In de eerste week van februari zaten we op een morgen koffie te drinken toen ik me ineens realiseerde: ‘er is nu even niets dat nog moet’.
Dan moet je denken aan: fotoboek van 2025 klaar, iets voorbereiden van een koor of iets voor de kerk, het schrijven van blogs voor de voorraad ( voor als ik even niks beleef of voor als het zo druk is dat ik toe kom aan schrijven)  en huishoudelijke klussen waarvan ik vind dat ze moeten.
“Nu zou ik zomaar overdag kunnen gaan lezen”.
Ja.
Dat zou kunnen.
Het gekke is dat dat er nog amper van is gekomen. Zodra ik ging zitten bedacht ik toch nog weer iets dat ik nog zou moeten doen.
Zoals het kastje naast de bank leegmaken: ik had bedacht dat dat mijn ‘lees-stapel-kastje’ zou worden.
Die leesstapel (tijdschriften, boeken, brochures) ligt altijd op de bankleuning, maar die valt er om de klip-klap af.
Het kastje maakte ik leeg en ik verbaasde mij over wat ik allemaal terugvond!
Alles opgeruimd en uitgezocht; de leesstapel ligt nu in het kastje en bovenop ligt mijn tablet.
Dan slingert die niet steeds overal in huis maar heeft het ding een vaste plaats.
Organieke plaats‘ hoor ik dan mijn vader zeggen in mijn achterhoofd;

Toen ik in 2021 begon te werken in het secretaresseteam van Team290 veranderden mijn werkdagen na 12 jaar van di/wo/vrij naar ma/wo/do.
Hoe ingrijpend dat was voor mijn structuurgevoelige brein beschreef ik in het blog  bevorderend voor uw welbevinden. 
Toen we begin februari met Gerards gezondheid in wat rustiger vaarwater kwamen nam ik mij voor om weer een beetje structuur aan te brengen in de weken.
De huishoudelijke klussen verdeelde ik over de vijf doordeweekse dagen en naast het toetsenbord legde ik weer mijn ‘weekbriefje’: wat wil ik deze week doen.
Dan moet je denken aan een afspraak met iemand maken, een kaartje schrijven en op de bus, een datum plannen met een groepje en opruim/uitzoekklusjes.
Er zijn mensen die deze alinea gelezen hebben met opgetrokken wenkbrauwen en zich afvragen ‘waarom zou je dat in ’s hemelsnaam doen als je met pensioen bent; dan hoef je immers niks meer!’
Antwoord: ik heb die regelmaat nodig, anders kom ik tot niks.
Het is bevorderend voor mijn welbevinden.

En hoe fijn het ook is om niet meer naar het werk te hoeven: soms voel ik toch wat kleine heimwee-prikjes.
Niet naar het werk zelf, maar naar de secundaire arbeidsomstandigheden.
Deze week nog: een koude, maar zonnige morgen en ik zag mezelf om 07.15 uur door de Onlanden fietsen op weg naar mijn werk.
Flarden nevels nog over de velden en een opkomende zon.
De foto hiernaast maakte ik begin oktober vorig jaar, toen moest ik nog drie weken werken.
Als je goed kijkt zie je mijn schaduw op het grasland, achter mij schijnt de zon.

Misschien binnenkort maar eens op de fiets naar Groningen.
Door de Onlanden.
Maar niet meer om zeven uur 😉

Benieuwd naar de andere delen in deze serie?
Hierbij een link naar deel 1, onderaan dat blog vind je een overzicht van alle tot nu toe gepubliceerde delen.