De waarde van de dag

een alternatief voor 'de waan van de dag'

12 oktober: De Nedersaksen.

Eind september kreeg ik een app van mien breur.
“Ik stuur dizze link deur van een podcast die ik van Henk Lucas kreeg.  Het giet over het Nedersaksisch en het wordt presenteerd deur o.a. Hendrik Jan Bökkers van de Sallandse streektaalband Bökkers.”
Bökkers.
Haar ik nog nooit van heurd.
D’r was een tied dat ik alles volgde wat uutkwam op meziekgebied, maor die periode was kört en overzichtelijk: jaoren ’70.
Meer dan virtig jaor leden.
Maor gelukkig heb ik femilie en vrienden die mij op dat gebied nog wat opvoedt.
Mien breur zette mij destieds ok op het spoor van Daniël Lohues, ku’j naogaon.

Over die link van die podcast huufde ik niet lange nao te denken; ik gao blind op het advies van beide heren.
Een uur duurde de eerste aflevering en ik heb geboeid luusterd.
Wat herkenbaor allemaole.
Over het praoten in de streektaol en hoe fout dat was in de jaoren ’70.
Over heimwee naor je eigen dörp a’j in een aander diel van het land woont.
Over de eerste streektaol-boerenrock van Normaal, de eerste streektaol-popmeziek van Skik…..
In de podcast maakte ik ok kennis met Bökkers uut Salland.
Mooi man.

Enthousiast zat ik an taovel te vertellen hoe onderholdend die podcast was en hoe ik d’r van geneuten haar.
Toen Gerard op zundagmiddag eem rustig zat vreug e waor of die podcast stun. Hij kreeg de link ok en vun het net zo mooi as ik.
Dan ku’j ’t d’r samen ok even over hebben.

Wat hum bijbleven was dat het slim belangriek is da’j op de Nederlandse tillevisie/radio te zien en te heuren bint met je streektaolmeziek.
Dat het hiel lang duurt veurdat de meziekindustrie je in ’t vizier kreg.
Da’j ‘vriendjes’ hebben moet in die wereld (dreit deur..) en ok nog een beetie mazzel.

Hoe ’t ok is: ik bin slim bliede met dizze ontwikkeling en met de herneide aandacht veur oonze streektaol, het Nedersaksisch.
As bonus bij mien blog vandage een link naor de website van ‘de Nedersaksen‘ én een link naor het lied ‘Naobers’ van de Bökkers.
Veul luusterplezier!

Wie bint allemoal noabеrs
Met hetzelfdе verhaal
En dezelfde historie
En dezelfde taal
In het westen de Randstad
En in het oosten de Pruus
An disse kant van de Iessel
Doar steet mien huus.

Nog eem wat aans:
Aanstaande zundag, 17 oktober, hebt ze mij uutneudigd um as schriever in de streektaol an te schoeven bij ‘Taol an Taofel’ in Dwingel, organiseerd deur Het Huus van de Taol. Ie kunt  luustern naor Henny Bouwman (gedichten) en Okke Panneman (meziek).
Mien naam stiet bij ‘proza’; ik heb d’r al wat kriebels van in de boek, want zingen veur publiek, daor drei ik mien haand niet veur umme, maor veurlezen…..
Liekt het je de muite weerd um daor bij te wezen? D’r is nog plek in de harbarg.
Hierbij een link naor de agenda van het Huus van de Taol, daor vin ie meer informatie.

Reageren

11 oktober: Waar doe je het voor?

Het is zondagmorgen en ik zit op de tweede rij in Op de Helte naast nicht Lianne en haar twee zoontjes van 5 en 6.
Voor de preek komt voorganger Sijbrand  van Dijk bij ons zitten en vertelt dat het vanmorgen in de kerk gaat over Jezus die tegen een rijke jonge man zegt dat hij alles weg zou moeten geven. Sijbrand vroeg aan de kinderen: “Zouden jullie wel heel rijk willen zijn?” 5-jarige zat al driftig te knikken; rijk zijn, dat leek hem wel wat!
6-jarige reageerde iets bedachtzamer.  “Nee,  want dan hebben anderen niet genoeg.”
Toen de dominee vervolgens vroeg of hij dan alles wat hij had wel wilde weggeven,  zei hij: “Nee,  want dan word ik zelf arm!”
Conclusie : we moeten eerlijk delen.
Na de viering hoorde ik Sijbrand zeggen dat het kind het  beste aandeel van de overdenking had geleverd.

Voor mij was het beste deel een confronterende vergelijking.
Wanneer leg je al je spullen weg?  Voor de paspoortcontrole op het vliegveld. Of als je in het ziekenhuis een operatie moet ondergaan.  Schoenen en kleren in de kast,  sieraden met familie mee,  telefoon etc. in het nachtkastje.  In je blootje met alleen het ziekenhuishemd aan geef je je over aan de artsen. Je vertrouwt jezelf aan hen toe en je weet dat het voor een goede zaak is, namelijk je gezondheid.
Het moment waarop dit mij overkwam staat in mijn geheugen gegrift: mijn hartoperatie in maart 2018.*
Het beeld dat Sijbrand opriep veroorzaakte emotie, maar ook inzicht in het ingewikkelde verhaal van de rijke jongeling.
Op het vliegveld en in het ziekenhuis weet je waar je het voor doet.

Als je weet waar je het voor doet ben je eerder geneigd afstand te doen van geld en goed.
En dan komen we weer bij het begin van dit blog: eerlijk delen.
Minder voor jezelf is meer voor de ander.

* Lees je nog niet zolang mijn blog en weet je niks van die operatie?
Lees dan het blog ‘Martien en vele anderen‘ over de eerste dag na de ingreep.

Reageren

10 oktober: Bul & spreekwoorden.

Deze week kregen we een uitnodiging van Jon.
“Zaterdag 9 oktober krijg ik mijn diploma.  Willen jullie daar bij zijn?”
Nou graag!  We voelden ons vereerd.

Even terug naar hoe het begon.
In 2018 kwamen Frea en Jon vanuit Engeland in Nederland wonen* .
Ze woonden een half jaar bij ons in en vonden daarna een studentenkamer in Groningen. Frea ging in Amsterdam werken en Jon begon aan de master Biochemische wetenschappen aan de rijksuniversiteit in Groningen. In 2020 rondde hij zijn studie af,  maar vanwege de coronapandemie was er geen officiële diploma-uitreiking.
Inmiddels is hij sinds januari 2021 aan het werk bij Ecoras, Frea werkt in Emmen als HBO-docent Engels en de studentenkamer werd een huurhuis in de binnenstad.

En gistermorgen dus diploma-uitreiking.
De plechtigheid vond plaats in Hotel Meerwold aan de Laan Corpus  den  Hoorn.
We spraken wat eerder af en trakteerden het stel én onszelf op koffie met gebak.
Een hoogleraar van de RUG reikte de bul uit aan de studenten en vroeg hen om daarbij iets te vertellen over hoe ze hun studie ervaren hadden en of ze al werk hadden kunnen vinden in die richting.
“Als ze vragen wat hij geleerd heeft gaat hij vast zeggen Nederlands”… fluisterde Frea naast mij.
Jon vertelde geanimeerd over zijn huidige werk en over hoe goed dat aansloot bij de studie die hij had gedaan.
Ecoras is een is een biotechnologie bedrijf. Dit staat er op hun website: ‘Wij zijn Ecoras en wij vinden dat afval niet hoeft te bestaan. En dat het de hoogste tijd is om anders en zorgvuldiger om te gaan met onze grondstoffen. Niet langer de aarde uitputten, maar systemen circulair ontwerpen en inrichten. Op een praktische en toepasbare manier. Zodat we binnen afzienbare tijd een circulaire economie realiseren die bijdraagt aan een leefbare planeet.’
Hierbij een link naar hun website: Ecoras.
Jon bleek een uitzondering qua werkplek: de meeste studenten gingen verder in het onderzoek, bijvoorbeeld bij Certe of bij een ziekenhuis.
Voor hij naar Nederland kwam wilde hij al graag een baan waarbij ‘duurzaamheid’ voorop zou staan, het is fantastisch dat hij die ook heeft gevonden; in Groningen nog wel!

Wij zaten als trotse schoonouders in de zaal.
Natuurlijk hadden zijn ouders daar moeten zitten,  maar dat behoort helaas nog niet tot de mogelijkheden.
Volgend jaar gaan Frea en Jon trouwen, dan hopen we zijn familie hier in Nederland te verwelkomen.

Drie jaar geleden haalden we ze op uit Engeland; voor hen én voor ons een avontuur.
We zijn trots op ze; het was echt niet altijd gemakkelijk maar ze hielden stand en ze hebben het gered.
In ons gezin komen regelmatig spreekwoorden voorbij.
Jon vindt het leuk om ze te leren en vertaalt ze soms naar het Engels; in zijn oren klinkt het dan altijd heel vreemd. ‘ As long as you have that under the  knee’….

Vandaag wat Engelse spreekwoorden die op Jons  bovenstaande situatie slaan:
The first step is the hardest,  it was not a piece of cake, but all’s well that ends well.
En verder is er dan nog de Engelse uitdrukking ‘When in Rome, do as the Romans do.’ of in zijn geval ‘When in the Netherlands, do as the Dutch do’.
Wie mijn blogs volgt, weet dat dat hem geen enkele moeite kost.

Gistermorgen aan de koffie vertelde Jon wat zijn favoriete Nederlandse uitdrukking was: “Waarom makkelijk doen als het moeilijk kan?”
Hij vroeg zich daarbij hardop af of dat nou een spreekwoord was of iets van onze familie.
Ik vrees het laatste.

* Lezen over hoe het in Nederland begon? Lees dan ‘Een beetje verreisd‘, een blog over hun terugkeer dat ik schreef in 2018.

Reageren

9 oktober: Nu nog?!? 5 – Strippen.

Eind augustus kreeg ik van tandarts Martijn een aantal plastic bitjes mee en de boodschap: “Wij zien elkaar weer over 6 weken op 8 oktober.”
Toen we elkaar weer zagen gisteren was de eerste vraag “Hoe ging het?” Mijn antwoord was “Goed!”
Maar dat betekent niet dat het zonder slag of stoot ging.
De eerste paar dagen was het vervelend.
Het was een heel gefrot om die bitjes (die in het begin heel strak om je tanden zitten) van je gebit af te halen en er weer op te klikken.

Om de twee weken krijg je nieuwe bitjes. De eerste twee dagen voel je ze zitten; ze oefenen een constante druk uit op je tanden en kiezen,  die na die twee dagen in de nieuwe stand staan.
Dan zitten de bitjes gelijk ook wat losser, zodat het in-en uithalen gemakkelijker is.
De rest van die twee weken stabiliseert de stand van je gebit. Na twee weken begin je weer van voren af aan.
3 sessies van 2 weken heb ik nu gehad.  Bij het flossen van de week ontdekte ik dat er op sommige plekken al meer ruimte tussen de tanden zit, dus het heeft al effect.

Toen ik gistermiddag in de tandartsstoel ging liggen verwachtte ik niet dat er een behandeling zou plaatsvinden.
Martijn haalde de bitjes er uit; met mijn opengesperde mond constateerde ik dat ik daar zelf  al veel handiger in was.
Hij was tevreden en zei dat de bitjes los zaten en dat ‘het er goed uitzag’.
“Dan gaan we nu even wat meer ruimte creëren.”
Ik vroeg hem hoe hij dat ging doen en hij zei: “Strippen.”
Toen moest mijn mond al weer open en wist ik nog niks.
Strippen?
Het voelde als boren en vijlen; ik voelde er niets van, maar echt fijn voelde het ook niet.
Na de behandeling vroeg ik waarom dit nodig was.
“Sommige kiezen en tanden staan erg scheef. Dat is omdat ze in het verleden te weinig ruimte kregen, dus groeiden ze de kant op waar wel ruimte was.
Nu duwen we ze recht in de rij, maar daar is geen ruimte genoeg, vandaar dat we af en toe wat kiezen en tanden ‘bijvijlen’, zodat ze straks mooi recht naast elkaar staan.”
Hij liet me zien waar hij het mee gedaan had: een klein boortje en een vijltje dat op een figuurzaagje leek.
Klinkt allemaal veel gevaarlijker dan het in werkelijkheid was.

Toen werden de nieuwe bitjes er weer op geklikt, tenminste, dat was de bedoeling.
Het lukte maar niet om het onderste bitje over het ‘klikmoment’ heen te krijgen, daar was wel even wat kracht voor nodig.
Toen de verlossende klik na wat gedoe toch klonk was er opluchting alom.
Deze zit dus eerst weer even heel strak.
Ik red me er wel mee; immer mit der Ruhe.
Nog 54 weken te gaan.

Benieuwd naar het hele orthodontietraject?
Hierbij een link naar deel 1, onderaan dat blog vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen.

Reageren

8 oktober: Sponsoring – toen al!

“En de Walburgiskerk dan?” schreef ik dinsdag in het blog over de Librije.
Henk en ik dachten dat die rondleiding waar we ons voor inschreven ons iets over de kerk zou vertellen, maar we kwamen dus terecht in de Librije.
Toen we de toegangsprijs betaalden had men ons wel al gewezen op een audio-tour de kerk, dus na de bibliotheek gingen we terug naar de mevrouw bij de ingang en haalden een zo’n oortjesding op.

De Walburgiskerk bleek een onderdeel te zijn van ‘het grootste museum van Nederland’ een initiatief van het Museum Catharijne Convent, waar Henk en ik twee jaar geleden al waren.
De achterliggende gedachte is dat de Nederlandse kerken prachtige kunst, mooie interieurs en boeiende verhalen herbergen; met dit project maakt men deze verborgen schatten toegankelijk voor iedereen.

…. een gigantische kaarsenkroon….

Een oud praalgraf, middeleeuwse muurschilderingen, een gigantische kaarsenkroon: we liepen een half uur met alle mogelijke achtergrondinformatie op de oortjes door de kerk.
Wat was er veel te zien!
Zo’n audio-tour is gewoon een heerlijke manier om  een museum te bezoeken.
We hoorden vertellen dat er vroeger ook al sponsoring was in de kerken.
In de middeleeuwen had je grote beroepsverenigingen, gilden genaamd.
Die gilden hadden veel invloed: als je geen lid was van een beroepsgilde, dan mocht je dat beroep ook niet uitoefenen.
In de plafondschilderingen in een kruisbeuk aan de zuidkant van de kerk was bijvoorbeeld een krakeling te zien: het symbool van het bakkersgilde.
In andere kruisbeuken zag je o.a. een laars van het schoenmakersgilde en een mes van de verenigde slagers.
Die gilden gaven dus een bedrag bij de bouw van de zijbeuk en in ruil daarvoor werd hun logo getoond.
Niets nieuws onder de zon…..

Toen we de kerk uit liepen zochten we de machtige IJssel nog op voor een wandeling langs de kade, want mijn broer en ik delen ook de liefde voor grote rivieren
Daarna was er nog mooi even tijd voor een terrasje aan de voet van het oude stadhuis in de binnenstad.
Zum Wohl!
En wohl was het.
Want de blogs die ik schreef over ons dagje uit staan dan wel bol van musea en geschiedenis, maar de dag wordt vooral gevuld met broer-zus gesprekken.
En net als met mijn vriendinnen ben ik met mijn broer na een dag nog niet uitgepraat.
Wat gaan we volgend jaar doen?
Wordt vervolgd 😉

Benieuwd naar oude kerk in Zutphen?
Hierbij een link naar hun website: Website Walburgiskerk

De andere blogs over deze dag:

2 oktober: Ogen vanuit de vorige eeuw (over museum More in Gorssel
5 oktober: De Librije (over een leeszaal met boeken van vóór 1600)

Reageren

7 oktober: Bounciër?

“Wat veel mensen, ja!” riep een tenor dinsdagavond tijdens de cantorijrepetitie.
Dat kon je inderdaad wel zeggen: bijna iedereen was er, meer dan 20 koorleden.
De altengroep was weer op sterkte, tot mijn grote vreugde was collega-alt van de achterste rij er ook weer.

Taizé-viering 17 oktober

We zijn deze weken aan het repeteren voor de Taize-vesper op 17 oktober. Die liederen zijn veelal bekend; de zettingen van Taize liederen zijn mooi en melodieus.
Dat betekent: heerlijk vierstemmig met elkaar zingen. Af en toe dringt het nog door: het kan weer! We mogen weer!
De sensatie van meerstemmig zingen met zoveel mensen is voelbaar na zoveel maanden zonder voltallig koor. Ik probeer er nog meer van te genieten dan voorheen.

Cantor Karel staat met hernieuwd elan voor het koor.
Bij het lied Veni Creator Spiritus vraagt hij ons om het een beetje spannender en mysterieus te zingen.
Bas op de achterste rij wilde nog wel een piepende deur toevoegen…
Verder gebruikte Karel een woord dat wij niet kenden.
“Die twee strofen daar mogen wel wat bouncier gezongen worden.”
Huh?
Bounciër?
Onze cantor is vergeleken met ons een jonge man die soms net zo praat als onze dochters: met vernederlandste Engelse woorden.
Karel bedoelde opverend, een beetje stuiterend.
Bouncing is wat Teigetje uit de tekenfilm Winnie de Poeh doet.
Poing,  poing! En zo moeten wij dan zingen.
Die twee strofen dan, hè? Buurvrouw en ik hoeven elkaar alleen maar even aan te kijken.  Bouncier. Ja hoor, ja.

Corona lijkt al weer even geleden,  maar ik ben het nog niet vergeten.
Dinsdagmiddag Holy Stitch,  dinsdagavond cantorij.
Sinds corona weten we dat niets vanzelfsprekend is.
We schudden nog geen handen,  we zoenen niet, zelfs niet drie keer in het luchtledige en de anderhalve meter is inmiddels een soort natuurlijke afstand geworden.
We kijken de spreekwoordelijke kat nog even uit de boom en hopen binnenkort in ieder geval voor Gerard op een derde prik.

Maar ooooo….. wat geniet ik weer van wat met die voorzichtigheid toch al weer kan!

Reageren

6 oktober: Holy Stitch in de herkansing.

Vorig jaar op maandag 5 oktober hadden we de eerste bijeenkomst van ‘Holy Stitch’: een maandelijkse bijeenkomst voor creatievelingen op handwerkgebied.
Wat voor  steken je ook maakt: iedereen is welkom.
Die eerste bijeenkomst was ook gelijk de laatste, want corona maakte meer bijeenkomsten in het seizoen 2020/2021 niet meer mogelijk.
Meer weten over die bijeenkomst? Lees dan hier het blog  dat ik toen schreef.

Dit jaar is ‘Holy Stitch’ niet op maandag- maar op dinsdagmiddag; gistermiddag zagen we elkaar weer in de hal in Op de Helte.
We begonnen maar weer gewoon met een rondje voorstellen, want hoe we allemaal heten, dat waren natuurlijk al weer vergeten.
Iedereen beantwoordde de vragen ‘Hoe heet je, hoe lang woon je in Roden (en waar kom je vandaan) en waar ben je nu op handwerkgebied mee bezig’.

Het doel van dit clubje is natuurlijk ontmoeting.
Een praatje maken, laten zien wat je aan het doen bent, elkaar helpen, motiveren en op leuke ideeën brengen.
Gistermiddag had één van de dames een achter- en voorpand van een trui mee en vroeg zich af hoe het nou moest met het breien van een boord.
Dan is het handig als iemand anders dat weet en haar op weg kan helpen.

Na het voorstelrondje was er al drie kwartier om; daarna was het tijd voor waar we eigenlijk voor kwamen, namelijk handwerken en bijpraten.
Het was gezellig en er was koffie en thee. Er werd over en weer kennis gemaakt, er werden stoelen bij geschoven, handwerkjes en bijzondere tassen werden bekeken.
Een paar dames waren aan het borduren; één van hen deed dat in opdracht voor iemand in Friesland.
Het waren geborduurde randjes die je op een gastendoekje kon naaien. Toeristen schijnen er gek op te zijn.

Eén handwerkje dat iemand had laten zien was erg populair; het was een gehaakte windspinner.
Aan een tafeltje met vier dames zat al iemand driftig het patroon over te schrijven.
Overschrijven ja.
In onze digitale wereld kun je je dat haast niet meer voorstellen, maar als je snel even een patroontje op papier wilt hebben kun je het ook nog gewoon overschrijven.
Ik kreeg het patroontje mee om het digitaal met iedereen in de groepsmail te delen, dat zal ik vanavond doen.
Voor mijn lezers vandaag alvast een link naar  de website waar deze windspinner op beschreven staat: gehaakte windspinner.
Overschrijven hoeft dus niet; uitprinten kan ook.

Reageren

5 oktober: De Librije.

“En Zutphen dan?” schreef ik zaterdag in het blog over het Museum More.
Je kunt in één middag natuurlijk nooit een hele stad bekijken, dus Henk en ik richtten ons op de Walburgiskerk.
Op hun website hadden we gezien dat daar ook een rondleiding was; wij houden allebei erg van oude kerken, dus dat gingen we doen.
Tijdens de wandeling naar de kerk toe zagen we aan onze linkerhand de oude Berkelpoort.
In 2016 was ik met Gerard op vakantie ook al in Zutphen geweest (daarover schreef ik destijds het blog ‘Hanzestad Zutphen‘) en dat stuk oude stadsmuur was me bijgebleven.
Daar moesten we natuurlijk wel even heen te kijken.

Eenmaal in de kerk schreven we ons in voor de rondleiding.
Tot onze verbazing was dat geen rondje door de kerk, maar een bezoek aan de Librije.
Met een klein groepje gingen we door een kleine deur en stapten 6 eeuwen terug in de tijd.
De Librije is een openbare leeszaal uit de zestiende eeuw, die destijds (tijdens de woelige tijden van de reformatie) vooral tot stand kwam om de mensen voor het “ware” geloof te behouden door hen “goede” boeken te laten lezen.
Onze gids vertelde ons dat de eeuwenoude boeken die daar aan kettingen op de houten banken liggen bijna allemaal eerste drukken zijn. De boekdrukkunst was nog niet zo lang daarvoor uitgevonden en alles wat er tot dan toe aan geschreven tekst was bewaard op perkament en papier kon toen gedrukt worden.
En net als toen wij al onze LP’s wegdeden toen de CD werd uitgevonden, zo werden toen de oude, handgeschreven teksten hergebruikt: men maakte er schriftkaftjes van, boekenleggers, kaften voor boeken en het werd zelfs gebruikt voor het restaureren van orgelpijpen.

Even wat informatie van de website van De Librije.
De Librije heeft dertig jaar als openbare leeszaal gefunctioneerd. In de zeventiende en achttiende eeuw was het een particuliere bibliotheek voor predikanten en raadsleden, daarna raakte de Librije in vergetelheid.
Aan het eind van de negentiende eeuw werd de leeszaal herontdekt als een monument van wetenschap en geschiedenis.
De Librije behoort tot de belangrijkste cultuurhistorische monumenten in Nederland en daarbuiten, want er bestaat maar één andere vergelijkbare bibliotheek: in Italië (Cesena).

Wat een belevenis om daar te staan.
En je te realiseren hoe oud die boeken zijn.
De gids vertelde gedetailleerd over de leeszaal en de boeken, maar dat kan ik op dit blog niet allemaal delen.
Eén verhaal vertel ik vandaag.
De boeken hebben allemaal een metalen beslag, een soort klem die het voor- en achterkaft tegen elkaar aan drukt.
Op die manier komt er geen licht, stof en ongedierte bij de bladzijden.
Om het boek te openen moest je hard op de voorkaft slaan, dan sprongen de klemmen open.
Daar komt onze uitdrukking ‘een boek openslaan’ vandaan.

Meer weten over deze eeuwenoude leeszaal?
Hierbij een link naar hun website: Website Librije.

En de Walburgiskerk dan?
Wordt vervolgd.

Andere blogs over deze dag:
2 oktober: Ogen vanuit de vorige eeuw (over museum More in Gorssel)
8 oktober: Sponsoring! Toen al… (over een audiotour in de Walburgiskerk)

Reageren

4 oktober: Zo’n dag.

Wat is de waarde van de dag op zondag?
De zondag is voor ons een andere dag dan de andere dagen in de week.
Dan geen pilates, geen huishoudelijke klussen (wel hééél af en toe eens een was als het zo uitkomt…), geen uitgebreide maaltijd, kortom: rustdag.

We besloten om gistermorgen de viering in de Catharinakerk niet bij te wonen, maar via de tv mee te kijken.
Dat is een bewuste keuze, want ’s middags zouden we naar Almelo en dan ben je de hele dag ‘onderweg’.
Nadeel van die keuze is dat ik de kerkdienst minder intens beleef omdat ik niet fysiek aanwezig ben.
Gistermorgen zat ik op de bank  omgeven door oude borduurboeken, borduurvoorbeelden en -patronen op zoek naar een krans van kruissteken.
Ik vond wat ik zocht, maakte een beginnetje en luisterde ondertussen naar de dominee, we  dronken koffie en kregen het nog even over de preek.
Over de ingesleten patronen van het gedrag van mannen en vrouwen
Over de beeldvorming over mannen en vrouwen.
Over niet mogen scheiden (ook in deze tijd nog niet) omdat dat in de bijbel staat.
Bij de positie van de vrouw ten opzichte van de man moet ik dan ook altijd denken aan de rol die de kerk zelf heeft gespeeld bij het buiten spel zetten van de vrouw als het gaat om macht en invloed. Daar moeten we het nog maar eens over hebben, maar nu even niet.

Zondagseten is vaak een allegaartje.
Gisteren aten we een croissantje, een pannenkoek die nog over was van de vorige dag en een kom snert uit de pan die ik al had gekookt voor morgen. Want werken.
In Almelo hadden ze kennelijk ook ‘zo’n dag’: “We doen even makkelijk vandaag. Wat zullen we voor jullie bestellen?”
Voor het eerst in mijn leven at ik spare-ribs.
Lekker!

Na de koffie reden we weer naar huis, waar we nog keken naar de finale van Heel Holland Bakt.
Zo’n dag.
Heerlijk.

Wat was de waarde van de dag?
De hele dag.

Dus ook de foto die we kregen van vrienden vanuit een restaurant.
Vriendin werd 70 en vierde dat met kinderen en kleinkinderen.
“Gisteravond sinds twee jaar met de hele club samen. Heerlijk en volop genoten!”
Wat fijn dat er steeds weer meer kan.
Vandaag ga ik de mail voor lootjestrekken rondsturen in ons gezin.
Het is maar zo weer 5 december…….

Reageren

3 oktober: Gotland 11 – Trollenhals?

Op onze laatste dag op Gotland zochten we de oostelijke punt van het eiland op. Voordat we naar de kust gingen wilden we nog een bezoek brengen aan een grafveld uit de 6e tm 8e eeuw; het heette Trullhalsar (Trollennek).  Carlijn stelde haar Google navigatie in, die ons een grindweg op stuurde. De grindweg werd een zandpad en het zandpad werd een karrenspoor met hoge, harde grassprieten die onder tegen de auto aan schuurden. De varens aan weerszijden van het pad kwamen tot aan de ramen; volgens Google zaten we nog op de goede weg,  maar ik had grote twijfels.
“Als je hier toch een auto tegenkomt…..” Ja,  dan heb je een probleem. “It better be good” vond Carlijn. Inderdaad. Zou het alle moeite wel waard zijn?

Toen we nog 200 meter van het grafveld af waren kwamen we op een soort open plek.  “Hier kunnen we in ieder geval keren. ” We zetten de auto aan de kant en besloten  het laatste stukje lopend af te leggen.
Na een korte wandeling stonden we ineens bij een enorme open plek in het bos.  We zagen grafheuvels, stenen zettingen/ringen en cairns (steenstapels).
Op een informatiebord aan de zijkant stond dat er ongeveer 300 graven waren. Op veel van de graven staan grafballen, ronde stenen die erop zijn gelegd.
De meeste graven zijn aan het begin van de 20e eeuw onderzocht en sindsdien gerestaureerd.
Zowel mannen als vrouwen liggen er begraven; vooral bij de vrouwengraven zijn dingen gevonden die er op wijzen dat de mensen behoorlijk rijk waren. (klik op de foto’s voor een vergroting, dan zie je de graven liggen).

Mij overviel hetzelfde gevoel als twee jaar geleden op Rügen toen we bij het hunebed ‘Herzogsgrab’ stonden ( zie Ein heilige statte 23 8 19).
Ik voelde het mysterie van deze bijzondere plaats. Het was heel stil op die plek; we liepen voorzichtig om de heuvels en cirkels heen.
De heide bloeide paars tussen de paden en het zonlicht viel diffuus op sommige stenen; het versterkte de gewijde sfeer van deze begraafplaats uit de oudheid.
Wat een ervaring.
Het staat niet in de toeristische folders van Gotland; hoeft ook niet.  Voor wie het zoekt is het te vinden.
Zonder informatiecentrum met koffie/thee en eterij blijft het zoals het al eeuwen is: een heilige plaats.

Benieuwd naar al onze belevenissen op Gotland?
Klik dan hier naar deel 1, daar vind je een overzicht van alle gepubliceerde delen: Afstudeervakantie van onze jongste 

Reageren

Pagina 162 van 411

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén