een alternatief voor 'de waan van de dag'

Categorie: Alledag Pagina 25 van 308

23 juni: Een vaatwasser met een meisjesnaam.

“Is het nou weer niet schoon?”
Dit verwijt betrof onze afwasmachine, mevrouw Bosch (meisjesnaam ATAG), waarbij we bij het openen van de deur constateerden dat ze de afwas ’s nachts niet gedaan had.
Soms wel, soms niet, soms half en de laatste paar dagen meer niet dan wel.
Gerard belde een witgoedbedrijf om haar aan een nader onderzoek te onderwerpen.
Er moest eigenlijk een nieuw onderdeel in dat € 250,= zou kosten, maar gezien de leeftijd van mevrouw (14 jaar) werd ons geadviseerd om uit te kijken naar een vervangend exemplaar.

Onze nieuwe afwasmachine komt woensdag.
Tot die tijd doen we de afwas weer ouderwets met de hand.
Vroeger deden we dat nog wel eens op de camping, maar sinds we de caravan hebben verkocht komt dat ook bijna niet meer voor.
Was ik toch bijna vergeten hoe dat ook maar weer in zijn werk ging!
Voorspoelen, eerst het glaswerk, dan het bestek, daarna de borden en schalen en als laatste de pannen en ovenschalen.
Dit alles nog steeds volgens mijn moeders adviezen die ik meekreeg met de opvoeding: “in dizze volgorde wordt het spul dat niet zo smerig is niet vet van die vieze pannen enzo en blef het afwaswater schoner”.

Als je het blog van gisteren hebt gelezen kun je je vast wel voorstellen dat er met al die verschillende tapas-rondjes meer dan één ‘afwas met de hand’ ís gedaan.
En tot mijn grote genoegen niet door mij.
Woensdag is Gerard jarig: dan komt de hele familie langs voor koffie, taart en een borrel.
Ik hoop heel erg dat de levering van mevrouw Bosch (meisjesnaam Pelgrim) geen vertraging oploopt…..

Waarom heet onze vaatwasser mevrouw Bosch, terwijl haar meisjesnaam anders is?
De eerste vaatwasser die in ons huishouden kwam was een Bosch.
Die naam leidde tot wat onbegrip toen schoonzoon Jon zijn intrede deed in onze familie en hij in 2018 samen met Frea een half jaar bij ons inwoonde.
In het Engels heet zo’n apparaat een dishwasher, Frea zei afwasmachine en wij zeiden vaatwasser of mevrouw Bosch. Jon raakte daarvan in de war.
Hij kwam bij me staan, wees op de vaatwasser en zei: “Hoe heet deze ding noe!”

Vanavond na het eten staan we weer naast elkaar bij het aanrecht bij een teiltje met sop.
De één druk in de weer met de afwaskwast, de ander met de theedoek.
Natuurlijk kunnen wij de afwas doen met de hand.
Verwende sikken zijn we, zoveel is maar weer duidelijk zonder een goed werkende mevrouw Bosch.

Reageren

22 juni: Géén barbecue!

Met het mooie weer van de laatste tijd hebben Gerard en ik regelmatig een feestje waarbij een barbecue wordt aangestoken.
Lekker!
Maar niet ieder weekend.
Dit weekend vierden we gisteren de 70e verjaardag van schoonzus Fijkje met een groot feest en zelf zouden wij vandaag met onze kinderen alvast Gerard’s verjaardag vieren.
“Bij Fijk krijgen we vast een barbecue, laten wij dan iets anders doen.”
Wij bedachten een ’tapas-maaltijd’; niet één maaltijd maar verschillende rondes met kleine hapjes.

Toen iedereen was gearriveerd waren we met z’n negenen: Jon’s zus Lily is een weekje over uit Engeland en schoof gezellig aan.
Rond 11.00 uur begonnen we met koffie met ‘Tante Lammie-kwarktaart‘ met mandarijntjes.
Het was warm en er werd geopperd dat ‘wij nog wel ergens supersoakers hadden’.
Dat verbaasde mij, want ik zou niet weten waar die dan zouden moeten liggen.
Ze werden dan ook niet gevonden, maar de dames vonden wel een grote krat met oud buitenspeelgoed dat onmiddellijk zorgde voor een enorm kabaal en even later kwamen er al zeepbellen voorbij drijven, geblazen door iemand die ‘Kijk! Zo’n potje!’ had gevonden.
Een grote zak met oude knikkers had het leukste effect: de knikkers werden er met handenvol tegelijk uitgehaald en benoemd.
“Dit waren blauwtjes! Deze kwamen uit Denemarken! Bonken, gewoontjes, stuiters, er kwam van alles naar boven.
“En weet je nog wel dat je dan met je voet…..” zei één van de mannen. Dat bracht bij de dochters weer andere herinneringen naar boven.
“O! Dus jij was zo’n jongetje dat alles weer moest bederven….!’

Fruitstokjes: zelf samenstellen.

Ondertussen kwamen de tapas-gerechtjes voorbij, soms vergezeld van opdrachten.
“Schoteltje bewaren. Servetje niet weggooien. Soep zelf even uit de keuken ophalen.”
Hartige groentetaart, tonijnsalade, kibbeling, gehaktballetjes, brusschetta, fruitstokjes…….wat heerlijk en wat gezellig.
We besloten de tapas-maaltijd met een ronde ‘ijsjes’: mini-magnums.

Natuurlijk hebben we ook een aantal pauzes ingelast.
Verhalen verteld over wat er allemaal weer gebeurd is de laatste maanden; zelfs als je regelmatig met elkaar belt en afspreekt is er altijd nog van alles te bespreken.
We moesten er trouwens echt wel om denken dat we af en toe Engels praatten of dingen even vertaalden voor Lily; Nederlands is echt niet te volgen als je Brits bent.

En hadden we bij Fijkje zaterdag ook een barbecue?
Nee.
Haar kinderen hadden zelf een lopend buffet georganiseerd!
Ook heerlijk.
En ook gezellig, want schoonzusjes.
“Hoe was het in Zweden? Is die ook zwanger? Was je op vakantie? Wanneer hebben we eigenlijk weer schoonzusjesdag…”
Wat je eet is eigenlijk helemaal niet zo belangrijk.

Reageren

21 juni: Een cadeautje, uitgepakt in Leeuwarden.

Vorig jaar in oktober woonde ik de plechtigheid bij waarin nicht Coby haar bul uitgereikt kreeg.
Als cadeautje had ik toen een envelop mee met een uitnodiging: een dagje ‘oude stad’ naar keuze.
Ze koos voor Leeuwarden; gistermorgen kwamen Annette en Coby gezellig koffiedrinken en daarna togen we met z’n tweeën naar de hoofdstad van Friesland.

Na de lunch hadden we een afspraak met Zenon van Leeuwarden Free Tours voor een stadswandeling.
Hij vertelde over het ontstaan van Leeuwarden*  op drie terpen en wees ons op de scheve toren ‘Oldehove’ .
In de 16e eeuw wilden de Leeuwarders een kathedraal bouwen die hoger zou zijn dan de Martinikerk in Groningen en de Domkerk in Utrecht.
Toen de toren nog maar tien meter hoog was zakte hij al scheef en toen hij veertig meter hoog was kwam het helemaal niet meer goed: men staakte de bouw. De kathedraal voor de heilige Sint Vitus is er nooit gekomen.
We konden trouwens de contouren van de kathedraal wel zien: er was een groot kunstwerk gebouwd in de vorm van de kathedraal die nooit is afgebouwd.

Het was geen stadswandeling met veel jaartallen: Zenon vertelde ons vooral verhalen.

… eetkamer ….

Hij  vertelde het verhaal Marijke Meu (Maria Louise van Hessen-Kassel) en nam ons mee naar haar eetkamer die nog te bezichtigen is in het Keramiek Museum. Toen hij wilde vertellen over een andere belangrijke vrouw in de Leeuwardergeschiedenis dacht één van de medewandelaars dat dat Mata Hari moest zijn, maar dat was niet het geval!

Het volgende verhaal ging over Titia Bergsma die met haar verschijning veel invloed heeft gehad op de Japanse kunst en cultuur.; een verhaal dat ik nog nooit had gehoord.

Maar natuurlijk kwamen we ook langs de mooie panden van het Anthony Gasthuis, waar ook nu nog een vorm van beschermd wonen wordt toegepast en we zagen het Joodse monument en de Joodse school. Daar hoorden we dat de kinderen vóór de 2e Wereldoorlog door de week gewoon naar een openbare lagere school gingen en alleen op woensdagmiddag naar de Joodse school voor godsdienstonderwijs.  De wandeling eindigde in de Jacobijnerkerk, waar zich de grafkelders van de Friese Nassaus bevinden.

Anderhalf uur duurde de wandeling; toen hadden we nog maar een klein stukje van de stad gezien…..maar we kregen een foldertje mee en wat tips van dingen die we zeker nog even moesten gaan bekijken.
Maar dat gingen wij gistermiddag niet meer doen.
We pikten nog een terrasje, kochten een lekker ijsje en toen was de middag al weer om!

Leeuwarden is voor mij natuurlijk niet onbekend: dochter Carlijn heeft daar een aantal jaren gewoond/gestudeerd, dus toen hebben we ook al een aantal dagen in deze mooie stad doorgebracht.
Hieronder zet ik de drie blogs die ik daarover schreef in de loop der jaren nog even op een rijtje:

Stadswandeling in 2015 met Carlijn : Arrestantencellen voor hoge nood. 
Een bezoek aan het Fries Museum in 2016: Breien in het Fries Museum
Herinneringen ophalen in 2020 Blokhuispoort en hééérlijke nacho’s 

* Meer weten over het ontstaan en de ontwikkeling van Leeuwarden? Hierbij een link naar de website Wierden en Terpen

Reageren

20 juni: Voor-luisteren.

Afgelopen week had ik app-contact met Karel Stegeman, cantor van onze cantorij.
Hij vroeg me: “Kom je ook luisteren de 28e?”
Mijn antwoord was: “Zeker. Ik ben al aan het ‘voor-luisteren’ op Spotify. Kreeg de lijst van Jon.”

Even uitleggen.
Karel is ook dirigent van ‘Kamerkoor Cantus’ in Groningen, waar schoonzoon Jon in zingt.
Op 28 juni geeft het koor een bijzonder concert; ik geef even in eigen woorden weer wat Karel daarover zei.
“Ik was op een open dag van de voormalige tabaksfabriek Niemeijer in Groningen. Daar liep ik door die grote fabrieksruimte en ik dacht: “Hoe zou het zijn om hier met een koor te zingen? Vervolgens zocht ik contact met de eigenaar en na wat heen en weer gepraat kreeg ik toestemming.”
Karel vertelde ook dat het nog heel wat voeten in de aarde had gehad.
Want je kunt toch niet een concert houden onder die kale TL-lampen, dus er moest iets worden geregeld met verlichting.
En hoe zit het met geluid? Microfoons?

We gaan het zien!
Zaterdag 28 juni om 20.00 uur zitten wij de zaal/fabriekshal.
Wat gaan wij horen? Cantus biedt ons een nieuw perspectief op stilte met het programma ‘Silence & Music’.
Dit staat er over op hun website:

Een eeuw lang hielden honderden werknemers de bulderende machines van de Niemeyerfabriek in Groningen aan de gang. Nu zijn de machines weg en de fabriek staat leeg. Ineens bekennen de lege fabriekshallen hun prachtige akoestiek. 

Silence & Music biedt een unieke muzikale ervaring waarin stilte en muziek samenkomen. Onder de bezielende leiding van dirigent Karel Stegeman neemt het koor het publiek mee op een reis door uiteenlopende muzikale werken die de relatie tussen stilte en klank verkennen. Met dit project viert Cantus de eindelijk geopenbaarde akoestiek van de Niemeyer fabriek – én genieten we van de stilte na jaren van overlast in de wijk door de industrie. Het repertoire gaat over muziek en stilte, met bijzondere aandacht voor stemmen die het zwijgen zijn opgelegd.

De muzikale programmering bevat een paradoxale vernieuwing door bijna uitgestorven muziek opnieuw tot leven te wekken. Dit betreft muziek die door de jaren heen letterlijk is vergeten doordat het niet meer uitgevoerd wordt of doordat het door derden gecensureerd is. Cantus zal onder andere Bach, Vaughan Williams, Whitacre en Uusberg ten gehore brengen. 

Silence & Music belooft een inspirerende luisterervaring te worden waarin het koor zijn veelzijdigheid en expressiviteit ten volle laat zien.

Het concert begint om 20.00 uur in de Niemeyerfabriek, Paterswoldseweg 43 te Groningen, met kaarten à € 15,- incl. een consumptie in de pauze.

Om nog even terug te komen op het app-gesprek in de eerste alinea: ik schreef dat ik wel moest wennen aan de muziek, het is voor mij beslist geen dagelijkse kost.
Volgens Karel vond ik The Blue Bird wel heel mooi. Maar ‘wennen’ betekent natuurlijk niet automatisch dat het niet mooi zou zijn…..

Wil je ook ‘voor-luisteren’?
Op Spotify staat de openbare afspeellijst ‘(Cantus) Silence & Music’.
Wil je zelfs komen luisteren in de oude fabriek?
Hierbij een link naar hun website  voor meer informatie.

Reageren

19 juni: Over geluk (9) – Andere mensen & Gezond lichaam.

Acht blogs* schreef ik in de serie ‘Over geluk’, het onderwerp van onze scheurkalender voor 2024; vandaag sluit ik deze serie af met het 9e blog, waarin ik de laatste 2 pijlers van geluk combineer: ‘Andere mensen’ en ‘Gezond lichaam’.
Er waren beduidend minder kalenderblaadjes bij deze onderwerpen.

Om te beginnen met de andere mensen: bij de ‘pijlerbeschrijving’ stond ‘goede menselijke relaties vormen de basis van geluk.’
De eerste uitspraak bij dit onderwerp komt van Hendrik Tollens, Nederlands dichter (1780) : ‘Schat naar de gevels van de huizen ’t geluk er binnen niet altijd‘.
Met andere woorden: wat je ziet is buitenkant. Dat wisten ze in de 18e eeuw dus ook al.
Wees gelukkig met wat je hebt en bent. Wees met beide even vrijgevig en je zult niet meer hoeven jagen op geluk.
Dat vond de Britse staatsman William Gladstone.
Alles wat je deelt wordt meer.
Een Amerikaans staatsman, Thomas Jefferson (1743) zei: ‘Iedere menselijke geest voelt plezier in het doen van het goede voor een ander.’
Dat herken je vast wel.
Je hebt een verrassingsfeestje voor iemand georganiseerd, of je hebt een erg toepasselijk cadeautje voor iemand op de kop getikt: dan verheug je je op het moment dat het uitgepakt wordt, omdat je weet dat de ander daar heel blij van gaat worden. Of je helpt iemand die een boodschappentas heeft laten vallen met het oprapen van de sinaasappels die alle kanten oprollen, je wijst iemand de weg of help iemand die met pech langs de weg staat: voelt goed toch?

Bij het thema ‘Gezond lichaam’ stond als kernwaarde: een gezonde geest in een gezond lichaam.
Een opvallende uitspraak daarbij vond ik die van de Amerikaanse bioloog J. Watson (1928): ‘Als een paard galoppeert is het gelukkig‘.
Rust roest, dus blijf in beweging.
De Hongaarse schrijver G. Konrad (1933) constateerde ‘Alle problemen die ik in mijn leven heb gehad, waren het gevolg van haast en niet van te laat zijn.
Wat heeft dat nou met een gezond lichaam te maken? Daar heb ik wel even over nagedacht.
Ik kwam tot de conclusie dat haast maakt dat je lichaam in een stresserige toestand komt, waardoor je hartslag onnodig omhoog gaat en je minder goed uitkijkt en er eerder kans op brokken is.
Het voor lichaam én geest beter om rustig voorbereidingen te treffen en iets eerder dan nodig te vertrekken.
Verder vond ik de teksten bij dit onderwerp niet erg interessant of heel erg voorspelbaar.

Spelende vrouw: wat heb je na 9 blogs geleerd over geluk?
Het geluk zit in tevreden zijn, in kleine dingen, niet in haute couture, niet in poeha en blabla.
Daarbij moest ik denken aan een gedichtje van Toon Hermans dat kernachtig de essentie van geluk beschrijft.
Deze blogserie sluit ik af met dat gedichtje; het heet ‘Geluk’:

Geluk is geen kathedraal,
misschien een klein kapelletje.
Geen kermis luid en kolossaal,
misschien een carrouselletje.

Geluk is geen zomer van smetteloos blauw,
maar nu en dan een zonnetje.
Geluk dat is geen zeppelin,
’t is hooguit ’n ballonnetje.

* Hierbij een link naar het eerste blog in deze serie, vandaar uit kun je linken naar de eerdere delen die al gepubliceerd zijn

Reageren

18 juni: Een kerk. En toch ook geen kerk…..

In het blog over de hunebedden-fietstocht tijdens ons verblijf op ‘Het land van Bartje’ schreef ik dat ik ook graag wat kerken van binnen wou bekijken.
In de omgeving waar wij fietsten die middag (Gasselternijveen, Gieterveen) heb je geen kolossale kerken.
Bij het eerste kerkje dat we tegenkwamen stond een bord: ‘Het kerkje van Gasselternijveen’; daar wilde ik wel even naar binnen.
De deur stond open, maar het was helemaal geen kerk meer: het was een groepsaccommodatie voor 18 personen met een binnenzwembad.
Als je door de kerkdeur naar binnen keek zag je een gang met aan weerszijden deuren.
Dus. Wel een kerk, maar toch geen kerk.

In Gieterveen wilden we bij Amoi even wat drinken, maar dat etablissement was dicht.
Daartegenover stond een klein kerkje, waar mensen binnen waren, dus daar gingen we even naar binnen voor een glas water.
Het ding heet ook gewoon ‘’t Kleine kerkje in Gieterveen‘.
Het was niet meer in gebruik als kerkgebouw, maar het is een multi-functionele  gemeenschapsruimte: je kunt het gebruiken voor vergaderingen, concerten, kleine theatervoorstellingen, tentoonstellingen, cursussen en workshops, als er iets te vieren of te betreuren is  en zelfs als trouwlocatie.
En men had een glas water voor ons: het was warm en we hadden al een eind gefietst.
Dus. Wel een kerk, maar toch geen kerk.

In Borger staat de Willibrordkerk. De toren stamt uit de 14 eeuw, maar de kerk is in 1826 gebouwd als vervanger van de oude middeleeuwse kerk op die plaats. De oude kerk was dermate vervallen dat afbraak noodzakelijk was. Alleen de kerktoren bleef dus gehandhaafd. Toen we daar even binnen wilden kijken kon dat, maar we kwamen niet verder dan het voorportaal. Daar stond een vrijwilliger die ons vertelde dat de kerk alleen maar open was omdat hij om 16.00 uur de klok ging luiden. Dat was vroeger traditie: de klok van 16.00 uur was voor de mensen die op het land waren het teken dat ze naar huis konden.
“Maar dat kan inmiddels toch ook automatisch worden ingesteld?”
Ja, dat was inderdaad zo. Maar in Borger is er een groep vrijwilligers die dat klokluiden graag op de ouderwetse manier in stand willen houden.
En daar waren wij die middag getuige van.  De kerk is niet meer in gebruik als kerk: die is verbouwd en werd tot voor kort gebruikt als theater.
Dus. Wel een kerk, maar toch geen kerk.

Je zou haast iets gaan denken van de vroomheid der Drenten.
In Gasselte ontdekten we ‘Het witte kerkje’
Ook deze kerk wordt voor allerlei doeleinden gebruikt, maar…. er wordt ’s zondag ook nog gewoon gekerkt.
Hierbij een link naar meer informatie van de Protestantse Gemeente Gasselte.
Jammer genoeg konden we niet naar binnen, maar we konden wel even om het gebouw heen lopen.
Mooi sfeertje.
De kerk staat op het hoogste punt in het dorp en is omringd door eeuwenoude graven.

Het is fijn dat de oude, beeldbepalende kerken in de dorpen behouden blijven, ook al worden ze lang niet allemaal meer als kerk gebruikt.
Je moet de kerk immers wel midden in het dorp laten…..

Reageren

17 juni: Ik gao op reis…..

Het thema van de Zinnig (een Drentstaolig tiedschrift) die half juni in de brievenbusse zat was ‘Op reis’.
Dizze keer is het verhaol dat ik instuurd haar uutkeuzen veur publicaotie; daor was ik wies met!
As underwarp haar ik het geheugenspellegie ‘Ik gao op reis en nim met…’.

Mooi spellegie, ie kent het vast.
Wij speulden het met de kinder in de auto, met name as wij zölf op reis waren. 
“Zijn we dral?”
“Duurt het nog lang?” Ie kent het wel.
Dan deuden wij met mekaar dit geheugen-woordspellegie: tandebössel, walkman, Donald Duckies, wat nim ie al niet met op reis.
Dan vleug de tied veurbij en waren we soms maor zo op de plek van bestemming.
En ie nimt wat met a’j op reis gaot!
Hoe vaak heb ik al niet een koffer weer uitpakt nao een vekaansie en verzucht: “Waorum heb ik dit allemaole metnummen? Dit he’k ja hielemaole niet bruukt..”
Hiele liesten vink ik of veurdat wij votgaot en dan nog vergeet ik soms wat. 

Wat ik nooit vergeet is mien heufd vol met gedachten, dat he’j naomelijk altied vanzölf al bij je. En met dat brein nim ik ok altied een stuk van mien leven thuus met op reis.
Toen mien moe nog leefde en geleidelijk an meer zörg neudig haar maakten Gerard en ik een verre reis naor femilie in Canada.
Ik weet nog dat ik toen op een rotsblok zat midden in een rivier en dat ik dacht: “Nou kan mien moe mij niet bellen…”
Ze belde mien breur, want ik was der niet. 
Maor ze was in mien heufd wel met mij op reis. 

As ik op vekaansie gao in een tied dat het hectisch is op het wark, he’k dat ok zo nou en dan in de kop.
“Hoe zul ’t nou met de wichter weden? Zult ze zich een beetie redden? En wat nou as der iene ziek wordt…..”
Helpt niks, weet ik ok wel en mien collega’s hebt der niks an, maor ok mien collega’s bint soms in gedachten met mij op reis. 

Fiets ik langs de Donau in Oostenriek en kom ik in Grein, dan bedenk ik dat ik daor vrogger met mien va en moe ok al ies west bin.
En dat mien breur en ik in dat riviertie speulden.
Die bint dan ok eem as een fijne herinnering met mij op reis.

Hoe older ik word, hoe meer der met mij met op reis giet.
De kinder. “Moe’we binnenkört nog eem bellen?”
Oons huus. “He’we die achterdeure nou wel op slot daon?’
De buurvrouw. “Zul ze oonze buutenpotten wel wat extra water geven met die dreugte?”
Want ok het weer in Nederland giet deur de alom tegenwoordige wifi met mij met op reis.
Zölfs de karkdiensten vanuut de karke in Roden kunt wij metmaken as wij dat wilt. 
“Zit niet veul volk in de karke; veul luu bint op vekaansie zeker…” 😉

Ik gao op reis en ik nim met: mijzölf en mien heufd vol gedachten. 
Hoe a’j ok je best doet, ie komt nooit hielemaol lös van thuus. 
Oost, west ……

Reageren

16 juni: Neeee! Echt wáááár?!?

De laatste zin van het blog van gisteren was: “Zondag deden we helemaal niets…..”
Dat blog had ik zondagmorgen geschreven en rond 13.30 uur alvast geplaatst.
En toen ging om om 14.45 uur Gerard’s telefoon: “De geplande luchtballonvaart kan doorgaan; we verwachten jullie rond 19.30 uur aan de Vaartweg in Hoogersmilde.”
Het bericht sloeg in als een bom; niet alleen bij ons, maar ook bij de vrienden.
Al vanaf juli 2023 waren er ettelijke afspraken gemaakt (zie Met een luchtballon uit 2023) en even zo vaak ook weer afgezegd wegens te veel wind, te weinig wind of slecht weer.
Minstens 11, maar we zijn de tel in de loop van die 2 jaren kwijt geraakt.
Zondagmiddag waaide het, dus niemand had er op gerekend dat het deze keer door zou gaan.

Wát een spektakel, mensen!
We ontmoetten elkaar op het weiland van Hatzmann, vlak bij de televisietoren; er waren zelfs nog wat Hoogersmildigers die een kijkje kwamen nemen.
Er kwam een auto van Dijkstra Ballonvaarten met een 8-persoonsmand en een enorme ballon, gesponsord door een onderneming die menigeen een glimlach ontlokte.
“Ben benieuwd welke vorm die ballon straks heeft” grapte iemand.
Hij was in ieder geval knalrose en toen hij op het weiland lag uitgerold was het een enorm groot ding.
Alle deelnemers moesten een reglement doorlezen en een handtekening zetten voorafgaand aan de vlucht.
Met een grote ventilator werd er lucht geblazen in de ballon, die heel zich heel langzaam vulde; uiteindelijk werd die lucht verwarmd met een brander.
De mensen die met de vlucht meegingen werden ook aan het werk gezet.
Ik dacht dat ze moesten blazen, maar nee, de ballon moest omhoog gehouden worden.

Spannend vond ik het moment dat de ballon omhoog kwam en de deelnemers in de mand moesten klimmen, maar dat ging allemaal prima en al gauw verdwenen ze uit het zicht.
Hierbij een link naar ‘het opstijg-filmpje’: Daar gaan ze!
Hoe het was kan ik niet vertellen, want Nellie, Sinet en ik gingen niet mee de lucht in: hiernaast zie je een foto die Gerard maakte van Hoogersmilde (met de televisietoren en het Blauwe Meer) vlak na het opstijgen; ik hoop eigenlijk nog op een gastblog…..
Met drie auto’s reden wij rustig achter de volgauto van Dijkstra aan.
Langs de Beilervaart, door Beilen en steeds zagen we de ballon rechts van ons.
En waar landde het gevaarte uiteindelijk? Op een weiland net buiten Westerbork!
Wij hadden instructies gekregen: “Als de ballon landt dan niet gelijk er naar toe, we moeten eerst toestemming vragen aan de eigenaar van het weiland”.

Even later kregen we een seintje “Kom maar!” en reden we naar een zandweg dichtbij waar de ballon was geland.
De landing was er één uit het boekje: de korf bleef mooi rechtop staan.
Maar toen was het verhaal nog niet uit!
Ook nu moesten de handen weer uit de mouwen worden gestoken: de ballon werd recht neergelegd, de lucht werd er uit gedrukt en toen moest hij weer opgevouwen worden en in de zak gepropt.
Hard werken, hoor!
De slotceremonie was mooi: iedereen kreeg een certificaat en een glas champagne en daarna mochten de deelnemers zich ‘luchtvaartbaron’ noemen.
Echt waar!

Reageren

15 juni: Werkers in de wijngaard.

Op dit blog komt Casa Grada in Westerbork regelmatig voorbij. Meestal gaat het dan over een aangenaam verblijf daar, mooie wandelingen/fietstochten of ons terras aan het meer, maar het laatste jaar ging het ook wel eens over de aanleg van de tuin, bestrating en de bouw van de schuur met overkapping. Die klussen heeft Gerard niet allemaal alleen gedaan: hij vroeg familie, vrienden en bekenden om hulp.

Zaterdagmiddag hadden we een feestelijke barbecue georganiseerd om ‘de werkers in de wijngaard’ te bedanken. De uitdrukking ‘werkers in de wijngaard’ hoort kennelijk bij de Tale Kanaäns die vroeger bij een degelijke, christelijke opvoeding hoorde. Sommige aanwezigen wisten niet wat daarmee bedoeld werd. Ik beschreef even kort de  gelijkenis van de arbeiders die door de eigenaar van de wijngaard van de markt werden gehaald en die allemaal één  denari kregen, of ze nou werkers van het het 1e uur waren of pas ter elfder ure aan het werk gingen.
Zo was het met deze barbecue eigenlijk ook: sommigen hadden dagen geholpen met het bestraten of bij het aanleggen van de elektriciteit in de schuur, plantenvakken waren aangelegd, er was grond verzet, kortom: er was hard gewerkt, maar het aandeel van de werkers was niet gelijk. Toch kregen ze allemaal dezelfde beloning: een gezellig samenzijn waarbij goed voor de inwendige mens gezorgd, men werd gelaafd en gevoed.

Het was een zeer divers gezelschap van negentien mensen: de werkers kwamen namelijk niet alleen, maar namen hun levensgezellen/gezin mee.
We hadden de hele morgen (eigenlijk de hele week al) zenuwachtig op de verschillende buienraders zitten loeren, maar uiteindelijk konden we de gewoon buiten zitten en genoten we van een zwoele zomermiddag in de nieuw aangelegde tuin aan het water.
Door de warmte waren de vissen in het meer wat onrustig, daardoor konden we af en toe genieten van ‘springende vissen’ die met een plons weer in het water terechtkwamen.

Toen iedereen er was hield Gerard een kleine ‘speech-met-bubbels’, waarin hij de aanwezigen bedankte voor hun inzet.
Het was gezellig! Niet iedereen kende elkaar van te voren, maar bij het omdraaien van de worstjes en de  filetlapjes werden al weer nieuwe netwerk-afspraken gemaakt: “ik kan dat kitwerk bij jullie ook wel doen….”
We sloten af met koffie en toen we iedereen uitgezwaaid hadden ruimden we de brut weer op en zetten alle meubels weer op hun plaats.
Zondag deden we helemaal niets: de energie voor het hele weekend was in één zaterdag al opgebruikt.
Vandaag geen foto’s van de bbq, maar van het resultaat van de inspanningen van de harde werkers.

Reageren

14 juni: De Natte Sponzen.

Twee weken geleden kregen we een uitnodiging van dochter Harriët: een marathon improvisatietoneel op vrijdag 13 juni.
Het was eigenlijk een soort wedstrijd: aan deze marathon deden 4 groepen mee, die allemaal uit 5 personen bestaan. Bij deze vorm van theater mag je als publiek meepraten over wat je op het toneel gaat zien.
“We zoeken een beroep” “Stewardess!”
“Wat is de locatie?” Er wordt dan iets gekozen uit wat het publiek allemaal roept.
Omdat dat altijd weer anders is weten de spelers van te voren niet wat ze gaan spelen: de scene ontwikkelt zich op het toneel.

Harriët maakte deel uit van ‘De Natte Sponzen’. Ze profileerden zich als groep door allemaal een ‘schuursponsjes-accesoire’ op hun zwarte kleding te dragen: bijvoorbeeld een haarband van schuursponsjes of een tot  vlinderstrikje gevouwen sponsje.

Aan de ene kant van het toneel zat een gitarist: hij begeleidde (net als vroeger het bioscooporgel) wat zich op het toneel afspeelde met gitaarmuziek; aan de andere kant zaten twee strenge rechters in toga. Zij gaven na iedere ronde punten aan de spelersgroep die aan de beurt was geweest.

Er speelde zich vanalles voor onze ogen af.
Een stewardes die te maken kreeg met een panisch angstige passagier.
Een interview met iemand die als hobby vuilniszakken verzamelde, dat werd verduidelijkt door een doventolk.
We zagen de zolder van Lodewijk waar o.a. een pratende koelkast stond en we waren getuige van  een blind-date met drie kandidaten van iemand die helemaal gek was van luchtgitaar spelen.
Het leukst vonden wij de scene waarin twee oude vrienden elkaar weer tegenkomen en samen een taart gaan maken. Daarna moest die scene drie keer op een andere manier uitgespeeld worden: als een drama, als horror en als slapstick.
Hilarisch. De horror eindigde met de ene vriend in de gordijnen van angst voor de ander die als een soort Frankenstein met een denkbeeldige taart aankwam: “Er zit BLOED op de slagroom….”Als ouders in de zaal waren we natuurlijk zwaar op de hand van de sponzen en de (best wel strenge) rechters waren dat gelukkig met ons eens: De Natte Sponzen kregen de spuuglelijke bokaal mee.

Wat een leuke theateravond!
Natuurlijk was het niet allemaal even spannend en onderhoudend. De rechters gaven punten voor drie categoriën: techniek, amusement en inhoud. Als de punten aan de lage kant waren legde de juristen dat ook uit. Soms was er geen verhaallijn, soms daagden de spelers elkaar te weinig uit en soms was de amusementswaarde te laag.

Arnoud de Kok

De gitarist was complementair op deze avond. Hij vulde met zijn spel aan wat er op het podium gebeurde; langzame noten bij de slow-motion- strijkwedstrijd, griezelige tonen bij de monsterlijke slagroomtaart en puntige, energieke slapstick-muziek. Complimenten!

Vergeten te vertellen dat het in Almelo was: in Theater Hof 88. Deze avond was onderdeel van een heel Theaterfestival in juni. Het was een bijzondere ervaring om onze Harriët op het podium in haar element te zien, acterend in een groep waarin ze zich zo thuis voelt dat ze zelfs teamcaptain was. Voelt nog net zo als in de jaren ’90 bij de voorspeelavonden van het ICO…..

Reageren

Pagina 25 van 308

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén