‘En nu…..? Op naar zakje drie!’
Daarmee besloot ik het blog dat ik schreef over de ‘balaclava’, de muts die ik had gebreid van het materiaal dat in het tweede zakje van het advents-breiproject zat.
Je weet wel, mijn afscheidscadeau van Lentis.
In het derde zakje zaten 4 bollen garen en een beschrijving van hoe je sokken kon breien met een ‘kleur-werk’-boord.
Er zat een werkbeschrijving bij en een telpatroon voor de gekleurde boord.
O man, weer zoiets moeilijks.
Die wanten waren met twee kleuren (wit en groen), bij deze sokken moest je in de boord 4 kleuren verwerken.
Je kon kiezen uit vier kleur varianten: ik koos voor de basiskleur rood en voor de hiel en voor de teen geel.
Het is vrij dun garen, dus ik zette 72 steken op; ook nu was mijn comfortzone weer niet in beeld.
Ja, in het begin nog wel, maar na 12 toeren boordsteek moest je gelijk al met het inbreien van een andere kleur beginnen.
Het telpatroon lag voor me op tafel en iedere toer werd afgestreept.
Voor mijn gevoel breide ik vrij los; als je met zoveel kleuren tegelijk breit dan lopen de draden van de kleuren die op dat moment niet gebreid worden
achter het werk langs, dus je krijgt een wir-war van draden aan de binnenkant van de sokken.
Toen ik ‘de bocht om was’ probeerde ik even of de sok goed paste; toen bleek dat ik de boord amper over mijn hiel heenkreeg!
Wurmen en trekken, maar gelukkig: het lukte.
De volgende sok breide ik nog losser (vooral niet te strak aantrekken) en die schuift iets gemakkelijker over de hiel heen. 
Vorige week had ik ze klaar en inmiddels heb ik ze ook aan.
Zo trots als een ‘Duutser met zeum braodworsten’.
Dit heb ik dan toch maar weer tot een goed einde gebracht!
Nu heb ik nog best veel garen over.
Ik kan nog blauwe sokken breien met een witte hiel en teen, of witte sokken met een blauwe hiel en teen. Of één van elk 😉
En ik zal ook vast nog iets met die kleurtjes in die boord doen, maar ik ga niet weer hetzelfde patroon breien; het moet wel een beetje leuk blijven.
Wat ik heb geleerd van deze projecten is dat het inbreien van een patroontje minder moeilijk is dan ik op voorhand had gedacht.
Maar het is wel omslachtig en ik moet me zó concentreren dat ik naast het breien niets anders kon doen, lees: teuten en televisiekijken.
Waar breien anders een heerlijk ontspannen bezigheid is, was het nu iets waar ik mijn aandacht goed bij moest houden.
Maar het wende ook….. dus wie weet ga ik in de toekomst toch wel een simpel patroontje uitproberen.
Nog één zakje! Op 21 december pakte ik het al uit, maar ik vond het garen dat daarin zat echt niet mooi.
Hoe het afliep….? Wordt vervolgd.
Benieuwd naar de eerste twee zakjes?
Zakje 1 Moeilijke wanten. – Ver buiten mijn comfortzone
Zakje 2 Moeilijke muts – ‘Het stomste….??!‘






















gilet als een vest, maar dan zonder mouwen. Er is op dat gebied genoeg te vinden op internet. Op de plaats van mouwen breide ik met boordsteek een mooi kantje en langs de voorpanden, nek en schouders breide ik een boordje met aan één kant 5 knopen. 
Ik had het gevoel dat ik met stalpalen aan het breien was.



