De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

20 november: Een uurtie…..ok in Hieken!

In mei 2024 zat der een groep PKN-gemienteleden  um de taovel in oonze woonkeuken voor de deur mij georganiseerde activiteit ‘Een uurtie Drents’. Iederiene haar € 5,-  betaold veur het goeie doel, namelijk het wark van Father Petru in het dorp Ulmu in Moldavië. Biezunder was dat der naost de Roners ok een gast uut Hieken bij was, Matta, die met heur zuster metkommen was.
“Dat kunt wij in Hieken ok wel ies doen” haar Matta zegt tegen veurzitter van de vrouwenvereniging daor. En laot dat nou mien schoonzus Hennie weden!
Tiedens een verjaordag legden wij de agenda’s naost mekaar: woensdagmiddag 19 november kom ik met ‘Een uurtie Drents’ naor Hieken.

Een liedtie, een verhaoltie en een beetie geschiedenis: op zu’n middag bin ik in mien element. Maor ik was niet allent an ’t woord: de deelnemers an dizze middag beantwoordden een vraoge en mussen zölfs nog an ’t wark. De vraog was: waor ko’j vot en wat preut ie vroeger met joen olders? En met wie praot ie nou nog in joen eigen streektaol?
In Hieken wordt (in tegenstelling tot Roden) nog overwegend plat praot.  De miesten kwamen dan ok uut Drenthe (Hollandscheveld, Hieken, Gouwenbrugge) maor iene kwam oorspronkelijk uut Staphorst en iene uut Grunnen, maor daor praot ze natuurlijk ok een vorm van het Nedersaksisch en dat kan prima naost mekaar. A’j mekaar maor begriept…!
Ien deelnemer preut zölf vloeiend Hiekers, maor heur va was een Fries en heur moe kwam uut Noord Holland!

Verder legde ik  ze een aantal spreekwoorden veur en vreug of ze wussen wat die betiekenden.
Weet ie ’t?
‘Ik bin an de latten’
‘Hij hef de klompen an de kaante zet’
Ok nuumde ik tien typisch Drentse woorden op, zoals bijveurbeeld ‘gaorenklopper’ en ‘rikkepaol ‘* en vreug de deelnemers of ze wussen wat die woorden betiekenden.

Wij zungen met mekaar nog ‘Hier kom ik weg’ van Daniël Lohues en ik las het verhaal over mien avonturen in het Martiniziekenhuus met Willem, Guus en Piet  Nargens beter as thuus , dat ok al ies op dizze website publiceerd is. De middag sleut ik of met een verhaol dat al ies in de ‘Zinnig’ staon hef over mien liefde veur de Catharinakerk die op de Brink in Roden stiet: ‘Bij oons op de Brink‘.

Dizze activiteit heb ik destieds in Roden anbeuden, omdat de streektaol mij nao an het hart lig en ok gistermiddag was weer een mooie gelegenheid um het Drents  positief under de aandacht te brengen. Met mien enthousiasme veur oonze stokolde taol hoop ik dat ik de meinsen der van heb kunnen overtuugen hoe belangriek het is um in het Nedersaksisch met mekaar te blieven praoten.

* Spreekwoord 1: dan bi’j failliet. .
Spreekwoord 2: hij is overleden.
Een gaorenklopper  is een sufferd/onbenullig persoon en een rikkepaol is een paoltie met prikkeldraod um een weiland te umheinen.
Hierbij nog een een link naor de website van RTV Drenthe, daor vin ie een artikel over de herkomst van het woord gaorenklopper; dat was in 2021 ‘het Drentse woord van het jaor’.

Reageren

19 november: Een horloge & een parelketting.

Jacques Klöters begint zijn radioprogramma op zondagmorgen altijd met een gedicht.
Een aantal weken geleden was dat een oud gedicht; het was in 1870 geschreven door Rosalie Loveling en de titel was ‘Het geschenk’.

I

Hij trok het schuifken open,
Het knaapje stond aan zijn zij
En zag het uurwerk liggen:
‘Och, grootvader, geef het mij?’

– Ik zal ’t u wel eens geven,
Toekomende jaar misschien,
Als gij wel leert en braaf zijt,
Zeî de oude, wij zullen zien.

‘Toekomend jaar!’ sprak het knaapje,
‘O, grootvader, maar dan zoudt
Ge lang reeds kunnen dood zijn;
Ge zijt zoo ziek en zoo oud!’

En de oude man stond te peinzen,
En hij dacht: het is wel waar,
En zijn lange vingren streelden
Des knaapjes krullend haar.

Hij nam het zilvren uurwerk,
En de zware keten er bij,
En leî ze in de gretige handjes,
‘’t Komt nog van uw vader,’ sprak hij.

II.

Daar was een grafje gedolven;
De scholieren stonden er rond,
En een oude man boog met moeite
Nog eene knie naar den grond.

Het koele morgenwindje
Speelde om zijne haren zacht;
Het gele kistje zonk neder;
Arm knaapje, wie had dat gedacht!

Hij keerde terug naar zijn woning,
De oude vader, en weende zoo zeer
En lei het zilvren uurwerk
In ’t oude schuifken weêr.

Aandachtig had ik geluisterd en ik, emotionele dweil, was in tranen.
Het gedicht deed me denken aan de smartlap die vroeger in mijn liedjesmap stond.
Het was een lied van de Zangeres zonder Naam en het heette ‘Het parelsnoer ‘.
De eerste regel was ‘Klein Greetje kwam dikwijls bij grootmoe, wel 6,7 keer op een dag, ze vindt het bij grootmoe zo heerlijk, omdat ze daar alles van mag.’
Het gegeven waar het verhaal om draait is hetzelfde, maar bij dit lied gaat het niet om een grootvader met een zilveren horloge, maar een grootmoeder met een parelketting.

Wát een ontzettende smartlap!
Voor mijn moeder heb ik het nog wel eens gezongen, maar het staat al jaren niet meer in mijn zangmap: ik krijg het er niet meer uit.
Wil jij het lied nog eens horen, gezongen door Mery Servaes?
Hierbij een link naar een uitvoering op YouTube. 

Reageren

18 november: PensionAda 6 – Fluiten & opruimen.

In deel 2 van deze serie schreef ik er al over:  er is één ding dat ik écht nieuw ga doen nu ik met vervroegd pensioen ben gegaan en dat is altblokfluit leren spelen.
Bovenop de kast in onze woonkamer ligt al jaren een mooie altblokfluit; die ligt er al zo lang dat ik niet meer precies weet hoe ik er aan kom. Ik denk gekocht bij een boekenmarkt of een kringloopwinkel? Maakt ook niet uit; ik ga er op leren spelen.
Donderdagmorgen 23 oktober haalde ik het ding uit zijn doosje, zette hem in elkaar en speelde een paar tonen.
Sopraanblokfluit spelen kan ik al, maar daarmee wordt het nog niet gemakkelijker om altblokfluit te spelen, want je speelt bijvoorbeeld de C op de alt fluit met de greep die je bij de sopraanfluit voor de G gebruikt…..heel raar en verwarrend.
Als je al sopraanblokfluit speelt moet je dus heel veel afleren.

Maar voor ik uberhaupt kon gaan oefenen/spelen moest ik eerst ergens lesboeken op de kop tikken.
Eerst vroeg ik twee dames die altblokfluit spelen, maar die konden mij allebei niet aan hun lesmethode helpen, maar die gaven mij de tip om op internet te zoeken naar tweedehands boeken.
Gerard heeft voor mij op Marktplaats voor een zacht prijsje een vijftal lesboeken gekocht, die ik als brievenbuspakje op de deurmat vond toen we terugkwamen uit Westerbork.

Die middag, vrijdagmiddag 31 oktober, begon ik aan mijn nieuwe uitdaging; ik leerde de C (inderdaad: met de greep van de G op de sopraanfluit), de D en de E en na twintig minuten kon ik met die drie noten een klein walsje en een herderswijsje spelen.
Anders dan bij een sopraanblokfluit heb je bij de altblokfluit een zogenaamde ‘steunvinger’: de ringvinger van je rechterhand staat standaard op het één na laatste gaatje op de fluit. Dat heeft geen effect op de tonen die je daarboven speelt en het geeft meer stabiliteit bij het fluitspelen.
Leuk! Wordt vervolgd.

De eerste echte ‘pensioenklus’ heb ik inmiddels ook al gedaan: mijn handwerkkast helemaal opruimen.
Dat was al weer een mooie bende geworden.
De kast heeft vier planken: haken, breien, borduren en naaien & overig.
Voor een nieuw handwerkproject zoek ik garen, oude patronen, naalden met het goede nummer of ik moet op zoek naar toerentellers voor een dochter. Ik noem maar wat.
Dan moet je eigenlijk nadat je hebt gevonden wat je zocht alles weer opruimen, maar daar gun ik me dan de tijd niet voor.
Dozen blijven half open staan, inhoud door elkaar gerommeld.
Op de planken liggen losse breinaalden, restanten garen, uitgeschreven aantekeningen die ik ‘eerst even wegleg’, dat zoek ik nog wel eens uit.
Er ligt iets op de trap, dat moet naar boven in de map ‘haakpatronen’ of ik leen iets uit en als ik het terug krijg leg ik het ‘even’ uit zicht.
Het is al fijn als het vervolgens op de goede plank komt te liggen….
Hieronder zie je hoe het was en hoe het is geworden!

Benieuwd naar de andere delen in deze serie?
Hierbij een link naar deel 1, onderaan dat blog vind je een overzicht van alle tot nu toe gepubliceerde delen.

Reageren

17 november: Uiltjes-wanten (2)

“Wil jij nog wel een paar uiltjes-wanten voor mij breien?” vroeg dochter Carlijn vorige maand.
Die wanten, polswarmers eigenlijk, had ik in 2014 voor haar gebreid.
“En dan wil ik ze graag met een extra lange boord en ook in een andere kleur. Paars of zo?”
Die boord moest driekwart van de onderarm bedekken “want de wind waait altijd zo bij de mouwen van mijn jas in…”

Eerst zocht ik maar eens het blog op dat ik dat ik toen had geschreven in 2014.
Maar de link naar het patroon werkte niet meer, dus ik moest ik mijn breiboeken er even weer bij hebben.
Voor het originele patroon moest je 24 steken opzetten, maar het garen dat daarvoor gebruikt was was veel dikker; ik herinnerde me dat ik de vorige keer ook al veel meer steken had opgezet.
Hierbij alvast een link naar het originele patroon van Molly Makes: polswarmer uiltjes breien

Het patroon moest drastisch worden aangepast.
60 steken zette ik op en breide het eerste stuk van de boord met de verschoven boordsteek: daarmee krijg je een rul en rekbaar breiwerk.
Daarna minderde ik geleidelijk 15 steken, zodat ik 45 steken overhield.
Met die 45 steken breide ik de boord verder met de boordsteek zoals die in het patroon beschreven staat en die is best bijzonder.
1 toer brei je 2 recht 1 averecht en in de volgende toer haal je de tweede rechte steek eerst over de eerste heen en dan brei je hem.
Het geeft een heel apart effect en de boord wordt zo heel elastisch.
Op het patroon heb je naast het uiltje aan weerskanten maar één steek averecht, maar ik koos er voor om aan weerszijden 3 averecht steken te breien.
Het uiltje neemt 8 steken in beslag + 2 x 3 averecht = 14 steken: die zette ik op één naald en verder volgde ik de beschrijving van Molly Makes.

Toen moest er nog een aanpassing komen: ze wilde de wanten wat langer over de hand, dus ik breide er na het uiltje nog 4 centimeter boordsteek bij aan.
Ze zijn goed gelukt; Carlijn was er blij mee!
Ben je geen ervaren breister? Niet aan beginnen, het is best een gedoe.
Wel veel ervaring? Dan maak je met het PDF van Molly Makes en mijn beschreven aanpassingen vast je eigen versie!

Reageren

16 november: Van wie?

In de lezing van vanmorgen stellen de Sadduceeën een vraag aan Jezus. “Van wie zal een vrouw die meermalen getrouwd is geweest na de opstanding de echtgenote zijn?”
In de vraag wordt zelfs gesproken over zeven broers die allemaal met die vrouw getrouwd zijn geweest. Die vraag was bedoeld om de opstanding belachelijk te maken en Jezus voor schut te zetten.
Jezus zegt: “Wanneer mensen uit de dood opstaan trouwen ze niet en worden ze niet uitgehuwelijkt, maar zijn ze als engelen in de hemel.”
Het antwoord op de vraag is dus ‘Van niemand. Het gaat immers niet om eigendom en bezit, maar om ‘zijn en delen’.

De achterliggende gedachte van de overdenking van vanmorgen was ‘laat het los’.
Hou niet krampachtig vast aan wat er was (kinderen, ouders, werk of waar je dan ook maar aan vast zit) maar laat het los, dan komt er ruimte voor iets anders; leven heeft veel verschillende verschijningsvormen. Aan het begin van zijn verhaal liet voorganger Sybrand van Dijk ons verschillende zaden zien, die allemaal heel andere omstandigheden nodig hadden om te kunnen ontkiemen. Het ene moest onder de grond, het andere moest in de zon, weer een ander moest wellen in water, maar alle zaadjes ontkiemden tot een plantje of een bloem. Op hun eigen manier.
Zonder hulp van mensen: het enige wat mensen moeten doen met zaadjes is zaaien en vervolgens loslaten. En niet ondertussen het zaadje opgraven om te kijken of er al worteltjes aankomen.

Het zingen ging vanmorgen wat stroef.
We zongen nogal wat onbekende liederen die heel goed bij het thema pasten, maar als je zo zit te hannesen met noten en woorden besef je niet goed wat je zingt.
‘Mijn leven is een splinter aan de tijd’ bijvoorbeeld, lied 847.
Die tekst deed me door de woorden ‘stofje van de eeuwigheid’ denken aan het liedje ‘En toch…’ van Elly & Rikkert Zuiderveld.
‘De wereld in Gods hand is als een zeepbel, Hij zou zo kunnen knijpen als Hij wou, de mensen zijn een stofje aan de weegschaal, hij zou zo kunnen blazen als hij wou….’
Luister maar eens: En toch.
Met dat liedje in mijn hoofd lukte meezingen al helemaal niet meer.

Het laatste lied was heel bekend, dat wil zeggen: de melodie.
We zongen lied 793 ‘Bron van liefde, licht en leven’, op de wijs van ‘Wat de toekomst brengen moge’.
De tekst is geschreven door André Troost
Het lied beschrijft God als een bron van liefde, licht en leven en in drie coupletten zing je elkaar als gemeente deze troostvolle woorden toe.
We zongen het ook al eens tijdens een begrafenis; daar moest ik vanmorgen aan denken bij het tweede couplet.
Toen lukte zingen even niet meer zo goed.

Bron van liefde, licht en leven, zon die hartverwarmend schijnt,
woord van hogerhand gegeven, trouw en teder tot het eind – 
al zou ons een vijand haten, al gaat zelfs de liefste heen,
liefde zal ons nooit verlaten, Gij laat ons geen dag alleen. 

Reageren

15 november: Haggis?

Rond de geboortedag van mijn moeder, 23 oktober 1931, gaan wij altijd uit eten met mijn broer en schoonzus.
Omdat ik rond de 23e oktober afscheid van mijn werk nam en 65 werd was er in die week geen ruimte voor voornoemd etentje, maar we planden het al wel: ik reserveerde voor vrijdag 14 november een tafel voor 4 personen in ‘Het wapen van Schotland’ in Hooghalen.

Mijn moeder overleed in 2017; ze heeft de 86 net niet gehaald.
Op zo’n avond halen we altijd even herinneringen op aan onze ouders, maar daarnaast zijn er natuurlijk ook genoeg onderwerpen om te bespreken, we zitten geen moment zonder gespreksstof. Ondertussen moet je ook nog bedenken wat je wilt eten; wij waren hier nog niet eerder geweest en waren wel benieuwd. Dit staat er over op website Drenthe.nl:

Het Wapen van Schotland is een gezellig Schots restaurant in het centrum van Hooghalen waar u kunt genieten van al het goeds dat de Schotse en de Drentse Hooglanden u bieden. U kunt gezellig een aperitiefje nuttigen aan onze typisch Schotse whiskybar met zijn ruime en nog steeds groeiende collectie whisky en speciaalbier, er is ook Schots bier op de tap! Onze uitgebreide menukaart bestaat niet alleen uit traditionele Schotse specialiteiten. Naast specifieke Schotse gerechten zoals: Haggis, stoofschotels, zalm, hert en lamsvlees, biedt de keuken ook plaats aan bekende gerechten zoals schnitzel, varkenshaas en spare ribs. Tevens zijn er volop visgerechten.

Nee, we bestelden geen Haggis*. Nooit gegeten maar wel zoveel over gehoord dat we dat niet gaan doen. Wat bestelden we wel? We begonnen met een voorgerecht: twee soep en twee carpaccio. Ik had tomatensoep met zalmsnippers: wát een bijzondere combinatie!
Als hoofdgerecht werden er spareribs, mixed grill, tournedos en fazantenbout geserveerd.

We hebben heerlijk gegeten, maar waren ook erg te spreken over de ambiance.
Er was ruimte genoeg tussen de tafels in, er hing een gemoedelijke, gezellige sfeer (geen luid pratende/schreeuwende groepen mensen), de muziek was heel zacht op de achtergrond en de bediening was erg vriendelijk. We hoefden niet heel lang te wachten tussen de gangen door en de kaart bood ruim voldoende keuze. Wil je daar ook eens eten? Wél reserveren!
Hierbij een link naar de website van dit restaurant. 

Goed om elkaar weer met z’n vieren te spreken. We zien elkaar natuurlijk vaker, maar dan meestal op verjaardagen en andere bijeenkomsten, dan komt het vaak niet van persoonlijke gesprekken.
Mijn moeder  zou dit jaar 94 zijn geworden, mijn vader 93.
We benoemden gisteravond nog even de etentjes die we vroeger als gezin met mijn ouders beleefden. Op hun trouwdag bij de chinees in Beilen. Op vakantie op de heen- en terugreis.
Goed om onze ouders af en toe even op het netvlies te hebben.
Hun levensboek is al jaren dicht; we koesteren de herinneringen.

* Geen idee? Klik hier.

Reageren

14 november: Schoonschrijven & kalligraferen.

Vorig jaar, op de dag van het handschrift, schreef ik een blog over mijn handschrift.
Hoe dat veranderde na de lagere school en wat het belang is van schrijven voor je ontwikkeling.
Wil je dat verhaal nog eens lezen? Hierbij een link: ‘Schrijf jij nog?’
Toen ik in het Scheepstrakabinet met Theo in de schoolbankjes zat (bij de Ontmoetingsdag van de Erfgoedkoepel) kregen we een ‘schoonschrijfblaadje’ met van die lijntjes en mochten we met een kroontjespen en echte inkt schrijven.
Zo’n blaadje brengt mij in gedachten al weer naar mijn schooltafeltje in Hoogersmilde.
En waar Theo naast mij zat te mopperen ‘dat hij dit vroeger ook al nooit goed kon’, ik vond schrijven en met name ‘schoonschrijven’ altijd erg leuk.

Toen ik mijn naam en het adres waar ik als kind woonde (toen hadden we nog geen postcode) zo netjes mogelijk had opgeschreven, kreeg ik zowaar een stempel.
Ooooh jaaaah! Een stempel! En als je een aantal stempels had verzameld mocht met een andere kleur balpen schrijven. Rood of groen.
Voor Annemieke (vriendinnetje uit die tijd) en mij was het een sport om zo veel mogelijk stempels te sparen en daarna zo  vaak mogelijk met een andere kleur te schrijven; ik kan me de sensatie nog herinneren van die groene pen.
Waar je als kind al niet druk mee kunt zijn….!

Toen ik volwassen was en het onderdeel ‘moederschap’ in mijn carrière vorm gaf ben ik begonnen met kalligrafie.
Ik kocht bij boekhandel Van der Kuyl in Assen een speciale pen en een oefenboek en heb het in de loop van de jaren goed onder de knie gekregen.
En natuurlijk heb ik die oude inktpen nog, maar toen ik vorig jaar met een dochter in Almelo was wees die mij op een kalligrafiestift.
Een stift met een plat uiteinde, net als de speciale kalligrafie-vulpen. Met aan weerzijden van de stift een dopje: een smalle en een brede platte kant.
Maar dat was leuk!
En geen geknoei meer met inkt, want dat is bij mij altijd wel een dingetje: inktvlekken en -vegen. Kijk maar eens goed naar ‘Hoogersmilde’ op de afbeelding links.
Ik kocht een zwarte stift/pen en schreef teksten op kaartjes enzo zonder vlekken en vegen in Italic Calligraphy.

Van Sinterklaas kreeg ik er vorig jaar vervolgens nóg 3 kleuren bij: rood, groen en paars.
Toen kreeg ik trouwens wel héél veel cadeautjes! “Hoezo zoveel?” vroeg ik na het feest. “Jij vraagt allemaal van die goedkope dingen….”
Dus: lijkt het je leuk om dat kalligraferen ook te leren: die pennen zijn niet duur. Je vindt ze in iedere goede kantoorboekhandel en op internet zijn ze ook volop te krijgen.
Ik heb vier pennen/stiften van het merk ITOYA en ze heten ‘Doubleheader’ met de toevoeging -acid free ink.

Nu ben ik al aan het oefenen.
‘Fijne feestdagen en een gezond 2026’……..

Reageren

13 november: Komt allen ….

Als je in het Nederlands de woorden ‘Komt allen …’ zegt, dan zal een groot deel van ons dat aanvullen met ‘…. tezamen’. Eén van de bekendste Nederlandse kerstliederen.
Gisteravond zongen we dit bekende lied in het Engels, want we zaten in de hal van Op de Helte voor de eerste repetitie van het PKN-Christmas-carolskoor.
29 deelnemers maar liefst hadden zich opgeven; een aantal van hen is er al vanaf het begin bij.
Het is dan ook beslist al gezellig als de stemgroepen bij elkaar zitten.

Zo’n eerste bijeenkomst is altijd een ‘probeer’-repetitie en is voor mij altijd een beetje  spannend. Hoe is de stemverdeling in het koor? Krijgen we de melodiën een beetje onder elkaar? Is het niet te moeilijk? We begonnen met ‘Joy to the world’, dé kersttophit die we alle drie de keren (2019/2022/2023) hebben gezongen; na wat strubbelingen stond het onder elkaar en konden we alle drie coupletten vierstemming zingen. Puntjes op de i zijn voor de volgende repetitie.

Komt allen tezamen is in het Engels ‘O come all ye faithfull’. Dat is één van de twee carols die we nog nooit hebben gezongen.
We zetten vierstemmig in, maar het klonk echt nergens naar; de alten riepen vertwijfeld dat ‘het helemaal niks was’ en ook de mannen ‘kwamen er maar niet in’. Maar gelukkig: Annelies was er ook. Zij zingt sopraan, maar ze kan ook piano spelen. We oefenden de verschillende stemmen apart en na twee drie keer afzonderlijk doorzingen, kregen we het toch voor elkaar: we zongen het 1e couplet vierstemmig.

Een aantal alten was het onderling roerend eens: “Wij hebben een vraag! Waarom zingen we ‘Away in a manger’ niet? Dat vinden we altijd zo’n mooi lied!”
O ja, ik ook. Een ontzettende kerst-smartlap waar we met dit ad-hoc koor met enthousiaste zangers altijd enorm van genieten. Net als het overbekende “We three kings of Oriënt are’. Met die solo’s van de mannen.
Maar ik wil niet iedere keer dezelfde liederen zingen, er moet wel een beetje uitdaging in zitten.
We kwamen tot een compromis: we nemen Away in a manger wel op in het repertoire, als er tijd over is zingen we die alsnog. We zijn per slot van rekening een democratisch koor.

Happiness is singing in a choir!

Het was maar goed dat Annelies er was, want er moest bij meer liederen even een piano bij voor de broodnodige ondersteuning. Gisteravond zongen we ook de carol ‘Deck the hall’ voor het eerst, het andere nog onbekende lied voor dit koor.
Je kent het wel, van “falalala, lalalalaaaah!” Het stond redelijk onder elkaar maar de alten kregen één regeltje niet onder knie. “We gaan deze week heel goed thuis oefenen!’ beloofden ze, nog nahikkend van het lachen.

Het wordt vast mooi. De ervaring vanuit de voorgaande edities leert dat er na drie repetities een behoorlijk koor staat dat met plezier de oude, vertrouwde carols staat te zingen. Niet perfect uitgevoerd, niet loepzuiver, maar wel met gedeeld zangplezier en gezellige, onderlinge ontmoeting.
Mijn waarde van de dag!

Reageren

12 november: Grabbelen met Sint Martinus.

Weet je nog dat onze straat versierd was tijdens de Rodermarktfeestweek?
Gerard had een kraam gemaakt waarin mensen konden blikgooien en kinderen onder de tien jaren mochten toen grabbelen in een heuse grabbelton.
Gemist? Hierbij een link naar het blog Nostalgie & heimwee‘.
Die grabbelton stond er nog, met cadeautjes.
“Zullen we die voor Sint Maarten gebruiken?” bedachten we.
Goed idee. Eerst maar eens tellen hoeveel pakjes er nog in zitten. Nog 29… ooo, dat is zat.
Zoveel kinderen komen er al jaren niet meer.
Rond vijven versierde ik ons deurportaal met lichtjes en zette er een pompoen bij: dan weten de kinderen dat ze bij ons welkom zijn.

Aan het einde van de middag, ik was nog aan het koken, belden de eerste kindjes aan.
Buurmeisje van een paar huizen verderop met een paar vriendinnetjes.
Allemaal met dezelfde lampion ‘ja, want wij zitten bij elkaar in de klas!’
Er klonk een prachtig, voor mij onbekend lied en daarna mochten ze grabbelen.
“Ik heb IETS!!’
Als ze iets hadden gevonden moesten ze het cadeautje in hun tas doen.
Alle drie vonden ze ‘iets’ in de grabbelton. Ze bevoelden het pakje uitgebreid, speculeerden over wat er in zou zitten en liepen al overleggend naar hun ouders ‘MAMA! Een cadeautje!”
“Gaan we thuis uitpakken.”

De volgende twee kindjes waren nog erg jong: twee kleine, blonde meisjes, met lampions die op elkaar leken.
Ik dacht een leeuw en een beer. Fout. Het was geen leeuw maar een tijger.
Deze meisjes vonden het grabbelen best spannend. “Weer papier..?”
“Je moet iets dieper in de ton grabbelen.”

Toen belde er een groepje oudere kinderen aan.
“Eèèèlf november is de de dag, dat ik mijn snoepgoed, dat ik mijn snoepgoed……… opeten mag!”
Ze keken mij schalks aan.
“Ik weet niet of je hier wel snoepgoed krijgt? Je mag hier grabbelen en niet in ieder pakje zit snoep!”
“O, dan ga ik goed voelen!”

Er was ook een groepje jongens, uit groep 8 gok ik.
“Heb je daar nou ‘Philips’ op je lampion staan?” vroeg ik stomverbaasd.
“Ja, dat is van PSV!” zei de jongen trots.
Hun lampions hadden de vorm van een voetbalshirt; ze hadden het logo van hun favoriete voetbalclub uitgeprikt!
De heren waren ook best al groot, dus ik zei: “Wij hebben een grabbelton, maar wat daar in zit is wel voor jonge kinderen….”
“O, maar wij zijn ook best nog wel klein hoor!” en twee van hen zakten onmiddellijk door de knieën.

Sint Martinus van Tours

Bij het laatste groepje was een moeder met haar kinderschaar.
Achter haar stond een wat groter kind.
“Wie heeft er nog niet gegrabbeld?” vroeg ik nadat drie kinderen iets gevonden hadden in de ton.
“Ja, hij is eigenlijk al te groot…..zit al op de middelbare, maar hij wilde nog zo graag even mee.”
Ook hij mocht natuurlijk even grabbelen.
Wat nou te groot: ik vier nog ieder jaar de verjaardag van de heilige die op 5 december zijn feest viert en ik ben al 65 😉

Reageren

11 november: Appelrillen, een reactie van Willem.

Op het blog over zundag 2 november waorin ik de term ‘Allerheiligen’ gebruukte kreeg ik een reactie van Willem, die ik niet geliek publiceerde, maor eem ‘achteruut’ legde.
Willem kreeg een mail met een bedankie veur zien verhaol en ik legde uut dat zien reactie niet bij de Reacties in de kantlijn stun, maar dat ik over dat underwarp graag een apart blog wol schrieven. Vandage dus. Dit is wat Willem mij toestuurde:

As geboren en getogen Midden-Drent, stiet 1 november veur mij veur ‘appelrillen’.  Of dat appelrillen ienig verband holdt met Allerheiligen – ‘Allerhilligen’ op zien Drents’ -, weet ik niet. Verder dan wat klankverwantschap kom ik niet. Maor 1 november, appelrillen, was in ieder geval de dag dat al het fruit dat nog aan de boom hung vogelvrij was voor de schooljeugd. Ondanks dat meer dan de helft van de fruitbomen van Bruntinge in oonze eigen hof stun, deuden wij der volop an met. Oonze overbuurman  haar maor twee appelbomen bij zien boerderij staon, maor an iene daorvan kwamen hiele grote appels; van het formaat hooguut 2 in een kilo en die appels waren slim gewild.

En tot ongenoegen van mien opa was de walneutenboom in oonze hof altied het doelwit van kwaojongens um de leste neuten der uut te kriegen. Dat gebeurde deur met stokken te gooien.  Daoran haar mien opa een ‘glunige’ hekel. In de bome klummen en schudden (rillen) an de takken mug van hum allemaole, maor ‘dat gesmiet met bongels’ veroorzaakte volgens hum teveul schade an de kruun.  Allemaol dierbare jeugdherinnerings.

Tot zover het verhaol van Willem. Hij stelde an ’t ende van de reactie nog een vraoge: ‘Deuden jullie op de Smilde ok an ‘appelrillen’? Of was dat een typisch Midden-Drents gebruuk?’
Gerard en ik weet dat niet: bij oons is het begrip ‘appelrillen’ niet bekend. Misschien bent der nog lezers die hier ervaorings met hebt?

Op de website ‘het oerdorp Orvelte’ vun ik dit stukkie informatie:

Het oude gebruik zegt dat alle fruit dat op 1 november nog in de bomen hangt, vrijelijk mag worden geplukt. Appelrillen noemen ze dat hier. Er zijn altijd boeren die door drukte niet aan de appeloogst zijn toegekomen en de jongelui maar al te graag uit de bomen jagen. Het deert de jongens niet. Het appelrillen wordt er alleen maar spannender van…

Hierbij een link naor die website, ku’j ’t hiele verhaol eem lezen.
Een ander ding wat mij opveul in Willems verhaol was het woord hof. Daormet weu de boomgaard bedoeld die bij de boerderij heurde.
Het huus waoras wij nou in woont hiette toen wij het kochten in 1989 ‘ ’t Olle hof’. In 1959 verkochten Mans en Lammie Keun heur boerderij en een groot diel van heur laand an de gemiente en op het stukkie dat ze zelf heulden bouwden ze in 1960 heur huus. Ze nuumden het ‘ ’t Olle hof’, omdat het stun op de grond waoras vrogger heur boomgaard was, heur ‘hof’.
Dat naambordtie hef tot 2011 op de veurgevel van oons huis zeten.

Dank Willem; mooi verhaol!

Reageren

Pagina 16 van 408

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén