In april schreef ik dat ik met schoonzus Hennie mijn eerste schreden op het kantklospad heb gezet bij Dientje in Hijken in het eerste deel van de blogserie ‘Aan de slag
Die slag had ik na die middag nog niet helemaal te pakken, dus we spraken een tweede bijeenkomst af die we planden in mei.
Dan zou ook Ilse mee (alt van de Cantorij Roden), want die kantklost al jaren, maar die had wat specifieke vragen voor Dientje en vond een middag gezellig met z’n vieren kantklossen een goed idee.
“Kan ik dan niet van te voren een middag bij jou langskomen om nog eens de beginselen van het kantklossen doornemen?” vroeg ik aan haar.
Die beginselen waren de vorige keer namelijk best wel lastig en ik wilde graag nog wat oefenen. Want oefening baart kunst.
En zo zat ik woensdagmiddag bij Ilse aan de thee met weer zo’n beginnerswerkje dat zij voor mij had opgezet.
Deze keer zaten er geen gele draadjes om de lopers, maar waren de loper-klosjes anders (smaller en langwerpigere) dan de andere klosjes.
Heel handig.

Ook nu duurde het weer even voor ik de slag te pakken had, maar na een tijdje lukte het.
De vorige keer bij Dientje zaten de oogjes van het slangetje dat we maken er al in, maar gistermiddag leerde Ilse mij hoe dat moest.
Daarvoor moest je een piepklein kraaltje op een haaknaald 0.60 doen en zo de draad er door halen.
Ondertussen realiseerde ik me dat dit dus het allerleukste is van met pensioen zijn, dat je tijd kunt vrijmaken voor het aanleren van nieuwe technieken.
“Als je het onder de knie hebt ga je als je aan het werk bent ‘kantklos-geluiden’ produceren” vertelde Ilse.
Ze bedoelde tegen elkaar klikkende en schuivende klosjes.
Dan moet ik gelijk aan de Dik-voor-mekaar-show’ van André van Duin denken.
Als hij tijdens zijn radioshow (waarin altijd alles mislukte) de suggestie wilde wekken dat hij bijvoorbeeld in een bos was, dan riep hij “De Groot! Bosgeluiden!”
Ik hoorde in mijn hoofd Van Duin al schreeuwen: “De Groot! Kantklosgeluiden!” en dat zei ik hardop.
Gelukkig kent Ilse mij al een beetje…..

Die kantklosgeluiden hebben we die middag trouwens nog niet gehoord, want ik moet nog heel erg nadenken hoe ik de klosjes over elkaar heen moet bewegen.
“Wil je dit mee naar huis?” was de vraag aan het einde van de middag.
Nou, wel graag, ik wil ook thuis graag ‘aan de slag’.
Ik kreeg het mee in een enorme tas (want het hele kussen moest er in) en nu ligt het dus bij mij op de keukentafel.
Kan ik rustig oefenen.
De eerste avond ging er gelijk al iets verkeerd, maar wat ik toen leerde was het ’terug-klossen’.
Daardoor heb ik nu wat meer inzicht in wat ik aan het doen ben: ik leer hoe de draadjes lopen en wat er gebeurt als je bijvoorbeeld de lopers om elkaar heen draait.
Maar Aaltje moet nog heel veel oefenen; nog geen kantklosgeluiden gehoord.