De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

21 augustus: Proefkonijnen.

“Waarom hangt er nou een icoon van een katholieke heilige in een protestantse kerk?”
Die vraag werd me ooit eens wat pinnig gesteld door een gast die vertelde dat hij een hekel had ‘aan dat Roomse gedoe’ en dat ‘wij dat als protestanten vér achter ons hadden gelaten’.
Mensen die regelmatig in de Catharinakerk zitten als kerkganger zullen misschien helemaal niet weten dat die icoon er hangt; je vindt de afbeelding achter de preekstoel in de stiltehoek.

Die is daar neergehangen toen onze kerk feestelijk werd heropend na de ingrijpende renovatie van 2016. In die dienst verscheen Catharina in hoogst eigen persoon, gestalte gegeven door pastor Astrid Mekes. Over die bijzondere viering schreef ik toen (in februari 2017) een blog onder de titel ‘Opening van de Catharinakerk‘.
8 jaar geleden al weer. Leuk om even terug te lezen ook: toen was de Catharina-cantorij er nog!
In die viering werd de eeuwenoude geschiedenis van de kerk benadrukt; toen het kerkgebouw is gebouwd  in 1250 werd het gewijd aan de heilige Catharina, in die tijd een alom geliefde heilige.
Ben je benieuwd naar haar verhaal en waarom zij meestal met een groot rad wordt afgebeeld? Hierbij een link naar een artikel over haar op de website van KRO/NRCV.
En nee, wij hebben als protestanten niets met heiligen, maar deze Catharina heeft haar naam gegeven aan het gebouw en hoort bij de kerk-geschiedenis.
Daarom hangt er een afbeelding van haar in de stiltehoek.
Dinsdagmiddag hoorde ik op een verrassende manier wie die icoon heeft geschilderd.

Het was het namelijk de derde dinsdag van de maand; Holy Stitch is nog niet weer begonnen, maar ik had de dames uitgenodigd voor een uitje: een bezoekje aan de kerk met een stukje uitleg van mij er bij en een terrasje in Roden. Een zevental ‘heilige steeksters’ gaf zich op.
“Jullie zijn vanmiddag mijn proefkonijnen” legde ik aan het begin uit.
“Als ik in de kerk sta als gastvrouw/gids, dan vertel ik aan de gasten iets over de kerk, maar het is bijna nooit het hele verhaal. Hoe het gesprek verloopt hangt namelijk heel erg af van de bezoekers. Nu heb ik een rondleiding voorbereid waarbij ik het hele verhaal vertel: ik laat jullie alles zien. Daarna ben ik benieuwd hoe lang het heeft geduurd en wat jullie er van vonden.”

Onderdeel van mijn verhaal was ‘de stiltehoek’ en het verhaal bij de icoon van de heilige Catharina.
Geke wist te vertellen dat de naam van de schilder nooit op zo’n schilderij staat.
“Maar weet je wel wie het gemaakt heeft dan?” vroeg Alie.
Nee, geen idee eigenlijk…
“Ik” zei Stieneke.
Niet te geloven!
Onze Stieneke!
Ze had het nageschilderd van een bestaand icoon.
Wát mooi!

Die rondleiding door het gebouw duurde trouwens 1 uur en 15 minuten.
En het werd zeer gewaardeerd: iemand bedacht dat het wel leuk zou zijn om dit een keer met de familiedag/uitje te doen.
Wat een goed idee!
Je mag mij altijd bellen.
Moet ik eerst wel met de koster overleggen natuurlijk…..

Reageren

20 augustus: Leven zonder werk (3) – Parket van de Officier van Justitie in Assen.

Op 1 november 1979 stapte ik binnen in het indrukwekkende monumentale gebouw waar het parket was gevestigd.
Het was het oude gymnasium aan de Dokter Nassaulaan nr. 5.
De eerste afdeling waar ik werkte, Kantongerechten Drenthe, zat op eerste verdieping.
Ik ging de administratie doen van kantongerecht Meppel.
Die dossiers zaten in grote grijze kartonnen omslagmappen; de mappen van kantongerecht Assen (Trientje) waren geel en de mappen van Emmen (Zwanet) waren groen.
Alles was nieuw voor mij. De grote Remington schrijfmachines, het grote klaslokaal waar 6 bureau’s in een hoefijzervorm stonden opgesteld, de grijze telefoons, de archiefkasten met hangmappen (waar die grijze mappen op nummer in werden opgeborgen), de kasten vol formulieren (o.a. dagvaardingen, accept-girokaarten voor de boetes) en al die oude mensen* …… wat moest ik wennen aan het volwassen zijn. De radio stond altijd op Hilversum 3, maar die werd nog wel eens zachter gezet door het hoofd personeelszaken: “Het is hier geen discotheek, jongelui….”
Ik woonde nog bij mijn ouders thuis, maar verkeerde overdag in de serieuze ambtenarenwereld, waarin ik me overigens prima thuis voelde.
Het werk was serieus, maar in de omgang met mijn collega’s had ik vooral veel plezier. Een paradijsvogel in dat gezelschap was de koffiejuffrouw, Mirjam. Ze kwam uit Amsterdam en tetterde ’s morgens om half 9 al de afdeling op “Goeiemorrege! Koffie?” met altijd wel een smeuïg verhaal of een rake opmerking.
Als zij met een vol dienblad de afdeling opliep was er altijd wel een lolbroek die riep: “Mirjam, klap eens in je handen!” en altijd riep ze: “Ja, dat ga ik ooit nog eens doen.”
Op haar laatste werkdag heeft ze het ook daadwerkelijk gedaan: iemand stelde DE vraag en Mirjam liet de hele brut uit haar handen vallen.
“OOOOO, wat heb ik hier naar uitgekeke!’

Toen ik begon was ik ‘Schrijver A’, na anderhalf jaar kreeg ik promotie en werd ik C2.
Ook het werk veranderde in de loop van de jaren.
Een enorme vooruitgang was de elektrische schrijfmachine. Mét correctietoets.
En verder het was ook interessant werk.
In eerste instantie bemoeide ik mij alleen maar met verkeersovertredingen en ongelukken (verkeer), maar later werkte ik op de afdeling Rechtbankzaken en daar kreeg je werkelijk van alles onder ogen. Wat mij nog helder voor de geest staat was een incest-dossier; een officier kwam daarom vragen en ik wist niet was incest was.
“Gelukkig is het land waarin een jonge vrouw niet weet wat dat is” zei de officier van justitie en mijn collega’s lachten besmuikt.
Ik schaamde me dood, maar achteraf zegt het iets over mijn beschermde jeugd en mijn sociale omgeving in het kleine, hervormde deel van het dorpje Hoogersmilde.

Daar op het parket in Assen werd ik van schoolmeisje een jonge vrouw.
Op maandagmorgen bespraken we op de afdeling de vraag ‘Hoe was je weekend? en dat veranderde natuurlijk in de loop van de jaren.
Verkering met Gerard, verhalen van de de IKJ, Hosanna en in 1983 natuurlijk onze trouwdag, waar de meeste van mijn collega’s aanwezig waren.
Daarna veranderde er veel voor mij.

Benieuwd naar de hele serie?
Hierbij een link naar deel 1: onderaan dat blog vind je een overzicht van de al gepubliceerde blogs.

*(zie Een probleem)

Reageren

19 augustus: Het kon ECHT niet!

Bij één nummer van The George Baker Selection zit ik aan het begin, als de blokfluiten beginnen te spelen, in gedachten weer op de fiets op de terugweg van de MAVO naar huis.
Ik zit dan nog in de 1e klas, maar het is al zomer (juni 1974) en ik fiets samen met Marjan, die door moet naar Diever.
We hebben het over muziek en ik vertel haar wat ik heb ontdekt over het liedje ‘Fly away little paraquayo’: dat dat over slavernij gaat.
Ik had namelijk al één jaar Engels gehad en had met mijn fonetisch opgeschreven woorden geprobeerd om het lied te vertalen.
“Dat is toch helemaal geen goeie muziek!” riep Marjan.
“Waarom niet?”
“Nederlanders die Engels zingen, dat klinkt toch nergens naar?”

In mijn herinnering hoorde ik het aan en wist ik niet wat ik moest zeggen.
Wat ik wel begreep was dat Marjan twee oudere broers had die heel veel wisten van muziek in het algemeen en popmuziek in het bijzonder en dat die hun kleine zusje duidelijk hadden gemaakt dat dat liedje van de George Baker Selection ‘ECHT NIET KON!’

Tijdens het vervolg van de fietstocht bleek dat er heel veel muziek was in die tijd die je niet goed hoorde te vinden.
Silvio – ‘Marian, come back home’  had ik ook helemaal vertaald, dat was een regelrechte smartlap:  “Daar luister je toch niet naar, Ada, dat is echt slecht” (geen idee? Luister hier.)
Vicky Leandros – Ich hab die Liebe gesehen en Du – Peter Maffay, bij ons thuis regelmatig te horen: “Toch geen Dúitse muziek!”
Maar die liedjes stonden allemaal wel in mijn map met teksten voorzien van gitaarakkoorden.
Ik speelde sinds de zesde klas van de Lagere school gitaar en ik was in mijn vrije tijd druk met het zingen van muziek die ik mooi vond.
In die tijd was ik lid van de Mandoline-club van Marinus Boer in Dwingeloo en daar zongen we liederen als Whispering Hope, Muss-i-denn en ‘Meisjes met rode haren.’
Genoot ik van.

Toen ik thuiskwam na het fiets-gesprek met Marjan was ik een beetje boos.
Hoezo geen goeie muziek? Ik vond het prachtig!
En ik bleef het prachtig vinden, ondanks dat dat van Marjan niet mocht.
En van mijn broer dus ook niet…. (zie zijn reactie onder dit blog 😉 )
Marjan ging na één jaar MAVO naar een andere school in Diever en ik heb haar daarna nooit meer gezien.
Als de blokfluiten van George Baker spelen aan het begin van Fly away little paraquayo flitst mij altijd bovenstaand gesprekje op de fiets door het hoofd.

Wat je mooi vindt vind jij mooi; daar doet wat een ander ervan vindt niks aan af.
Daarom luister ik nog steeds graag naar de kleine paraquayo.
En naar Heintje met zijn ‘Ich bau dir ein Schloss’, naar een klassiek stuk als de Theresiënmesse van Haydn, naar BZN, Queen en Daniël Lohues.
Mijn vader zei vroeger: ‘Smaak is geen kwestie van meerderheid’.
Geniet zonder schuldgevoel van muziek die jíj mooi vindt.
Geef je er maar eens lekker aan over: hierbij een link naar de paraquayo.

Reageren

18 augustus: Van toegevoegde waarde.

Als het gaat over de kerkdienst op zondagmorgen benoem ik vaak vooral de woorden.
De teksten, de essentie.
Gistermorgen waren die ook indringend, maar ik werd het meest geraakt door de muziek.
Arjan Schippers zat achter het orgel en we begonnen met het mooie en bekende lied ‘De vreugde voert ons naar dit huis’: dat was al een fijn begin.

De centrale figuur in deze viering was Jeremia. ‘Die ARME Jeremia’ zei voorganger Sybrand van Dijk over hem.
De klager. De man van wiens naam de woorden jeremiëren en jeremiade zijn afgeleid; hij had het beslist niet gemakkelijk. Hij moest de komende verwoesting van Jeruzalem en de ballingschap aankondigen, maar niemand wilde die boodschap horen.
Hij werd uitgelachen en mishandeld  door zijn volksgenoten en was ontstellend eenzaam; niemand begreep hem en niemand nam hem serieus.
Hij voelde plaatsvervangend de tel
eurstelling van God over het gedrag van het volk en de afgoderij die in Jeruzalem plaatsvond.

Tegen de stroom in.
Afbeelding: Goedbericht.nl

Jeremia zwom tegen de stroom in: de broodprofeten in zijn tijd susten het volk ‘dat het allemaal wel meeviel en dat het toch best goed ging zo’, maar Jeremia was de enige die een andere, rauwe boodschap bracht.

Na die kennismaking hoorden we de onfortuinlijke profeet letterlijk zingen: dominee Sybrand van Dijk kroop in zijn huid en zong solo lied 831:
“Gestuurd op wegen ongedacht als eenzaam vechter in de nacht, draag ik de mantel van profeet, met Gods verdriet ben ik bekleed”
en “ik riep: Gij vraagt te veel van mij, Gij zijt te groot, ga mij voorbij! Maar spreken moest ik, aangeraakt ben ik nu tot zijn stem gemaakt.
Door die ene, zingende stem had ik het gevoel dat Jeremia echt even, klagend en al, in ons midden was.
Maar er was nog meer bijzondere muziek in de viering gistermorgen.
Arjan Schippers speelde vlak voor de preek enthousiast een heel bekend lied, maar dat was beslist geen kerklied.
De mevrouw die naast mij zat werd er ongemakkelijk van. “Dit lijkt wel ‘Muziekfeest op het plein’ (van de AVRO/TROS); en dat in de kerk!”
We hoorden namelijk ‘De meeste dromen zijn bedrog’ van Marco Borsato.
“Misschien was dit wel de bedoeling van de predikant” stelde ik mijn buurvrouw gerust.
Achteraf bleek dat Sybrand tegen Arjan had gezegd dat de dienst het thema ‘de meeste dromen zijn bedrog’ had en Arjan had daar op geheel eigenwijze wijze een lied bij gezocht.
Het maakte de tongen wél los en….. hij kreeg een welgemeend applaus van de de gemeente.

Het lied dat we na de preek zongen was ook mooi van tekst en melodie: lied 691. ‘De geest van God waait als een wind op vleugels van de vrede….’ en we sloten af met ‘Door de wereld gaat een woord’. Dat zing ik eigenlijk liever op de oude melodie, zoals we die kennen uit de bundel Youth for Christ, maar ik zong toch enthousiast mee.

Muziek in de kerk.
Soms is het ergerlijk (te langzaam, veul psaalms…), soms is het te veel, soms te moeilijk, maar gistermorgen was het van toegevoegde waarde.
Voor een compleet beeld van deze kerkdienst: je kunt terugkijken-luisteren via Kerkomroep of via het YouTubekanaal van onze PKN-gemeente.

Reageren

17 augustus: Op fietse.

Je kent het  overbekende liedje ‘Op fietse’ van Skik vast wel: ‘Wie döt mij wat vandage, ik heb de banden vol met wind, ik heb ja niks te klaag’n….’
De tekst van het lied bezingt een fietstocht door het woongebied van Daniël Lohues, de omgeving ten zuiden van Emmen.
Gerard en ik waren dit jaar aan de beurt om het jaarlijkse uitje te organiseren met Hans en Bea en het leek ons een leuk idee om met z’n vieren de tekst van het lied ‘na te fietsen’.
We vonden op internet de complete route op de website van RouteYou, hierbij een link naar dat artikel.
Maar de hele route, 86 kilometer, vonden we wat te veel voor één dag: we kortten hem in, het stuk van en naar Oosterhesselen sloegen we over.
We begonnen ons dagje uit bij Van der Valk Emmen, vlak bij Erica.
Koffie met een eigen keuze uit een vitrine vol gesorteerd gebak: wat al een heerlijk begin.
We hadden met de gegevens van de fietstocht van RouteYou, een oude fietskaart van Drenthe waar de fietsknooppunten op staan én de Fietsknooppunten-app de route helemaal op papier voorbereid.

Het feest dreigde bijna in het water te vallen: in Erica kwamen Bea en ik allebei te vallen met onze fiets en belandden in een plantvak met esdoornstruiken.
Er waren builen, schrammen en blauwe plekken, maar er was niets gebroken (ik had al visioenen van een halve dag in het ziekenhuis….) en we vervolgden, een beetje voorzichtig en trillerig onze fietstocht, ondertussen bedenkend hoe fijn het was dat we onze helm op hadden!
En dan kom je dus langs en door al die namen die door Lohues worden bezongen in bovengenoemd lied.
Langs het Dommerskanaal, door Weiteveen, langs het Bargerveen, ‘de gruppe over’ naar Schöningsdorf, door Hebelermeer en Bargercompascuum, door het Oosterse Bos, Barger Oosterveld en Oranjedorp om tenslotte weer uit te komen bij Erica.
We lunchten uitgebreid op een grote picknicktafel in de buurt van Twist, op de grens van Nederland en Duitsland en genoten van een ijsje in Nieuw Dordrecht.

De tocht was meer dan 60 kilometer en nam bijna de hele dag in beslag, dus geen tijd voor iets cultureels; daarom had ik op voorhand kleine stukjes geschiedenis opgezocht over de dorpjes waar we langs kwamen. Zo kwamen we te weten dat het woord ‘compascuum’ komt van het Latijnse compascere, dat ‘gezamenlijk beweiden’ betekent.
En dat Schöningsdorf zo heet omdat Eduard Schöning de eerste ontginner van dat gebied was en het in de volksmond “Schöningh sien dörp” heette.
We sloten ons uitje af in Sleen bij ‘De Deel’:

Wil je deze route ook eens fietsen?
Hierbij een link naar een PDF onder de titel 2025.08.11 Op Fietse  Je vindt daar de fietsknooppunten én informatie over de geschiedenis van de dorpjes waar je doorheen fietst.
Gratis cadeautje bij deze website.
Als je gaat fietsen: let op in Erica en denk aan de gevallen vrouwen van 15 augustus.
KIEK GOED UUT!

Reageren

16 augustus: “Nee echt? En toen?”

Donderdagmiddag deed ik om 13.30 uur de zijdeur van de Catharinakerk open in gezelschap van neef Cor: hij wilde graag eens een middag mee naar mijn vrijwilligerswerk in de Catharinakerk.
Cor studeert geschiedenis in Groningen en heeft interesse in het oude gebouw en de geschiedenis van Roden.
“Het is hartstikke warm, dan is het meestal niet zo druk: tijd genoeg om je bij te praten” zei ik van te voren.
Het liep inderdaad geen storm, maar ik had wel steeds gasten met interesse in onze kerk; pas na vieren had ik tijd om met Cor nog even een rondje te maken.
Ondertussen bekeek hij op zijn gemak de diavoorstelling met informatie over het gebouw, kocht een boekje dat hij achter in de kerk ging zitten lezen en na verloop van tijd zag ik hem onder het orgel geanimeerd in gesprek met een aantal bezoekers. Die redt zich wel.

Deze keer sprak ik met een mevrouw die helemaal van de andere kant van de wereld kwam: uit Australië!
Haar ouders waren in de vorige eeuw geëmigreerd naar dat land. Die waren inmiddels overleden en zij was nu op bezoek bij een tante, een zus van haar moeder in Nederland.
De dames deden een weekendje Drenthe met z’n tweeën en zaten in het hotel ‘on the other side of the road’.
Maar ik hoefde niet in het Engels: mevrouw sprak nog keurig Nederlands, ze kon het meeste goed verstaan en anders vertaalde tante het wel even.
“Hoe oud is dit gebouw?”
Ik vertelde dat de kerkgemeenschap voor het eerst wordt genoemd in een oorkonde uit 1139, toen betrof het waarschijnlijk een houten kerkje.
Het schip is gebouwd rond 1250.
De Australische vond het unbelievable. “I’m flabbergasted all the time when I hear how old these buildings are!’
Ze vertelde dat dat in Australië zó anders is.

sacramentsnis in de muur

Er was ook een mini-familie-groepje: twee zussen en een broer.
“Nee, wij zijn niet kerkelijk” riepen ze gelijk in het begin, maar toen ik vertelde over de katholieke overblijfselen die nog in de kerk te zien zijn, zoals het piscina* en de sacramentsnis wisten ze er toch verdacht veel van.
“Ja, dat wij-water, dat weet ik nog wel…”
“Sacrament, dat heeft toch te maken met brood en wijn?”
En toen ging het los.
“Weet je nog wel dat wij vroeger met papa en mama op vrijdag naar de kerk gingen en dat we dan moesten biechten?”
“Oh ja! Ik wist niet zo goed wat dat was. Wat ik dan moest zeggen. Dan zei ik maar dat ik een koekje had gesnoept. Hebben jullie hier ook een biechtstoel?”
“Nee. Dit is al een protestantse kerk sinds de 17e eeuw: in 1648 werd het katholicisme in Nederland verboden….”
Dat was compleet onbekende informatie voor mijn gasten. “Nee echt? En toen?”

Geschiedenis kan zo leuk zijn!

* Weet je niet wat een piscina is? Ik leg het uit in dit blog: ‘…. zo’n pepermuntje van jou…

Reageren

15 augustus: Huik en vedel.

Schandhuik – afbeelding Noord Brabants museum

Vandaag een blog over twee woorden die we in ons dagelijks taalgebruik niet meer tegenkomen: de huik en de vedel.
De verhalen die bij deze woorden horen gaan over middeleeuwse straffen voor vrouwen.
Het eerste verhaal gaat over de ‘schandhuik: een houten vrouwenmantel. Er stond een plaatje daarvan op de scheurkalender van het Historisch Nieuwsblad uit 2023, dat kalenderblaadje had ik bewaard met het idee ‘daar doe ik nog eens iets mee.

De vraag bij het plaatje (afbeelding rechts) was: ‘Wat was de functie van deze houten vrouwenmantel?’
Geen idee.
Vrouwenmantel is voor mij een plant, wij hebben hem ook in onze tuin.
Dit was de uitleg: in de vroegmoderne tijd waren overspel en prostitutie strafbare feiten. Vrouwen die zich hier aan schuldig maakten werden publiekelijk te schande gezet.
In 1688 liet het stadsbestuur van ‘s-Hertogenbosch speciaal voor dat doel deze houten vrouwenmantel (ook wel ‘huik’ genoemd) maken.
Aan de binnenkant bevond zich een  halsbeugel waarmee de veroordeelde werd vastgeketend en zo werd zij in de huik op een plein te schande gezet of op een kar door de stad gereden.

Het houtsnijwerk op de achterkant van de schandhuik symboliseerde de zonde van de veroordeelde. De drie bomen verwezen naar de stad ’s Hertogenbosch. Rondom de bomen hing een slinger met allerlei ongedierte. Deze ratten, adders en padden symboliseerden verderfelijkheid, verleiding en wellust. De boodschap van de huik was glashelder: onzedelijk gedrag was een aanslag op de stad.
Voor de overspelige mannen van die tijd golden kennelijk andere regels; voor hen was er niet zo’n mantel…….
Hierbij een link naar een artikel over de huik.

Tijdens de wandeling door 750 jaar geschiedenis van de stad Amsterdam in Garderen zagen we een bijzondere zandsculptuur van iets wat ik nog nooit had gezien: twee vrouwen vastgezet in een vedel.
Dit was de informatie die bij het tafereel stond:  Vrouwen die hadden gevochten, werden in de ‘vedel’ (viool) gezet. Aan de brede kant zat een gat voor het hoofd, en in de hals had het ‘instrument’ openingen voor de handen. Een vrouw zat vaak met het gezicht naar degene met wie ze het aan de stok had gehad.

Met de ogen van nu toch een beetje vreemd.
De huik en de vedel zijn uit onze maatschappij en ons taalgebruik verdwenen en staan inmiddels waar ze horen: in het museum! 

Reageren

14 augustus: Trots gevoel? Zo gefietst!

Gisteren was het een super-hete dag.
Boven de dertig graden, eigenlijk te warm om te fietsen naar Groningen.
Maar ik koos er toch voor om op de fiets te gaan; ’s morgens is het namelijk GEWELDIG om een uurtje te fietsen voor het werk aan, die warmte in de middag nam ik op de koop toe.
Maar ik nam wel voorzorgsmaatregelen: voor ik op de fiets stapte om 16.10 uur vulde ik mijn lege karnemelk-beker met koud water en die deed ik los in mijn fietstas, zodat ik hem zo kon pakken.
Ik nam mij voor om drie drinkpauze’s in te lassen en dan even in de schaduw van een boom bij te komen.

Halverwege de middag kreeg ik een app van Gerard: “Als het nou niet gaat kom ik je ophalen.”
Wat lief. Ik appte terug dat ik het zou proberen tot het Heijmanscentrum, als het dan niet goed ging dan zou ik hem bellen.
Maar ik belde niet.
Er zijn grote stukken op de fietstocht waar bomen voor de nodige schaduw zorgen en met de drink/rustpauzes was het goed te doen.
Maar ik zweette me wel ongans en had een hoofd zo rood als biet.

Toen ik door Peize fietste was het 17.00 uur en voor het nieuwsbulletin aan was er een spotje waardoor ik gloeide van trots.
Wil je het even bekijken/beluisteren? Hierbij een link naar de website van NOISE waar de campagne van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat nog op staat.
Daar vind je ook het filmpje waardoor ik bij het beluisteren ging gloeien.
Een trots gevoel? Da’s zo gefietst!

Dit is de achtergrondinformatie bij de campagne:

We bedenken met z’n allen veel smoesjes om niet te hoeven fietsen. Allemaal belemmeringen die we in ons hoofd enorm opblazen. Een spatje regen wordt een hoosbui, een zuchtje wind wordt een stevige storm. We weten stiekem best dat dit overdreven is. Toch praten we ons eigen gedrag hiermee goed.
Terwijl het juist zo’n trots gevoel kan geven als je ondanks het weer de fiets naar je werk pakt.
Die tas met boodschappen in je fietsmandje zet.
Of je kids met de fiets naar school brengt.
Laat je niet remmen en ga er gewoon voor!

Met deze campagne voor het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat willen we meer mensen op de fiets krijgen voor korte ritjes.

Pak de fiets, dan vervuil je niets. Als het zo superwarm is hooguit je kleren……

Reageren

13 augustus: Naar een leven zonder werk (2) – Boekhandel Iwema in Assen.

Vorige week publiceerde ik het eerste blog in deze serie; daarin schreef ik over de eerste sollicitatiegesprekken die ik voerde.
Twee sollicitatiegesprekken voerde ik op één dag: bij Boekhandel Iwema en bij het Parket van de Officier van Justitie, allebei in Assen.
Bij Iwema werd ik aangenomen, bij Justitie werd iemand anders het.
Op 1 juni 1979 begon ik aan deze baan en leerde op de eerste dag vriendin Jeannette* kennen. In het blog ‘Boekenvriendin‘ uit 2015 schreef ik dit:
We kwamen samen zo van de HAVO af te werken in Boekhandel Iwema in Assen.
Zij kwam uit Beilen en was al bevriend met een HAVO-vriendin van mij.
Vanaf het moment dat wij elkaar ontmoetten was het grote pret.
We zijn allebei groot, nadrukkelijk aanwezig en we lachen veel en graag.
Dat was ook gelijk het grootste probleem in die boekhandel.

De ietwat chique winkel werd gerund door de familie De Pauw.
Een beetje deftig, humorloos en stoïcijns.

Wij waren natuurlijk gewoon twee grote pubers en het was onze eerste baan.
We mochten niet hard praten en niet hard lachen. En niet niezen. Moet ik het nog uitleggen?

6 weken heb ik daar gewerkt. Het was gewoon niet zo’n goede combi.

Dat is deel van het verhaal.
Het andere deel heeft te maken met de afdeling Personeelszaken van het Parket van de Officier van Justitie in Assen
Die hadden in juni Zwanet aangenomen, maar daarna was nog één van de dames zwanger en moest er nog een nieuwe collega komen met ingang van 1 oktober. Toen benaderde men één van de twee sollicitanten die was afgewezen voor die eerste baan: Trientje.
Maar toen….. was er nóg een van de dames zwanger en werd ik gebeld, de andere sollicitant die was afgewezen: had ik nog belang bij die functie?

Mijn vader adviseerde mij om dat toch maar te doen, ondanks dat dat niet leuk was voor de familie De Pauw van Iwema.
“Je bent dan ambtenaar en je verdient veel meer.”
Bij Iwema kreeg ik ƒ 800,- in de maand, bij Justitie ƒ1.200,-.
Nooit spijt gehad van mijn overstap, al wilde de familie De Pauw toen zo snel mogelijk van mij af: ik zou een ‘boeken’-opleiding gaan doen binnen hun bedrijf en ze wilden nu nog iemand anders aannemen die ze konden opgeven voor die opleiding.
Gelijk hadden ze. Ik mocht nog twee weken blijven werken (opzegtermijn), maar niet meer in de winkel. Ik werd boven op een kantoortje neergezet om mevrouw Ulrich te helpen met de administratie. Toen kwam ik er achter dat ik dat ook heel leuk werk vond…..

Is er een boekenverkoopster aan mij verloren gegaan?
Nee.
Boeken zijn een grote liefde van mij, maar het verkopen ervan en klanten bedienen in een winkel is een ander verhaal.
En de hele dag staan…..!

Benieuwd naar de hele serie?
Hierbij een link naar deel 1: onderaan dat blog vind je een overzicht van de al gepubliceerde blogs.

Reageren

12 augustus: Anderhalf uur.

Vanmorgen stond mijn wekker om 06.55 uur.
Dinsdag is weliswaar mijn vrije dag, maar om 08.15 uur stond er een afspraak met de mondhygiëniste in mijn agenda; die zou dit keer wat langer duren, ik moest rekenen op een uur.
Gisteravond had ik al een lijstje gemaakt met dingen die ik wilde doen vandaag. Huishoudelijke klussen, boodschappen, mails, blog, nieuwe agenda* kopen bij Daan: het was al weer een behoorlijk rijtje.

Na de dagelijkse rek-, strek- en yogaoefeningen poetste ik mijn tanden nog eens grondig en bedacht dat ik na de tandartsbehandeling zou gaan ontbijten.
Om vijf minuten voor acht ging de huistelefoon. Die gaat bijna nooit meer tegenwoordig…. alle communicatie gaat immers via de mobiele.
De tandartsassistente.
Mondhygiëniste had zich ziek gemeld.
Dan heb je om 4 voor acht ineens anderhalf uur extra dag: toen die onverwachte bonusuren voorbij waren had ik een groot deel van de klusjes én de boodschappen al gedaan!
Zo’n onverwachte meevaller is dan de waarde van mijn dag.
Alle tijd voor een bezoekje aan Daan en Het Goed, het schrijven van een blog en uitgebreid koffiedrinken met Gerard.

Mocht je je afvragen wie Daan is: dat is de man die in 1999 van bibliotheekmedewerker boekhandelaar werd en begon met Boekhandel Daan Nijman in Roden. Hij is zelf inmiddels al met pensioen, maar zijn boekhandel doet het nog steeds goed: aan het eind van dit jaar gaan ze verhuizen naar een groter pand! 
Vanmiddag stond ik twijfelend bij een hele rij nieuwe 16-maanden-agenda’s; het werd de ‘Persian Grove 2026′. De voorkant is gebaseerd op de kunstig vormgegeven omslag van een 16e eeuwse, Perzische dichtbundel. Die originele omslag was versierd met goud, parelmoer en lakverf.
Bloeiende bomen, herten en fazanten tegen een matzwarte achtergrond, met goudfolie om de takken en bladeren; deze mooie combinatie geeft mijn agenda een luxueuze uitstraling én een connectie met de historische kunst van het Perzisch boekbinden.
Op de afbeelding hiernaast zie je die nieuwe agenda, daaronder ligt die van dit jaar.
(Als je klikt op de afbeelding komt hij iets groter in beeld en zie je het goud glinsteren…..)

Maar, even terug naar die anderhalf uur: eigenlijk hou ik mezelf natuurlijk voor de gek.
Er staat al een vervangende afspraak gepland met de mondhygiëniste half september.
Op mijn vrije dinsdag, de derde dinsdag van september (dus prinsjesdag) als we ’s middags de eerste bijeenkomst van Holy Stitch van het nieuwe seizoen hebben.
Die anderhalf uur die ik nu kreeg, ben ik op die dag dus kwijt.
Maar dan is het briefje dat ik die maandagavond heb gemaakt misschien wel korter….. in ieder geval heb ik dan al een nieuwe agenda!

*Ik hoor je denken: waarom gebruikt die vrouw niet de digitale agenda in haar telefoon?
Dat heb ik al eens uitgelegd in het blog Kvintniks: het is mijn tijd die ik indeel, dus ik kies voor mijn manier: pen en papier.
Meer weten over mijn 16-maanden agenda? In 2023 schreef ik erover in ‘Een nieuw begin‘.

Reageren

Pagina 25 van 408

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén