een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Lezen Pagina 1 van 17

27 maart: Koningin Elizabeth.

Van Dea kreeg ik het boek ‘Een langzaam stervende zaak’ van Elizabeth George, het nieuwste deel in de Inspecteur Lynley-mysteries.
Hou ik van. Vooral omdat ik in loop van de jaren Lynley en Havers goed heb leren kennen en daarmee de mensen die hun wereld bevolken; een deel daarvan kom je een nieuw boek weer tegen.

Het boek neemt je mee naar Cornwall, naar een klein tinlegeringsbedrijf.  Eén van de eigenaren, Michael Lobbs, wordt in zijn werkplaats in een plas bloed gevonden.
Het lichaam wordt ontdekt door Geoffry, een vertegenwoordiger van Eco Mining, dat het bedrijf van Lobbs, de mijn en de grond van hem wil kopen.

Naarmate je verder komt in het boek kom je meer te weten.
Dat Michael zijn gezin een aantal jaren geleden lelijk aan de kant heeft gezet om te kunnen trouwen met de Zuid Afrikaanse Kayla die qua leeftijd zijn dochter had kunnen zijn.
Dat hij aartsconservatief is en dat hij niks wil: niet verhuizen, niet iets anders met het bedrijf en al helemaal niet het bedrijf verkopen.
Mede-eigenaar en broer Sebastian wil het wel graag van de hand doen en ook de kinderen van Michael zien niets in de tinwinning waar hun vader zich mee bezig houdt.

Wie had er belang bij de dood van Michael?
Het is lang onduidelijk wie de erfgenamen zijn.
De kinderen, Merith en Gloriana, zouden niets liever willen dan het bedrijf verkopen, zodat ze van dat geld hun eigen dromen kunnen bekostigen.
Weduwe Kayla is het bedrijf ook liever kwijt dan rijk: zij wil zo snel mogelijk weer terug naar Zuid Afrika.

Elizabeth George schrijft fantastisch en ik heb dan ook van dit boek genoten.
Maar je moet geen haast hebben: ze schrijft erg gedetailleerd.
Ze heeft bijvoorbeeld een heel hoofdstuk (!) nodig om twee mensen te beschrijven die een bewijsstuk vinden; dat kan mijns inziens ook in één alina.
Heel langzaam ontvouwt zich het verhaal, je komt van alles te weten over de familieverhoudingen en ondertussen lees je stukken uit het dagboek van Michael, geschreven in de jaren voor zijn dood.

Je leest over liefde die geen liefde is.
Over eigenbelang, grenzeloos egoisme en hebzucht.
Hoe mensen worden gemanipuleerd en bedrogen.
Wat mensen andere mensen aandoen: geliefden, ouders en kinderen, grootouders en kleinkinderen. De schrijfster schetst geen rooskleurig beeld van de mensheid.

Vermakelijk vond ik de verhaallijn die zich afspeelt op het landgoed van Lynley.
De aristocratische familie moet iets met het dak van hun eeuwenoude, adellijke huis: het moet gerepareerd en dat kost klauwen met geld. Moet het huis nu worden opengesteld voor publiek zodat er inkomsten kunnen worden gegenereerd? Dat was altijd een gruwel in de ogen van Lynleys deftige moeder.

Elizaeth George wordt ‘de koningin van de misdaadliteratuur’ genoemd; dat staat ook op de kaft van het boek. Maar net als haar naamgenoot die ook koningin was: ze wordt ouder en wordt aan alle kanten ingehaald door jongere, minder breedsprakige schrijvers die aan de poten van haar troon zagen…..
Maar daar niet van, ik kijk al uit naar het volgende deel in deze serie.

Vorige blogs over de boeken van Elizabeth George:
De straf die ze verdient februari 2019
Iets te verbergen november 2022
Inspector Lynley over de TV-serie die over deze boeken is gemaakt en de casting die niet klopt.

Reageren

25 maart: Naomi (2)

Vandaag het verhaal dat Frea schreef dat hoort bij het blog van gisteren.

De thee is eigenlijk nog te heet. Naomi blaast nog maar eens en probeert het nog een keer. Nee, heet. Ze houdt het glas met beide handen vast en ergens in haar achterhoofd vraagt ze zich af of het zo hoort te voelen, dit.

De man tegenover haar- nee, haar vader, kijkt uit het raam naar voorbijlopende dagjesmensen, terwijl hij een suikerzakje vakkundig om zeep helpt. Precies zoals haar broer dat doet als hij nerveus is. 

Ze roert haar thee nog een keer en zakt wat meer weg in de grote leren fauteuil.  Het lepeltje maakt echt onnodig veel herrie in het café, bijna alsof ze een ongemakkelijke speech gaat maken.

Dat is het, denkt ze, ongemakkelijk. Theedrinken met je eigen vader en dan is het ongemakkelijk. Niet wat ze verwacht had. Misschien had ze op minder moeten rekenen, dat gaat haar normaal gesproken prima af.

Het suikerzakje, inmiddels in snippers, wordt op de grond geveegd. “Dus,” haar vader schraapt zijn keel en glimlacht nerveus, zijn ogen net niet helemaal op die van haar gericht, “hoe is het?”. 

Naomi glimlacht terug, ze doet haar mond open en dan komen haar hersenen piepend en krakend tot stilstand. Wat vertelt ze dan nu. Dat ze met Joris naar de dierenarts moest vanochtend en dat hij de hele wachtkamer om z’n pootje wond? Hij heeft nog nooit een foto van die hele Joris gezien! 

“Ehm,” ze blaast op haar thee. Nee. Nog steeds te heet. 

Vertelt ze dat ze wacht op het telefoontje over een nieuwe studio? Hij heeft helemaal de context niet, van de zoektocht, het jongleren van werk en privé en de reeks klussen die hebben gezorgd dat ze een vaste plek kan huren voor haar shoots. God, hij weet niet eens dat ze fotografeert! 

“Ja,” knikt ze, “goed.”

Haar vader knikt enthousiast, een nieuw suikerzakje tussen zijn vingers, “Mooi! Mooi, goed.” Zijn glimlach wordt breder. “Okay, hoe eh, wat is er allemaal,” hij gebaart vaagjes naar Naomi, “heb je eh, kinderen?” Zijn hoopvolle blik is bijna aandoenlijk. 

Ze weet niet waarom ze dat niet had verwacht als vraag. Ze had gehoopt op iets anders, maar misschien had ze minder moeten hopen. Wat gaat ze nu zeggen dan, dat ze het niet kon? Dat het idee alleen al haar buikpijn bezorgd? Dat ze weet dat ’t haar aan zou vliegen en dat ze er een zootje van zou maken? In plaats daarvan schudt ze alleen haar hoofd, “Nee.” 

“Oh,” haar vader knikt, wenkbrauwen omhoog en het is alsof ze in een spiegel kijkt zoveel lijkt ze op hem, “en….wel een partner?”. 

Fantastisch. Geweldig. De vraag die elke single vrouw van 35 wil horen. Naomi staart haar vader ongelovig aan. Wat gaat ze zeggen dan! Dat ze het heeft geprobeerd? Dat het met iedereen stuk liep vlak voor het samenwonen? Dat ze jong genoeg heeft geleerd dat mensen weggaan en dat ze vooral niet teveel moet verwachten? In plaats daarvan zet ze haar tanden op elkaar en ademt ze rustig door haar neus in “Nee.” 

Haar vader knikt nog steeds, maar er speelt nu een frons rond zijn wenkbrauwen, “Oh, oké,”

“Ik woon met vrienden,” gooit ze er uit, terwijl ze zich afvraagt waarom ze zich wil verdedigen, “in een woongroep, in de Kolenkitbuurt.” Haar vader blijft stil. “We denken er over om met z’n vieren te kopen in de toekomst.”

Haar vader glimlacht weer, maar is gelukkig gestopt met knikken, “Dat- dat klinkt goed! En wat doe je? Je was altijd zo goed in leren, ben je ook arts geworden zoals je wilde?” 

Naomi vraagt zich af of hij bewust heeft gekozen voor de Greatest Hits Voor Het Teleurstellen Van Je Ouders, en neemt een slok thee. Perfecte temperatuur. 

Ze gaat hem niet vertellen over de lage cijfers, over de mentor gesprekken, de ‘heeft zoveel potentie’ en ‘problemen met autoriteit’ en ‘storende factor’. 

“Nee,” zegt ze, “ik ben fotograaf.”

Haar vader knikt en kijkt naar de tafel. “Wauw, dat is- dat is bijzonder!” 

Ze is halverwege een tweede slok thee als hij eraan toevoegt “en kun je daar je geld mee verdienen?” 

Oké. 

Ze zet het theekopje neer en legt het theelepeltje er met een luide rinkel naast. Ze weet niet wat ze zou moeten zeggen, dus ze zegt niets. Ze leunt naar voren in de stoel, ellebogen op haar bovenbenen en kijkt haar vader aan, wenkbrauwen omhoog. 

Het duurt een paar seconden en dan ziet ze het kwartje vallen. “Oh”, zegt haar vader. De glimlach glijdt van zijn gezicht, het suikerzakje valt stil, “Oh dat was – ik –”. Hij was al ongemakkelijk, maar het is goed om te weten dat het erger kan. Zijn nek kleurt rood en zijn been wiebelt tegen de tafel. “Sorry, dat was niet- oh man” Hij haalt zijn hand door zijn haar en kijkt haar eindelijk aan. 

“Dat was een slecht begin zeker?”

Naomi knikt “Heel.”

Haar vader reikt naar een derde suikerzakje, maar bedenkt zich. “Kunnen- kan dit opnieuw?” Zijn stem schiet een stukje uit. 

Naomi knikt en leunt weer achterover in de zachte bruine stoel. Waarom niet. Erger kan het niet worden, en ze heeft jong genoeg geleerd niet te veel te verwachten. Ze neemt nog een slok thee. Lauw. 

Haar vader haalt zichtbaar opgelucht adem. Hij wijst naar haar mok: “Nog een doen?” 

Ze trekt haar wenkbrauwen omhoog, “Als ik nu zeg dat er met fotografie niets te verdienen is, betaal jij dan straks?” 

Haar vader lacht. Hardop, een echte lach. Ze kan zich niet herinneren dat ze die ooit eerder gehoord heeft. Hij hijst zich uit zijn stoel en loopt richting de toonbank.

“Met een citroen muffin!” roept ze hem achterna.

Naschrift Ada:
Wát een andere invalshoek en wat een andere invulling dan de vorige drie verhalen!
Teleurstelling, verwachting, verdriet en pijn uit het verleden samengevat in een tenenkrommend gesprek.
En een mooie opening voor de toekomst.
Frea: bedankt voor jouw bijdrage!

Heb jij nou ineens ook inspiratie voor een verhaal?
Wat zou er gebeurd kunnen zijn volgens jou?
Je hoeft daarbij helemaal geen rekening te houden met wat er al is geschreven over de andere hoofdpersonen: voel je vrij om een heel nieuw verhaal te schrijven.

Reageren

24 maart: Naomi (1)

Frea heeft de handschoen opgepakt.
Na 9 jaar.
Ze heeft een verhaal geschreven bij het personage ‘Naomi’.
Waarschijnlijk kun je hier als lezer geen chocola van maken, daarom leg ik het even uit.

Het begon allemaal met mijn fascinatie voor het lied ‘De Noorderzon scheen’ van Conny Vandenbos.  Vanaf het begin, het lied kwam uit in 1976, heeft die tekst mij geïntrigeerd:
een man die zomaar uit z’n gezinsleven stapt om elders een heel nieuw leven te beginnen.
Ik zag die vrouw dan in de keuken staan bij die snelkookpan en heb me altijd afgevraagd: hoe ging het verder?
Wat zou er gebeurd kunnen zijn?

In 2017 schreef ik één van de eerste blogseries voor deze website. In zes delen publiceerde ik destijds drie verhalen met een mogelijke afloop.
De verhalen staan los van elkaar; de hoofdrolspelers en omstandigheden worden steeds heel anders ingevuld, uitgangspunt is steeds de tekst van het lied van Connie Vandenbos.
Op dit samenvattende blog uit 2020 dat ik drie jaar later schreef vind je links naar het liedje van Conny en naar de verhalen van Peter (de vader die zijn gezin verliet), Anja (de moeder) en Dennis (de zoon).
In deze drie verhalen komt er na twintig jaar weer contact tussen Peter en zijn gezin, maar er is ook een scenario denkbaar waarbij Peter nooit terugkomt.
Verder is er is nog één personage uit dit verhaal niet aan het woord geweest en dat is dochter Naomi.
Toen vroeg ik aan mijn lezers: “Mocht er iemand onder mijn lezers zijn die een verhaal wil schrijven over wat er volgens hem/haar is gebeurd of over hoe Naomi dat heeft beleefd, dan zou ik dat erg leuk vinden.”

Deze week kreeg ik een app van Frea: ‘Noorderzonverhaal zit in je inbox’.
ECHT WAAR!?!
Ja.
Frea is in de huid van Naomi gekropen en schrijft hoe dat voelde.
Dat je de man die je vader is na jaren voor het eerst weer ziet.
In de begeleidende mail die ik kreeg bij de tekst van het verhaal schreef ze: “Hey, wil je een super ongemakkelijk gesprek lezen tussen een vader en dochter die tegelijkertijd zo herkenbaar voor elkaar en ook volslagen vreemden zijn?”

Het verhaal van Frea telt meer dan 700 woorden, dus in overleg met mijn raadgever (lees Gerard) verdeel ik dit onderwerp over twee blogs.
Vandaag dus een ‘hoe zat dat ook maar weer’-blog over de blogserie ‘Noorderzon’, morgen het verhaal van Naomi.

Reageren

5 februari: Van zijn voetstuk gevallen.

Van zwemvriendin Ans kreeg ik het boek ‘Vleugelman’ te leen: een biografie over het leven en het werk van Godfried Bomans.
Een boek van meer dan 700 pagina’s.
“Dat ga ik nooit helemaal uit lezen” dacht ik toen ik het kreeg.
Bomans overleed vlak voor Kerst in 1971; toen was ik 10 en kreeg ik het eigenlijk niet mee.

Toen ik op de HAVO in Assen zat van augustus 1977 tot mei 1979 was Bomans immens populair onder scholieren en velen van ons hadden ‘Erik of het klein insectenboek’ op de leeslijst voor Nederlands staan.
Op mijn verjaardag kreeg ik boekjes als ‘Aforismen’ en ‘Kopstukken’ en wij vonden het prachtig om die humoristische teksten te lezen.
Hij kwam nog wel eens voorbij in tv-programma’s: dan zagen we hem als Nederlandse beroemdheid van vroeger en zei hij dingen als ‘had mijn vrouw maar één zo’n been’ over Marlène Dietrich bij de uitreiking van de Edison in 1963. Verder kende ik hem van zijn verblijf op Rottumeroog, maar dan vooral in vergelijking met Jan Wolkers, die daar ook een week zat.
Wolkers was daar in zijn eentje in zijn element, Bomans verpieterde.

De inhoud van deze dikke pil kan ik niet samenvatten in blog van ongeveer 500 woorden.
Wil je meer weten over dit boek dan heb ik twee links voor je.
De eerste is een minuut of 10 uit het televisieprogramma ‘Tijd voor Max‘, waarin de schrijver Gé Vaartjes aanschuift om te vertellen over het boek.
De tweede link betreft een artikel uit het online tijdschrift voor Taal- en letterkunde ‘Neerlandistiek’:  De feiten zijn maar kiezelstenen.
Daar vind je een recensie geschreven door Jos Joosten, hoogleraar Nederlandse Letterkunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

In dit blog beperk ik mij tot wat het boek voor mij betekende.
Hoewel ik van plan was om het vluchtig door te lezen, boeide het mij zodanig dat ik het toch helemaal heb gelezen.
Wát een intrigerende figuur, die Bomans!
En wat een mooi tijdsbeeld.
Je krijgt een goed beeld van het leven van een onzeker jongetje in een katholiek rijkeluis-gezin en je leest hoe bepalend dat geloof is geweest voor zijn leven.
Wat ik er zelf van heb geleerd is dat de culturele omwenteling in de jaren ’60 veel groter was dan ik mij in mijn jeugd gerealiseerd heb.
Hoe de zuilenmaatschappij in elkaar stortte en hoe alle heilige huisjes en schijnzekerheden één voor één omver werden geschopt; in de periode die de jaren ’60/begin jaren ’70 beschrijft herkende ik de dingen die ook in ons gezin speelden.

Maar de grote Bomans is door dit boek wel van zijn voetstuk gevallen waar ik hem in mijn jeugd op had gezet.
Hij was immens populair in Nederland, maar het was geen leuke man.
Hij was ontzettend geestig, ad rem en charmant, maar hij was daarnaast ook ijdel, kinderachtig, leugenachtig en onbetrouwbaar; hij was iemand die alleen maar met zichzelf bezig was.
Eén van zijn bekendste quotes is ‘Humor is overwonnen droefheid’.
Als je dit boek uit hebt weet je hoezeer deze uitspraak past bij Godfried Bomans.

Reageren

14 januari: Vader, moeder, 13 kinderen.

Als het gaat over mijn broer en mij dan constateren de mensen om ons heen vaak dat we zo van elkaar verschillen.
En dat is niet alleen zo bij ons, maar ook in de kring van de broers en zussen van Gerard zijn er grote verschillen.
Je bent als kind een product van vier families: die van je vier grootouders, in mijn geval Vrieswijk, Pasveer, Boelen en Alting.
Je draagt als broer en zus stukjes in je van die 4 families en de mix daarvan levert kennelijk van elkaar verschillende personen op.

Dit gegeven kwam bij mij op bij het lezen van het boek ‘Het zwijgen van Maria Zachea’.
Daar had ik al vaak iets over gehoord en toen ik de titel zag in één van de stellingen van de Roder Boekenmarkt nam ik het mee.
In drie dagen had ik het uit.
Wat is het eigenlijk voor boek?
Het is geschreven door de journaliste Judith Koelemeijer.
Toen haar oma werd getroffen door een hersenbloeding was zij eenentwintig; ze had niet een heel goede band met haar oma.
‘Oma had dertien kinderen grootgebracht, dat vond ze meer dan genoeg.’
Oma werd door haar dertien kinderen na haar hersenbloeding acht jaar lang thuis verzorgd.
Het bijzondere was dat oma op en duur geen woord meer zei, maar ook over het verzorgen van hun moeder werd door haar ooms en tantes niet gepraat.
Eigenlijk werd er in de familie Koelemeijer überhaupt niet met elkaar gepraat.
Judith schrijft een boek over dit gegeven door met alle kinderen van oma in gesprek te gaan.

Gefascineerd had ik aan het begin bij de inhoudsopgave van het boek het lijstje met namen en jaartallen bestudeerd.
De oudste geboren in 1934, de jongste in 1953.
Wat je leest is de geschiedenis van Nederland voor en na de Tweede Wereldoorlog.
De kinderen worden amper aangehaald en/of geknuffeld: “Niet zitten janken, ga maar wat doen.”
Meisjes moeten meehelpen in de huishouding, alleen hele slimme kinderen mogen doorleren.
Seksuele voorlichting krijgen de kinderen niet, ze leren hooguit wat van elkaar.
Als de oudste broer Jos op 19-jarige leeftijd overlijdt wordt daar niet over gepraat.
De maatschappij verandert in rap tempo, de jongere kinderen zetten zich af tegen het Katholieke geloof  en in het gezin is er een groot verschil tussen ‘de werkers’ en ‘de intellectuelen’.
De jongste kinderen groeien op in economisch betere tijden, dus ze mogen veel meer dan hun oudere broers en zussen omdat ze nu eenmaal in een andere tijd zijn opgevoed.

Mijn moeder kwam uit een Hervormd gezin met 10 kinderen, mijn vader uit een Gereformeerd gezin met 5 kinderen.
Ook daar waren de verschillen tussen de broers en zussen enorm en werd ook niet gepraat.
Tijdens het lezen van dit boek werd ik getroffen door de herkenbaarheid van de verhalen van de afzonderlijke broers en zussen.
Het boek is voor veel families de aanzet geweest om het gezamenlijke gezinsverleden bespreekbaar te maken; wat fantastisch dat je dat met het schrijven van een boek kunt bereiken.
We mogen de familie Koelemeijer wel bedanken voor hun openhartigheid!

Reageren

6 januari: Bruidsjurk.

In de zomer van 2025 vertelde vriendin Bea dat ze een heel mooi boek aan het lezen was over borduursters die hadden gewerkt aan de bruidsjapon van prinses Elizabeth in 1947.
“Dat is ook echt een boek voor jou!” zei ze.
Toen ik 65 werd in oktober kreeg ik van Bea en Hans een boek cadeau en je raadt het al: het was het boek waar we het in de zomer al over hadden gehad.
Het is geschreven door Jennifer Robson en de titel is: ‘Een tijd om nooit te vergeten*’.
Met die ’tijd’ worden de eerste jaren vlak na de Tweede wereldoorlog bedoeld.
We maken kennis met Ann, een jonge, Engelse vrouw die werkt in het atelier van Norman Hartnell in Londen.
Zij is de eerste hoofdpersoon van het boek, de tweede hoofdpersoon is Miriam Dassin.
Zij komt in 1947 vanuit Frankrijk naar Londen. Zij is Joods en heeft de Tweede Wereldoorlog ternauwernood overleefd: ze werd in 1945 bevrijd uit het concentratiekamp Ravensbrück.

Het verhaal wordt verteld in porties van drie hoofdstukken: het eerste hoofdstuk wordt verteld vanuit Ann’s perspectief, in het tweede lees je hoe Miriam het heeft beleefd en in het derde hoofdstuk maak je kennis met Heather, de kleindochter van Ann die in Toronto (Canada) woont.
Haar oma Ann is overleden en ze erft een doos met spulletjes waarin een aantal geborduurde bloemen zitten.
Als ze ontdekt dat het dezelfde bloemen zijn als die op de bruidsjapon van koningin Elizabeth, gaat ze op onderzoek uit.
Je maakt steeds sprongen in tijd, heen en weer van 1947 naar 2016.
Ann en Miriam worden collega’s en later ook huisgenoten en krijgen een bijzondere opdracht: zij mogen borduren voor de bruidsjapon van prinses Elizabeth.
Ze krijgen relaties en ondertussen lees je hoe armoedig de mensen het nog hebben vlak na de oorlog en hoe het dagelijkse leven in Londen er destijds uitzag.

Als je leest over Heather in 2016 ga je je op een gegeven moment dingen afvragen.
Heathers oma Ann was weduwe toen ze in 1947 naar Canada emigreerde, maar er is geen sprake van een echtgenoot in de verhalen uit 1947.
Wat is er dan gebeurd in zo’n kort tijdsbestek?
In 2016 is Miriam een gevierd kunstenares.
Hoe is een eenvoudig borduurstertje uit het atelier van meneer Hartnell zover gekomen?
En waarom had oma Ann nooit aan iemand verteld dat ze bij Hartnell had gewerkt en aan de beroemde bruidsjurk had geborduurd?

Ondertussen ontvouwt zich het verhaal over de twee collega’s/vriendinnen die zenuwachtig uitkijken naar de grote dag.
De prinses komt zelfs langs in het atelier en je leest over het gepriegel met de pareltjes en borduursteekjes en het enorme karwei om het allemaal op tijd af te krijgen.
Wát een heerlijk boek!
Inderdaad: nét wat voor mij.
Nu ik het uit heb ga ik het doorgeven aan mijn Royalty-gezusters Annette en Ali.
Wat jammer dat tante Trijn het niet meer kan lezen….
Voor de liefhebbers: hierbij een link naar een artikel over Norman Hartnell

*De oorspronkelijke titel van dit boek is ‘The gown’; dat betekent ‘het gewaad’; naar mijn bescheiden mening slaat deze ‘vertaling’ de plank behoorlijk mis.

Reageren

22 november: Lieneke en twee Peters

Niet ieder boek dat ik lees vind ik leuk genoeg om een blog over te schrijven.
Het boek ‘Chantage’ van de eerste Peter, Peter Römer, over de dood van een beroemd actrice laat ik onbesproken. Ik las de eerste 100 bladzijden en daarna de laatste drie hoofdstukken omdat ik wilde weten hoe het afliep; het boek overstijgt mijns inziens het script van een Nederlandse soap niet.

Een boek dat wel een deel van een blog verdient is Koude Lente van Lieneke Dijkzeul; zij is een schrijfster van wie ik altijd boeken zoek op boekenmarkten en bij Het Goed. Het team van inspecteur Paul Vegter krijgt deze keer te maken de dood van een meisje van 6.  Het meisje had voor haar verjaardag een nieuwe fiets gekregen en ze mocht even de straat uit fietsen, maar ze kwam niet meer terug. Er zijn verschillende mensen die verdacht worden van het misdrijf.
Is het de buurman Morsink die in elkaar wordt geslagen met een verwijzing naar pedofilie?
Is het de chauffeur van de schoolbus die dagelijks kinderen naar zwemles brengt en zich verdacht ophoudt in het struikgewas?
En welke rol spelen de ouders van het meisje dat is vermoord?
Of is het de jongen zonder naam die je als lezer al vanaf het begin volgt? Zijn naam wordt niet genoemd en je hebt diep medelijden met het kind.
Het zal zo zijn dat dit soort gezinsomstandigheden vaker voorkomen in Nederland, maar je mag toch bidden en hopen dat dat niet te vaak is. Moeder aan de drank, vader niet in beeld en foute vrienden. De triestigheid walmt je uit het boek tegemoet.
Een overzicht van de andere boeken van deze auteur die ik al las vind je hier.

Het laatste deel van dit boekenblog wijd ik aan de tweede Peter: Peter Robinson en zijn boek ‘Kil als het graf’ met in de hoofdrol Inspecteur Banks.
De volgorde waarin ik de boeken in deze serie lees klopt niet: in deze politiethriller is de verkering met Annie uit, maar nog smeulend op de achtergrond aanwezig.
Banks wordt door zijn baas, hoofdcommissaris Riddle gevraagd om zijn dochter Emily te zoeken die van huis is weggelopen. Dat lukt: hij brengt haar weer naar huis en daarmee is voor Banks de kous vooreerst af. 6 maanden later: er wordt iemand vermoord en gedurende het onderzoek stuit Banks op lijntjes die naar mensen leiden die ieder afzonderlijk te maken hebben gehad met de dochter van Riddle. En dan wordt tijdens een avondje uit ook Emily dood aangetroffen.
Ook in dit boek wordt weer heel veel verwezen naar muziek, kennelijk een grote passie van de schrijver; voor mij voegt het niet zoveel toe.
Het is bij Robinson niet altijd raak; sommige van zijn boeken slepen me mee het verhaal in, maar bij deze was van meeslepen geen sprake.
Op sommige punten te breed uitgesponnen en hier en daar wat weinig uitgediept; op die Riddle bijvoorbeeld, zijn huwelijk en zijn achtergronden had wel wat eerder ingezoomd mogen worden.
Neemt niet weg dat de boeken van Robinson zeker de moeite waard zijn en van goede kwaliteit, maar deze roman overstijgt beslist niet mijn favoriete deel: ‘Verdronken verleden’. Klik hier voor een overzicht van de tot nu toe gelezen delen.

Reageren

4 september: Blijf nieuwsgierig.

“Deze moet je ook even lezen. Is leuk!”
Na een avond bij mijn boekenvriendin Jeannette in Woudsend drukt ze mij het boek “De ontgroening van een eerstejaars gepensioneerde” in de handen, geschreven door Jaap Kranenborg.
Zij is al vanaf januari van dit jaar met pensioen en ze geniet er van.
“Die vrijheid: gisteren hebben we beslist dat we morgen op fietsvakantie gaan!”

Het is inderdaad een aangenaam boek.
Jaap heeft een makkelijke schrijfstijl en neemt je mee in het leven van iemand die net met pensioen is. Hij doet dit in een bijzondere vorm: hij schrijft een brief aan zijn vader die al meer dan twintig jaar dood is. Daarmee koppelt hij het verhaal aan de tijd waarin zijn vader met pensioen ging; toen zag de wereld er nog anders uit.

In het begin heeft hoofdpersoon Maarten last van het gevoel dat hij nu is begonnen aan de eindfase van zijn leven. Zolang je aan het werk bent, schermt dat werk je daarvan af, het is altijd een schimmig ‘later’. Eerst is er een gelukzalig vakantiegevoel, maar als zijn vrouw na de zomervakantie weer aan het werk is strekt zich een eindeloze lap tijd voor hem uit en hij bedenkt: ik moet iets te doen hebben!

Hij gaat op reis naar Denemarken (waar hij vroeger gewoond heeft), hij zoekt oude vrienden op, wordt taalcoach voor een Eritrise statushouder, gaat vogels tellen en stapt regelmatig uit zijn eigen bubbel om te ontdekken wat hij écht leuk vindt: hij komt er achter dat hij niet een persoon is voor de huishoudbeurs en hondenshows, maar hij leert wel veel op de HOVO (Hogeschool voor ouderen) en geniet van zijn filmabonnement bij de bioscoop.

Deze zinnen vond ik essentieel in dit boek: “Werk is een manier om een inkomen te genereren, want mijn échte leven lag in mijn vrije tijd: reizen, lezen, muziek, leuke dingen doen en samen zijn met aardige mensen. Als gepensioneerde is de structurerende kracht van de werkdagen er niet meer, want je werk structureert ook je vrije tijd. Daarom zoek ik een soort tentstokken die samen een nieuw frame vormen om die lap vrije tijd zodanig te stutten dat het een bewoonbare tent wordt.

In een interview met Daniël Dekker* op Radio 5 geeft de schrijver een tip aan mensen die met pensioen gaan: blijf  nieuwsgierig en zorg dat je een doel blijft hebben.
Hij zegt daarin: “Pensioen is een grote gebeurtenis in het leven van de moderne mens, net zoals de eerste schooldag en de geboorte van je eerste kind. Je moet allerlei beslissingen nemen hoe je van die tijd zonder werk een bewoonbare tent maakt.”

Het laatste hoofdstuk van het boek bracht me van mijn stuk; daarin beschrijft hij het overlijden van zijn vader. Aan wat dat bij me teweegbracht zal ik de komende weken nog een blog wijden.

* Ook even luisteren naar dat interview? Hierbij een link naar de website van Radio 5. 

Reageren

26 augustus: Camino – boek of écht.

Weet je nog dat Lienne vorig jaar een gastblog schreef op deze website?
Een indrukwekkend gastblog in twee delen onder de titel ‘Vergeven‘ over haar niet aangeboren hersenletsel.
Ze sloot het tweede blog af met de zin: ‘Mijn leven gaat inmiddels vooruit, en ik ben plannen aan het maken om mijn kinder-/jeugddroom te vervullen: ik ga 1 april 2025 van mijn huis naar Santiago de Compostela lopen. 
En ze heeft het gedaan! Ik volgde haar vanaf het begin (met Polar Stepps) toen ze in april vertrok uit Bakkeveen: met respect en bewondering las ik hoe het haar verging en ik genoot van de prachtige foto’s die ze met haar volgers deelde.

Vorige maand las ik het boek ‘De camino’ van Anya Niewierra.
Het enorm populaire boek gaat over een vrouw die de camino loopt een jaar nadat haar man zelfmoord pleegde.  De chocolatier Lotte was getrouwd met Emil Jukic, een vluchteling uit Bosnië. Wanneer zij met haar twee zoons in Bosnië is om de as van haar man uit te strooien ontdekt ze dat de echte Emil 25 jaar eerder door een Bosnisch-Servische militie is vermoord.
Ze gaat daarom precies dezelfde route lopen om erachter te komen wat zijn beweegredenen waren en wie haar man werkelijk was; zo komt ze een verschrikkelijk geheim op het spoor.

Tussen de gewone hoofdstukken door staan cursief afgedrukt stukken van een brief, met flarden uit het verleden in Bosnië; je weet tot het einde van het boek niet wie de schrijver van die brief   is.
Lotte ontmoet andere pelgrims en doet ondertussen alle plaatsen aan waar haar man naartoe ging.
Gedurende het boek kom je steeds meer te weten over de oorlog tussen de Bosniërs en de Serviërs en over hoe die oorlog een wig dreef tussen drie gezworen vrienden. Naar mijn bescheiden mening zijn die oorlogsverhalen behoorlijk eenzijdig en wordt de schuld voor alles bij de Serviërs gelegd, maar een oorlog heeft altijd twee kanten.
Verder hadden van mij de details over wat er in die oorlog gebeurde wel wat minder nadrukkelijk beschreven mogen worden; dat voegde niets toe.

Er gebeuren wel veel toevallige ongelukken waarbij mensen gewond raken of zelfs overlijden, waardoor ik op een gegeven moment dacht: “het lijkt wel een aflevering van Midsommer Murders…!”
Verder vond ik de hoofdpersoon wel wat naïef en waren sommige gebeurtenissen in het boek wel erg toevallig.
“Dit gebeurt toch nooit in het echt” dacht ik af en toe; voor mij doet dat afbreuk aan het verhaal.

Conclusie: spannend boek, van genoten, maar de hype over het boek is mijns inziens onterecht.
Daar komt bij dat ik toen ik dit boek las ook dagelijks ‘de camino’ van Lienne volgde; een rauw verhaal over haar worsteling met de grenzen waar ze tegenaan liep door haar hersenletsel.
Het verdriet, de weersomstandigheden, de zorgen, de pijn, de prachtige natuur, haar heimwee naar haar gezin, de pittoreske plaatjes van de reis, het doorzettingsvermogen: wát een verhaal.
Daarmee vergeleken komt ‘De camino’ van Anya wat bedacht en gekunsteld over.
Lienne is inmiddels terug: ik zal haar vragen om een gastblog!

Reageren

5 augustus: Wel de koffer en niet de man?

En weer heb ik een boek van Mathijs Deen uit.
Hij is de schrijver van de serie zogenaamde Waddenthrillers met de stugge en ietwat zonderlinge Lieuwe Cupido, alias ‘de Hollander’ in de hoofdrol.
Je moet bij Deen altijd goed opletten.
Het kan geen kwaad om (net als trouwe blogvolger Willem mij eens adviseerde) een briefje als boekenlegger te gebruiken waarop je de namen opschrijft van de mensen die in het boek voorkomen, want vooral in het begin lijken de hoofdstukken niets met elkaar te maken te hebben.
Maar dat is natuurlijk niet zo; gedurende het boek ga je de verbanden zien tussen de verschillende verhaallijnen.

Het derde deel in de serie heet ‘De redder’ en al lezend krijg je een mooi inkijkje in de wereld van de reddingsdiensten aan onze Waddenkust.
Het boek begint trouwens met iemand die niet gered is.
Aan de kust van Northumberland vinden Nederlandse vakantiegangers in een grot delen van een skelet en een reddingsvest.
Dat vest blijkt afkomstig van de sleepboot ‘Pollux’ die 21 jaar geleden in de Waddenzee is gezonken.
Er waren 15 mensen aan boord waarvan er 14  zijn gered, behalve de kapitein; die was sinds die nacht vermist.

Het lichaam moet geïdentificeerd worden, er moet DNA onderzoek worden gedaan en er zijn onduidelijkheden over wat er nou precies gebeurd is in de nacht dat het schip verging.
Waarom is wel de koffer die de kapitein bij zich had aan boord gehesen en de man zelf niet?
Wat zat er in die koffer?
En waar is die koffer nu eigenlijk?

Het is weer een mooie puzzel.
Als je de delen in de goede volgorde leest leer je Lieuwe Cupido steeds beter kennen.
En ook zijn hond Vos en de vaste oppas van die hond Miriam, die zich niet alleen om Vos, maar ook om zijn baas bekommert.
In alle drie de delen speelt op de achtergrond de verdrinking van de vader van Lieuwe en ook nu wordt er weer tipje van de sluier opgelicht; hopelijk wordt in deel 4 van deze serie ook dit mysterie opgelost.
De jonge, Duitse politieagent Xander die zich stierlijk verveelde in Bunde uit deel 1 krijgt in dit deel een wat grotere en beslist interessantere rol.

Bij deze schrijver wordt niet alles ingevuld.
Als lezer denk je mee, leef je mee, maar je snapt niet alles; daarmee krijg je dezelfde positie als bovengenoemde Xander die het ook niet altijd allemaal kan volgen: Cupido is nou eenmaal een typische noordeling en een man van weinig woorden. Niet alles wordt omstandig uitgelegd, er blijft genoeg over voor de eigen verbeelding.

Er was één zin, uitgesproken door een redder in ruste, die me is bijgebleven: “Een schip in nood zendt een SOS signaal uit: niet Save Our Lives, maar Save Our Souls. Er is veel inkeer bij geredde drenkelingen. Ik redde hun het vege lijf, zij bekommerden zich achteraf des te meer om hun ziel.”

Deel 1 De Hollander

Deel 2 De duiker

Reageren

Pagina 1 van 17

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén