een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 245 van 309

23 juli: Kip-saté uit de tuinhaard

Wij zitten regelmatig op een zomeravond achterin de tuin bij een vuurkorf te genieten van een knapperend vuur. Maar zit je per ongeluk in de wind, dan moet je uitkijken voor vuurspatters; soms zit er dan zo maar een brandgaatje in  je broek! Inmiddels is dat probleem opgelost: Gerard kreeg een tuinhaard voor z’n verjaardag.

Daarin kun je fantastisch ‘vuutje brann’n’, maar er zit ook een rooster bij, dus als je er briketten in brandt kun je er ook mee barbecuen. Gistermiddag hebben we dat met z’n tweeën uitgeprobeerd. Gerard verpakte een paar aardappels (uit eigen tuin) in aluminiumfolie, we haalden een krop sla uit de tuin en mengden die met een bakje komkommersalade en ik maakte zelf kip-saté.
– 2 teentjes knoflook uitpersen
– kipfilet in blokjes snijden, mengen met de knoflook.
– flinke scheut ketjap manis en een beetje maggi er door en even laten intrekken
– stukjes aan een saté prikker rijgen.
–  20 minuten op de bbq: lekker!

Na een half uur waren de aardappels gepoft en de kip-saté gaar. Een beetje kruidenboter en bieslook gebruikten we als finishing touch bij de gepofte aardappel.

Wat een succes; dat gaan we deze zomer nog een keer doen. We kunnen het ook nog uitproberen met wat anders. Bratwurst of zo…..

Reageren

20 juli: Canada 8 – Parkeerplaats voor koetsjes.

In het begin van ons verblijf in Canada nam neef Fred ons mee naar St. Jacobs, een stadje in Ontario waar veel Mennonieten wonen.
Deze bevolkingsgroep leeft helemaal afgescheiden van de andere Canadezen. Ze leven nog zoals  in het begin van  de vorige eeuw: geen elektriciteit, geen gas en geen stromend water. Ze dragen een soort van klederdracht; mannen in het zwart en vrouwen in lange jurken met hoedjes. Ze hebben geen auto’s, maar verplaatsen zich met koetsjes met  een paard er voor.

We bezochten de grote St. Jacobs-Market en onderweg zagen we al zo’n  koetsje rijden. In het dorpje St. Jacobs zagen we meer koetsjes en groepen Mennonieten, maar ik voelde me bezwaard om langs de weg foto’s te maken. Dan maar geen foto’s, ik zou wel wat van internet zoeken voor dit blog.

Op onze laatste dag in Canada, weer terug bij onze familie, zochten we de Gorge van Elora weer op. (zie 23 juni >>>) We hadden een uitrustdag en wilden nog even genieten van de rivier en het mooie weer.
Tot onze stomme verbazing daalde een hele Mennonieten familie af naar de rivier; een moeder met 7 kinderen. We wisten al van Fred dat de Mennonieten niet graag praten met anderen, dus in eerste instantie hield ik me op de vlakte. De kinderen waagden zich schoorvoetend in het water en ik vertelde ze dat ze niet bang hoefden te zijn voor die grote mannen op de rots (Jan en Gerard).
Ze praatten onderling een vreemde taal.
Ik vroeg moeder wat voor taal ze spraken.
“Pennsylvanian Dutch, a mixture of Dutch and German”

Dat was gelijk een mooie opening voor een gesprekje.
Ik vertelde haar dat ik toevallig ‘dutch’ was en vroeg haar hoe ze ‘I live in a house’ zou zeggen.
“Iech woon in een house”.
Ze vertelde dat de taal in de loop van de jaren wel veranderd was. De Mennonieten gemeenschap in Mexico bijvoorbeeld spreekt al een heel andere taal.
Ze woonden in de buurt van St. Jacobs en ze waren een dagje uit, ze waren hier al eerder geweest. Ik mocht een foto maken, toen waadden ze verder naar een ander gedeelte van de rivier. De ontmoeting en het gesprek op deze laatste vakantiedag voelde als een cadeautje. Wat bijzonder!

Toen we terugliepen naar de auto zagen we hun vervoermiddel staan.
Het stond bij een parkeer-bordje waar een plaatje van een koetsje met een paard op staat met de woorden “Horse and buggy only”. Niet te geloven toch?

Reageren

19 juli: Teksten en gedichten van Merel.

Mijn collega kwam laatst met een leuke quote: ik laad je met rust.
Om even over na de denken. Ik zette het op mijn aantekeningenschrift dat altijd op mijn bureau ligt.  Als ik iets heb afgehandeld streep ik het door en na een week stond ‘Ik laad je met rust’ als enige aantekening nog niet doorgestreept.

Zou het een Loesje-tekst zijn?

Via Google zocht ik het op en ik kwam uit bij Merel Morre.
Merel Morre is voormalig stadsdichter van Eindhoven en ze heeft een eigen tekstbureau.
Ik las een aantal andere bekende quotes van haar, zoals ‘Hallo leven, trek iets moois aan, we gaan!
Mijn interesse was gewekt en ik zocht naar meer informatie over haar.
Ze zit ook op Facebook en Twitter. Ik niet, dus dat schoot niet op.
Maar ze heeft ook een website, daar las ik nog veel meer moois van haar hand.
Twee gedichten haal ik even voor het voetlicht.

Het eerste heet ‘Thuis ofzo’. Merel heeft het geschreven naar aanleiding van de ramp met de MH17 nu 3 jaar geleden. Hierbij een link >>> naar dat gedicht. Denk daarbij aan die eindeloze rij kisten die uit het vliegtuig werden gedragen en de grote verslagenheid die toen heerste in ons land. Wat ben je dan een kunstenaar met woorden als je daar zo’n mooi gedicht over kunt schrijven.

Voor het tweede gedicht moet je thuis zijn in de Nederlandse spreekwoorden.
Het heet ‘Zo’n dag’ en we hebben allemaal wel eens zo’n dag.

Ik verdronk in haar site; ik bleef maar lezen.
Wat een mooie teksten.
Inmiddels staat haar website ‘Met mijn ogen dicht ik alles heel’ >>> bij ‘mijn favorieten’.
Als je naar die website gaat, scroll dan even naar beneden, naar 18 februari, daar schrijft ze over het overlijden van Dick Bruna.
Ze verkoopt ook heel bijzondere sieraden met haar teksten erop, zie hiervoor de site ‘Dicht op de huid’>>>

En dat allemaal gevonden door één quote van een collega.

Reageren

18 juli: Een gevaarlijk virus.

….. ik zal het fort verdedigen….

Dinsdag. Eén van mijn drie ‘werk-dagen’.
Onze zomervakantie hebben we dit jaar al heel vroeg gehad.
Als collega’s nu roepen: “Nou, tot over drie weken, hé!” dan wens ik ze een goede vakantie en zeg dat ik het fort zal verdedigen tijdens hun afwezigheid.

Afgelopen weekend kreeg ik een app van vriendin Sinet.
Ze waarschuwde ons voor een gevaarlijk virus.
Dit was de tekst:

Waarschuwing: gevaarlijke virus! 
Het heet ‘Worm Engaging & Recreation Killer’ (afgekort : W.E.R.K).
Je kan W.E.R.K. krijgen van je chef of van je collega’s.

Het virus wist je privéleven.
Op den duur heeft het virus je zodanig in de ban dat het al om acht uur ’s morgens actief wordt (soms nog vroeger) en dat je er de hele dag door geplaagd blijft.
Bij sommigen gaat het zelfs ’s avonds niet meer over en krijgt men er slapeloze nachten van.

Als je in contact komt met W.E.R.K. zijn er twee oplossingen:
– de eerste oplossing is ‘Werk Isolerende en Joviale Neutralisator’ (afgekort : W.I.J.N)
– de tweede heet ‘Betrouwbare Interactieve & Eliminerende Rebooter’ (afgekort : B.I.E.R)
Beide oplossingen zijn verkrijgbaar bij uw lokale slijterij,

gecombineerd met: Veel Eten, Rusten, Leven of Feesten (afgekort : V.E.R.L.O.F)

Deel dit bericht met je vrienden.
Heb je geen vrienden (meer)? Dan is het helaas te laat, dan heeft W.E.R.K. je al besmet!

Gelukkig hebben wij onze vrienden nog.
Zaterdagavond zaten we met het hele stel  bij ons in de tuin op Waninge-plaza.
We maakten een afspraak om samen naar de Shakespeare-voorstelling ‘de getemde feeks’ te gaan.
Voor de rest was het gewoon erg gezellig. Met lekkere hapjes & drankjes, o.a. ‘Werk Isolerende en Joviale Neutralisator’ en ‘Betrouwbare Interactieve & Eliminerende Rebooter’.

Zo zorgen we er voor dat het virus ons niet te pakken krijgt!

Reageren

16 juli: Mieren bij Coenraad Wolter en Gesina.

Gistermiddag stond ik voor het eerst als vrijwilliger (zie blog 29 april>>>) in de eeuwenoude Catharinakerk op de Brink. Twee boekjes had ik gelezen over de geschiedenis van de kerk: laat maar komen die toeristen.
Anneke  was er ook; zij zat achter de tafel met boekjes en CD’s en vroeg de bezoekers bij hun vertrek om iets in ons gastenboek te schrijven. Dirk speelde af en toe sfeerverhogend op het mooie Hinz-orgel en Hidde en ik liepen in de kerk, beantwoordden vragen en vertelden verhalen over de kerk en de families die op Mensinge woonden. Dat doen we vooral naar aanleiding van vragen over uitgestalde foto’s en oorkondes die in de kerk voor de rondleiding zijn opgesteld. Verder ligt er op de avondmaalstafel een prachtig album met foto’s van de Catharinakerk in verschillende stadia.

Er kwamen  heel verschillende gasten binnen. Mensen die in Roden wonen en nieuwsgierig waren hoe de kerk er uit zag na de verbouwing dit voorjaar. Iemand uit Peize die een vraag stelde waarop ik het antwoord niet wist: wat is het verschil tussen een kloostermop en een tichelwerk-steen? Maar gelukkig is daar dan Hidde; die wist te vertellen dat kloostermoppen werden gebakken door monniken op de bouwplaats (in ons geval dus in de 13e eeuw) en tichelwerk-steen werd gebakken op een ’tichelwerk’-boerderij, zoals bijvoorbeeld de Kleibosch >>>. Weer wat geleerd.
Er was een echtpaar uit Zwolle dat al heel veel wist van oude kerken en orgels en er waren twee dames uit Brazilië met Nederlandse roots. Als je in gesprek komt met mensen hoor je de meest uiteenlopende verhalen. Eén mevrouw liep altijd graag even een kerk binnen omdat ze het gevoel had dat ze dan wat dichter bij haar overleden zoon was. “Die gewijde, soms serene sfeer roept van alles bij me op….”

Eén kind was er gistermiddag. Ze was met haar moeder aan het wandelen met de hond. “Mag ik wel even binnen kijken?” Tuurlijk. Mama bleef met de hond buiten. Ze liep naast me door het gangpad en wees naar de preekstoel. “Daar staat de meneer natuurlijk op die alles voorleest.”
Ze was gefascineerd door de glazen plaat voor de Kymelbank met de gemetselde cryptes van Coenraad Wolter en Gesina Ellents. “Liggen ze daar dan in?” Ik vertelde hoe lang al. En waar ze gewoond hadden. Dat ze heel deftig waren en een eigen bank hadden. Opeens ontdekte ze mieren onder het glas.
“Kijk! Mieren…….” het was even stil en de beestjes werden bestudeerd. “Mogen die daar wel onder komen?”

Het antwoord op die vraag wist ik ook niet, net als over die stenen. Ik heb het Hidde maar niet gevraagd.
Het meisje tekende het gastenboek in het prachtige, net geleerde handschrift van een zes-jarige.
Daarna liet ze mij haar schoenen zien: met wieltjes er onder! Dat moest ik natuurlijk even buiten gaan bekijken.

Ik had het inderdaad goed ingeschat toen ik solliciteerde naar dit vrijwilligersbaantje: net iets voor mij. Woensdagmiddag 26 juli mag ik weer.

Reageren

14 juli: Fietsen en praten. En ook nog kijken!

De scholen hebben bijna vakantie: het is weer tijd voor de afsluiting van het seizoen. Woensdagavond was dat met de Gespreksgroep ’93. We stapten met 9 man op de fiets voor een fietstocht van ongeveer 2 uur; Bert had een mooie route uitgestippeld dus die reed voorop met Kees. In het begin reden we nog door bekend gebied, maar toen we de buitenwijken van Leek achter ons hadden gelaten was ik al gauw het spoor bijster. Nou had ik ook niet echt aandacht voor het spoor, want ik fietste naast Enny en die had ik al een tijdje niet gesproken.
Klepperdeklepperdeklep.
Bert en Kees hadden de gang er goed in. Zo goed dat ik op een gegeven moment riep: “Kunnen we even stoppen? Wat is het hier mooi! Waar zijn we eigenlijk?”
Naast fietsen en praten wil ik namelijk ook graag kijken, maar met smalle paadjes en behoorlijke ‘gang op de ket’ kijk je vooral voor je.
We waren in de omgeving van Niebert, vlak bij het Steenhuis Iwema. We fietsten een gedeelte van het Malijkse pad, in de volksmond ’t Pad genoemd. (foto RTV Noord) Werkelijk prachtig is het daar. (zie>>>)
We fietsten door in een langzamer tempo; even later kwamen we langs museum ’t Rieuw en stond ik me te vergapen aan de Coendersborg.

Op dat moment nam ik me voor om hier deze zomer nog eens heen te fietsen, het museum te bezoeken en de borg te bekijken. Op internet vond ik al wat informatie. (zie >>>)
Rond 9 uur waren we weer thuis; Gerard had koffie en verse boterkoek.
Het was nog lang erg gezellig aan de Boskamp!

Reageren

13 juli: Computers zijn geweldig…… maar ze moeten het wel doen.

Toen wij terugkwamen uit Canada had onze computer de geest gegeven.
Zo dood als een pier. Mijn broer, heeeel handig met computers, nam het beestje mee, maar kwam met dezelfde constatering: zo dood als een pier.

Zonder computer kunnen we tegenwoordig helemaal niet meer, dus we zetten Gerards laptop op de plek van de overledene en konden op die manier toch ‘computeren’.
Maar het was wel lastig. Ik ben gewend aan mijn eigen bureaublad, mijn eigen inrichting op mijn internetpagina, ik kon niet bij mijn emailadressen en het was allemaal wel erg omslachtig met foto’s enzo.

Ook mijn blog heb ik met kunst- en vliegwerk in de lucht gehouden, maar het kostte wel meer tijd dan anders.
Vandaag wordt onze nieuwe computer geïnstalleerd, dus voor vandaag maak ik me er met een Jantje van Leiden van af. Als het goed is morgen een nieuw blog vanaf een splinternieuwe computer!

Reageren

11 juli: Canada 14 – Zo zijn onze manieren

Drie weken waren we in een ander werelddeel.
Heel anders dan bij ons Europa, maar door de vele Europese emigranten toch ook weer niet zo anders dan bijvoorbeeld Azië.

13 cm hoog, slicht vol

Als je mensen ontmoet vraagt iedere Canadees “How are you today?”. Het is niet de bedoeling dat je daar uitgebreid antwoord op geeft, men verwacht dat je dan iets roept als “I’m fine, thank you.”  Als je vervolgens vraagt hoe het met hén is, is dat iets wat ze in het geheel niet verwachten.
In Canada is alles veel groter dan bij ons. Eén beker koffie  is meer dan onze twee kopjes. De auto’s zijn veel groter, dus de belijning voor parkeerplaatsen ook. De koelkasten en  wasmachines zijn decimeters forser dan bij ons.
Alle huizen hebben airco. Het is daar ’s zomers erg warm, dus ‘buiten zitten’ is niet echt een ding in Canada. Met al dat water heb je ook heel veel last van neefjes, wat het buiten zitten ook niet echt veraangenaamt.
Verder zie je amper hekken en heggen tussen de gazons; het komt daar niet zo krek wie welk grassprietje maait.

Wil je van de ene naar de andere stad, dan leg je lange afstanden af; wij maakten dagen van 6 uren in de auto.
In het verkeer zijn de regels ongeveer hetzelfde als in Nederland, al moest je wel goed opletten bij stoplichten: sta je op een kruising en wil je linksaf slaan, dan krijgt tegemoetkomend verkeer tegelijkertijd groen.
Eem uutkieken dus. Gekke vrachtwagens daar trouwens: allemaal ‘hondekoppen’. (Zie foto, even op klikken voor een vergroting)
Op de snelwegen, mag je ook rechts inhalen; daar schrokken we wel van in het begin.
Verder mag je overal gratis naar de WC, zelfs langs de snelweg en het wordt allemaal keurig schoongehouden.

In de grote steden leven, net als bij ons, veel zwervers.
In Quebec liep iemand luid opera-zingend door de stad. Toen hij onze stadswandeling-groep voorbijkwam riep hij een paar keer loeihard ‘I’M NOT A BEGGAR” en zong vervolgens weer even hard verder. Geen bedelaar dus, maar wel een beetje gek.
Amerikanen in onze groep vertelden dat er bij hen in de wijk ook zo’n maffe zanger rondliep. Ze dachten even dat die ook in Canada op vakantie was….

Gastvrijheid staat in Canada hoog in het vaandel. De zondag dat wij bij Judy en Dennis waren, waren wij daar getuige van: een zoon van hen met vrouw en kinderen kwamen langs, evenals een bevriend echtpaar. Judy maakte zelf hamburgers met een soort tupperware mal, waarin je 8 hamburgers tegelijk drukt. (zie foto) Familie en vrienden namen salade én andere lekkere dingen (o.a een heerlijke cheese-dip) mee en er werden twee dozen wijn aangebroken: kartonnen jerrycans met een tapkraantje er aan.
“Ik lust nog wel een glaasje uit zo’n box van Judy” vroeg iemand. Later op de avond werden de dozen gekscherend “Judy’s Juice Box” genoemd; rood sap en wit sap……

Ook eens Canadese cheese-dip maken? Het heet ‘Hot and creamy cheese-almond-spread’. Ik kreeg het recept van de vrienden van Judy: klik hier Canadese kaasdip voor een PDF.
Net als bij de rabarbermuffins vind je eerst het originele, Engelse recept en daarna komt mijn Nederlandse vertaling.
Hamburger-tip van Judy: een gesnipperde ui en een gesnipperde rode paprika door het gehakt mengen

Reageren

9 juli: Een juk dat onze voeten richt.


Vanmorgen woonden we de viering bij in een mooi gevulde Catharinakerk. Er waren geen kinderen voor de kindernevendienst, maar de predikant liet desondanks toch even de plaatjes zien die hij voor dit kindermoment had uitgezocht.

Een Delfts-blauw tegeltje liet een vrouw zien met een juk waar twee emmers aan hingen. “Een juk helpt je om zware dingen te dragen.” legde de voorganger uit. Op de andere afbeelding zagen we twee ossen met een juk. “Het juk houdt de ossen op het goede spoor. Zo blijven ze in de goede richting lopen en ze trekken met de ploeg een rechte voor”.

We lazen vanmorgen het gedeelte waarin Jezus zegt: Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.
De predikant hield ons in zijn overdenking voor dat er nogal wat hedendaagse jukken zijn waar wij onder gebukt gaan. De niet aflatende druk van de sociale media. Het juk van een overvolle  agenda, de druk om te moeten presteren, de soms torenhoge verwachtingen die de omgeving van ons heeft. We moeten scoren, op de eerste rij zitten, netwerken en vooral: ER BIJ ZIJN!  Voor een ieder herkenbaar: de dagelijkse rat-race  van onze huidige maatschappij

Jezus wijst ons een andere weg. De weg van de nederigheid en de zachtmoedigheid. Maar dat betekent niet slaafs en gedwee. Een paar zinnen uit zijn verhaal die me bijbleven.
Zachtmoedigheid is een stille kracht die dwars door de wereld heen mensen voor zich wint en verandert. Anders kijken en horen, met oog voor het kleine. Het bijbelse ‘nederig’ heeft niets te maken met onderdrukt worden. Het komt van het latijnse woord humilitas, dat is afgeleid van humus . (vertaald is dat ‘grond’).
Dat je dus met beide benen op de grond staat. Je moet jezelf niet groter of hoger maken dan je bent, maar ook niet kleiner of lager. Je weet waar je staat, je weet dat het is zoals het is,  je weet je plek en je mag er zijn.

Bovenstaande is een povere poging om iets weer te geven van het hele verhaal van vanmorgen, maar dit is wat mij aansprak. Daarbij werd gezegd dat van ons geen wonderen worden verwacht. Geen torenhoge verwachtingen. De liefde dient geleefd te worden; mijn last is licht en mijn juk is zacht.
Eén van de liederen die we vanmorgen zongen was: Een schoot van ontferming is onze God. De laatste regel van dat lied is: ‘Hij zal onze voeten richten op de weg van de vrede.”
Kijk naar het plaatje van het juk om de nek van de ossen en laat de boodschap tot je doordringen.

Na de viering was er een tuinconcert in de tuin van Ben en Mathilde, Aan de Vaart in Foxwolde. Daarover heb ik een verslag geschreven én foto’s geplaatst op de website van onze PKN-gemeente: zie >>>. Was je er niet bij? Je hebt iets gemist!!!!!!

Reageren

8 juli: Canada 13 – Doedelzakken en kippenvel

De vader van gastheer Dennis (zie blog gisteren) werkte vroeger in de regeringsgebouwen van Ottawa; Dennis kent daarom de stad op zijn duimpje. Hij was dus onze gids toen Judy en hij ons de stad lieten zien.  Waar ik in de andere steden  de hele tijd met een plattegrondje voor m’n neus liep en uitzocht waar we heen moesten, liep ik nu heel ontspannen achter Judy en Dennis aan. Wat heerlijk!

We begonnen met een bezoek aan het graf van de onbekende soldaat. Twee soldaten staan daar onafgebroken op wacht, om de paar uur afgewisseld door twee andere soldaten. Wij troffen het: er was net een “changing of the guards”; onder begeleiding van doedelzakmuziek (een deel van het Canadese leger is Schots) werd de wacht gewisseld.
Ondanks de warmte had ik kippenvel; wat een plechtig moment. De Canadezen zijn trots op hun soldaten die hun leven gaven voor de vrijheid van anderen. Ook die van ons in 1940-1945! Er stonden in de stad overal jonge gidsen die toeristen iets vertelden over het monument waar ze bij stonden. De jongeman die wij spraken vertelde dat zijn grootvader had gevochten in Nederland in de tweede wereldoorlog. Hij wist ons veel over die episode te vertellen, wist zelfs dat prinses Margriet in Ottawa is geboren en dat de kraamkamer in het ziekenhuis voor die gelegenheid tot Nederlands grondgebied werd verklaard.

Dwars door de stad stroomt Rideau-river. Prachtig waren de verhalen over hoe het in Canada is in de winter. Het wordt daar gemakkelijk min dertig. Bijna al het water bevriest dan, dus er ontstaan overal natuurlijke ijsbanen waar naar hartenlust op geschaatst wordt.
De drie grote parlementsgebouwen vormen het hart van de stad; we liepen er om heen en hadden een mooi uitzicht over de stad en de rivier, terwijl Dennis ons  ondertussen honderduit vertelde over de stad en haar bijzonderheden.

‘Canada 150 jaar’ is een groot ding dit jaar. Overal hingen vlaggen, de steden werden versierd en men maakte zich op voor de festiviteiten rond 1 juli, zo ook Ottawa. We bezochten het ‘memorial’ (een soort gedenkteken) dat al was opgericht voor dit jubileum.
Voor ons Europeanen komt het wat koddig over, maar Canadezen zijn heel trots op alles

With the arrival and overwhelming influence of European explorers…….

wat ouder is dan 1850. Er is heel veel aandacht voor wat er bewaard is gebleven van de eerste Franse en Engelse Kolonisten, maar er is hoegenaamd geen aandacht voor de eerste Noord Amerikaanse cultuur: die van de Indianen. Welgeteld één bordje heb ik daar als toerist over gelezen (klik op de foto hiernaast voor een vergroting, dan kun je de tekst lezen) en in Ottawa stond een grote totempaal.

Het is niet fraai wat de Europeanen in de loop van de eeuwen hebben aangericht in andere delen van de wereld.
We kunnen het niet meer terugdraaien.
Hooguit excuses aanbieden.
Ik hoop van harte dat er bij al die festiviteiten rond het jubileum daar ook aandacht voor is.

Reageren

Pagina 245 van 309

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén