een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 20 van 308

27 augustus: Leven zonder werk (4) – De enorme overgang.

Als je zoals ik 60-plus bent heb je als het goed is DE overgang al wel gehad.
Omdat ik dat geen aangenaam onderwerp van gesprek vind heb ik het nooit over die overgang op deze website: er zijn veel te veel andere, leukere onderwerpen te bedenken.
Maar vandaag beschrijf ik maar liefst drie grote ‘ overgangen’  in mijn leven die minstens zo enerverend waren als DE overgang.
In het vorige blog in deze serie beschreef ik het werk dat ik deed op het parket van de OvJ in Assen; dat verhaal eindigde met onze trouwdag in 1983.

Overgang 1
Het samen met Gerard een huishouden bestieren en daarnaast 40 uur werken was echt wel een grote overgang: ineens moesten we alles zelf doen wat thuis mijn moeder altijd deed.
En in het weekend gingen de leuke dingen natuurlijk ook gewoon door; dat bleef uiteindelijk niet goed gaan.
Ik kreeg een griepje dat ontaardde in een longontsteking, waar ik maar moeizaam van herstelde; ik was chronisch vermoeid.
Daarna besloten we dat ik een halve dag minder ging werken: ik stapte over naar een 36-urige werkweek en was voortaan op vrijdagmiddag vrij.
Dan deed ik gelijk uit het werk de wekelijkse boodschappen bij de MIRO in Assen en die middag besteedde ik vaak aan huishoudelijke klussen.

Overgang 2
Op een gegeven moment groeiden we uit ons jasje aan de Dr. Nassaulaan en verhuisden we met een deel van het parket naar een pand aan de Vaart ZZ tegenover de Kolk.
En toen deed de computer zijn intrede in onze kantoorwereld!
In 1985 ging ik met twee andere collega’s naar Utrecht voor een cursus Word Perfect: de computer en de tekstverwerker deden hun intrede in de ambtenarenwereld in Assen.
Bere-interessant. En ik stond er met mijn neus bovenop.
Als je die cursus had gedaan mocht je de nieuwe apparatuur bedienen: een enorme printer met een grote, glazen afdekstolp erom heen, waar je kettingformulieren in kon doen.

Overgang 3
Hoe het verder ging met de ontwikkelingen van de computers c.q. printers weet ik niet, want in 1986 raakte ik zwanger van dochter Frea en stopte ik met werken.
In ons sociale milieu was het niet gebruikelijk om te blijven werken als je kinderen kreeg.
Maar o, wat heb ik het (vooral in het begin) gemist!
Het gekeet met collega’s, het spelletje klaverjassen tussen de middag, de scherpe discussies en domme ambtenarenlol.
De typemachines, printers en formulieren.
Wat wel heel erg hielp was dat Zwanet, de collega waar ik die 7 jaar het meest mee had opgetrokken, ook zwanger was en 4 weken na mij ook stopte met werken.

Achteraf bezien was overgang 3 veel te groot en met de kennis van nu was het voor mij beter geweest als ik was blijven werken, ook al was het maar 2 of 3 dagen in de week.
Maar zo is het niet gegaan: was toen ook niet echt een optie.
‘Achternao kikst een kou in de kont’ was een gevleugelde uitdrukking in de familie Boelen
In het vervolg van deze serie zul je lezen dat ik, toen ik eenmaal volleerd moeder & huisvrouw was, helemaal geen zin had om weer te gaan werken!

Benieuwd naar de hele serie?
Hierbij een link naar deel 1: onderaan dat blog vind je een overzicht van de al gepubliceerde blogs.

Reageren

25 augustus: Tot 2028?

Op deze website deel ik openhartig de waarde van mijn dagen; meestal zijn die blogs positief, waardoor de indruk kan ontstaan dat er bij ons geen negatieve dingen zijn, maar dat is natuurlijk onterecht.
Je weet inmiddels dat ik in oktober van dit jaar afscheid neem van mijn werk.
Dat was in eerste instantie niet te bedoeling: Gerard en ik zouden doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd: ik tot 2027 en Gerard tot 2028.

Maar soms gaan dingen niet zoals je had bedacht.
In maart 2024 schreef ik nog een verhaal over wat Gerard voor de kost deed (zie  blog 9 maart), maar nadat in het voorjaar van 2024 de ziekte van Kahler weer voorzichtig de kop op stak had dat zijn weerslag op Gerards mentale weerbaarheid en fysieke belastbaarheid. Toen zijn werkgever ook nog eens weinig empathie toonde voor zijn situatie meldde hij zich in juni vorig jaar ziek; daarna lukte het niet meer om goed te herstellen. 10 jaar ziekte van Kahler eisten hun tol, de rek was er kennelijk uit.

En dan kom je in zo’n molen.
Ziektewet, bedrijfsarts, gesprekken, UWV, formulieren…..ik hoef het vast niet omstandig uit te leggen.
Na een half jaar gesprekken kwam de  bedrijfsarts met een verrassende conclusie. : “U bent al zo lang ziek en u heeft die moeilijke jaren (met twee stamceltrajecten) eigenlijk altijd doorgewerkt. U heeft in die jaren veel gevraagd van uw lichaam en uw geest; nu lichaam en geest aangeven dat het werken niet meer gaat, gunnen we u eigenlijk wel een ander traject.”
Ook de hematoloog die Gerard al jaren behandelt gaf (door de bedrijfsarts daarnaar gevraagd) aan dat het wat hem betreft heel logisch zou zijn als Gerard zou stoppen met werken.
Hij voegde daar nog aan toe: “Houdt u er maar rekening mee dat u in het najaar weer een behandeltraject tegen Kahler in gaat.”
Degene die daar de meeste moeite mee had, was de patiënt zelf: “Zo wil je toch niet stoppen met werken…”
Maar uiteindelijk zag ook hij in dat stoppen wel de meest logische optie was.

En nu is het augustus.
Het UWV heeft de aanvraag goedgekeurd en Gerard hoeft niet meer aan het werk.
Inmiddels is hij gewend aan de nieuwe omstandigheden; hij doet het rustig aan, zet ’s morgens geen wekker, gaat zwemmen, maakt ommetjes,  bakt brood en is druk met zijn tuin waar hij nu alle tijd voor heeft.
Er zitten al bakjes bonen in de diepvries en we hebben al courgettesoep gehad.
Het maakt mijn laatste maanden ook rustiger.
Als ik heb gewerkt zet Gerard een heerlijke maaltijd op tafel en als ik een dag thuis ben drinken we samen koffie of thee.
Dat las je ook al tussen de regels door in de blogs van de laatste maanden: een nieuwe werkelijkheid waar wij ondertussen al aan gewend zijn.

We leven nu samen toe naar oktober 2025; we hoeven niet meer te wachten tot 2028.

Reageren

24 augustus: Inclusief?

In de Zinnig van augustus

Het thema veur de Zinnig van de maond augustus was ‘Zwart/wit’.
Eem dacht ik an een verhaol over salmiak, da’k dat vrogger as kiend zo lekker vun, maor mien inzending gung over hiel wat aans. Lees maor ies:

Inclusief?

As ik foto’s truggekiek uut mien kindertied, dan bint die bijna altied zwart-wit: kleurenfoto’s waren der al wel, moar bij oons thuus kwamen de kleuren der pas bij in de jaoren ’70.
Ok de tillevisieprogramma’s waor wij destieds naor keken kwamen tot oons in griestinten, zoas bijveurbeeld Pipo de Clown en Mamaloe.
Een serie die in mien brein grift stiet.
Netuurlijk weur het op een gegeven moment te kienderachtig, maor wat heb ik geneuten van die serie. Het grappigste vun ik de euliedomme boeven ‘Snuf en Snuitje’. Die ene stötterde een beetje en alhoewel ik dat as kiend ok deu kun ik daor bij de acteur Rudi Falkenhagen (die Snuf speulde) ontzettend um lachen. “M-m-mooie p-parels, f-f-fijne p-p-parels!”

Veurig jaor stun der in interview in de kraante met Marijke Bakker, de vrouw die van 1966 tot 1979  Mamaloe speulde in de serie Pipo de Clown.
Marijke beschreef in het interview de achterliggende gedachte bij de serie Pipo de Clown.
Volgens heur was dat:  (ik citeer): een ijzersterke serie dankzij de universele figuren die een prachtige weerspiegeling geven van de maatschappij. Pipo is onconventioneel. Hij staat voor liefde en licht en voor vrijheid en natuur.  Mamaloe is de vrouw die hem met beide benen op de grond houdt.
De circusdirecteur heet Dikke Deur: een verbastering van het woord ‘directeur’; een man met een groot ego die eigenlijk vooral onmacht uitstraalt. De indiaan Klukkluk is het kind in ons en de boeven Snuf en Snuitje zijn de rommelaars in onze maatschappij. Schrijver Meuldijk slaagde er steeds weer in om mooie, afgeronde verhaaltjes te maken met een kop, een staart en een body.’
Tot zover Marijke.

Dag vogels……. (afbeelding: Wikipedia)

As kiend he’j hielemaol gien notie van een achterliggende gedachte bij zu’n serie. En toen ik kiend was dacht der ok nog gieniene nao over een karikaturale indiaan; zu’n figuur in een jeugdserie zol nou hielemaol niet meer kunnen.
Net as Hiawatha die ok al niet meer in de Donald Duck stiet.
Stereotypering is niet meer van dizze tied. Zwart/wit denken hef plek maakt veur een meer kleurrieke benaodering van de mensen in oonze maatschappij; inclusiviteit is de boodschap.
Dat vin ik een groot goed en dat moe’we koesteren.
Wij ziet nou in Amerika wat der gebeurt a’j de inclusiviteit uut het oge verliest. En dat giet veul verder as een indiaantie uut de Rondbuken-stam dat niet meer in de Donald Duck stiet.
Pipo sprak oons an ’t einde van elke oflevering toe:
“Dag vogels, dag bloemen, dag kinderen…..welterusten!”
Wij hebt het zwart/wit tiedpark al wied achter oons laoten en wij moet oons niet in slaop sussen laoten: iederiene heurt der bij.

Reageren

23 augustus: Hoeveel-weken-nog-slinger.

Vroeger maakte ik voor onze dochters een week voor hun verjaardag samen met de jarige in spé een ‘hoeveel-nachtjes-nog-slinger’.
7 witte briefjes waar we de aftel-cijfers opzetten en die ze zelf mochten versieren; de cijfers werden mooi ingekleurd en er kwamen stickers of stempels op. Die slinger hingen we aan de servieskast en iedere morgen werd er dan één briefje afgescheurd: weer een dag dichterbij het feest!

…. hoeveel weken….

Eén keer maakten we een ‘hoeveel-weken-nog’-slinger, begin 1994. Toen onze oudste dochters 4 en 7 jaar oud waren, vertelden we hen dat er een broertje of een zusje kwam. Wat een feest! Maar het duurde wel heeeel lang voor ‘Ukkie’ kwam. Die slinger was bedoeld om inzicht te geven in hoelang het nog duurde; voor een jong kind duurt één week al een spreekwoordelijke eeuwigheid. Op de foto hiernaast knippen we nummer 35 er af.
Frea vertelt het nog wel eens: “Ik weet nog dat we dat eerste kaartje eraf knipten en dat ik me toen realiseerde dat Ukkie er nog láng niet was…..”

In het weekend van 16 augustus kreeg ik van onze dochters een zelfgemaakte ‘hoeveel-weken-nog’-slinger; nog 10 weken tot aan mijn pensioendatum.
Het was net zo’n slinger als die ik vroeger voor hun verjaardag maakte: zelf getekend en gekleurd en versierd met toepasselijke tekeningetjes: kalenders, headsets, fietsjes, laptops, telefoons: ze hadden het goed voorbereid.
Wat verrassing!

Hij hangt in de kast in de kamer: klik op de afbeelding voor een vergroting.
“De komende week kun je gelijk het eerste blaadje er af scheuren!”
Volgens mij waren ze een week te vroeg, maar nee: in week 33 is het nog maar 10 weken!
Kijk vooral even naar het laatste briefje: de dames hebben weer een leuke woordspeling bedacht met mijn naam!

Inmiddels heb ik het briefje met de 10 er al afgescheurd; het gaat voor mijn gevoel ineens heel hard nu…..

Reageren

21 augustus: Proefkonijnen.

“Waarom hangt er nou een icoon van een katholieke heilige in een protestantse kerk?”
Die vraag werd me ooit eens wat pinnig gesteld door een gast die vertelde dat hij een hekel had ‘aan dat Roomse gedoe’ en dat ‘wij dat als protestanten vér achter ons hadden gelaten’.
Mensen die regelmatig in de Catharinakerk zitten als kerkganger zullen misschien helemaal niet weten dat die icoon er hangt; je vindt de afbeelding achter de preekstoel in de stiltehoek.

Die is daar neergehangen toen onze kerk feestelijk werd heropend na de ingrijpende renovatie van 2016. In die dienst verscheen Catharina in hoogst eigen persoon, gestalte gegeven door pastor Astrid Mekes. Over die bijzondere viering schreef ik toen (in februari 2017) een blog onder de titel ‘Opening van de Catharinakerk‘.
8 jaar geleden al weer. Leuk om even terug te lezen ook: toen was de Catharina-cantorij er nog!
In die viering werd de eeuwenoude geschiedenis van de kerk benadrukt; toen het kerkgebouw is gebouwd  in 1250 werd het gewijd aan de heilige Catharina, in die tijd een alom geliefde heilige.
Ben je benieuwd naar haar verhaal en waarom zij meestal met een groot rad wordt afgebeeld? Hierbij een link naar een artikel over haar op de website van KRO/NRCV.
En nee, wij hebben als protestanten niets met heiligen, maar deze Catharina heeft haar naam gegeven aan het gebouw en hoort bij de kerk-geschiedenis.
Daarom hangt er een afbeelding van haar in de stiltehoek.
Dinsdagmiddag hoorde ik op een verrassende manier wie die icoon heeft geschilderd.

Het was het namelijk de derde dinsdag van de maand; Holy Stitch is nog niet weer begonnen, maar ik had de dames uitgenodigd voor een uitje: een bezoekje aan de kerk met een stukje uitleg van mij er bij en een terrasje in Roden. Een zevental ‘heilige steeksters’ gaf zich op.
“Jullie zijn vanmiddag mijn proefkonijnen” legde ik aan het begin uit.
“Als ik in de kerk sta als gastvrouw/gids, dan vertel ik aan de gasten iets over de kerk, maar het is bijna nooit het hele verhaal. Hoe het gesprek verloopt hangt namelijk heel erg af van de bezoekers. Nu heb ik een rondleiding voorbereid waarbij ik het hele verhaal vertel: ik laat jullie alles zien. Daarna ben ik benieuwd hoe lang het heeft geduurd en wat jullie er van vonden.”

Onderdeel van mijn verhaal was ‘de stiltehoek’ en het verhaal bij de icoon van de heilige Catharina.
Geke wist te vertellen dat de naam van de schilder nooit op zo’n schilderij staat.
“Maar weet je wel wie het gemaakt heeft dan?” vroeg Alie.
Nee, geen idee eigenlijk…
“Ik” zei Stieneke.
Niet te geloven!
Onze Stieneke!
Ze had het nageschilderd van een bestaand icoon.
Wát mooi!

Die rondleiding door het gebouw duurde trouwens 1 uur en 15 minuten.
En het werd zeer gewaardeerd: iemand bedacht dat het wel leuk zou zijn om dit een keer met de familiedag/uitje te doen.
Wat een goed idee!
Je mag mij altijd bellen.
Moet ik eerst wel met de koster overleggen natuurlijk…..

Reageren

20 augustus: Leven zonder werk (3) – Parket van de Officier van Justitie in Assen.

Op 1 november 1979 stapte ik binnen in het indrukwekkende monumentale gebouw waar het parket was gevestigd.
Het was het oude gymnasium aan de Dokter Nassaulaan nr. 5.
De eerste afdeling waar ik werkte, Kantongerechten Drenthe, zat op eerste verdieping.
Ik ging de administratie doen van kantongerecht Meppel.
Die dossiers zaten in grote grijze kartonnen omslagmappen; de mappen van kantongerecht Assen (Trientje) waren geel en de mappen van Emmen (Zwanet) waren groen.
Alles was nieuw voor mij. De grote Remington schrijfmachines, het grote klaslokaal waar 6 bureau’s in een hoefijzervorm stonden opgesteld, de grijze telefoons, de archiefkasten met hangmappen (waar die grijze mappen op nummer in werden opgeborgen), de kasten vol formulieren (o.a. dagvaardingen, accept-girokaarten voor de boetes) en al die oude mensen* …… wat moest ik wennen aan het volwassen zijn. De radio stond altijd op Hilversum 3, maar die werd nog wel eens zachter gezet door het hoofd personeelszaken: “Het is hier geen discotheek, jongelui….”
Ik woonde nog bij mijn ouders thuis, maar verkeerde overdag in de serieuze ambtenarenwereld, waarin ik me overigens prima thuis voelde.
Het werk was serieus, maar in de omgang met mijn collega’s had ik vooral veel plezier. Een paradijsvogel in dat gezelschap was de koffiejuffrouw, Mirjam. Ze kwam uit Amsterdam en tetterde ’s morgens om half 9 al de afdeling op “Goeiemorrege! Koffie?” met altijd wel een smeuïg verhaal of een rake opmerking.
Als zij met een vol dienblad de afdeling opliep was er altijd wel een lolbroek die riep: “Mirjam, klap eens in je handen!” en altijd riep ze: “Ja, dat ga ik ooit nog eens doen.”
Op haar laatste werkdag heeft ze het ook daadwerkelijk gedaan: iemand stelde DE vraag en Mirjam liet de hele brut uit haar handen vallen.
“OOOOO, wat heb ik hier naar uitgekeke!’

Toen ik begon was ik ‘Schrijver A’, na anderhalf jaar kreeg ik promotie en werd ik C2.
Ook het werk veranderde in de loop van de jaren.
Een enorme vooruitgang was de elektrische schrijfmachine. Mét correctietoets.
En verder het was ook interessant werk.
In eerste instantie bemoeide ik mij alleen maar met verkeersovertredingen en ongelukken (verkeer), maar later werkte ik op de afdeling Rechtbankzaken en daar kreeg je werkelijk van alles onder ogen. Wat mij nog helder voor de geest staat was een incest-dossier; een officier kwam daarom vragen en ik wist niet was incest was.
“Gelukkig is het land waarin een jonge vrouw niet weet wat dat is” zei de officier van justitie en mijn collega’s lachten besmuikt.
Ik schaamde me dood, maar achteraf zegt het iets over mijn beschermde jeugd en mijn sociale omgeving in het kleine, hervormde deel van het dorpje Hoogersmilde.

Daar op het parket in Assen werd ik van schoolmeisje een jonge vrouw.
Op maandagmorgen bespraken we op de afdeling de vraag ‘Hoe was je weekend? en dat veranderde natuurlijk in de loop van de jaren.
Verkering met Gerard, verhalen van de de IKJ, Hosanna en in 1983 natuurlijk onze trouwdag, waar de meeste van mijn collega’s aanwezig waren.
Daarna veranderde er veel voor mij.

Benieuwd naar de hele serie?
Hierbij een link naar deel 1: onderaan dat blog vind je een overzicht van de al gepubliceerde blogs.

*(zie Een probleem)

Reageren

18 augustus: Van toegevoegde waarde.

Als het gaat over de kerkdienst op zondagmorgen benoem ik vaak vooral de woorden.
De teksten, de essentie.
Gistermorgen waren die ook indringend, maar ik werd het meest geraakt door de muziek.
Arjan Schippers zat achter het orgel en we begonnen met het mooie en bekende lied ‘De vreugde voert ons naar dit huis’: dat was al een fijn begin.

De centrale figuur in deze viering was Jeremia. ‘Die ARME Jeremia’ zei voorganger Sybrand van Dijk over hem.
De klager. De man van wiens naam de woorden jeremiëren en jeremiade zijn afgeleid; hij had het beslist niet gemakkelijk. Hij moest de komende verwoesting van Jeruzalem en de ballingschap aankondigen, maar niemand wilde die boodschap horen.
Hij werd uitgelachen en mishandeld  door zijn volksgenoten en was ontstellend eenzaam; niemand begreep hem en niemand nam hem serieus.
Hij voelde plaatsvervangend de tel
eurstelling van God over het gedrag van het volk en de afgoderij die in Jeruzalem plaatsvond.

Tegen de stroom in.
Afbeelding: Goedbericht.nl

Jeremia zwom tegen de stroom in: de broodprofeten in zijn tijd susten het volk ‘dat het allemaal wel meeviel en dat het toch best goed ging zo’, maar Jeremia was de enige die een andere, rauwe boodschap bracht.

Na die kennismaking hoorden we de onfortuinlijke profeet letterlijk zingen: dominee Sybrand van Dijk kroop in zijn huid en zong solo lied 831:
“Gestuurd op wegen ongedacht als eenzaam vechter in de nacht, draag ik de mantel van profeet, met Gods verdriet ben ik bekleed”
en “ik riep: Gij vraagt te veel van mij, Gij zijt te groot, ga mij voorbij! Maar spreken moest ik, aangeraakt ben ik nu tot zijn stem gemaakt.
Door die ene, zingende stem had ik het gevoel dat Jeremia echt even, klagend en al, in ons midden was.
Maar er was nog meer bijzondere muziek in de viering gistermorgen.
Arjan Schippers speelde vlak voor de preek enthousiast een heel bekend lied, maar dat was beslist geen kerklied.
De mevrouw die naast mij zat werd er ongemakkelijk van. “Dit lijkt wel ‘Muziekfeest op het plein’ (van de AVRO/TROS); en dat in de kerk!”
We hoorden namelijk ‘De meeste dromen zijn bedrog’ van Marco Borsato.
“Misschien was dit wel de bedoeling van de predikant” stelde ik mijn buurvrouw gerust.
Achteraf bleek dat Sybrand tegen Arjan had gezegd dat de dienst het thema ‘de meeste dromen zijn bedrog’ had en Arjan had daar op geheel eigenwijze wijze een lied bij gezocht.
Het maakte de tongen wél los en….. hij kreeg een welgemeend applaus van de de gemeente.

Het lied dat we na de preek zongen was ook mooi van tekst en melodie: lied 691. ‘De geest van God waait als een wind op vleugels van de vrede….’ en we sloten af met ‘Door de wereld gaat een woord’. Dat zing ik eigenlijk liever op de oude melodie, zoals we die kennen uit de bundel Youth for Christ, maar ik zong toch enthousiast mee.

Muziek in de kerk.
Soms is het ergerlijk (te langzaam, veul psaalms…), soms is het te veel, soms te moeilijk, maar gistermorgen was het van toegevoegde waarde.
Voor een compleet beeld van deze kerkdienst: je kunt terugkijken-luisteren via Kerkomroep of via het YouTubekanaal van onze PKN-gemeente.

Reageren

17 augustus: Op fietse.

Je kent het  overbekende liedje ‘Op fietse’ van Skik vast wel: ‘Wie döt mij wat vandage, ik heb de banden vol met wind, ik heb ja niks te klaag’n….’
De tekst van het lied bezingt een fietstocht door het woongebied van Daniël Lohues, de omgeving ten zuiden van Emmen.
Gerard en ik waren dit jaar aan de beurt om het jaarlijkse uitje te organiseren met Hans en Bea en het leek ons een leuk idee om met z’n vieren de tekst van het lied ‘na te fietsen’.
We vonden op internet de complete route op de website van RouteYou, hierbij een link naar dat artikel.
Maar de hele route, 86 kilometer, vonden we wat te veel voor één dag: we kortten hem in, het stuk van en naar Oosterhesselen sloegen we over.
We begonnen ons dagje uit bij Van der Valk Emmen, vlak bij Erica.
Koffie met een eigen keuze uit een vitrine vol gesorteerd gebak: wat al een heerlijk begin.
We hadden met de gegevens van de fietstocht van RouteYou, een oude fietskaart van Drenthe waar de fietsknooppunten op staan én de Fietsknooppunten-app de route helemaal op papier voorbereid.

Het feest dreigde bijna in het water te vallen: in Erica kwamen Bea en ik allebei te vallen met onze fiets en belandden in een plantvak met esdoornstruiken.
Er waren builen, schrammen en blauwe plekken, maar er was niets gebroken (ik had al visioenen van een halve dag in het ziekenhuis….) en we vervolgden, een beetje voorzichtig en trillerig onze fietstocht, ondertussen bedenkend hoe fijn het was dat we onze helm op hadden!
En dan kom je dus langs en door al die namen die door Lohues worden bezongen in bovengenoemd lied.
Langs het Dommerskanaal, door Weiteveen, langs het Bargerveen, ‘de gruppe over’ naar Schöningsdorf, door Hebelermeer en Bargercompascuum, door het Oosterse Bos, Barger Oosterveld en Oranjedorp om tenslotte weer uit te komen bij Erica.
We lunchten uitgebreid op een grote picknicktafel in de buurt van Twist, op de grens van Nederland en Duitsland en genoten van een ijsje in Nieuw Dordrecht.

De tocht was meer dan 60 kilometer en nam bijna de hele dag in beslag, dus geen tijd voor iets cultureels; daarom had ik op voorhand kleine stukjes geschiedenis opgezocht over de dorpjes waar we langs kwamen. Zo kwamen we te weten dat het woord ‘compascuum’ komt van het Latijnse compascere, dat ‘gezamenlijk beweiden’ betekent.
En dat Schöningsdorf zo heet omdat Eduard Schöning de eerste ontginner van dat gebied was en het in de volksmond “Schöningh sien dörp” heette.
We sloten ons uitje af in Sleen bij ‘De Deel’:

Wil je deze route ook eens fietsen?
Hierbij een link naar een PDF onder de titel 2025.08.11 Op Fietse  Je vindt daar de fietsknooppunten én informatie over de geschiedenis van de dorpjes waar je doorheen fietst.
Gratis cadeautje bij deze website.
Als je gaat fietsen: let op in Erica en denk aan de gevallen vrouwen van 15 augustus.
KIEK GOED UUT!

Reageren

16 augustus: “Nee echt? En toen?”

Donderdagmiddag deed ik om 13.30 uur de zijdeur van de Catharinakerk open in gezelschap van neef Cor: hij wilde graag eens een middag mee naar mijn vrijwilligerswerk in de Catharinakerk.
Cor studeert geschiedenis in Groningen en heeft interesse in het oude gebouw en de geschiedenis van Roden.
“Het is hartstikke warm, dan is het meestal niet zo druk: tijd genoeg om je bij te praten” zei ik van te voren.
Het liep inderdaad geen storm, maar ik had wel steeds gasten met interesse in onze kerk; pas na vieren had ik tijd om met Cor nog even een rondje te maken.
Ondertussen bekeek hij op zijn gemak de diavoorstelling met informatie over het gebouw, kocht een boekje dat hij achter in de kerk ging zitten lezen en na verloop van tijd zag ik hem onder het orgel geanimeerd in gesprek met een aantal bezoekers. Die redt zich wel.

Deze keer sprak ik met een mevrouw die helemaal van de andere kant van de wereld kwam: uit Australië!
Haar ouders waren in de vorige eeuw geëmigreerd naar dat land. Die waren inmiddels overleden en zij was nu op bezoek bij een tante, een zus van haar moeder in Nederland.
De dames deden een weekendje Drenthe met z’n tweeën en zaten in het hotel ‘on the other side of the road’.
Maar ik hoefde niet in het Engels: mevrouw sprak nog keurig Nederlands, ze kon het meeste goed verstaan en anders vertaalde tante het wel even.
“Hoe oud is dit gebouw?”
Ik vertelde dat de kerkgemeenschap voor het eerst wordt genoemd in een oorkonde uit 1139, toen betrof het waarschijnlijk een houten kerkje.
Het schip is gebouwd rond 1250.
De Australische vond het unbelievable. “I’m flabbergasted all the time when I hear how old these buildings are!’
Ze vertelde dat dat in Australië zó anders is.

sacramentsnis in de muur

Er was ook een mini-familie-groepje: twee zussen en een broer.
“Nee, wij zijn niet kerkelijk” riepen ze gelijk in het begin, maar toen ik vertelde over de katholieke overblijfselen die nog in de kerk te zien zijn, zoals het piscina* en de sacramentsnis wisten ze er toch verdacht veel van.
“Ja, dat wij-water, dat weet ik nog wel…”
“Sacrament, dat heeft toch te maken met brood en wijn?”
En toen ging het los.
“Weet je nog wel dat wij vroeger met papa en mama op vrijdag naar de kerk gingen en dat we dan moesten biechten?”
“Oh ja! Ik wist niet zo goed wat dat was. Wat ik dan moest zeggen. Dan zei ik maar dat ik een koekje had gesnoept. Hebben jullie hier ook een biechtstoel?”
“Nee. Dit is al een protestantse kerk sinds de 17e eeuw: in 1648 werd het katholicisme in Nederland verboden….”
Dat was compleet onbekende informatie voor mijn gasten. “Nee echt? En toen?”

Geschiedenis kan zo leuk zijn!

* Weet je niet wat een piscina is? Ik leg het uit in dit blog: ‘…. zo’n pepermuntje van jou…

Reageren

15 augustus: Huik en vedel.

Schandhuik – afbeelding Noord Brabants museum

Vandaag een blog over twee woorden die we in ons dagelijks taalgebruik niet meer tegenkomen: de huik en de vedel.
De verhalen die bij deze woorden horen gaan over middeleeuwse straffen voor vrouwen.
Het eerste verhaal gaat over de ‘schandhuik: een houten vrouwenmantel. Er stond een plaatje daarvan op de scheurkalender van het Historisch Nieuwsblad uit 2023, dat kalenderblaadje had ik bewaard met het idee ‘daar doe ik nog eens iets mee.

De vraag bij het plaatje (afbeelding rechts) was: ‘Wat was de functie van deze houten vrouwenmantel?’
Geen idee.
Vrouwenmantel is voor mij een plant, wij hebben hem ook in onze tuin.
Dit was de uitleg: in de vroegmoderne tijd waren overspel en prostitutie strafbare feiten. Vrouwen die zich hier aan schuldig maakten werden publiekelijk te schande gezet.
In 1688 liet het stadsbestuur van ‘s-Hertogenbosch speciaal voor dat doel deze houten vrouwenmantel (ook wel ‘huik’ genoemd) maken.
Aan de binnenkant bevond zich een  halsbeugel waarmee de veroordeelde werd vastgeketend en zo werd zij in de huik op een plein te schande gezet of op een kar door de stad gereden.

Het houtsnijwerk op de achterkant van de schandhuik symboliseerde de zonde van de veroordeelde. De drie bomen verwezen naar de stad ’s Hertogenbosch. Rondom de bomen hing een slinger met allerlei ongedierte. Deze ratten, adders en padden symboliseerden verderfelijkheid, verleiding en wellust. De boodschap van de huik was glashelder: onzedelijk gedrag was een aanslag op de stad.
Voor de overspelige mannen van die tijd golden kennelijk andere regels; voor hen was er niet zo’n mantel…….
Hierbij een link naar een artikel over de huik.

Tijdens de wandeling door 750 jaar geschiedenis van de stad Amsterdam in Garderen zagen we een bijzondere zandsculptuur van iets wat ik nog nooit had gezien: twee vrouwen vastgezet in een vedel.
Dit was de informatie die bij het tafereel stond:  Vrouwen die hadden gevochten, werden in de ‘vedel’ (viool) gezet. Aan de brede kant zat een gat voor het hoofd, en in de hals had het ‘instrument’ openingen voor de handen. Een vrouw zat vaak met het gezicht naar degene met wie ze het aan de stok had gehad.

Met de ogen van nu toch een beetje vreemd.
De huik en de vedel zijn uit onze maatschappij en ons taalgebruik verdwenen en staan inmiddels waar ze horen: in het museum! 

Reageren

Pagina 20 van 308

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén