een alternatief voor 'de waan van de dag'

13 september: Elf jaar.

Vanmiddag bezocht ik een oude vriend in ‘de Hullen’, een zorgcentrum even verderop.
Hij zit in een rolstoel en is halfzijdig verlamd. Inmiddels is het elf jaar geleden dat hij getroffen werd door een herseninfarct dat hij maar amper overleefde.
Het lukte hem jammer genoeg niet om na de ingrijpende gebeurtenis het gewone leven weer op te pakken.
Eerst was er nog sprake van licht herstel, maar na een jaar of drie ‘met het snot voor de ogen’ revalideren moest hij zich er bij neerleggen: beter wordt het niet.
Hij bleef aan de rolstoel gekluisterd en kon niet meer thuis wonen.
Wat ik van hem heb geleerd is dat lichamelijk herstel één kant van het verhaal is, maar dat het mentale herstel een kant is die vele malen moeilijker is.
Het ontmoeten van andere mensen, mensen die hij vroeger had gekend, vond hij in het begin moeilijk.
Het oppakken van sociale dingen was lastig. Hij worstelde met zijn emoties en dat vond hij verschrikkelijk.
Hij zit met een gezonde geest in een gehandicapt lichaam en had moeite met de manier waarop hij door sommige mensen werd benaderd ‘alsof ik niet goed bij mijn hoofd ben’.

Maar hij zette door. Ging naar koffiebijeenkomsten, kon in het weekend naar huis, ging wekelijks zwemmen met z’n zoon, en ging zelfs af en toe naar het theater.
Als ik hem opzocht gingen we af en toe samen op de duofiets een stuk fietsen.
“Wat wil je?” vroeg ik hem eens toen ik wilde weten welke kant we op zouden fietsen.
“Het liefst zou ik zelf het stuur in handen hebben” was het onverwachte antwoord.
Daar hadden we destijds een heel gesprek over.
Dat hij het stuur over zijn hele leven uit handen had moeten geven en hoe moeilijk dat was.

Vanmiddag gingen we wandelen met de rolstoel.
Fietsen gaat namelijk niet meer, hij kan niet meer staan; dat heeft zijn bewegingsvrijheid behoorlijk ingeperkt.
Zwemmen, een autoritje, het behoort allemaal niet meer tot de mogelijkheden.
“Wil je wel even met mij naar het kerkhof of vind je dat vervelend?”
Nee, dat vind ik helemaal niet vervelend, het kerkhof in Roden is een prachtig park met veel schaduw waar je heerlijk kunt wandelen.
Hij wilde graag het graf van een overleden vriend bezoeken en van een emeritus predikant van onze gemeente.
Samen stonden we even te mijmeren bij de graven. Vlak daarnaast was de laatste rustplaats van een sopraan die we allebei kennen van het koor waar wij vroeger samen op zaten, hij zong bas, ik alt.
We hebben zelfs jaren in het bestuur gezeten: hij penningmeester, ik secretaresse.

Daarna dronken we een kop koffie/thee op het terras van de kinderboerderij; gezellig.
Eenmaal weer op zijn kamer waren we te laat: om 16.00 uur had hij bij de fysiotherapie moeten zijn.
Ik verdenk hem er van dat hij dat bewust niet aan mij verteld heeft, maar dit terzijde.
Met de belofte dat we de volgende keer een spelletje Triominos gaan doen namen we afscheid.

Eenmaal thuis ben ik moe.
Fysiek en mentaal.
Dan weet ik weer even hoeveel moed en doorzettingsvermogen het sommige mensen kost om in leven te zijn.
Stel je voor.
Al elf jaar.

Vorige

12 september: Geen water meer over Gods akker?

Volgende

14 september: Alles goed?

  1. Willem

    Voorstelbaar dat hij je niet verteld heeft van de afspraak met de fysiotherapie. Mijn gevoel zegt dat hij even weer het gevoel had de regie over zijn tijd, doen en laten, weer zelf in handen te hebben. Waarschijnlijk is dat uitspaje dat je met hem gemaakt heb minstens zo heilzaam voor hem geweest dan de gemiste behandeling van de fisiotherapie ooit geweest kan zijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Type de getallen in cijfers in onderstaand vak * Time limit is exhausted. Please reload the CAPTCHA.

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén