Naast ons gezin, onze familie, onze vrienden en kerkelijke contacten hebben we meer sociale groepen waar ik wel eens een blog over schrijf.
Drie dagen in de week ga ik naar mijn werk; op het blog beschreef ik fietstochten, gebeurtenissen op kantoor en belevenissen met collega’s.
Drie voorbeelden: ‘Jan’ (over een kamer waar iemand op een brancard lag) ‘Lastig parkeren‘ en ‘Ondeugende leerlingen‘, een verslag van een teamuitje.

Daarnaast heb ik meer dan tien jaar Franse les gevolgd in het klasje van juf Helen du Fossé.
Eén keer in de week op dinsdagavond met 7 leerlingen, die ik in de loop van de jaren steeds beter leerde kennen. Natuurlijk leerde ik Frans spreken en schrijven, maar we hadden ook heel veel plezier met elkaar. Lees bijvoorbeeld maar eens de blogs ‘Kwartetten op z’n Frans’ , ‘Vloeibaar Frans’, ‘Une crodocille empaillé‘ of ‘La langue‘.

Sport is iets dat ik niet graag van nature doe, maar in de loop van de tijd heb ik toch geleerd dat bewegen net zo bij het leven hoort als eten en drinken.
Fietsen naar het werk, zwemmen op maandagavond met Ans en tegenwoordig doe ik op vrijdagmiddag FysiYoLates bij Trijntje.
Weten hoe zo’n les verloopt? Lees dan het blog ‘In balans met zalm’.
Het nieuwe blog dat ik schreef voor het boek gaat over een middag FysiYoLates bij Trijntje in Roderesch.

2020: Geen oehoe neerschieten!

Iedere vrijdagmiddag fiets ik naar Roderesch voor een FysiYoLates-les in de gymzaal  het RAS-huis. We doen dan een uur fysieke oefeningen en daarna mogen we een kwartier uitblazen en ontspannen met ademhalingsoefeningen.

Het is 24 juli 2020 en vanmiddag doen we onze oefeningen met een stok; in verband met het coronavirus doen we de oefeningen buiten.
Mijn spuuglelijke (want gratis)  badhanddoek ligt dwars op het yogamatje,  zodat mijn armen niet in het gras komen te liggen als ik ze liggend op het matje moet uitstrekken.
Twee weken geleden legde ik mijn arm namelijk op een bij in het gras die daar niet van gediend was en mij prikte.
Pijnlijk.
Dat zal mij niet weer overkomen.

Met de stok gingen we onze schouders en armen oprekken met allerlei soorten oefeningen.  Eén  onderdeel was zogenaamd speerwerpen. Eerst zover mogelijk weg op het gras, linkerarm, rechterarm. Daarna de speer over een metalen voetbaldoeltje gooien en op het laatst moesten we de speer over een tak in een eikenboom gooien.
“Stel je maar voor dat daar een oehoe zit die je neerschiet” zei Trijntje.
“Dat gaan we toch niet doen!” riep ik “We gaan toch geen oehoe’s neerschieten……. ik ga me voorstellen dat ik een duif neerschiet.”
Trijntje sputterde nog wat over dat een oehoe groter was en dat je die makkelijker kon raken, maar ik schoot duiven uit de boom.
Van de vijf pogingen gooide ik er maar twee over de tak heen. Twee duiven. Dan moet ik onwillekeurig aan Toon Hermans denken met zijn mislukte goochelnummer.
“Doif ies tood, maineer…..”

Hoe goed die oefeningen voor je zijn merkte ik die zaterdagmorgen daarop.
Gerard en ik gingen de ramen van ons huis aan de buitenkant wassen.
Voor wie niet weet hoe ons huis eruit ziet: veel ramen.
Toen ik de emmer met water optilde voelde ik mijn armen al, toen ik later met de trekker alle ramen droogtrok wist ik dat ook mijn schouders flink geoefend hadden die vrijdagmiddag daarvoor.

Na een aantal jaren FysiYoLates weet ik dat ik nooit zo soepel word als Trijntje en nooit zo slank als Maxima, daar heb ik mij al bij neergelegd.
Wat ik doe is bijhouden en niet nog stijver worden, dit met in mijn achterhoofd de woorden die ik ooit eens las over yoga en pilates:

Streef niet naar perfectie; dat bestaat niet.
Streef naar een betere versie van jezelf, dat ligt altijd binnen je bereik.

Meer lezen over het boek 1960 -2020?
Hierbij een link naar de verzamelpagina van deze blogreeks ‘Te boek ….. of niet te boek’.