een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 244 van 302

15 april: Zingen in de Stille Week.

Donderdagavond zongen we met de Catharinacantorij in de Witte Donderdag viering. Dinsdagavond hadden we een extra repetitie om het allemaal nog even door te nemen. Vanavond zingen we ook nog in de Paaswake om 22.00 uur, daarvoor hadden we vanmorgen om 10.00 u een extra repetitie. We kunnen dus rustig spreken van een overdosis cantorij in deze Stille Week.

Maar overdosis of niet: ik geniet er van. Voor de Catharinacantorij is dit namelijk de laatste keer dat we meewerken aan de Paascyclus. Daar staan we niet constant bij stil, maar het is mijn hoofd wel aanwezig.
We hebben nog steeds de gebruikelijke (on)gein onder elkaar tijdens de repetities.
‘Tenoren! Jullie waren niet geprepareerd.’ zei cantrix dinsdagavond bijvoorbeeld.
Bij geprepareerde tenoren zagen collega-alt en ik de beelden al op ons netvlies.
Bij één lied hebben de tenoren en de sopranen de solo.
‘Tenoren, kom hier maar bij de sopranen staan’
Het klonk goed, dat zou in de viering ook zo moeten; maar hoe doen we dat dan? “Misschien met een transportband?” opperde één van de leden. “Of een tillift?” suggereerde iemand anders.

Donderdagavond was Erwin Wiersinga de organist.
Hij kwam voorafgaand aan het inzingen schuldbewust melden dat hij de muziek voor deze viering op zijn nachtkastje had liggen, maar dat de envelop plotsklaps was verdwenen. Cantrix leende hem haar muziek. Een sopraan vroeg zich af wie er dan allemaal toegang hadden tot Erwin s slaapkamer…..maar Erwin liet zich daar verder niet over uit.

Vanmorgen zagen we elkaar dus weer.
De alten hadden het zwaar. Bij één lied was een inzet moeilijk.
Als we het alleen met de mannen zongen ging het goed, maar zodra de sopranen meededen werd het lastig.
“Jullie moeten je oren naar achteren richten!” was het advies.
Gaan we doen.
Zoals altijd is het  hele cantorij-gebeuren in deze week voor Pasen een wonderlijke combi van gewijde muziek, ginnegappen om rake opmerkingen, mooie vieringen die bol staan van rituelen en samen zingen op ongewone tijden.
Dat is de charme van het zingen bij een cantorij.

Reageren

14 april: Bloemetjesmarkt & Achterpand

Vandaag had ik een vrije dag. Gerard niet.
“Kom je morgen naar de stad? Gaan we samen lunchen” vroeg hij gisteravond.
Wat een goed idee!
Kon ik gelijk even kijken naar een bolletje katoen.
Dat is toch wel een gedoe sinds ’t Spinnewiel er niet meer is; had ik eerst nog nog hoop dat iemand de zaak zou overnemen na het overlijden van Willy, inmiddels is de handwerkwinkel aan de Raadhuisstraat helemaal leeg.
Voor elk bolletje wol of katoen moet ik nu naar Leek of Groningen.
Kan natuurlijk ook via internet; maar ik wil altijd graag eerst voelen & zien.

Op de fiets ging ik richting Groningen, we hadden om 12.00 uur afgesproken bij “Roezemoes” aan het Zuiderdiep. Gezellig.
Het was alleen wel idioot druk in Groningen, op Goede Vrijdag is het daar altijd ‘Bloemetjesmarkt’. Letterlijk busladingen Duitsers komen dan naar de stad. Op het A-Kerkhof schuifelden we voetje voor voetje langs de bloemenkramen.
Het voelde een beetje als de Kerstmarkt in Bremen maar dan andersom……

Na de lunch ging Gerard weer aan het werk en ik ontvluchtte de drukte richting ‘Achterpand’,  een speciaalzaak voor breien, haken en borduren. Die zit aan het Lage der A aan het water.
Achterpand >>> is een ruim gesorteerde handwerkwinkel. Achter in de zaak is een ruimte waar af en toe brei-cafés en/of workshops worden georganiseerd. Er is genoeg te voelen en te zien! Met de eigenaresse kwam ik aan de praat over het Spinnewiel. Over hoe moeilijk het is om het hoofd boven water te houden in ‘handwerkwinkel-land’. En dat het dan niet helpt dat er zelfs in haar winkeltje mensen komen die spullen stelen……”hier lag net nog een bol zwart met wit, die is gewoon weg!” Ze was er sneu van.
Vandaag dus een hart onder de riem voor Elsa van “Achterpand”.
Hou je net als ik van handwerken?
Wil je ook graag ‘voelen & zien’?
Stap eens binnen bij ‘Achterpand’.
Tip: maak er een dagje Groningen van, geniet van oude binnenstad en pik een terrasje!

Reageren

11 april: Ik ben een semi-mijder.

In de weekendbijlage van het Dagblad van het Noorden van afgelopen zaterdag stond een artikel met de kop:
Nieuwsmijders“: oorlogen, honger, racisme: we worden overspoeld met ellende. Sommige mensen willen het niet meer weten en mijden alle nieuwsbronnen. “Ik heb nu veel meer rust.”
In het artikel kwamen mensen aan het woord die geen TV meer keken, geen krant meer lazen en niet meer klikten op nieuwswebsite’s.
Er kwamen zinnen voorbij als:
– Ik raakte een beetje lamgeslagen. Al die ellende en allemaal zo negatief. Het ergste was het gevoel dat ik er niets aan kon doen.
– Het voelde soms alsof ik werd overspoeld met al het lelijke in de wereld. Alsof er nooit iets positief is. 
– Mensen haken af van het nieuws omdat ze willen ontsnappen uit die kortstondige, oppervlakkige ‘waan van de dag’. Ze zijn de negatieve lading van het nieuws beu.

Helemaal aan het eind van het artikel kwam een ‘semi-mijder’ aan het woord.  Hij volgde het nieuws in grote lijnen, maar zoomde er niet op in. Weten wat er gebeurt in de wereld, maar geen foto’s van afgerukte ledematen, ontredderde mensen en mensonterende verhalen.

Tot zover het artikel. Ik ben dus ook zo’n semi-mijder. Wij krijgen de krant niet meer in de brievenbus. Het exemplaar van zaterdag had Gerard gekocht omdat we een rustig weekend hadden. Het bovenstaande artikel las ik op maandagmorgen, even uitblazend van mijn wekelijkse maandagmorgen-opruim-rondje door het huis.
De krant lees ik de laatste tijd altijd op mijn tablet, ’s morgens bij het ontbijt.
Ik lees de koppen, hier en daar een column en artikelen die me interesseren maak ik wat groter en lees ik helemaal. Maar de verslagen van wat er precies gebeurde tijdens verschrikkelijke aanslagen, hoe mensen schreeuwden, hoeveel gewonden en waren: ik lees het niet meer. Ik hoef het niet te zien. In het artikel stond een zin die me bijbleef: “Journalisten jagen tegenwoordig op emotie. Ze speuren naar tranen, drama’s. Die bloedige beelden gaan direct het angstcentrum van ons brein in. We hebben geen mechanisme in ons hoofd om dat weg te masseren; de ellende blijft hangen en kan z’n weerslag hebben op je humeur.”

Met mijn onbedwingbare nieuwsgierigheid wil ik eigenlijk altijd alles weten.
Maar alles weten maakt niet gelukkig.
Dus ben ik in de loop van de jaren een semi-mijder geworden: ik weet wat er speelt in de wereld, maar ik hoef de details niet te weten.

Reageren

10 april: Onze Vader met de kinderen.

Gistermorgen zaten Gerard en ik rond 10 voor 10 in de kerk. Op de beamer verschenen de namen van de mensen die iets zouden doen in de viering; onderaan stond “Ada Waninge, gitaar”.
Huh? Maar dat zou toch niet? Was toch afgeblazen?

Navraag bij voorganger Walter leerde dat er sprake was van een misverstand. Twee weken geleden had hij gevraagd of ik het Onze Vader (de versie van Elly en Rikkert) wilde begeleiden op gitaar als de kinderen van de nevendienst dat zongen. Later mailde hij dat het Onze Vader met een filmpje zou worden gedaan, maar hij bedoelde daarmee dat de kindernevendienst het met een filmpje zou instuderen. Niet te lang over nagepraat, ik heb m’n gitaar alsnog opgehaald. Voorbereiden hoefde niet, ik kan het wel dromen.

Voor ik weer naar binnen ging liep ik voor de zekerheid nog even langs bij de leiding van de kindernevendienst. Die waren met heel veel kinderen heel druk om een Palmpasenstok te maken. Het gesprek verliep in lichte paniek van de kant van de leiding.
“Moeten de kinderen dat meezingen? Filmpje? Oefenen? Nu?”
Dat ging hem niet worden. We overlegden dat ik het gewoon ging zingen. “Wie het kent zingt het dan wel mee.”

Het was heel mooi. De kinderen stonden allemaal met hun Palmpasenstok op het podium en wie het kende zong het mee. De grootste verrassing was dat ook de hele gemeente meezong. We zingen met de cantorij ook wel eens een Onze Vader. Moeilijker. Maar deze versie is mooi om zijn eenvoud. Wat mij betreft zingen we deze nog eens; voor kinderen is deze uitvoering heel goed te doen. Hieronder een uitvoering van dit Onze Vader door het Oecumenisch Kinder- en Tienerkoor Roden van de CD ‘Zing zolang je leven mag’, uitgebracht in 2003. De kinderen op deze opname zijn nu allemaal al volwassen. Gistermorgen had ik even een ‘deja-vu’…..

Door het ophalen van de gitaar miste ik een heel stuk van de viering. Dan kom je er ook niet echt goed in; zelfs het pepermuntje heb ik niet gehad. Ook van de preek kreeg ik niet alles mee. Gerard, voetbalkenner,  trok op een gegeven moment z’n wenkbrauwen op toen de voorganger refereerde aan die keer dat Nederland Wereldkampioen voetbal werd. “Europees kampioen!” Dat heb ik onthouden. Erg hè?

Foto’s van deze feestelijk Palmpasenviering zijn te bewonderen op de website van onze PKN gemeente: klik hier>>>
Benieuwd naar de hele viering? Klik op Kerkomroep >>> (Roden, Op de Helte, 10.00 uur.)

Reageren

09 april: Randstad versus Noorden.

Dit weekend stond voor een deel in het teken van ‘ontmoeting met vrienden’. Vrijdagavond legden we een kaartje in Peize en zaterdagavond zaten we in Beilen met z’n achten bij elkaar.

Wat is er de afgelopen tijd zoal gebeurd? Een dochter van het ene stel heeft een huisje toegewezen gekregen en verlaat binnenkort het huis. Een ander stel is dit jaar 30 jaar getrouwd en gaat met kinderen en aanhang een weekje naar een warm eiland. We delen op zo’n avond de zorg over onze ouder wordende ouders en vertellen elkaar kleine gebeurtenissen uit onze levens. Ik vertelde bijvoorbeeld over onze avonturen in Amsterdam van afgelopen dinsdag en legde uit dat dat best wel spannend was voor ons; trein, metro, het is voor ons geen dagelijkse kost.
Hoon was mijn deel, dat we dat nou spannend vonden. Eén vriendenpaar heeft een dochter in IJburg, daar hadden we volgens hen de auto wel  kunnen parkeren. “Als je daar heen rijdt zetten ze de weg wel voor je af…..” opperde iemand anders.
Ja hoor, ja. Maar wij zijn er toch maar mooi geweest. Op onze eigen manier hebben we het prima gered.

Ook kwam het gesprek nog even op een tendensieus artikel uit het Dagblad van het Noorden. “Achterstand Noorden mentaliteitskwestie” kopte de krant. “Het zijn ook andere mensen!’ riep iemand, daarbij nog even wijzend op mijn blog afgelopen week over mijn familie onder de rook van Rotterdam. Altijd een beetje een gevoelig punt in onze groep, want Sinet (tot haar 11e in Rotterdam gewoond) voelt zich nog steeds aangesproken als het daarover gaat. Daarin schuilt mijns inziens juist de charme van onze club; ook gisteravond zorgde juist zij weer voor een oer-Drents Roelof & Harm-moment: het ging over de hond Loebas, die een ongelukje had gehad bij het springen over prikkeldraad. “Zeg maor Loe want de bas is e kwiet….”.

Over het verschil tussen mensen uit de randstad en het noorden had ze nog een leuk filmpje. Het is erg grappig dat juist zij daar steeds mee op de proppen komt. “Ken je die cabaretier die het heeft over een Groningse bankoverval? Ho, eem, nou heb ik mijn pistool in de auto ligg’n laat’n…..”
Kenden we niet. Geen nood, het werd direct opgezocht en  een paar seconden later zaten we al met z’n achten om haar telefoon heen.

Klik hier >>> voor het stukje cabaret van Reinder van der Naalt.
Het Groningse accent is discutabel, het lijkt wel verdacht veel op Fries, maar wij houden hem d’r in!

Reageren

8 april: Monuhpóólie.

Mijn broer en ik speelden vroeger heel veel spelletjes. Eén van de meest favoriete spelletjes was Monopoly.
Door ons uitgesproken als Monuhpóólie; met de klemtoon op Póó.
Toen ik later hoorde hoe het eigenlijk op zijn Engels uitgesproken moet worden (met de klemtoon op No) vraag je je af of het over hetzelfde spel gaat.
Wij speelden dat vroeger met het oude spel dat mijn ouders nog hadden uit de jaren ’50.
Eindeloos.
Hele zondagmiddagen zaten we te knisperen met de briefjes van 50, 100 en 500; als je die al had….!

Toen ik verkering kreeg met Gerard had hij een nieuwe versie van het spel. De bedragen lagen ineens een stuk hoger, dat scheelde twee nullen: 500 was 50.000 geworden.
Aan de keukentafel bij Gerard thuis speelden we het met broers en (schoon) zussen en Henkie Moes, bevriend met Henri, Gerards broer. Ook toen Gerard en ik getrouwd waren speelden we het soms met z’n tweeën. Maar op den duur kreeg ik daar tabak van.
Gerard is namelijk zo’n speler met wie Monopoly spelen nooit leuk is. Als je verliest zit hij zo arrogant te wapperen met z’n straten en z’n stapeltjes geld, dat de stoom van ergernis uit je oren komt; maar als je wint en hij dik in de schulden zit doet hij zo zielig dat je hem al je geld wel wilt geven. Doen we dus niet meer.

Toen de kinderen klein waren kochten we het Kindermonopoly spel. Een groot succes. Het bord verbeeldde een grote kermis. Je bent kermisbezoeker, maar je kunt ook eigenaar worden van een attractie. Als je medespelers op jouw attractie komen moeten ze jou entreegeld betalen. Fantastisch, wat een leuk spel. Alle elementen van Monopoly zitten er in. De bedragen waren erg laag en de kinderen leerden met geld omgaan en leerden dat  investeren geld oplevert; Carlijn, die 5 jaar scheelt met Harriët, kon ook al snel meedoen: als een volwassene haar een beetje begeleidde begreep ze heel goed dat ze veel centjes kreeg als iemand in haar reuzenrad wilde.

De laatste variant van Monopoly die in onze spelletjes kast ligt is de ‘Van Dam tot Dom’-editie. Geen bankbiljetten, maar maar een bankpasje en een soort randomreader waar je op kunt zien hoeveel geld er op je pasje staat. Gerard kreeg het ooit eens, volgens mij in een kerstpakket.
We hebben het één keer gespeeld met ons hele gezin; we vonden het even grappig, dat gehannes met die pasjes en toen constateerden we dat het eigenlijk helemaal niet leuk was.
Bij het project ‘Elke dag een kastje’ kwam ik het weer tegen. We vroegen Harriët en Cees: “Hebben jullie er misschien belang bij?” Die waren heel duidelijk. “Als ik Monopoly doe dan wil ik stapeltjes bankbiljetten in mijn handen hebben. Dan wil ik het Dagobert Duck-gevoel hebben.”

Precies. De ‘Van Dam tot Dom’-editie gaat weg. Marktplaats. Of ‘Het Goed’.
Misschien is er een lezer van dit blog die het graag wil hebben?
Je mag het gratis ophalen.

Reageren

7 april: Even geen contact met Nottingham.

Dochter Frea en schoonzoon Jon zijn deze week héééél druk: met een groep studenten van de Universiteit van Nottingham voeren ze de komische opera “Ruddigore” van ‘Gilbert and Sullivan’ op. Frea werkt al jaren mee aan deze opvoeringen. In het begin dacht ik dat ze het had over Gilbert O’Sullivan, een Britse zanger uit de jaren ’70, maar het was iets anders.
“Gilbert and Sullivan” was het samenwerkingsverband tussen de librettist William S. Gilbert (1836-1911) en de componist Arthur Sullivan (1842-1900). Samen schreven ze in de jaren 1871-1896 veertien komische opera’s. De meest succesvolle daarvan zijn HMS Pinafore, The Pirates of Penzance en The Mikado. In al deze stukken heeft Frea al meegespeeld.

The pirates of Penzance

In The Pirates of Penzance speelde ze de hoofdrol. Kenners zullen denken: “Huh? Een vrouw in de de hoofdrol…?!?” Die hoofdrol is namelijk Frederik, een piraat van bijna 21. Maar de studenten pasten het stuk een beetje aan en maakten van Frederik een lesbische piraat, genaamd Frederica. Dat was in Engeland nog niet eerder vertoond en deed dan ook wel wat stof opwaaien, maar de kritieken waren lovend. Hiernaast een groepsfoto van de cast. (klik op de foto voor een vergroting). Frea staat in het midden (met de rode haarband) en Jon staat uiterst links, beiden heel heldhaftig met een degen in de aanslag.

Deze week staat dus in het teken van “Ruddigore”. Ik heb er nog niet veel van gezien. Ja, het decor zag ik voorbijkomen in het appartement van Frea en Jon tijdens een skypegesprek vorige week; daar waren ze toen nog hard mee aan het werk.  In de week van Gilbert&Sullivan heerst er van de kant van Frea complete radiostilte. Deze keer is ze regisseur van het stuk en ze zingt in het koor, dus ze heeft wel wat anders te doen dan bellen en appen met mij. Woensdag kwam er een post voorbij op Frea’s Facebook: het was

verwarde violiste

een link naar een nieuwsuitzending van “Notts Tonight”. We zagen wat kleine stukjes van de repetities en kleine interviewtjes. Jammer genoeg is die link maar even beschikbaar geweest, toen ik het ’s avonds aan Gerard wilde laten zien kreeg ik een ‘error-melding”; kennelijk was de uitzending maar een paar uur te bekijken.

Gisteren stond er een recensie in “The Beestonian”: een soort “Roder Journaal” van de wijk Beeston in Nottingham.
Hierbij een link Ruddigore naar een PDF met dat verhaal: deze recensent was erg enthousiast, in het verhaaltje vertelt hij (of zij) dat hij heeft gesproken met Jon en Frea.
Ter opluistering van dit blog een paar foto’s van eerdere rollen die Frea speelde. Van Ruddigore heb ik nog geen beeldmateriaal……

Verleidelijke dame

Katisha in Mikado

Reageren

6 april: Koffie en breiwerk in Assen.

Gekke dag gisteren. Na een snipperdag voor de Romanovs was ik heel vroeg op mijn werk.
Volle mailbox; ik zou eens even flink wat achterstand wegwerken. Maar daar werd een stokje voor gestoken.
Mijn 85-jarige moeder werd opgenomen in het ziekenhuis in Assen met hartritmestoornissen en rond 11.00 u zat ik aan haar bed. Ze was bijzonder nerveus en gestrest en was blij dat ik er was. Wachten. Vragen beantwoorden, aangesloten op apparatuur en tussendoor lang wachten. Monitor met grafiekjes en getallen vanuit je ooghoek in de gaten houden met ondertussen breiwerk en koffie. Veel wachten. Korte gesprekjes, veel spanning en onrust bij mijn moeder.
Gek dat de tijd in zo’n ziekenhuiszaaltje zo langzaam gaat, terwijl diezelfde tijd tijdens een dag op mijn werk voorbij vliegt…..
Gelukkig viel het mee. Het hart kwam weer tot rust.

Om half twee waren we weer bij haar thuis, er moest nog wat gewijzigd worden in de medicijnen en voordat ik thuis was was het 16.00 uur.
Weg dag.  Ergo: nog meer achterstand op het werk. Toch zat dat niet in mijn hoofd toen ik gisteren in Assen mijn moeder gezelschap hield. Gelukkig heb ik erg lieve en begripvolle collega’s die mij de ruimte gaven om deze mantelzorgtaak op mij te nemen.

Toen ik om 15.30 uur afscheid nam van mijn moeder bedankte ze mij dat ik er was.
Er zijn. Dat was genoeg. Voor mijn moeder en voor mij de waarde van de dag.
Lieve collega’s: bedankt voor de ruimte die ik kreeg.
Ook namens mijn moeder.

Reageren

4 april: Zoek je iets?

Toen Carlijn jarig was vroeg ze mij om het recept van de wereldberoemde ’tante Lammie kwarktaart’. “Staat op mijn website” appte ik haar.
“Ik had het kunnen weten” appte ze terug.

Er staat inmiddels al heel veel op mijn website.
Regelmatig krijg ik een vraag over een recept of een handwerkpatroon, waarbij ik mensen verwijs naar ‘de Waarde van dag’.
Dat leek me nou zo leuk toen ik begon met dit blog. (zie >>>)
Bovenin de zwarte balk staan verschillende rubrieken. Als je daarop klikt komt er een algemeen verhaaltje over het onderwerp en onderaan de pagina kun je dan klikken op de link ‘Alle blogs over…..”
Dan kom je op een pagina met alle blogs die ik heb weggezet onder dat thema.
Verder vind je in de rechterkantlijn nog wat categorieën waar je uit kunt kiezen.
Maar er komen steeds meer blogs en dan kun je verdwalen in het spreekwoordelijke bos door de vele bomen.

Zoek je iets specifieks’op deze website? Probeer dan eens te zoeken via ‘zoeken’, rechts bovenin je beeldscherm. Weet je je bijvoorbeeld nog vaag iets te herinneren over ‘de mooiste vis van de zee?’, een kinderboekje waar ik over schreef? Tik dat dan in bij de zoekfunctie, dan vind je de drie blogs waarin het boekje wordt genoemd.
Heb je ooit een lekker recept met spruiten van mijn website gehaald en kun je het in de  brij van recepten niet vinden? Typ dan ‘spruiten’ in en je vindt twee blogs over spruiten. Als je ‘Lammie’ intypt kom je als eerste bij tante Lammie’s heerlijke kwarktaart uit, dan een paar familieverhalen en vervolgens de ’tante Lammie ragout-broodjes’.
My tante Lammie shal be remembered!

Kun je ondanks deze tips toch iets niet vinden, dan kun je altijd nog een reactie plaatsen onderaan elk blog. Ik help je graag aan de goede informatie.

Reageren

2 april: Waardevolle familiecontacten.

31 maart 1967

Zaterdag ging ik met mijn moeder en mijn broer naar Zoetermeer. Mijn moeders jongste zus Lammie en haar man  Albert vierden hun 50- jarig huwelijk. Van alle tien Boelen – kinderen is zij de enige die in de randstad woont. In een verder overwegend Drentse familie vallen haar man en kinderen alleen al op door hun taalgebruik met een prachtig Rotterdams-achtig accent.

Maar gistermiddag waren wij degenen die opvielen. In een zaal vol familie, vrienden en buren waren we met een klein Drents clubje. Maar o, wat was het heerlijk om iedereen even weer te zien en te spreken. Er werden herinneringen opgehaald en mooie momenten gedeeld. Er was een PowerPoint met foto’s van de huwelijksdag van 50 jaar geleden, gemaakt door nicht José. Die ik trouwens eerst amper herkende: ze was wel 45 kilo afgevallen! En neef Harry, nog geen 50, was al opa van twee kleinkinderen! Neef René (niet gehinderd door enige vorm van bescheidenheid omtrent zijn flamboyante verschijning) kwam bij ons aan tafel zitten met de woorden: “De knapste man van de familie komt hier effe bijsitte!”

Tijdens de borrel kwamen de oude familieverhalen op tafel. Hoe tante An, schuchter meisje uit Arnhem, voor het eerst bij de familie Boelen kwam.
“Lust joe wel soep’nbrij?” Aan de manier waarop het werd uitgesproken had An besloten om het maar niet te nemen. Het bleek gewoon karnemelkse pap te zijn.
En het verhaal van de bruidegom van vandaag, in de jaren zestig de jongste zwager Albert. Hij deed als jong volwassene  een avondschool-opleiding en had op een dag zijn cijferlijst meegenomen. Mijn ome Gerrit, broer van mijn moeder, had hem toen over de tafel een kwartje toegeschoven met de woorden: “Hier mien jong, veur dien mooie rapport!”
Door het ophalen van de herinneringen en het noemen van hun namen waren ze er toch nog even bij: opa en oma Duivesteijn, opa en oma Boelen, de broers en zussen van de bruid en zwager Gijs, echtgenoot van de zus van Albert. Allemaal al overleden; maar ze maakten allemaal deel uit van onze familiegeschiedenis.

Narcissen uit Apeldoorn

Vandaag kregen we bezoek van een ander deel van de familie Boelen: Jan en Janny. Jan is de zoon van tante Annie en ome Lute.   Jaarlijks zien we elkaar twee keer en beide keren hebben we de dag te kort. Zij namen een mooi lente-bloemstuk mee.

Vanavond gaan we een boom klaverjassen met Harriët en Cees.
Eigenlijk wel druk zo in één weekend….. maar het was in meerdere opzichten een bijzonder waardevol weekend!

Reageren

Pagina 244 van 302

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén