappen die klinken door de gangen, het rinkelen van servies en de geuren van vers gekookte maaltijden, moeten medewerkers die naar boven gaan zich rustig gedragen, voorzichtig lopen, geen herrie maken en vooral niet opvallen.
Wie deze trap naar boven is opgelopen betreedt een andere wereld: de wereld van de Oranjes met geschreven en ongeschreven regels, gebruiken en tradities.
Lange tijd zijn deze twee werelden strikt gescheiden. De vertrekken van de medewerkers zijn in het souterrain, op zolder of in huisjes op het terrein.
Vanuit een klein halletje, waar de kleine voedsel-lift op uit kwam (zware dingen hoefden dus niet die trap op te worden gedragen), daalden we af naar de benedenverdieping: het domein van het personeel.
De keuken, zoals die er nu uit ziet, werd destijds voor Juliana en Bernhard gemaakt en werd gezien als voorbeeld van het nieuwe comfort dat werd aangebracht en waarmee het paleis permanent bewoond kon worden.
Het souterrain was nu ingericht als keuken; het was helemaal betegeld en er was van alles te zien: grote fornuizen, mooie serviezen en ook nog een paar stukken van het servies van Willem Alexander & Maxima.
In een artikel in de Gooi & Eemlander vond ik nog een paar uitspraken van mevrouw Jansen: zij poetst al bijna 36 jaar de royale keuken, de statige zalen, de kroonluchters en de eikenhouten vloeren. Nieuw personeel werkte zich letterlijk op: van het souterrain via de gastenverblijven naar de slaapkamer van Bernhard en Juliana. Dat was volgens haar het hoogst haalbare. Dat vond Jansen in het begin best spannend. ‘Je zit wel aan hun spullen. Maar uiteindelijk zijn het gewoon mensen zoals jij en ik, met hun dagelijkse beslommeringen. De prins en de prinses drinken ook koffie, en eten ook een boterham.’ Mevrouw Jansen maakt het paleis nog steeds vijf dagen in de week schoon.
Juliana en Bernard hadden geen schellekoord met belletje meer in hun kamers; op de afbeelding links zie je het destijds ultramoderne lampjes-paneel.
Tenslotte: wie vonden wij tot onze stomme verbazing in de tuin van het paleis?
Onze Bartje!
Hoe komt die nou daar terecht?
Hierbij een link naar een YouTube-filmpje uit 1973: aan het eind van die video weet je het antwoord op die vraag.
Benieuwd naar de andere blogs over Soestdijk?
Hierbij een link naar deel 1, onder aan dat blog vind je een overzicht.

Geef een reactie