een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 160 van 301

5 juni: Het niet sportieve deel.

Op 4 juni beschreef ik hoe sportief wij waren tijdens onze gezinsvakantie op ’t Kuierpad.
De andere kant van het verhaal is dat we veelvuldig gebruik hebben gemaakt van de terrastafels en -stoelen met de bijbehorende parasols die bij de bungalows stonden.
Ontbijt en lunch deden we in buffetvorm: alles stond binnen op een grote eettafel en een ieder liep er met zijn bordje langs. De scheidslijn tussen ontbijt, koffiedrinken en lunch was niet duidelijk aanwezig. “Is er nog koffie? O, ook nog taart en boterkoek? Lekker!” En salades die over waren van de barbecue konden ook best bij het ontbijt.

Er waren veel gezamenlijke momenten, maar men trok zich ook regelmatig even terug.
Per stel, of alleen.
Als we Jon kwijt waren was hij ‘in the wood’, op zoek naar van alles.
Carlijn en ik waren ook wel eens ‘weg’, maar dat kwam omdat we helemaal verdiept waren in ons boek.
Een puzzeltje maken, borduren, lezen, ‘op je tablet’ of een gezellig dobbelspelletje waarbij je nog wel afstand van elkaar kon houden; we hebben ons prima vermaakt.

Na het liedboekjasje ben ik begonnen met een nieuw borduurwerkje.
Iets simpels deze keer: onderzetters. Ik beschreef ze al eens in 2016 onder de titel ‘Tweelingonderzetters‘.
Terwijl ik zat te borduren keek Frea af en toe schichtig opzij.
“O nee,” zei ze dan.
“Ik denk steeds dat ik een Pokebal in mijn ooghoek zie” legde ze later uit.
“Wat jij aan het borduren bent lijkt daar heel erg op!”
Toen ik een Pokebal opzocht op internet snapte ik het wel: afbeelding links is mijn borduurwerk, afbeelding rechts de Pokebal.

Die ballen zien ze normaal alleen maar virtueel, als ze tijdens het wandelen of skeeleren pokémons aan het vangen zijn.
Geen idee wat ik bedoel?
Hierbij een link naar een blog dat ik in 2016 over dit onderwerp schreef onder de titel ‘Zelfs bij ons in de tuin!’ 

Reageren

4 juni: Das Boot.

Zoals ik eergisteren al schreef: in 2014 werd camping ’t Kuierpadtien overgenomen door de Molecatengroep.
Dat ’tien’ hebben de Molencaters er bij de overname afgehaald.
Wel jammer, want dat ’tien’ maakte het juist zo fijntjes Drents.
Mijn ome Albert, die uit de randstad komt, heeft daar heel wat jaren met zijn caravan gestaan, maar hij legde bij zijn uitspraak de klemtoon niet op Kui, maar op tien, zodat het klonk als Kuierpad 10.

Het is veel meer dan een camping; het is een gigantisch groot park; kijk maar eens op hun website: te veel om op te noemen.
Wat hebben wij gedaan?
Wij hadden onze fietsen mee, dus we hebben twee mooie fietstochten gemaakt, waarover later meer.
Onze kinderen hadden skate-boards en skeelers mee en hebben gebruikt gemaakt van de brede asfaltpaden op het park. We hebben gebadmintond, getafeltennist, ge-Jeu-de-bouled’ en we hebben vooral heel erg genoten van het mooie weer.

Kano nummer 2

Wij hadden zelfs onze oude rubberen kano mee: kano nummer 2, de opvolger van nummer 1.
Kano nummer 1 heeft mijn vader gekocht in 1972 en die ging alle gezinsvakanties mee.
We dobberden ermee op meren, vijvers en rivieren.
Hij lag standaard in de caravan van mijn ouders en als wij die caravan meekregen op onze vakanties maakten we ook gebruik van de kano. Gerard ontdekte dat je er zelfs mee kon raften op de rivieren waar we in de buurt stonden, de Sure en de Weser bijvoorbeeld. Dan bracht ik hem met één van de dochters een eindje stroomopwaarts met de auto en dan lieten ze zich in die kano de rivier afzakken. Ik ben een schieterd, dus ik ben nooit op die manier in de kano gegaan.
Ik zat honderden meter verderop met een picknickmand bibberig te wachten tot ze weer opdoken, maar het is gelukkig altijd goed gegaan.
Kano nummer 1 overleed in 2004, tijdens onze gezinsvakantie in Gent.
Midden op het meer liep van één rand de lucht eruit en hing hij vervaarlijk met één kant in het water. Het liep met de spreekwoordelijke sisser af en kano nummer 1 is achtergebleven in een afvalcontainer in Gent.

Van kano nummer 2 hebben als gezin ook nog veel plezier gehad, maar toen de kinderen niet meer mee gingen verdween het ding naar een opbergkast.
Daar haalden we hem vrijdag weer uit: misschien zou hij dit weekend van pas komen?
Ja man.
We hadden het hele strand en het hele meer bijna voor onszelf en we hebben allemaal wel even een tochtje gemaakt.
Natuurlijk inclusief de kano-discussies.
“Je moet links peddelen als we rechts willen!”
“Waarom draaien we nou steeds rondjes?!”
“Niet te dicht bij dat riet…!”

Met dit blog wordt de indruk gewekt dat we heel sportief hebben gedaan.
Dat is deels ook zo.
Over het andere deel binnenkort een ander blog.

Reageren

3 juni: Afscheid in corona-tijd.

Het was maar een klein berichtje in de krant dit weekend: ‘Vrouw raakt te water in Smilde, met onbekend letsel overgebracht naar het ziekenhuis”.
Wij hadden die hele berichtgeving op vrijdag niet meegekregen, wij hadden immers onze Gradagen.
Zaterdagmorgen kreeg ik een app van Nelly, lid van onze vriendengroep.
“Mijn moeder is vrijdagmiddag overleden, ze is achteruit het kanaal ingereden…” met nog een aantal details die ik hier niet ga herhalen.

De moeder van Nelly was voor ons Annie Hoogeveen. Ze woonde naast mijn moeder in het Woldhuus in Hoogersmilde en zij hebben samen een aantal mooie jaren beleefd in het appartementencomplex. Annie was, in tegenstelling tot mijn moeder en vele andere ouderen in dat huis, goed thuis op de computer en bleef digitaal op de hoogte.
Toen er eens een tabelletje met activiteiten op het gezamenlijke prikbord in de gang hing vroeg ik wie dat had geregeld. “Annie” zei mijn moeder met onverholen bewondering “Annie kan print’n!”

Vandaag was Annie’s begrafenis.
Aangepast aan de coronamaatregelen.
Dan merk je pas hoe schrijnend en triest die maatregelen zijn en hoe diep ze insnijden in onze maatschappij.
Kinderen, klein- en achterkleinkinderen vormen al een groep van bijna zestig mensen.
Men kon gelukkig in een andere ruimte een soort schaduwbijeenkomst houden, zodat de naaste familie er in ieder geval in zijn geheel bij kon zijn om afscheid te nemen van ‘hun opperhoofd’, zoals ze door haar familie af en toe liefkozend werd genoemd.

Wij zaten vanmorgen bij broer Roelof en schoonzus Ali in huis om de livestream van de uitvaart bij te wonen. We zagen ‘onze’  vertrouwde kerk waar we al zoveel voetstappen hebben liggen. Wat hadden we daar vandaag graag wat voetstappen bij gezet, want o, wat is het naar om alleen maar te kunnen kijken en niet mee te doen. Haar lievelingsliederen werden ‘gezongen’ door opnames van ‘Nederland zingt’, maar je wilt graag zelf zingen met een volle kerk. Zij was een zeer trouw kerkganger en zo’n geliefd persoon: de kerkzaal was te klein geweest om iedereen een zitplaats te geven.
De tekst was dezelfde als die we hadden uitgekozen voor mijn moeders uitvaart: “In het huis van mijn Vader zijn vele woningen”.
We zagen foto’s van een welbesteed en rijk leven en Nelly las een In Memoriam voor.
We hoorden dat Annie een moeilijke jeugd heeft gehad, maar dat ze daar ondanks de tragische omstandigheden niet in is blijven hangen.

Wat ik zal onthouden van dit afscheid was een gedicht (bij Annie thuis gevonden)  dat door een dochter en schoondochter werd voorgelezen: Vandaag is de dag om gelukkig te zijn.
De strekking was dat je alleen vandaag maar hebt om van te genieten. Gisteren is geweest,  daar kun je niets meer aan veranderen; morgen is er nog niet, dus zwaarmoedig zijn over de toekomst heeft ook geen zin.
Laat dus de dag van vandaag niet overschaduwen door de last van gisteren en de zorgen voor morgen, maar maak vandaag tot een succes en geniet van wat je is gegeven.
Dit gedicht zegt alles over Annie.
Wat bijzonder dat de familie na een uiterst tragisch ongeval bij het afscheid van Annie er niet voor heeft gekozen om de tragiek een hoofdrol te geven, maar in de rouwdienst haar levenshouding centraal heeft gezet.

Na de plechtigheid reden Gerard en ik naar het kerkhof van Hoogersmilde om Annie de laatste eer te bewijzen.
Met een hele rij anderen stonden we allemaal met de rechterhand op ons hart toen de rouwstoet over het kerkhofpad voorbij kwam.
Ontroerend en indrukwekkend.

Reageren

2 juni: Gradagen.

Gradagen is een woord dat onze dochters hebben bedacht.
Het ontstond vorig jaar na onze fantastische reis naar Lanzarote met z’n achten.
“Waarom doen we dit niet ieder jaar?!” riep één van hen enthousiast.
“Nou, wat denkt de dokter zelf” was het nuchtere antwoord.
“Maar het hoeft niet altijd zo ver weg en ‘all inclusive’, we kunnen toch ook gewoon in blokhutten of een huisje?”

Dat was nog niet zo’n gek idee.
Wanneer doen we dat dan?
Pinksteren?
Ok.
“Jah! Dat doen we dan ieder jaar. En we noemen het ‘de Gradagen’.
Onze dochters maken al jarenlang het grapje dat áls zij een kind zouden krijgen dat ze dat dan naar ons samen zouden noemen. Gerard en Ada werd dan Grada.
Vandaar de Gradagen. Mijn vader noemde het zijn ‘Cornelisclan’,  bij ons heet het Gradagen.

We hadden twee 6-persoonbungalows gehuurd op het Molencatepark Het Kuierpad in Wezuperbrug; tot 2014 heette dit park camping ’t Kuierpadtien.
Dit Pinksterweekend hadden we in het najaar al vastgelegd; door de coronacrisis was het nog wel even onzeker of onze Gradagen door konden gaan, maar gelukkig: vrijdagmiddag ontmoetten we elkaar met z’n achten voor het eerst sinds februari.
In een grote kring met koffie met zelfgemaakte kwarktaart in de middagzon!

Nu ik dit zit te typen is het dinsdagmiddag.
Vanmorgen om 09.00 uur zaten we nog met z’n allen aan het ontbijt, inmiddels is iedereen weer thuis, is de boel opgeruimd, zijn de boodschappen gedaan en staat de wasmachine aan.
Ik zal eerlijk zijn: we hebben de anderhalve meter niet helemaal gered, maar we hebben wel ons best gedaan.

Vanaf gisteren, 1 juni mogen we heel langzaam terug naar ‘normaal’, maar of we weer terugkunnen naar hoe het was vóór de coronacrisis weten we nog niet.
Wat ik wel weet dat ik me door Corona nog meer realiseer hoe fijn het is om bij familie en vrienden te zijn en hoe ik de omgang met de dochters en hun mannen heb gemist.
Samen koffiedrinken, spelletje doen, borrel drinken, bijpraten; we hebben het ruimschoots ingehaald deze vier dagen.
De Gradagen blijken een blijvertje: we hebben het al even gehad over het Pinksterweekend in 2021.  .
IJs, weder en corona dienende.
Of, zoals mijn opa vroeger zei: “Deo volente”.

Latere Gradagen:
2021
2022

2023

Reageren

28 mei: Naar de maan…?

Deze week staat op Radio 5 in het teken van de jaren ’70; voor mij de leukste radioweek van het jaar.
In 2015 en  2017 schreef ik ook al eens een blog over wat zo’n week met me doet.
Vanmorgen was er een klein interviewtje met Sue van het duo ‘Spooky & Sue’, heel populair in die tijd. Verder is het vooral genieten van de muziek en ophalen van herinneringen uit die tijd.

Soms denk je: “Wat een stom lied was dit.” Dat dacht ik vanmorgen bij de Arbeidsvitaminen bij een hitje van ene Sandy.
“O mama mama mama maaaahmaaaa! Ik ben verliefd op John Travoooooohlta!”
En wat is dan het meest onaangename? Dat ik het woordelijk mee kan zingen.
Brrr….niet te geloven.

Maar het meeste is geweldig.
Sherbet met ‘Howzat’.
10cc met ‘Wallstreet shuffle’.
Moments & Whatnutts met het broeierige ‘Girls’.
Leo Sayer,  Mouth and McNeal, Albert Hammond, Eagles, John Denver en natuurlijk Mud.
Was het maar twee weken ‘Week van de jaren ’70’.
Het leuke van zo’n week is dat je van een artiest ook iets minder bekende liedjes hoort. Maandagmorgen bijvoorbeeld hoorde ik Rocco Granata die we vooral kennen van ‘Marina’ en ‘Zomersproetjes’.
Hij zong ‘kleine Jessica’. (Hierbij een link naar dat nummer op YouTube.)
Over een meisje dat bloemen staat te verkopen:

Het zonneschijntje van ’t hele pleintje
De mooiste bloem is voor geen geld te koop
Tussen de rozen staat zij te blozen
Zij geeft geen jawoord en ze geeft geen hoop

Bij de margrietjes, vergeet-me-nietjes
Staat er een bloem die nooit verwelken kan
Wij mogen smeken, haar ogen spreken
Zij brengt alleen haar bloemen aan de man

Ik stond bij het aanrecht en dacht “Aan de man? Laat ik nou altijd gedacht hebben dat hij zong: zij brengt alleen haar bloemen naar de maan…”.
Het is een liedje uit 1972, toen was ik 11.
En er waren toen heel veel liedjes waar ik geen snars van begreep.

In zo’n week ben ik even weer dat meisje van 11. Of 16. Of 19.
Druk bezig met mijn gitaar en daar zelf mijn favoriete liedjes bij zingen.
Annie’s song bijvoorbeeld van John Denver.
Dit staat in mijn muziekmap van toen, handgeschreven:
you fill up my census. 
Moet natuulijk senses zijn.
In al die jaren heb ik het niet verbeterd; het hoort bij dat meisje van toen.
En dat meisje (afbeelding: 1977)  heeft een hele leuke week!

Reageren

27 mei: Wilde ganzen.

Heel kerkelijk Nederland heeft wel eens van Stichting Wilde Ganzen gehoord.
Bij ons wordt er altijd gecollecteerd voor die stichting tijdens vespers, avondvieringen die één keer in de maand gehouden worden. De collecteafkondiging begint steevast met de zin: ‘De wilde ganzen vliegen deze week voor….’

In onze dagkalender lazen we deze week het verhaal achter de naam van deze stichting.
Dit stond in ons dagboekje:

De Wilde gans.

De Wilde Ganzen (giro 40000, vroeger een programma van de IKON) vliegen al 60 jaar en nog steeds elke week voor een ander project.
Waar komt de naam vandaan? Van een sprookje van de Deense theoloog en filosoof Soren Soren Kierkegaard (1813-1855).
Een wilde, vliegende gans ziet op de grond en stel ganzen zitten.
Hij wil wel gezelschap en strijkt bij hen neer, maar merkt dan dat ze niet van de grond komen; ze houden zich tam en doen niets dan waggelen, kwaken en eten.
De gans besluit hen te leren vliegen. Aanvankelijk vinden de ganzen het wel leuk, maar ze zijn het verleerd om te vliegen en bang om te vallen. Daarom krijgen ze een hekel aan die ene gans: hij verstioort hun rust!
De wilde gans moet oppassen dat hij niet ook een waggelende tamme gans wordt.
Kierkegaard zag het gezapige kerkelijke christendom van zijn tijd als de tamme ganzen. Er  gaat niets van hen uit, ze zijn vooral met zichzelf bezig.
De wilde gans is de eenzame profeet die hen opwekt om hun nek uit te steken en zich met de risicovolle vleugelslag van het evangelie te laten bezielen.
En dan te merken dat de geest waait waar hij wil! 

Een verhaal om over na te denken.

Stichting Wilde Ganzen bestrijdt armoede wereldwijd.
In Nederland stimuleren ze projecten van bevlogen Nederlanders verbonden met mensen in armoede.
Hun gezamenlijke, kleinschalige projecten steunen ze met geld, advies, expertise en netwerk. Ook versterken ze de zelfredzaamheid van deze mensen en hun organisaties, met name in het werven van fondsen in eigen land.
Voor een structurele verbetering van hun situatie en toekomst.
Wil je meer weten over Stichting Wilde Ganzen?
Hierbij een link naar hun website.

Reageren

26 mei: Wennen!

De wekker stond vanmorgen weer om 06.00 uur.
Vroeg!
Sinds 11 maart had mijn wekker niet meer zo vroeg gestaan.
Als je thuiswerkt heb je geen reistijd, dan kan ik het met 07.00 uur ook nog zat redden.
Vandaag had ik mijn eerste werkdag in Groningen, dus zat ik rond 07.00 uur op de fiets.
Het is 3 kilometer verder dan het Heymanscentrum, maar 16 kilometer is nog steeds een hele fijne fietsafstand.

Mensen, wat weer een heerlijkheid.
Ik kwam weer dezelfde fietsers tegen als in voorgaande jaren.
Even een blik van herkenning.
‘Moi’
Er stond een ree te grazen in de Onlanden en er zat een dikke buizerd op een paaltje.
De omgewaaide boom bij de Onlanderij die vorig jaar door het dak was gevallen was opgeruimd en het dak was gemaakt. In de buitenwijken van Groningen hadden mensen alle struiken uit hun tuin gehaald, zodat je het huis kon zien. En het Hoornse meer is nog even mooi in de stille ochtend.

Vanmorgen meldde ik me eerst bij de verkeerde balie; ik dacht dat ik wist waar ik werkte, maar het bleek een ander gebouw te zijn.
En dan heb je op je ouwe dag nog weer een keer een eerste werkdag: veel indrukken, veel namen, veel kamers en veel moe in het hoofd.
Bij het koffieapparaat drukte ik per ongeluk op ‘kan heet water’ in plaats van ‘kop heet water’; gelukkig wist ik van het apparaat in het Heymanscentrum hoe de lekbak er uit moest.
Wat een onwennigheid.
Waar is de wc? Waar staat de oud papierbak? Hoe kom ik aan een sleutel? Welke kamer is nog vrij? Is er nog een stopcontact  over?

Maar ook…..collega’s die ik nog ken van vroeger, die even een praatje komen maken, collega’s die even kennis komen maken.
De geruststellende stem van Dennis van de Helpdesk die het ‘allemaal voormekaar maakt’.
Verder werd ik een beetje giechelig van het onhandig en omstandig geen hand geven en toch kennismaken
Eén collega zei bij de kennismaking: “Waninge. O ja, daar heb ik al veel van gehoord.”
Hmmm.
Dan hoop je maar dat dat positief bedoeld is.

Om 15.00 uur mocht ik weer met het volle hoofd op de fiets.
Daar hoef ik gelukkig helemaal niet aan te wennen.

Reageren

24 mei: Als een vuurtoren in het duister.

Wezenzondag.
In 2016 schreef ik al eens een blog met die titel; toen ik het nog eens nalas ervoer ik aan den lijve wat ik destijds had geschreven over gevoelens van heimwee.
Daar ging het vanmorgen in de viering ook over.
Maar dat was niet het hoofdthema; dat was het gebed dat Jezus uitsprak vlak voordat hij werd gevangengenomen om te worden gekruisigd.

Voor mij is het lastig om wat ik vanmorgen heb gehoord in een paar zinnen samen te vatten. Wat bleef hangen?
Hoe je door je houding in verschillende omstandigheden een klein stukje van de glorie van God kunt laten zien.

Als mens kun je in verschillende levensstadia worstelen met moeilijke omstandigheden.
Niet zelfstandig kunnen ademhalen.
Niet zelf kunnen opstaan uit je stoel.
Niet meer volwaardig mee kunnen doen aan gesprekken omdat je herinneringen je ontvallen.
Als je dan toch je menselijke waardigheid weet te behouden, dan kun je ‘glorieus’ boven de omstandigheden uitsteken;  ‘als een vuurtoren in het duister waar de golven overheen spoelen blijf je toch licht uitstralen’.
En als je toch de moed verliest en instort, dan ben je afhankelijk van de ander die jou er doorsleept en jouw waardigheid overeind houdt. Die hulp van de ander, die anders misschien niet eens zo opvalt,  maar in coronatijden is ‘als een vuurtoren in het duister waar de golven overheen spoelen en die toch licht uitstraalt in het duister.’

Je kunt dus zelf een vuurtoren zijn of iemand anders kan voor jou een vuurtoren zijn: daarmee laat je een klein stukje van Gods glorie zien.

Gerard merkte op dat dit verhaal goed aansloot bij het gedicht van Hans Bouma dat deze week in de kerkgroet stond. Het schilderij op de afbeelding ernaast is gemaakt door Greet Westenbrink-Feijen.

Als bomen.

Mensen,
die als bomen naast je staan.
Schouder aan schouder,
lijf aan lijf, ziel aan ziel.
Als bomen zo standvastig,
zo begrijpend, zo opbeurend.
Vrienden, vriendinnen
voor elk seizoen,
vrienden, vriendinnen
in weer en wind.
Bomen van mensen.

Viering beluisteren? Hierbij een rechtstreekse link.

Reageren

23 mei: Ali Brals-Luinge

Woensdagmiddag leup in ik Zuidlaoren eem naor de collega’s in een aander gebouw um te zeggen dat ik gung verhuuzen naor Grunn’n.
De psychiater van de kliniek reup: “Ik heb nog wat voor jou!”
Hij haar mij ooit op een karstbijienkomst van oonze afdieling het kerstverhaal van Pieter  veur heuren lezen en wus dat ik ‘van de streektaol’ bin.
De man prat altied keurig Haarlemmerdieks, maor komp oorspronkelijk uut Grunn’n, dus as wij wilt kunt wij plat met mekaar praoten. Moar dat doe j’ ja niet op ’t wark.

Hij was wat an ’t opruumen west (wie niet…) en haar een boekie vunnen waorbij hij an mij haar moeten denken.
Hij overhandigde mij (met anderhalve meter d’r tussen) een klein boekie van Ali Brals-Luinge ‘en toen…..zag ik….’
Maor daor bin ik wies met!
Het is een boekie uut 1977.
Toen was ik 16.
Ik preut alle dagen Drents met iederiene um mij toe, behalve met de leraren op schoele en met de dominee.
Maor ik was totaal niet geïntereseerd in Drentse schrievers zoas Ali Brals-Luinge.
Mien olders luusterden altied naor de RONO, dat in 1977 overgung naor Radio Noord.
Op zaoterdagmörgen was d’r dan een programma dat hiette ‘de Stamtaofel’ met Wienus van der Laon. “En veur de winnaar een maauwhemd van Radio Noord en een dikke taorte!” As puber vun ik daor wel wat van. (….)
Ik haar mien eigen zender (Hilversum 3) en mien eigen muziek, verzameld op cassettebandjes.

Pas toen ik halverwege de dartig was, ontmoette ik Ali Brals-Luinge op een aomnd van een vrouwenvereniging, waor wij as duo zungen.
Wat een grappig meinse.
Wij lachten oons de buze uut; veurig jaor schreef ik daor al ies over. Ik citeer uut dat Nederlandstalige blog:
Ooit woonde ik een lezing bij van een mevrouw die een grappig boekje had geschreven in het Drents, ze had een heel komisch verhaal. Ze voerde een klein toneelstukje op als een drentse vrouw die belde met de moeder van een vriendinnetje. Die moeder kwam uit het westen van het land.
“Nou bink wal wat zenuwachtig, heur” vertelde ze aan de zaal “want nou moe’k ‘in’t hoge” (hooghollands bedoelt ze)
Ze voerde een hilarisch gesprek, waarin ze allerlei dingen verkeerd zei, maar één zin is me bijgebleven. “Dat maak ik klaar met sijpels. SIJPELS! U weet wel, daar as je altijd zo van moet reren!

Wij kochten destieds het boekie ‘En toen … en toen…”, een boekie met  guutige gezegden uut mondties van smorkies, prugelies en porkies’ en daor heb ik later bij zangaomnds enzo nog dankbaar gebruuk van maakt.
En nou kreeg ik zomaor een aander boekie dat Ali uutgeven hef.
Kedoogie!
Ali is overleden in 2009; ze is 89 jaor worden.
Ze hef veul betiekent veur oonze streektaol.
Wo’j wat meer over heur weten?
Hierbij een link naor een artikel over heur op de website ‘het Geheugen van Drenthe’.

Reageren

22 mei: Hemelvaartsdag.

Hemelvaartsdag – vriendendag.
Al 40 jaar.
Gistermorgen zaten Gerard en ik met z’n tweeën aan de koffie in de tuin, want de vriendendag ging dit jaar niet door.
We zouden dan met z’n achten zijn en dat mag nog niet in het Coronatijdperk.
Twee van ons werken in de zorg en het is niet verstandig.
Zegt ons verstand.
Maar ons gevoel zegt wat anders.

Aan de andere kant: we hebben ons 40-jarig jubileum al gevierd in februari toen we met z’n achten naar Marrakech gingen.
Achteraf bezien een wonder dat we dat nog in alle vrijheid hebben kunnen vieren.
En we hebben halverwege juni een zondagmiddag afgesproken voor onze eerste afspraak na Corona.
D.V.

We zijn maar niet te lang stil blijven staan bij de ‘lege’ hemelvaartsdag.
We zijn naar een afgelegen plek in ons land gereden waar we geen drommen mensen verwachtten: Wierum.
Waar ligt dat?
Noord Oost Friesland aan de Waddenzee, zoek het maar eens op op de kaart.
Daar was het beslist minder druk dan in Scheveningen.
Op weg naar Wierum toe kwamen we door Paesens/Moddergat.
Je zou denken: “Dat is toch in the middle of nowhere?” maar daar was het werkelijk een drukte van belang! In Wierum  daarentegen viel het gelukkig erg mee. We maakten een wandeling door het dorpje, picknickten op de dijk met uitzicht op de Waddenzee (zie foto, klik op de afbeelding voor een vergroting) en lagen languit in het gras in de zon. Naast ons blaatten de schapen en hun lammeren, boven ons krijsten de meeuwen en voor ons gakten de ganzen en eenden; verder kochten we nog een ijsje in de plaatselijke kroeg. Er stond niet eens een rij.
Heerlijke middag.
Een uitgebreid blog over Wierum volgt één dezer dagen.

Voor de liefhebbers: hieronder een aantal linken naar onze vriendendag in voorgaande jaren.
Sweet memories.

17 mei 2015

6 mei 2016

28 mei 2017

11 mei 2018

3 juni 2019

Reageren

Pagina 160 van 301

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén