De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

2 oktober: Ogen vanuit de vorige eeuw.

Donderdag 30 september was het ‘broers & zussen’-dag,
Van meervoud is bij mij geen sprake: ik heb één broer en géén zussen.
Na het overlijden van ma, waarin Henk en ik samen optrokken op weg daar naar toe, spraken we af dat we één dag in het jaar met z’n tweeën een dagje uit zouden gaan.
De eerste keer deden we dat in 2019, toen gingen we naar het Catharijneconvent in Utrecht; in 2020 kon het niet doorgaan vanwege corona. Dit jaar werd het 1 oktober.

Als het gaat om de vraag ‘Wat zullen we doen die dag?’ kunnen we bijna niet kiezen.
Dit keer werden we op het spoor ‘Zutphen’ gezet door de Van Rossems.
We begonnen in Gorssel met het museum More. Die letters staan voor Modern Realisme: schilderkunst of sculpturen die de werkelijkheid herkenbaar weergeven,
Eerlijk gezegd: ik weet niet zo heel veel van schilderkunst en de verschillende stromingen daarin; voor mij is het al fijn als ik kan zien wat iets voorstelt.
De collectie in More vertegenwoordigt een belangrijk deel van ons nationaal cultureel erfgoed op dat gebied en wordt beheerd voor toekomstige generaties.
Zo wordt het voor een breed publiek toegankelijk gemaakt. Ook voor mij dus.
Je ziet met name werken uit de 20e eeuw en hedendaagse realistische kunst en er was een speciale tentoonstelling van de kunstenaar Jan van Herwijnen (1889/1965).
Een eeuw geleden  tekende hij in negen maanden tijd 32 levensgrote portretten van psychiatrische patiënten in het Willem Arntsz Huis in Utrecht. ‘Dat moest ik doen – dat was een dwang waar ik niet onderuit kon.’ In 1918-1919 reisde hij voortdurend op en neer van zijn woonplaats Amsterdam naar de bewoners van dit ‘gesticht’ om zijn missie te volbrengen.

Die tentoonstelling maakte indruk.
Mensen met een verstandelijke beperking kijken je vanuit het begin van de vorige eeuw aan.
Je ziet verschillende emoties  op de schilderijen, die allemaal zijn getekend in zwart/wit tinten.
Triestig.
Somber.
Weerloos.
Vriendelijk.
Achterdochtig.
Uitgeblust.
Blij.
Als je weet hoe er toen omgegaan werd met psychiatrische patiënten heb je het met terugwerkende kracht met ze te doen.

We stonden soms heel dichtbij zo’n doek om te kijken naar hoe bijvoorbeeld de ogen waren uitgewerkt.
Heel dik aangezet soms. Of juist met hele dunne lijntjes.
Wat ben je dan een kunstenaar als je als die verschillende gemoedstoestanden van mensen kunt vastleggen op een schilderij.
En toen hadden we nog maar één zaal gehad.

Benieuw naar wat we hebben gezien? Hierbij een link naar de pagina over deze tentoonstelling op de website van More:  tentoonstelling Jan van Herwijnen.
Meer weten over het de vaste tentoonstelling in het museum?
Hierbij een link naar hun website: museum More.

En Zutphen dan?
Wordt vervolgd.

Andere blogs over deze dag:

5 oktober: De Librije (over een leeszaal met boeken van vóór 1600)
8 oktober: Sponsoring! Toen al…… (over een audiotour in de Walburgiskerk).

Reageren

1 oktober: Ochtendritueel.

Bij de Arbeidsvitaminen vragen ze altijd een bekende Nederlander naar zijn of haar ochtendritueel.
Artiesten leiden meestal geen doorsnee leven, dus dat ochtendgebeuren wijkt nogal af van dat van mij.
Mijn dag begint altijd met Radio 5 en tien minuten pilates/yoga-oefeningen; daarna kijk ik op m’n telefoon en scan het laatste nieuws.
Eenmaal beneden neem ik eerst mijn medicijnen, pak ik de vaatwasser leeg en zet thee.

..

Ontbijten doe ik met een kop rooibosthee, twee stuks fruit en een sudoku.
Na de sudoku ziet iedere dag er anders uit.
Als ik naar mijn werk ga heb ik het puzzeltje meestal nog niet af, dat doe ik dan als ik thuis kom.

Het ochtendritueel is belangrijk voor mij.
Het is geen geheim dat ik geen ochtendmens ben en op deze manier kom ik rustig op gang en kan ik leunen op mijn interne automatische piloot.
Radio 5 zorgt voor muziek en nieuws en na een uur ben ik helemaal bijgepraat, bijgelezen en bijgekomen: de dag kan beginnen.

Dat sudoku-puzzelboekje is trouwens ook een klein dagboekje.
Iedere dag noteer ik de datum en plak het stickertje van de dagelijkse kiwi op de bladzijde; ook zet er er één zin op die de dag van gisteren typeert.
Soms blader ik nog even terug en roep de gebeurtenissen die bij de zinnen horen in herinnering.
De waarde van de dag in vogelvlucht……

Reageren

30 september: Gotland 10 – Rondje muur & tuin.

Tijdens de stadswandeling van Aidan was er niet veel aandacht voor de stadsmuur van Visby en vele poorten.
De middeleeuwse binnenstad is nog volledig ommuurd en dat vond ik fascinerend.
“Ik zou graag een wandeling maken langs de hele muur: beginnen en eindigen bij de Oosterpoort.”
Dat leek Gerard ook een goed idee en samen begonnen we aan deze zelfbedachte stadswandeling.
Bij iedere poort of doorgang in de muur stond een bordje met informatie over dat deel van de stadsmuur.
Die bordjes moet ik allemaal lezen (zie foto).
Zo ontdekten we een voormalige pek-kokerij (het rook er nóg naar), een plek voor lepralijders net buiten de muur waar aan de binnenkant het ziekenhuis stond,  de visserspoort waar de gevangen vis door naar binnen werd gebracht en een toren die vroeger als gevangenis had gediend.

Een deel van de muur was gerestaureerd en zag er uit zoals hij in de middeleeuwen gefungeerd had; met trappen,  vloeren en vlonders zodat je je achter de muur kon verschuilen.
Je kon helemaal bovenin die toren klimmen en ervaren hoe het uitzicht was als je daar op de uitkijk stond.
Verder ontdekte ik dat er aan de havenkant van Visby vroeger een verdedigingswerk/burcht had gestaan, Visborg genaamd.
De contouren en één toren waren nog te zien. Op de kademuren zag ik in mijn verbeelding de schepen al aankomen.
Tijdens zo’n wandeling geniet ik met volle teugen en zuig alle informatie die te vinden is in mij op.
Het klimmen en afdalen in de smalle straatjes viel me nog het meest tegen: mijn voeten en knieën voelde ik nog van de klauterpartijen over de rotsen aan de zuidkust….

Carlijn was ondertussen in haar eentje de stad in; halverwege de middag zouden we elkaar ontmoeten voor een bezoek aan de botanische tuin, die stond nog op haar verlanglijstje.
Na een stevige wandeling langs muren en poorten was de tuin een oase.
Deze DBW Botanische Tuin ligt midden in de binnenstad van Visby, is al aangelegd in 1855 en ligt gedeeltelijk langs de zeeboulevard. De naam is afgeleid van “De Badande Wännernas trädgård ”(De tuin van de badende vrienden). Je vindt er een gevarieerde mix van inheemse en exotische planten en bomen en een prachtige rozentuin.
We maakten een wandeling, zaten op bankjes verbaasden ons over de vele verschillende soorten bloemen en planten. Met recht een oase.

Benieuwd naar al onze belevenissen op Gotland?
Klik dan hier naar deel 1, daar vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen: Afstudeervakantie van onze jongste

 

 

Reageren

29 september: Schuifmoment gemist.

Vorig jaar was er geen kermis; daardoor miste ik mijn jaarlijkse ‘schuifmoment’.
Geen idee wat dat is?
Lees dan het blog Laot Aoltje maor schoe’m uit 2016.
Zondagmiddag liepen we het dorp in voor een ijsje en plastic bakje vol zilveren munten.
Het ijsje lukte prima, maar het bakje vol zilveren munten ging niet door.
Het was zo druk op de kermis, dat er geen plekje over was bij de schuifautomaten.

Maandagavond rond 19.30 uur deed ik een tweede poging: nu gingen we voor een warme oliebol en een bakje vol zilveren munten.
Nu was er plek zat; ik kreeg geen 100 maar 110 munten dankzij de uitgeknipte bon uit De Krant.

Even een klein stukje geschiedenis.
Ik ga altijd zonder Gerard schuiven, want die vind het niks; meestal gaan er wat dochters en schonezonen mee.
Die waren dit jaar niet in de buurt, dus Gerard ging mee.
Hij stond naast mij ontzettend zijn best te doen om zich afzijdig te houden, maar hij vroeg op een gegeven moment toch een paar munten om in het apparaat waar hij voor stond ook een paar munten te gooien. Even later stonden we samen geconcentreerd muntjes te schuiven en kletterde er regelmatig iets in het opvangbakje. Af en toe grijnsde hij even schuldbewust opzij.
“Toch wel leuk…” was zijn commentaar.
Hij begreep nu ook waarom ik altijd maar 10 euro meeneem.
Stoppen is altijd lastig: de muntjes liggen altijd zo dat ze elk moment kunnen vallen.
‘Nog één!….’
Als er geen geld meer is kun je ook geen nieuwe munten kopen.
Eenmaal bij het apparaat weg is de drang om door te gaan ook weg.

Een half uur lol hebben we van ons tientje gehad; 3800 waardepunten verzameld.
Kun je niks mee, of je moet 10.000.000 punten hebben.
Mijn stapeltje plastic punten gaf ik aan een groepje puberjongens die hun ogen en oren bijna niet geloofden.
Dit laatste stukje van ‘het schuifmoment’ is één van leukste onderdelen van mijn jaarlijkse kermis-feestje.
Maar volgend jaar graag weer een écht feestje met een complete Rodermarkt.

Naschrift.
Na 25 jaar meedoen aan de Straatverlichtingswedstrijd tijdens de Rodermarktfeestweek heeft de Boskamp dit jaar de eerste prijs in de wacht gesleept!
Benieuwd naar hoe dat zo is gekomen? Lees dan ‘Wij hebben Duitsland‘ en ‘Ik weet nog waar ik was!’

Reageren

28 september: Niet op de wagen!?

Vandaag is het de vierde dinsdag van september: Rodermarkt.
Ging niet door, zoals er zoveel niet doorging de afgelopen week.
Zaterdag deed de Vereniging van Volksvermaken een manhaftige poging om toch een klein  stukje Rodermarktparade te organiseren.
Naschrift: reactie van Nettie:
De scholen hebben zelf dit initiatief genomen gelukkig. De Vereniging voor Volksvermaken wilde geen verantwoordelijkheid hierin nemen.

De scholen hebben twee lichtingen kinderen die ‘niet op de wagen’ komen, vorig jaar niet en dit jaar niet. Geloof mij, in Roden is dat echt wel een ding.
Daarom was er dit jaar een mini-Rodermarktparade waaraan alleen de scholen deelnamen.
Het rondje in het dorp werd gehalveerd en wagens maakten twee rondjes: om 13.00 uur met een kinderen en figuranten en om 14.3o uur met een andere groep kinderen en figuranten.
Zo konden er heel veel kinderen toch op een versierde wagen zitten.
Er was één korps dat voor de parade uitliep, natuurlijk onze eigen ‘Muziekvereniging Noordenveld’.

Zaterdagmiddag gingen we kijken naar de optocht, maar we hoefden niet te dringen voor een plaatsje langs de kant van de weg.
Er was geen jurering en geen publieksprijs en eerlijk gezegd was dat aan sommige wagens ook wel een beetje te zien.
Maar er waren ook scholen die enorm uitpakten met leuke kostuums en show om de wagens heen.
Sommige wagens waren echt volgepakt met kinderen, want op scholen in kinderrijke buurten heb je grote klassen.
Veel minder publiek, minder wagens, minder korpsen: het maakte de kinderen geen bal uit. Ze zwaaiden enthousiast naar het publiek en stonden te ‘shinen’ in hun mooie kleren.

….wachten op de wagen….

Wat ik vooral fijn vond dat ‘het sfeertje’ er even weer was.
Wachten op het korps en de eerste wagens van de optocht, de opgewonden kinderen langs de straat, het gemoedelijke gebabbel van de omstanders: gezellig!
Toen de optocht voorbij was gingen we nog even naar het beginpunt van de karavaan.
Daar zagen we iets wat in andere jaren nooit zo is: grote groepen verklede kinderen en figuranten (en papa’s, mama’s, opa’s, oma’s,,,,) stonden te wachten tot hun wagen terugkwam, want dan moesten zij er op.
In andere jaren heb je een middagoptocht om 13.30 uur en een avondoptocht om 19.00 uur; dan worden de verkleedkleren op diezelfde dag twee keer gedragen.
Er is dan immers genoeg tijd om te schminken en om te kleden. Die tijd was er nu niet, dus er moesten per personage twee kostuums gemaakt (of gehuurd)  worden.
Na de eerste optocht ging ik nog even het dorp in voor een boodschap en toen ik terug kwam liep ik tegen het begin van de tweede optocht aan.
Ik heb een zwak voor marcherende korpsen, dus ik bleef nog even staan.
Ze maakten net een mooi figuur door door elkaar te lopen en ze hadden er zichtbaar plezier in dat het weer kon: meelopen met de optocht.
Het mag een wonder heten dat er ondanks het ontstellende gebrek aan muziekles in het Nederlandse onderwijssysteem steeds weer enthousiaste jonge mensen zijn die hier aan mee willen doen. Ze verdienen een groot applaus. Bij deze.

Reageren

27 september: Gotland 9 – Koud!

Voor het zuiden van Gotland hadden we één dag uitgetrokken, maar dat past allemaal niet op één blog.

’s Morgens bezochten we het bootgraf en maakten we een torentje van stenen.
Op weg van de westkant naar de oostkant van Zuid Gotland wilden we even ergens lunchen.
Afgezien van de grote stad Visby is Gotland heel dun bevolkt, dus ‘even buiten de deur lunchen’ zoals wij Nederland doen is daar niet gebruikelijk.
Je moet dus echt zoeken naar een gelegenheid om iets te eten.
We gingen af op een uitnodigend bord en kwamen terecht in een grote tuin bij een soort kunsthandel.
Achter een loket stond een vrolijke Zweedse Italiaan etenswaren te verkopen.
“Sorry. We don’t speak Swedish, can you translate the menu for us?”
“But it’s Italian!” riep de man quasi beledigd.
We kregen een heerlijk broodje met gerookte zalm en zaten op vrolijk gekleurde stoeltjes te genieten van de zon en de tuin.

Aan de oostkant van Zuid Gotland viel ons iets bijzonders op.
Ook daar deden Carlijn en ik onze schoenen uit; toen we daar onze voeten in de zee staken was het water veel kouder; we konden de voeten niet in het water houden!
Verder kon je daar heel goed zien dat Gotland wordt gevormd door gesteente dat bestaat uit fossielen.
Op de afbeelding rechts (er op klikken voor een vergroting)  zie je onze schoenen en je ziet de schelpen en andere versteende zeedieren gewoon zitten. De bodem onder onze voeten was oud-rose en je zag allemaal witte vormpjes en kriebeltjes van diertjes die miljoenen jaren oud zijn.
Fascinerend!

Eindeloos….

Eindeloos kan ik bij de zee zitten, kijken naar de golven in de branding.
Dat hebben we deze vakantie dan ook veelvuldig gedaan en steeds had ik er dan moeite mee om weg te gaan.
“Het is hier nog zo mooi. En ik zit hier nog zo lekker….”

Maar ook hier moesten we weer weg.
We moesten nog minstens een uur rijden naar ons jaren ’70 huisje en we wilden nog ergens eten.
De gebakken vis die we ook nu zochten was weer nergens te vinden.
De restaurants die we vonden op Google waren of al helemaal vol, of helemaal niet wat wij graag wilden of waren er helemaal niet meer.
We hadden al bedacht dat we thuis dan maar pannenkoeken gingen eten of zo, maar in een dorpje onderweg vonden we een alternatief bistrootje.
Ze hadden dan wel geen ‘fish & chips’, maar we aten daar heerlijke gerookte zalm met krieltjes en sla.

Benieuwd naar al onze belevenissen op Gotland?
Klik dan hier naar deel 1, daar vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen: Afstudeervakantie van onze jongste

 

Reageren

26 september: Meer? Of minder?

De anderhalve-meter-maatregel is dit weekend losgelaten.  Voor het eerst zaten we weer in een goed gevulde kerk,  mochten we weer gewoon zingen en konden we weer ongedwongen koffiedrinken.
Voor het eerst weer een gewone kerkdienst; na anderhalf jaar pandemiebeperkingen voelde het een beetje onwennig aan.
Vanmorgen namen we afscheid van een drietal ambtsdragers en werd er één diaken in het ambt bevestigd.

We hoorden vanmorgen het verhaal van de discipelen die onderling ruzie maakten over wie van hen het grootst/belangrijkst was.
In zijn overdenking maakte Sijbrand van Dijk  ons duidelijk dat niet maatschappelijk succes en economische vooruitgang het belangrijkst zijn,  maar dienstbaarheid aan elkaar.  De zin die bleef hangen was: “Hoe iemand werkelijk is kunnen je aflezen aan de levens van de mensen om hem heen.” Die zin mochten we van onze voorganger wel op een tegeltje borduren.  Goed idee.  Doen we niet.

Wat verder bleef hangen was de prachtige orgelmuziek van Bach, uitgevoerd door Erwin Wiersinga,  de voor het eerst weer samen gezongen zegenbede aan het einde van de viering én een opmerking van de ouderling die afscheid nam.
Voor de dienst sprak ik nog even met haar en vroeg haar hoe die zeven jaar voor haar waren geweest.
Er kwam geen klaagzang over ellenlange vergaderingen, ze had het niet over de druk die het gelegd had op haar vrije tijd,  nee,  ze zei “Het heeft me zoveel gebracht!”

Na de viering sprak ik Sijbrand nog even.  In het licht van het thema van de viering had hij gezegd: “Meer is niet beter,  maar minder.”
Bij een kop koffie constateerden we dat het fijn was dat er weer meer mensen in de kerk mochten. “In  dat opzicht is meer toch beter….! “

Reageren

25 september: Besjes en bottels

Sinds begin september fiets ik weer op vrijdagmiddag naar Roderesch: FysiYoLates is weer begonnen.
Gistermiddag hupsten we vrolijk op grote ballen waarop we allerlei oefeningen moesten doen.
Evenwichtsoefeningen met name, waarbij je vooral je wervelkolom traint en je bekken veel beweegt.
Aan het einde van de les gaf Trijntje ons bij de ontspanningsoefening een tekst mee om over na te denken: “Woorden zijn de spiegel van ziel.”
Mijn brein gaat daar onmiddellijk mee op de loop.
“Woorden? Dat zijn toch de ogen?”
Maar het is niet de bedoeling dat je nadenkt over of de zin al dan niet correct is, het gaat er om dat je nadenkt over de inhoud van de zin.
Wat zeg je?
Wat zeggen andere mensen?
Gebruik je veel schuttingwoorden?
Spreek je vriendelijk of beschuldigend?
Vloek je? Scheld je mensen uit? Roddel je over anderen?
Zijn jouw woorden kwetsend voor anderen?
Als Trijntje ons na de ontspanning weer terughaalt in het heden ben ik met mijn gedachten al weet ik waar geweest en ben ik al weer bijna in slaap gevallen.

Met voorbedachte rade had ik een schaar in in mijn fietstas meegenomen en op de terugweg verzamelde ik vogelkers, meidoornbesjes en bottels van de bomen langs het fietspad.
Daarvan maakte ik, samen met drie kleine appeltjes en 5 dikke hortensiabollen  uit onze tuin een herfst-tafelstuk.

Meer lezen over de avonturen bij Trijntje?
Hierbij een link naar het vorige blog over FysiYoLates >>>
Dat is een hoofdstuk uit het boek 1960-2020 ‘Andere sociale netwerken’, onderaan vind je het verhaal ‘Geen oehoe’s neerschieten’.
Onderaan dat blog staat weer een link naar voorgaand verslag.

Reageren

24 september: “Ik weet nog waar ik was!”

“Wij gaan op zoek naar een voetbaldoel.”
Dat was de laatste zin van het blog over de versiering van onze straat voor het Rodermarktfeest.
(Niet gelezen? Klik dan hier voor het blog ‘Wij hebben Duitsland’.)
Onze buren hadden nog een klein doel dat we mochten lenen.
Met z’n tweeën bedachten Gerard en ik hoe wij onze tuin zouden versieren.
Op het schildersdoek maakten wij een mixed-media-presentatie met krantenkoppen en foto’s van het drama van de uitschakeling van Nederland in 1974.
Gerard printte de hoofden van het hele Nederlandse elftal uit en zette die in de tuin voor het doel.
Een vlaggetjeslijn met de Duitse driekleur maakte het af.  Op de kleine vlaggetjes staat:  “Zijn we er toch weer ingetuind…!”

Het was een drukte van belang in de  straat woensdagavond.
Iedereen was druk bezig om zijn/haar tuin te versieren, verlichting aan te leggen en commentaar te leveren op de andere tuinen.
Er kwamen veel andere Rodenaren langs,  waaronder een stel dat wij al lang kennen.
“Oh. 1974! Ik weet nog waar ik was!”
Gerard ook. Hij was destijds 13 jaar en herinnert het zich nog als de dag van gisteren; ziek was hij er van.
Later op de avond spraken we nog een paar voorbijgangers die ook traumatische ervaringen hadden opgedaan in 1974.
Als je weet ‘what happened in 1974’ verraad je daarmee trouwens ook je leeftijd.

Er kwamen nieuwe buren van de nieuwe huizen van even verderop kijken en kennismaken.
“Wij zijn Jan en Janny.”
In die categorie kwamen ook nog een Hans en Willy voorbij; echte Roners die de vorige bewoonster van ons huis nog hadden gekend (wij wonen hier vanaf 1989) en nog  de meisjesnaam  wist van onze ex-overbuurvrouw Venekamp.

Buurman tegenover ons had tijdens het plannen maken vorige week notulen gemaakt en had bij zijn eigen ‘Après ski-hut’ een wegwijzer gemaakt naar alle onderwerpen van ons blok.

De toren van Pisa. Met terras!

Na de koffie gingen Gerard en ik nog even kijken wat de anderen allemaal in hun tuin hadden gezet; we bleven steken op nr. 51.
Dat blok had Italië en zij hadden de toren van Pisa met een terras!
Er werd ons een een drankje en een hapje aangeboden en we maakten kennis met nieuwe buren uit dat deel van de straat. “Jullie moeten allemaal even een ‘Flügel’ drinken, want die flesjes hebben we nodig in onze hut!” riep overbuurvrouw.
Gezellig ja! Het was zo maar 22.30 uur.
Voor het eerst stonden we nu met alle buren van het laatste stuk van de Boskamp bij elkaar.
“Misschien winnen we dit jaar wel een prijs! ”  merkte iemand op.
Wat mij betreft hoeven we die prijs niet te winnen; de saamhorigheid in onze buurt en de onverwachte gezelligheid met de hele groep op het terras van nr.  51 is al de hoofdprijs.
Bedankt Dick en Stien!

Naschrift: we hebben de eerste prijs gewonnen dit jaar, te weten een straatbarbecue ter waarde van € 250,=.

Reageren

23 september: Stiekelvarkentie.

Egels.
Zo nuumt wij ze tegenwoordig.
Maor vrogger in mien kindertied heetten ze stiekelvarkenties; allent de mister op schoele zee egel.
Ie ziet ze niet vake en a’j je ziet bint ze dood, platreden op de openbare weg, het oversteken van de grote weg niet overleefd.
Twee keer zagen wij een stiekelvarkentie bij oons achter ’t huus: ien keer zat d’r iene achter de bezzum in de schure en ien keer wandelde d’r iene bedaard over Waninge Plaza terwijl wij bij keerslicht in de kapschure zaten.  “Wat löp daor nou?!?!?”
Maor de leste jaoren hebt wij gien iene meer zien.

Maor ze bint d’r wel, daor kwamen wij van de weke achter.
“Wat is d’r toch met mien gazon gebeurd?” vreug Gerard zöch af.
“Kiek nou toch ies, wat hef daor nou in zitten te vrotten!”
Noa wat zuuken op het internet kwamen we d’r achter: stiekelvarkenties doet dat.
Het bint eigenlijk net wilde zwienen, maor dan hiel klein.
Ze woelt de grond umme op zuuk naor eten, zoas kevers, pieren, spinnen, slakken, duuzendpoten en rupsen.
“Wat kuwwe daor nou an doen?” vreug Gerard zöch af.
Wij können niks bedenken.
Wij laot het dus maor eem gebeuren.
Misschien giet het stiekelvarkentie wel hen de buren.
Of stek e prongeluk de straote wat onveurzichtig over.
Wij ontdekten trouwens ok het veurdiel van zu’n beessie: wij hebt haost gien slakken meer in de tuun…..

Reageren

Pagina 163 van 411

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén