De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

31 augustus: Lampionnetjes in de pergola.

In 2021 schreef ik een blog over de gehaakte lampionnetjes van Ina.
Wij waren toen te gast geweest in het B&B De Beddestee in Ruinen en gastvrouw Ina had overal in haar tuin van die lampionnetjes opgehangen.
Naderhand heb ik met het idee van Ina al verscheidene glazen potjes omgehaakt en tot ‘avondkaarsje’ omgetoverd (zie september 2021, augustus 2024 en januari 2025 ), maar hangende lampionnetjes waren dat niet.
Tijdens de eerste hittegolf van dit jaar bedacht ik dat het leuk zou zijn om bij Casa Grada wat van die lampionnetjes in de boom te hangen en toen dat goed gelukt was wilde ik onder pergola op Waninge Plaza ook een aantal van die lampionnetjes hangen.

Dit wordt dus een blog met weinig tekst en veel foto’s: voor een beschrijving van het omhaken van een glazen potje verwijs ik naar deze website: Haken is hip!

De eerste foto is gemaakt in week 32: overdag boven de 30 graden, ’s avonds lekker buiten zitten.
Het zijn 5 verschillende lampionnetjes; andere haakmotieven en verschillende potjes qua grootte en vorm.

Je ziet achtereenvolgens een mosterdpotje, een jampotje, een potje waar spaghettisaus in zat, een augurkenpot én een pindakaaspotje.
De ophanglussen zijn gehaakt met 150 lossen; de ketting maak je aan de overkant vast.
Dan haak je met halve vasten naar het punt precies tussen de vorige ophanglussen en dan haak je nog eens 150 lossen.
Op de helft haal je de ketting mét het bolletje katoen even om de vorige ophanglus heen en vervolgens haak je de lus met een hele vaste precies tegenover waar je deze lus begon.
Klinkt ingewikkeld, is het niet: gewoon doen, dan zie je het vanzelf.

Wat mij betreft krijgen we nog een aantal zwoele dagen: kunnen wij nog even genieten van de lampionnetjes!

Reageren

30 augustus: Blogbouwstenen – Nuchterheid

Al vanaf het moment dat ik begon met deze website (augustus 2014) zit in mijn mapje met ideeën voor een blog een column van Bert Keizer uit de Trouw van juli 2014.
Wie is Bert Keizer? Ik moest het ook even weer opzoeken: Bert Keizer is filosoof en arts. Wekelijks schrijft hij in Trouw over zorg, filosofie en hun raakvlakken en hij heeft een column in het artsenblad ‘Medisch contact’. 

Bert Keizer. Afbeelding: Trouw

Wapen u met nuchterheid‘ staat als titel boven het verhaal en het raakte me toen, terwijl er destijds niemand in mijn naaste omgeving kanker had.
In een blauw kadertje stond de tekst: Oncologen kijken erg goed naar uw lichaam, maar nauwelijks naar uw ziel.

De column begon zo:

Hans van den Bosch, 63 jaar, oud verpleeghuisarts en getroffen door een op korte termijn dodelijke kanker schreef een openbare brief aan zijn oncoloog.
Van den Bosch schrijft niet om haar te bedanken voor de wijze waarop zij hem heeft bijgestaan in zijn benauwdste uren, nee, hij schrijft haar een verwijt.
Het gaat hier niet om een tuchtwaardig vergrijp, het zit dieper. 
Van den Bosch heeft een dodelijke vorm van kanker.
Hij verwijt haar alleen maar oog te hebben voor zijn woekerende cellen en het daarbij behorende protocol.
Zij had zich moeten afvragen of de behandeling die zij protocolair denkend aan hem voorstelde eigenlijk wel het levenseinde zou opleveren dat hij voor zichzelf onder deze omstandigheden zou wensen.

Daarna volgen er zinnen als:

Wat mij verontrust is dat een dermate zwaar bewapende patiënt er ternauwernood in slaagt om zich een oncoloog van het lijf te houden.
Wat zijn de kansen tegenover dit behandeld geweld van een volstrekte leek, die niet met kennis maar met doodsangst luistert?
Je bent dan volkomen weerloos. Het idee dat je onder deze omstandigheden moet oppassen voor je arts komt gewoon niet bij je op.

en

In een groot behandelcentrum is het heel gewoon dat je door allerlei artsen gezien wordt. Dat heeft tot gevolg dat niemand weet wat deze ziekte voor u als man, vrouw, vader of oma betekent
En als u uitbehandeld bent wordt u naar huis gestuurd. Waar ze u nooit zullen bezoeken. Ze zien een sterfbed als een slechte afloop.
Trouwens, dat moet de huisarts maar doen.

Hij besluit met:|

Wapen u zelf met nuchterheid, neem de tijd voor een besluit over een behandeling, zoek heldere informatie, vraag rond over uw ziekte, zet uw huisarts aan het Googlen  of rondbellen. In de woorden van Van Den Bosch “Zwem niet zomaar die fuik in”.

Wil je de hele column lezen? Hierbij een link naar het PDF dat ik er van maakte: Wapen u met nuchterheid

We zijn nu 11 jaar verder en hebben zelf inmiddels al van alles meegemaakt met hematologen, oncologen, cardiologen en andere specialisten.
De column maakte destijds veel indruk op me.
De ernst van het verhaal en het serieuze karakter ervan hebben me lang tegengehouden om er over te schrijven, maar nu komt het er dan toch van.
Het is tenslotte ook maar een advies.
Wapen u met nuchterheid.

Reageren

29 augustus: Het mirakel van Amsterdam

Twee blogs schreef ik al over ons bezoek aan de zandsculpturen in Garderen; vandaag een verhaal over ‘Het mirakel van Amsterdam’.
Er was een heel podium ingericht voor dat mirakel.

Dit is het bijbehorende verhaal.
In een huis aan de Kalverstraat lag in maart 1345 een doodzieke man in bed.
Door een priester werd hem het heilige sacrament toegediend: de stervende kreeg een hostie (een broodrondje van ongezuurd tarwemeel), maar de zieke braakte die hostie weer uit en het braaksel werd in het vuur gegooid.
Maar na verloop van tijd zweefde de nog gave hostie boven het vuur! De bijzondere hostie werd naar de Sint-Nicolaaskerk (die heet nu de Oude Kerk) gebracht, maar het ding kwam op onverklaarbare wijze terug naar de Kalverstraat. Daarna bracht een groep geestelijken de hostie weer naar de kerk, maar opnieuw verscheen de hostie in de Kalverstraat. Toen werd duidelijk dat het hier om een wonder ging, een ‘mirakel’.
Op de afbeelding rechts zie je de beeldengroep waarop je ziet dat de hostie ongeschonden uit het vuur wordt gehaald.

Een jaar nadat het wonder zich voltrok werd het door het stadsbestuur al erkend en de Rooms Katholieke kerk ging daarin mee: wie als pelgrim de plaats van het mirakel bezocht, kreeg van de kerk een aflaat. Dat betekende vermindering van straf voor al je zonden in het hiernamaals.
Door de jaren heen ontstond er op de eerste woensdag na 12 een zogenaamde ‘mirakel-processie, een jaarlijks terugkerend hoogtepunt in het stadsleven van Amsterdam.
Je leest het hele verhaal, hoe het is afgelopen met de kapel waar de haard uit de ziekenkamer in was opgenomen én wat dit wonder te maken heeft met de keizerskroon op het stadswapen van Amsterdam in dit artikel dat ik vond op de website Historiek.
Die processie wordt ‘De stille omgang’ genoemd en vindt nog steeds plaats.
Op de afbeelding links zie je hoe de zandkunstenaars die processie hebben vormgegeven, met daarachter de muren van de Sint Nicolaaskerk.

Met dit blog besluit ik mijn verhalen over onze belevenissen in de Beeldentuin in Garderen.
Nou…… nog één spreekwoord dan.
Er stond daar een bij een tafereel over middeleeuwse straffen (met een levensgrote beul) ook een schandpaal.
Misdadigers werden voor straf in het openbaar in een schandblok gezet; daar komt het spreekwoord voor paal staan vandaan.
Iedere voorbijganger mocht de tentoongestelde nog meer straffen door hem  te bekogelen met viezigheid. Geen tomaten of eieren of zo, die waren toen veel te duur…… je werd bekogeld met dode muizen, ratten en paardenvijgen. Ook mocht iedereen naar je spugen of tegen je aan plassen. Dan was je het pispaaltje.
En ja, er is een foto van Jan die in dat schandblok staat en Gerard staat er triomfantelijk bij.
Wat was er aan de hand?
Wat gebeurde tijdens de wandeling tussen de zandsculpturen in Garderen blijft tussen de zandsculpturen in Garderen 😉

Reageren

28 augustus: Ouderdomsgemopper.

Vanaf 1 januari hangt er in ons toilet een ‘Onze Taal’ scheurkalender.
Iedere dag een weetje over taal met vaste dagen voor vaste onderdelen.
Op zondag lezen we altijd iets dat valt onder het hoofdstuk ‘Mondje Middelnederlands’: een voorloper van de moderne Nederlandse taal. Het werd tussen 1200 en 1500 in ons taalgebied gesproken; het was de opvolger van het Oudnederlands.
Vandaag een mooi verhaal uit deze rubriek.

Ten 50 jaren comt die oude,

die noyt niemen hebben woude.

Nochtanne wilt al langhe leven.

Aldus Jacob van Maerlant in de dertiende eeuw.
Vertaald: ‘Met vijftig komt de ouderdom die niemand wil. Toch wil iedereen lang leven.
Was je op je vijftigste echt al oud en bijkans afgeschreven in de Middeleeuwen?

Het is een beetje een mythe dat middeleeuwers zoveel minder oud werden dan wij.
Wel was hun leven ontegenzeggelijk riskanter en stierf menigeen jong – niet zelden al bij de geboorte.
Daardoor was de gemiddelde overlijdensleeftijd een stuk lager.

Maar het tableau van levenstijdperken dat Mearlant in Der naturen bloeme ontvouwt, blijft nog altijd volop herkenbaar – inclusief zijn observatie dat de ouderdom met typerende gebreken komt. Over zeventigers bijvoorbeeld:

Voert meer (vervolgens) als die mensche lijt
van 70 jaren die tijt (richting de 70 gaat)
gaet hi suffen ende rasen (rare dingen doen en zeggen)
Hem dinct (hem dunkt, hij vindt) al die werelt dwasen.
Al dat hi siet dat dinct hem quaet;
hi lachtert alle dat wael staet (hij laakt alles wat overeind staat)
maer hi priset daer was (en prijst wat daar vroeger was)
Datter nu es dinct hem gedwas (wat er nu is, lijkt hem flauwekul)
Sine crachten die tebreken (zijn krachten nemen af)
in allen dinghen – sonder (behalve) in ’t spreken.
Dat ander liede bringhen voert (wat andere mensen inbrengen)
dinct hem wesen dulle woert – (komt hem voor als kletspraat)
ende tsine dinct him wijsheit groet. (en zijn eigen woorden opperste wijsheid.)

Dus.
Niet zo heel erg positief over de ouderdom.
Let dus een beetje op je (spreek)gedrag als je ouder wordt.
Vroeger was niet alles beter en niet al het nieuwe en moderne is stom.
In de middeleeuwen hadden ze dus ook al last van zeurende, negatieve oudjes die vooral zichzelf graag mochten horen praten die niet meer geïnteresseerd waren in hun gesprekspartner.
Een gewaarschuwd mens ……

Reageren

27 augustus: Leven zonder werk (4) – De enorme overgang.

Als je zoals ik 60-plus bent heb je als het goed is DE overgang al wel gehad.
Omdat ik dat geen aangenaam onderwerp van gesprek vind heb ik het nooit over die overgang op deze website: er zijn veel te veel andere, leukere onderwerpen te bedenken.
Maar vandaag beschrijf ik maar liefst drie grote ‘ overgangen’  in mijn leven die minstens zo enerverend waren als DE overgang.
In het vorige blog in deze serie beschreef ik het werk dat ik deed op het parket van de OvJ in Assen; dat verhaal eindigde met onze trouwdag in 1983.

Overgang 1
Het samen met Gerard een huishouden bestieren en daarnaast 40 uur werken was echt wel een grote overgang: ineens moesten we alles zelf doen wat thuis mijn moeder altijd deed.
En in het weekend gingen de leuke dingen natuurlijk ook gewoon door; dat bleef uiteindelijk niet goed gaan.
Ik kreeg een griepje dat ontaardde in een longontsteking, waar ik maar moeizaam van herstelde; ik was chronisch vermoeid.
Daarna besloten we dat ik een halve dag minder ging werken: ik stapte over naar een 36-urige werkweek en was voortaan op vrijdagmiddag vrij.
Dan deed ik gelijk uit het werk de wekelijkse boodschappen bij de MIRO in Assen en die middag besteedde ik vaak aan huishoudelijke klussen.

Overgang 2
Op een gegeven moment groeiden we uit ons jasje aan de Dr. Nassaulaan en verhuisden we met een deel van het parket naar een pand aan de Vaart ZZ tegenover de Kolk.
En toen deed de computer zijn intrede in onze kantoorwereld!
In 1985 ging ik met twee andere collega’s naar Utrecht voor een cursus Word Perfect: de computer en de tekstverwerker deden hun intrede in de ambtenarenwereld in Assen.
Bere-interessant. En ik stond er met mijn neus bovenop.
Als je die cursus had gedaan mocht je de nieuwe apparatuur bedienen: een enorme printer met een grote, glazen afdekstolp erom heen, waar je kettingformulieren in kon doen.

Overgang 3
Hoe het verder ging met de ontwikkelingen van de computers c.q. printers weet ik niet, want in 1986 raakte ik zwanger van dochter Frea en stopte ik met werken.
In ons sociale milieu was het niet gebruikelijk om te blijven werken als je kinderen kreeg.
Maar o, wat heb ik het (vooral in het begin) gemist!
Het gekeet met collega’s, het spelletje klaverjassen tussen de middag, de scherpe discussies en domme ambtenarenlol.
De typemachines, printers en formulieren.
Wat wel heel erg hielp was dat Zwanet, de collega waar ik die 7 jaar het meest mee had opgetrokken, ook zwanger was en 4 weken na mij ook stopte met werken.

Achteraf bezien was overgang 3 veel te groot en met de kennis van nu was het voor mij beter geweest als ik was blijven werken, ook al was het maar 2 of 3 dagen in de week.
Maar zo is het niet gegaan: was toen ook niet echt een optie.
‘Achternao kikst een kou in de kont’ was een gevleugelde uitdrukking in de familie Boelen
In het vervolg van deze serie zul je lezen dat ik, toen ik eenmaal volleerd moeder & huisvrouw was, helemaal geen zin had om weer te gaan werken!

Benieuwd naar de hele serie?
Hierbij een link naar deel 1: onderaan dat blog vind je een overzicht van de al gepubliceerde blogs.

Reageren

26 augustus: Camino – boek of écht.

Weet je nog dat Lienne vorig jaar een gastblog schreef op deze website?
Een indrukwekkend gastblog in twee delen onder de titel ‘Vergeven‘ over haar niet aangeboren hersenletsel.
Ze sloot het tweede blog af met de zin: ‘Mijn leven gaat inmiddels vooruit, en ik ben plannen aan het maken om mijn kinder-/jeugddroom te vervullen: ik ga 1 april 2025 van mijn huis naar Santiago de Compostela lopen. 
En ze heeft het gedaan! Ik volgde haar vanaf het begin (met Polar Stepps) toen ze in april vertrok uit Bakkeveen: met respect en bewondering las ik hoe het haar verging en ik genoot van de prachtige foto’s die ze met haar volgers deelde.

Vorige maand las ik het boek ‘De camino’ van Anya Niewierra.
Het enorm populaire boek gaat over een vrouw die de camino loopt een jaar nadat haar man zelfmoord pleegde.  De chocolatier Lotte was getrouwd met Emil Jukic, een vluchteling uit Bosnië. Wanneer zij met haar twee zoons in Bosnië is om de as van haar man uit te strooien ontdekt ze dat de echte Emil 25 jaar eerder door een Bosnisch-Servische militie is vermoord.
Ze gaat daarom precies dezelfde route lopen om erachter te komen wat zijn beweegredenen waren en wie haar man werkelijk was; zo komt ze een verschrikkelijk geheim op het spoor.

Tussen de gewone hoofdstukken door staan cursief afgedrukt stukken van een brief, met flarden uit het verleden in Bosnië; je weet tot het einde van het boek niet wie de schrijver van die brief   is.
Lotte ontmoet andere pelgrims en doet ondertussen alle plaatsen aan waar haar man naartoe ging.
Gedurende het boek kom je steeds meer te weten over de oorlog tussen de Bosniërs en de Serviërs en over hoe die oorlog een wig dreef tussen drie gezworen vrienden. Naar mijn bescheiden mening zijn die oorlogsverhalen behoorlijk eenzijdig en wordt de schuld voor alles bij de Serviërs gelegd, maar een oorlog heeft altijd twee kanten.
Verder hadden van mij de details over wat er in die oorlog gebeurde wel wat minder nadrukkelijk beschreven mogen worden; dat voegde niets toe.

Er gebeuren wel veel toevallige ongelukken waarbij mensen gewond raken of zelfs overlijden, waardoor ik op een gegeven moment dacht: “het lijkt wel een aflevering van Midsommer Murders…!”
Verder vond ik de hoofdpersoon wel wat naïef en waren sommige gebeurtenissen in het boek wel erg toevallig.
“Dit gebeurt toch nooit in het echt” dacht ik af en toe; voor mij doet dat afbreuk aan het verhaal.

Conclusie: spannend boek, van genoten, maar de hype over het boek is mijns inziens onterecht.
Daar komt bij dat ik toen ik dit boek las ook dagelijks ‘de camino’ van Lienne volgde; een rauw verhaal over haar worsteling met de grenzen waar ze tegenaan liep door haar hersenletsel.
Het verdriet, de weersomstandigheden, de zorgen, de pijn, de prachtige natuur, haar heimwee naar haar gezin, de pittoreske plaatjes van de reis, het doorzettingsvermogen: wát een verhaal.
Daarmee vergeleken komt ‘De camino’ van Anya wat bedacht en gekunsteld over.
Lienne is inmiddels terug: ik zal haar vragen om een gastblog!

Reageren

25 augustus: Tot 2028?

Op deze website deel ik openhartig de waarde van mijn dagen; meestal zijn die blogs positief, waardoor de indruk kan ontstaan dat er bij ons geen negatieve dingen zijn, maar dat is natuurlijk onterecht.
Je weet inmiddels dat ik in oktober van dit jaar afscheid neem van mijn werk.
Dat was in eerste instantie niet te bedoeling: Gerard en ik zouden doorwerken tot de pensioengerechtigde leeftijd: ik tot 2027 en Gerard tot 2028.

Maar soms gaan dingen niet zoals je had bedacht.
In maart 2024 schreef ik nog een verhaal over wat Gerard voor de kost deed (zie  blog 9 maart), maar nadat in het voorjaar van 2024 de ziekte van Kahler weer voorzichtig de kop op stak had dat zijn weerslag op Gerards mentale weerbaarheid en fysieke belastbaarheid. Toen zijn werkgever ook nog eens weinig empathie toonde voor zijn situatie meldde hij zich in juni vorig jaar ziek; daarna lukte het niet meer om goed te herstellen. 10 jaar ziekte van Kahler eisten hun tol, de rek was er kennelijk uit.

En dan kom je in zo’n molen.
Ziektewet, bedrijfsarts, gesprekken, UWV, formulieren…..ik hoef het vast niet omstandig uit te leggen.
Na een half jaar gesprekken kwam de  bedrijfsarts met een verrassende conclusie. : “U bent al zo lang ziek en u heeft die moeilijke jaren (met twee stamceltrajecten) eigenlijk altijd doorgewerkt. U heeft in die jaren veel gevraagd van uw lichaam en uw geest; nu lichaam en geest aangeven dat het werken niet meer gaat, gunnen we u eigenlijk wel een ander traject.”
Ook de hematoloog die Gerard al jaren behandelt gaf (door de bedrijfsarts daarnaar gevraagd) aan dat het wat hem betreft heel logisch zou zijn als Gerard zou stoppen met werken.
Hij voegde daar nog aan toe: “Houdt u er maar rekening mee dat u in het najaar weer een behandeltraject tegen Kahler in gaat.”
Degene die daar de meeste moeite mee had, was de patiënt zelf: “Zo wil je toch niet stoppen met werken…”
Maar uiteindelijk zag ook hij in dat stoppen wel de meest logische optie was.

En nu is het augustus.
Het UWV heeft de aanvraag goedgekeurd en Gerard hoeft niet meer aan het werk.
Inmiddels is hij gewend aan de nieuwe omstandigheden; hij doet het rustig aan, zet ’s morgens geen wekker, gaat zwemmen, maakt ommetjes,  bakt brood en is druk met zijn tuin waar hij nu alle tijd voor heeft.
Er zitten al bakjes bonen in de diepvries en we hebben al courgettesoep gehad.
Het maakt mijn laatste maanden ook rustiger.
Als ik heb gewerkt zet Gerard een heerlijke maaltijd op tafel en als ik een dag thuis ben drinken we samen koffie of thee.
Dat las je ook al tussen de regels door in de blogs van de laatste maanden: een nieuwe werkelijkheid waar wij ondertussen al aan gewend zijn.

We leven nu samen toe naar oktober 2025; we hoeven niet meer te wachten tot 2028.

Reageren

24 augustus: Inclusief?

In de Zinnig van augustus

Het thema veur de Zinnig van de maond augustus was ‘Zwart/wit’.
Eem dacht ik an een verhaol over salmiak, da’k dat vrogger as kiend zo lekker vun, maor mien inzending gung over hiel wat aans. Lees maor ies:

Inclusief?

As ik foto’s truggekiek uut mien kindertied, dan bint die bijna altied zwart-wit: kleurenfoto’s waren der al wel, moar bij oons thuus kwamen de kleuren der pas bij in de jaoren ’70.
Ok de tillevisieprogramma’s waor wij destieds naor keken kwamen tot oons in griestinten, zoas bijveurbeeld Pipo de Clown en Mamaloe.
Een serie die in mien brein grift stiet.
Netuurlijk weur het op een gegeven moment te kienderachtig, maor wat heb ik geneuten van die serie. Het grappigste vun ik de euliedomme boeven ‘Snuf en Snuitje’. Die ene stötterde een beetje en alhoewel ik dat as kiend ok deu kun ik daor bij de acteur Rudi Falkenhagen (die Snuf speulde) ontzettend um lachen. “M-m-mooie p-parels, f-f-fijne p-p-parels!”

Veurig jaor stun der in interview in de kraante met Marijke Bakker, de vrouw die van 1966 tot 1979  Mamaloe speulde in de serie Pipo de Clown.
Marijke beschreef in het interview de achterliggende gedachte bij de serie Pipo de Clown.
Volgens heur was dat:  (ik citeer): een ijzersterke serie dankzij de universele figuren die een prachtige weerspiegeling geven van de maatschappij. Pipo is onconventioneel. Hij staat voor liefde en licht en voor vrijheid en natuur.  Mamaloe is de vrouw die hem met beide benen op de grond houdt.
De circusdirecteur heet Dikke Deur: een verbastering van het woord ‘directeur’; een man met een groot ego die eigenlijk vooral onmacht uitstraalt. De indiaan Klukkluk is het kind in ons en de boeven Snuf en Snuitje zijn de rommelaars in onze maatschappij. Schrijver Meuldijk slaagde er steeds weer in om mooie, afgeronde verhaaltjes te maken met een kop, een staart en een body.’
Tot zover Marijke.

Dag vogels……. (afbeelding: Wikipedia)

As kiend he’j hielemaol gien notie van een achterliggende gedachte bij zu’n serie. En toen ik kiend was dacht der ok nog gieniene nao over een karikaturale indiaan; zu’n figuur in een jeugdserie zol nou hielemaol niet meer kunnen.
Net as Hiawatha die ok al niet meer in de Donald Duck stiet.
Stereotypering is niet meer van dizze tied. Zwart/wit denken hef plek maakt veur een meer kleurrieke benaodering van de mensen in oonze maatschappij; inclusiviteit is de boodschap.
Dat vin ik een groot goed en dat moe’we koesteren.
Wij ziet nou in Amerika wat der gebeurt a’j de inclusiviteit uut het oge verliest. En dat giet veul verder as een indiaantie uut de Rondbuken-stam dat niet meer in de Donald Duck stiet.
Pipo sprak oons an ’t einde van elke oflevering toe:
“Dag vogels, dag bloemen, dag kinderen…..welterusten!”
Wij hebt het zwart/wit tiedpark al wied achter oons laoten en wij moet oons niet in slaop sussen laoten: iederiene heurt der bij.

Reageren

23 augustus: Hoeveel-weken-nog-slinger.

Vroeger maakte ik voor onze dochters een week voor hun verjaardag samen met de jarige in spé een ‘hoeveel-nachtjes-nog-slinger’.
7 witte briefjes waar we de aftel-cijfers opzetten en die ze zelf mochten versieren; de cijfers werden mooi ingekleurd en er kwamen stickers of stempels op. Die slinger hingen we aan de servieskast en iedere morgen werd er dan één briefje afgescheurd: weer een dag dichterbij het feest!

…. hoeveel weken….

Eén keer maakten we een ‘hoeveel-weken-nog’-slinger, begin 1994. Toen onze oudste dochters 4 en 7 jaar oud waren, vertelden we hen dat er een broertje of een zusje kwam. Wat een feest! Maar het duurde wel heeeel lang voor ‘Ukkie’ kwam. Die slinger was bedoeld om inzicht te geven in hoelang het nog duurde; voor een jong kind duurt één week al een spreekwoordelijke eeuwigheid. Op de foto hiernaast knippen we nummer 35 er af.
Frea vertelt het nog wel eens: “Ik weet nog dat we dat eerste kaartje eraf knipten en dat ik me toen realiseerde dat Ukkie er nog láng niet was…..”

In het weekend van 16 augustus kreeg ik van onze dochters een zelfgemaakte ‘hoeveel-weken-nog’-slinger; nog 10 weken tot aan mijn pensioendatum.
Het was net zo’n slinger als die ik vroeger voor hun verjaardag maakte: zelf getekend en gekleurd en versierd met toepasselijke tekeningetjes: kalenders, headsets, fietsjes, laptops, telefoons: ze hadden het goed voorbereid.
Wat verrassing!

Hij hangt in de kast in de kamer: klik op de afbeelding voor een vergroting.
“De komende week kun je gelijk het eerste blaadje er af scheuren!”
Volgens mij waren ze een week te vroeg, maar nee: in week 33 is het nog maar 10 weken!
Kijk vooral even naar het laatste briefje: de dames hebben weer een leuke woordspeling bedacht met mijn naam!

Inmiddels heb ik het briefje met de 10 er al afgescheurd; het gaat voor mijn gevoel ineens heel hard nu…..

Reageren

22 augustus: Gastblog Carlijn – Hoya!

Vandaag een gastblog van jongste dochter Carlijn:

Jaren geleden kreeg ik van vriendin Karin een stekje van haar hoya, een kamerplant die heel geschikt is als hangplant.
Een beetje een kwakkelend stekje was het eigenlijk. Deed het nooit heel goed en elke keer als ik ernaar keek dacht ik: wanneer begeeft ‘ie het.
Maar goed, helemaal dood ging hij eigenlijk ook niet en ik kan het dan ook niet over mijn hart verkrijgen om hem weg te doen.
Meer dan vijf jaar heeft hij een beetje doorgesukkeld en afgelopen jaar vond ik het tijd voor wat nieuwe grond en een nieuw potje.
Dat bleek de oplossing te zijn, deze lente begon hij eindelijk met groeien!
Blijkbaar moet de grond voor deze plant losser/luchtiger zijn, zoals bij een vetplant. Het is niet helemaal een vetplant, maar hij heeft wel wat dikkere blaadjes waar water in vastgehouden kan worden.

De Nederlandse naam voor de Hoya Carnosa is de Grote wasbloem.
Hij komt oorspronkelijk voor in China, India en Australië, waar de plant op rotsen en bomen groeit.
Ik snap wel waar de naam wasbloem vandaan komt, want de blaadjes hebben inderdaad een wassig glanslaagje.

Vorige week viel mij iets nieuws op: een soort ondersteboven hangend trosje met glanzende knopjes. Volgens Google een bloem in wording!
Sindsdien heb ik er natuurlijk met mijn neus bovenop gezeten. Gisteren is hij dan eindelijk uitgekomen en hangt er een prachtig trosje roze bloemetjes aan.
Online las ik dat het een sterk geurende plant zou moeten zijn, maar ik rook nauwelijks iets. Ik kreeg de tip om ’s avonds nog een keer te ruiken – en verrek – hij ruikt ’s nachts super zoet!
Blijkbaar heeft dat te maken met dat de plant voor bestuiving afhankelijk is van insecten die vooral ’s nachts actief zijn, denk aan nachtvlinders bijvoorbeeld.

Zo leer je nog es wat… de waarde van mijn week!

Reageren

Pagina 24 van 408

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén