een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 293 van 302

4 mei: Nationale dodenherdenking

Altijd weer indrukwekkend. Dit keer was ik niet bij de plechtigheid op de begraafplaats in Roden, maar heb ik het op de televisie gevolgd.
Vanmiddag om 12.10 uur vertelde Tineke de Nooy op Radio 5 dat in Hilversum al heel wat vlaggen halfstok hingen. “En zo hoort het ook!’ riep ze er achteraan.
Eén plaatje verder moest ze al op haar woorden terugkomen.
Ze waren platgebeld daar in de studio: zo hoort het helemaal niet!
De vlag mag pas om 18.00 uur buiten en hoort voor zonsopgang weer binnengehaald te worden. Nu ik dit schrijf is het 21.15 uur: oeps…… “Gerard!” Net op tijd.

Mijn vader is geboren in augustus 1932. Hij was dus 7 toen de oorlog begon en 12 tijdens de bevrijding. Hij heeft wel eens verteld dat hij de oorlog één groot avontuur vond. Op een gegeven moment konden ze niet meer naar school. Als kind maak je daar echt geen punt van! Samen met zijn broertjes spookte hij van alles uit. “Het is maor goed dat mien va en moe alles niet wussen.”
De tweede wereldoorlog heeft hem zijn hele leven beziggehouden, omdat pas later het besef kwam van hoe gruwelijk het allemaal was geweest. Hij las er veel over.
Hij nam mijn broer en mij als pubers mee naar het concentratiekamp ‘Mauthausen’, waar de douches waar de mensen werden vermoord nog in tact waren.
De beelden daarvan en de sinistere sfeer staan in mijn geheugen gegrift.
Maar hij nam ons ook mee naar begraafplaatsen in Duitsland waar monumenten stonden voor oorlogsslachtoffers met rijen namen van jonge jongens, geboren in de twintiger jaren van de vorige eeuw. “Dit waar’n ok gewoon jonge jongens die vöchten veur heur vaderland, net as die van oons. Hier was net zo goed verdriet.”

Afgelopen zondag zei de dominee tijdens de overdenking in de viering: “Tijdens en na de oorlog is heel vaak de vraag gesteld: Waarom laat God dit allemaal gebeuren? De vraag zou moeten zijn: hoe kan het dat de mensen/wijzelf dit hebben laten gebeuren?”

Reageren

3 mei: Huilen om het orgel

Bij de titel van dit verhaal zou je kunnen denken aan een vals orgel. Of aan, zoals we dat in de familie Waninge noemen: een “Bavaria-organist” (zie bijgaande link naar een hilarisch reclamefimpje uit de jaren ’80 >>>).
Maar deze keer had ‘huilen om het orgel’ een andere oorzaak.

Vanmorgen in de kerk zat ik spontaan in tranen tijdens de collecte.
Dit had niets te maken met het doel van de collecte (Nepal) en ook niet met emoties die in deze periode wat meer aan de oppervlakte zitten.
Aan het orgel zat Erwin Wiersinga en hij speelde een ontroerend klassiek stuk.
Zo mooi dat de tranen spontaan in mijn ogen sprongen.
Zo af en toe overkomt me dat, tranen van ontroering die niets met verdriet of pijn te maken hebben.

Na de dienst mailde ik Erwin, vertelde hem van de tranen, gaf hem een groot compliment voor zijn orgelspel en vroeg om de titel en de naam van de componist.
Hij mailde het volgende terug:
“Dank voor je mooie woorden. Het stuk was (natuurlijk) van de grote Bach , een bewerking van de paashymne Christ lag in Todesbanden.”

Natuurlijk. Erwin schrijft het tussen haakjes, maar het woord ‘natuurlijk’ zegt iets over hoe hij over Bach denkt.
Om te huilen zo mooi.

Reageren

29 april: Vaag – taal

In 2001, na drie kinderen en een hele hoop vrijwilligerswerk, begon ik weer met betaald werk. Het werd een administratieve baan en inmiddels ben ik bevorderd tot ‘Management assistent’. In een vakblad voor mijn beroepsgroep las ik laatst een artikeltje dat voor mij erg herkenbaar was en waar ik om moest grinniken.

“Van vergaderen gaan mensen heel raar praten” stond er boven.
Er volgde een serie termen, die we in een normaal gesprek nooit gebruiken, maar die bij een vergadering ineens over de tafel vliegen. Let op:
– Ik wil dit even tegen jullie aanhouden.
– We gaan een tijdpad uitrollen.
– We moeten het bestaande kader verlaten.
– De communicatie moet over de hele linie transparanter.
– We zoeken mensen met een ‘hands-on’-mentaliteit.
– We gaan de zaken uitfaseren.

Samen met ‘mijn’ manager heb ik er hartelijk om gelachen. “Sommigen gebruik ik ook!” riep ze. En dat klopt. Waar ze in het dagelijks leven zeer duidelijk en niet omfloerst Nederlands spreekt, wil het op schrift nog wel eens ‘management-taal’ worden.
Ze heeft zelfs enkele uitspraken toegevoegd aan het jargon.
Zo was er eens een overleg waarvan de notulen niet gemaakt waren.
Haar omschrijving is dan: “Het verslag van het vorige overleg is in de vaagheid blijven hangen…””
Verder gebruikt ze in haar mail soms prachtige zinnen. Voorbeeld: “Doel van dit overleg is de tijdshorizon te schetsen”.

Soms blijven mensen met beide benen op de grond staan en gaan er niet in mee.
“Waarom heet dit eigenlijk bila?” vroeg ooit eens een nuchtere Groningse medewerker “Het is toch gewoon werkoverleg?

Reageren

28 april: Infusen en breiwerkjes

kankerVanmiddag was het tijd voor kuur 2C: een infuus met chemo, een infuus met botversterker en een prik. Plus het gebruikelijke vraaggesprekje. Vandaag had ik gewerkt en om half drie zocht ik Gerard op in het ziekenhuis. Terwijl de verpleegkundige bezig ging met alle formaliteiten rondom de afspraak, installeerde ik me met een breiwerkje in een hoekje naast het bed. Breiwerkjes betekenen altijd: een gesprekje.
“Wat bent u aan het breien mevrouw?”
“Dat zie je niet veel meer…”
“Wat ja ’n mooi tiedverdrief!”
Vanmiddag was ik met gitzwarte wol aan het breien. We vertelden dat we rekenden op een lang infuus, waarop de meneer in het bed naast Gerard de verwachting uitsprak ‘dat het rompertje dan wel al haast af zou zijn…’.
Maar dat was niet het geval. (het werd trouwens ook helemaal geen rompertje).

Over het algemeen was men wel tevreden. Gerard was wel wat afgevallen, maar heeft geen extreme bijverschijnselen. ’t Kun minder. Gewoon doorgaan met calorierijke voeding dus.
En vooral in beweging blijven.

We nemen altijd een spelletje mee naar het ziekenhuis, dus  we begonnen opgewekt aan een rondje Triominos >>>. Ondertussen haal je dan nog eens een kopje thee. Of koffie. Of oplossoep. Je doet nog een rondje Triominos. De verpleegkundige kwam er eens bij staan om zich op de hoogte te stellen van het spel: “Doe je ook met punten enzo?”
Ja, anders is het natuurlijk veel minder leuk!
Om kwart over vijf mochten we weg en thuis wachtte een chinese maaltijd uit de diepvries, nog over van het heerlijke buffet van Pasen. Het is heel verleidelijk om dan met een borduurwerkje c.q. krant op de bank te gaan zitten, want je bent helemaal gaar na zo’n middag. Maar dat is niet verstandig. Dus we hebben de jas nog maar even aangetrokken en een uurtje gewandeld. Rondje Roden. Ik vond wat mooie gele bloesemtakjes die van een boom waren gewaaid/geregend/gehageld. Die staan nu op een borrelglaasje voor het raam.

Reageren

27 april: Tompoucen met een vorkje?

Wat weer een feest vandaag. De vlag ging uit. Gelukkig vlaggen wij niet als enige in de straat. Vanmorgen om 9 uur was ik op weg naar de Jumbo om oranje tompoucen te halen. En winterwortels voor de oranje hutspot die we traditioneel in ons gezin eten op Koningsdag, vroeger Koninginnedag. Ik kon de Herestraat bijna niet meer in: de hele stoep was al in beslag genomen door de vrijmarkt. Op de terugweg liep ik iemand achterop met een bolderkar vol houten tuinstoeltjes. “Had je die bolderkar nou al mee vanmorgen? Of heb je die nu ook op de vrijmarkt gekocht?” vroeg ik. “Nee, die kar had ik al, maar hij is wel te koop!”
Ik had geen belangstelling.

Om half elf zongen we het Wilhelmus op het plein, we zagen de wolk oranjeballonnen de lucht ingaan en vervolgens liepen we al teutend met Jan en Alleman over de vrijmarkt. We hebben welgeteld 1 straatmuzikant gezien, een meisje met een blokfluit. “Wat ga je spelen?” vroeg ik. Ze vertelde dat ze al een tijdje piano speelde, maar die kon vandaag niet mee. “En het blokfluiten ben ik eigenlijk al verleerd. Het gaat dus niet zo goed…” constateerde ze wat triest. Ik vond haar dapper, het spelen ging nog best goed. Ik deed een euro in haar bakje en wenste haar succes.
Bij ex-buurkinderen Leonie en Jasper kocht ik twee kaarshoudertjes en grabbelde voor 20 eurocent een meisjes-cadeautje in rose pakpapier. Haar ouders hadden een prachtig plekje bemachtigd tegenover de Hema. Daar waren ze om 06.30 u al …..wat fijn dat wij dat niet meer hoeven!
Op de terugweg liepen we langs een huis aan de Nieuweweg. Op de oprit stonden 4 houten tuinstoeltjes te koop. Daarnaast stond een bolderkar. Ook te koop.

Toen was er koffie. Met oranje tompoucen. Eén schoonzoon wilde daar een vorkje bij.
Een vorkje.
Bij tompoucen.
Een echte Waninge eet zijn tompouce met de handen, in twee delen naast elkaar, dus hoon was zijn deel.
En natuurlijk volgden wij de koninklijke familie op tv, rijkelijk voorzien van commentaar van dochters en schoonzonen.
Kan me niks schelen. Ik heb genoten!

Reageren

26 april: Eeuwen zien op u neer….

Gisteren en vandaag woonden wij een dienst bij in een oude kerk. Gistermiddag zaten we in de ‘Siepelkerk’ op de Brink in Dwingeloo. Een begrafenis. Zagen we onze vrienden drie weken geleden nog stralend als ouders van de bruid, nu zaten ze er als verdrietige kinderen. De bruid van toen hield nu een klein toespraakje bij het verlies van opa Jan. Het zijn ontroerende bijeenkomsten. Wij zaten in de oude banken in een volle kerk met veel bekende (en ouder geworden) gezichten.

De ‘Siepelkerk’ >>> lijkt wel wat op die van ons in Roden (de Catharinakerk). Met een nergens op gebaseerde trots constateerde ik dat die van ons twee eeuwen ouder is. Maar zij hebben de kerkbanken er nog in staan, terwijl wij in Roden op stoelen zitten. Voor lange mensen (1.82 in casu) is dat trouwens een zegen, ondervonden wij gistermiddag weer eens.
Gistermiddag zongen we, helemaal in de stijl van de overledene, “Een vaste burcht is onze God” uit de bundel van 1938 op de oude melodie. En uit diezelfde bundel “Vaste rots van mijn behoud”.

Vanmorgen zong ik de alt partij bij de cantorij in de Catharinakerk. Een heel andere setting. Allemaal liederen uit het nieuwe liedboek. Met “O, Heer die onze Vader zijt” op een nieuwe melodie. Aan de gezichten van sommige gemeenteleden te zien geen onverdeeld genoegen….

Twee diensten binnen 24 uur . In oude kerken ben ik altijd extra doordrongen van het feit dat wij in een eeuwenoude traditie staan. In 1994 stonden wij met onze jongste op de arm bij het doopvont van Bentheimse zandsteen uit de 13e eeuw. De kerk heeft haar eigen rituelen, die in de loop van de eeuwen natuurlijk veranderd zijn, maar in essentie gelijk zijn gebleven. Het geeft ons houvast op de levensweg. Daar kan een lied uit een bundel van 1938 dus ook aan bijdragen. Evenals een liedje van Elly en Rikkert uit het nieuwe liedboek.

Reageren

25 april: Zwijnepuiten en Gruitjetuiten

Donderdagmorgen las ik in het Dagblad van het Noorden een column van Jan Wierenga. Hij had het over het huishouden van studenten. Daar kan ik met drie studerende dochters natuurlijk ook over meepraten. Om het op z’n Drents te zeggen: ‘Breek mij de bek niet lös’.

Maar daar wou ik het niet over hebben, ik wil het hebben over Jans woordkeuze. Hij heeft het over ‘Zwijnepuiten en gruitjetuiten’. Voor mensen die geen streektaal verstaan zijn dat niet bestaande woorden. Iedere noordeling echter weet wat hij bedoelt. Hij heeft twee typisch groningse woorden, namelijk zwienepuut’n en groetjetoet’n, vertaald in het Nederlands.
Ik moet altijd gniffelen om dit soort humor. Het doet mij denken aan een vriendinnetje op de Lagere school, die haar jas (met een zakdoek in de jaszak) in de gang had hangen. Ze had een snotneus en vroeg; “Meester, mag ik even mijn zaddoek uit de buis halen?” Drenten noemen een zak in een kledingstuk altijd een ‘buze’.

Ooit woonde ik een lezing bij van een mevrouw die een grappig boekje had geschreven in het Drents. Ik weet helaas niet meer wie dat was, maar ze had een heel komisch verhaal. Ze voerde een klein toneelstukje op als een drentse vrouw die belde met de moeder van een vriendinnetje. Die moeder kwam uit het westen van het land.
“Nou bink wal wat zenuwachtig, heur” vertelde ze aan de zaal “want nou moe’k ‘in’t hoge” (hooghollands bedoelt ze)
Ze voerde een hilarisch gesprek, waarin ze allerlei dingen verkeerd zei, maar één zin is me bijgebleven. “Dat maak ik klaar met sijpels. SIJPELS! U weet wel, daar as je altijd zo van moet reren!”
Mijn oma Vrieswijk was ook een ras-noordeling. Mijn vader vertelde dat ze eens in een brief had geschreven (over een verjaardag waar familieleden al dan niet aanwezig zouden zijn): “goenen kunnen wel, goenen kunnen niet.” De vertaling van ‘goenen’ is ‘sommigen’. Dat lijkt er toch ook niet op?

Wij spreken tegenwoordig als Noordelingen over het algemeen prima Nederlands. Maar als ons accent ons niet verraadt, dan zijn het wel de dingen als: “Is de winkel al los?” en “Waar kom je weg?” Uut Drenthe. En dat much ie best heuren. Niks mis met.

Reageren

24 april: Meer dan zingen alleen

In deze weken, waarin ons leven in het teken staat van de chemo kuren, is er een wekelijks uitje waar ik steeds weer naar uitkijk: de cantorij repetitie op donderdagavond. Aanstaande zondag zingen we in een viering in de Catharinakerk dus gisteravond was er weer ‘puntjes op de i-repetitie’.

We zaten in een andere opstelling, dat wil zeggen: zoals we zondag ook zitten. De bassen constateerden dat de alten ‘niet schuifbaar’ waren, we deden even een kleine stoelendans, het duurde al met al iets langer dan anders maar toen waren we dan ook geïnstalleerd.
S. had zich afgemeld voor gisteravond. “Wat heeft ie dan?” werd er gevraagd. We willen namelijk wel graag alles weten. Onze nieuwsgierigheid werd helaas niet bevredigd, want als je niet komt hoef je geen reden op te geven.

Om onze zelfredzaamheid wat te bevorderen deelde de cantrix mee dat ze de nummers niet ging noemen: we moesten zelf aan de hand van het overzicht de liederen opzoeken. En daar mochten we ook niet over mopperen. Iemand mompelde ‘waar is de democratie….’, maar het viel uiteindelijk allemaal erg mee. Cantrix vergat om de haverklap dat ze de nummers niet zou noemen.

Bij één lied vond cantrix dat het niet gelijk werd gezongen.
“Nu doe ik even niks, jullie zingen het lied nog eens en dan luister je goed naar elkaar.” Zonder haar handgebaren ging het beter. Dat geeft te denken.

Na de pauze vertelde een sopraan trots dat zij statistisch gezien degene was die het vaakst op den repetities aanwezig was. Ik viel bijna van m’n stoel. Wordt dat bijgehouden dan?!?  Het bleek dat dat iemands hobby was. Hij had de presentielijst van ons koor gebruikt om te oefenen met een excel-bestand. Hij kon er mooie grafiekjes mee maken en zo wist hij precies wie er procentueel gezien het vaakst is. En wie de kantjes er af loopt waarschijnlijk ook, maar daar heeft hij zich niet over uitgelaten.

Om vijf voor half tien nam onze cantrix nog een groot risico: ze leerde ons nog een nieuw vierstemmig lied aan. We hebben het met z’n allen gezongen, maar daarna vond de voorzitter het niet verantwoord om ons naar huis te laten gaan. Gelukkig hoeven we dat lied pas te zingen in de viering van 31 mei. We sloten af met een bekend lied. De chauffeur van de VOR-bus  die ons oudste lid kwam ophalen kwam alvast even binnen om half tien, maar ging nog even weer naar de gang toen wij het laatste lied inzetten.
Hij deed de deur niet helemaal dicht maar liet hem bemoedigend op een kier staan….

Reageren

23 april: Website van ‘onze’ kerk

Op 1 januari >>> schreef ik over de Website-werkgroep van onze PKN-gemeente waar ik deel van uitmaak. Tot 2014 hadden we twee keer per jaar een overleg. De website ‘draait’, wordt up to date gehouden en alles wat je zou willen weten over onze gemeente staat er op.
Maar de digitale wereld staat niet stil en onze website moet worden aangepast aan de eisen des tijds. We hebben nu vaker overleg, vanmorgen spraken we elkaar weer.

Als je onze website >>> opent op je telefoon, dan krijg je de hele site in beeld op je kleine schermpje. Tegenwoordig is het bij de meeste sites zo, dat het beeld zich aanpast aan je scherm. Probeer het maar eens bij een pagina van Wikipidia: die ziet er op je telefoon heel anders uit dan op je computerscherm. Voor ons betekent dit, dat de structuur van de website moet worden aangepast. Gelukkig hebben wij een deskundige predikant in ons midden (met een nóg deskundiger zoon), die deze klus bijna in z’n eentje voor zijn rekening neemt.
“Als de site dan toch op de schop moet, laten we het dan goed doen” hebben we met elkaar bedacht. We hebben ons gebogen over de nieuwe opzet en het lijkt erop dat we voor de zomer de nieuwe lay-out wereldkundig maken via het World Wide Web. Ik hou mijn lezers hiervan op de hoogte.

Als werkgroep zijn we altijd nieuwsgierig of onze website in een behoefte voorziet. We doen erg ons best om alle gegevens bij te houden en de nieuwste informatie met de lezer te delen. Meestal horen we niets, maar vorige maand kregen we een megacompliment waar we weer maanden op kunnen teren.

Gerard en ik hadden een viering bezocht in de Catharinakerk.
Na afloop sprak ik iemand aan die ik niet kende en geïnteresseerd naar de foto’s aan de wand keek.
Het bleek een gast uit Rotterdam te zijn.
Hij had een studerende zoon in Groningen, die ze dat weekend met een bezoek vereerden. Ze logeerden ergens in de stad.
Hij was zelf betrokken PKN-lid en had de voorgaande weken ‘wat op internet geneusd’ naar wat voor kerkdienst hij en zijn vrouw die morgen konden gaan.
Hij was verrast door de wekelijkse informatie over de kerkdiensten van de aanstaande zondag.

Hij vond het fijn dat ook de organisten en bij vermeld stonden.
Hij had informatie gevonden over de oude kerk en het bijzondere orgel en daarom waren ze die morgen bij ons.
Met de complimenten voor de uitgebreide en zeer gedetailleerde website.
Tadaaah!
Compliment voor ons allen.

“Jullie hebben zelfs Erwin Wiersinga >>> als organist!”
Meneer was kennelijk een kenner en vond dat wij een bevoorrechte gemeente waren. Dat vinden wij ook.

Reageren

22 april: Jong, belegen en oud…

In 1993 begon onze toenmalige dominee Hotske Postma met de gespreksgroep ‘Jong Volwassenen’. 33 was ik toen en we hadden twee kinderen van 4 en 6. De gespreksgroep ging van start met ongeveer 10 leden en het was een schot in de roos. We kwamen één keer in de maand bij elkaar en bespraken allerlei onderwerpen die betrekking hadden op het geloofsleven, de kerk. Soms bereidden we een kerkdienst voor of deden we groepsgewijs mee aan een kerkelijke activiteit.

In de loop van jaren ontstond een vaste groep, we deelden lief en leed en werden ouder.
De naam paste op een gegeven moment niet meer goed bij ons. We hebben onszelf een tijdje ‘Jong belegen’ genoemd, maar er kwam een tijd dat het woord ‘jong’ er uit moest.
We heten nu ‘Gespreksgroep ‘93′. Eén van de predikanten noemde ons ooit al eens schertsend ‘een gespreksgroep uit de vorige eeuw’. Ja hoor, ja.

In november, ik zat behoorlijk in de kreukels na het hartinfarct, kwam een gespreksgroeper een amaryllisbol brengen. Eén van de leden had voor alle gezinnen zo’n bol gekocht, met de achterliggende gedachte dat we dan met kerst allemaal een bloeiende bloem in huis zouden hebben en ons op die manier extra met elkaar verbonden zouden voelen. Wat een leuk idee!

Ik zette de bol in een pot met aarde en wachtte tot hij zou gaan bloeien. Ondertussen kregen we mailtjes met foto’s van prachtige bloemen. Het ging niet overal even snel, maar toen we in januari bij elkaar kwamen was bij iedereen de bloem tot bloei gekomen. Behalve bij ons.
Na die bijeenkomst in januari gaf ik de moed op, zette de pot met amaryllis in de fietsenschuur en vergat hem. Na Pasen zocht ik de snoeischaar.
Die vond ik, maar ik vond ook de pot met amaryllisbol terug.

MET EEN NIEUW GROEN ‘PIELETJE’.

Hij deed het toch nog.
Nu staat hij te pronken voor mijn kamerraam.
Toeval bestaat niet.

Reageren

Pagina 293 van 302

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén