Categorie: Alledag Pagina 296 van 310
Op 24 mei >>> schreef ik over Frea’s vergissing omtrent de Gallileeërs en de Galliërs.
Een vermakelijke vergissing die haar tot in lengte van dagen nagedragen zal worden. Een soortgelijke anekdote stamt uit de periode dat ze op de basisschool zat.
Meester had in het kader van bijbelse geschiedenis het verhaal van Simson verteld. Simson doodt 30 Filistijnen met een ezelskaak. Benieuwd naar het verhaal? >>>>
Meester had gevraagd of ze van het verhaal een tekening wilden maken.
De tekening bezorgde mijn vader destijds bijna een rolberoerte van het lachen.
We zien Simson met een grote bos haar en een bot in zijn handen en we zien de Filistijnen met Romeinse helmpjes op op de grond liggen, met tekstballonnetjes erboven met teksten als: ‘Ga in het leger zeggen ze dan………….’
Teksten en poppetjes die zo uit een Asterix en Obelix-boek komen. Wij vonden het ontzettend komisch!
Lezen is voor kinderen ongelooflijk belangrijk. Frea ‘vrat’ boeken: ze las alles wat voorhanden was. Je kunt de Asterix en Obelix reeks afdoen als een simpele stripserie, maar het leert je heel veel over de Romeinse periode in onze geschiedenis. Ik weet bij Triviant soms antwoorden omdat ik Asterix en Obelix heb gelezen.
Wij zijn al begonnen met voorlezen toen ze nog baby’s waren. Iedere dag, bij het slapen gaan, maar ook overdag. Tussen de middag voorlezen uit de kinderbijbel. Een boekje bij de koffie. Voor hun tweede verjaardag waren de dames al lid van de bibliotheek. Als wij nu bij jonge ouders op kraambezoek gaan neem ik altijd een zelfgebreid vestje én een voorlees-prentenboek mee. Met het dringende advies: ga voorlezen! Hieronder een foto uit 1990. ’s Morgens vroeg, als de kinderen nog maar net uit bed zijn, leest opa al een boekje voor.
Zomertelevisie. Is er nog wat op vanavond? Wij hadden ons verheugd op een nieuwe serie “Met het mes op tafel”, maar zelfs dat bleken herhalingen te zijn van een vorig seizoen.
Wat een armoede eigenlijk, herhalingen van een quiz….
Wat ik nou echt leuk zou vinden als herhaling zijn de afleveringen van “Una voce particolare” >>>, tot 2010 uitgezonden door de NCRV. Met Ernst Daniel Smit.
Het was een soort talentenjacht (net als “The Voice” en “Holland ’s got talent”), maar dan gericht op de lichte klassieke muziek. Er kwamen werkelijk pareltjes voorbij.
De mooiste in al die jaren vond ik een bijdrage uit 2004 van Peter Vos, een arts die als hobby tenor zong. Hij zong een stuk uit “Entführung aus dem Serail”>>> van W.A. Mozart.
Hij heeft een mooie, heldere stem en gaf een prachtige uitvoering van het stuk ‘Wenn die Freudetränen fliessen”. Hij kwam in de finale en die opname staat nog op internet, uitgevoerd met een compleet orkest. Kijk en geniet >>>. Peter heeft de finale niet gewonnen, maar via zijn website weet ik dat hij als amateur nog regelmatig optreedt, bij een koor zingt maar vooral: dat hij erg geniet van het zingen en van de muziek. Daar is de meeste muziek per slot van rekening voor bedoeld: genieten!
Meer horen van Peter Vos? Kijk op zijn website >>>

Vanmorgen is Gerard gebeld door de hematoloog van het UMCG.
Hij had een (voor ons) verpletterende mededeling.
De stamcelbehandeling die vrijdag zou beginnen kan niet doorgaan.
Men heeft de bloeduitslagen uitvoerig bestudeerd en komt tot de conclusie dat het eiwitgehalte nog te hoog is. Het zou (ten opzichte van de eerste metingen) minimaal met de helft gereduceerd moeten zijn en dat is net niet het geval.
Het is niet verstandig om dan toch met de stamceltransplantatie te beginnen.
We worden nu weer terugverwezen naar het Martiniziekenhuis
Het is de bedoeling dat Gerard nu eerst een medicatiecyclus in gaat. Een periode van drie weken pillen slikken en één week rust. En dat drie keer achter elkaar, dat zal al met al ongeveer drie maanden beslaan.
Als de medicatie dan zijn werk heeft gedaan zullen de eiwitten op een goed niveau zitten en zal het stamceltraject alsnog ingezet worden.
Meer informatie hebben we op dit moment niet, dinsdag a.s. (de 21e) hebben we een afspraak met de hematoloog van het Martiniziekenhuis.
We zijn erg teleurgesteld dat het nu nog weer zoveel langer gaat duren.
We hebben even tijd nodig om de knop om te zetten.
Vanavond hebben we onszelf verwend met een etentje buiten de deur.
Dat hielp al een beetje
Op 17 juni schreef ik over mijn eerste kennismaking met yoga. Toen was ik nog in de veronderstelling dat het alleen yoga was. Maar het heet Club-Yoga. Een combinatie van Yoga, Tai Chi en Pilates. Dit staat in de wervende teksten:
Clubyoga is een groepsfitnessprogramma gebaseerd op oosterse ontspanningsoefeningen uit de yoga en t’ai chi. Tijdens de les richten we ons op ademhaling en concentratie, waardoor de geest geprikkeld wordt. Daarnaast prikkelen we het lichaam door oefeningen gericht op coördinatie, flexibiliteit en kracht. ClubYoga vormt een ideale combinatie van ontspanning en inspanning.
Dat doe ik dus nu. Vandaag was de vierde keer. Het begint al wat te wennen, maar ik kan het nog steeds niet erg goed. Dat komt omdat er een heleboel spieren zijn die ik al een tijdje niet meer gebruik. Sommige dingen krijg ik fysiek niet eens voor elkaar, bijvoorbeeld op je hurken zitten met je benen ongeveer een meter uit elkaar. Een ‘Full squat’ heet het, maar dat knopje zit er bij mij gewoon niet op. Ik val achterover als ik dat doe. Of de oefening waarbij je met je één schouder op de grond je arm naar voren moet strekken. Lukt niet. Het is maar goed dat onze instructeur (inderdaad, die leuke J.) af en toe zegt dat we moeten ademhalen, want met sommige moeilijke poses zou je dat haast vergeten.
Maar de meeste oefeningen kan ik wel. Of bijna. Wat ik dan weer grappig vind is dat je bij één oefening met je lichaam gebogen op één been moet staan met je beide armen gestrekt, alsof je zweeft. Dan sta ik wankelend op dat ene been, heb beide armen los en dan klinkt uit de luidsprekers het liedje: “It’s a miracle…” Dat vind ik dan ook.
Het is de bedoeling dat ik dit blijf doen. In juli sowieso nog, in augustus en september stop ik even voor de perikelen rondom de stamceltransplantie van Gerard, dan wil ik niet vastzitten aan vaste tijden. Op You Tube vond ik een filmpje met wat oefeningen, zodat ik het thuis een beetje bij kan houden. Hoop ik…
Vanmorgen werd ons kleine achterneefje gedoopt, zoontje van onze nicht en haar man die in Roden wonen. Voor mijn zwager en mijn schoonzus is dit het eerste kleinkind.
De familie verzamelde zich in de hal. Voor ons altijd bijzonder om familie en bekenden in ‘onze kerk’ te ontmoeten.
Het was een feestelijke viering. Schoonzus las een gedicht,

zwager ontstak de doopkaars. De ouders hielden trots hun kind ten doop. De dopeling was al ruim een half jaar oud en reikte met z’n kleine handje verlangend naar het water in het doopvont. We zongen een lied op melodie van Morning has broken, we zongen een ‘negro-spiritual’ en één lied liep gierend uit de hand omdat de gemeente massaal een geheel verkeerde melodie zong. De organist staakte uiteindelijk zijn spel en na het opnieuw vaststellen van de goede melodie werd het lied alsnog uit volle borst meegezongen. Heerlijk als er af en toe ook eens iets fout gaat!
Ook al was het een moderne dienst, de doop is en blijft een oeroude traditie. De woorden zijn eeuw na eeuw vernieuwd en aangepast aan de tijd, maar de essentie is hetzelfde gebleven: welkom in Gods handen, het water is een teken van zijn eeuwigdurende liefde en trouw.
In deze dienst was ook aandacht voor het overlijden van een gemeentelid. Haar naam werd genoemd en de datum van de afscheidsdienst. Bij mij bleef naderhand deze zin hangen. “Dat haar nagedachtenis tot zegen mag zijn.”
In een kerkelijke gemeente gaan blijdschap en verdriet, in dit geval doop en afscheid, altijd samen op. Waar de ene familie blij en gelukkig bij het doopvont staat, heeft een andere familie verdriet om afscheid en gemis.
Wij hebben zelf ook al in zeer verschillende rollen voor in de kerk gestaan. Als dopeling, als bruid en bruidegom, als ouders van een dopeling, als kind van een overleden ouder. Altijd staat er een gemeente om je heen. In Oldenzaal, in Hoogersmilde en in Roden. En altijd is er de kerkdienst met een vaststaande liturgie, waar de bijbehorende rituelen aan worden opgehangen, maar waarvan je de inhoud voor een groot deel zelf bepaalt.
Dat is de kerkelijke traditie waarin wij zijn opgegroeid en die ons houvast geeft in ‘goede en kwade dagen’. Vanmorgen was er vooral aandacht voor de liefde: verspreid zo veel mogelijk liefde.
Zoveel liefde (dacht ik later in de dienst) dat je nagedachtenis tot zegen mag zijn. Wat een waardevolle tip!
Laot een gemiddelde Nederlander boo’mstaond woord zien en hij zal niet begriepen wat het betiekent. Het is zun typisch Drents woord dat Gerard wel ies gebruukt. Net as vőllegie. En sukkelaogie. Mien schoonolders bint opgruid in de omgeving van Beilen. Hiekn, Wiester, die kaant uut. Het hiele veurgeslacht van Gerard komp uut Drenthe. Dat heb ik uutzőcht tot an de zeumtiende eeuw an toe. Hij is dus een hiele echte. Met bijbeheurend taolgebruuk.
Wij hebt oonze kiender opvoed met het Nederlands. Gerard ondervund zőlf wat last van zien streektaolachtergrond en in die tied was d’r op de basisschool waor as oonze wichter hen gungen ok gien ien kiend dat Dreins preut. Oldste dochter Frea is inmiddels taolkundige en haar het achterof wel graag leren wilt. Harriët hef zőlfs wel ies een poging ondernummen, maor dat is niet meer lukt.
Maor de dochters schaamt zich dr niet veur dat ze uut Drenthe komt, ze gooit d’r of en toe nog wel ies een Drents woord tussen. “Doe zo aj zeggn, dan lieg ie niet”. Zukswat.
Frea hef ooit ies in de kroeg waor ze warkt in Nottingham
“de mooiste meid van Slien” van Roelof & Harm zungen. Vun’n ze mooi daor in Engeland. Ze legde in ’t kört uut waor het lied over gung. Toen ze later weer ies de gitaar metnam hen de kroeg vreug één van de stamgastn: “Please sing that song for us about the guy who’s in love with his horse…”
Ze haddn het dus niet hielemaol begrepen. Luuster >>> maor ies naor wat Roelof & Harm zingt.
Hoe kwam ik hier nou op? Vanmörgn zaatn wij an de koffie en Gerard vreug: “Wat bi’j an t haken. Gedienegies?”(Gordijntjes) Vun ik een mooi Drents woord. Net as völlegie (veulentje). “Weet je wat ik het mooiste Drentse woord vind?” vreug Carlijn. “Sukkelaogie”.

Op 11 augustus 2014 startte ik met dit blog. Gerard en Carlijn zaten een week in Moldavië voor een uitwisselingsproject van de ZWO en ik was een week helemaal alleen thuis. In die week heb ik mij verdiept in het opzetten van een weblog. Hoe doe je dat? Wat is het onderwerp? Wie zijn de blog-aanbieders? Wat kost het?
Elf maanden heb ik er nu op zitten. Het begon met drie vormen van handwerken: breien haken en borduren. Al snel werd het uitgebreid naar andere hobby’s: geschiedenis, lezen en muziek, later volgden koken en bloemen. Toen ik op 25 oktober een hartinfarct kreeg bleek het blog een fijn medium om mensen op de hoogte te houden van de stand van zaken en toen Gerard werd getroffen door de ziekte van Kahler heb ik de rubriek Alledag toegevoegd voor af en toe een update van zijn toestand.
In eerste instantie wilde ik dit weblog een jaar gaan bijhouden. Als een soort experiment. Wat mij betreft is het experiment geslaagd. Vanaf augustus 2014 heb ik maar een dag of tien niet gepubliceerd. Ik leerde beter formuleren, vond een manier alvast wat blogs ‘van te voren’ te schrijven en kan mensen nu naar mijn weblog verwijzen als ze vragen naar een patroon, een recept of hoe het met Gerard gaat. Nu ben ik mij aan het beraden over het vervolg en overdenk de volgende vragen:
– hoe ga ik verder met mijn weblog? Blijft het dagelijks of om de andere dag, of wekelijks?
– doe ik dat bij de huidige aanbieder ‘Blogse.nl’ met reclameboodschappen bij mijn teksten of neem ik een andere webhost?
– Zal ik een andere naam kiezen? Het gaat immers al lang niet meer alleen over handwerken. Alhoewel…. onder ‘meer’ kun je natuurlijk van alles wegschrijven.
– blijft het in deze vorm of moet er iets bij? Of moet er iets af?
Het zou mij helpen als mijn lezers met mij mee zouden denken en mij zouden adviseren over het vervolg. Daarom het volgende verzoek: wil je mij laten weten of je voor mij een bruikbaar advies hebt voor wat betreft de bovenstaande vragen? Dat kan via dit weblog ( bij reacties) maar ook gewoon in een gesprekje bij de Jumbo. Of bij het koffiedrinken na de kerk. Of even doorgeven aan Gerard of ‘ mien wichter’.
Of heb je ideeën of suggesties over een andere webhost zonder reclame? Laat het me weten.
Per 1 september begin ik met mijn ‘weblog nieuwe stijl’. Misschien blijft alles wel bij het oude en blijkt er geen behoefte aan een nieuwe stijl!
1 september duurt nog bijna twee maanden, die tijd zal ik gebruiken om de reacties te inventariseren en ‘my mind op te maken’. (Een anglicisme van Frea) .
‘Evalueeeruh’ dus. Een typisch ‘management’-woord. Maar dat is tenslotte ook mijn werk.
Vroeger heette het UMCG het Academisch Ziekenhuis Groningen, afgekort AZG.
In de volksmond was je daar ‘op het hoogste adres’.
Ook nu hebben we een beetje dat gevoel: de basis is gelegd in het Martiniziekenhuis, voor ‘het echte werk’ gaan we nu naar het UMCG. Bij mijn vaatziekte is dat hetzelfde: catheteriseren en de nazorg gebeurt in het Martini, de stents worden er in het UMCG in gezet.
Gistermorgen gingen we al vroeg op weg.
We moesten nog parkeren, zoeken waar we moesten zijn en we hebben een hekel aan stressen.
We meldden ons gistermorgen om 09.40 uur bij de Centrale Balie, men schreef Gerard in als patiënt en we kregen een UMCG-pas.
Voor het daadwerkelijke intakegesprek moest Gerard eerst bloedprikken. Tegenwoordig gaat de voorafgaande procedure helemaal digitaal. De papieren lagen al voor ons klaar, we kregen een nummer en een letter en konden plaatsnemen in de ‘prik-poli-wachtkamer’. We voelden ons als Hansje in Bosbessenland.
Als je nummer op de schermen (die overal in die wachtkamer hangen) verschijnt moet je je melden bij een letter: een afgeschermd hokje met hele ritsen gekleurde bloedbuisjes waar medewerkers aan de lopende band mensen prikken.
Waar je je ook meldt in een ziekenhuis: de eerste standaardvraag is “Wat is uw geboortedatum, meneer Waninge?””
Daarna volgde afspraak bij de afdeling Oncologie.
Hier is de technologie nog weer wat verder gevorderd.
Op je afsprakenbrief staat een streepjescode, als je binnenkomt hou je die voor een scanner, die registreert dat je er bent.
Je neemt plaats in de wachtkamer en vervolgens komt je nummer met de betreffende spreekkamer in beeld (op zo’n zelfde scherm als in de prik-poli) en kom je bij de arts binnen.
Natuurlijk prima geregeld allemaal. Gistermorgen was voor ons de eerste keer op deze afdeling, dan word je vriendelijk welkom geheten en krijg je uitleg hoe het allemaal in z’n werk gaat.
Onze contactpersoon vertelde dat patiénten soms het gevoel hebben dat ze niet meer dan een nummer zijn. Het ironische hiervan is dat het nummer-oproep-systeem een verzoek was van nota bene de Cliéntenraad, die het roepen van de naam van de patiënt niet vonden passen in het kader van de privacy van de patiënt.
Ook op het hoogste adres zullen we op den duur onze weg wel weer vinden. Het is leuk om te bedenken dat dit ziekenhuis ooit is begonnen met 8 bedden. Klik hier voor een klein stukje geschiedenis >>>
Lang hebben we uitgekeken naar deze dag: intakegesprek in het UMCG.
We hadden eerst een aantal administratieve handelingen, bloedprikken en om 10.45 uur een gesprek met de hematoloog.
De arts was uiterst vriendelijk en had alle tijd voor ons. Hij stelde enkele vragen over Gerard’s huidige toestand, onderzocht hem vluchtig en constateerde dat Gerard er na vier chemo’s nog redelijk goed aan toe was. Goed genoeg om met het stamceltraject te beginnen.
Hij nam nog eens met ons door wat er ging gebeuren: eerst de stamcelafname en drie weken later de stamceltransplantatie.
Daarna hadden we een uitgebreid gesprek met de Verpleegkundig Specialist die de komende periode onze contactpersoon is. Zij nam het hele proces met alle ‘inn’s & outs’ met ons door en dat was heel veel. Het nam bijna een uur in beslag.
Als alles volgens planning verloopt beginnen we volgende week vrijdag 17 juli met de behandeling.
Die vrijdag wordt Gerard opgenomen in het UMCG en volgt er eerst een ronde langs een aantal specialisten: longarts, cardioloog, kaakchirurg, etc. Die gaan bekijken of er nergens ontstekingen zijn en of het traject kan beginnen. Daarna krijgt hij een chemobehandeling, die er voor gaat zorgen dat de stamcellen worden gestimuleerd om zich vanuit het beenmerg te verplaatsen naar het bloed. Die chemobehandeling wordt voortgezet met drie dagelijkse injecties, maar daarvoor hoeft hij niet in het ziekenhuis te blijven, hij mag, als alles goed gaat, zondag 19 juli weer naar huis. Die injecties kan hij zichzelf toedienen. Na 5 á 6 dagen hebben zich zoveel ‘goede stamcellen’ in het bloed verzameld, dat men kan beginnen met de stamcel afname, zij noemen het ‘oogsten’.

Daarvoor moet Gerard zich maandagmorgen 27 juli melden. Met een infuus in de ene arm wordt het bloed uit zijn lichaam gehaald en door een soort ‘centrifuge’ gehaald, zodat ze de goede stamcellen er uit kunnen filteren. Na dat filteren wordt het bloed via een infuus in de andere arm weer teruggebracht in het lichaam. Hiervoor moet hij twee of drie dagen achter elkaar naar het UMCG, afhankelijk van hoeveel goede stamcellen er zijn geoogst. Die stamcellen worden ingevroren en bewaard tot de stamceltransplantatie.
Drie weken daarna kan worden begonnen met de transplantatie. Als we op de kalender kijken zal dat zijn in de week van 17 augustus. Dan zal Gerard minstens drie weken in het UMCG worden opgenomen.
De data zijn gesteld. Maar er zijn nog wel veel ‘alsen, mitsen en maren’.
17 juli, als geen ontstekingen zijn en mits er een bed vrij is, anders wordt het een week later.
27 juli als de behandeling aanslaat.
17 augustus, maar dan moet het in het voorgaande traject wel goed zijn gegaan.
Via dit blog zal ik steeds de ontwikkelingen melden.
Wordt vervolgd dus