Vandaag moest ik naar de tandarts. Vanmorgen én vanmiddag. Op Gerards verjaardag (25 juni) was namelijk een oude kroon doormidden gebroken en had ik alleen nog een heel raar stompje in mijn kaak staan. Mijn eigen tandarts was toen op vakantie, maar gelukkig kon ik terecht bij een vervanger in Roden. Die zei: “Hier kan ik eigenlijk niks meer mee, ik bak er wel wat op, dat houdt wel een paar weken en dan moet je eigen tandarts er maar mee aan het werk.” Dat is dus vandaag gebeurd. Ik zal er niet te lang over uitweiden maar het zijn voor mij geen fijne dagen. Met een beurse onderkaak en een dizzy hoofd zat ik vanmiddag op de bank toen de verdoving er uit trok. Wat dan heel goed helpt is borduren. Dat doe ik graag en je moet jezelf met zo’n brak hoofd gewoon een beetje verwennen.
Het ‘probeer-miniatuurtje’ voor de i-padhoes is nu klaar.

Op 14 september schreef ik al over het log-cabin borduren, met dit miniatuurtje heb ik verschillende dingen door elkaar uitgeprobeerd. Het grote patroon in het midden komt uit het boek van José Scherrenburg, evenals sommige andere hokjes.
Ook heb ik gebruik gemaakt van de randjes van ‘Randje per week’>>> en de rest heb ik zelf bedacht. Nu kan ik aan de echte hoes beginnen. Ik heb alleen nog geen i-pad….. nog twee weken!
j elkaar komen en bedacht ik ter plekke hoe ik het in een hoek aan elkaar kon vlechten. Eerst tellen hoeveel hokjes er tussen zitten en dan maar kijken hoe het uit komt.


(vertaling: bemoei je niet met drakenzaken, want je bent knapperig en lekker met ketchup)
n een ‘log cabin’. Dat is een techniek die heel veel wordt toegepast bij quilten. Je begint met een vierkantje en je plakt er steeds randjes aan.




Borduurgaren-resten had ik ook genoeg. Als je zo’n kant-en-klaar borduurpakket maakt, dan hou je altijd heel veel over. Mijn dochters hadden zich ook wel eens gewaagd aan zo’n borduurwerkje, maar die maakten het meestal niet eens af. Hadden ze halverwege iets fout gedaan in het telpatroon en dan klopte het niet meer. Ik vind het zonde om dat dan weg te gooien, dus het kwam allemaal in een plastic
zak. Van mijn overbuurvrouw kreeg ik toen ze ging verhuizen haar hele voorraad: “Ik doe d’r toch niks meer met.” Toen heb ik alles wat ik had op een bult gegooid en alles op kleur uitgezocht.