een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 297 van 302

19 februari: Malle Pietje

Mijn kinderen weten niet wie Malle Pietje is. Dat is niet zo gek, want Malle Pietje hoorde bij Swiebertje en dat was een serie uit mijn kindertijd. Dus als ik zeg: “Als een soort ‘Malle Pietje’ bewaar ik kerst-bakjes-spulletjes” dan snappen ze wel wat ik bedoel, maar ze hebben hem niet op hun netvlies. Gerard kan soms ontzettend in z’n schuur zitten te rommelen op zoek naar een bepaald voorwerp en ondertussen roept ie dan: “Waor hep ik soks toch gelate!” Die keek dus ook naar Swiebertje vroeger.

Ik was wel eens benieuwd naar zo’n oude aflevering van Swiebertje. Was het echt zo leuk? Mijn broer en ik misten geen aflevering. We vonden Swiebertjes taalgebruik fantastisch (overal die rare n achter “een kopjen koffie bij juffrouw Saartjen”) en die uber-formele Bromsnor: voor kinderen van die tijd ‘helemaal te gek’!
Op You Tube heb ik gezocht naar wat oude opnames en ik heb er één gevonden. Deze aflevering >>> is uit 1973, toen was ik 12. De aflevering duurt ongeveer drie kwartier en heet: “Steek je handen uit je mouwen, Swiebelmans!” Als je tijd hebt moet je voor de aardigheid die drie kwartier er voor uit trekken. Meer dan veertig jaar geleden. Wat stak de maatschappij toen anders in elkaar.
Eigenlijk ben ik wel benieuwd wat een kind van tegenwoordig er van zou vinden.
Heb je geen tijd? Kijk dan in ieder geval naar het tijdstip 20.00 tot 22.00 (2 minuten).
Daarin komt Swiebertje in de winkel van Malle Pietje. Let vooral op die vogel Sjako. Die scheurt de hele rol inpakpapier aan gort. En als Swiebertje weggaat draait Sjako als een malle op z’n stokje rond. Als Swiebertje en Malle Pietje buiten staan zie je aan de rechterkant het decor heel licht bewegen: dat waren gewoon stukken linnen……! Als Piet vervolgens weer naar binnen stormt hoor je hem struikelen over de rotzooi. Onze generatie hoef ik niks uit te leggen. “Waor hep ik soks toch gelate…!”

Reageren

18 februari: Inkeer, versobering en verstilling

Vandaag is het aswoensdag. Na het carnaval de eerste dag van de veertig-dagen-tijd, van oudsher een tijd van inkeer en bezinning in de periode voor Pasen.

In de Protestantse kerk kennen we niet zozeer de traditie van het vasten zoals in de Katholieke kerk. Toen wij in Roden kwamen wonen werden wij voor het eerst geconfronteerd met de 40 dagen tijd. In Hoogersmilde was de Hervormde gemeente nog erg traditioneel en hadden we 7 lijdenszondagen voor Pasen. Op die zondagen was er aandacht voor de lijdensweg van Jezus, maar verder niet.

Roden was in vele opzichten veel moderner en ik sloot ik me aan bij een kerkelijke gespreksgroep met leeftijdsgenoten. Zo leerde ik de 40-dagen-periode te gebruiken om me te bezinnen op mijn leven. Eerst als gezin, aan de hand van een kalender. We spaarden geld, deden mee aan projecten en maakten één jaar zelfs een hongerdoek.
Later bekeek ik ieder jaar waar ik dat jaar voor mezelf aandacht aan wilde besteden.
Een paar voorbeelden:
• Wat doe ik met mijn tijd?
• Hoeveel tijd besteed ik aan internet en wat bekijk ik daar?
• Wat eet ik en hoeveel?
• Hoe ga ik om met de alom-aanwezige media: TV, radio, Nu.nl, krant etc.
• Hoeveel alcohol drink ik?
• 40 dagen geen spelletjes op de computer.
• 40 dagen iedere dag een half uur rust zoeken voor de geest

Reageren

17 februari: Une conte de fé

Op 11 februari schreef ik over de franse les: we moesten allemaal een sprookje in een paar zinnen beschrijven en de anderen moesten raden welk sprookje het was.
Ook vanavond kwamen we niet verder dan drie sprookjes (terwijl we er nog vijf moesten…).
En we hadden niet eens veel huiswerk, in ieder geval hoefden we niet allerlei dingen na te kijken. Maar na de petite histoires was er eerst koffie en toen kregen we het over de Elfstedentocht. Tot mijn stomme verbazing hadden de twee Amsterdammers in 1985 de Tocht ter tochten uitgereden en een kruisje gehaald. Eén van hen vertelde dat hij dat feit tot vervelens toe herhaalde op verjaardagen “want me zus is getrouwd met een Fries en die vinden dat niet leuk!”
Als het op sterke verhalen aankomt gaan we onmiddellijk over in het Nederlands. De Fries in ons gezelschap had hem ook gereden en één Drent had hem graag willen rijden: alle steden kwamen aan bod. Daar dit en daar dat. Franeker, Bartlehiem, blablabla.
Kom dan maar eens weer op de sprookjes uit. Alhoewel….. de schaatsverhalen kwamen er ook dichtbij.

De eerste begon zijn sprookje met ‘un vieil âne’ (een oude ezel). Even werd gedacht dat hij iemand aansprak, maar dat bleek een misverstand. De âne kreeg gezelschap van een chien (hond) une chat (kat) en un coq (haan). Toen wisten we het allemaal al, maar het verhaal moest helemaal uitverteld, het waren ‘Les musiciens de la ville Bremen’ (Bremer Stadtmusikanten). In onze groep is er dan altijd wel weer iemand met een schoonzoon uit Bremen …..
Het tweede was een verhaal dat niemand kende, behalve de juf. Het was dan ook een gruwelijk verhaal: Barbe-Blue (Blauwbaard) . Het kwam de heren in ieder geval niet bekend voor en dat staat ze te prijzen.
Het derde sprookje was het langst. Bij de eerste paar zinnen wisten we allemaal al wat het was, maar ook deze deelnemer moest “de beker tot op de bodem leegdrinken”. Hij heeft het hele verhaal verteld. Van deux enfants (twee kinderen), de maratre (stiefmoeder) en de petite pieces du pain (broodkruimels) en van de sorcière (heks). Toen hij vertelde over ‘une porte de sucre’ (een deur van suiker) en ‘une fenetre du marsepain’ (raam van marsepein) hebben we hem uit zijn lijden verlost. Volgens hem heette het in het Frans Hans et Phileine.
Ik waag het te betwijfelen. Wordt vervolgd.

Reageren

16 februari: Disney in de kerk?!?

Gistermorgen ging ik alleen naar de kerk. Gerard had na de verjaardag van zijn moeder en het concert van InBetween zaterdag  behoefte aan een uitslaapmoment.
Als ik mag kiezen is de organist voor mij de doorslaggevende factor. Gistermorgen was dat Arjan  Schippers. Hij durft rustig een mooie melodie uit een Disney film tijdens een kerkdienst te spelen. Dat deed hij ook eens toen we met de cantorij in de dienst zongen. Op de achterste rij fluisterde iemand: “Wat is dit!? Dit ken ik! Sneeuwwitje?” Het bleek Pinokkio te zijn. Met kerst speelde hij tot mijn verrassing “We all stand together” van Paul Mc Cartney.

Om 09.15 u zat ik al in m’n eentje in het koor te genieten. Gistermorgen excelleerde hij weer met de begeleiding van Lied 216 “Dit is een morgen….” een vertaling van “Morning has broken”. Wat Cat  Stevens op z’n gitaar speelt, speelt Arjan op het orgel.

Organisten krijgen lang niet altijd de aandacht die ze verdienen. Voor het begin van de viering teut de goegemeente naar hartenlust door hun zorgvuldig ingestudeerde muziek heen.

Ook in de begeleiding van de gemeentezang wordt de organist niet altijd goed begrepen (lees: tettert de gemeente te snel of te langzaam door  zonder op het aangegeven tempo te letten).
Enkele weken geleden was er een ouderling van dienst die begon met zijn welkomstwoorden, terwijl de organist het stuk nog niet had uitgespeeld! “Een schaande  ist!” zou de moeder van Bartje zeggen.

Gelukkig was er gistermorgen na de preek een meditatief moment. Nog even nadenken over wat er is gezegd, terwijl de organist een muziekstuk speelt. En dan op zo’n mooi historisch Hinsz-orgel >>> bij ons in de Catharinakerk. Voor mij één van de fijnste momenten van de dienst. Ik weet niet eens wat voor stuk Arjan speelde, maar ik vond het prachtig.  Muziek spoelt het stof van het dagelijks leven van de ziel.

Reageren

15 februari: Rozen voor Oma.

De 6 ingepakte rozen van vrijdag waren voor moeder/oma Waninge. Gisteren was ze jarig, ze is 90 geworden. 7 kinderen, 34 kleinkinderen en al een hele stoet achterkleinkinderen: gistermiddag vierden we met de hele familie oma’s verjaardag. Oma zelf is er nog wel bij, maar het kost wel steeds meer moeite. Ze is erg in de war als ze niet in haar vertrouwde huiskamer in het verzorgingshuis zit.
Op de tafel voor haar stond een bloembakje met narcissen waar een grote kaart met ‘90′ mét haar foto in stond te prijken. Zo werd ze onophoudelijk herinnerd aan het feit dat we bij elkaar waren voor haar verjaardag.
We hebben met elkaar gezongen, gebak gegeten, borrel gedronken en getoast op haar verjaardag.

Kadootjes hoefden we niet meer mee te nemen: iedereen nam een roos mee zodat er aan het eind van de middag een enorm boeket stond dat gisteravond meeging naar de huiskamer van het huis waar moeder woont. Zo kan iedereen er nog een poosje van genieten.

Gisteravond was het concert van InBetween waar ik op 5 februari al over schreef. Het koor zong (zoals gewoonlijk) weer fantastisch, maar de grootste verrassing van de avond was voor mij het klarinet orkest Capriccio >>>. Ze speelden samen met het koor maar ook apart. Erg de moeite waard! Toen ik gisteravond om 23.00 uur met een glaasje port op de bank zat had ik geen zin meer in m’n blog. Ik was dus niet druk met m’n 6 minnaars, mocht iemand dat n.a.v. de ingepakte rozen gedacht hebben……

Reageren

13 februari: Aordig doen

Vanmiddag stond ik bij een bloemenwinkel.
Het meisje dat mij hielp pakte 6 rozen apart voor mij in. De meneer van de winkel deed zijn best om een ietwat chagrijnige oude mevrouw wat op te peppen; “Het is lekker weer hé?”
“Ja, achter ’t glas” snibde ze, “ik gao gauw weer naor huus want ’t is zo kold!”
Zucht.
Eigenlijk zei ze niet eens iets onaardigs, maar het was de manier waarop ze het zei.
Kortaf en zuur.
Dat hoeft niet.
De winkeleigenaar hield ook onmiddellijk op met zn babbeltje en vervolgens stond de mevrouw nog een paar minuten te kijken naar wat hij voor haar inpakte.
Mijn rozen waren ook ingepakt en ik liep met 6 ingepakte rozen over straat.
“Zo mevrouw, U heeft veel minnaars!’ riep iemand (met het oog op Valentijnsdag morgen).
“Ja! Ik hou van heeeel veel mensen!” zei ik terug.
We lachten allebei en liepen verder.
Twee kleine voorvallen die mijn dag inkleuren.
Waar ik dan ook nog even over nadenk.
“Mama weet bij iedere situatie wel een liedje van Daniël Lohues te vinden” zei dochter Carlijn laatst. Ook in dit geval haal ik hem maar weer eens voor het voetlicht: “Aordig doen tegen meinsn die niet aordig doen”>>>. Luister en geniet. En bedenk: een glimlach is een face-lift die in ieders bereik ligt.

Reageren

11 februari: Outroupistache, une conte de fées

Franse les. Tien jaar geleden ben ik er mee begonnen. Mijn dochters konden zich destijds nauwelijks voorstellen dat ik dat vrijwillig ging doen. “Moet je dan ook huiswerk maken!” Ja, ook nog. Belachelijk! In hun ogen dan. Maar wij wilden graag naar Frankrijk op vakantie en van mijn MAVO&HAVO-frans was bij wijze van spreken alleen ‘Je ne sais pas’ blijven hangen.

De franse les is één van de beste dingen die me de laatste jaren zijn overkomen. Het is een wonderlijke mengeling van mensen. De oudste is 70, de jongste net 40. De meesten zijn opa en oma, maar eentje is nog maar een jaar papa.
Er zijn twee westerlingen met roots in Amsterdam, er is een Fries en er zijn vier Drenten.

De nadruk ligt op de spreekvaardigheid. Niets ten nadele van deze groep, maar spreken gaat iedereen zeer goed af. Te goed soms. We beginnen iedere les met een ‘petite histoire de la semaine passé’ (klein verhaaltje over de afgelopen week). Lief en leed wordt gedeeld. En dat al tien jaar lang, niet verwonderlijk dat het inmiddels een vriendengroep is geworden.
Voor gisteravond was het huiswerk: 4 taaloefeningen uit het boek en “beschrijf een sprookje in ongeveer 10 zinnen, de anderen moeten dan raden welk sprookje je bedoelt.”
Nou ben ik gek op sprookjes (lees 3 november >>>), dus ik heb er wel twee voorbereid. Voor als iemand anders hetzelfde sprookje zou vertellen.

Met de ‘klep-kato’s’ van onze groep is het hard werken voor de juf om eerst alle ‘petite histoires’ te horen, vervolgens alle oefeningen na te kijken en dan nog 7 sprookjes bespreken. Binnen een uur. Mission impossible. Want we drinken ook nog koffie tussendoor. De juf vroeg nog wel om het kort te houden. Maar er waren weer spannende verhalen over diefstal uit een beeldenwinkeltje, een vader die een week alleen op z’n kind had moeten passen, een wintersportvakantie met veel te veel sneeuw en een ‘conference trés interessante’. Als we de oefeningen nakijken is er altijd wel iemand die moet zoeken waar de antwoorden ook maar weer staan. Of die z’n eigen handschrift niet goed kan lezen. Kortom: het lukte niet.

Welgeteld twee sprookjes hebben we gisteravond kunnen doen. Repelsteeltje (we wisten het franse woord daar niet voor, blijkt Outroupistache te zijn) en “La prinsesse au petite pois” (prinses op de erwt). Een van de dames vertelde dat ze als 13-jarig meisje op een corsowagen die prinses had mogen spelen. Ik verheug me nu al op die foto volgende week! Wordt vervolgd dus…..

Reageren

8 februari: Willem, Rennie e.v.a.

Vanmorgen werkten Gerard en ik mee aan een aangepaste dienst in de kerk in Westerbork.
Aangepast aan een groep verstandelijk beperkte mensen uit heel Drenthe. De groep bestaat in zijn geheel wel uit zo’n 50 mensen die verspreid over 8 à 10 dorpen rond Beilen/Smilde/Hoogeveen wonen.
Eén keer in de twee maanden wordt voor deze groep een bijzondere dienst georganiseerd, steeds in een andere gemeente. Wij zingen al meer dan 25 jaar als duo en werken ook al meer dan 25 jaar mee aan deze diensten. Eén keer in de twee jaar ongeveer. In de loop van de jaren zijn wij voor deze groep dus ook ‘bekende Drenten’ geworden. Toen we vanmorgen aan het inzingen waren kwam Renny al wijzend de kerk binnen: zij had haar tamboerijn al meegenomen!

We doen altijd ons best om de liedjes die we zingen aan te passen aan het niveau van de groep en ook vanmorgen lukte dat weer prima. Iedereen doet erg zijn best om mee te zingen. Vanmorgen zongen we een vierstemmige canon over de storm!
Voor het dankgebed vroeg de dominee of iemand nog iets wist waar we voor konden bidden.
Rennie vond prinses Caroline van Monaco wel een geschikt onderwerp. Die had toch ook al haar eerste man verloren? Willem vroeg aandacht voor ‘steeds maar die oorlog overal’. Volgens hem mocht het nu wel eens afgelopen zijn. De dominee schreef stoïcijns alle onderwerpen op en benoemde vervolgens alles in het gebed.

Tijdens de koffie mocht ik tussen Dirk en Hennie inzitten, tegenover Willem. Dirk is namelijk ook heel muzikaal, evenals Willem. Dirk is tamboer-maitre bij de drumband in Assen en Willem doet daar de bekkens. Hennie was helemaal blij dat ik naast haar zat, want wij hebben vroeger gezongen bij haar belijdenis. Dat deed ze toen samen met haar vriendin Wilma. Wilma wilde toen eigenlijk ‘de kauwgomballenboom’ als verzoeknummer laten zingen, maar dat paste niet zo goed in de kerkdienst, dus dat hebben we toen later bij de koffie maar gezongen. Wat ik me uit die dienst herinner is dat de dominee vroeg waarom de dames belijdenis deden, waarop één van hen heel triomfantelijk zei: “Dan hoef ik niet meer naar catechesatie!”

Sommige mensen vinden dat je geen aangepaste diensten voor deze groep moet organiseren, maar dat er in iedere viering een moment voor hen zou moeten zijn.
zie website ‘Opkijken’>>> 
Maar de groep ouders en begeleiders van deze Drentse groep doet het op deze manier en wij weten van hen hoe belangrijk de aangepaste diensten zijn voor de groep verstandelijk beperkte mensen. Wij vinden het een geweldig initiatief en vinden het een eer dat we al zo lang mogen meewerken aan deze vieringen. Dat doen we met liefde nóg 25 jaar.

Reageren

7 februari: Konaintje!

Gisteren had ik het over mijn broertje. Toen hij drie was en wij samen de Donald Duck lazen mocht ik dat zeggen. Maar nu is hij grote broer geworden. ‘Broertje’ dekt de lading niet meer, zeg maar.

Dwergkonijntje in de handen van mijn schoonzus.

Zijn vrouw, mijn schoonzus, is een trouwe volger van mijn blog en tot mijn grote genoegen heeft zij een eigen website mét blog in het leven geroepen.
Zij heeft als hobby namelijk het fokken van dwergkonijntjes met een Hollandertekening.
Wie het gezin waarin mijn broer en ik zijn opgegroeid een beetje kent weet dat wij ‘anti-dier’ zijn opgevoed. Katten, honden, konijnen, cavia’s: mijn ouders hadden er een gruwelijke hekel aan. Wij stonden vroeger het liefst op campings waar huisdieren niet waren toegestaan.

Mijn broer en ik zijn allebei getrouwd met uitgesproken dierenliefhebbers. Bij ons is het beperkt gebleven tot een paar konijntjes in het begin van ons huwelijk en cavia’s voor onze dochters. En af en toe passen we op het konijn van Harry. Onze buurman.
Toen mijn broer verkering kreeg met mijn schoonzus had zij twee katten. Toen ze gingen samenwonen bleek hij daar allergisch voor. Wat jammer nou…..de poezen moesten weg.

Inmiddels zijn ze al jaren getrouwd en ze hebben vissen, cavia’s en die dwergkonijntjes dus. Mijn broer bemoeit zich daar niet mee. Schoonzus heeft de volledige regie over de dieren. Maar die website, daar heeft mijn broer zich wel mee bemoeid. Hij is per slot van rekening ict-er.

Schoenmaker, blijf bij je leest. Als we nou gewoon allemaal doen waar we goed in zijn komen er prachtige dingen tot stand. Klik hier voor de website www.dwergplaneet.nl >>>

De website is nog niet helemaal klaar, maar het begin is er!

Reageren

3 februari: Gouden jaren met macaroni en Smac

gouden jarenVan vrienden uit Peize kreeg ik voor mijn verjaardag een boek.
Het heet “Gouden jaren” en de ondertitel is: ‘hoe ons dagelijks leven in een halve eeuw onvoorstelbaar is veranderd.”, geschreven voor Annegreet van Bergen.
Het is een fantastisch boek.
Eén minpuntje: je realiseert je onophoudelijk dat je oud wordt.
Oud bent.
Oma vertelt…..dat gevoel.

Maar dat is het enige minpuntje.
Voor het overige is het een feest van herkenning.
Verhalen over het huishouden, de komst van de wasmachine, de stofzuiger, de verwarming van het huis, eetgewoonten: je beseft door het lezen van dit boek pas hoezeer de maatschappij veranderd is. En dat je zelf bent meeveranderd.
Een klein stukje uit het hoofdstuk ‘buitenlandse keukens’ wil ik graag delen op dit blog. Ik citeer:
SmacWanneer mijn moeder op zaterdag macaroni maakte, liet ze eerst gesnipperde uien op een laag vuur langzaam garen. Een keukentechniek die tegenwoordig ‘slow’ is en bekendstaat als het karamelliseren van uien: ze worden er zo lekker zoet van.
Vervolgens opende ze een blikje Smac, waarbij ze moest uitkijken zich niet te bezeren aan de vlijmscherpe randen, daarna sneed ze het ingeblikte varkensvlees in stukken en deed het, inclusief het drillende strogele vet, bij de uien. Dan strooide ze er de kerrie over en roerde er de gekookte macaroni doorheen. Op tafel stond een flesje Maggi en daarmee brachten we deze onverslaanbare combinatie van zoet, vet en zout verder op smaak.

Vandeweek was ik een dag op stap met een dierbare vriendin. Wij delen alles op boekengebied, dus ik vertelde over dit boek en met name over de macaroni.
“Ja!” zei ze “Dat maak ik nog steeds, in de vakantie. Lekker makkelijk en hartstikke lekker.”
En inderdaad, het is ook vast onderdeel op onze campingtafel. Er gaat altijd een blikje Smac en een pak macaroni mee in de caravan. Sweet memories……!

Reageren

Pagina 297 van 302

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén