een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 19 van 308

9 september: De kracht van oer 3 – Oerkracht in drie delen.

Donderdag de 28e augustus zou het ’s avonds gaan regenen, maar ’s morgens was het nog prima weer: wij gingen een heide-fietstocht maken. In augustus bloeit de heide, dus als we de heide paars wilden zien, hadden we nog 3 dagen.
We stippelden een fietstocht uit door het Scharreveld en het Mantingerveld; beide natuurgebieden boden een mooie, paarse aanblik.

Tijdens deze fietstocht kwamen we door een aantal kleine, Drentse dorpjes.
Bij het gehuchtje Mantinge ging ik even van de fiets af, want ik zag ik kunstwerk waarvan ik dacht: “Hé, daar mist iets!” Ik zag een boer, maar hij stond met lege handen: zijn kruiwagen was er niet.

Die stond ergens anders. Echt waar.
Op het bordje dat naast de boer stond las ik dat het een kunstwerk betrof dat uit drie delen bestond.

De pionier: een kunstwerk als drie-eenheid ontstaan in de verbeelding en uitwerking van de kunstenaar Alphons ter Avest uit Arnhem.

De boer in Mantinge kijkt al mijmerend over het water en het land en denkt aan het moment dat hij in de middeleeuwen vanuit Westerbork nieuw land vond op de zandruggen tussen het veen en de heide: de broekstreek…… het natte land.

Zijn werktuig in Balinge staat verstild in de berm pal naast het akkerland.

De briesende en dampende os in Garminge is de oerkracht om in balans met de natuur het land te ontginnen en te gebruiken. 

De boer mijmert over zijn verleden tot het heden en verwachtingsvol denkt hij “Wat zal de toekomst brengen?”

De fietstocht zou ons ook nog door Balinge en Garminge leiden, dus ik was benieuwd of we de andere delen ook nog zouden vinden.
De kruiwagen stond inderdaad ‘verstild’ in de berm in Balinge, maar toen we Garminge uitfietsten hadden we het briesende os nog niet gezien. Toen ik voor het verlaten van het dorpje  links een straatje inkeek zag ik in de verte het silhouet van het rund: gevonden!

Mooi ja.
Bij ieder deel stond een bordje waarop je het hele drie-delige kunstwerk samen zag.
De delen waren nu allemaal roestbruin geworden, maar het origineel zag er nog glimmend uit.
Het is in mei 2011 onthuld.

Wat een mooi eerbetoon aan de Drentse harde werkers van weleer.
En ook hier kwam de kracht van oer even weer ter sprake….

Benieuwd naar de andere verhalen over ‘de kracht van oer’?
Hierbij een link naar deel 1, onder aan dat blog vind je een overzicht.

Reageren

8 september: Wát ’n kunst….

Bij de woorden in de titel van dit blog denk ik eigenlijk iets negatiefs.
Mijn vader kon het zo schamper en denigrerend zeggen: “Nou, wát ’n kunst….!” als hij vond dat iemand iets had gedaan dat niets voorstelde.
Maar die woorden kregen dit weekend ineens een positieve klank, want wát een kunst zagen we op de Brink in Roden.
Gistermiddag vond daar het festival ‘Wat ’n Kunst‘ plaats. Natuurlijk had ik wel een klokje horen luiden, want de Catharinakerk was ook open en er stonden gidsen ingeroosterd, maar wij hadden vakantie in Westerbork gehad en waren niet bezig met Roden en al helemaal niet met een festival.

Dit stond in de wervende aankondiging: Wat ‘N Kunst is een bruisend festival waar kunst en cultuur op speelse wijze samenkomen.
Op verschillende locaties kunnen bezoekers genieten van live muziek, theatervoorstellingen, kunstexposities en workshops voor jong en oud. Zowel professionele kunstenaars als lokale talenten presenteren hun werk, en er is volop ruimte om zelf creatief aan de slag te gaan tijdens inspirerende workshops. Het festival biedt een kleurrijke viering van kunst in al haar vormen, met een gevarieerd programma dat iedereen zal aanspreken.

“Zullen we even gaan kijken?”
Goed idee. Het was mooi weer en we zouden op de terugweg zo’n heerlijk advocaat-ijsje gaan halen bij Alida’s.
Bij wijze van afsluiting van de vakantie.
Toen we richting de Brink liepen zagen we langs de kant van de weg een onafzienbare rij fietsen: tout Roden was op de fiets gekomen!

Eerst maar naar de kerk. Daar konden we niet in.
Collega gids Peter stond quasi-streng bij de deur: “Het is te vol mensen….”
Toen er wat mensen uitgingen mochten wij even naar binnen voor een blik op popkoor ‘Puur’ in een inderdaad bomvolle kerk.
Wat natuurlijk weer plagerige opmerkingen opleverde: ‘zit die kerk ook eens weer vol’ en ‘dat zou je iedere zondag wel willen!’

Er stonden heel wat kramen op de Brink waar overal iets kunstigs te zien of te horen was. Of te maken: je kon ook zelf aan de slag in verscheidene workshops.
Als je nog geen hobby of liefhebberij hebt, dan kon je hier te kust en te keur.
En wát een sfeertje daar op die Brink mensen; we liepen tussen de tafels door waar deelnemers bezig waren met mozaïeken, schilderen, tekenen en/of knutselen.
Wat een feest.

Er zat iemand met zijn rug naar Ot & Sien toe mooie liedjes te zingen, zichzelf begeleidend op gitaar en op de terrassen was geen vrij plekje meer te vinden.
Het weer werkte natuurlijk ook geweldig mee!

Toen wij in 1989 van Smilde naar Roden verhuisden was ik ziek van de heimwee; daar moest ik gistermiddag even aan denken toen we ons best deden om de Brink over te komen.
Hier een praatje, daar een schouderklopje, een knipoog, een groet, een klein gesprekje of even een arm om een schouder: wat voel ik me thuis in dit dorp.

Nog even terug naar de Catharinakerk: volgend weekend (12 en 13 september) zijn de Open Monumentendagen, dan ben je van harte welkom!

Reageren

7 september: Anders dan oma.

Twee weken niet naar de kerk, want vakantie in Casa Grada.
Niet naar de PKN-dienst in Westerbork, niet geluisterd naar de dienst vanuit Roden.
Het voelde voor mij een beetje als spijbelen en dat klinkt misschien wat negatief, maar dat is het niet, want het was heerlijk om even de boel de boel te laten, maar ik heb het wel gemist.
Vanmorgen woonden Gerard en ik een speciale dienst bij: twee ambtsdragers namen afscheid en twee nieuwe ambtsdragers werden bevestigd.
Het thema was kiezen.
In de schriftlezing lazen we dat je je vader en moeder moet haten om Jezus te volgen.
Voorganger Sybrand van Dijk zei daar het volgende over: “Je vader of moeder haten” is geen emotie, maar een keuze: dat je je niet laat bepalen of vastleggen.
Dat je jezelf de vrijheid gunt de weg te gaan die niemand voor je had uitgestippeld.”
Eigenlijk doen we dat allemaal: je gaat het huis uit en geeft vorm aan je eigen leven.
Dat gaat niet altijd zonder slag of stoot: soms is het afscheid heftig en moet je alles achterlaten wat vertrouwd was.

Scheidend voorzitter van de kerkenraad Nettie Kramer had in de voorbereiding van de viering de vraag gesteld wie in zijn leven wel eens zo’n rigoureuze keuze had moeten maken.
De dominee zei daarover in zijn overdenking:
“Niet zo heftig, maar wel in afgezwakte vorm. Als het goed is gaan wij andere wegen dan onze ouders. We hebben allemaal wel eens dat we denken: ‘Als mijn moeder dit wist…’
Mijn oma zou beslist iets van mijn leven gevonden hebben, zij had een streng en moeilijk leven en had iets gevonden van wat ik zeg, hoe ik leef en doe en wat ik uitdraag.
Maar ik ben geen verantwoording verschuldigd aan mij oma en ook niet aan mijn moeder, vader of kinderen: ik ben alleen verantwoording verschuldigd aan God en aan mezelf.
Als je aan het eind van je leven bent, heb je dan gedaan wat je hoort in jezelf?
Heb je het leven geleefd dat jouw leven is in Gods licht?
Of heb je dan eigenlijk het leven geleefd dat anderen van je verwachtten.
Kies dus.
Laat je niet ‘vasthouden’ door wat je ouders zeiden, wat je kinderen van je vinden of door wat de buren wel niet denken.
Luister naar de zachte stem die in je binnenste klinkt: “Dit doe je niet omdat jij het wilt, dit doe je uiteindelijk omdat je niet anders durft of kunt.”

De predikant gaf de nieuwe ambtsdragers én de hele gemeente mee dat we deze boodschap in gedachten moesten houden bij de dingen die staan te gebeuren in de toekomst als het gaat om de gebouwen en de bemensing van alle taken die moeten gebeuren op het kerkelijk erf.
Blijf niet vanzelfsprekend vasthouden aan het oude, maar blijf nieuwsgierig en laat je leiden door wat je hart je ingeeft.

En dit zijn nog maar 500 woorden….er zat veel meer in de viering vanmorgen.
Terugluisteren? Dat kan via Kerkomroep  of via het YouTubekanaal van onze PKN-gemeente.

Reageren

6 september: De kracht van oer 2 – Callantsoog.

Eén keer per jaar willen Gerard en ik graag de Noordzee om de enkels voelen, dus toen we onze zomervakantie doorbrachten in Casa Grada gingen we op de warme dinsdag 26 augustus naar Callantsoog. Rond half 11 zaten we op een terrasje aan de kust met koffie en appeltaart en voor 12 uur zaten we met onze groene rugleuning-stoeltjes op het strand.
Heerlijk.

Bij Callantsoog hoef je niet een eindeloze wandeling door de duinen te maken om bij de zee te komen en het is er niet zo druk als bij zuidelijker strandplaatsen als Bergen aan Zee en Zandvoort.
Twee lange strandwandelingen maakten we, maar er was iets bijzonders aan de hand die dag: er lagen hier en daar grote blauwe kwallen in het zand.

Er was een klein Duits jongetje heel druk bezig met een schepje (Duitsers hebben altijd een schep bij zich…) de onfortuinlijke beesten terug te gooien in de zee, maar ik las op internet dat dat weinig zin had. Kwallen zwemmen namelijk niet actief, die horen bij het plankton en worden meegevoerd door de zeestroom. Bij aflandige wind (en dat was er die dinsdag) ontstaat er een onderstroom over de zeebodem richting het strand die het plankton en dus ook die kwallen meeneemt. Kwallen overleven niet op het droge; het jongetje redde de kwallen dus voor even, maar zouden later toch wel weer aanspoelen.

Na ons bezoek aan de de kust van de Ligurische zee vorig jaar in de buurt van Pisa, prezen we ons gelukkig met de weidsheid van ons Nederlandse strand: geen bebouwing in de duinen.
De zee en het strand zijn hier nog voor iedereen vrij toegankelijk, het strand is niet opgedeeld in stroken die bij een hotel of een vakantieresort horen. Laten we dat vooral zo houden!

En verder? Niks bijzonders en tegelijkertijd heel bijzonder. Boek uit gelezen, mensen gekeken, genoten van een klein jongetje dat praatte met de golven die zomaar over zijn voetjes stroomden, een paar schelpen meegenomen en de dag afgesloten met een terrasje op Strandpaviljoen ‘De Stern’ met een gebakken vis met friet.
Het is onze favoriete invulling van de jaarlijkse dag aan het Noordzeestrand.
En als je het over ‘de kracht van oer’ hebt spreekt de zee ook zeker een woordje mee.

Benieuwd naar de andere verhalen over ‘de kracht van oer’?
Hierbij een link naar deel 1, onder aan dat blog vind je een overzicht.

Reageren

5 september De kracht van oer 1 – Een valk, slangen en paarden.

De hele zomer tijdens de hectische dagen op kantoor keek ik er naar uit: als iedereen terug is op het werk heb ik vakantie!
We hadden Casa Grada geboekt voor twee weken en vanaf 22 augustus hebben we ons even teruggetrokken van alles waar we in het dagelijks leven druk mee zijn.
Op de radio klonk in die dagen regelmatig het reclamespotje ‘Ontdek de kracht van Oer’, je kent het vast wel. Niet? Hierbij een link naar de campagne.

Het was heerlijk en we hebben de kracht van oer echt gevoeld. Gewandeld, gefietst, gevist, gezwommen en uitgerust. Geen werk, geen kerk, geen vaste computer, dus geen mail en andere verplichtingen. Als je zo dicht bij huis op vakantie bent is je netwerk natuurlijk niet ver weg, dus we namen de tijd voor een maaltijd en een potje klaverjassen aan de keukentafel in Westerbork met Gerards broer Roelof en schoonzus Alie, we vierden de verjaardag van mijn broer in Assen, we zochten een oude vriendin in Gieten op, tante Trijn kwam een dag op bezoek en we fietsten naar Beilen voor een kop thee bij Nelly en Johan.

De verleiding is groot om bij Casa Grada lekker aan het meer te blijven zitten, maar we hadden ons voorgenomen om in ieder geval iedere dag een wandeling of een fietstocht te maken en dat hebben we ook inderdaad volgehouden. Steeds als je dan na zo’n fietstocht Westerbork weer in fietst kom je langs het plaatsnaambord waar naast het Nederlandse Westerbork ook het Drentse ‘Börk’ op wordt vermeld met daaronder steevast zo’n ouderwetse ‘wapensteen’. “Staan daar nou slangen op?” vroeg ik me op een middag af. Ik maakte een foto en nam me voor om dat eens op te zoeken.

Wat zie je op dat wapen?
Een schild in vieren gedeeld: in I zie je een valk van zilver en een penning. Dat staat voor het aandeel dat de kapel in Westerbork jaarlijks moest betalen met de “witte valkenpacht” aan de kerk in Steenwijk. De  penning is een herinnering aan het feit dat zij vanaf 1369 in zilver mochten betalen, zonder een jachtvalk te leveren.

In II en III drie zwarte slangen die met opgerichte kop voortkruipen. Die verwijzen naar een legende over een boerenknecht op vrijersvoeten die op een adder trapte en daarna door een adderleger bedreigd werd. Een ander verhaal vertelt over een jager die uit verveling op een molshoop schoot, die een kluwen adders bleek te zijn: de adders gingen meteen in de aanval en verjoegen de jager.

In  IV een zie je een burcht van zilver: die staat voor het kasteel van boer Koekoek in Elp.  Hele verhaal lezen? Hierbij een link naar het artikel waar ik bovenstaande informatie uit haalde op Wikipedia.

Op het schild staat een kroon: dat is een gravenkroon met drie bladeren en twee parels en het schild wordt gehouden door twee zwarte paarden: deze schildhouders zijn een herinnering aan het Sint Steffenrijden op 2e kerstdag. Dat was een oud Drents gebruik: je leest er alles over op deze website van de Sint Stephanus-parochie in Meppel.

We zijn weer thuis.
Inmiddels weet ik alles over het wapen van Westerbork.
Heeft Roden eigenlijk ook een wapen?

Benieuwd naar de andere verhalen over ‘de kracht van oer’?
2. de oerkracht van de zee in Callantsoog
3. ‘De kracht van oer in drie delen‘ over een beeldengroep ter herinnering aan de eerste Drentse pioniers
4. een dagje Hoogeveen over het schippersmonument
5. Een bezoek aan het hunebedcentrum in Borger ‘Een écht dagje oer’.
6. Een blog over de veelzijdige kunstenaar Jan Kruis ‘Jan, Woutertje en een spin.

Reageren

4 september: Blijf nieuwsgierig.

“Deze moet je ook even lezen. Is leuk!”
Na een avond bij mijn boekenvriendin Jeannette in Woudsend drukt ze mij het boek “De ontgroening van een eerstejaars gepensioneerde” in de handen, geschreven door Jaap Kranenborg.
Zij is al vanaf januari van dit jaar met pensioen en ze geniet er van.
“Die vrijheid: gisteren hebben we beslist dat we morgen op fietsvakantie gaan!”

Het is inderdaad een aangenaam boek.
Jaap heeft een makkelijke schrijfstijl en neemt je mee in het leven van iemand die net met pensioen is. Hij doet dit in een bijzondere vorm: hij schrijft een brief aan zijn vader die al meer dan twintig jaar dood is. Daarmee koppelt hij het verhaal aan de tijd waarin zijn vader met pensioen ging; toen zag de wereld er nog anders uit.

In het begin heeft hoofdpersoon Maarten last van het gevoel dat hij nu is begonnen aan de eindfase van zijn leven. Zolang je aan het werk bent, schermt dat werk je daarvan af, het is altijd een schimmig ‘later’. Eerst is er een gelukzalig vakantiegevoel, maar als zijn vrouw na de zomervakantie weer aan het werk is strekt zich een eindeloze lap tijd voor hem uit en hij bedenkt: ik moet iets te doen hebben!

Hij gaat op reis naar Denemarken (waar hij vroeger gewoond heeft), hij zoekt oude vrienden op, wordt taalcoach voor een Eritrise statushouder, gaat vogels tellen en stapt regelmatig uit zijn eigen bubbel om te ontdekken wat hij écht leuk vindt: hij komt er achter dat hij niet een persoon is voor de huishoudbeurs en hondenshows, maar hij leert wel veel op de HOVO (Hogeschool voor ouderen) en geniet van zijn filmabonnement bij de bioscoop.

Deze zinnen vond ik essentieel in dit boek: “Werk is een manier om een inkomen te genereren, want mijn échte leven lag in mijn vrije tijd: reizen, lezen, muziek, leuke dingen doen en samen zijn met aardige mensen. Als gepensioneerde is de structurerende kracht van de werkdagen er niet meer, want je werk structureert ook je vrije tijd. Daarom zoek ik een soort tentstokken die samen een nieuw frame vormen om die lap vrije tijd zodanig te stutten dat het een bewoonbare tent wordt.

In een interview met Daniël Dekker* op Radio 5 geeft de schrijver een tip aan mensen die met pensioen gaan: blijf  nieuwsgierig en zorg dat je een doel blijft hebben.
Hij zegt daarin: “Pensioen is een grote gebeurtenis in het leven van de moderne mens, net zoals de eerste schooldag en de geboorte van je eerste kind. Je moet allerlei beslissingen nemen hoe je van die tijd zonder werk een bewoonbare tent maakt.”

Het laatste hoofdstuk van het boek bracht me van mijn stuk; daarin beschrijft hij het overlijden van zijn vader. Aan wat dat bij me teweegbracht zal ik de komende weken nog een blog wijden.

* Ook even luisteren naar dat interview? Hierbij een link naar de website van Radio 5. 

Reageren

3 september: Leven zonder werk (5) – Moeder.

“Dus jij zit thuis met de kinderen.”
Dat werd mij ooit eens toegevoegd op een feestje waar ik een oud-collega ontmoette die wel was blijven werken.
C’est le ton qui fait la musique.
In deze serie over mijn beroepsloopbaan neem ik bewust dit deel over het moederschap op, omdat ik vind dat dat werk/beroep altijd zwaar onderschat wordt.
Alsof moeder zijn en het organiseren van een gezin met een aantal kinderen iets is wat je er even bij doet.

En het viel me in begin beslist niet mee, dat moederschap.
Daarover schreef ik al eens een blog, waarin ik openhartig vertel over de onwennigheid, de twijfels en het gebrek aan voldoening dat ik ondervond bij het verzorgen van de kinderen.
Hierbij een link naar dat verhaal: Moeder.

Maar na de eerste onwennige weken werd het met Frea leuker: nu zat ik met mijn neus bovenop haar ontwikkeling.
Las eindeloos boekjes voor, deed spelletjes en leerde haar praten. Nam haar zelfs op met de oude bandrecorder van mijn vader. Ging met haar op bezoek bij mijn oud-collega’s in Assen: daar kreeg het kind warempel een ‘Dagvaarding minderjarige verdachte‘!
Fietsen, wandelen (koen aan!) , puzzeltjes en tekeningen maken, (teken maak) en naar de hertjes: na een tijdje was ik het werk in Assen wel kwijt.
Het leven gaat immers door.
Naast het moederschap had ik nog vrijwilligerswerk waar ik mijn ei in kwijt kon: koorleider van jeugdkoor Hosanna.

In 1989 kwam onze tweede dochter Harriët en verhuisden we naar Roden, in 1994 werd tenslotte jongste dochter Carlijn geboren.
Oefening baart kunst, want waar ik niet echt een geboren moeder was, paste die handschoen mij in de loop van de jaren steeds beter en werd ik een ervaren gezinsmanager; daar had ik mijn handen vol aan.
Op die periode kijk ik met tevredenheid terug.
Wij waren destijds in de gelegenheid om van één salaris te leven en het was fijn om alle tijd te hebben om te zorgen voor een stabiele thuisbasis.
De baan als huisvrouw en moeder heb ik nog steeds (ik heb er inmiddels drie zonen bij), al ben ik er wel part time bij gaan werken.

15 jaar ben ik full-time moeder/gezinsmanager geweest en daarnaast was ik ouderraadslid, ouderling, koorlid, secretaris in het koorbestuur en hulpmoeder op de basisschool op allerlei gebied.
Dat ik in 2001 weer part-time aan het werk ging kwam niet omdat het bij mij begon te kriebelen: Gerard hoorde van zijn collega dat er een functie voor 8 uur vrij kwam bij Beatrixoord.
“Is dat niet wat voor jou?”
Nou…. eigenlijk had ik het heel druk met ons gezin en alles wat daar bij kwam kijken. En Carlijn was nog best jong (groep 3). Ik stond niet te trappelen.
Maar ik solliciteerde wel, want Gerard kon op zijn werk regelen dat hij die ene dag thuis kon zijn als ik aan het werk was.
En zo geschiedde.

Benieuwd naar de hele serie?
Hierbij een link naar deel 1: onderaan dat blog vind je een overzicht van de al gepubliceerde blogs.

Reageren

1 september: Nederlands maar dan anders (47)

Dit blog begint met een opmerking van Henk over de vorige editie van NMDA: in mijn verhaal over de deftige Odilia noemde ik haar een ‘specialist op het gebied van etikette ….’ maar volgens Henk is het: ‘etiquette’ en zo is ’t!
Verder stuurde hij de afbeelding hiernaast met een tekst over  twee liter water drinken als het heet is….. dank Henk!

Tijdens een potje klaverjassen met Frea en Jon: “Ik doe mijn uiterlijke best…!”

Gast in het radioprogramma van Bert Haandrikman: “Het was Napoleon de 14e, de zonnekoning, die begon met dragen van hoge hakken”.
Wel correct Nederlands, maar hele foute geschiedenis…..

Een mooi voorbeeld van het verengelsen van onze taal: een meneer had bij ‘het Goed’ een apparaat gevonden, dat ging hij  refurbishen.

Henri Bontenbal werd geïnterviewd. Hij was het niet eens met het beleid van het huidige kabinet: “Ik vind dat ze anderen de eikels uit het vuur laten halen.”

In het lunchprogramma van Daniël Dekker worden vaak gesprekken gevoerd met artiesten die een nieuwe plaat willen promoten, een boek gaan uitgeven of aan een theatertour gaan beginnen. Die zijn dus vooral zichzelf aan het promoten. “Je moet als artiest hard werken. Iedereen kan zich dat wel beamen. Ik ben nog geen grootheid, maar daar zijn we aan het timmeren!” zei zo’n jonge gast. Blijven timmeren zou ik zeggen; en op Nederlandse les kan  ook geen kwaad.

Gelezen in de Margriet: Een kindje maakt in het vliegtuig kennis met een voor haar  nieuw beroep: een stewardess.
Even later moet ze naar de wc. “Zal ik dat aan die stoere bes vragen?”

Op mijn werk krijg ik te maken met jonge casemanagers die gebruik
maken van de mogelijkheden die AI ons biedt. Eén van hen maakt gebruik van  ‘spraakgestuurd typen’: ze spreekt woorden in op haar telefoon en Google maakt daar dan een tekst van.
Handig, ik kan niet anders zeggen: ik maak daar zelf inmiddels ook gebruik van.
Maar je moet zo’n tekst altijd nog wel even nalezen, want er ontstaan hilarische fouten.
Ik citeer: ‘De heer is een verstokt roker, hij rookt één pakje cheque in twee dagen…’
‘De heer is nog actief bij de bewonersvereniging van het appartementencomplex: hij is vieze voorzitter van de Vereniging van Eigenaren’.
‘Mevrouw komt uit een eenvoudige zin….’
‘De heer heeft vroeger gewerkt bij de Keuringsdienst van waarden’.

Bloglezer Willem stuurde mij de foto hiernaast met deze tekst: hierbij een foto die genomen is bij de gehandicaptenparkeerplaatsen van Jumbo in Zevenaar. De tekst zou kunnen kloppen, maar aan de parkeerplaats mankeert echt niets. Bij de inlichtingenbalie van de Jumbo snapten ze zelfs niet waar het om ging toen ik ze er op attendeerde dat het een voorbeeldige parkeerplaats was zonder enig mankement……

Heb je net als Willem een leuke bijdrage aan deze rubriek: mail, bel of app me. Hoor ik niet bij jouw persoonlijke netwerk? Schrijf me dan een reactie: dat kan met de knop ‘reageren’ die onder elk blog staat.

Reageren

30 augustus: Blogbouwstenen – Nuchterheid

Al vanaf het moment dat ik begon met deze website (augustus 2014) zit in mijn mapje met ideeën voor een blog een column van Bert Keizer uit de Trouw van juli 2014.
Wie is Bert Keizer? Ik moest het ook even weer opzoeken: Bert Keizer is filosoof en arts. Wekelijks schrijft hij in Trouw over zorg, filosofie en hun raakvlakken en hij heeft een column in het artsenblad ‘Medisch contact’. 

Bert Keizer. Afbeelding: Trouw

Wapen u met nuchterheid‘ staat als titel boven het verhaal en het raakte me toen, terwijl er destijds niemand in mijn naaste omgeving kanker had.
In een blauw kadertje stond de tekst: Oncologen kijken erg goed naar uw lichaam, maar nauwelijks naar uw ziel.

De column begon zo:

Hans van den Bosch, 63 jaar, oud verpleeghuisarts en getroffen door een op korte termijn dodelijke kanker schreef een openbare brief aan zijn oncoloog.
Van den Bosch schrijft niet om haar te bedanken voor de wijze waarop zij hem heeft bijgestaan in zijn benauwdste uren, nee, hij schrijft haar een verwijt.
Het gaat hier niet om een tuchtwaardig vergrijp, het zit dieper. 
Van den Bosch heeft een dodelijke vorm van kanker.
Hij verwijt haar alleen maar oog te hebben voor zijn woekerende cellen en het daarbij behorende protocol.
Zij had zich moeten afvragen of de behandeling die zij protocolair denkend aan hem voorstelde eigenlijk wel het levenseinde zou opleveren dat hij voor zichzelf onder deze omstandigheden zou wensen.

Daarna volgen er zinnen als:

Wat mij verontrust is dat een dermate zwaar bewapende patiënt er ternauwernood in slaagt om zich een oncoloog van het lijf te houden.
Wat zijn de kansen tegenover dit behandeld geweld van een volstrekte leek, die niet met kennis maar met doodsangst luistert?
Je bent dan volkomen weerloos. Het idee dat je onder deze omstandigheden moet oppassen voor je arts komt gewoon niet bij je op.

en

In een groot behandelcentrum is het heel gewoon dat je door allerlei artsen gezien wordt. Dat heeft tot gevolg dat niemand weet wat deze ziekte voor u als man, vrouw, vader of oma betekent
En als u uitbehandeld bent wordt u naar huis gestuurd. Waar ze u nooit zullen bezoeken. Ze zien een sterfbed als een slechte afloop.
Trouwens, dat moet de huisarts maar doen.

Hij besluit met:|

Wapen u zelf met nuchterheid, neem de tijd voor een besluit over een behandeling, zoek heldere informatie, vraag rond over uw ziekte, zet uw huisarts aan het Googlen  of rondbellen. In de woorden van Van Den Bosch “Zwem niet zomaar die fuik in”.

Wil je de hele column lezen? Hierbij een link naar het PDF dat ik er van maakte: Wapen u met nuchterheid

We zijn nu 11 jaar verder en hebben zelf inmiddels al van alles meegemaakt met hematologen, oncologen, cardiologen en andere specialisten.
De column maakte destijds veel indruk op me.
De ernst van het verhaal en het serieuze karakter ervan hebben me lang tegengehouden om er over te schrijven, maar nu komt het er dan toch van.
Het is tenslotte ook maar een advies.
Wapen u met nuchterheid.

Reageren

28 augustus: Ouderdomsgemopper.

Vanaf 1 januari hangt er in ons toilet een ‘Onze Taal’ scheurkalender.
Iedere dag een weetje over taal met vaste dagen voor vaste onderdelen.
Op zondag lezen we altijd iets dat valt onder het hoofdstuk ‘Mondje Middelnederlands’: een voorloper van de moderne Nederlandse taal. Het werd tussen 1200 en 1500 in ons taalgebied gesproken; het was de opvolger van het Oudnederlands.
Vandaag een mooi verhaal uit deze rubriek.

Ten 50 jaren comt die oude,

die noyt niemen hebben woude.

Nochtanne wilt al langhe leven.

Aldus Jacob van Maerlant in de dertiende eeuw.
Vertaald: ‘Met vijftig komt de ouderdom die niemand wil. Toch wil iedereen lang leven.
Was je op je vijftigste echt al oud en bijkans afgeschreven in de Middeleeuwen?

Het is een beetje een mythe dat middeleeuwers zoveel minder oud werden dan wij.
Wel was hun leven ontegenzeggelijk riskanter en stierf menigeen jong – niet zelden al bij de geboorte.
Daardoor was de gemiddelde overlijdensleeftijd een stuk lager.

Maar het tableau van levenstijdperken dat Mearlant in Der naturen bloeme ontvouwt, blijft nog altijd volop herkenbaar – inclusief zijn observatie dat de ouderdom met typerende gebreken komt. Over zeventigers bijvoorbeeld:

Voert meer (vervolgens) als die mensche lijt
van 70 jaren die tijt (richting de 70 gaat)
gaet hi suffen ende rasen (rare dingen doen en zeggen)
Hem dinct (hem dunkt, hij vindt) al die werelt dwasen.
Al dat hi siet dat dinct hem quaet;
hi lachtert alle dat wael staet (hij laakt alles wat overeind staat)
maer hi priset daer was (en prijst wat daar vroeger was)
Datter nu es dinct hem gedwas (wat er nu is, lijkt hem flauwekul)
Sine crachten die tebreken (zijn krachten nemen af)
in allen dinghen – sonder (behalve) in ’t spreken.
Dat ander liede bringhen voert (wat andere mensen inbrengen)
dinct hem wesen dulle woert – (komt hem voor als kletspraat)
ende tsine dinct him wijsheit groet. (en zijn eigen woorden opperste wijsheid.)

Dus.
Niet zo heel erg positief over de ouderdom.
Let dus een beetje op je (spreek)gedrag als je ouder wordt.
Vroeger was niet alles beter en niet al het nieuwe en moderne is stom.
In de middeleeuwen hadden ze dus ook al last van zeurende, negatieve oudjes die vooral zichzelf graag mochten horen praten die niet meer geïnteresseerd waren in hun gesprekspartner.
Een gewaarschuwd mens ……

Reageren

Pagina 19 van 308

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén