Eind januari, toen Gerard nog niet zo lang terug was uit het UMCG, werden we op een morgen verrast door onze buren Bonny en Harry.
Op het moment dat zij langskwamen was ik even naar de winkel en Gerard was boven: zij troffen niemand thuis en legden wat ze hadden meegenomen bij ons op het aanrecht met een briefje er bij.
‘Eet smakelijk!’

Het was een heerlijk geurend, nog warm bruin brood.
We sneden ons allebei een kapje af en aten het op tijdens de koffie.
Het was erg lekker!
Vers, met een knapperig korstje.
“Hoe doen jullie dat?” is dan natuurlijk een logisch vraag.
Ze hadden een broodbakmachine.

Het brood was in een mum van tijd op.
Zo zelf brood bakken zou ik eigenlijk ook wel eens willen, maar ik hoor te veel verhalen van mensen die zo’n broodbakmachine hebben.
Dat verhaal begint dan met ‘de geur van versgebakken brood in huis’, dat het zo lekker is, maar ook wel een gedoe, vervolgens staat het ding ontzettend in de weg op het aanrecht in de keuken en tenslotte verdwijnt het in een kast waar het nooit weer wordt uitgehaald.
Carlijn kwam met een leuke tussenoplossing: “Wij hebben zo’n broodbakmachine, maar gebruiken hem bijna nooit, je mag hem wel een poosje lenen.”
Vorige week namen ze hem mee en stond het ding drie dagen ontzettend in de weg op ons aanrecht.
Maandagmorgen ging ik even langs bij Bonny & Harrie voor aanschouwelijk onderwijs; ze hadden speciaal voor mij even gewacht met het bakken van een brood, zodat ze het aan mij konden laten zien.

Het bleek verrassend eenvoudig.
“Wij gebruiken altijd dit” en ze liet mij een pak Koopmans Waldkorn-broodmix zien.
“Hier hoeft alleen maar water bij en mijn geheim is dat ik vooraf altijd een scheutje vloeibare halvarine/Bertoli in de bakvorm doe.”
Geen apart afgeweeg met gist, zout, suiker, melkpoeder en meel!
Dinsdag kocht ik een pak van die broodmix en woensdagmorgen boog ik mij over de handleiding van de broodbakmachine die Carlijn voor mij had uitgeprint.
Alle ingrediënten (water en de inhoud van het pak) moesten in het bakblik, waar het scheutje Bertoli al in zat.

Vervolgens moest ik de stekker in het stopcontact steken; dan hoorde ik een piepje en stond hij automatisch op menu 1, dat was het goede menu voor een gewoon, goudbruin brood.
Daarna hoefde ik alleen nog op het ‘aan’-knopje te drukken.
Meer dan drie uur zou het hele proces gaan duren.
Het apparaat ging aan het werk, er kwamen verschillende geluiden uit het binnenste van de machine.
Ik stond er (argwanend) bij en ik keek er naar, maar na een half uur moest ik weg. Koffievisite.

Toen ik aan het eind van de morgen thuis kwam rook het hele huis naar vers gebakken brood.
Het brood was net zo lekker gaar en knapperig als het exemplaar dat wij in januari kregen.
Voor herhaling vatbaar!