een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 3 van 277

9 maart: Meer dan 24 uur.

Vorig jaar werd mijn broer 60. Ook al vintage!
Wij gaven hem geen cadeau, maar een uitnodiging voor een familie-uitje: met z’n vieren een dagje weg.
Het tweede weekend van maart leek misschien nog wat vroeg in het jaar, maar we hoopten dat het weer een beetje mee zou vallen.
‘Meevallen’ is een understatement: zulk fantastisch weer hadden we absoluut niet verwacht!

Het reisdoel van zaterdag 8 maart was familie-gerelateerd: we gingen nog eens een bezoek brengen aan de camping van Ome Jo.
Het was de jongste broer van mijn vader en lichtelijk onaangepast; daarover schreef ik al eens blog met de titel: Ome Jo en Rudolf Schock.
Hij bleef zijn hele leven lang vrijgezel, deed door zijn levensstijl af en toe wat stof opwaaien in de familie en ging altijd zijn eigen, ondoorgrondelijke gang.
In de jaren ’70 had hij een vaste plek op een camping aan de Ems in Steinbild, een dorpje in Duitsland ter hoogte van het Groningse Sellingen.

Dit uitje besloeg meer dan 24 uur, want we nodigden hen uit om alvast op vrijdag bij ons op Casa Grada in Westerbork te komen.
’s Middag om 17.00 uur zaten we met z’n vieren aan de vrijdagmiddagborrel op ons terras aan het water.
Niet te geloven!
7 maart, 18 graden!
En wat fijn dat je dan meer dan 24 uur hebt om eens uitgebreid met z’n vieren bij te praten.
De laatste keer dat we elkaar zagen was begin januari op verjaardag van hun zoon Cor, maar toen spraken we vooral Annette’s broer en zijn zoon; zo gaat dat nu eenmaal op verjaardagen.
Tijdens het avondeten genoten we van zelfgemaakte nasi goreng met kipsaté en toebehoren en die avond zaten we met elkaar te kijken naar de quiz Twee voor Twaalf, waar we allemaal fan van zijn en waar we anders elkaar wel eens over appen. Dan moet je denken aan teksten als “So hee, wát een goed koppel was dat!” en “Wat zoekt die vent slecht…. die hebben daar toch ook niets te zoeken.”

Later die avond bereidden we ons alvast wat voor op het reisdoel van de volgende dag en haalden herinneringen op aan Ome Jo en aan die keren dat wij als gezin daar op die camping geweest waren. Mijn broer ging daar later ook graag in zijn eentje of met vrienden naar toe.
Mooie verhalen.
Over de speedboot die ome Jo in een opwelling had gekocht, maar die heel duur was in onderhoud.
En de benzine was ook niet goedkoop….
Over hele weekenden klaverjassen.
Over te veel drank en een vrijgezellen-caravan waar mijn moeder als propere huisvrouw van gruwde.
Over de Familiedag Vrieswijk, die ome Jo (als het zijn beurt was) altijd organiseerde in Duitsland met altijd dezelfde inhoud: kegelen en schnitzels eten.

We besloten de dag bij kaarslicht aan het water.
Toen was het al 8 maart…..
In de komende tijd zal ik af en toe in een blog iets vertellen over onze reis.
Over de öl-sprüh-flasche bijvoorbeeld. En over ‘ein Holländisches Vitamienchen’. En of we die camping überhaupt wel hebben gevonden….?

Reageren

8 maart: Gien populair underwarp.

As ’t over de streektaol giet op  dizze website, dan is dat meestal met een verhaol van mijzölf, maor vandage vraog ik andacht veur mien collega-schriever in de rubriek Moi Noordenveld in ‘De Krant’.
Heur naam is Hennie Bouwman-Westerhof en ze komp uut Nörg.
Hierbij een link naor wat meer informaotie van heur op de website van ‘Het huus van de taol‘.
Zij schreef de column van dizze weke en het raakte mij.
Ze vertelt over heur depressie.
Geen populair underwarp en ok niet makkelijk liekt mij um daor over te schrieven.

Daor praot ie ok niet gauw over.
A’j mekaar tegenkomt in de supermarkt en ie vraogt: “Hoe is’t?” dan zeg men toch al gauw “Goed heur. En met je?”
Hennie vertelt dat ze een paar keer diep in de putte zeten hef “en a’j dat een keer metmaakt hebt, dan blef die putte aaid bij je in de buurt.
Wat goed dat ze der over schref. Het is vast herkenbaar veur hiel veul mensen.
Ik heb een foto maakt van de column van Hennie en daor he’k een PDF van maakt: hierbij een link naor heur verhaol Henderkien
dan ku’j ’t ok eem lezen.
Te klein? Ie kunt de tekst vergroten: “Ctrl” vastholden en tegeliekertied op “+” drukken um te vergroten.

Daniël Lohues is ok een Drent die niet under stoelen of banken schöf dat e sums last hef van depressies; hij hef der al hiel wat vassies over schreven.
Dizze maond (Meertmaond Streektaolmaond) is zien neie single uutroepen tot ‘de schijf van NPO Radio 5’.
Hij was te gast in het ochtendprogramma van Bert Haandrikman en vertelde dat hij nao de winter eem ‘diep zat’ en dat hij toen opknapte umdat e mus lachen um een appie van een goeie vriend.
Het liedtie dat e daor bij schreef hef de toepasselijke titel ‘Licht in de duusternis‘ .
Hij gef in dat liedtie een advies: “zuuk dan wat op um te lachen, dan he’j in elk geval lacht, dat he’j in elk geval wat…’
Ok eem luustern?
Hierbij een link naor het lied.
….dat heb ik lange mist, licht in de duusternis.”

Hennie en Daniël maakt oons bewust van het feit dat het veur sommige meinsen echt niet metvalt.
De umgeving kan daor niet altied wat an doen, maor vergeet ze niet; alle kleine beeties helpt.
Net as dat iene keersie in een pikdonkere kamer.

Reageren

7 maart: Een fietspad en een fietspad.

Woensdagmorgen ging ik voor het eerst na de winter weer op de fiets naar Groningen.
KOUD.
Maar ook heel fijn.
Het was nog een beetje heiïg en ik genoot van de fietstocht door de Onlanden.
Maar daarna was het wel heel anders dan de laatste keer dat ik naar Groningen fietste; dat was in oktober 2024.
Toen was mijn eindbestemming Laan Corpus den Hoorn, tegenwoordig moet ik aan de Hereweg nr. 80 zijn.

Dat betekent ruim tien minuten langer onderweg.
Maar ook een trip down memorylane.
Want van 2013 tot 2018 werkte ik het Heymanscentrum en op weg daarnaar toe kwam ik langs het Hoornse Meer.
Woensdagmorgen dus ook weer.

fietspad 1

En ik kwam weer langs die bermen vol paarse krookjes langs het fietspad van de Olof Palme-laan en ik fietste weer langs het kanaal waar ik zo vaak even een ommetje liep toen ik nog in het HC werkte. Maar ineens wist ik de weg niet meer: het fietspad langs de Brailleweg was  afgesloten, dus ik moest behoorlijk omfietsen via de Parkbrug.
O man, en daar was het druk op het fietspad!
Horden fietsers, lange rijen voor de stoplichten en mensen met korte lontjes.
Tetterende pubers, schreeuwende ouders met kinderen naast zich en haastig kantoorpersoneel dat net iets te laat van huis is vertrokken.
Daar stond ik tussen…..en ik ben geen ochtendmens.

’s Middags om 16.00 uur, op de terugweg, probeerde ik een andere weg terug: ik zocht een alternatieve fietsroute via het kruispunt bij de Zuiderbegraafplaats.
Dat begon hoopvol, maar ook daar strandde ik halverwege en moest ik toch eerst weer richting de Parkbrug.
Stond ik weer in zo’n stoplichtfile.
‘Fietspad Brailleweg afgesloten van 3 tm 28 maart’ staat levensgroot op de borden die het fietspad afsluiten.

fietspad 2

Dat is nog drie weken.
Tot die tijd maar niet op de fiets naar Groningen.
Fietsen moet wel een beetje ontspannen blijven; per slot van rekening ben ik al 64 en iets trager dan de gemiddelde fietser.
Een fietspad dus.

Reageren

6 maart: Een triootje.

Gistermorgen stuurde ik een tikkie naar Jacquelien, ex-duobaan-collega en vriendin.
‘Eten in Zeegse’  was de reden van het betaalverzoek; dinsdagmiddag zaten wij genoeglijk met z’n tweeën in ’t Witte Huis aan een heerlijk 12-uurtje. Als begeleidende app schreef ik: “Het was weer erg gezellig en heel waardevol!”
We keken elkaar even weer in de ogen, bespraken lief en leed en maakten plannen voor een team-uitje dit voorjaar: op bezoek bij onze gepensioneerde collega Jan die molenaar is geworden.

Aan het eind van die dinsdagmiddag bakte ik 30 spekpannenkoeken; het was ‘vastenavond’ en dan eten we traditioneel pannenkoeken PKN-gemeenteleden.
Meer weten? Lees dan het blog dat ik daar vorig jaar over schreef.
We zaten met een grote groep mensen gezellig te eten onder het motto: ‘Neem uw bord op en wandel, haal een pannenkoek bij het buffet en ga vervolgens aan een andere tafel zitten’.
Bij mijn laatste pannenkoek (met stroop) ging er een mevrouw naast me zitten die ik al heel lang ken als gemeentelid, zelfs af en toe wel spreek, maar die ik nog nooit écht ontmoet had. We kregen het over wat voor werk ze had gedaan, over haar ouders, dementie en we raakten nogal wat persoonlijke en zelfs gevoelige snaren. Een mooi gesprek, zomaar over de pannenkoeken heen.
Over waardevol gesproken.

Toen we aan het toetje toe waren was het al 19.21 uur.
En om 19.30 uur begint de cantorijrepetitie en moeten we van Karel klaar staan voor de inzingoefeningen.
De cantorij-leden mochten toen als eerste een schaaltje ijs halen bij de bar.
Dan heb je natuurlijk altijd weer jaloerse tafelgenoten die mekkeren over ‘een voorkeursbehandeling’ maar nood breekt wet: die mensen kennen Karel nog niet.
En de cantorijrepetitie: als je mijn blog leest weet je hoe bijzonder die twee uren samen zingen voor mij altijd zijn.
Dat werd mooi onder woorden gebracht door sopraan Mathilde dinsdagavond.
We zongen aan het eind van de repetitie nog één keer ‘Als Gij er zijt’, het lied waarmee we a.s. zondag de kerkdienst beginnen.
(Alvast even horen? Hierbij een link naar een uitvoering van een gelegenheidskoortje van componist Dirk Zwart.)
Daar hadden we hard op geoefend dinsdagavond.
Bij het slotakkoord was het even stil en op dat moment zei Mathilde ‘Prachtig…’
Daar moesten we eigenlijk wel om lachen, maar we waren het ook met haar eens.
Wát een mooi lied.
En wat waardevol dat we iedere week twee uur samen de tijd nemen om zulke teksten en muziek vierstemmig in te studeren en te zingen.

Drie momenten die de waarde van de dinsdag voor mij bepaalden; een mooi triootje….. 😉

Reageren

5 maart: Zulke winkels zijn er haast niet meer….

Maandagmiddag hoorde ik het programma Bert op 5 op Radio 5.
Luisteraars appen en mailen wel eens naar zo’n programma met een verzoeknummer en die maandag was er een mevrouw die aandacht vroeg voor een liedje van Louis Neefs.
Het lied heet ’t Winkeltje’.
Ik stopte even met rabbelen op het toetsenbord en luisterde naar het verhaal dat zich ontvouwde.
Over een handwerkwinkeltje met laatjes, zijde, oude kant, duizend knoopjes en wel honderd kleuren band.
“Zulke winkels zijn er haast niet meer” zong Louis en ik moest gelijk denken aan Willy van ’t Spinnewiel in Roden.
Niet dat zij zo’n fragiel oud dametje was, maar ze had wel zo’n handwerkwinkel waar ik tot 2015 met grote regelmaat kwam.
En toen kwam ze zomaar te overlijden; dat is dit jaar al tien jaar geleden.
Daarover schreef ik toen het blog ‘Is mijn bolletje wol der al?’

Tien jaar en ik mis die handwerkwinkel in ons dorp nog steeds.
Natuurlijk: ik heb overal inmiddels nieuwe adresjes gevonden, maar ‘even op de fiets naar Willy’ was zo heerlijk.
Ze wist altijd raad bij handwerkproblemen, dacht mee over nieuwe projectjes en leerde mij nieuwe steken.
Je begrijpt het al: bij het liedje van Louis zat ik toch even in tranen.
Hierbij de tekst van het eerste couplet.

Ik herinner mij een winkel in een Amsterdamse straatWaar de hele etalage vol met handwerkspullen staatEn een lieve oude dame heel fragiel en heel precieusMaakt uit al haar kleine laatjesTelkens weer de juiste keusZulke winkels zijn er haast niet meerMet die echte ouderwetse sfeerWant het geurde naar lavendel tussen zij en oude kantDuizend knoopjes en wel honderd kleuren band

Afbeelding: WinkelStories  https://www.winkelstories.nl/index.html

Op zoek naar een foto van zo’n fourniturenwinkeltje kwam ik op de website ‘Winkelstories’.
Daar vond ik het verhaal van Magazijn ‘De Vlijt’, W.A. Schade & Zonen.
Het kan haast niet anders dan dat is het verhaal van de lieve, oude dame van het lied van Louis.
Hierbij een link naar dat verhaal.
Neem de tijd om het helemaal te lezen (onderaan de pagina op het pijltje naar rechts klikken); het is prachtig.

Wil je het hele lied horen?
Hierbij een link naar een video op YouTube.
Even voor gaan zitten.
Genieten van die prachtige stem en het mooie Vlaamse accent.
‘want het geurde naar lavendel tussen zij en oude kant….’

Reageren

4 maart: We zijn zelf het medicijn.

Gistermorgen haalde ik koffie voor mijn collega’s en stond te wachten op de “CCCHHHSSSCH’ van de cappuccino toen mijn oog viel op een nieuwe poster.
Met een Groningse tekst.
Daar werd ik blij van op de vroege morgen en ik besloot om even op te zoeken welke informatie hierover op internet te vinden was.
Toen ik met de koffie terugliep naar de afdeling zag ik bij ons op de balie van dezelfde mediacampagne al een folderboekje, een boekenlegger en een spel kaarten liggen. De campagne heet ‘We zijn zelf het medicijn’; het is een samenwerkingsproject van het Alzheimer Centrum Limburg en de GGD Groningen. Eén van onze casemanagers had het materiaal meegenomen.

Dementie is een ziekte die niet te genezen is. In de komende jaren zal het aantal mensen met dementie sterk toenemen.
Op mijn werk, Team290, helpen we mensen met dementie en Alzheimer; wij zien de gevolgen en zien ook wat het doet met onze cliënten en hun naasten.
Deze campagne is bedoeld om zoveel mogelijk mensen te laten weten dat de ziekte kan worden uitgesteld (of misschien zelfs voorkomen) door gezonder te leven en je levensstijl aan te passen. Er wordt veel onderzoek gedaan naar medicatie die dementie kan vertragen, maar waarom zou je wachten op een pil als je nu al (op een leuke manier!) je hersenen gezond kunt houden?

De 4 belangrijkste tips  worden er uit gelicht in de folder; links zie je een afbeelding.  

Deze campagne trekt mij even weer aan de mouw: “Opletten Vrieswijk. Dit is belangrijk.”
Er wordt ook nog genoemd dat je niet moet wachten met een gezondere leefstijl tot na je 60e, maar dat je daar zo jong mogelijk mee moet beginnen.
Maar de realiteit wordt ook niet uit het oog verloren: een gezonde leefstijl is natuurlijk geen garantie dat je geen dementie krijgt.
De achteruitgang van de hersenen heeft te maken met leeftijd, genen, erfelijkheid en andere omstandigheden die (nog) niet te controleren zijn.

De collega die het reclamemateriaal had meegenomen gaf me een folder en het kaartspel* mee..
Ja, mensen, ook regelmatig een potje klaverjassen houdt je hersenen gezond!
En wandelen en fietsen enzo, en fruit eten, volkorenproducten en ach…….. we weten het ook allemaal wel.

* Het zijn Q-kaarten.
Dat zijn speelkaarten met Engelse aanduidingen.
J – Jack = boer
K- King = heer
Q – Queen = vrouw.
Mijn moeder vond dat verschrikkelijk, het speelde voor haar niet fijn.
“Hè, bah, dat bint ja Q-kaorten…” zei ze ooit eens toen we een nieuw pakje kaarten in gebruik namen.
We gebruiken die term nog steeds.

Meer weten over deze campagne? Hierbij een link naar de website ‘We zijn zelf het medicijn‘.

Reageren

3 maart: Drie dozen met ‘vroeger’.

In 2019 ruimden we rigoureus onze zolder op, zie Leven is als sneeuw,
Er stond alleen nog wat oud kinderspeelgoed en wat dozen: super-acht films van mijn vader en drie ‘dochters-dozen.’  In de loop van de jaren heb ik bij het leegruimen van hun kamers/kasten voor ieder afzonderlijk een grote witte doos gevuld met spulletjes uit hun jeugd. Werkjes van de peuterspeelzaal, een plakboek van groep 1&2, een paar bijzondere schriftjes, wat kleertjes uit het 1e levensjaar, boekjes, agenda’s, een Sint-Maarten-lampion en puzzeltjes.
Deze week zocht ik een spelletje en ik dacht : zit dat nog in een van die drie dozen?
Het spelletje dat ik zocht vond ik niet, maar ik bedacht wel dat zondag 2 maart een uitgelezen moment was om de dozen aan de dochters mee te geven.
We vierden namelijk gisteren het jaarlijkse ‘Februari-is*-stom-feest’ met als toevoeging *is=was
Nooit van gehoord? Hierbij een link naar het blog over de ontstaansgeschiedenis van dit gezinsfeest.
Het is sowieso al fijn om iedereen even weer in onze armen te sluiten; lief en leed word uitgesproken en gedeeld.
Met z’n achten in onze woonkeuken met op de tafel een grote pan tomatensoep en voor iedereen een warm stuk  zelfgebakken Italiaans breekbrood uit de oven: wat een rijkdom.

We zouden spelletjes gaan doen, maar daar kwam niet heel veel van. Dat kwam ook omdat we met vier man nog naar de tentoonstelling ‘Textielkunst’ in kunstencentrum K38 gingen (blog volgt);  de andere vier gingen toen een potje darten. Verder hebben we welgeteld één boom geklaverjasd.
De dozen kregen heel veel aandacht. Het was al een verrassing dat er voor iedere dochter een doos was en toen was iedereen razend nieuwsgierig wat er in zou zitten!
Het werd een aanéénschakeling van uitroepen, lachsalvo’s en het aan elkaar vertellen van herinneringen die de spulletjes opriepen.
“O jaaa, dit weet ik nog! Kijk nou!”
Ze roken en voelden aan de map met Flippo’s.
Koesterden oude boekjes.
En wij keken, luisterden en genoten.
Voor mij het mooiste deel van de dag.
We genoten van de verhalen en van het plezier dat we met elkaar hadden bij het uitpakken van de jeugdherinneringen.
Opruimen, sorteren, bewaren: het is altijd mijn taak geweest in ons gezin en het deed me goed dat dat niet voor niets is geweest.

Natuurlijk besloten we het feest met een fijn bord patat met iets lekkers: in de avondzon liepen we met z’n achten naar Alida’s Smulpaleis en lieten ons de snacks goed smaken.
Toen we aan het eind van de dag iedereen uitzwaaiden stond ik met Ernie en Bert in mijn handen.
Die waren ook uit een doos te voorschijn gekomen, maar die had ik niet hoeven bewaren.
“Oh, Ernie en Bert….. nog lelijker dan in mijn herinnering.”
Er werd nog geopperd om ze bij een glaasje glühwein ritueel te verbranden in de vuurkorf.
Goed idee, doen we niet.

Benieuwd naar de vorige edities van dit gezinsfeest? Hierbij een link naar de editie 2024; onderaan dat blog kun je doorlinken naar de vorige edities.

Reageren

2 maart: Lente & Smiles.

Vrijdagavond om 13 minuten over 12 stuurde ik een bericht in onze gezins-app: ‘LENTE! Al 13 minuten!’
Gisteren, zaterdag 1 maart, was het mooi, zonnig weer en het voelde ook echt als lente.
We hebben met z’n tweeën de ramen buitenom gewassen.
Ondertussen genoot ik van de krookjes en narcisjes die in de tuin al weer boven de grond staan.
Bij onze voordeur staat al vanaf begin januari (toen gooide ik het kerststukje dat daar stond weg) een voorjaars-schaal.
Iedere keer als ik door de voordeur naar binnenging speurde ik naar bloemetjes, maar het bleef nog heel lang ‘februari-groen’ boven de zwarte aarde.
Tot afgelopen maandag: toen begon het er op te lijken.
En kijk eens wat er nu al staat te geuren!

Gistermiddag moest ik nog even naar de Jumbo.
Bij het afrekenen kreeg ik drie gele zakjes Smiles: vrolijke stickers.
Gewoon ‘voor de leuk’ dacht ik, maar er zit een strategie achter.
Lees even mee:
Dit zijn 45 herplakbare stickers met een typisch Nederlands karakter.
Veel van het eten dat je bij Jumbo vindt komt gewoon uit Nederland.
Leer met Jumbo Smiles spelenderwijs meer over deze producten.’

Onze dochters hadden deze spaaractie prachtig gevonden, maar die waren op die leeftijd absoluut niet geïnteresseerd in de herkomst van de producten van de Jumbo.
Die vonden de chips belangrijk als er Flippo’s in zaten en de appels van Elstar als je daar een sleutelhanger bij kreeg.
Maar onze jongste is al 30, dus voor de kinderen hoef ik die stickertjes niet te sparen.
Wat ik de laatste tijd doe geeft vooral mijzelf heel veel plezier.
Bij de zelfscankassa-mevrouw vraag ik om de stickertjes en die steek ik in mijn jaszak.
Dan kijk ik om me heen of ik ergens een kind zie: zo ja, dan vraag ik het kind of het die stickertjes ook spaart.
Altijd natuurlijk; vervolgens geef ik mijn stickers weg.
De reactie is altijd kostelijk.
Ongeloof.
Blijdschap en plezier.
Ouders die altijd zeggen: “Wat zeg je dan?!” maar je ziet zo al hoe blij ze er mee zijn.
Die blije koppies: voor mij de waarde van dag.
En dat is niet omdat die kinderen dan spelenderwijs meer leren over de producten van Jumbo 😉

Reageren

1 maart: Een blaadje dat denkt dat het een boom is.

Vrijdagavond keken we naar De geknipte gast.
Özcan (Eus) Akyol heeft een gesprek met een bekende Nederlander en gisteren was dat Stef Bos.
Hij is van onze leeftijd (1961) en voor mij onverbrekelijk verbonden met het nummer Papa, dat hij uitbracht in 1991. Toen ik het voor het eerst hoorde sloeg het in als een bom.
Stef Bos bezong mijn relatie met mijn vader. Confronterend vond ik het. Ongemakkelijk zelfs.
Je kent het vast wel want het is één van de bekendste Nederlandstalige nummers, maar voor wie het niet goed kent: hierbij een link naar het nummer.

Eus kwam amper aan het woord.
Bos heeft veel te vertellen en ik zat ademloos te luisteren.
Wát een verhaal.
Heb je het niet gezien? Probeer het dan terug te kijken, want het is bijzonder.
Hierbij een link naar de NPO-website.

Twee zinnen uit het programma haal ik voor het voetlicht:
Over zijn kinderen, die hij bijna was kwijtgeraakt bij een ernstig auto-ongeluk:
‘Vroeger keek ik naar mijn kinderen, nu zie ik ze.’
En over één van de laatste gesprekken met zijn vader, die toen al 90 was:
Die zei: “Wij zijn blaadjes aan een boom, jongen. Ik val binnenkort en als blad geef ik dan via de grond voeding aan de boom.
Het gaat om de boom. In jouw wereld (hij bedoelt de muziek/theaterwereld)  zijn te veel blaadjes die denken dat ze de boom zijn. En daar gaat het verkeerd.”
Stef Bos beseft daardoor : ik ben deel van een boom. Ik kan een heleboel doen, maar het is ‘not about me’.

Maar er was gisteravond meer op de televisie dan Flikken Maastricht, De geknipte gast en 2 voor 12.
Tijdens het journaal was  ik me bewust van het feit dat we naar een memorabel moment in de moderne geschiedenis zaten te kijken.
‘De bek veul mij lös’, om het maar eens op z’n Drents te zeggen.
Drie keer zagen we Trump en Zelensky voorbijkomen in de aankondigingen voor Nieuwsuur etc. , daarna hebben we de televisie uitgezet.

Het beeld dat de vader van Stef Bos opriep zette me aan het denken.
Ik ben een blad aan een boom; ik kan een heleboel doen, maar het gaat niet om mij.
Wij zijn allemaal bladeren die aan twijgjes en takken zitten aan een boom.
En niet alleen in de muziek/theaterwereld, maar ook in de politiek zijn er te veel mensen die denken dat ze de boom zijn.

Reageren

28 februari: 1, 2, 3, hup!

Het is al weer meer dan een jaar geleden dat ik voor het laatst schreef over mijn FysiYoLates-lessen bij Trijntje, mijn ‘gimmestiek-uur’ iedere week.
Even bijpraten: als je naar het woord kijkt zie je dat het een combinatie van woorden is: Fysi(otherapie)Yo(ga) en (Pi)Lates.
We zijn op donderdagmiddag met een groepje van 7 vrouwen en we doen iedere week iets anders, waarbij dus iedere week andere spiergebieden aan bod komen.
Drie weken geleden bijvoorbeeld deden we evenwichtsoefeningen op schuimrubberen balkjes waar we capriolen op uithaalden.
Maar soms doen we iets met grote ballen, dan weer met kleine ballen, een les met gekleurde stokken of zonder attributen: grondoefeningen alleen met een matje.
Vast onderdeel iedere week is de ontspanning in de laatste 10 minuten van de les; dat is het enige onderdeel dat we allemaal heel goed kunnen.

Want soms moeten we ook iets doen wat we niet zo goed kunnen.
We doen allemaal mee, maar we doen ‘wat kan’, we mogen niet forceren van Trijntje.
Gistermiddag begonnen we met het draaien van de heupen.
Linksom en rechtsom.
Daarna het wiegen van heupen. De aanwijzingen van Trijntje zijn soms hilarisch: “Beweeg je heupen richting je oren”.
Toen gingen we iets doen ‘wat moet van Scherder’: bewegen op muziek.
Goed voor de samenwerking tussen je  linker- en rechterhersenhelft.
Passen naar links en rechts, 1,2,3, hup. Bij hup was het de bedoeling dat je je heup omhoog bewoog.
Daarna ‘voor’ 1, 2, 3, hup en daarna ‘voorlangs’ 1, 2. 3 hup en ook nog ‘achterlangs’ 1, 2. 3 hup.
Je snapt het vast al: we deden allemaal geconcentreerd onze pasjes maar niemand deed hetzelfde.
Chaos en wanorde zeg maar.
Niet raar, want ik spoel regelmatig een aflevering van Nederland in beweging terug, omdat ik de ‘zij-tik-sluit’ niet kan combineren met de armbeweging.
Maar….. we hadden wel plezier!

Daarna gingen we mat-oefeningen doen.
Op je rug liggen, knieën gebogen, voeten op de mat en dan je knieën tegelijk naar rechts brengen.
“Leg nu je rechterbuitenenkel op je linkerbuitenknie.”
Huh?
Het duurt altijd even voordat iedereen de goede lichaamsdelen tegen elkaar aan heeft gelegd.
Maar ondertussen rek je je spieren even flink uit en daar gaat het per slot van rekening om.
We sloten de oefeningen af met ‘de molenwieken’; zie afbeelding rechts.
Daarover schreef ik vorig jaar februari een blog. Nog even teruglezen? Hierbij een link naar dat verhaal; kijk dan ook nog even naar het hilarische filmpje dat er bij zit en bedenk daarbij dat wij dit gewoon konden!

Tijdens de ontspanning werden we voorgelezen door Trijntje uit het boek ‘De liefste wens’ van Toon Tellegen.
Een verhaal over Bunzing die een winkel begint in het bos en zijn eigen winterjas in de etalage zet om te verkopen.
Een mooi verhaal over wensen, verwachtingen en de realiteit.
Daarna was er gemberthee; ik zat zo heerlijk zen te teuten dat ik de tijd vergat en moest racen voor mijn afspraak bij de mondhygiëniste om 15.15 uur.
Terug in de realiteit.

Meer lezen over de avonturen bij Trijntje?
Hierbij een  link naar het vorige blog over FysiYoLates >>>
Onderaan dat blog staat weer een link naar voorgaand verslag.

Reageren

Pagina 3 van 277

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén