De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

2 september: De vijfde zus en de Flamenco-danseres.

Al weer een deel uitgelezen van de Zeven Zussen-reeks van Lucinda Riley: deel 5 getiteld ‘Maan’ over de vijfde zus Tiggy.
Bij dit boek had ik een beetje last van het feit dat er in ieder deel een prachtig historisch verhaal wordt verteld over de voorouders van één van de zussen,  maar dat dat steeds gebeurt met op de achtergrond een liefdesgeschiedenis van de betreffende zus.
Bij dit boek met een hoog kasteelroman-gehalte.
Was het romantische verhaal van de vorige vier zussen goed te lezen, bij deze vond ik het niet meevallen: een Lord die ongelukkig getrouwd is en helemaal verliefd wordt op een gevoelig Zwitsers meisje dat op zijn landgoed werkt. Het kabbelde maar door en daardoor kwam ik in het begin niet echt in het verhaal. Ik zal eerlijk zijn: de kasteelroman zou ik niet hebben uitgelezen als het een op zichzelf staand boek was.  In combinatie met de historische roman moet je hem wel uitlezen om te weten hoe het afloopt.

Het verhaal van het voorgeslacht van Tiggy was onderhoudend en interessant. Het boek nam me mee naar Granada, want deze zus  heeft haar roots in de zigeunerscene in deze Zuid Spaanse stad; de buurt waar ze opgroeit heet  Sacromonte. Die buurt grenst aan de oude Arabische wijk El Albaicín. Het is de plaats waar in de 15e eeuw een grote groep Spaanse zigeuners (ook wel gitano`s of Roma genoemd) ging wonen.
In een interview met schrijfster Lucinda Riley  las ik dat ze een biografie van een bekende  flamencodanseres, Carmen Amaya,  heeft gebruikt voor haar verhaal.
In dit boek heet ze Lucia Albaycin . We maken kennis met haar als ze nog maar een kind is; op jonge leeftijd kan ze al uitzonderlijk  goed  dansen. Haar vader neemt haar mee naar de grote stad, ze krijgt een steeds groter publiek en wordt op den  duur wereldberoemd.
Daarnaast lees je over de burgeroorlog  (1936-1939) die Spanje  verscheurde en waarbij hele families werden omgebracht.

Halverwege het boek was ik nieuwsgierig of ik nog iets kon vinden over die danseres Carmen Amaya en tot mijn verbazing ontdekte ik foto’s en video’s waar ze ‘alive and kicking’ te bewonderen is. (hierbij een link naar een YouTube-video)
Verder lees je in dit boek veel over de cultuur van de gitano’s.
Kennis over geneeskrachtige kruiden wordt binnen de familie doorgeven en binnen bepaalde families zijn er mensen met ‘de gave’: zij kunnen de toekomst voorspellen omdat ze dingen ‘zien’ en aanvoelen.

Met deze vijfde zus heb ik al een groot deel van het pleeggezin van Pa Salt leren kennen.
Je hoort af en toe iets van de andere zussen waar je het verhaal al van kent en tweede zus Ally krijgt zelfs een rol in dit verhaal van Tiggy.
Ook worden er steeds meer vragen opgeworpen over de overleden vader: is hij wel overleden?
En wat is er toch steeds met die Zed?

Benieuwd wat ik vond van de andere delen?
Hierbij een link naar een overzichtspagina: ‘De zeven zussen-serie’ met links naar de afzonderlijke blogs.

Reageren

1 september: Nederlands maar dan anders (16)

Onze Nederlandse taal wordt regelmatig verbogen en verhaspeld; dit is al weer het 16e deel van de blog-serie: Nederlands maar dan anders.

In de week van 18 juni wordt er in het Journaal van 20.00 uur geklaagd door café-bazen die er last van hebben dat hun klanten geen anderhalve meter afstand houden. Eén van hen mag het woord doen: “Dat is nog wel een angeltje dat bij ons leeft…..”

Op het blog ‘Dagboek van een herdershond‘ van Theo van Beijeren vond ik deze mooie anekdote:

Over namen gesproken: tijdens een fietstocht vorig jaar deden we een terrasje aan voor een kop koffie. Dat kregen we snel. Maar het was nogal druk, zodat het meisje van de bediening niet meer in de buurt kwam. Dus ging ik maar naar de kassa om daar te betalen. Tegelijk met mij liep een vrouw naar binnen, die tegen me zei: “Ja, als Abraham niet naar de berg komt…”. Ik dacht meteen: hier klopt iets niet… Die mevrouw weet duidelijk niet waar Mohammed de mosterd haalt…

In Duitsland was de spanning hoogopgelopen in Stuttgart.
Een journalist wilde vertellen dat de spanning was gebroken en de bom was gebarsten, maar hij zei: “Dit weekend brak de bom.”
Joop attendeerde me hierop: als gevolg van de corona-lockdown hebben mensen het moeilijk. Kennelijk is het ieder voor zich. Een mevrouw die werd geinterviewd vond  “Iedereen moet z’n eigen hachie doppen”.
Verder zei een voorvrouw van de GGD Nederland: “Al onze medewerkers doen stinkend hun best……”

Harriët stuurde deze in: “En dan verwachten ze dat we er als lamme schapen achteraan lopen!” Niet te verwarren met makke lammetjes.

Schoonzoon Cees bedenkt ze soms zelf.
Zij hadden op een vakantie park een luxe tent gehuurd.
Toen ze hun intrek hadden genomen kregen we een foto: er zat een gat in het tentdoek. (zie foto links)
“Ik wed dat er iemand ooit een gat gemaakt heeft in deze tent en dat iemand anders toen zei: “Daar is vast wel een mouw aan te passen” en dat een autist dat hoorde. Vervolgens stuurde hij een foto van wat er aan het gat vastzat. (foto rechts).
We weten tot op de dag van vandaag niet wat die mouw uit het tentdak voorstelde en waar het voor diende, maar het leverde een hoop lol en hilarische foto’s op.
Wie weet wat het is? Zij deden er op het laatst een fles wijn in….misschien was het voor een zaklamp?

Verder stuurden ze een paar foto’s van dubieuze bordjes.
Bij de foto rechts schreven ze: “Hier op de camping ben je ook niet veilig…..
en bij de foto links: “Na Syriërs nu ook baby’s de klos.”

De laatste kreeg ik van Carlijn, opgetekend door haar vriendin Irene: “Zo lek als een gieter”. Het bleek dat er een vergiet werd bedoeld; gieters gaan meestal af.

Meedenkers en inzenders: dank!
Klik hier  voor het blog Nederlands maar dan anders deel 15, van daaruit kun je doorlinken naar voorgaande blogs in deze serie.
Kijk ook nog even op het instagram-account Treintaal.
Daar lees je bijvoorbeeld dat iemand zei: “Alles loopt hier op zonnetjes!”

Reageren

31 augustus: Gemiep over details.

“Goed verhaal, daar had ik wat aan!”
Gerard en ik herkenden allebei veel in wat dominee Walter Meijles gistermorgen zei in zijn overdenking.
Over bezeten zijn en over niet los kunnen laten.
Over ‘moeten’ en ‘van wie moet dat dan’ en ‘waarom wil je dat’: wat is de achterliggende reden?
En over tijd maken voor reflectie,  jezelf leeg maken voor stilte en gebed.

Hinsz-orgel in de Catharinakerk Roden

Had ik het vorige week over heimwee naar het zingen met de cantorij: vanmorgen overviel me het gemis van het historische Hinszorgel in de Catharinakerk. Dat kwam door organist Erwin Wiersinga die twee mooie stukken speelde na de preek en tijdens de collecte. Er zullen vast mensen zijn die vinden dat het niks uitmaakt: een orgel is een orgel.  Maar de klank (en de entourage) van het oude orgel in de kerk op de Brink in Roden vind ik vele malen mooier dan het orgel in Op de Helte: die kerkzaal is groter en klinkt hol door het gebrek aan veel mensen en de muziek klinkt scherper en minder intiem. Dit is natuurlijk gemiep over details in een tijd dat we al blij mogen zijn dat we vieringen kunnen organiseren,  maar het moest me toch even van het hart.

De zegen aan het eind van de viering werd over ons uitgezongen door een opname van het  Theologisch Vocaal Ensemble.
Een canon, lied 814: ‘Wees gezegend, waar je ook heen gaat’.
De voorganger vroeg ons om de ogen te sluiten en het over ons heen te laten komen; ik was burgerlijk ongehoorzaam en deed m’n ogen niet dicht,  maar las de tekst en de noten mee in het liedboek.  Wat een prachtig lied!
Een lied om te onthouden en een keer uit te voeren met het Af&Toe-koor.
Want als je het over heimwee hebt…..

Reageren

30 augustus: Hoe meer zielen…..

Ieder jaar schrijf ik een verhaal over de Waninge Familiedag.
Herkenbare verhalen over goed gevulde koelboxen,  HET volleybalnet,  steeds weer nieuwe loten aan onze familiestamboom,  hilarische situaties en ieder jaar afgesloten met een gezamenlijke maaltijd, hetzij een barbecue,  hetzij een buffet,  maar altijd overvloedig, ongezond en heel genoeglijk.

Dit jaar zouden we elkaar ontmoeten aan het Oranjekanaal in Hijken op zaterdag 29 augustus, gisteren dus.
Zouden, want we zagen ons genoodzaakt om het af te blazen. Het kon echt niet. Met meer dan 80 man kun je onmogelijk  voldoende afstand  houden, dat hebben we allemaal kunnen zien op het huwelijk  van Grapperhaus.

Gisteren was de niet-familiedag aanwezig in mijn hoofd met irritante gedachten.
Anders waren we nu heel druk geweest met inpakken en koffiezetten.
Anders hadden we nu met elkaar aan de koffie gezeten en kennis gemaakt met nieuwe verkeringen en hadden we over de kleinste familieleden gezegd: “Wat bint ze gruid; wat giet het ja hard!”

Anders hadden we nu terwijl we een glaasje volschonken de kaarten al weer rondgegooid: “Wie zit d’r veur?”

Maar de organisatoren hadden wel een ’troostbijeenkomst’ georganiseerd. Bij hen in de kantine kun je met 12 mensen genoeg afstand houden,  dus broers en zussen werden uitgenodigd voor een barbecue om 18.00u. We namen allemaal ons eigen drinken en vlees mee en iedereen maakte een salade.
Gezellig, lekker en vertrouwd,  dat was het. We zagen de kinderen dan wel niet in levende lijve,  maar er zijn natuurlijk altijd foto’s en filmpjes om te laten zien en nieuwtjes om te delen.  Het voldeed volledig aan de familiedag criteria: overvloedig,  ongezond en heel genoeglijk.
Maar we misten natuurlijk de twee generaties onder ons.
Het leek altijd zo vanzelfsprekend: we organiseren een familiedag.
Vanaf 1988, onze kinderen weten niet anders.
Sinds moeder Waninge er niet meer is,  is het zelfs de enige keer in het jaar dat de neven en nichten elkaar zien.

We hopen van harte dat we in 2021 elkaar weer in groter verband mogen ontmoeten. Want opdelen in aparte groepen is geen optie: op zo’n dag wil je iedereen zien en niet een groepje.  Een grote famile: bijna altijd een voordeel,  want hoe meer zielen, hoe meer vreugd.
In corona tijd een nadeel constateerden we gisterdagavond.
Dan is er voor de vele zielen even geen ruimte en zitten we op een familieloze zaterdag een beetje zielig met onze ziel onder de arm.
Totdat corona haar greep op onze maatschappij verliest bezitten wij onze ziel in lijdzaamheid en kijken reikhalzend uit naar het moment dat wij weer met hart en (alle) ziel(en) onze Waninge Familiedag mogen vieren!

Benieuwd naar onze vorige familiedagen?
Hierbij een link naar ‘Familiedag in Luttelgeest’ uit 2019. Van daar uit kun je steeds doorklikken naar voorgaande jaren.

Reageren

29 augustus: Soulsisters en een dik zwien.

‘Wat ja een dik zwien!” zeiden tante Trijn en ik tegen elkaar donderdagmorgen. Ook een chagerijnig zwien trouwens; het joeg al knorrend mopperig de geiten op die in de weg stonden.
We liepen in het Rensenpark in Emmen en stonden even stil bij de kinderboerderij.
Die kinderboerderijdieren zijn de enige levende wezens die zijn achtergebleven in de voormalige dierentuin.
Trouwens: er was ook een ganzenfamilie neergestreken in het voormalige pinguinkustgebied en in de vijvers zwommen hele dikke vissen die nog heel goed wisten dat mensen aan de rand van de vijver betekent: eten! In hele scholen kwamen ze ons begroeten.
We waren benieuwd naar de Nachtwacht die daar wordt nageschilderd, maar dat gebouw was pas om 13.00 uur geopend; daar gingen we niet op wachten, toen zaten wij allang achter een luxe broodje met gerookte zalm bij Chez Nous.

Een relaxed dagje uit met z’n tweeën.
We doen op zo’n dag niet heel veel bijzonders.
Zet ons een hele dag tegenover elkaar in een kamer met af en toe een natje en een droogje en de dag is ook zo maar om: soulsisters.
Vorig jaar hadden we een rondje Emmen gedaan, maar toen ging het ’s middags zo hard regenen dat we de auto aan de kant moesten zetten. Van Westenesch bijvoorbeeld hadden we toen bijna niets gezien, dat deden we donderdagmiddag nog een keer.
Westenesch is net zo ontstaan als Roderesch bij Roden: een buurtschap op de es van Emmen. Je kunt het vergelijken met Zuidvelde of Langelo: een verstild Drents brinkdorpje met veel rijksmonumenten in de vorm van eeuwenoude boerderijen.
Er is zelfs een hunebed, maar dat mag de naam eigenlijk niet dragen: drie op elkaar gestapelde stenen, meer is er niet van over.

Van Westenesch reden we naar Sleen, waar we ons dagje uit afsloten met een kop thee op het terras van ‘de Deel’, het theaterrestaurant van Roelof en Harm.
We kregen een aangeklede thee: allebei een dienblaadje met een kannetje heet water (zodat je twee kopjes thee had), een koekje én een heerlijk chocolaadje.
We werden omringd door Drents keuvelende mensen (Ja, ik wol eigluks nog eem naor Coevern) en keken uit op Sleen; voor twee Drentse soulsisters een prima omgeving!
Wij waarn ja ok nog lang niet uutproat……

Reageren

28 augustus: Er is er één jarig…..!

Deze maand bestaat de website ‘de Waarde van de dag’ 6 jaar.
In het blog ‘Wat voor klus dan’  heb ik al verklapt dat ik die verjaardag ga combineren met mijn eigen verjaardag in oktober.
De klus, het schrijven van een boek ter gelegenheid van beider verjaardagen, vordert gestaag. Er zijn al een paar critici/intimi  aan het meelezen. De website krijgt ook een andere lay-out en ook daar zijn we al wat verder mee.

Ieder jaar kijk ik in het website-verjaardagsblog even terug op het afgelopen jaar.
In augustus 2019 bracht Gerard bijna 3 weken in het UMCG door voor een (goed geslaagde) stamceltransplantatie. Daarna volgende de revalidatie en tussendoor plaatste ik vakantieverhalen van Rügen en Ootmarsum.
Het jaar kabbelde rustig verder. Er was onrust op mijn werk waar ik af en toe over schreef, de cantorij kreeg een nieuwe cantor, was het Christmas Carols zingen met het PKN-koor een groot succes en genoten we van dik twee weken kerstvakantie.

In het eerste blog van 2020 citeerde ik een zin uit een column van Wim Beekman.
Mag het nieuwe jaar alsjeblieft ook een gewoon jaar worden? In alle rust, in alle ontspanning. Waarin het komt zoals het komt, en gaat zoals het gaat. Dat je gewoon je best doet en dat je hoopt dat het uiteindelijk goed zal zijn. De weldaad van het gewone.

Het werd geen gewoon jaar. Onze reis naar Marokko/Marrakech in februari ter gelegenheid van 40 jaar vriendschap met onze vriendengroep uit Hoogersmilde blijkt achteraf een wonder.
Dat het nog kon!
In maart overkwam ons wat de hele wereld overkwam: lockdown door het Covid19-virus.
Het mooie van dit blog is dat je terug kunt lezen hoe het was.
Want je vergeet namelijk heel snel hoe het was.
Ik kan de paniek nog voelen die in mijn borst omhoog kroop op vrijdag 13 maart die mij het ademhalen bijna belette. In die week daarna had ik een belangrijke vergadering op mijn werk die ik moest notuleren, ik had een sollicitatiegesprek, een Lohues-avond in Hardenberg en en en……

Inmiddels is het augustus.
Mijn ademhaling is al lang weer onder controle en ik heb veel geleerd de afgelopen maanden. Het leven gaat gewoon door, maar anders dan anders.
We doen al weer voorzichtig leuke dingen met kinderen, familie en vrienden en genieten daar nu meer van omdat we goed beseffen dat niets vanzelfsprekend is.
Ook in coronatijd hielp het schrijven van een dagelijks blog om de situatie van een afstandje te bekijken en te reflecteren.
Met Ede Staal zou ik willen zeggen: het het nog nooit zo donker west 

Met veel plezier begin ik dus aan jaar 7!

Vind je het leuk om die jaarlijkse evaluaties te lezen?
Hierbij een link naar het blog dat ik vorig jaar schreef toen het eerste lustrum werd gevierd.
Onderaan dat blog staan links naar de ‘verjaardagsblogs’ uit voorgaande jaren.

Reageren

27 augustus: Als een sirene….

Afgelopen maandag week was ik rond 17.00 u even bij de Jumbo.
Ik was nog bij het brood, toen ik al een kind hoorde krijsen bij de slagerij.
Halverwege kwam ik de ongelukkig moeder tegen: een blèrend kind dat van alles wou, niks mocht en met hoog rode wangetjes in de wandelwagen zat vastgegespt.
Het was soms net een sirene.
Het was einde middag, het kind was moe en moeder werd het van het kind.

Als je moeder bent geweest van kleine kinderen weet je hoe het voelt.
Iedereen kijkt.
Sommigen kijken beschuldigend.
Sommigen kijken veelbetekenend.
En bijna iedereen wordt er wel wat ongemakkelijk van.
Als moeder krijg je het warm en wil je maar één ding: dat het kind ophoudt met blèren.
Dat zeg je ook wel, maar dat heeft geen effect.
Wat wel effect zou hebben is het kind haar zin geven, maar dat is maar van zeer tijdelijke aard.

De moeder in kwestie en ik stonden naast elkaar in de rijen voor de kassa.
Het kind schreeuwde alles bij elkaar en iedereen keek zoals in de alinea hierboven beschreven.
Eén oudere mevrouw die voor het kind stond draaide zich om en begon tegen het kindje te praten. “Nou nou, wat heb jij het beroerd zeg. Word je soms mishandeld? Nou nou!”
Het kind schrok van het geteem van de vrouw, hield even de adem in om vervolgens weer op volle sterkte haar ongenoegen kenbaar te maken.
De moeder keek schichtig om zich  heen en onze blikken ontmoetten elkaar.
Ik knipoogde naar haar en gaf een bemoedigend knikje.

…. geen lollie….

Ook ik heb met sirene’s in de Jumbo gelopen. Dat heette toen nog Nieuwe Weme of Super de Boer. Eén keer zelfs heb ik een schreeuwende dochter (want “Nee, we gaan geen lollies kopen”) die geen kant meer op wou midden in het gangpad laten liggen en ben zelf met de kar naar het volgende gangpad gegaan. Toen was er een dame die mij aansprak: “Mevrouw! Uw kind ligt huilend in het gangpad!”
Alsof je dat zelf niet weet.
Tegen die mevrouw heb ik gezegd dat ik dat wel wist en dat het kind zelf kon lopen en dat ik verwachtte dat ze mij op zou zoeken zodra ze in de gaten had dat ik weg was.
Toen ik dat nog uitlegde kwam het kind al snikkend naar mij toe.
“Mamahahahahaha…”
Ze kreeg de lollies niet, maar was al lang blij dat ze mij weer gevonden had.

Dat schiet altijd door mij heen als ik moeders in dat soort situaties zie.
Het zweet breekt me plaatsvervangend uit.
Die blikken. Dat gebemoei.

Toen ik mijn boodschappentassen in de fietstassen had gedaan klapte er een autodeur achter mij dicht. Het huilende kind zat in haar autostoeltje op de achterbank en moeder haalde opgelucht adem.
“Je doet het goed. ” zei ik “Dappere moeder” en stak mijn duim naar haar op.
Ze klaarde een beetje op en zei: “Dank u wel.”

Opvoeden is top-sport.

Reageren

26 augustus: Drents met een Friese uutdrukking.

Zaoterdag schreef ik al dat wij de club uut Hoogersmilde weer ies zagen.
Dat was ok al weer dik een maond leden, mus ok neudig weer.
Gerard vertelde over een bedrief waor een vrouw op de administratie warkte die as e liever niet an de tillefoon kreeg.
“Die hef het mes altied dwas in bek.”
De enige niet-Drenth in oons gezelschap, Sinet, dacht dat ze niet goed verstaon haar.
“Die heeft wat!?!”
As Sinet het niet kent, dan is het miestal wat uut het Noorden.
Veur dit blog gung ik zuuken op internet, maor in het Nederlands kwam ik het nargens tegen; ik kwaam uut bij het Taalweb Frysk , waor ik het volgende vun: ‘Mei it mês dwers yn ‘e bek stean’ betiekenis: zich flink laten gelden.

Gerard kreg die vrouw tegenwoordig nooit meer an de telefoon, dus wij gungen over tot de orde van de dag.
De gastvrouw haar wat lekkers maakt veur bij de borrel, een mini-cheeseburgertie.
Heerlijk was het.
Met zu’n hoge stapel eten is het altied een beetie uutkieken, wat iene de opmarking ontlokte: “Pas maor op, straks he’j het stokkie dwas in de bek staon!’.

Wij hebt het op zu’n aomnd echt over van alles en nog wat; het gung bijveurbeeld ok nog eem over de karkdiensten van tegenwoordig.
“Hoe doet ze dat dan bij jullie?”
Overal weu weer veurzichtig karkt.
Ien van de mannen was ‘corona-gastheer’ en begeleidde de gemienteleden met corona-adviezen naor heur plek.
In Beilen weu d’r nog niet zungen in de vieringen, maor veur ien boer in de gemiente, Piet,  was dat kennelijk niet te verteren, want die haar gemienteleden uutneudigd um bij hum op de boerderij te kommen zingen. Daor was genog ruumte en können ze wied genog uut mekaar zitten. Het weur organiseerd under de titel ‘Zing een lied bij Piet’ en het was een deurslaond succes.
Zo ku’j nog ies wat organiseren!
‘Veur een preek naor Freek’, ik nuum maor wat.

Wij lacht d’r maor um, maor eigenlijk is het verdrietig dat ’t zo möt.
Godfried Bomans zee het al: humor is overwonnen droefheid.
Wij hoopt as karkmeis’n op betere tieden.

Reageren

25 augustus: Gisteren, twee jaar geleden

Gistermorgen, maandag 24 augustus kreeg ik deze melding op mijn telefoon van Google: bekijk de foto’s van twee jaar geleden op deze dag.
Zo’n melding klik ik eigenlijk altijd weg, maar nu was ik wel benieuwd; ik zag een oud gebouw en herkende Elvaston Castle. (Meer weten? Zie blog uit 2018). Verder zag ik foto’s van Frea en Jon bij een volgepakt busje.

Oooh jaaah! Dat was op de dag dat we Frea en Jon ophaalden uit Engeland. (zie afbeelding. Blog erbij lezen? Zie: beetje verreisd.)
“Vandaag twee jaar geleden” dacht ik.
Dat was best bijzonder, want gistermorgen om 10.30 uur hield Jon zijn eindpresentatie voor zijn studie die hij begon op 1 september 2018.
Wij konden meekijken, evenals zijn ouders en grootouders in Engeland.
Nog vóór 12 uur hadden we bericht: geslaagd voor de Master Bio Medische Wetenschappen!

Gisteravond brachten we even een cadeautje én een flesje port naar Groningen.
We keken samen met Frea en Jon terug naar de twee jaar dat zij in Nederland wonen.
Frea heeft inmiddels een baan als docent Engels bij een HBO-opleiding en Jon gaat met z’n diploma op zak op zoek naar werk.
Twee jaar geleden hoopten we dat het zo zou gaan, gisteren zagen we onze hoop bewaarheid.
Het lijkt allemaal van een leien dakje te zijn gegaan, maar ik vertel vast geen nieuws als ik zeg dat het ook wel zwaar is geweest, vooral in het begin.
Ze hebben het goed gedaan, ze hebben dapper doorgezet; wij zijn supertrots op ‘onze’ Nederlandse Engelsman.
Als je hem hoort praten zou je zweren dat je luistert naar een Engelse Drent….

Reageren

24 augustus: Welke woorden neem je mee naar huis?

Niet in buitenlucht onder de bomen in Roderwolde maar in Op de Helte kwamen we gistermorgen als PKN-gemeente  bij elkaar.  Volgens voorganger Sijbrand  van Dijk had buienradar roet in het eten gegooid, maar volgens mij was het niet buienradar maar de stromende regen waarin wij vanmorgen naar de kerk liepen.

Ergens in de viering gistermorgen stelde dominee Sijbrand van Dijk de vraag in de titel van dit blog: maar naast woorden nam ik eigenlijk van alles mee naar huis.

– een lied,  in casu 286, waarbij het zingen even lastig werd van ontroering door de mooie melodie en de troostende woorden.
Steek een kaars aan tegen al het duister, als een teken in een bange tijd,
dat ons leven niet in wanhoop eindigt, dat de vrede sterker is dan strijd. 
Want het licht is sterker dan het donker, en het daglicht overwint de nacht
zoek je weg niet langer in het duister keer je om en zie Gods nieuwe dag.

– een vraag: “Mis je God in coronatijd?” De vraag werd gesteld bij het onderdeel ‘Om er in te komen’ en de reacties die de vraag opriep waren eerlijk en riepen veel herkenning op.

– een beeld. We brachten de onderlinge verbondenheid inzichtelijk door het gooien van bollen wol naar mensen waar we lijntjes mee hadden door vrijwilligerswerk en gemeentezijn. Het werd een wir-war van draadjes en iedereen was op verschillende manieren met anderen verbonden.
Op de afbeelding zie je de draadjes. (even op klikken voor een vergroting)
Let ook even op de parasol op het podium….

– een melodie: de begeleiding van de gemeentezang werd vanmorgen verzorgd door een deel van Fanfare Oranje (zie foto). Als Oranje speelt zing ik heel vaak niet mee, omdat ik dan de andere melodielijnen beter kan horen. Toen ik wel mee wou zingen bij ‘Abba Vader’ bleek dat mijn altpartij helemaal niet klonk bij de zetting die Oranje speelde.
Later werd duidelijk dat dat kwam omdat dirigent Wilbert Zwier deze zetting zelf  had geschreven en daarmee de oorspronkelijke zetting van dit Opwekkingslied had veranderd.
Maar wat een mooie zetting! Het orkest speelde bij bepaalde regels over de gemeentezang heen. Omdat de viering vanmorgen niet in Roderwolde was, kun je terugluisteren en/of kijken via kerkomroep.

– een woord: in zijn overdenking zei de dominee dat hij er niet aan moest denken dat er vanwege corona op den duur helemaal geen kerkdiensten meer zouden zijn.
We hebben deze kring nodig om onze verbondenheid met God en met elkaar zichtbaar te maken”.

Woorden, liederen, beelden, vragen: wat neem je mee?
Na de kerkdienst sprak ik nog even met een collega-alt (op anderhalve meter); fijn dat we binnenkort weer met de cantorij kunnen zingen.
Dat nam ik ook nog mee: de heimwee naar het zingen in ons koor.
De voorganger drukte ons op het hart om niet te blijven hangen in wat allemaal niet meer kan en/of mag: zoek nieuwe wegen en mogelijkheden en blijf met God en met elkaar verbonden.

Reageren

Pagina 202 van 411

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén