een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 217 van 309

4 augustus: Ronostrand.

Er zijn minder warme zomers waarin we er niet komen: het Ronostrand. (info website camping/strand). Toen de kinderen klein waren gingen we vaak een hele dag.
Brood, drinken en lekkertjes*  mee: zand en water, een hele dag plezier.
Van een dagje Ronostrand is de zin ‘Sippies is op!’ in ons gezin blijven hangen

Afgelopen donderdag was het weer behoorlijk warm geweest. Gerard had de hele dag gewerkt, ik was met tante Trijn een dagje naar Emmen geweest en ik had om half zes geen zin meer in koken. Met de zwemkleren in de tas togen we rond half zeven naar het Ronostrand en hebben daar nog even heerlijk gezwommen.
Toen we waren opgedroogd streken we neer op het terras en haalden een patatje mét en een kroketje. En een biertje.

Naast het terras was het animatie-team bezig met een showtje voor de kinderen van de camping. Daarna maakte men zich op voor de Grote Playback show. Het terras stroomde vol met papa’s, mama’s en zenuwachtige, kwetterende kinderen. Ik draaide mijn stoel zo dat ik het podium kon zien: dat wilde ik niet missen.
“En dan komen nu de eerste artiesten: Annemarie en Renate!”
Doodse stilte.
“O. Annemarie en Renate zijn er nog niet. Dan komt nu David!’
Op het podium kwam een kleuter van amper vier jaar. Papa stond driftig te zwaaien in het publiek en mama maakt een filmpje met de I-pad. David stond bedremmeld met de grote microfoon in zijn handen en staarde gefascineerd naar het publiek.
Hij kreeg een daverend applaus.

Na David kwam nog Patrick en zes andere acts,  waaronder een illuster duo en allemaal zongen ze liedjes die ik niet kende. Hoeft ook niet.
Mateloos kan ik genieten van de sfeer op zo’n terras met m’n patatje en m’n biertje.
Het zenuwachtige gedrentel van de ‘artiesten’ die nog op moeten, de trots van de ouders op hun kroost op het podium, opa’s en oma’s die alles prachtig vinden.
En dat alles op teenslippers en schaars gekleed zodat eventuele tattoo’s mooi uitkomen.

Een warme zomeravond op het Ronostrand. Verbaast u niet,  verwondert u slechts.

*lekkertjes: mini-marsjes,  chippies,  stukjes droge worst en kaas en wat dies meer zij.

Reageren

3 augustus: Wat heb je nou aan de kerk?

Na twee zondagen ‘off-line’ voor wat betreft de kerkdienst in Roden zat ik op zondag 29 juli weer in Op de Helte. Marieke Pranger was de voorganger en haar overdenking ging over de discipelen die in Jezus (die over het meer naar hen toeliep) een spook zien en zo overmand worden door angst dat ze zelfs niet meer bij zinnen komen als hij bij hen in de boot gaat zitten (Marcus 6: 45, klik hier voor het hoofdstuk in de basisbijbel).
De discipelen worstelen in hun boot met harde tegenwind en hebben het idee dat ze niet vooruit komen.

Soms heb ik het gevoel dat de preek speciaal voor mij is; ook die ochtend had ik dat.
Angst werkt verlammend. In mijn geval is het de angst voor de vaatziekte die ik bij me draag. Dat het weer gebeurt. Dat ik misschien weer zo’n vreselijk operatie moet ondergaan.
De angst dat mijn leven weer voor maanden wordt stilgezet en dat ik weer uit die diepe put omhoog moet krabbelen.  Dan voel ik me zo’n discipel die tegen de wind in worstelt en geen centimeter vooruit komt. En soms ben ik ook gewoon boos en gefrustreerd door die stomme tegenwind. Dat het toch weer fout gaat ondanks alle dingen die ik doe en laat om mijn lichaam in een goede conditie te houden.

Ook als Jezus erbij is kan angst verlammend zijn.
Maar hij is er wel bij.
Je wordt sterker als je je verhaal kwijt kunt bij mensen. Je durft weer beter dingen op te pakken als er mensen om je heen staan die je stukje bij beetje uit de put helpen. Je hoeft het niet alleen te doen.

‘De kerk’ hoort bij ons netwerk. Het netwerk dat bestaat uit ons gezin, onze familie, de vrienden, collega’s, buren en de kerk. Toen ik een gesprek had met de psycholoog van het Martiniziekenhuis die mij hielp bij de revalidatie kwam hij al gauw tot de conclusie dat het al weer best goed met me ging. Hij benadrukte hoe belangrijk het voornoemde netwerk in mijn geval was geweest. En dat we dat vooral moeten koesteren.

In tranen luisterde ik naar de overdenking, schielijk een zakdoekje zoekend om de emotie wat in bedwang te houden.
De voorganger declameerde in haar verhaal een gedicht van Guillaume van der Graft (een pseudoniem voor Ds. Willem Barnard) dat me erg aansprak.

Vragenderwijs

Ik vroeg het aan de vogels
de vogels waren niet thuis

ik vroeg het aan de bomen
hooghartige bomen
ik vroeg aan het water
waarom zeggen ze niets
het water gaf geen antwoord
als zelfs het water geen antwoord geeft
hoewel het zoveel tongen heeft
wat is er dan
wat is er dan
er is alleen een visserman
die draagt het water
onder zijn voeten
die draagt een boom
op zijn rug
die draagt op zijn hoofd een vogel.

Dit blog is natuurlijk een heel persoonlijk verhaal; dit is zoals ik deze viering heb beleefd.
Andere gemeenteleden die die ochtend in Op de Helte zaten hebben het misschien wel heel anders beleefd en ik weet dat er ook heel veel mensen zijn die juist teleurgesteld zijn in het netwerk dat kerk heet.
Iedereen heeft zijn eigen rugzakje met daarin alles wat het leven heeft meegebracht.
Soms is een viering troostend, soms kun je het uitzingen van blijdschap en soms kun je alleen maar stil zijn en tot rust komen na de hectiek van de waan van de dag.
Dat heb ik aan de kerk.
Regelmatig de waarde van mijn dag.

Reageren

2 augustus: Was getekend: Annie M.G. Een Néderlandse musical.

In september 2017 zag ik beelden van de première van de musical ‘Was getekend: Annie M.G.”; daar wilde ik ook naar toe. Op zaterdag 28 juli hadden we kaarten voor de matinee-voorstelling in het DeLaMar-theater in Amsterdam. We maakten er een dagje uit van.
Om 10.00 uur vertrokken we met de bus uit Roden en om 12.45 uur stonden we op het Centraal Station in Amsterdam. Altijd genieten; oude gebouwen, paleizen, herenhuizen, grachten, kerken en heel veel toeristen. Na Berlijn keek ik met andere ogen naar onze hoofdstad.

We wilden eerst een lunch en streken neer op een terras. De kaart was helemaal in het Engels opgesteld. Ik wou graag thee. “Black or green?” “Hebben jullie ook rooibos?” Hij had er nog nooit van gehoord. Ik overwoog even om het voor hem te vertalen in ‘redbush’ maar ik wist niet of dat een goede vertaling was, ik durfde niet. Ik kreeg black tea; ook prima.
We bestelden een uitsmijter, die op de kaart stond als ‘Dutch Breakfast’.
Hartstikke Nederlands met wittebrood, ham en kaas en hartstikke lekker. Naast ons zaten Ieren (T-shirt van St. Patrick en een heerlijk accent), er waren Indiërs, Duitsers en Skandinaviërs. Lopend door de stad op zoek naar het theater kwamen we bijna alle soorten wereldburgers tegen die er zijn. In groepen met rolkoffertjes, in duo’s kibbelend boven een plattegrondje van de binnenstad, maar ook allerlei soorten gekleurde Nederlanders die voor hun eigen huis op de stoep of op een bankje zaten en ‘een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken’.

Toen wij in het theater binnenkwamen was het ineens helemaal over met multiculti Amsterdam. We hoorden alleen maar Nederlands en zagen alleen maar Nederlanders.
We werden betoverd door Simone Kleinsma, William Spaay en de rest van de cast die ons meenamen het leven van Annie M.G. Smidt in. Het spektakel begint met zoon Flip van Duijn die op zolder een koffer vindt met daarin oude brieven die zijn moeder heeft bewaard.
Annie verschijnt dan ook op het podium Flip vraagt aan zijn moeder wie zij nu eigenlijk was, buiten het icoon ‘Annie M.G. Schmidt’, het stoute volwassen kind, waar heel Nederland mee wegloopt. Moeder Annie fietst er omheen. Ze ontwijkt vragen, declameert een versje of zingt een geestig zelfgeschreven liedje.

We zagen Annie als klein meisje, als jonge journaliste en als oude vrouw. De drie personages stonden soms met z’n drieën op het podium (zie foto links) en praatten met elkaar. Als rode draad door de voorstelling loopt de drang naar vrijheid die Annie altijd in zich had.
Haar levensverhaal en haar levenswerk worden op een heel mooie manier met elkaar verweven. We hoorden haar liedjes voorbijkomen, de boeken, de hoorspelen, de musicals, maar ook stukjes uit interviews met haar. Op het moment dat Jip en Janneke opkomen en beginnen met het liedje ‘Ik ben Jip en ik ben Janneke..” ging er een golf van herkenning door de zaal. Mensen humden mee en zaten op het puntje van de stoel. Hetzelfde gebeurde bij het liedje ‘Wil joe hef a kup of tie’ uit de familie Doorsnee en bij ‘Dansen op vulkaan’.
Lees alles over deze musical in de recensie met foto’s en video’s op de website Musicalweb >>>. De voorstelling is nog te zien tot 30 december, je kunt kaarten reserveren via de website van het DeLaMar-theater >>> , daarop vind je ook een trailer van de voorstelling, kun je alvast even een stukje voorstelling ‘proeven’.

Dans, muziek, zang, een fantastische groep acteurs/zangers en een vijfkoppig orkest: het was prachtig. Je hoeft de recensies maar te lezen en je weet dat het een geweldige musical is. Maar door en door Nederlands. Om even terug te komen op het begin van dit verhaal:  oer-Nederlands. Het levenswerk van Annie M.G. Smidt is Nederlands erfgoed en staat in ons aller geheugen gegrift. Het gaat over een Nederland dat er niet meer is. Net zoals het Nederland van de Gouden Eeuw er niet meer is en het Nederland van de hunebedbouwers ook niet. Nederland is in rap tempo aan het internationaliseren.
Het was heerlijk om ons even onder te dompelen in de collectieve herinneringen aan Annie M.G. Smidt en de door haar bedachte personages; daarna aten we een heerlijke pizza bij Ristorante Trattoria Fantasia tegenover het theater en dronken een beker (met onze naam er op) cappuccino bij Starbucks op het Centraal Station.
Over internationaliseren gesproken……

Lees hierbij ook het blog dat ik schreef over het ontroerende lied ‘Leeg’ dat Simone Kleinsma zong in deze voorstelling.

Reageren

26 juli: Even zomervakantie.

Eergisteren schreef ik al over de warmte.
En eigenlijk wil ik het er ook niet over hebben, want ‘het is’.
Maar achter de computer zitten en stukjes schrijven is nu niet zo leuk als anders.
Want warm.

Sinds deze week ben ik weer twee dagen in de week aan het werk in Groningen en daar zit ik ook al achter het scherm in de warmte, dus ik heb geen zin in stukjes schrijven.
Want warm.

Daarom neem ik vanaf nu even zomervakantie voor wat betreft ‘de Waarde van de dag’.
De waarde van mijn dagen zal voornamelijk worden bepaald door borduren, lezen en musiceren……in alle gevallen met mijn hoofd in de schaduw.

Als de zin weer terug is, wat waarschijnlijk samenvalt met het verdwijnen van de hitte, meld ik mij weer.

Ronostrand op 26 juli om 20.00 uur: nog 28 graden….

Dit blog sluit ik af met het lied ‘Dank je wel voor de zon’.
Het is een nummer van Skik, maar de tekst is onmiskenbaar van ‘de meester zelf’ Daniël Lohues.
Kijk bijvoorbeeld naar het tweede couplet:

Is degene die de zon bedacht dezelfde die ons oorlog bracht? 
Alle narigheid en alle kwaad, heeft diezelfde iets dat ook gemaakt?
Daarvoor dank je iemand niet zo snel. Maar voor de zon en al het toffe wel:
Dank je wel voor de zon.
Dank je wel voor de zon!

Luister naar de ode aan de zon: hierbij een link naar You Tube.
Dank je wel voor de zon >>>

Reageren

24 juli: Het is.

Warm in Nederland. Heel warm.
Je kunt er van alles van vinden, maar we moeten het er mee doen.
Het weer vraagt altijd heel veel aandacht in onze maatschappij en zelf doe ik daar ook regelmatig aan mee. Daarbij moet ik vaak denken aan het verhaal van een collega van Gerard.

Gerard werkte bij een woningbouwvereniging.
Hij had daar een vrouwelijke collega die getrouwd was met een donkergekleurde man die oorspronkelijk uit Congo kwam.
Deze man weigerde te praten over het weer; dat vond hij zo’n onzin.
Het weer is er. Je kunt er niets aan veranderen, je moet accepteren dat het zo is.
Je kunt je kleding en je vervoer er op aanpassen, maar verder is het zoals het is.
Praten over het weer is zinloos, vond deze man.
Een verrassende zienswijze als je woont in een land waar zoveel over het weer gepraat wordt als in Nederland.

Sinds ik de mening van deze meneer heb gehoord probeer ik minder te praten over het weer.
Het is.
Ook nu.
Wat ik kan doen doe ik: op mijn eigen vierkante meter doe ik zuinig met water en we hebben een schaal met water in de tuin staan voor de vogels.
Maar ondanks het feit dat ik best last heb van de hoge temperaturen probeer ik toch te genieten van de voordelen van deze prachtige zomer. Want wanneer hebben we dit mooie weer nou in Nederland, bijna nooit toch?

Gisteravond was ik bij vriendin Jeannette in Woudsend en maakten we na de koffie nog even een wandeling door de haven. Hoogseizoen in watersportland: wat een sfeertje!
We mogen de problemen die dit weer met zich meebrengt niet bagatelliseren, maar het heeft ook een hoop leuke aspecten!

Reageren

23 juli: Reünie met ‘de jongsten’.

Nadat mijn moeder overleed in oktober vorig jaar waren er geen familiemomenten meer waarop mijn ooms en tantes Boelen en Vrieswijk elkaar zouden treffen.  Jarenlang zagen de twee families elkaar op de verjaardagen van mijn ouders; door de jaren heen werden ze haast een beetje familie van elkaar.  Het groepje werd steeds kleiner. In de jaren zeventig zaten we soms met dertig mensen in de kleine woonkamer aan de Servatiusstraat. Pratend, (soms schreeuwend), rokend en drinkend: in mijn herinnering altijd knoetergezellig. (zie 16 november 2014). Maar het leven gaat door en ook deze families werden getroffen door ziekte en overlijden.

De twee jongsten van de 10

Na Ma’s begrafenis zei mijn vaders zus: “Het zou fijn zijn als ik de familie Boelen nog af en toe zou spreken.

De jongste van de 5

We hebben zoveel jaren met elkaar opgetrokken . . ”
Ook mijn moeders broer en zus zeiden onafhankelijk van elkaar: “We zouden met Trijn eigenlijk wel contact willen houden!”
Begin dit jaar prikten we een datum en gisteren ontmoetten we elkaar bij oom Henk & tante Ann in Hoogeveen.

We praatten zo weer verder met elkaar.  We haalden herinneringen op en vroegen ons af hoe het eigenlijk voor hen was toen mijn ouders verkering kregen.  Henk was 9, Lammie was 6 en Trijn 5 . De kleine broertjes en zusjes. “Ik zie je vader en moeder nog over het Westerdiep in Emmercompas lopen!” herinnerde ome Henk zich. Tante Lammie wist nog dat mijn vader altijd nóg een kusje van mijn moeder wou “Nog aine, Freekje..” Trijn kreeg voor het eerst een schoonzus en de dames werden op den duur vriendinnen voor het leven.
We hoorden verhalen over de oorlog.  Het plekje waar opa zich verstopte tijdens razzia’s. Hoe het was voor de familie van oom Albert die onder de rook van Rotterdam woonde.  Tante Ann had een prachtig verhaal over een  mooi opgepoetste koperen kruik die in haar kamer stond.  Het was een huls van een mortiergranaat die bij de bombardementen op Arnhem was achtergebleven. Toen zij daar werd geboren in 1946 had haar vader daar zelf een kruik van gemaakt. Zo vlak na de oorlog was er nog niet veel materiaal beschikbaar, de mensen waren kennelijk heel vindingrijk. De afmetingen en het jaartal van de granaat staan nog in de bodem gegraveerd: 75 mm, 1942.  Ze gebruikt hem nog steeds….

Topdag.
Beregezellig.
Voor mij heel waardevol omdat ik samen met Gerard met mijn ooms en tantes die er nog zijn een heerlijke dag had.
We klonken op de wederzijdse familiebanden en hadden met z’n  zevenen een fantastische  dag.

Volgend jaar weer.
DV.

Reageren

22 juli: Slimme schilders in Diever.

Met een klein clubje van vijf Mavo-vriendinnen spreken we één keer per jaar af (zie 13 mei 2017 >>>).  Dit jaar lag de organisatie van onze mini-reünie in de handen van Ellen; om 10.30 u zaten we op het terras van haar huis even buiten Diever aan de koffie met heerlijke zelfgemaakte  kwarktaart.  In de gesprekken kwam van alles voorbij. Het werk, het wel en wee van de kinderen, kleinkinderen, vakanties: het was weer erg genoeglijk.  Na de lunch gingen we naar Diever. Op mijn verzoek stonden we even stil bij de oude kerk op de Brink, Ellen vertelde ons iets over de geschiedenis. “Misschien kunnen we even naar binnen?” vroegen we ons nieuwsgierig af.

Eenmaal binnen werden we welkom geheten door twee vrijwilligers die ons een klein briefje overhandigden. “Willen jullie de expositie  van onze schilderskring bekijken?  En op het briefje aangeven welk schilderij voor jou nummer 1,2 en 3 is?  Het schilderij met de meeste punten komt volgend jaar voor op de poster/folder.” Met deze opdracht schuifelden we langs de schilderijen.  Wat een slimme zet! Om te kunnen beoordelen wat de mooisten zijn moet je ze wel allemaal  bekijken; dat is overigens beslist geen straf. De expositie laat een grote diversiteit zien, van bijna fotografische weergave tot fel gekleurde abstracte werken en heel veel daar tussenin, uitgevoerd in verschillende technieken.
Leuk was het.
We liepen met z’n vijven kris kras langs de verschillende schilderijen en vulden volgens mij allemaal wat anders in op onze briefjes. Ondertussen vertelde Ellen nog wat wetenswaardigheden over de geschiedenis van de kerk.

Later liepen we even binnen bij de VVV waar een kleine tentoonstelling over het Shakespeare toneelstuk Midzomernachtdroom was met enkele kostuums uit eerdere voorstellingen in het plaatselijke  openluchttheater.  Later wandelden terug naar het dorp over de es, waarbij we langs het hunebed kwamen.

Veel te beleven in Diever dus.

De tentoonstelling is nog te bekijken tot 20 augustus.
Op de folder van de tentoonstelling hiernaast is het logo van de Schilderskring Diever weggevallen.
Hierbij een link naar hun website >>> voor het hele logo én al hun andere activiteiten.

Reageren

20 juli: Een lijntje….

Gistermiddag kwamen de kinderen bij ons eten.
Ik had een grote pan nasi-goreng gekookt, het was lekker en het was gezellig.
Voor het eten zaten we buiten op Waninge Plaza.
Ze wilden nog wat drinken, maar ik was aan het koken, dus ik riep “Meiden, schenken jullie even wat te drinken in.”

Harriët pakte twee biertjes en schonk twee glazen vol water.
Verder pakte ze één van mijn gebaksbordjes en maakte twee streepjes van poedersuiker.
“Wat is dat nou?” vroeg ik.

Harriët legde uit: “Ik vroeg aan Carlijn wat ze wilde drinken en die zei water.
Toen zei Wim ‘k ook.
Dus ik maak voor hem even twee lijntjes coke……..”

Even later kwam ze terug.
Het schoteltje was helemaal schoongelikt.
Heerlijke humor; gelukkig kan ik er regelmatig van meegenieten.

Reageren

19 juli: Of wij Nederlanders zijn…?

Dit is vooreerst het laatste blog dat ik schrijf over onze vakantie in de buurt van Berlijn.
Vaak ging het over de steden en weinig over de omgeving waar we zaten, dat maak ik vandaag goed.

We hebben 10 dagen een deel van een huis gehuurd. Klik hier >>> voor meer informatie over onze verblijfplaats. We hebben in de omgeving gefietst, dat is, als je in de buurt van het meer blijft, prima te doen. In het plaatsje Caputh, 7 kilometer verderop aan de oevers van de Schwielowsee, moesten we tijdens een fietstocht met een klein pontje de rivier de Havel oversteken; in de buurt van dat pontje was een fijn terras waar we nog regelmatig even een lekker ijsje aten.  Vlak bij ons huisje was Strandbad Ferch. Het meer is van nature omzoomd door riet en bomen, dus daar zwem je niet zo gemakkelijk; daarom zijn er kunstmatige strandjes aangelegd (met opgespoten geel zand) waar je je op het Ronostrand waant. Daar lagen we een paar middagen heerlijk te luieren in de zon.
Eén middag huurden we een motorbootje in de plaatselijke haven en verkenden het meer vanaf het water, met Gerard als Kapitän.  Ook maakten we in Ferch nog een boswandeling, gemarkeerd met groene stippen; die route leidde ons naar de ‘Wietkieken-turm’;  vanaf die uitkijktoren konden we inderdaad heel ‘wiet kieken’!
Kortom: het is prima toeven in dat gedeelte van Duitsland.

Avond aan de Schwielowsee

Op de dag dat wij vertrokken van ons vakantie adres, we waren de auto aan het inpakken,  stopte er een Duitse auto. “Sind sie Niederländer?” Ik zei dat dat “nicht ein schwierige Frage was” omdat hij dat kon zien aan het kenteken. Vervolgens vroeg hij in vlekkeloos Nederlands of hij ons iets mocht vragen.

Verwarring.  Maar die was snel opgelost: meneer, Thomas heette hij, was weliswaar Duits, maar was in Nederland opgegroeid: hij had zijn schooltijd in Groningen doorgebracht.  Hij was benieuwd naar hoe wij ons vakantiehuisje hadden gevonden.  Hij had namelijk ook een huisje in Ferch,  aan het meer zelfs, maar had daarin nooit Nederlanders te gast en dat leek hem nou zo leuk!
Volgens ons moest hij in het Nederlands informatie over zijn huisje op internet moest zetten, maar dat had hij ook al gedaan.  Meestal moet je het bij zoiets toch hebben van mond-op-mond reclame en ik bood hem aan om zijn huisje te noemen op mijn website. Dus voor deze ene keer een beetje sluikreclame op mijn blog!

Thomas heeft een klein vissershuisje in de verhuur aan de oever van de Schwielowsee.
Hierbij een link naar een website >>> met meer informatie.
Daar kun je zien wat voor  vakantiehuis het is en wanneer het huisje vrij is.
Wil je boeken? Doe dat dat rechtstreeks bij Thomas, dat scheelt flink in de kosten.
Hierbij een link naar de ‘Kontakt-pagina’ van zijn bedrijf >>>, daar vind je zijn emailadres.

Dat deze Duitse Nederlander onze taal spreekt is een voordeel voor landgenoten die wat moeite hebben met het Duits: hij kan je alvast wat wegwijs maken in de omgeving, weet iets van het openbaar vervoer naar Potsdam en Berlijn en kan je vakantievragen in je eigen taal beantwoorden. 

In het gesprekje bij onze kofferbak vertelde hij dat hij met zijn vrienden niet naar een voetbalwedstrijd keek als Nederland meedeed; hij is namelijk nog steeds een trouwe oranje-fan en daar is bij onze oosterburen weinig begrip voor…..

Reageren

18 juli: In zo’n bus!

Als je zo dicht in de buurt van Berlijn  zit, is één dag zo’n stad bezoeken natuurlijk niet genoeg.  Deze tweede dag besloten we kaartjes te kopen voor een dubbeldekse sightseeing-bus; we maakten een rondrit door de stad en kwamen daarbij langs 18 hoogtepunten ‘die mann sich unbedingt ansehen muss’ volgens de ronkende folder.

We kregen een plattegrondje van de stad en we kregen oordopjes met luidsprekertjes die je kon aansluiten op een paneeltje in de stoel voor je in de bus; daarmee kon je je eigen taal instellen. Handig!

We lieten ons als echte toeristen door de stad rijden en hoorden heel veel wetenswaardigheden over Berlijn en de geschiedenis.
Wat een heerlijke manier om de stad te leren kennen.

De Potsdamerplatz, de Fernsehnturm en de Alexanderplatz bepaalden het begin van de bustocht. De 2e wereldoorlog  en het Oost/West-verhaal lopen als twee rode draden door alles wat je te

‘de muur’ vanuit de bus

zien en te horen krijgt. Niets is echt heel oud (de Catharina kerk in Roden is ouder dan het oudste gebouw in Berlijn) en er is heel veel gerestaureerd en nieuw gebouwd.  Je bevindt je op historische grond, maar multi-culti-Berlijn is een moderne wereldstad en het gewone dagelijkse leven van haar inwoners loopt dwars door de highlights van de city-bustour heen. We aten een broodje gezond bij de fontein op de Alexanderplatz omringd door mensen uit allerlei verschillende culturen en minstens twintig verschillende talen.

Na weer een stukje sightseeing lieten we ons afzetten bij de Siegesaüle. Daar kon je dichterbij komen door ondergrondse tunnels, want om de Saüle heen lag een hele drukke rotonde; dus je bent omgeven door verkeerslawaai.
Naast de zuil met de gouden engel ligt het park Tiergarten;  we ontvluchtten even het stadsgedruis en zochten een rozentuin op.
De laatste halte was het Schloss Charlottenburg.
Mooi, groot en veel. Eigenlijk vond ik de wandeling in het park langs de oevers van de Spree wel net zo mooi als het kolossale kasteel zelf.

Ook in Canada ontdekten Gerard en ik al: wij zijn geen stadsmensen. Ik denk dat het feit dat wij al een aantal jaren vijftig-plusser zijn ook een rol speelt.
Aan het einde van de dag stapten we ietwat verreisd uit de bus in Ferch.
“O, wat is het hier heerlijk rustig! ”
Na een en hele dag in de herrie van zo’n  grote stad kan de stilte oorverdovend zijn.
Tijd voor een spelletje jokeren en een glaasje wijn.

Reageren

Pagina 217 van 309

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén