een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 218 van 301

14 april: Mama en huisdieren.

Wij hebben geen huisdieren. Wel gehad hoor: cavia’s, die luisterden naar de namen Frouwke, Allegro en Pukkie.
Op speciaal verzoek van onze dochters en Gerard, want van mij hoefde het niet.
(Meer weten over de anti-dier-opvoeding die ik kreeg? Zie Konaintje, 7 februari 2015)

Frea heeft in Engeland een hamster, Pickle Mc Nibbles.
Carlijn heeft twee ratjes, Amy en Lientje.
Harriët heeft zelf geen dieren, maar gaat wel vaak oppassen op een huis van kattenbezitters die op vakantie zijn, ook wel ‘cat-sitting’ genoemd.

Het is altijd weer mooi om te zien hoe liefdevol onze dochters met hun diertjes omgaan en hoe ze er van genieten. Dat ik daar geen deel aan heb is algemeen geaccepteerd; mama houdt nu eenmaal niet van dieren.
Daarom ben ik ook heel soms het mikpunt van spot en hoon.
Vandaag kreeg ik een app’je van Carlijn met een afbeelding en een tekstje.
Had ze voorbij zien komen op internet…

 

Reageren

13 april: Het mooiste bankje van Roden

Bankjes. Als we gaan fietsen zoeken we er wel eens één. Voor onze mini-picknick: pakje drinken en een stuk fruit. Verder waren bankjes dingen waar oude mensen op zaten om even uit te rusten tijdens een wandeling.
Na mijn hart-operatie weet ik inmiddels alle bankjes in de omtrek van een kilometer van de Boskamp. Zelfs van het leugen-bankje in de Jumbo maak ik regelmatig gebruik. Eerst maak ik dan een wandeling, daarna rust ik even uit bij de ingang van de supermarkt. Dan heb ik weer genoeg energie voor het laatste stukje: boodschappen doen en naar huis lopen.

Mijn ‘mooiste bankje’ bevindt zich naast de Mensinge.
Mooier wordt het niet.
De ooievaars nestelen al op de schoorsteen vanaf begin april, de bomen lopen uit, de vogels fluiten en zijn druk met het maken van nesten c.q. het leggen van eieren en in de gracht krioelt het van eenden en kikkers.
Soms zit ik er zomaar een half uur; vooral op de dagen dat ik anders aan het werk zou zijn geeft mij dat een licht schuldgevoel. Heel licht, hoor. De wandeling en de buitenlucht dragen bij aan mijn herstel en werken is gewoon niet aan de orde. Maar ik mis het wel: niet alleen het werk, maar alle facetten van een gewoon, gevuld dagelijks leven.  Dit stadium van de revalidatie ervaar ik als sterk wisselend.  De ene dag voel ik me goed, de volgende heb ik meer pijn en ben ik moe.  Gelukkig heb ik veel verstandige  mensen om me heen die me er op wijzen dat twee en een halve week nog maar kort is.

Op het mooiste bankje van Roden realiseer ik me dat ik in een gewoon gevuld dagelijks leven nooit zomaar een half uur op een bankje in de zon zit.  Met andere woorden: het is niet alleen maar kommer en kwel.

Reageren

12 april: Tante’s & nichten (3)

Op 5 oktober 2017 was onze ‘Tante’s & nichten-dag” gepland (zie 6 oktober 2016). Op dat moment was mijn moeder al heel ziek,  dus naar Klazienaveen gaan was geen optie en mijn moeder gaf ook aan geen energie meer te hebben voor een gezellige ontmoeting. Op mijn moeders begrafenis sprak ik nicht Anja en tante Trijn en we spraken af dat we elkaar met  z’n drieën zouden ontmoeten in Klazienaveen op 11 april.

Twee weken geleden onderging ik de hartoperatie en leek het er op dat we ook deze datum moesten afblazen.  Maar Anja zag niet op tegen een extra autorit en ging vanuit Hengelo koffiedrinken in Klazienaveen en kwam daarna mét tante Trijn voor de lunch naar Roden.
Want ik ben dan wel geopereerd aan mijn hart, maar er mankeert niets aan mijn spraakvermogen.

Het dagelijkse revalidatiewandelingetje leidde gistermiddag naar Lunchroom Brink 15 in Roden, waar we met z’n drieën genoten van een luxe broodje. Wat heerlijk was het. Natuurlijk misten we mijn moeder, maar er was ook weer genoeg om dankbaar voor te zijn.

Eenmaal weer thuis bekeken we elkaars foto’s en raakten we niet uitgepraat over de meest uiteenlopende onderwerpen. Waar we anders een hele dag bij elkaar zitten, moesten we nu genoegen nemen met 3 en een half uur. Te kort. Veel te kort.
We spraken af niet een jaar te wachten tot 2019: we komen bij elkaar in Klazienaveen op de eerste woensdag in oktober. Deo Volente.
Lees het blog van die dag: “Hou je van zoet of hartig? ‘

Reageren

11 april: Ich liebe das Leben.

Gistermiddag at ik mijn broodje, luisterend naar ‘de Tineke-show’ op Radio 5. In het aanvragenrubriekje ‘de blijmakers’ vroeg iemand het liedje ‘Ich liebe das Leben’ van Vicky Leandros aan. Vagelijk kende ik dat nog van vroeger toen ik nog thuis woonde en mijn vader bepaalde wat er op de televisie/radio was.  Het is een nummer uit 1975.
De tekst raakte me; Leandros bezingt het einde van een relatie. Ze zingt zinnen als:

Nein, sorg’ dich nicht um mich
Du weißt ich liebe das Leben

Was kann mir schon geschehn?
Glaub’ mir ich liebe das Leben. Das Karussell wird sich weiterdrehn

Mag sein daß man sich selber oft viel zu wichtig nimmt
Verzweifelt auf ein Feuer hofft  wo es nur noch glimmt
Wenn so was auch sehr weh tun kann
Man stirbt nicht gleich daran
Was kann mir schon geschehn? Glaub mir ich liebe das Leben.

Man wird ja sehn, die Welt ist schön
Wie’s kommt ist einerlei.

Ik hou van het leven.
Zo is het.
En ik tob niet met de onzekerheid van een verbroken relatie, maar wel met grote hartproblemen waar ik me af en toe ernstig zorgen om maak.
Zo’n liedje kan me even helemaal uit de sores tillen.
Du weißt ich liebe das Leben!

Luister hier >>> naar Vicky Leandros

Reageren

9 april: Doelen op de vierkante meter.

Vanmorgen toen ik wakker werd was Gerard al naar zijn werk.
Voor mij lag een ‘lege week’.
Wat doe je dan zo’n hele dag?

Mij helpt het dan om doelen te stellen.
Iedere dag wil ik een wandeling maken, iedere dag zorg ik zelf voor mijn ontbijt-koffie-thee-momenten en iedere dag kook ik zelf de warme maaltijd en doe ik daar boodschappen voor. Dat kan ik dan mooi combineren met die wandeling. Ondertussen zorg ik dat het huis wat opgeruimd blijft en doe ik kleine klusjes. Tempo 70-plus.

De laatste boerenkool uit eigen tuin.

Vandaag was één van de klusjes ‘de laatste boerenkool uit de tuin halen’ en kookte ik stamppot boerenkool met een gebakken verse worst.
Tijdens de dagelijkse wandeling ontmoette ik wat kennissen uit de omgeving, maakte wat praatjes en vond een lief kaartje in de brievenbus.
Onder het middageten draaide Tineke de Nooy het liedje ‘Deze dag komt nooit meer terug’ van Gerard Alderliefste.

Deze dag komt nooit meer terug.
De zin bleef in mijn hoofd haken.
Ook al is het een heel andere maandag dan anders, ook al doe ik even niet mee met de maatschappij en is het revalidatieproces op dit moment ‘vechten op de vierkante meter’: deze dag komt nooit meer terug. In mijn gedachten vulde ik de zin aan ‘dus maak er iets van’.

Vandaag heb ik al mijn doelen gehaald.
De laatste boerenkool was verrukkelijk!

Reageren

8 april: Roden. Zon. 18 graden.

Vanmorgen zette ik mijn tablet aan en op het scherm verscheen de tekst : Roden.  Zon.  18 graden. Dat was ons al beloofd toen ik nog in het ziekenhuis lag en wat heerlijk dat de voorspellingen dan ook uitkomen.

Na  het beluisteren van de viering vanuit de Catharina kerk (met een ooggetuige verslag van de gebeurtenissen rond Pasen van een Romeinse soldaat: leuk!) dronken we buiten koffie en ook de rest van de dag zaten we heerlijk in de tuin. Wat een buitenkansje zo begin april.
Aan het einde van de middag kwamen Harriët en Carlijn even langs.
Samen maakten we bij ons glaasje vruchtensap een Italiaanse bruschetta: een brood-borrelhapje dat je eenvoudig in je oven kunt bereiden.

Nodig:
– 1 stokbrood
– 50 cc olijfolie
– Italiaanse kruiden (Oregano, basilicum)
– geraspte kaas.
– rode of groene pesto of tapenade.

Oven voorverwarmen op 180 graden.
Het stokbrood snij je in plakken van ongeveer een centimeter.
De olijfolie giet je in een bord en doopt ieder plakje stokbrood in de olie, zodat één kant vettig wordt.
Dan strooi je op ieder plakje op die olijfoliekant de kruiden en een beetje geraspte kaas.
Leg de plakjes op een rooster en doe ze 10 minuten in de oven op 180 graden.
Serveer de brusschetta met  rode of groene pesto of tapenade.

Dit is een erg simpele manier van bruschetta maken.
Kijk maar eens op internet; je kunt je qua ingrediënten helemaal uitleven!
Wij genoten in de voorjaarszon van dit heerlijke Italiaanse borrelhapje en realiseerden ons: dit is nog maar het begin. We hebben de hele lente en zomer nog voor ons!

Reageren

7 april: Afscheid op afstand.

Op deze website schreef ik heel soms over onze ex-buurvrouw Zwanny Aukema-Westerhof.  De laatste keer bezocht ik haar op 21 februari in Vredewold in Leek. Toen ik in het ziekenhuis lag viel haar rouwbrief bij ons op de deurmat.  We konden niet naar de rouwdienst; via kerkomroep kon ik de plechtigheid terugluisteren.

In die bijeenkomst werd het leven van Zwanny belicht. Wij kenden haar pas vanaf haar 65e toen ze verkering kreeg met Jan (zie 3 januari 2017), maar daarvoor had ze al een heel leven gehad.  Het was mooi om haar familie daarover te horen vertellen.

Het meest werd ik geraakt door het verhaal van haar mantelzorgvriendin /ex-collega Agnes.  Zij heeft heel veel voor Zwanny gedaan in de zware,  laatste periode van haar leven. Ze vertelde over het moeilijkste moment in hun vriendschap: de dag dat Zwanny moest worden opgenomen op een gesloten afdeling van Vredewold. Ze heeft daar gelukkig nog een goede periode gehad.  Agnes zei hierover: “Vertel mij nooit meer hoe vreselijk het is in een verpleeghuis.” Om die woorden te illustreren droeg ze een ontroerend gedicht voor van Inge Boulonois (dichteres, 1945) met de titel ‘Verpleeghuis’.

Verpleeghuis

Zo’n plaats waar je liever niet, maar
als het thuis niet meer
omdat er door je hoofd te veel verleden
slingert, dan liever hier dan elders.

Dit huis slaat zijn armen veilig
om je heen. Je mag er tijd verliezen,
door bezoekers wakker worden gekust
en beesten strelen in de patio.

Terwijl je woorden moe van het bedoelen
worden, zinnen zich vergeten
en je lippen een geheimtaal vinden,
waait in je al meer stilte aan, totdat –

En tot die tijd, ook als je dat niet meer beseft,
hangen in je eigen kamer boven het bed
de foto’s van alle dierbaren, je kleinkinderen
lachend. Aan jou, hoe dan ook, gehecht –

uit: Idioom van geluk (2016)

Meer lezen over bezoekjes aan Zwanny? zie 21 februari 2018

Reageren

6 april: “Kom mij niet aan!”

Vandaag is de derde volledige dag thuis na de hartoperatie in het UMCG.  Woensdag wandelde ik met Gerard al een kwartiertje buiten, gisteren bracht ik met Carlijn een kaartje op de bus en vandaag ging ik met Gerard lopend naar de markt. Als je ons zo ziet lopen,  dan lijkt het al weer heel wat.

Maar wat je ziet is buitenkant. Na de voornoemde wandelingetjes moet ik zitten en bijkomen; mopperend over dat je zo moe kunt zijn na zo’n ‘schietstukkie lopen’.
’s Morgens kan ik niet ontbijten, douchen en aankleden achter elkaar, dat moet met tussenpozen. Opstaan is sowieso vermoeiend; mijn lichaam realiseert zich iedere ochtend weer dat het een behoorlijke klap heeft gehad.

Goede adviezen krijg ik van iedereen.  “Rustig aan,  kom even goed bij,  doe kallem an.” In tegenstelling tot de vorige infarcten waarbij stents zijn geplaatst kost het me geen enkele moeite om die adviezen op te volgen. Je wilt wel rustig aan doen als je zo gebutst en gehavend uit de strijd komt en je borstkas alleen al zeer doet bij ademhalen.  Vanmiddag op de markt ontmoetten we een echtpaar dat we kennen van de PKN-gemeente. Zij kwam enthousiast op me af lopen. “Fijn dat ik jullie weer zo zie!”
 Ze sloeg een arm om me heen en klopte me op de schouder.  Dan krimp ik al in elkaar,  bang voor een te enthousiaste knuffel. Kan nu even niet.  Volgens mij staat in een wolkje boven mijn hoofd te lezen ‘Kom mij niet aan!’

Maar het is ook nog maar de derde dag. Er hoeft nog niks.  Ik rommel wat door het huis,  drink gezellig koffie en thee met deze en gene,  vouw een wasje weg en doe af en toe iets aan het eten.
Vanmorgen kreeg ik een cadeautje van mijn ‘zwemvriendin’: een DVD van The Crown.
Elluk nadeel heb se voordeel.

Reageren

4 april: Net als het viooltje.

Thuis.
Je eigen ritme, je eigen dingen.

Halverwege deze woensdag komt er een rust over me, die er al meer dan een maand niet meer was.
Tijd om alle gebeurtenissen de revue te laten passeren.
Een ballenspel doen op de computer.
Rustig wandelingetje in de lentezon met Gerard.

Genieten van de narcissen en krookjes in de tuin, van de uitlopende perenboom en de hortensia’s.
Geen controles en metingen.

Onder de waslijn ontwaar ik het dappere viooltje waar ik op 14 februari ook al over schreef.
Er zijn twee viooltjes bijgekomen.
Tegen de verdrukking in (denk even aan die strenge vorst begin maart) en ingeklemd tussen tegels en waslijnpaal staat het te stralen in de aprilzon.

Ik voel me een beetje als dat viooltje.
Ook ik wil weer stralen in de aprilzon en met hulp van mijn lieve thuisfront, vrienden, familie en ons warme ‘netwerk’ ga ik mijn best doen.
De afgelopen weken zijn we werkelijk bedolven onder steunbetuigingen in de vorm van kaarten, reacties op dit blog, app’jes, mails, bloemen en telefoontjes. Op deze website wil ik mijn ‘meelezers, meelevers én hemelbestormers’ ook namens Gerard heel erg bedanken voor de support die in zoveel verschillende vormen voorbij kwam.
DANK!

(foto genomen op Tweede Paasdag in het dagverblijf van het UMCG)

Reageren

3 april: Wacht u voor de ontslagfase.

Kon ik de afgelopen dagen nog wel door de tijd heen komen: vandaag was het een rijstebrijberg. Om 09.15 uur vertelde de zaalarts na een kort onderzoek dat ik naar huis mocht. Dat wilde ik graag horen. “Met de verpleegkundige moet ik nog even de medicatie voor thuis doornemen.”

Ok. Ik wachtte nog wel met het bellen van Gerard, ervaring leert dat de papieren rompslomp veel tijd in beslag neemt.
Tot 14.30 uur heb ik gezeten en gewacht. Uren gingen in ledigheid voorbij.
Vorsten uit.
Historia uit.
Buurvrouw zuchtte gezellig mee. “Ooooech”. “Ooooh”

Alle tassen stonden al vanaf 09.30 uur ingepakt. Ik maakte een Sudoku maar ik bakte er niks van; de getallen dansten voor mijn ogen. Wat duurt dan de tijd lang.
Zitten en wachten.  In bed liggen kon niet meer want dat was al afgehaald en schoongemaakt. Tegelijkertijd ben je bij de overige personeelsleden van het UMCG al sinds 9.15 uur van de radar af. Geen onderzoeken meer, geen controles en metingen: wachten. En zitten. Het breiwerk, toch vaak een rustpunt in mijn dagelijkse leven, had ik uit frustratie al weggelegd.

Er was steeds miscommunicatie over de medicatie die ik bij de apotheek moest halen. Tenslotte kreeg ik van de zaalarts een overzicht en vlak voordat ik haar een hand (afscheid!)  zou geven kwam de verpleegkundige nog weer met een uitdraai waar een medicijn op stond waarvan niemand wist of ik het al dan niet moest hebben. “Ik kijk het na in het systeem” en daar stiefelden de witte jassen weer van de afdeling af, met medeneming van alle uitdraaien en aantekeningen. Daar zat ik weer: wachten.
“Ooeff”.  Zo is het buurvrouw.
Het maakte de dag onnodig lang en heel vervelend. De kwartieren kropen voorbij; ineens was ik alles zo ontzettend zat.

Inmiddels was Gerard op eigen initiatief toch al in het UMCG gekomen. Hij had kennelijk een laxerende invloed op de stroperige papierwinkel waar geen einde aan leek te komen, want binnen een half uur duwde hij mij in een rolstoel de afdeling af. Naar huis.

Dit blog schrijf ik thuis, achter het grote toetsenbord van mijn eigen computer.
Frea en Jon zijn er nu nog, morgenvroeg vertrekken ze op tijd naar Schiphol. Zij hebben vanavond voor ons gekookt; vanavond zullen we met z’n vieren een boom klaverjassen.
Count your blessings.

Reageren

Pagina 218 van 301

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén